Religie- en cultuurkritiek: aanvullende reactie op het artikel van Wim Couwenberg

Civis Mundi Digitaal #38

door Piet Ransijn

Couwenberg wijst terecht op de inconsequentie van de religiekritiek die wel tegen katholieken en religie in het algemeen gericht was als ‘achterlijk’ verschijnsel, maar een nieuw taboe lijkt ten opzichte van de islam. Deze kritiek hoeft net per se links te zijn maar kan ook (neo)liberaal of algemeen zijn. Hij neigt als ‘tegendraads’ getypeerd intellectueel naar een andere visie: islamkritiek past in een cultuur waarin religiekritiek wordt geaccepteerd als normaal verschijnsel.

De ideologie van ‘links’, het socialisme, is voorgekomen uit onze christelijke cultuur als een soort geseculariseerde religie. Dit is herkenbaar is bij de grondlegger van  het socialisme Saint-Simon, vooral in zijn laatse werk Le nouveau christianisme. Karl Marx is stamt uit een geslacht van rabbijnen, maar zijn vader was christelijk. De religiekritiek van links treft dus indirect ook de eigen culturele achtergrond en die van haar grondleggers.

Of je de islam, evenals het vroegere katholicisme ‘achterlijk’ kunt noemen in plaats van premodern, is een andere kwestie. Dat lijkt mij niet verstandig en niet wetenschappelijk verantwoord. Ik zie weinig in dergelijke religiekritiek als deze negatief en emotioneel geladen is, zoals bij elkaar bestrijdende godsdiensten en geloofsrichtingen, hoewel ik wel begrip kan opbrengen voor de leus van Voltaire bij het bestrijden van onrecht: ‘écrasez l’ infame’. Als er tenminste ook oog is voor positieve functies van religie als zingevend en beschavend gegeven dat mensen verbindt, waarbij problematische aspecten met enige distantie worden geanalyseerd.

Het lijkt erop dat de islam in een premodern ontwikkelingsstadium verkeert dat in veel opzichten nog niet adequaat is aangepast aan de moderne cultuur en zich vaak ook niet lijkt te willen aanpassen. Minder evident is in welke opzichten onze moderne cultuur een hogere cultuur is. Het is wel een complexe cultuur, maar dat geldt ook voor de islam.

 

Ontwikkelingsstadia van culturen

Sociale wetenschappers onderscheiden evenals Couwenberg en de door hem genoemde filosoof Bergson verschillende ontwikkelingsstadia van culturen en religies. Dat zien we onder meer bij Turgot, Saint-Simon, Comte, Weber en Elias. Albert Einstein1 en Swami Ranganathananda2 van de Ramakrishna Mission onderscheiden etnische, morele en kosmische of universele religies. Couwenberg maakt een zinvol onderscheid tussen moderne en premoderne culturen. Dat komt overeen met industriëel en pre-industieel bij Saint-Simon.

Over hogere en lagere stadia ‘zijn de geleerden niet altijd eens’. Het hangt af van de gehanteerde maatstaven. Max Weber citeerde Goethe aan het eind van De protestantse ethiek en de geest van het kapitalisme: “Van deze laatse fase van deze culturele ontwikkeling kan worden gezegd: ‘specialisten zonden ‘spirit’, sensualisten zonder hart; dit nietige schepsel verbeeldt zich een niveau van beschaving te hebben eigen gemaakt dat nooit eerder bereikt is’. Dit brengt ons naar de wereld van waardeoordelen… De moderne mens is in het algemeen niet in staat een religieus idee een betekenis voor het culturele en nationale karakter te geven die het verdient…Het nastreven van rijkdom, losgemaakt van zijn religieuze en ethische betekenis, heeft de tendens zich met zuiver wereldse passies te verbinden.”

Weber, Marx en andere genoemde sociologen beseften evenals Couwenberg dat de industriële samenleving voor zover bekend uniek is in de geschiedenis, vage speculaties over Atlantis daargelaten, en een meer complex en in zekere zin ’hoger’ of technisch meer ontwikkeld cultuurtype is. Weber en anderen onderzochten waarom dat juist in het Westen gebeurde en door welek factoren, waaronder ook culturele en relgieuze factoren, zie bijv. De protestantse ethiek en de geest van het kapitalisme. Het door Weber bestudeerde invloedrijke ‘wereldgerichte ascetisme’, dat ook de islam kenmerkt, lijkt verdwenen. Als materiële welvaart en welzijn de maatstaf is, scoort onze cultuur hoog. Is spiritueel inzicht de maatstaf, dan is de score lager. Er zijn rangordes van de VN waarbij landen naar diverse criteria voor welzijn, welvaart, corruptie enz. worden gescoord. Noord-west Europa, de bakermat van  de moderniteit, met name Scandinavië, Zwitserland, Luxemburg en Nederland scoren hoog. Daarom  zijn deze landen in trek bij vluchtelingen.

De drie cultuurtypen van de socioloog Sorokin3: ideëel, idealistisch en materieel gericht, ziet hij niet als hoger of lager maar als kwalitatief verschillend. Hij onderscheidt diverse varianten. Het fideïsme komt bijvoorbeeld overeen met een verstarde vorm van het ideële cultuurtype, zoals fundamentalistische varianten van de islam en het christendom, die zich kenmerken door blind geloof dat andere menselijke waarden overheerst en verdringt.

Het cynische zinnelijke cultuurtype komt overeen met de amorele en hedonistische consumptieve huidige cultuur en de nadagen van het Romeinse Rijk. In beide cultuurvarianten laat de impulsbeheersing en regulering te wensen over. In die zin zijn het geen hoog ontwikkelde beschavingen Bij de civilisatietheorie van Norbert Elias is impulsregulering en beheersing het belangrijkste kenmerk is van civilisering of culturele ontwikkeling, zoals we zullen zien.

 

Cultuurkritiek en religiekritiek

Is de nu heersende ‘amoraliteit’ een hoger ontwikkelingsstadium dan een cultuur gedomineerd door ethische richtlijnen van religies, niet alleen de islam? Luyendijk4 typeert onze maatschappij, met name de financiële sector, als ‘amoreel’: morele overwegingen spoelen geen  rol vanbetekenis meer zoals vroeger. Het is een variant van eerdere termen als anomie en nihilisme van Durkheim en Nietzsche en lijkt enigszins op de cultuur of het cultuurverval bij de rijke kooplieden in de tijd van Mohammed. Als we kijken het culturele niveau van veel films of TV programma’s zien we veel inhoudsloos vermaak. De erosie van waarden is veelzeggend en zorgwekkend volgens de cultuurkritiek van sociologen als Sorokin, Weber en  Durkheim. Secularisatie en religiekritiek hebben daartoe bijgedragen en hebben daarmee onze cultuur niet versterkt en geïntegreerd. Daarbij hoort ook het gebrek aan respect voor andere culturen, religies en medemensen, zonder daarbij bedenkelijke fundamentalistische tendenzen uit het oog te verliezen en de nodige aandacht te geven.

Een rationele wetenschappelijke, niet emotioneel geladen of veroordelende benadering is essentieel bij religiekritiek. Dit geldt voor de religiekritici naar wie Couwenberg verwijst, maar ook voor het gebruik van de termen als ‘achterlijk’. Zijn visie bevat steekhoudende kritiek op de inconsequente religiekritiek van  links, die onze culturele integriteit niet ten goede komt. Religiekritici geven weinig blijk van sociologisch inzicht in de positieve sociale functies van religie, die sociologen sinds Saint-Simon, Comte en Durkheim hebben aangetoond. Met termen als ‘achterlijk’ wordt nu een emotioneel geladen onwetenschappelijke traditie van religiekritiek voortgezet ten opzichte van de islam.

 

Links en rechts

Of de genoemde cultuurkritiek en religiekritiek links of liberaal is lijkt minder relevant dan de kritiek zelf. Religiekritiek dateert van voor het onderscheid tussen links en rechts. Bijvoorbeeld de Lof der zotheid van Erasmus en Utopia van Thomas More en de leus Écrasez l’ infame van Voltaire. Het vroeger zo strijdvaardige ‘links’ is in het  defensief gedrongen. Mede door eigen toedoen en verwisseling van de belangen van de oude achterban van ‘verburgerlijkte’ arbeiders voor de belangen van linkse intellectuelen en allochtonen, die de ‘kapitalistische’ elite aan goedkope arbeidskrachten hebben geholpen ten koste van de belangen van de autochtone arbeiders. ‘Links’ komt de laattse decennia het dominante neoliberalisme tegemoet, waardoor het nog dominanter wordt, het heeft meegewerkt aan een onbetaalbare verzorginsstaat en lijkt daarna uitverkoop te hebben gehouden bij de privatisering van staatsbedrijven, om enkele kritische kwesties te noemen. Dit is niet te compenseren door het op te nemen voor allochtonen en de islam.

Links wringt zich nu in bochten om een diverse achterban van onder meer progressieve intellectuelen, arbeiders en allochtonen aan te spreken. Daarom lijkt ‘links’ toleranter geworden tegenover religies, met name de islamitische achterban, maar links komt ook linkse intellectuelen tegemoet met algemene kritiek op religie als ‘achterhaald’ verschijnsel. Dat lijkt weinig consistent. Meer religieuze tolerantie lijkt een gunstige ontwikkeling. Maar er zijn wettelijke en andere grenzen tegen fundamentalisme en de jihad, de heilige oorlog. Voor meer evenwicht van maatschappelijke krachten en belangen lijkt een kritisch sociaal-democratisch antwoord op het dominante (neo)liberalisme en de groeiende ongelijkheid meer urgent dan religiekritiek.

Couwenberg, die eveneens afstand heeft genomen van het toenmalige achterhaalde katholicisme, vergelijkt de houding van links ten opzichte van de islam met de vroegere tegengestelde houding tegenover het katholicisme en concludeert terecht dat de linkse religiekritiek nogal tegenstrijdig overkomt. Die religiekritiek zou dan ook consequent voor de islam dienen te gelden. We kunnen ons metr Couwenberg afvragen of religiekritiek in de zin van verwerping van religie als zodanig, inclusief de gematigde islam, onze samenleving en culturele integriteit ten goede komt, zoals vele religiewetenschappers zich afvragen zue bijv. Armstrong in De kwestie God: De toekomst van religie.

De kritiek van Couwenberg lijkt meer gericht op links dan op religiekritiek. Zijn kritiek is enerzijds consistent: wat links kon en mocht, mag rechts ook; anderzijds inconsistent: kritiek op linkse religiekritiek en instemming met rechtse islamkritiek. Bij ‘links’ zien we  een omgekeerde inconsequentie: instemming met religiekritiek, reserve tegen islamkritiek. Zoals gezegd is het de vraag of dit alleen geldt voor links. Er kunnen ook liberale en niet linkse mensen zijn die iets dergelijks vinden. In hoeverre die kritiek van links of ook van liberaal rechts komt is de vraag, omdat religiekritiek en de islamkritiek vrij algemeen lijken. Vrijheid van godsdienst en van meningsuiting is een liberaal principe, dat zowel voor de islam als islamkritiek ruimte laat.

 

Primitief en achterlijk is achterhaald

Mijn bezwaar betreft in eerste instantie het gebruik van de term achterlijk en in tweede instantie uitsluitend negatieve en eenzijdige religiekritiek, waaronder islamkritiek, in het bijzonder als daarbij termen als ‘achterlijk’ worden gebruikt in plaats van premodern.

Beschavingen worden allang niet meer primitief of achterlijk genoemd. Dat is de strekking van de titel Van primitieven tot medeburgers (1964) van mijn hoogleraar antropologie Köbben: “niet westerse volken… zijn medeburgers die anders zijn… Men dient de taaiheid van hun eigen levensvormen niet te onderschatten. Zij zullen zeker niet snel en automatische en totaal in westerse zin veranderen,” (p. 8, zie hierover hfst 4 Weerstanden tegen verwestersing. Relevant is ook het hoofstuk over profetische bewegingen als uitiing van sociaal protest (en sociaalculturele desoriëntatie). Toen ik indertijd tegen Köbben zei ik dat ik geïnteresseerd was in religie, stelde hij voor het boek Religion in Primitive Society van Edward Norbeck te bestuderen. Opmerkelijk is dat daarin de term ‘primitief’ nog wordt gebruikt.

Termen als ‘achterlijk’ zijn niet waardevrij, maar emotioneel geladen kunnen negatief of zelfs kwetsend worden opgevat en zijn daarom niet geschikt voor wetenschappelijk gebruik, zoals de meer passende term ‘premodern’. Mensen wakker schudden met dergelijke termen, zoals Fortuyn deed, hoeft nu niet meer. Er zijn al bomaanslagen genoeg die dat doen.

Bij de huidige opwinding en polarisatie lijkt het zinnig om de islam met enige ‘onderkoelde rationaliteit’ te benaderen en niet als achterlijk te bestempelen. Zoals iedere religie kent de islam talloze interpretaties en belevingen, die variëren van fundamentalistisch en rechtzinnig tot vrijzinnig. Er zijn moorddadige en menslievende expressies en interpretaties, voor elk wat wils, net als bij de Bijbel. Daar kun je ook bijna iedere tekst uit zijn verband halen en in je kraam te pas laten komen, ook gewelddadige teksten. Is de Bijbel daarom achterlijk? Rembrandt en talloze andere genieën meenden van niet. Hetzelfde zal voor de Koran kunnen gelden. Zie hierover mijn volgende artikel over de islam.

Rembrandt met  bijbel

De civilisatietheorie van Norbert Elias

In het licht van de civilisatietheorie van Norbert Elias is het de vraag of de gewone gematigde islam in het westen en het katholicisme, dus nìet de niet-reperesentatieve fundamentalistische varianten, minder beschaafd en achterlijk zijn dan de geseculariseerde consumptieve en hedonistische massacultuur die nu gemeengoed is. De islam is wel minder modern of premodern, in die zin ‘achterlijk’, maar hoeft daarom niet minder geciviliseed te zijn. (Meer) geciviliseerd komt neer op (meer) verinnerlijking, beheersing en regulering van impulsen en driftleven. Het is de vraag of dit bij de moderne massacultuur meer het geval is dan bij de gematigde islam. Het zou wel eens meer kunnen gelden voor de islamitische en andere religieuze culturen dan voor de consumptiecultuur.

Enerzijds wordt bij interpretaties van Elias gesproken over decivilisatie of afnemende beschaving bij het losser worden of informaliseren van omgangsvormen en impulscontrole. Anderszijds zou deze informalisering kunnen wijzen op meer verinnerlijking en zelfbeheersing, waardoor formele regels wat minder stringend hoeven te zijn. Het is ook mogelijk dat beide processen tegelijk gaande zijn en dat de waarheid ergens in het midden ligt of dat het anders kan worden begrepen.5 Nadere studie zal dit kunnen ophelderen. De islam hoeft dus niet zo achterlopend te zijn als soms wordt gedacht. Hetzelfde geldt voor het katholicisme en andere religies.

 

Religie, beschaving en vernieuwing

Volgens de civilisatietheorie gaat beschaving samen met impulsregulering en uitgestelde behoeftenbevrediging, die met name ook door religie geschiedt. Religie heeft meestal een beschavende, impulsregulerende werking. Extreme fundamentalistische vormen kunnen aggressief, impulsief en onbeschaafd zijn. Het land en de bevolking werden in de Middeleeuwen vanuit kloosters gecultiveerd. In Noord-Holland bijv. vanuit het klooster te Egmond. Kerken en kloosters waren centra van beschaving, evenals moskeeën en tempels. Religie is in essentie geen ‘achterlijk’ maar een vormend en regulerend verschijnsel bij de inspiratie en consolidering van sociaalculturele veranderingen, zoals onder meer blijkt uit de cultuur- en godsdienstsociologie van Sorokin, Durkheim en Max Weber.6 Dit geldt niet voor fundamentalistische richtingen, die religie in een kwaad daglicht plaatsen.

Het katholicisme was evenmin achterlijk. De moderne duurzaamheidsbenadering met Ivan Illich en E F Schumacher6 als pioniers is geïnspireerd op het katholicisme en solidarisme. Dat was ook een inspiratiebron van Emile Durkheim, zie nr 31. Het komt overeen met de katholieke sociaal democratische.visie in de pauselijke encyclieken Rerum Novarum, Over nieuwe dingen en ontwikkelingen en Quadragesimo Anno, als middenweg en antwoord op socialisme en het kapitalisme, aldus de christelijke sociaaldemocraat Banning7. Een dergelijk antwoord op het huidige doorgeschoten amorele neoliberalisme en de verzwakte sociaaldemocratie is nog steeds actueel.

 

Religie, impulsregulering en seksualiteit

Religies reguleren en stimuleren ook seksuele zuiverheid, relaties en (huwelijks)trouw, die in meer ontwikkelde oosterse en in zgn. primitieve culturen zorgt voor sociale integratie. Seksuele promiscuïteit zou vaak samengaan met moreel en cultureel verval, zoals Sorokin beschrijft wat betreft onze moderne en de laat Romeinse cynische zinnelijke cultuur. Aids is een van de gevolgen. Afrikaanse landen worden er meer door getroffen dan andere continenten door lossere seksuele relaties. Seksuele regulering beschermt vrouwen tegen misbruik en ongehuwd moederschap, maar kan ook leiden tot onderdrukking bij ongelijke of hypocriete regels.

Impulsregulering gaat samen met beschaving en culturele ontwikkeling en is dus niet achterhaald in deze tijd van lossere zeden en omgangsvormen. In overdreven vorm kan regulering leiden tot verdringing, zoals Freud en anderen hebben laten zien. Ook dreiging met hel en verdoemenis werkt disfunctioneel.

Resumerend geldt dat religie, inclusief de islam, in het algemeen geen achterhaald verschijnsel is. Religieuze en spirituele waarden zijn belangrijk voor uitgestelde behoeftenbevrediging, regulering van impulsen, seksuele en sociale relaties en continuïteit en het voortbestaan van culturen, ook de onze.

“Tot dusver hebben wij geen bewijs dat fysieke behoeftenbevrediging [alleen] een functionerende wereld zou creëren, ofschoon deze aanname veelal opgemerkt kan worden in het modere denken… Hoewel de spirituele reactie niet het hele leven omvat, is het even onjuist dat deze verwaarloosd kan worden… Als onze geest zich zou uitputten in het heden, zouden wij verloren raken in emoties die snelle bevrediging vragen en zulke gedragsvormen roepen geestelijke afbraak op.”

“Wij scheppen nutteloze behoeften die onze kracht doen wegvloeien en ons perspectief doet versmallen tot een mechanische wereld die beroofd is van ritme en mysterie. In plaats van voldoening te geven, betekent iedere toegevoegde materiële behoefte een wegbewegen van het evenwicht dat wij dienen na te streven… Het spirituele gebied is onontwikkeld in de moderne samenleving… Spanningen in het invividu nemen toe. Het wordt steeds meer noodzaak een emotioneel en spiritueel gebied te vestigen waar het individu zijn evenwicht kan hervinden,” aldus de cultuurkritiek in het vergeten werk van socioloog Bart Landheer, mijn co-promotor.8

 

Culturele achterstand

De cutural lag theorie van Ogburn9 betreft de culturele achterstand van sommige cultuurelementen vergeleken bij andere en biedt een andere sociologische verklaring. Hij stelt dat met name religieuze en ethische waarden en normen vaak ‘achterlopen’ bij de snelle technische ontwikkeling. Bijvoorbeeld op medisch gebied is euthanasie en kunstmatige levensverlenging mogelijk. De ethiek ontwikkelt hier later pas normen voor. Dat geldt ook voor genetische manipulatie en voor omgangsvormen met sociale media.

Zoals het moderniseringsproces vooruitloopt op ethiek en religie in het algemeen, die dus achterlopen, geldt dat ook voor de islam en andere niet-westerse culturen. Dat is m.i. iets anders dan achterlijk zijn. Het is onvermijdelijk dat niet alle cultuurelementen zich in de pas met elkaar ontwikkelen in onze snel veranderende samenleving. Dat is al moeilijk genoeg met de eigen cultuur en wordt gecompliceerder in multiculturele samenlevingen. Door het grotere risico van ontworteling en normvervaging door onder meer cultuurverschillen, taal- en onderwijsachterstand is bij allochtonen het risico van onaangepast en delinquent gedrag groter. Maar daarom zijn ze niet ‘achterlijk’.

 

Sociale achterstand

Sociale en culturele achterstand gaan vaak samen. Eén van de drie hoofdkenmerken van allochtonen is niet zozeer ‘achterlijkheid’ maar maatschappelijke achterstand in de onderste sociale lagen, aldus Siep van der Werf, Allochtonen (2002, p 24). Met dit boek heb ik jarenlang lesgegeven bij de module Transculturele Hulpverlening en Kennis van Culturen THKC van de HBO studierichting Sociaal Pedagogische Hulpverlening. Twee andere hoofdkenmerken zijn 1. een andere, niet westerse etnische en culturele achtergrond en 2. buitenlandse herkomst van één van beide ouders. Volgens alleen dit laatste kenmerk zou ons koninklijk huis uit allochtonen bestaan!

 

Kan de islam zich aanpassen aan de moderne samenleving?

Talloze Moslims, bijv. mijn vele voormalige studenten en burgemeester Aboutaleb, de Rotterdamse burgervader, laten zien dat een fatsoenlijke moslim zich voorbeeldig kan aanpassen aan de moderne samenleving, net zoals bij het christendom, het boeddhisme en hindoeïsme. Hoewel dat bij Aboutaleb niet in alle opzichten het geval schijnt te zijn volgens een TV uitzending over hem. Hij zou een voorkeur hebben voor endogamie: trouwen in de eigen etnische groep. Daar is sociologisch gezien iets voor te zeggen. Cultuurverschillen bevorderen niet de bestendigheid van een huwelijk. Het spreekwoord: ‘twee geloven op ëén kussen, daar slaapt de duivel tussen’ werd vroeger werd aangehaald tegen gemengde huwelijken. Het is niet strijdig met  statistische gegevens over echtscheiding.

Het lijkt mij meer zinnig om ook aandacht te geven aan functionele of positieve aspecten van religies inclusief de islam voor de moderne samenleving, niet alleen de disfunctionele of ‘achterlijk’ geachte aspecten. Een artikel in De Volkskrant over het soefisme pleit voor een dergelijke benadering, zie mijn artikel over wereldburgerschap in nr 37. Feddema noemt in dit nr het soefisme als een meer ‘verlichte’ variant van de islam en stelt de onderdrukking daarvan in Turkije aan de kaak.

 

De islamitische cultuur was ooit een hoogontwikkelde beschaving, nu niet meer

De islam kenmerkte zich aan het eind van de Middeleeuwen door een hoog ontwikkelde cultuur, in bepaalde opzichten hoger ontwikkeld dan de Europese. Störig laat zien hoe groot, maar weinig bekend het aandeel is van de islamitische beschavingskring voor de ontwikkeling en overlevering van de westerse cultuur.10 Exponenten als de Perzische dichter Rumi en de Berbers-andalusische sociale wetenschapper (toen al) Ibn Khaldoun zijn nog altijd de moeite van het besturen waard en kunnen zowel het moderne Westen als de islam veel leren, zoals de Russisch-Amerikaanse historicus en ecoloog Peter Turchin laat zien, zie nr 33.11

Genoemde vrijzinnige universele genieën, die eigenlijk de islam overstijgen,, laten andere geluiden horen dan we tegenwoordig gewend zijn van  de islam, waarbij we geneigd zijn gedegenereerde en fundamentalistische vormen als representatief te beschouwen. Niet zonder reden, omdat deze het meest van zich laten horen. Het kan ook anders, leert de geschiedenis. Het kan ook veel erger, zoals bijv. Timoer Lenk laat zien, van wie de Indiase Mogul Dynastie afstamt.

Het Midden Oosten is de bakermat van onze beschaving. De Griekse wetenschap, filosofie en geschriften van Aristoteles en onze arabische cijfers, inclusief het decimale stelsel met het getal nul uit India zijn bijv. overgenomen van islamitische geleerden en leidde tot ingrijpende ontwikkelingen in de filosofie, de wiskunde, de natuurwetenschap en de geneeskunde. Termen zoals cijfer, algebra en algoritme zijn bijv. van Arabische oorsprong.10 Ook literaire en andere culturele invloeden zijn significant geweest, zoals bij de hoofse ridderroman en de poëzie van Goethe in West-Östliches Divan en andere werken.

 

 

Cordoba en het Alhambra paleis in Granada, hoogtepunten van islamitische beschaving

 

“In het Moorse Spanje bloeide de islamitische cultuur vooral in de 10e eeuw onder het kalifaat van Cordoba. Deze stad was toen naast Byzantium de grootste van Europa en ongetwijfeld de rijkste… en had geplaveide straten en straatverlichting… De bibliotheek bevatte 400.000 boeken… Het land werd wijs en rechtvaardig geregeerd: men heeft gezegd dat Spanje nooit tevoren en ook later zo goed geregeerd en bestuurd is geworden… Veel heersers waren zeer ontwikkeld… Dankzij de tolerantie van de Arabieren konden de verschillende godsdiensten ongestoord hun ritus uitoefenen. In de wetenschap werkten islamitische, christelijke en joodse geleerden eendrachtig samen.”11 De bloei van de wetenschap was een gevolg van die samenwerking. De cultuur en wetenschap van de islam ontwikkelde zich op basis van christerlijke en antieke fundamenten.

De tolerante heerser Akbar de Grote (15421605) van de Mogul dynastie in India, de grootvader van Shah Jahan, die het beroemde bouwwerk de Taj Mahal liet bouwen, geeft een vergelijkbaar beeld. De filosoof-keizer Akbar stichtte bijvoorbeeld een universele religie. Hij respecteerde godsdienstvrijheid en verdraagzaamheid en streefde naar het geestelijke en materiële welzijn van alle mensen. Ook Aboutaleb laat zien dat een moslim een adequaat bestuurder kan zijn, die oog heeft voor de grenzen van de tolerantie en mogelijk wordt geïnspireerd door inzichten en beginselen van de islam wat betreft een rechtvaardige samenleving.

Het glorieuze verleden biedt een voorbeeld dat meer nastrevenswaardig is dan het huidige fundamentalisme. Het laat zien dat een voor die tijd zeer moderne, vooruitstrevende en tolerante cultuur ook op islamitische grondslag mogelijk is en ermee te combineren is. Enige aanpassing en afstemming op onze cultuur van de islam zijn dan wel wenselijk en noodzakelijk. Het bovenstaande is niet bedoeld als positief beeld van hoe de islam nu is, dat lezen we dagelijks in de krant, maar hoe de islam geweest is op een van de hoogtepunten van zijn bloei en misschien in potentie weer zou kunnen zijn als ‘wensdroom’ of ideaal om na te streven als tegenwicht tegen het fundamentalisme.

Sociologen als Durkheim en Sorokin wijzen erop om niet alleen het pathologische als uitgangspunt en studieobject te nemen, maar ook de verheffende, vormende aspecten van culturen en religies. Toen ik mij al jong in andere culturen en religies ging verdiepen, citeerde mijn vader Paulus: ‘Onderzoek alle dingen en behoud het goede’.

 

Keerzijden van de moderne beschaving

De moderne westerse beschaving heeft verworvenheden die welvaart en welzijn bevorderen, maar heeft ook een keerzijde. Wilterdink12 noemt tegengeluiden van sociologen zoals vervreemding (Marx), bureaucratisering (Weber), ontbinding van traditionele boerengemeenschappen (Tönnies), normloosheid (Durkheim). Verder noemt hij ongelijke kansen op de arbeidsmarkt, baanonzekerheid en werkloosheid, toenemende ongelijkheid en aantasting van het natuurlijke leefmilieu.

Als we zo doorgaan leidt de ongebreidelde streven naar winst dat de (neo)liberale economie en industrie kenmerkt, tot een vernietigende grootschalige exploitatie van de aarde en de mensheid. Niet alleen tot innerlijke leegte maar ook tot een lege aarde met lege steden. De exploitatie van mensen lijkt verminderd, sinds de ´verburgerlijking van de arbeiders´, maar komt wereldwijd nog op grote schaal voor. Groeiende ongelijkheid en kapitaalconcentratie gaan echter onverminderd door ten koste van de minder kapitaalkrachtige bevolking. De rechtvaardigheid in de ogenschijnlijk democratische westerse samenleving laat te wensen over, al zou het hier veel beter zijn dan elders en vinden talloze vluchtelingen het de moeite waard hun leven te wagen om hier naar toe te gaan.

Opgegroeid in de nadagen van de traditionele boerensamenleving, waar nog overwegend met paard en wagen werd gewerkt, zag ik de oprukkende moderne maatschappij met lede ogen aan. Lopend door het weiland met een gevoel van eenheid met de natuur, zag ik de oprukkende flatgebouwen van dichterbij komen. Mijn  ervaringen van eenheid van verbondenheid met de natuur gaven aanleiding tot een kritische beschouwing van het moderne seculiere materalisme en hedonisme, en de traditionele religie met een verre God die al te zeer op mensen leek. Een antwoord zie ik in de integratie van positieve moderne verworvenheden en innerlijke vervulling. Dit is een toekomstperspectief en opgave.

De reactie van traditionele niet-westerse culturen op de modere westerse dominantie, die Armstrong beschrijft in haar boek over de islam kan ik mij uit eigen ervaring levendig voorstellen en ook het toekomstperspectief van integratie van moderniteit en religiositeit in de oorspronkelijke zin van verbinding met de bron: onze bestaansgrond, of hoe we deze dimensie ook willen noemen. Woorden schieten hiervoor tekort: het Tao dat gezegd kan worden is niet het eeuwig Tao´, zo begint het Tao Te Tsjing van Lao Tse. Het moderne idee van spiritualiteit lijkt vaak vrij vaag, vrijblijvend en oppervlakkig en allerlei vormen van geestelijk vermaak en feelgood spiritueel hedonisme te omvatten waarmee we een onaangename geestelijke leegte lijken te willen vullen.

Volgens de monumentale studies van Armstrong en vele anderen hebben mensen het zingevende perspectief van een religie nodig. Er zou misschien ook een substituut kunnen zijn in de vorm van een seculiere religie. Het socialisme heeft wat dat betreft echter een betrekkelijk kortstondig succes gehad vergeleken met de wereldreligies en lijkt op zijn retour te zijn. Ondanks de vele disfuncties van religies en het misbruik ervan om mensen afhankelijk te maken, zijn religies functioneel geweest wat betreft impulsregulering, oriëntatie, motivatie en zingeving, antwoorden op levensvragen, solidariteit, moraliteit en medemenselijkheid.13 Functies die tot dusver op lange termijn moeilijk te vervangen bleken voor seculiere substituten. Of een samenleving op lange termijn levensvatbaar is zonder religie en of de moraal geen religieuze of spirtituele verankering nodig heeft, zijn open vragen, misschien voor een toekomstig artikel.

Armstrong laat haar monumentale boek Een geschiedenis van God (p 440) na ‘de dood van God’ met de hemel als graftombe eindigen in leegte en ´dorre verlatenheid´, beschreven in het gedicht van Thomas Hardy, ´The Darkling Thrush´

Het land leek in zijn barre lijn

het lijk van deze eeuw

De hemel kon haar tombe zijn

De wind haar stervensschreeuw (...)

Ineens steeg daar een stem vanuit

de dorheid boven mij

Een avondzang klonk voluit

zo grenzeloos en blij

Een oude lijster, teer en schriel

zijn veren door de wind verward

bestookte zo met heel zijn ziel

het naderende zwart (...)

Zodat ik denken moest: misschien

dat nieuwe hoop die hij kon zien

in deze lofzang klonk

Maar die ik niet verstond

 

 

Bijlage: invloed van de persoonlijke religieuze achtergrond

Hoe je iets ziet, wordt sterk bepaald door je sociaalculturele achtergrond en opvoeding. Dat blijkt bij Couwenberg en geldt voor mij. Bijvoorbeeld wat betreft het generatieverschil en de verschillende  invloed van het Rijke Roomse leven, die in de jaren 60 verminderde. In de multi-religieuze samenleving in Noord-Holland was verdraagzaamheid noodzakelijk. Dat betekende echter geen waardenrelativisme.

Als kind vroeg ik mijn moeder of protestanten en niet-katholieken, dus niet gedoopten, in de hemel kwamen. In afwijking van de officiële RK leer, begreep ik van haar, dat alle goede mensen in de hemel zouden komen. Zij maakte wat dat betreft geen onderscheid in levensovertuigingen. Ze kocht evenveel boodschappen bij de katholieke als de protestante en niet gelovige kruidenier, in afwijking van wat op de preekstoel werd voorgehouden. De communistische bakker, die zijn dementerende vrouw toegewijd verzorgde, werd ‘s morgens met begrip en medeleven met een kopje thee onthaald. Ook burenhulp ging voorbij religieuze scheidslijnen.

Hoewel zij zelf niets tegen andersdenkende hadden, hebben mijn ouders wel te maken gehad met de anti-roomse gevoelens van ‘papenhaters’, waar ook Couwenberg naar verwijst en wellicht mee te maken heeft gehad. Bij de aankoop van hun boerderij werd de prijs verhoogd om hen te dwarsbomen. Ze vonden zichzelf niet beter dan anderen omdat ze katholiek waren en hielden niet van kwezelarij en huichelarij, zoals braaf naar de kerk gaan en andersdenkende medemensen negatief bejegenen.

Toen de pastoor een keer op bezoek was geweest, was mijn overigens vrij vrome - meer vrij dan vroom - vader zeer ontstemd. “Waar bemoeit hij zich mee? Hij hoeft hier niet meer te komen!” De religiekritiek van mijn vader richtte zich toen op de grenzeloze bemoeizucht van de kerk. Mijn moeder sprak en deed gewoon wat haar hart haar ingaf. Van mijn ouders leerde ik iets van liefde en menslievendheid, die gewoon vanzelfsprekend en onvoorwaardelijk leek. Hun (vrij)zinnige en humane, niet veroordelende voorbeeld blijft mij inspireren.

Op de RK HBS in Amsterdam-Noord leerden paters Augustijnen zelfstandig na te denken en gaven zijn bij benadering objectieve kennis over andere religies, filosofische en religieuze richtingen zonder te (ver)oordelen. Dat was evenmin het geval aan de Universiteit van Amsterdam, waar eind jaren ‘60 het ‘achterlijk’ gezag werd getart. De kerken begonnen toen leeg te lopen en ik ging cultuur- en godsdienstsociologie studeren om een diepere zin en betekenis van religie en het leven te vinden, waarop ik mogeliojk nog terugkom.

 

Noten

  1. Albert Einstein, Ideas and Opinions, ‘Sciende and Religion’
  2. Swami Ranganathananda, Eternal Values for a Changing Society, Vol 1
  3. P A Sorokin, Social and Cultural Dynamics
  4. Joris Luyendijk, Dit kan niet waar zijn: Onder Bankiers. Over de tijd van Mohammed: K. Armstrong, Een geschiedenis van God; vierduizend jaar jodendom, christendom en islam, p 156
  5. Norbert Elias, Het civilisatieproces. Zie ook J Goudsblom, Nihilisme en cultuur en De sociologie van Norbert Elias; Wilterdink e.a., Samenlevingen, p 131 e.v. en W Ultee, Sociologie: vragen uitspraken en bevindingen, p 566 e.v. In cursussen over beschaving en verloedering ofwel civilisatie en decivilisatie bij de Hogeschool voor Ouderen HOVO heb ik dit thema behandeld samen met de antropoloog en Elias-deskundige Hans Ludwig, voormalig directeur van een asielzoekerscentrum.
  6. Ivan Illich, Naar een nieuwe levensstijl; E F Schumacher, Small is Beautiful en Gids voor de verdoolden, (naar het gelijknamige boek van de Joodse filosoof Maimonides, die sterk door de islam is beïnvloed), zie mijn bespreking van Marius de Geus, Filosofie van de eenvoud in nr 32. Zie ook Max Weber, The Sociology of Religion en The Protestant Ethic and the Spirit of Capitalisme; R Tawney, Religion ans the Rise of Capitalism over de rol van  religie en ethiek bij de economische ontwikkeling. Over fundamentalisme; Karen Armstrong, In naam van God. Zie ook haar andere studies: Een geschiedenis van God; De kwestie God en De islam, de geschiedenis van een wereldgodsdienst. Over geweld in religies, met name in offerdiensten: R Girard, God en geweld
  7. W Banning, Hedendaagse sociale bewegingen (1964), p 82 e.v.
  8. Bart Landheer, Pause for Transition: An Analysis of the Relation of Man, Mind and Society, p 31-33, in P Ransijn en N Schulte, Bewustzijn als bewapening, p 234.
  9. Zie o.m. Penguin Dictionary of Sociology, p 82, P Berger, Sociologie: een biografische opzet, p 266, P A Sorokin, Society, Culture and Personality, p 579, 581; H de Jager en L H Mok, Grondbeginselen der sociologie: gezichtspunten en begrippen.
  10. H J Störig, Geschiedenis van de wetenschap in Oudheid en Middeleeuwen, p 157-180, p 164, p 161-62. ‘De tweede erfgenaam [van de klassieke cultuur]: De wetenschap van de islam’. Zie ook L Aletrino, Zes wereldgodsdiensten, p 46.
  11. P Turchin, War, Peace and War: The Rise and Fall of Empires en ‘The Return of the Oppressed’ in Eon Magazine
  12. N Wilterdink, Samenlevingen (2003), p 81
  13. Idem, p 153-54