De Koerdische tragedie

Civis Mundi Digitaal #40

door Jan de Boer

Eind augustus dit jaar hebben de Verenigde Staten de Syrische Koerden, hun belangrijkste bondgenoot in de strijd tegen de Islamitische Staat  verraden. Voor de Verenigde Staten is het slechts een politieke  wending in een wrede oorlog. Voor de Koerden is het een fikse tegenslag in hun strijd voor hun emancipatie, hun onafhankelijkheid. Verraad kenmerkt overigens de hele geschiedenis van de Koerden.

Al ongeveer een eeuw instrumentaliseren de grote mogendheden  de ’Koerdische kwestie’ in hun Midden-Oosten politiek. Sinds die tijd laten de Koerden zich misbruiken in een tijdelijke alliantie met één van die grote mogendheden. Meestal duren die allianties niet langer dan één seizoen van diplomatiek-strategische activiteiten.

In 1920, direct na de EersteWereldoorlog , verdeelden de Europeanen onderling het ’stoffelijk overschot’  van het Ottomaanse rijk. Daarbij boog men zich ook even over het lot van de Koerden: een Indo-Europees volk verspreid wonend over Turkije, Irak, Iran en Syrië. Hun werd een ’autonome regio’ beloofd: een belofte die nooit is nagekomen. Integendeel, kort daarop werd in het verdrag van Lausanne alle Koerdische hoop op een eigen autonoom gebied de nek omgedraaid en bleven de Koerden één van de grootste ethnische minderheden ter wereld - een 30 miljoen mensen - die geen eigen staat hebben.

Deze niet gehouden belofte markeert de verdere geschiedenis van de Koerden. Begin jaren 1970 gedurende de ’Koude Oorlog ’ streden het Iran van de Sjah en het Irak van de Baath partij van Saddam Hussein, om de regionale macht. De Verenigde Staten waren de bondgenoot van Teheran, de Sovjet-Unie was de bondgenoot van Bagdad: het aloude geopolitieke principe van de vijand van mijn vijand is mijn vriend. De Sovjet-Unie hielp zo de Koerden in Iran, die tegen het bewind van de sjah streden en de Verenigde Staten stonden aan de kant van de Koerden in Irak die streden voor hun onafhankelijkheid. Een korte periode van ontspanning tussen Teheran en Bagdad dankzij bemiddeling van Algerije, betekende voor de Koerden even het tijdelijke einde van de steun van de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie.

Indachtig het gevleugelde woord van de jonge Franse koning Henri IV, eertijds protestant, die zich tot het katholicisme bekeerde: ’Parijs is wel een mis waard’, besloot kort geleden de Amerikaanse president Obama dat het bondgenootschap van de Verenigde Staten met Turkije wel zo belangrijk was dat om daaraan - in ieder geval tot op zekere hoogte - hun vriendschap met de Syrische  Koerden op te geofferen.

Gedurende ruim twee jaar brachten en brengen de Koerdische strijders van de Partij van de Democratische Unie, de PYD,  mannen en vrouwen, de Islamitische staat in het Noord-Oosten van het land keer op keer een nederlaag toe. Zij zijn er de moedigste bondgenoten van de Verenigde Staten en gesteund door de luchtmacht van de Amerikanen bevechten ze nu ik dit artikeltje schrijf, met succes de Islamitische Staat bij hun hoofdstad Rakka.

Gedurende deze gevechten hebben ze hun gezag gevestigd in een deel van het Syrische gebied van de Koerden ten oosten van de Euphraat langs de Turkse grens over een afstand van zo’n 400 kilometer. Hun doel is een brug te slaan en een verbinding te leggen naar de andere Koerdische gebieden ten Westen van de Euphraat. Een brug te ver voor Turkije die tot geen enkele prijs langs hun grenzen een autonome Koerdische regio willen met aan het hoofd de Partij van de Democratische Unie: de PYD gelieerd aan de PKK, de Koerdische separatisten, door Europa en de Verenigde Staten als terroristische organisatie gekwalificeerd.

Voor Ankara, sinds 1984 in oorlog  met de Koerden, is het project van de Partij van de Democratische Unie een strategisch gevaar. Het biedt immers de PKK een stevige basis in het achterland. Vandaar de inval eind augustus 2016 van het Turkse leger in Syrië die ook met vervolg-invallen slechts één doel hebben: het verjagen van de PYD uit de gebieden ten Westen van de Euphraat. De Verenigde Staten hebben deze operatie van het Turkse leger, militair en politiek, gesteund en hebben de PYD laten weten dat zij af moet zien van een  herenigde Koerdische regio. De honderden doden in de strijd tegen de IS gedurende 18 maanden ten spijt, heeft de PYD geen andere keus dan te gehoorzamen, wil ze de steun van de Verenigde Staten behouden..

Deze episode is tekenend voor de Koerdische geschiedenis. Washington wil de band met Turkije, lid van de NAVO, herstellen, die mee door de  Amerikaanse reacties op de mislukte opstand tegen de Turkse president Erdogan  fors is verslechterd. Rusland, dat het regime van Damas steunt, werkt ook samen met de PYD, heeft ook groen licht gegeven voor de Turkse interventie. Het Midden-Oosten is nu zowel voor de Witte Huis als voor het Kremlin heel wat belangrijker dan de Koerden met hun droom van een autonome staat.

Daarbij komt dat de Koerden intern verdeeld zijn: ook een historisch gegeven. De relaties van de  marxistische-feministische-communautaristische  PYD met de overheersende paternalitische  Koerdische Partij , de PDK van Massoud Barzani in Irak,  zijn uitermate slecht. De relatieve autonomie van de Iraakse Koerden hangt politiek en economisch  sterk af van Turkije.

De verhoudingen tussen de Syrische en Turkse Koerden  zijn ook gecompliceerd. De banden tussen de PKK en de PYD mogen dan formeel sterk zijn, de PKK speelt ook een spel met de PYD. De terroristische acties van de PKK in Turkije versterken de oorlog met Ankara dat op zijn beurt daarmee de inval van het Turkse leger in Syrië rechtvaardigt. President Erdogan heeft laten weten dat hij met dezelfde vastberadenheid als tegen de Islamitische Staat de in zijn ogen  terroristische PYD zal bestrijden.

Blijft de open vraag of de Verenigde Staten hun Koerdische bondgenoten, geprezen voor hun heldendom en opofferingsvermogen, blijvend en totaal in de steek kunnen laten.