Hoe redelijk en autonoom zijn we? Onbewuste invloeden op bewust gedrag

Civis Mundi Digitaal #51

door Patricia van Bosse

Dit artikel is mede ingegeven door de constatering dat er in de media en daarbuiten, ook in Civis Mundi en in ons privé-leven, allerlei emotionele discussies worden gevoerd met ogenschijnlijk rationele argumenten. Bij nader inzien spelen veel irrationele aspecten die voortkomen uit dieperliggende emoties van angst en bedreiging een rol. Deze staan een redelijke discussie in de weg. Ook in de politiek spelen emoties als angst of al te graag willen scoren een grote rol, terwijl het op het oog lijkt dat de discussie op een redelijke manier gevoerd wordt. Het is goed om onder ogen  te zien dat onbewuste drijfveren in wisselwerking treden met ons bewuste denken. We zouden daar alert op moeten zijn, als we op een goede manier onze ideeën willen uitwisselen. Hierbij daartoe een bijdrage vanuit recent onderzoek en moderne inzichten.

Mensen zijn complexe wezens. Wat betreft ons denken staan we bovenaan de ladder van de evolutie. Onze emotionele aard en onze lichamelijke werkelijkheid hebben we deels gemeen met de dieren. Hoewel het begrip ziel vrijwel in onbruik is geraakt, werd het in de voorbije eeuwen ook steeds als een essentieel onderdeel van de menselijke aard gezien. In de geschiedenis en in verschillende culturen zien we een verscheidenheid van manieren om onze samengestelde aard te beschouwen. Bijvoorbeeld de traditionele christelijke indeling in lichaam, geest en ziel. In de Indiase tradities worden nog meer lagen onderscheiden [1]. In onze tijd geven ook de resultaten van wetenschappelijk onderzoek ons informatie over de verschillende aspecten van onszelf. Dit artikel gaat over de wisselwerking tussen ons bewustzijn en onderbewustzijn aan de hand van  psychologische onderzoek en  neurofysiologische inzichten bij enkele moderne schrijvers .

 

 

Michelangelo’s De Creazione di Adamo (De schepping van Adam) werd in 1511 voltooid en is een centrale compositie op het plafond van de Sixtijnse Kapel. We zien het eeuwige vloeien van het goddelijke in de mens en het eeuwige streven van de mens naar het goddelijke. Dit idee was fundamenteel bij de humanistische herwaardering van mens en aarde die in de Renaissance plaatsvond. Zonder deze herwaardering had het moderne tijdperk niet zijn vleugels kunnen spreiden. (Wikipedia)

 

Bewustzijn in de moderne tijd: het autonome zelf

Globaal gesproken ligt in de moderne tijd het zwaartepunt van wat we als onszelf beschouwen in ons bewuste zijn, ons redelijke denken. Dat heeft de touwtjes in handen en beschouwen we vooral als ons ik. Wat het ik wil, bepaalt het gedrag, het zet een koers uit, neemt de beslissingen, vormt meningen en velt oordelen. We denken dat ons bewustzijn ons intelligent en redelijk maakt, het onderscheidt ons van de dieren. Termen als wijsheid, verantwoordelijkheid en verstandigheid associëren we met bewustzijn. Hoe meer echter bekend wordt over het functioneren van ons bewustzijn op grond van wetenschappelijk onderzoek, hoe meer duidelijk wordt dat de rol van het bewustzijn is overschat. Het onderbewuste  regelt ons leven en doet meer dan het bewuste ik. De resultaten daarvan ’vallen als rijpe appels in de schoot van het bewustzijn’. Het bewuste zijn wordt geïnformeerd over de uitkomst van dat werk en verzint er vervolgens het verhaal bij dat iemands bewuste zelf al deze taken voor elkaar heeft gekregen. [2]

Onze hedendaagse opvatting dat we een autonoom zelf zijn, dat vooral samenvalt met ons redelijke denken, ligt ten grondslag aan hoe we onze samenleving hebben ingericht.  Ons onderwijssysteem is er vooral op gericht ons bewuste denken te ontwikkelen. Ons juridisch systeem gaat uit van een verantwoordelijk individu met een vrije wil. Het idee van de autonome mens die recht heeft op zelfbeschikking is (voor niet christelijke partijen) het uitgangspunt voor de politieke discussies over euthanasie en voltooid leven. Modellen in de economie waarop beleid gebaseerd wordt dat ingrijpende gevolgen heeft voor de hele wereld, gaan uit van de homo-economicus, het rationeel beslissende individu dat op zijn grootste voordeel uit is. Dit mensbeeld ligt ten grondslag aan het neoliberalisme met zijn overmatige vertrouwen in de onzichtbare hand van de markten, dat de sociale ontwikkelingen in de laatste decennia ingrijpend heeft beïnvloed. Omdat we onszelf zo superieur vinden door ons redelijke en intelligente bewustzijn, hebben we er geen moeite mee om dieren in de bioindustrie volstrekt ondergeschikt te maken aan onze belangen. Hetzelfde geldt voor andere ecosystemen opzij aarde.

 

Vrije wil

Toen neurofysiologisch onderzoek liet zien dat impulsen om te handelen niet in het bewustzijn ontstaan, maar eerder zichtbaar zijn in onbewuste hersenactiviteit, laaiden de discussies op over de vraag of de vrije wil nu wel of niet bestaat. Boeken als We zijn ons brein van Dick Swaab en De vrije wil bestaat niet van Victor Lamme bereiken een breed publiek. Als het aan hen ligt, is de vrije wil een illusie. Maar dan wankelt ook het fundament onder de inrichting van onze maatschappij. Anderen, met name filosofen, zeggen dat er uiteraard wel correlaties zijn tussen hersenactiviteit en ons handelen, maar dat de genoemde neurowetenschappers veel te snel zijn met het trekken van conclusies. Ook in Civis Mundi zijn er meerdere artikelen aan dit onderwerp gewijd. [3]

In dit artikel laat ik deze discussie met zijn voor- en tegenstanders voor wat hij is, het gaat er mij  om de beperkingen van het beeld van de autonome mens te laten zien en zicht te krijgen op de dynamische relatie tussen bewustzijn en onderbewustzijn. Later in dit artikel bij de bespreking van het boek van de filosoof Slors, Dat had je gedacht komen we nog wel even terug op het al dan niet hebben van een vrije wil.

 

De Verlichtingstijd: Descartes

Sinds de Verlichting hebben we ons bewuste, redelijke denken nogal op een voetstuk gezet.  Al vanaf de oude Griekse filosofen was de rede zeer nastrevenswaardig voor de mens, maar het was lang een vanzelfsprekend gegeven dat er een onderbewustzijn was dat eveneens belangrijke invloed uitoefende. Zie bijvoorbeeld Plato’s mythe van de wagenmenner, die ook in de Indiase Upanishaden staat, waarbij de paarden onze driften en hartstochten voorstellen in onze samengestelde aard [1].

Hoewel er altijd verschillende oorzaken zijn voor sociale verschijnselen,  kunnen we naar Descartes’ invloed wijzen op de grote waardering van het bewustzijn.  Hij is uiteraard niet als enige verantwoordelijk voor de overschatting van het bewuste redelijke denken, maar heeft tot dusver een sterke invloed uitgeoefend. De tijdgeest, het collectieve bewustzijn van de moderne tijd, kreeg als het ware vorm in zijn visie. 

Descartes was in de beginperiode van de wetenschappelijke revolutie zeer productief op diverse vakgebieden. Ook stelde hij zich de metavraag wat geldige kennis was. Om dat te onderzoeken trok hij alles in twijfel. Dat wilde hij heel radicaal doen en zo verwierp hij alle zintuiglijke kennis, alles wat in het denken opkomt, wat we voelen of wat we uit overlevering weten. Nooit weten we zeker of we op deze manier werkelijk zekere kennis verkrijgen. Er zou een bedrieger aan het werk kunnen zijn die ons een werkelijkheid voortovert die er niet echt is. Maar aan een ding kan ik niet twijfelen: aan het feit dat ik besta en over deze vragen denk. Zo kwam hij tot de uitspraak ’ik denk dus ik ben’. Het ik en het denken dat hij hierbij voor ogen had, is het actuele denken hier en nu, het bewuste denken. Niet bewuste mentale activiteit bestond voor hem niet, er was bewust denken en verder  alleen automatische reacties.

Er zijn in zijn opvatting twee types werkelijkheid: de res cogitans, ofwel het bewustzijn, en de res extensa, de materie. In zijn eigen tijd was er al veel kritiek op deze opvattingen. Toch heeft het een enorme invloed gehad. Deze identificatie van het ik met het bewuste denken en de onoverbrugbare kloof tussen bewustzijn en lichaam werkt tot op de dag van vandaag door. Hersenwetenschappers gaan in feite nog steeds van dit model uit.  De discussies of we nu wel of niet een vrije wil hebben hangen er mee samen. [4]

De cartesiaanse visie kenmerkt zich door een bepaalde, maar zeker niet de enig mogelijke instelling van onze aandacht. Als we sterk afstand nemen van de verschijnselen, zien we die als objecten waarmee geen relatie is. Dan kunnen we natuurwetten waaraan deze objecten onderworpen zijn ook op het spoor komen. Dit is precies wat de wetenschap doet. Gezien de ongelofelijke successen van wetenschap en technologie is het niet zo verwonderlijk dat deze stijl van naar de wereld kijken ook  onze werkelijkheidsbeleving is gaan bepalen. Het is samengegaan met een materialistische visie op de werkelijkheid, die betrekkelijk algemeen is geworden.

 

Descartes 1596-1650 en zijn huis aan het Rapenburg in Leiden waar hij woonde in 1640. Zijn beroemde Meditationes  schreef hij in Nederland.           

 

In de zich verder ontwikkelende Verlichting bleef het vertrouwen in de redelijkheid en de autonome mens groot. We moeten echter bedenken dat dit idee destijds een bevrijding betekende van het geloof in een almachtige God die het leven bepaalde en waaraan de mens zich ondergeschikt voelde. Denk aan de bekende formulering van Kant: sapere aude, durf te weten. De mens kan en zou zich om moreel goed te leven moeten bevrijden uit zijn onmondigheid. Noch voor Kant noch voor Descartes was God echter  dood, zoals later voor Nietzsche, hoewel deze tot het laatst zocht naar God of een substituut daarvoor. Maar de autonomie van de mens was destijds een relatief gegeven. Er was nog geen materialistisch universum waarin we als autonome individuen ronddolen zonder dat we een clue hebben wat de zin van dit alles is. 

 

Het oude onderbewustzijn: Freud

Waarschijnlijk is onze eerste associatie bij het woord onbewuste: Freud. Inderdaad heeft hij een belangrijke rol gespeeld om het onderbewustzijn als onderdeel van ons mens-zijn weer een plaats te geven. Maar hij was niet de enige. Filosofen als Schopenhauer Nietzsche en Bergson zijn hem voorgegaan. We laten de geschiedenis van de term nu verder voor wat hij is, ook zijn werk steunde op dat van anderen.  Zo komt de beroemde metafoor van de ijsberg van een voorloper van Freud,  Fechner.

Freuds visie bouwt nog voort op een beeld van de mens dat beïnvloed is door Descartes. Hij stelt immers het bewuste ik, het ego, tegenover het onbewuste id of Es. De identificatie van ons zelf met het bewuste ego was in overeenstemming met Descartes. Maar hij erkent wel dat onbewuste activiteit in onze geest belangrijk is.  Dijksterhuis evalueert Freuds werk zo: ’Er is veel in zijn algemene theoretische geschriften dat heel modern aandoet. Hij is echter beroemd geworden met zijn klinische, psychoanalytische werk, waar veel kritiek op is gekomen. Heel kort samengevat is voor Freud het onderbewustzijn een vergaarbak van verdrongen gevoelens, infantiele dierlijke driften en traumatische herinneringen’.[5] De invloed van Freuds werk op de ontwikkeling van theorieën over ons psychisch functioneren en het bewustzijn is zeer groot geweest.

 

 

Het nieuwe onderbewustzijn

Hoe ziet u zichzelf vooral? Als de baas in het brein, als de kapitein op het schip van uw leven? De kans is groot dat dit zo is. Deze aanduidingen van ons bewuste zijn, ons verstand en rede blijken echter niet erg realistisch te zijn. Er zijn diverse onderzoeken gedaan waaruit blijkt dat onderbewuste processen in veel grotere mate ons gedrag bepalen dan onze bewuste intenties.  We denken wel dat deze ten grondslag liggen aan onze gedragingen, maar het blijken in feite rationalisaties te zijn, verhalen die wij achteraf vertellen als verklaring voor onze gedragingen.

 Ap Dijksterhuis, (hoogleraar psychologie van het onbewuste in Nijmegen) heeft in zijn zeer succesvolle boek  ’Het slimme onderbewuste’  aan de hand van een hele serie  onderzoeken laten zien hoeveel we uitbesteden aan onbewuste mentale processen. Dit noemt hij het nieuwe onderbewustzijn. Het is iets heel alledaags en ons allen zeer welbekend. In het spraakgebruik noemen we het de automatische piloot. Denk aan hoe we tijdens het autorijden een gesprek voeren, op tijd stoppen voor een stoplicht en weer optrekken. Of in een supermarkt met een boodschappenwagentje anderen ontwijken, terwijl we ons boodschappenlijstje afwerken.  Hoeveel is er niet geautomatiseerd bij een activiteit zoals lezen?

Dijksterhuis definieert het onbewuste zo: alle psychologische processen waarvan we ons niet bewust zijn, maar die ons gedrag (of denken of emoties) wel beïnvloeden. Het onbewuste wordt ook wel vergeleken met een butler die de tent draaiende houdt en eigenlijk slimmer én machtiger is dan zijn baas. Wat betreft het verwerken van informatie lijkt ons bewuste zijn op een ouderwets telraam, terwijl het onderbewustzijn een geavanceerde computer is. Wat maakt dat het onbewuste zo veel meer doet en kan dan het bewuste? Neurologisch onderzoek laat zien dat de verwerkingscapaciteit van het onbewuste 11.200.000 b/s aan impulsen zonder moeite aan kan. Ons bewuste denken kan maar 60 b/s verwerken. Bij moeilijke beslissingen kan het bewustzijn de hoeveelheid informatie niet meer helder op een rij krijgen, zeker als er sprake is van veel informatie of grote tijdsdruk. Op dat moment is het onbewuste wel in staat om die informatie op te nemen en te verwerken.

Onbewust nemen we veel meer waar dan bewust. Het onbewuste staat altijd ‘aan’ en filtert wat relevant is. Dit wordt wel het coctailparty-effect genoemd: ondanks het geroezemoes heb je een goed verstaanbaar gesprek in jouw groepje, maar als je opeens je naam hoort in een ander groepje, draai je je hoofd om om te kijken. Het onderbewustzijn hoort veel meer van de andere gesprekken, maar filtert die weg als onbelangrijk.

 

 

Ook blijken mensen heel snel onbewuste processen aan het werk te zetten om een indruk van een persoon te vormen, die later accuraat blijkt te zijn. Binnen enkele seconden beoordelen we iemand. Deze ‘onbewuste mening’ bepaalt vervolgens voor een groot gedeelte ons gedrag richting die persoon. We denken bewust dat we een bepaalde mening hebben, hoewel dit vaak helemaal niet blijkt uit onze reacties en ons handelen. We willen bewust niet discrimineren, maar omdat woorden zo vaak gekoppeld voorkomen in de media hebben we allerlei onbewuste associaties gemaakt.

Samengevat: onze gedragskeuzes maken we niet bewust, maar achteraf kennen we wel aan onze gedragingen motivaties toe: we rationaliseren ons gedrag. Bij het nemen van beslissingen is het vaker niet dan wel zo dat we bewust en rationeel een afweging maken. Onze oordelen zijn voor een gedeelte gebaseerd op vrijwel onmiddellijk ingenomen standpunt, waar we passende redenen bij verzinnen. Als dergelijke vindingen maken dat we ons beeld van de autonome mens zouden moeten bijstellen. Het bewuste is niet de kapitein op het schip, het functioneert vaak eerder als een persvoorlichter. 

Toch is er niet alleen eenrichtingsverkeer, informatie die in het bewuste komt, mobiliseert onbewuste processen die vervolgens aan de slag gaan. Het bewuste fungeert soms als een soort podium waar onbewuste processen met elkaar communiceren. Maar het bewuste is niet de kapitein op het schip waar we het meestal voor houden. Dat is de belangrijkste boodschap die Dijksterhuis ons wil geven.

Snel en langzaam denken

Het onderscheiden van een bewust zelf en het onderbewuste zoals Dijksterhuis dat doet, komt in grote mate overeen met de indeling die de gedragseconoom Kahneman gebruikt: snel en langzaam denken. Het is ook de titel van zijn zeer bekend geworden boek, Thinking, Fast and Slow [6] Daarin plaatst hij aan de hand van de enorme hoeveelheid onderzoek dat hij in de loop van zijn leven heeft gedaan het functioneren van het bewuste denken in perspectief. Kahneman ontving de Nobelprijs voor economie in 2002. Hij heeft zeer lang samengewerkt met Amos Tversky, die echter in 1996 is overleden. Het boek is gebaseerd op hun gezamenlijke werk en is aan hem opgedragen. 

Het snelle denken is systeem 1, de intuïtieve, associatieve, metaforische, automatische, impressionistische en onbewuste mentale activiteit. Systeem 1 kunnen we niet bewust uitzetten, we hebben er geen bewuste controle over, maar in feite is het datgene dat de meeste keuzes maakt en oordelen velt.  Als voorbeeld van systeem 1 denken laat Kahneman zien dat we bij een plaatje van iemand met een boze gezichtsuitdrukking onmiddellijk herkennen wat er aan de hand is.

Systeem 2 is langzaam, we moeten inspanning leveren en de aandacht erbij houden om het te gebruiken. We moeten systeem 2 bijvoorbeeld gebruiken als we een som willen oplossen zoals 13x27. Als het langzame systeem 2 aan het werk is, eist het alle aandacht op. [7]  Systeem 2 neemt over als het moet en er te veel moeilijkheden zijn. Maar het wordt snel moe, daarom accepteert het zo vaak wat het snelle systeem 1 naar boven laat komen. Vaak is dat prima, systeem 1 is heel verstandig en

gevoelig en kan subtiele signalen in de omgeving opvangen en zien waar het gevaar vandaan komt.

Toch identificeren we ons met het langzame denken (wat ik eerder het rationele, bewuste denken noemde), hoewel we in dat systeem eigenlijk weinig idee hebben wat er allemaal aan de hand is. Maar ondanks alle vaardigheden van ons snelle systeem 1 is er ook een prijs die voor de hoge snelheid en het grote bereik betaald wordt. Het simplificeert vaak enorm, het neemt aan dat wat je ziet alles is wat er is ( WYSIATI ("what you see is all there is")  het verzint allerlei verklaringen (confabulaties).

Systeem 1 is heel slecht in het type statistisch denken dat we in onze tegenwoordige tijd vaak nodig hebben om beslissingen te nemen. Het heeft een voorkeur voor iets wat in een verhaal past, in plaats wat een kille, nuchtere, grotere waarschijnlijkheid heeft. Ons brein verwerkt bedreigingen en slecht nieuws sneller dan goed nieuws. Mensen werken harder om verliezen te vermijden dan om te winnen en beloningen binnen te halen, ze proberen eerder om pijn te vermijden dan om plezier te hebben.  Het snelle systeem trekt heel snelle conclusies en is geneigd tot een heel aantal andere irrationele bias: the halo effect,  framing effect, anchoring effects, the confirmation bias, outcome bias, hindsight bias, availability bias, the focusing illusion, enzovoorts. In het boek worden tenminste 48 van dergelijke fouten beschreven.[8]

De algemene conclusie is dat ons gebrek aan zelfkennis enorm is. We zijn verbazingwekkend beïnvloedbaar door eigenschappen van onze omgeving op manieren die we niet vermoeden. Een poster met dwingende ogen in de buurt van een donatiepot levert drie keer zoveel geld op dan een poster met bloemen. Nog een schrijnend voorbeeld. Rechters denken dat ze weloverwogen beslissingen nemen die strikt gebaseerd zijn op de feiten. Een onderzoek laat echter zien dat de bloedsuikerniveau van de rechter een grote invloed heeft. Dezelfde type zaken kregen voor de lunch hogere straffen dan erna.

De conclusies die we uit deze inzichten kunnen trekken is dat we kritisch moeten blijven wat betreft onze intuïtie. Deze functioneert overigens steeds beter naarmate iemand meer een expert is op een bepaald gebied. De manier om fouten die voortkomen uit het snelle systeem 1 te voorkomen is in principe eenvoudig: herken de tekenen dat er eigenlijk veel onduidelijkheden zijn in een situatie. Neem de tijd en vraag systeem 2 om zich ermee te bemoeien.  Dat kost dus wel energie en inspanning. We zouden altijd open moeten blijven voor nieuwe data en constructieve kritiek.

 

Verschillende delen van ons brein

Evolutie begint nooit zomaar opnieuw, maar bouwt voort op wat al voorhanden is. Er zijn ’oudere delen’ van de hersenen en delen die zich later hebben ontwikkeld. De neuroloog Paul MacLean formuleerde de theorie van het "drie-enige brein" ("tri-une brain").[9] Inmiddels wordt deze theorie niet meer door de neurofysiologen  gebruikt. Door nieuwe onderzoeksmethoden blijken de activiteiten van de hersenen meer gecompliceerd te zijn dan we een paar decennia geleden dachten. Het onderzoek richt zich nu meer op de interactie tussen gebieden en hoe de hersenen die informatie integreren. De indeling van het driedelige brein is echter niet onwaar en kan als schets in grote lijnen ons een beeld geven wat er neurofysiologisch speelt als we spreken over bewustzijn en onderbewustzijn. 

Het oudste deel van ons brein  kwam 500 miljoen jaren geleden tot stand. Dit wordt het  reptielenbrein genoemd en is een uiterst snel, primair en basaal werkend deel van het brein. Het is verantwoordelijk voor het voortbestaan van het lichaam. Het  reptielenbrein (het cerebellum, medulla oblongata, pons en middenhersenen), levert de automatische mechanismen. Het regelt de ademhaling, bloedsomloop, hartslag, temperatuurregeling. Het is één geheel, een automatisch en mechanisch systeem. Het zorgt voor de primaire levensbehoeften wat betreft eten en drinken en voortplantingsgedrag. Het is ook constant alert om gevaar op te merken en te reageren met een fight/ flight/ freeze reactie. De koppeling tussen waarneming en actie is zeer kort. Dit deel van het brein is altijd alert om te zorgen voor wat nodig is om te overleven.

 

 http://www.gregadunn.com

 

Met de hoger ontwikkelde dieren hebben we het zoogdierenbrein gemeen. Dit wordt wel het limbische systeem genoemd en omvat de amygdala, hippocampus,  pijnappelklier, hypothalamus en thalamus. Deze delen van de hersenen maken het mogelijk om te overleven in een complexe sociale structuur. Als onze emoties opspelen, is met name het limbische systeem actief. Dit deel van de hersenen zorgt dus voor een zeer belangrijk aspect van ons mens zijn, onze subjectieve emotionele reacties. Vrijwel alles wat we van waarde achten is verbonden met emoties.

 

Het menselijk brein, de neocortex is pas 100.000 jaar oud en vergeleken met het reptielenbrein en het zoogdierenbrein maar heel jong. Ook de andere zoogdieren hebben een neocortex, maar deze laag is bij  mensen het meest ontwikkeld. Dit brein levert weliswaar grote denkkracht, waardoor wij ongeëvenaarde intellectuele prestaties kunnen leveren. Maar het is zwak, in die zin dat dit brein het vaak moet afleggen tegen de instincten van het reptielenbrein en de emoties van het zoogdierenbrein.  

Deze grote hersenen, cortex, zijn in twee helften verdeeld; de linker en de rechter hersenhelft. Elke hersenhelft heeft zijn specialisme. Ook deze indeling is niet zo zwart-wit, maar in het algemeen komt het erop neer dat de linkerhersenhelft is gespecialiseerd in de verstandelijke functies, orde en structuur. De rechterhersenhelft is meer gespecialiseerd in creativiteit, overzicht, plaatjes/beelden.

Een conclusie die we uit deze informatie kunnen trekken is dat steeds als we een interne strijd voeren in ons hoofd het waarschijnlijk is dat het limbische systeem ons parten speelt. Het botst vaak met redelijke overtuigingen. We zouden kunnen zeggen dat heel veel van het menselijke drama terug te voeren is op deze twee onderdelen van onze hersenen. Het krijgen van meer controle op ons limbisch systeem is wellicht wat we verstaan onder volwassen en wijs zijn.

Hoe meer de neurofysiologen te weten komen hoe complexer alles echter blijkt te zijn. Nogmaals, de nieuwste inzichten gaan er vooral van uit dat de samenwerking tussen verschillende delen van het brein verantwoordelijk zijn voor activiteiten, gevoelens, ervaringen en gedachten.

Een andere conclusie is dat we bescheiden moeten zijn als het er om gaat hoe redelijk wij mensen zijn. Evolutionair gezien bestaan we met onze grote neocortex wellicht nog wat kort en is er hoop dat ooit redelijkheid zal zegevieren.

 

Wat leert de hersenwetenschap over onszelf

Volgens de filosoof Slors hoeven we op grond van neurofysiologische onderzoeken niet de conclusie te trekken dat het autonome zelf volledig een illusie is en dat we geen vrije wil zouden hebben. Hieronder een schema waarin hij  samenvat wat we op dit moment voor gevolgtrekkingen over onszelf kunnen maken. [10] Slors introduceert de term: het onbewuste ’ik’.

Wij doen dagelijks zeker veel meer dingen onbewust, dan bewust. Maar bij vrijwel al die gedragingen hebben we wel degelijk de overtuiging dat wij zelf de auteur zijn van ons gedrag en dit gedrag ook zo gewild hebben. Blijkbaar ervaren wij onze onbewuste gedragingen evenzeer als een onderdeel van ons ‘ik’ als gedragingen die wij toch op een bepaalde manier bewust uitvoeren. Ons ‘zelf’, of ons ‘ik’, is dus meer dan alleen ons bewustzijn. Een voetballer die tussen twee spelers doorglipt en een doelpunt maakt, doet dat niet met zijn bewuste wil. Toch beschouwen we dat wel als zijn actie en zijn verdienste.

Als ik mijn auto bestuur en ondertussen een (bewust) gesprek voer met de bijrijder, voel ik mij nog steeds verantwoordelijk voor mijn rijgedrag, ook al vindt dit rijgedrag vrijwel geheel onbewust en automatisch plaats. Slors stelt dat wij die activiteiten die passen bij het beeld dat we van onszelf hebben ervaren als ons ik, ook al is dat voor een gedeelte een onbewust ik. Vanuit dit onbewuste ik komen er impulsen om te handelen.

Een belangrijke constatering is dat de onbewuste processen door bewuste intenties – bijvoorbeeld de doelstellingen die wij onszelf voor de toekomst opleggen – worden ‘voorgeprogrammeerd’. Dit maakt dat plannen die wij maken voor iets dat in de toekomst moet gaan gebeuren ertoe leiden dat onbewuste processen ons gedrag gaan aansturen in die richting.  Ook wijst Slors op het feit dat wij weliswaar in ons gedrag sterk geneigd zijn om ons te laten leiden door onbewuste neigingen, maar dat wij vaak wel degelijk in staat zijn om onze onbewuste neigingen met ons bewustzijn te corrigeren. Zo kunnen we bijvoorbeeld bij de neiging om een sigaret op te steken als wij die aangeboden krijgen ons realiseren dat we eigenlijk gestopt waren met roken en besluiten de sigaret te weigeren.

Er is dus een wisselwerking tussen bewuste gedachten en intenties en het onderbewuste. Als ons bewuste wordt geconfronteerd met ons gedrag, dat vooral uit het onderbewuste voortkomt   interpreteren en informeren we onszelf  (eerder noemden we dat: een verhaal maken van onze gedrag en er bewuste intenties aan toekennen). Deze zelfinterpretaties zijn echter ook weer input voor het onbewuste en hebben invloed op toekomstige gedachten die uit het onderbewuste naar boven borrelen. Het model is op deze manier dynamischer dan de visie die Dijksterhuis en Kahneman presenteren. Het past ook beter bij de directe ervaring van onszelf.

Onderbewust en bovenbewust

In de meeste tijden en culturen vóór de Verlichting en de wetenschappelijke revolutie, voor we God dood hebben verklaard, hadden de mensen naast hun bewuste denkende ik een ziel of een hoger deel. Het is de basis van alle godsdiensten. Wijzen en mystici hebben ons vanuit hun eigen directe ervaring daar verslag van gedaan.

Daarnaast kunnen we wijzen op de betrekkelijk veel voorkomende en goed gedocumenteerde piekervaringen. Hieronder verstaan we ervaringen van een grote intensivering van de waarneming, gevoelens van eenheid, universele liefde of juist jezelf als waarnemer van alles ervaren, een grote helderheid etc. Het zijn ervaringen die we niet als denken, rede, óf emoties kunnen bestempelen. Door hun ongewoon heldere, intense en wél bewuste karakter kunnen we ze ’bovenbewust’ noemen. Naar piekervaringen heeft de psycholoog Maslow onderzoek gedaan. Ook Ken Wilber heeft veel geschreven over transpersoonlijke niveaus van bewustzijn. De Italiaanse psychiater Roberto Assagioli (1888-1974) de stichter van de psychosynthese beschrijft dergelijke ervaringen.

Meditatiemethodes zijn er op gericht meer vertrouwd te raken met dit type bewustzijn. Er zijn ook ruimschoots onderzoeken gedaan naar de effecten van meditatie, bijvoorbeeld van beoefenaars van Transcendente Meditatie. Daaruit bleek dat er een grotere coherentie van de hersengolven ontstond.

De laatste jaren zijn veel onderzoeken gedaan naar mindfulness, een serie aan het boeddhisme ontleende, maar sterk aan de westerse cultuur aangepaste methoden. Centraal staat dat men zoveel mogelijk met de aandacht in het hier en nu is. Ook op universiteiten wordt er onderzoek naar verricht en het wordt toegepast bij therapieën en hulpverlening.

 

 

Er worden inderdaad veranderingen in de hersenactiviteiten gevonden bij beoefenaars van mindfulness. Het narratieve circuit dat nuttig is voor planning, doelen en het bepalen van strategieën  wordt minder gebruikt, het circuit dat maakt dat men de wereld ervaart door directe ervaring wordt sterker. Er wordt meer zintuiglijke informatie toegelaten, en dat is meestal meer accurate informatie. Dat maakt dat we flexibeler kunnen reageren op de wereld. Ook is men minder geneigd om op patronen, gewoontes en veronderstellingen te steunen. 

Een hoger bewustzijn is onmiskenbaar bij individuen al veel voorgekomen. In onze cultuur ligt het zwaartepunt van onszelf in het denken. In eerdere periodes was dat veel sterker in emoties. Het zwaartepunt van hoe we als mensen functioneren zou ooit kunnen verschuiven naar een hoger niveau van functioneren. Gezien de complexe problemen in onze hoogontwikkelde moderne samenleving door menselijk disfunctioneren, is dat zeer gewenst en hard nodig. Met ons bewuste heldere verstand hebben we fantastische technologieën ontwikkeld, maar door de  onevenwichtigheden in onze aard kunnen we daarmee een zeer destructieve invloed uitoefenen. 

Een cultuur die ondersteunt dat mensen het leven in een meer geïntegreerd bewustzijn ervaren is een toekomstige mogelijkheid die zich, vermoed ik, ooit in de toekomst zal verwerkelijken. Er zijn veel mensen bezig met de ’ontsluiting van hun bewustzijn’. Recente ontdekkingen op dit gebied zullen zich ongetwijfeld verder ontwikkelen, al zal dit enige tijd nodig hebben. Descartes en Freud ontketenden ook niet meteen een revolutie in het denken over bewustzijn. Ook de wetenschap had  tijd nodig om op het huidige niveau te komen. Hoewel ontwikkelingen in de moderne tijd  ongekend snel gaan, heeft het menselijk bewustzijn, inclusief de onbewuste vermogens nog veel potentie die men ook in de wetenschap aan het ontdekken is.

 

Conclusie

De conclusie die we kunnen trekken is dat het van groot belang is om ons bewust te zijn van de ingewikkeldheden van onze aard en terdege aandacht te geven aan het verkrijgen van inzicht in onszelf.  Op zeer veel plaatsen, en ook in de genoemde literatuur zijn er daarvoor  aanknopingspunten in overvloed om mee aan de slag te gaan. Hoewel we dan kennelijk niet een zo autonoom individu zijn als we soms denken, heeft ons bewuste redelijke denken niettemin een grote waarde om de wereld zo waarheidsgetrouw mogelijk tegemoet te treden. Onze intenties op lange termijn zijn daarnaast van niet te onderschatten belang om aan onze onbewuste impulsen richting te geven. De mens lijkt nog veel mogelijkheden voor verdere ontwikkeling te hebben. 

Een van de grondleggers van onze westerse cultuur, Socrates, was er heel uitgesproken over:

Een niet onderzocht leven is het niet waard geleefd te worden. Twee millennia later en in een heel andere wereld dat waarin hij leefde lijkt die aansporing nog zeer op zijn plaats.

 

[1] Zie onder meer H.Groot, Verborgen wijsheid uit de Oepanishaden en C I Dessaur, De droom der rede: het mensbeeld in de sociale wetenschappen en Civis Mundi nr 26 en 27 de artikelen van P. Ransijn over quantumfysica en bewustzijn en de recente artikelenserie van Hans Komen in nr 41-47 over bewustzijn: Bewustzijn: wat is dat? Het bewustzijnsbegrip door de eeuwen heen in filosofie en psychologie.

[2]Zie bv Ap Dijksterhuis, Het slimme onbewuste, 2014, Prometheus Amsterdam. Voor het eerst gepubliceerd in 2007. Andere bekend geworden publicaties: Victor Lamme, We hebben geen vrije wil, Dick Swaab, Wij zijn ons brein

[3] Zie bv in CM nr 3 en 17 artikelen van W. Couwenberg, in CM nr 25 zijn diverse artikelen aan deze discussie gewijd.

[4]Marc Slors, Dat had je gedacht, 2012 Boom Amsterdam, blz 85

[5] Dijksterhuis, ibid blz 39

[6] Daniel Kahneman, Thinking Fast and Slow, Penguin books, 2011

[7] Heel bekend is het filmpje van de basketballers en de gorilla ( theinvisiblegorilla.com/videos.html)

[8] Zie voor een samenvatting van alle genoemde bias:  https://erikreads.files.wordpress.com/2014/04/thinking-fast-and-slow-book-summary.pdf

[9] Zie bespreking van driedelige brein bv wikipedia of hier: https://waitbutwhy.com/2017/04/neuralink.html

[10] Slors, ibid, blz 173