Rouwverwerking na het verlies van een levenspartner

Civis Mundi Digitaal #57

door John Akkermans

Hier volgt mijn nog slechts prille, maar intense ervaring met rouw. Een vaak analytische, soms intieme, soms filosofische beschouwing, geschreven in de maanden na het overlijden van Diny op 13 december 2016. Ze was mijn vrouw, mijn vriendin, mijn maatje, mijn muze. Ze stierf op haar vijftigste aan de gevolgen van longkanker, zes dagen na de diagnose.

De periode is nu nog te kort voor spijkerharde vaststellingen. Echter, het op papier zetten van de beleving tot nu toe, samen met een visie op toekomstige omgang en verwerking, helpt mij enorm. Het wegen en formuleren van de juiste woorden dwingt me dieper over de ervaringen na te denken. De rationele geest analyseert de emotionele geest en brengt zo inzicht. Schrijven ordent het hoofd als het opruimen van een rommelige kast. Niet iedereen zal er op deze manier mee om kunnen gaan, maar misschien helpt de herkenning sommige achterblijvers hun rouwproces te begrijpen. Nog een reden voor mij om te schrijven, ligt in het feit dat ik weinig mensen om mij heen heb. Ik moet mijn gevoelens vaak parkeren op papier, om ze later te kunnen delen.

Rouw en afscheid als het omgekeerde van verliefdheid

Rouw door het verlies van je levenspartner is als het zwarte spiegelbeeld van verliefdheid. Iedereen weet wat het is om verliefd te zijn: je dagen, weken, maanden worden beheerst door slechts één euforische beleving: die ander. Het beïnvloedt je zijn en je functioneren. Zo is het ook als je levensgezel wegvalt. Niet elke minuut, maar elke seconde van de dag is er, later op de achtergrond, maar in het begin pijnlijk op de voorgrond, het snijdende gemis van je maatje. Dat rauwe, scherpe verlies krast een blijvend litteken in je ziel.

De spiegel tussen rouw en verliefdheid heet liefde. Verliefdheid piekt en zwakt af tot liefde en diepe genegenheid. Zo ook met rouw. De liefde voor je levenspartner zal nooit weggaan en stabiliseert zich terug als de spiegel tussen verliefdheid op wat komt, en rouw om wat gaat. In ons geval hadden Diny en ik maar een paar dagen om een deel van de rouw samen te verwerken. Ik ben zelfs voor dat weinige heel dankbaar. Het sterven kwam plotseling, als een dief in de nacht. Bijna net zo snel en onverwacht als een ongeluk. Tijd voor een laatste vaarwel was er niet. Toch kan ik daarmee leven, omdat haar onnodig lijden en een doodsstrijd bespaard is gebleven. Niettemin is het een hard gelag, want Diny en ik waren de laatste vijftien jaar bijna elk moment van de dag samen. Als wij langer dan een uur apart waren, door eigen werkzaamheden of het doen van een boodschap, dan scheidden onze wegen pas na het elkaar geven van een kus. Altijd een kus. Altijd. Maar de allerlaatste kus mocht niet zijn. En dat doet ontzettend pijn.

Het wassen en opbaren in eigen huis is een warme intimiteit die je jezelf van tevoren niet kunt voorstellen. Ik zal buurvrouw Joyce mijn leven lang dankbaar blijven voor haar hulp en de momenten die we deelden, die vroege decemberochtend. Diny en ik wisten van elkaar wat we ongeveer wilden als een van ons zou wegvallen. Details spraken we de laatste dagen door. We zaten weliswaar op één lijn, maar zonder dat overleg zou later knagende twijfel mijn deel geweest zijn. Onze vriendengroep de Verkuskoi nam direct de organisatie van de uitvaart op zich en gaven mij het gevoel een gast in eigen huis te zijn, gedurende de tijd dat Diny opgebaard lag. Ook hen ben ik mijn leven lang dank verschuldigd.

Daarna de onvergetelijke tocht naar het crematorium met Diny in de door haar broer Jos getimmerde kist op het fietszijspan. Begeleid en gesteund door een stoet medefietsers. Op het zijspan had ik Diny naast me, zoals we ook naast elkaar fietsten, zaten en sliepen. Kleine, ogenschijnlijk futiele dingen, maar o zo belangrijk op het juiste ogenblik.

Gedeelde smart is halve smart

Ik ben er nog lang niet doorheen, maar één ding is inmiddels duidelijk: derden kunnen zich nauwelijks voorstellen dat een plotseling partnerverlies zo allesoverheersend is, dat het werkelijk elk moment van de dag beheerst. Er is maar één ding constant op de voorgrond. Alles wat je verder doet, gaat op de automatische piloot of gaat niet. Het voelt letterlijk als een strak harnas dat indrukken en invloeden van buitenaf weert. Datzelfde pantser probeert jouw eigen gevoelens binnen te houden en beklemt je functioneren. Het laat slechts een paar bezigheden toe, die echt moeten en niet je volle aandacht vragen. Het is goed om over je ervaringen en verwerking na te denken, maar belangrijker om niet in je eigen gedachten te blijven ronddraaien. Het pantser wordt ijler en doorlaatbaar als je het blijft bombarderen door met je verdriet naar buiten te treden en er met anderen over te praten. Gedeelde smart is nog altijd halve smart.

Verwerking in stappen: vooruit en achteruit

De eerste tijd is er nauwelijks sprake van verwerking, buiten het goede gevoel dat je het allerlaatste eervol geregeld hebt. Je teert op de dierbare tevredenheid die je overhoudt, nadat je iets doet voor iemand die het verdient. Het is niet zo dat je na de uitvaart weer langzaam opkrabbelt. Je stort na het overlijden als een gebouw in. Daarna volgt een periode waarin wankele muren alsnog omvallen. Pas als al het instabiele omver ligt, kan er sprake zijn van een aarzelende wederopbouw, die een nogal grillig verloop kent. 

Na weken gaat de verwerking met stappen. In het begin een stap vooruit, gevolgd door eenzelfde stap achteruit. Weldra alleen halve pasjes vooruit. En net als je denkt “het gaat beter”, komt die grote klap terug. Bam. Zomaar, als gevolg van een tedere herinnering of van inslaand besef heb je een slechte dag, draai je rond in depressieve gedachtes en zinkt de moed in je schoenen. Ongelofelijk dat iets simpels als het na maanden nog tegenkomen van een lange haar van Diny mij een dag van de wereld kan slaan. Of dat de geboorte van een lammetje mij tegelijkertijd kan vervullen met zowel vreugde als verdriet. Vreugde vanwege nieuw leven, verdriet omdat degene die daar echt van kon genieten, er niet meer is. Gelukkig worden zulke dagen gevolgd door een relatief snel herstel, maar dergelijke klappen houden je nederig, want ze kruisen met regelmaat je pad, slaan onverwacht toe en brengen veel verwarring. Wel wordt je milder, meer empathisch en knuffelbaar. Uiteindelijk misschien sterker. In elk geval rijper. Een beter mens? Ik kan het alleen maar hopen.

Emoties

Ik ben namelijk nooit een erg emotioneel mens geweest. Altijd rationeel, altijd concrete antwoorden zoekend, een systeemdenker, een ’blauwe’ persoonlijkheid. Door het overlijden van Diny is de deur van de stoffige archiefkast, waarin mijn emoties opgeslagen lagen, open gezwaaid en er is van alles uitgevallen. Eigenlijk is het best prettig om emoties met je op de loop te laten gaan. Zeker voor  westerse mannen is het in de moderne wereld niet gepast om in het openbaar tranen te laten vloeien. Maar het overkomt je en die tranen vangen altijd het medeleven van omstanders. Laten we de archiefkast vooral nooit meer sluiten.

Er is ook spijt. Omdat emoties je meer empathisch maken, had ik voor Diny een betere man kunnen zijn als de emotie-kast destijds wel toegankelijker geweest zou zijn. Zo zijn er vaker van die “had ik maar” momenten. Tijdens de verwerking vreten ze aan je, maar laten we hopen dat ze hun vruchten in de toekomst gaan afwerpen.

Het lichaam lijdt mee: niet alleen in de vorm van tranen, het uit de pijn van een geestelijke kneuzing via hartzeer. Hartzeer is geen verzonnen woord, het bestaat echt: een beklemming die je precies doet voelen waar je hart zich bevindt. Ooit heb je iemand in je hart gesloten. Als die altijd sluimerende aanwezigheid in je hart plots wegvalt, dan voel je letterlijk pijn. De leegheid en het gemis trekken je hart samen tot zelfs voorbij het punt van pijn. Je zou een etiket op je borst geplakt willen: ’Voorzichtig: breekbaar’.

De strakheid van het eerder genoemde harnas voelde ik over het hele lichaam, al de eerste seconde na het overlijden van Diny. Als een korset van moeheid dat het lichaam insnoert. Als een zware last die je op elk plekje draagt. Een last die niet verdwijnt door rust of slaap: je bent murw geslagen. Het wegvallen van je maatje voelt alsof er een stuk van jezelf verdwenen is. Er is iets kwijt en de rauwe wanhoop tracht het te vinden, wetende dat het zinloos is. Je emotionele en rationele geest draaien om elkaar heen. Als twee katten die niet weten of ze zullen vechten of liefhebben.

Gezelschap en gemis

Wat een achterblijver vooral helpt, is gezelschap. ’Sterkte’ is goedbedoeld medeleven van derden, maar niet voldoende. Natuurlijk zijn er momenten waarop je sterk moet zijn, maar mentale sterkte is niet anders dan fysieke sterkte: het put je na verloop van tijd uit. Een troostende arm om je heen, iemand die de tranen van je wangen wist, een knuffel, medeleven en het uitwisselen van indrukken en gevoelens, maken de verwerking dragelijk en brengen je naar de weg omhoog. Jezelf terugtrekken in je verdriet is het slechtste wat je kunt doen. Dat houdt het pantser in stand. Het staat gelijk aan bijvoorbeeld het blijven doorlopen met een longontsteking of een gescheurde spier. Als het al geneest, dan slecht. Daarnaast werp je een drempel op voor goedwillende derden, die bereid zijn om jou te helpen. Die soms zelf ook hulp behoeven, want rouw is niet voorbehouden aan alleen de achterblijvende partner. Juist de achterblijver kan troost het best verwoorden en bieden. Door anderen te troosten, troost je ook jezelf.

Het gemis is - zeker de eerste tijd - enorm. Later draag je het constant bij je als een chronisch zeurende pijn. Hoewel gezelschap van derden helend werkt, het verdriet op den duur slijt en de rouw zich langzaam doorleeft, blijf ik haar missen. Ik mis haar rustige aanwezigheid, haar lach, het praatje om niets, het gezamenlijke plezier, de warme en levendige keuken als je binnen komt, het gedwarrel om elkaar heen, al de kleine waardevolle dingen die iedereen normaal vindt zolang ze er zijn. Ja, zelfs de zeldzame woordenwisselingen mis je. Heel dubbel: je mist ook de warme en liefdevolle intimiteit van lichamelijk contact met je maatje, zoals een innige omhelzing of tedere kus. En dat juist in een periode waar je het echt, echt nodig hebt, terwijl een ander je dat niet kan en niet mag bieden. Je hebt er grote behoefte aan, maar staat het nog niet toe, want het brengt vooral verwarring.

De toekomst: tussen hoop en onzekerheid

Als het eerste verdriet van het verlies is verwerkt en het bezoek minder wordt, slaat niet alleen de eenzaamheid toe, je gaat ook denken hoe het nu verder moet. Nadenken over de toekomst kent twee gezichten die elkaar afwisselen: hoop en onzekerheid. Diny en ik hadden namelijk een gezamenlijke missie: zo duurzaam als mogelijk leven. De aarde een beetje beter achterlaten dan we hem gekregen hebben. Een voorbeeld trachten te zijn voor anderen. Pionieren door met vallen en opstaan een levensstijl te ontwikkelen die mogelijkerwijs de tijd vooruit is. Die gezamenlijke droom is nu deels vervlogen. Toch ben ik blij dat we onze droom jarenlang tevreden en gelukkig hebben kunnen leven. Misschien in de ogen van anderen niet de meest comfortabele manier van leven, maar het bood ons een ongekende vrijheid met veel genoegdoening. Het smeedde een onlosmakelijke band. Die nu alsnog verbroken is, waardoor de missie kreupel gaat. Ik hoop de draad ooit weer te kunnen oppakken, maar alleen zal dat waarschijnlijk niet lukken. Dus voorlopig slinger ik heen en weer tussen hoop en onzekerheid.

Het verleden kun je alleen maar koesteren en ervan leren. De toekomst zit normaal gesproken aan een touwtje met dromen en verwachtingen. Die nu aan gruzelementen liggen. Dus eigenlijk telt alleen het hier en nu. En zo krabbel je verder. Je leeft niet meer, je bent alleen maar. Daar waar het dagelijkse leven van anderen zijn oude gangetje gaat of zich hervindt, daar hinkelt het jouwe door. Dus zelfs het hier en nu gaat mank. In feite ben je alleen maar aan het wachten. Totdat deze ellende doorleefd en voorbij is en je de moed hervindt om de draad van het leven weer enigszins te kunnen oppakken.

Gelatenheid

Nietsdoen was een belangrijke en zinvolle bezigheid tijdens ons samenzijn. De eerste tijd na het wegvallen van Diny was ook gevuld met nietsdoen. Echter, vrijwillig nietsdoen ter ontspanning, genezing of zelfs verrijking (vergelijk het met yoga of meditatie) is heel wat anders dan gelatenheid, omdat je de moed is ontnomen. Het verschil tussen vrijwillig ergens voor kiezen en overweldigd worden door een gebeurtenis waarop je geen invloed hebt. Van gezamenlijke vrijheid naar een eenzame geestelijke opsluiting, niet omdat je iets verkeerd gedaan hebt, maar omdat je iets kwijt bent. Omdat je bestolen bent. Hoe oneerlijk: de omgekeerde wereld. Het lot is een crimineel die overal mee weg komt en tot in lengte der dagen zijn gang kan gaan. 

Misschien niet helemaal objectief, maar in mijn beleving heeft een gedetineerde het beter dan iemand in de rouw. Een gedetineerde zit fysiek gevangen, een achterblijver geestelijk. Wat is erger? Een gedetineerde weet wanneer hij weer vrij komt en kan daar naartoe leven. Een achterblijver weet niet wanneer er weer bovenop te zijn en voelt zich gegijzeld door verdriet, onzekerheid en verwarring. Een gedetineerde heeft meer contact met mensen dan ik. Ik heb niet eens een cipier. Oké, dat is m’n eigen schuld, omdat ik geen baan wil en m’n sociaal netwerk niet heel groot is.

Melancholische stemmingen

Af en toe een dag werken lijkt therapeutisch te werken. Het verlegt je aandacht en gezelschap doet simpelweg goed, al is er een duidelijk verschil tussen afleiding door babbelen over koetjes en kalfjes en daadwerkelijke rouwverwerking door diepe en intense gesprekken. Met alle emoties die het losmaakt. Afleiding is dus zeker niet hetzelfde als verwerking door doorleving. Afleiding is hooguit zinvol als eerste aanzet om uit een negatieve stemming te geraken. Dat roept de vraag op of je niet beter negatieve stemmingen kunt voorkomen. Om twee redenen niet. Allereerst moet je naar mijn mening dwars door het moeras van de wanhoop kruipen. Pas dan “doorleef” je de verwerking. Plezierig is anders, maar je kunt het niet uit de weg gaan, omdat er uiteindelijk geen omweg blijkt. Daarnaast is mijn eigen ervaring dat melancholie ook zijn positieve kanten kent. Mijn gedachten gaan in een melancholische stemming sneller en dieper. Het brengt me naar denkgebieden waar ik nog nooit geweest bent. Melancholie creëert bovendien prikkelende kunst en filosofische schrijfsels. Dus ja, hoe onprettig het ook voelt, melancholie kan ook nuttig zijn. Zolang het geen permanente geestestoestand is.

Ik ervaar nogal eens wat men een ’emotionele kater’ noemt. Je hebt van die dagen met meer dan gemiddeld contact met anderen, zoals in de vorm van een feest. Oppervlakkig en optimistisch contact. Dat is plezierig en geeft je een blij gevoel. Maar de opvolgende dagen zijn van depressieve aard. Zeker als die dagen weinig afleiding kennen. Een light-versie van manisch-depressiviteit. Je zou het niet verwachten, maar emotionele katers komen niet voor na dagen die gevuld zijn met diepzinnigheid of creativiteit. Integendeel, zulke dagen brengen mij nieuwe moed en levenslust. Nu ben ik iemand die het leven ernstig neemt en veel nadenkt, dus het zou kunnen dat om die reden diepzinnigheid en creativiteit, ondanks dat deze ook plezier brengen, niet tot emotionele katers leiden. 

Rouw als een moeras

Ik beschouw rouw inmiddels als een bepaald volume dat je moet verwerken. Denk aan wat ik schreef over het moeras: je kunt er niet omheen. Je kunt recht door het diepe deel van het moeras zwemmen en veel rouw in een relatief korte, maar intense tijd doorleven, al zal het gemis voor altijd als een sluier over je leven hangen. Je kunt ook de lange route door de ondiepe rand van het moeras kiezen en zo de rouw met beetjes verwerken over een langere periode. Tenminste, als alles goed gaat en je er niet in blijft hangen of omgekeerd: dat je de rouw opzij duwt en deze na jaren je alsnog in de rug schopt. Het is mogelijk (ik bespeur het bij andere achterblijvers) dat er midden in het moeras een ondiepte is. Je krijgt voet aan de grond en denkt er doorheen te zijn, waardoor je je nieuwe leven te vroeg oppakt. Als het dan stuk loopt, lijkt het me heel lastig onder ogen te zien dat je nog een moeilijke weg moet gaan door weer opnieuw te gaan zwemmen. Sommigen blijven op hun eiland, bouwen er een muurtje om en blijven hangen tussen hun oude leven en nooit bereikte nieuwe leven.

Belangrijke factoren

Factoren die naar mijn mening een rol in de verwerking spelen, zijn:

-karakter,

-huiselijke/werk/familie omstandigheden,

-kon je een deel met de overleden partner verwerken,

-had de overledene er vrede mee,

-de doodsoorzaak,

-wel of geen doodsstrijd,

-hoe intens en positief was de relatie met je maatje,

-hoe je naasten erin staan,

-zelfs het weer is van invloed,

En zo kan ieder er nog een paar persoonlijke items bij bedenken. Ik beschouw karakter als de meest invloedrijke factor, omdat karakter aan het roer staat. Zou moeten staan. 

Stemmingen, muziek en creativiteit

Zelfs na maanden zijn er nog elke dag tranen. De ene dag meer, de andere dag minder. Maar de uiting verandert langzaam. Eerst ging je letterlijk door de knieën en begroef je je schreiend gezicht in je handen. Ingestort tot een hoopje doffe, bittere wanhoop. Later schuift je stemming op richting meer levensvreugde en zijn het tranen op een geheven, glimlachend hoofd. Juist dit zijn tranen waarvoor je je niet schaamt. Integendeel. Je straalt daarmee herstel en positiviteit uit naar je gezelschap.

Ondanks dat ik geen groot muziekliefhebber ben, helpt muziek mij wel om depressieve stemmingen te keren. Met name de muziek die we vroeger samen draaiden in prettige omstandigheden. Destijds een soort drie-eenheid van partners en hun gedeelde interesses. Nu zijn er nog maar twee over, maar dat is altijd beter dan (all)een. Met het volume een tikje te hoog, gezeten in een luie stoel en de ogen gesloten, omgeeft en draagt muziek je naar ontroering. Verdriet, door muziek omgezet in ontroering, doet tranen vloeien over het eerder al genoemde geheven, glimlachende gezicht. Huilen door verdriet mag opluchten, huilen door ontroering geneest.

Creëren of scheppen helpt de verwerking. Het opschrijven van je ervaringen is niet alleen verhelderend, je bouwt een verhaal op tot een afgerond geheel. Een geconcentreerd en toegankelijk pakketje emotie dat je kunt delen met anderen en waar je zelf ten alle tijde in kunt roeren. Schrijven van tekst of gedichten, knutselen, koken, of misschien zelfs het maken van kunst in de breedste zin van het woord: de emotie vloeit uit je vingertoppen. Zeker als de creatie een laatste eerbetoon aan je verloren partner is, dan heelt dat het gemoed. Scheppen is niet hetzelfde als werk. Sommigen zullen zich op hun werk storten. Daar heb ik zo mijn bedenkingen bij, als dat van langere duur is. Het is al snel een vlucht of een verslaving, waar je moeilijk weer uit komt. Nogmaals: afleiding is niet hetzelfde als verwerking via doorleving.

Taken en bezigheden

De extra huishoudelijke taken -ik nam voorheen al een deel voor m’n rekening- vallen me niet zwaar. Alleen die ene, Diny’s grote passie: het koken. Het voelt zelfs na maanden nog niet goed, ondanks dat het me best aardig afgaat. De start was verkeerd, omdat ik haar favoriete bezigheid als een verplichting opgedrongen kreeg. Het alleen eten helpt ook niet echt. Koken met een gezelschap is wel prettig, net als het bakken van taarten of koekjes, die je later met anderen deelt. 

Zon en buitenlucht frissen lichaam en geest op. Genetisch zijn we nu eenmaal natuurwezens. Daar doet de moderne welvaarts- en comfortmaatschappij niets aan af. Sport of andere lichamelijke inspanning werkt. Het is alsof je de geestelijke kwelling door je spieren laat opbranden. Lichaam en geest zijn veel meer met elkaar verbonden dan we beseffen. Zon straalt en wind blaast negatieve gedachtes weg. De lente brengt nieuw leven en daarmee levenslust. Die eerste zingende merel, dat bloeiende sneeuwklokje, ineens vangen ze je volle aandacht en toveren een tevreden lach op het gezicht.

Fasen in een continuüm van rouw

Analyse van de emotionele achtbaan laat je als een buitenstaander naar jezelf kijken. Een boek over rouwverwerking brengt deels herkenning, deels begrip en stuurt je de goede richting uit. Wie niet sterk genoeg is voor dergelijke zelfhulp, doet er goed aan om iemand te raadplegen, die zelf een verlies goed verwerkt heeft. Mocht niets werken, dan is professionele hulp het laatste redmiddel. Iemand die lichamelijk niet lekker is, gaat naar de dokter. Voor geestelijk lijden hoort dat niet anders te zijn. De psychiatrie onderscheidt vijf fasen van rouw: ontkenning, onderhandelen, woede, depressie en aanvaarding. Hoewel ik er eerst anders over dacht, vind ik dat nu een vrij algemene, bijna zakelijke vaststelling. De fases hoeven niet na elkaar te komen. Niet iedereen doorloopt ze allemaal. Men kan ook in een fase blijven hangen en in dat geval heelt tijd niet langer alle wonden, maar houdt ze open. Persoonlijk voel ik niet eens verschillende fases. Eerder een continuüm van gecombineerde aanvaarding en een milde, handelbare depressie. Als je partner in jouw bijzijn sterft, dan kun je niet anders dan aanvaarden, hoe graag ook je zou willen het ongedaan te maken. Je kunt niet verder, maar je gaat verder. Voor jezelf en voor je omgeving. Daarnaast denk ik dat, als je er eenmaal doorheen bent, je daarna alles aankunt. Je bent zo diep gegaan dat niets in het leven nog moeilijk is. Je kunt niet verder, maar je gaat verder. Je zou kunnen stellen: omdat het moet. Dat is slechts ten dele waar, want je moet niets. Alleen voor naasten die afhankelijk van jou zijn, kan de dwang van moeten een rol spelen. Voor jezelf ga je verder, omdat het alternatief jouw eigen einde inhoudt. Onbewust weet je dat. Desondanks laat de keuze zich niet leiden door dwang. 

Positieve herinneringen

Het is verbazingwekkend hoe snel je de slechte eigenschappen van je overleden partner uitbant. En eigenlijk ook weer niet, want mensen plegen graag het onprettige te vergeten en het mooie en goede te onthouden. Ik weet niet of dit nu goed of slecht is voor de rouwverwerking. Enerzijds zou je kunnen stellen dat het meenemen van de minder goede eigenschappen van je maatje de aanvaarding makkelijker maakt. Anderzijds voelt het gewoonweg fijn om alleen de positieve herinneringen te bewaren. Uiteindelijk zal het laatste winnen en gelukkig maar, alhoewel enige objectieve reflectie tijdens de verwerkingstijd ervoor kan zorgen dat je met beide benen op de grond blijft staan. Het voorkomt daarnaast uiteindelijke verering van en altaren voor de overledene. In mijn opinie blijft iemand, die een altaar voor zijn of haar overleden partner opricht, vrijwillig in de rouw hangen. 

Rouw lijkt op een steentje in je schoen: in het begin nadrukkelijk pijnlijk aanwezig. Na verloop van tijd kapselt het wat in de zool en tegelijkertijd went je voet eraan. Maar het blijft op de achtergrond altijd aanwezig, waarbij er momenten zijn dat het zich door omstandigheden weer pijnlijk manifesteert. Je wilt het niet, maar het wordt deel van je nieuwe leven.

Het oude en het nieuwe leven

Een nieuw leven. Omdat het oude nooit meer terug komt. In mijn visie is het zinloos en werkt het zelfs averechts om te streven naar het één op één willen oppakken van van je oude leven zoals je dat samen met je maatje deelde. Zeker als op termijn een nieuwe partner dat nieuwe leven invulling gaat geven. Zolang je overleden levensgezel daar nog tussen staat, omdat jij je nog aan de verkeerde kant van de spiegel bevindt, en je vergelijkingen gaat trekken tussen nieuw en oud, verwoest je jezelf, een nieuwe relatie en daarmee de toekomst. Een nieuw leven betekent jezelf aanpassen aan nieuwe keuzes en uitdagingen, bijstelling van oude toekomstdromen en vooral aanvaarding dat het zo is.

Ik kan Diny niet meer om een oordeel vragen. Ze blijft weliswaar voor altijd een deel van mijn leven, maar als een vitrinekast vol herinneringen. Ik kan er alleen naar kijken en dat wat ik samen met haar deelde, koesteren.

Koesteren. Niet méér: geen verering van iemand die nooit meer terug komt. Niet minder: ze was het waard.

Over de schrijver

John Akkermans (1963) studeerde af aan de HTS, om vervolgens een 17 jaar durende neoliberale carrière te omarmen. Tot meer inzicht gekomen, is hij daarna met zijn vrouw Diny een duurzaam leven gestart middels zelfvoorziening. Voor hem tot op de dag van vandaag een verrijking van het leven, omdat zelfvoorziening een mens dwingt na de denken over de essentie van het bestaan.

 

* John Akkermans is voor reacties en vragen te bereiken op zjodiak@hetnet.nl.