Bewustzijn en non-dualiteit in ons dagelijks leven

Civis Mundi Digitaal #47

door Patricia van Bosse

Frank Los, http://www.visueel-faciliteren.nl/author/frank/page/19:

“Voordat ik Advaita Vedanta leerde kennen dankzij Joanika Ring had ik al heel wat bellen horen rinkelen. Door mijn lastige jeugd was ik als kind van 8 al een zoeker. Advaita vedanta liet mij zien waar de klepel hing en legde alle puzzelstukjes netjes voor me neer... Ondertussen gaat mijn zelfonderzoek verder. Snappen is 1. Dat is niet zo moeilijk. Doordrongen raken duurt langer. Dat heeft gewoon tijd nodig. Het heeft geen haast... Advaita Vedanta is de meest ruimdenkende filosofie die ik ooit tegen ben gekomen... Advaita Vedanta staat geen kokerblik toe. Zelfs als van het hele verhaal niks zou kloppen is het nog een gezonde filosofie om naar te leven.”

 

Bewustzijn en non-dualiteit in ons dagelijks leven

Patricia van Bosse

In de vorige afleveringen van Civis Mundi staat een reeks artikelen van Hans Komen over bewustzijn vanuit het perspectief dat het energie is. Hij ztte uiteen hoe dit begrip voorkomt bij verschillende filosofen uit het Westen en het Oosten, in de kwantummechanica en de neurofysiologie. Dit heeft een schat aan informatie en vele inzichten opgeleverd. [1]

Dit artikel heeft een andere invalshoek, die een aanvulling kan geven. Het gaat niet over bewustzijn als materiële of immateriële energie, maar over hoe we onszelf ervaren we in verschillende situaties,  welke vormen onze subjectiviteit kan aannemen.

Deze twee benaderingen: bewustzijns als energie enerzijds en subject-object relaties anderzijds vallen niet samen. We gaan in op de wijze waarop we onszelf zijn aan de hand van de Indiase filosofie van de Advaita Vedanta. Daar speelt het onderscheid  tussen ’dat wat ziet en dat wat gezien wordt’, het subject en het object, een essentiële rol. Het doel van dit onderscheid is uiteindelijk de realisatie van non-dualiteit: een situatie van ’niet (af)gescheiden zijn’. Deze realisatie is niet uit te drukken en onuitsprekelijk, omdat alles waarmee het aangeduid kan worden weer gebruik maakt van onderscheidingen. Als wij onszelf, leven en wereld als een geheel te ervaren heeft dit vergaande implicaties voor ons mensbeeld.

 

De Advaita Vedanta filsofie

De laatste van de 6 traditionele scholen van de Indiase filosofie is Advaita Vedanta. Advaita is het Sanskriet woord voor non-dualiteit, de afwezigheid van twee-heid, van scheidingen. A=niet en Dwa=twee, etymologisch dezelfde wortel. Vedanta betekent het einde (anta) van de Veda’s, de oude heilige Indiase geschriften, dat wat na de Veda’s komt..

De Upanishaden, opgeschreven in de 8e tot 6e eeuw v. C,  worden beschouwd als de oudste bronnen van Advaita Vedanta. Zij bevatten de leringen van de ’woudscholen’. Kleine groepen leerlingen kwamen op een ’ashram’ of spiritueel centrum bijeen rondom een leraar. Het Sanskriet woord upanishad wijst op het vertrouwelijk zitten bij de leraar om door hem onderricht te worden. Upa=neer, ni=nabij, shat=zitten: aan de voeten dichtbij de meester zitten. De teksten werden eerst als esoterisch beschouwd, maar zijn later aan de Vedische literatuur toegevoegd.

De Bhagavad Gita, opgeschreven rond onze jaartelling, vervult in India de functie van heilig boek. Er zijn veel noties uit de Upanishaden in terug te vinden. Het Boeddhisme kreeg in India ook voet aan de grond. Boeddha was een Indiase prins, die afweek van de bestaande filosofische scholen. Later volgde een renaissance waarbij werd teruggegaan naar de Vedische bronnen en verdween het boeddhisme bijna geheel uit India. De filosoof Shankara (5e eeur v Chr en/of 8eeeuw na Chr.) heeft een belangrijke rol gespeeld bij die renaissance. Hij wordt beschouwd als de eigenlijke grondlegger van de AdvaitaVedãnta als filosofie. Na Shankara blijft Advaita Vedanta een belangrijke stroming. Tegenwoordig denkt men bij Indiase filosofie vooral aan de Vedanta. [2]

 

De basale vraag; Shankara en leerlingen, nabij hem zittend: de letterlijke betekenis van Upanishad

 

Latere geschiedenis van Advaita

Vanaf het einde van de achttiende eeuw verschijnen er in het Westen vertalingen van Oosterse teksten, waaronder de Upanishaden. Een aantal filosofen en dichters aan het begin van de Romantiek, rond 1800, hadden er veel waardering voor. Met name Schopenhauer was zeer enthousiast. Hij zei over de Upanishaden:.‘Deze zijn de troost van mijn leven geweest en zal dit ook van mijn sterven zijn.’ [3]

In de 20e eeuw zijn Indiase leraren naar het Westen gekomen. Ook de theorie van de Transcendente Meditatie beweging is een verwoording van Advaita Vedanta. In India hebben leraren als Ramana Maharishi en Nisargadatta Maharaj veel westerse leerlingen gehad. Zie over hen genoemde artikelen van Hans Komen

Op dit moment is het onderricht in Advaita of non-dualiteit in India en in westerse landen gemakkelijk te vinden. [4] Er zijn geregeld leraren die ’satsangs’ geven, bijeenkomsten (sat=zijn, sang=samen, dus samenzijn) waar gepoogd wordt door vragen en antwoorden tot inzicht te komen. Er zijn vele boeken, publicaties en tijdschriften over deze stroming. [5]

 

Soms gaat het in de bijeenkomsten om een min of meer gepopulariseerde vorm die ook wel Neo-Advaita genoemd wordt. De stijl van lesgeven is vaak losgekoppeld van de oude traditie. Het is mogelijk om dit onderzoek naar het zelf uit te voeren los van de oude traditie, omdat het uitdrukkelijk gaat om eigen inzichten en ervaringen. Bovendien gaat men bij het doen van zelfonderzoek ook al snel voorbij aan culturele invloeden. Er zijn ook leraren die zich zich wel duidelijk op de oude traditie baseren. Anderen doen dat in enige mate. Dat iedereen er op zijn eigen wijze uitdrukking aan zal geven vloeit voort uit de aard van deze niet dogmatische ’leer’ die op zelfonderzoek en eigen ervaring is gebaseerd.

 

Uitgangspunten van Advaita

De belangrijkste stelling is dat de hoogste waarheid van het eigen zelf-zijn, het uiteindelijke zelfbewustzijn in de mens, Atman, identiek is met het absolute zijn ofwel de oergrond (Brahman). Brahman is de oorsprong van alles, dat wat alles draagt, alles mogelijk maakt, alles doordringt, maar ook transcendent is aan kosmos en wereld. In tweede instantie wordt de mens als belichaamde ziel met al zijn relatieve kenmerken en de relatieve wereld waarin hij leeft verbonden met deze primaire identificatie.

 

De vier mahavakya’s, de grote uitspraken, zijn een korte samenvatting van deze leerstelling. Ze zijn:    Ik ben Brahman, Atman is Brahman, Bewustzijn is Brahman, Jij bent Dat.[6] Deze uitspraken komen voor in de vroege Veda’s, en worden in verschillende Upanishaden als de centrale boodschap gepresenteerd.

Dit samengaan van de oergrond van de schepping, bewustzijn en de relatieve vormen is non-dualiteit.  Het wordt gezien als de uiteindelijke werkelijkheid en is onuitsprekelijk. Het kan echter  wel ervaren worden.  Dit in te zien op een levende en duidelijke manier betekent de bevrijding. In het Indiase denken betekende het ook de bevrijding van alle beperkende banden van de handelingsresten (karma) en van de wedergeboorte (samsa╠éra).

In Oosterse tradities is het doel bevrijding of verlichting.  Teksten, wat leraren en guru’s hebben gezegd valt te bezien tegen deze achtergrond. Het gaat om een directe eigen ervaring en realisatie. M Mentale en intellectuele uiteenzettingen zijn er om dit proces te faciliteren. Tegen de achtergrond van dit verder gelegen doel, is er het besef dat woorden relatief zijn en dat iedere benadering relatief is. Eeuwen voor het postmodernisme in onze westerse cultuur tot eenzelfde conclusie kwam, is in India een spirituele variant geformuleerd.

 

Non-dualiteit in andere tradities

Hety inzicht in non-dualiteit als uiteindelijke werkelijkheid is op vele plaatsen te vinden. In andere oosterse richtingen als het Taoisme en het Boeddhisme zijn het centrale noties. Met Zen en Dzochen zijn de overeenkomsten groot.  Eigenlijk is non-dualiteit de ’hoogste werkelijkheid’ in vrijwel alle mystieke richtingen van alle godsdiensten. De verwoording van Meister Eckhart ademt bijvoorbeeld sterk dezelfde inspiratie als Advaita.

Steeds wordt over de non-duale werkelijkheid gezegd dat het onbeschrijfelijk is. Maar de methodes, hoe daar te komen, lopen uiteen. Ook de woorden die gebruikt worden om het aan te duiden  verschillen. Op filosofisch niveau blijven discussies doorgaan. Er wordt bijvoorbeeld al eeuwen gesproken door Boeddhisten en Advaitisten of leegte en bewustzijn naar hetzelfde verwijzen.

 

  

 

Non-dualiteit in het dagelijks leven

Non dualiteit is een nogal ongrijpbaar begrip. Omdat gesteld wordt het een natuurlijke toestand is, die aan alles vooraf gaat, kunnen we het non-duale karakter van bepaalde situaties in het dagelijks leven herkennen.

Een gesprek is een voorbeeld om aan te duiden dat verschillende werkelijkheden kunnen samengaan in gewone situaties. Twee mensen praten, er is een gezamenlijke werkelijkheid, maar tegelijk en probleemloos blijven de verschillende individuen zichzelf. Dit is al enigszins een non duale situatie. Een ander voorbeeld van ’dagelijkse non-dualiteit’ is de dubbelzinnigheid van onze ervaring van ons lichaam. Op het ene moment zijn we ons lichaam,  we identificeren ons met ons lichaam. Een volgend moment kunnen we het als een object beschouwen, dan zeggen we dat we een lichaam hebben. Deze situaties lopen in ons dagelijks leven steeds door elkaar.

In een toestand van ontspanning toont zich de werkelijkheid als nonduaal, hoewel we dat meestal  niet zo benoemen noch er een waarde aan toekennen. Stelt u zich maar een moment voor tijdens een vakantie. U hoeft niets, zit bijvoorbeeld aan zee met een ruim uitzicht, het weer is plezierig, alles werkt mee om tot rust te komen en alle specifieke impulsen verdwijnen. Stilte ontstaat in de geest en de werkelijkheid krijgt een non duaal karakter. Verlangens zijn verdwenen, er is vrede, ruimte.  Het is eigenlijk niets om over naar huis te schrijven, behalve rust en vrede. Omdat we zo gewend zijn om op beweging en specifieke dingen te letten in plaats van op de ruimte waarbinnen alles plaatsvindt ervaren we het als niets bijzonders.

Steeds zal op momenten waarop we de gebruikelijke spanning van onze identificaties loslaten de werkelijkheid een non duaal karakter krijgen. Als we gaan slapen laten we alle structureringen los en geven ons over aan ontspanning. Daarbij verliezen we meestal het heldere bewustzijn. U kunt eens proberen te ervaren vlak voor het in slaap vallen welke innerlijke beweging u dan maakt en opmerken hoe uw werkelijkheid verandert.

Als we wakker worden is er altijd een kort of langer moment dat we in een ongestructureerde werkelijkheid zijn. Wie heeft ooit meegemaakt op een vakantie dat het even duurt voor men weet waar men ook al weer is? De gewone manier van het ervaren van de wereld met het besef van de tijd, waar we zijn, wie we zijn etc bouwen we meestal snel weer op. Omdat we gericht zijn op de concrete vormen en gebeurtenissen missen we deze onderliggende realiteiten. Er was immers niets.

Het is de nul-toestand van onszelf. Deze blijft meestal niet bewust bewaard als we weer in actie komen en bepaalde doelen nastreven. Voor zover dat wel zo is, gaat het handelen vanzelf en spontaan, in een flow. Het komt overeen met wat in het Taoisme woe-wei, letterlijk niet-doen heet: handelen zonder handelen. Er is niet een ik dat iets doet, maar alles wat moet gebeuren, wordt als vanzelf gedaan. Ook deze werkelijkheid zal voor velen vertrouwd zijn. Wie heeft zoiets niet meegemaakt? Het kan als bijzonder en plezierig ervaren worden, maar vaker is het zo gewoon dat we het over het hoofd zien. 

 

Be with the flow. Het kan ook rustiger, afhankelijk van omstandigheden en gemoedsbewegingen

 

De leerweg van non-dualiteit

Non-dualiteit heeft te maken met loslaten van gedifferentieerde structuren van de werkelijkheid en van onze identificaties met bepaalde vormen van onszelf. Dit loslaten gebeurt bij ontspanning. In principe is het een directe weg. Het enige dat nodig is, is inzicht of het herkennen van een bepaalde manier van ervaren van de werkelijkheid. Helder wakker, duidelijk waarnemen en het ontspannen van de gewoontepatronen zijn essentieel. Het ’inzicht’ waar het om gaat, is dat non-dualiteit de meest oorspronkelijke werkelijkheid is waar de wereld van verschillen zich in voordoet zonder de non-dualiteit te verstoren.

Om dit inzicht te verwerven wordt in de jnana yoga, de yoga van kennis, zorgvuldig nagegaan hoe waarnemen en kennen verloopt. Bekend is stellen van de vraag ’wie of wat ben ik’ in verschillende situaties. Dit is niet te vergelijken met het zeggen van een mantra. Het is een fenomenologisch onderzoek naar de situatie die zich voordoet wat betreft het zelf-zijn. Essentieel is het onderscheidingsvermogen ontwikkelen om uit elkaar te halen ’wat ziet en wat gezien wordt’ [7]

In tweede instantie kan een grote variëteit aan hulpmiddelen worden gebruikt: meditatie, fysieke yoga, karma yoga, de yoga van het (juiste) handelen, devotie of bhakti yoga. Dit is voor de helderheid en scherpte, die nodig is om in te zien wat de conditioneringen in het eigen innerlijk zijn en daaraan voorbij te gaan.

 

Vormen van onszelf

Steeds gaat het onderzoek om het zich bewust worden van de ’zijnssfeer’: de manier waarop je zelf aanwezig bent. In de ervaring blijkt dat we als zelf, als subject, steeds verschuiven als de instelling van onze aandacht verschuift. We kunnen ons op iets focussen of globaal aanwezig zijn, ons gevoel van zelf verandert mee. We kunnen ons standpunt meer naar binnen brengen en ons terugtrekken in ’de waarnemer’: dan zijn we vrij van alle verschijnselen. We kunnen echter ook helemaal in het Zijn opgaan en ons in principe met de hele kosmos identificeren en met alles wat daarin gebeurt. We kunnen de afstand van onszelf tot dat we waarnemen groot maken, dan zien we een objectieve wereld: de ’harde’ werkelijkheid van de materiële wereld.

Maar het is ook mogelijk ons in meer of mindere mate te verbinden met ons object van aandacht. Dit doen we steeds in contact met anderen en ook als we proberen dingen te begrijpen en te interpreteren. We kunnen de intensiteit van de aandacht versterken, dan vervalt de ruis van allerlei gevoelens en associaties en hebben we aandacht voor wat er in het moment is (mindfulness). Het blijkt dat we een groot gedeelte van de tijd ons lichamelijke bestaan vergeten en opgaan in onze gedachten en gevoelens, in subtiele energieën. Dan hebben we het zwaartepunt van onszelf in subtiele gevoelens en gewaarwordingen. 

Al deze verschillende situaties vaststellen of opmerken is in dit leerproces het belangrijkste.  Als we ons van deze mechanismes van ons bewustzijn bewust worden, ontstaat een nieuwe en grotere innerlijke ruimte waarin de spanning, de vastgehouden energie van gewoontepatronen kan oplossen. Als dit proces zich voortzet, komen grenzen in zicht, waar de vanzelfsprekende structureringen van de wereld wegvallen. We komen in aanraking met onbegrensd bewustzijn zonder inhouden, waarvan we kunnen vaststellen dat het onze eigen ’sfeer’ is en in onszelf bestaat. Omdat er geen vormen meer zijn, is het niet mogelijk er afstand van te nemen, om iets te objectiveren. Het is bewust Zijn. Bewustzijn dat zich  bewust is geworden van zichzelf.

In de ervaring is het de vervulling van waar we naar gestreefd hebben en wat we verlangd hebben. Het is uit zichzelf lichtend (self-effulgent) en maakt het mogelijk dat al het andere gezien wordt. In de Indiase filosofie wordt het sat-chit-ananda genoemd: Zijn, bewustzijn en geluk. Deze realisatie kan aanwezig blijven, als zich weer vormen en inhouden voordoen, als de vaststelling helder bewust heeft plaats gevonden.

De realisatie of het inzicht in nondualiteit manifesteert zich als deze ervaringssfeer zo sterk aanwezig blijft, dat zich een omkering voordoet: het is niet meer zo dat we ons in eerste instantie een persoon voelen omringd door een buitenwereld, maar de wereld verschijnt binnen de sfeer van het zelf. Alle verschillen zijn er, maar ze zijn relatief ten opzichte van de diepere ervaring van wat men zelf is en wat alles in de waarneming is. Het is één geheel, waarbinnen alle bewegingen van energie zich manifesteren. Door verschillende exponenten van non-dualiteit wordt dit aangeduid als openheid, beschikbaarheid, kennendheid, ontvankelijkheid, de stille achtergrond.

Oorspronkelijk zag men de mogelijkheid om de leer te begrijpen alleen in een vertrouwelijke relatie tussen leraar en geselecteerde leerlingen. Meestal was al een lange weg afgelegd voor men bij een leraar kwam die deze ’hoogste kennis’ onderwees. De leraar zal zijn aanpak hebben aangepast aan de ervaring en eigenschappen van de leerling.

In deze tijd is er vaak nauwelijk sprake van een voorbereiding op het verwerven van dit inzicht. De voorafgaande ontwikkeling de leerlingen eerder hebben doorgemaakt kan uiteenlopen. De belangstelling voor dit leerproces is vaak de enige vorm van (zelf)selectie.

 

De realisatie

Hoewel betrekkelijk zeldzaam zijn er toch veel voorbeelden van mensen die deze realisatie hebben. Wat zijn de kenmerken daarvan?  Het is te beschouwen als een radicaal loslaten van alle vastgehouden, patroonmatige energieën die met het persoonlijke leven te maken hebben en die zich vervolgens oplossen. Daarom is er een openheid voor alles wat zich aandient, een overgave aan wat zich in het grote spel van energieën voordoet.

De ego-functies zijn echter niet vernietigd. Er zal zich een normaal functioneren van een persoon voordoen,  zonder dat er echter een specifieke innerlijke binding is met het knooppunt van energie dat ’een persoon’ is. Van buiten zal het gedrag er wellicht niet veel anders uitzien dan van anderen. De innerlijke ervaring van leven en handelen zal echter wel flink verschillen. Volgens de getuigenissen is er vrijheid, een van niets in de buitenwereld afhankelijke voldoening en geluk, een zich thuis voelen in alle situaties, een afwezigheid van angst.

Als er openheid is voor alle energetische bewegingen in de werkelijkheid en harmonie van de eigen plek in de kosmos met al de andere bewegingen zal een mens die non-dualiteit gerealiseerd heeft, doen (door niet te doen) wat past bij hem of haar op dit moment in dat kosmische spel. Zo iemand kan zich wrijvingsloos voegen naar zijn lot en zijn eventuele opdracht. Er is niets over te zeggen wat zo iemand zal doen in zijn leven. Het kan van alles zijn. Van buitenaf is het moeilijk er een oordeel over te vellen.

 

De menselijke conditie

De menselijke conditie is veelvuldig beschreven als gebroken, onaf etc. De veronderstelling is dat er innerlijke tegenstrijdigheden zijn tussen gevoel en verstand, hart en hoofd, zelf en de ander, mens en god etc. Met het idee van non dualiteit lijkt het echter dater een andere mogelijkheid is hoe ons de menselijke conditie voor te stellen. Voor geluk is men niet meer afhankelijk van dingen, relaties, eer en aanzien, macht etc. We blijven wel aan het leven inclusief al deze aspecten deelnemen. Het krijgt echter de vorm van een expressie die voortvloeit uit innerlijke overvloed. Er zijn geen zware belangen meer, maar het leven wordt meer een spel. Stel dat deze manier van ervaren gemeengoed zou worden, hoe anders zou de wereld zijn!

De kennis is aanwezig, er is een filosofische doordenking beschikbaar. Het gaat om een leerproces dat tot op zekere hoogte iedereen kan doormaken. Wat wel leren op weg naar non-dualiteit blijkt een weldadig effect te hebben. Er is praktische ervaring opgedaan hoe het te onderwijzen. Wat let ons.

 

 

Noten

[1] Zie serie Wat is Bewustzijn van Hans Komen in CM 40-46

[2] Een korte geschiedenis van Advaita Vedanta is te vinden op de website www.advaitacentrum.nl

[3] Christopher Janaway, Schopenhauer,  blz 27/28; H J Störig, Geschiedenis van de filosofie, Schopenhauer.

[4] Zie voor Nederland bv de website www.satsang.nl

[5] Zie bv diverse uitgaven van uitgeverij Advaita, uitgeverij Samsara, het tijdschrift Inzicht, opgericht door wijlen Douwe Tiemersma, voormalig filosofiedocent aan de Erasmus Universiteit.

[6] De vier mahavakya’s zijn de volgende: aham Brahman asmi: Ik ben Brahman, Ayam Atman Brahman: Het Zelf is Brahman, Prejnanam Brahma: Bewustzijn is Brahman, en Tat tvam asi: Dat ben jij.

[7] Drig-drishya-viveka, Het onderscheid tussen dat wat ziet en dat wat gezien wordt. Ook wel Vidya-sudh genoemd: de nectar-woorden, of iets anders vertaald: de essentie van het onderricht. Het is een tekst over het onderricht in Advaita en toegeschreven aan Shankara, maar waarschijnlijk is het van Bhat Tirtha, de Jagad-guru uit de 14e eeuw van het door Shankara gestichte Shringeri-klooster.