Depressies: vooral een vrouwelijk verschijnsel

Civis Mundi Digitaal #59

door Jan de Boer

Er zijn van die kennismakingen die je leven verrijken en je veel doen leren. Patrick Lemoine is psychiater, gepromoveerd in neurowetenschappen, werkte met een team van 14 psychiaters in de kliniek Lyon-Lumière gespecialiseerd in oplossingen voor problemen "lichaam-geest" met ook een link naar het zeer verre verleden. Wat liet hij mij weten over seizoendepressies?

Het syndroom seizoendepressie komt veel voor bij vrouwen. De helft van de vrouwen lijdt aan seizoens-anergie met moeheid, kouwelijkheid, slaapzucht, onweertaanbare zin in zoetheid, dat het premenstrueel syndroom schijnt te complementeren. Seizoendepressie en het premenstrueel syndroom gaan ook vaak samen.

Onze menselijke soort is gefabriceerd in Afrika tussen Ethiopië en Tsjaad. Daar winkelden Lucy en haar vriendinnen in de jungle en daarna in de savanne. Het was er mooi en warm weer en de nacht duurde net als de dag 12 uur en dat het hele jaar door. Het is dus niet onwaarschijnlijk dat ons organisme aangepast is aan dit equatoriale klimaattype. In de geschiedenis van onze planeet zijn er van tijd tot tijd periodes geweest dat een groot deel van de aarde dit weertype heeft gekend en dat onze achter-, achter-, achter-, achter grootouders zo hun territorium hebben vergroot en een groot deel van onze planeet veroverden. Onze Cro-Magnon voorouders hebben zich dus zo overal gevestigd net als andere schadelijke soorten als ratten, duiven, luizen en muskieten. Dat functioneerde prima zolang het klimaat hetzelfde bleef. Maar toen het klimaat kouder werd, moesten onze voorouders, wilde hun soort niet uitsterven, zich aanpassen: of in de herfst terugkeren net als zwaluwen naar hun land van herkomst, of als marmotten een winterslaap beginnen, of zich net als de vossen een warme jas van bont aanschaffen.

Hoe zijn onze voorouders, naakte apen zonder een laag vet als zeehonden hebben, erin geslaagd te overleven? Zonder twijfel hebben ze al snel een aantal overlevingsstrategieën ontwikkeld zoals het programmeren van het krijgen van nageslacht in de lente wanneer de temperaturen weer aangenaam werden en er weer plantaardig en dierlijk voedsel was. Zoals ook het opslaan van voedsel en de verdeling van het werk. De mannen moesten snel, waakzaam en agressief blijven om de clan te beschermen. Bij de "homo sapiens" zijn de mannen altijd minder kouwelijk geweest omdat ze een groter lichaamsgewicht hadden en hebben en zo een acceptabele lichaamswarmte konden behouden. De vrouwen waren zwanger of gaven de borst aan hun kinderen in de winter, waren minder mobiel en kwetsbaarder, bleven in de beschutting van hun schuilplaatsen waar ze zuinig om moesten springen met hun energie die ze opgespaard hadden door in de herfst zoveel mogelijk zoet voedsel te eten om dik te worden, om een beschermende laag vet te krijgen. In de meeste traditionele culturen prefereren de mannen daarom nog altijd dikke vrouwen. In Mauritanië bijvoorbeeld wordt een meisje zo gauw ze menstrueert in een tent gezet waar men haar als een gans vetmest om daarna haar formeel geslachtsrijp te verklaren en zij in geval van hongersnood haar baby niet hoeft te verliezen. De vrouwen sliepen en dommelden ook zo lang mogelijk wat ook uit calorisch oogpunt zeer economisch is.

Volgens Patrick Lemoine is het door meisjes eten van chocoladetabletten, etc. in de winter, het daarmee het aankomen van een paar kilo’s en moeilijk onder het dekbed vandaan kunnen komen, nog altijd een bewijs dat onze tropische soort zich goed heeft aangepast aan een gematigd klimaat.

De seizoensdepressie werd eigenlijk pas in 1982 ontdekt. Maar als we bedenken dat de aanpassing aan het klimaat prima functioneerde van de Cro-Magnon tot aan vandaag, dan is het goed denkbaar dat, zoals vandaag de dag nog plaatsvindt op bepaalde traditionele delen van het platteland, vrouwen half ingedommeld of pratend bij het vuur sokken verstelden gedurende de lange winteravonden. De mannen repareerden hun werktuigen, ploegden, bemestten en zaaiden de akkers in. Tot aan de jaren zestig was de westerse wereld ruraal, de mannen produceerden, de vrouwen zorgden voor het nageslacht. Het feit dat men zo minder bezig was in de winter werd nooit als iets negatiefs door de samenleving en dus ook door de medische wereld beschouwd.

God zij geprezen dat deze tijd achter ons ligt. De macht en de rol van de vrouw is duidelijk toegenomen al valt er nog heel wat door en voor haar te winnen. Formeel hebben ze dezelfde rechten en plichten als mannen Zij zijn en moeten nu 365 dagen per jaar actief zijn met als gevolg dat een groot aantal vrouwen lijden aan seizoensdepressie die zich vertaald in een aantal symptomen van moeheid tot een onweerstaanbare drang naar suikers, van een door haar ongewenst aankomen van enige kilo’s tot van af vooral van het veertigste jaar een gevoel van triestheid en ontmoediging.

De lichamelijke tekenen van een seizoensdepressie zijn meer dan onaangenaam geworden op psychologisch vlak. Waarom? Omdat het van oudsher noodzakelijke gedrag in het slechte koude seizoen geen zin meer heeft met de uitvinding van de centrale verwarming en de verlichting. Zo is het noodzakelijk gedrag van tienduizenden jaren een last geworden in plaats van een zegen voor het voortbestaan van de menselijke soort. Maar of we daarom weer naar het stenen tijdperk terug moeten, is ter uwer beoordeling.