Over de successen en het onvermijdelijke falen van de linkse politiek

Civis Mundi Digitaal #71

door Sid Lukkassen

Onlangs sprak ik bij Café Weltschmerz over een samenklontering in de maatschappelijke bovenlaag. Sociale mobiliteit hangt vast aan denkbeelden: wie wil stijgen op de maatschappelijke ladder, kan zich qua denkbeelden maar beter linksliberaal en internationaal georiënteerd uiten. Wie patriottische denkbeelden laat doorschemeren over zaken als cultuur en migratie, die loopt op tegen betonnen muren. Wie traditionele denkwijzen uitdraagt over rolpatronen en taakverdeling, stuit op een glazen plafond.

 

Psychiater dr. Esther van Fenema vroeg of dit is bewezen. Jazeker – dit is onderzocht. Wat blijkt is dat linkse beroepen dieper ideologisch links zijn en meer uitgesproken links, dan dat rechtse beroepen ideologisch rechts zijn.

 

Een aannemelijke verklaring is dat dit samenhangt met sociale status. Bij sommige beroepen is dit meer afhankelijk van netwerken dan van prestaties. Dit is een sociocratie en geen meritocratie. De analyse is dat de netwerkjesmaatschappij qua linkse beroepen meer is vervlochten dan qua rechtse beroepen: hierdoor hebben linkse beroepen naar hun aard een sterkere groepssolidariteit en kunnen zij de heersende belangen en de moraal van de samenleving beter domineren dan hun rechtse tegenhangers. Links trekt op in gesloten rangen: rechts is als het Mexicaanse leger.

 

Het verklaart tevens waarom het linker spectrum de onderlinge loyaliteit hoog in het vaandel heeft (net als de islam). De rechterkant is daarentegen een bonte verzameling individuen. De Nieuwe Zuil geeft hier een antwoord op, door nieuwe sociale banden tussen realistische mensen vorm te geven en bestaande banden te versterken. We moeten constateren dat links ideologisch water maakt en zinkt, maar organisatorisch oppermachtig is.

 

We moeten de aangehaalde statistieken leggen naast een onderzoek naar ‘dead end careers’ (oftewel ‘Big Mac’ jobs) – dan wordt het écht interessant. Toegegeven – deze data is meer gebaseerd op de VS dan op de EU. Maar zoals Niels Feitsma al schreef: alles uit de VS waait vroeg of laat over. “De Europese, van oorsprong aristocratische maatschappijen, zijn door de Amerikaanse massacultuur volledig gedemocratiseerd in de negatieve zin van het woord.” Precies wat Louis-Ferdinand Céline omschreef in Reis naar het einde van de nacht (1932).

 

In Frankrijk waren conservatieven en linksradicalen ooit verenigd tegen de opmars van het Amerikanisme, dat werd gezien als zowel plat en vulgair als kapitalistisch en consumentistisch. Maar wat is het punt van dat verzet geweest – zo kunnen we ons vandaag afvragen – als Frankrijk er de islamitische banlieues voor terugkreeg? Amerikanisering én islamisering: Europa krijgt ze allebei. Het authentieke aristocratische Europa sterft, wat overblijft is full blown ‘He’ – beluister H.P. Lovecraft tot 03.35.

 

Tot nu toe is de term ‘links’ wat lichtelijk gebruikt: meer als stok om de hond te slaan dan als precieze definitie. Knoop daarom in uw oren dat de term ‘links’ inmiddels als verzamelnaam en synoniem dient voor ‘progressief’. Dit omvat drie bestaande stromingen: progressief socialisme (sociaaldemocraten en types als Jeremy Corbyn), progressieve liberalen (D66, Trudeau, Macron, de Democraten in de VS), en tot slot de progressieve confessionelen (vroeger PPR, vandaag Merkel en het CDU).

Bovenal betekent progressivisme: cultuurrelativisme, multiculturalisme en anti-patriottisme. Van progressieve opiniemakers horen we afwisselend dat we de massamigratie ‘hebben verdiend’ (white guilt, socialistisch links) danwel dat massamigratie ‘bij een open samenleving hoort’ (globalisme, liberaal links). Zij zijn progressief in die zin dat ze zich inzetten voor een voortschrijdende cultuurverandering van de Westerse wereld. Dus lekker voorwaarts naar iets ‘nieuws’. 

Begrijp dat het huidige politieke strijdtoneel in het Westen inmiddels vooral een culturele strijd is, geen economische. Wereldwijd dolf extreemlinks het onderspit: de Sovjet-Unie verkruimelde – in communistische ‘heilstaten’ kwamen de gruwelijkste misstanden aan het licht. In het Westen triomfeerde een gematigder links: verzorgingsstaten werden opgericht en de doorsnee arbeider werd betrekkelijk welvarend.

Met deze nieuwe status quo was het economische geschil beslecht. Er ontstond een modus vivendi tussen de sociaaldemocratie en het liberale kapitalisme. De kaarten werden onderling verdeeld (links de zorg, milieu, onderwijs en de cultuursector; rechts economie, infrastructuur, verkeer en veiligheid). Met als gentleman’s agreement: voer geen campagne op elkaars thema’s.

Jürgen Habermas, John Rawls en Charles Taylor waren de denkers van deze nieuwe consensus. Zij positioneerden zich als gematigde liberalen, maar pasten het liberalisme aan zodat het ook de kritische theorie en identity politics kon omvatten. Met een nieuw taalgebruik van sociale rechtvaardigheid en gelijke waardigheid. Dat taalgebruik speelde in op bijvoorbeeld de LGBT-gemeenschap, maar ook op de multiculturele samenleving en de gekrenkte gevoelens van migranten over het Europese koloniale verleden. Het liberalisme veranderde in een ideologie die big government kon verdragen en zelfs kon ondersteunen.

Alleen voor de bühne werd nog ‘gestreden’. Zie als bewijs de Paarse kabinetten en bijvoorbeeld Rutte II. De PvdA werd economisch zoals de VVD – de VVD werd cultureel zoals de PvdA. Cultuurverandering, bevolkingsvervanging, flexibilisering en privatisering – er is nauwelijks aandacht voor. Die vier fenomenen worden gezien als onveranderlijke feiten die behoren tot de post Koude Oorlog status quo.

Links ontdekte al eerder dat de arbeider zich had laten afkopen: die was feitelijk overgelopen naar de burgerij en de ondernemers. Sinds de oliecrisis zette links in op migratie uit met name moslimlanden: zij wierpen zich op als kampioenen van het multiculturalisme. Die keuze kaatst nu pijnlijk terug: het debat is van economie naar cultuur verschoven. Overal is het zichtbaar geworden dat het multiculturalisme faalt. Minister Blok bevestigde deze waarheid maar moet dit nog eventjes politiek-correct ontkennen zolang hij in de verkeerde functie zit.

De politieke orde van het oude Europa was feitelijk niet klaar voor de islam, want die orde was een duel tussen socialisme en liberalisme dat zich afspeelde binnen rechtstatelijke verhoudingen. Dit was een strijd om de economische prioriteitstelling van de Westerse cultuur; vandaag echter is het dominante thema het voortbestaan van de Westerse cultuur überhaupt.

Europa zal mettertijd een soort ‘islamweerstand’ ontwikkelen en daardoor in iets veranderen dat eenzelfde hardheid gemeen heeft met de islam, maar nog steeds wezenlijk van de islam verschilt. Hiermee is politiek te verdelen in oude politiek, de politiek à la Merkel die gestaag zal verdwijnen, en nieuwe politiek, eigen aan een Europa dat islamweerstand ontwikkelt. Nu zal links vermorzeld worden tussen de islam en het nationaalconservatisme. De vier opties die links heeft zijn doodlopende wegen.

 

[1] Meegaan met realistische islamkritiek. Dit is de optie Denemarken. Hiermee is links late to the party en aanvaarden zij een reagerende, volgende rol. Cultuurrealisten behouden het initiatief en blijven het debat bepalen.

 

[2] Westerse waarden zélf opeisen, zoals ‘vrijzinnigheid’. Dit is de optie Vrij Links. Echter hiermee negeert links de collectieve dimensie van het socialisme – ze worden in feite liberale individualisten.

 

[3] Klassenstrijd opnieuw op de agenda zetten. De optie Ewald Engelen. Maar hoe?

de economie is inmiddels in de greep van het globalisme; het globalisme overvleugelt vandaag de politiek. Arbeiders verhuren hun huizen via Airbnb en rijden als ‘ondernemers’ voor Uber.

 

[4] Volharden in identiteitspolitiek: de optie van de Amerikaanse Democraten. Hiermee aanvaardt links dat we elkaar eigenlijk niet kunnen begrijpen, wegens identiteit. Een blanke/atheïst zou zich niet in een zwarte/moslim kunnen verplaatsen, want ‘privilege’. Maar moet wel in het bijzonder rekening houden met de identiteit van die ander. Dit is het einde van ieder debat op overreding, het leidt tot Thomas Hobbes’ decisionisme (voor uitleg hierover zie deze video van 39.00 t/m 46.15).

 

Gedram over ‘white privilege’ werkt averechts. Er zijn immers veel hoogopgeleide blanken die ondanks hun Bildung én ondanks hun ‘white privilege’ kampen met voortdurende bestaansonzekerheid. Ondertussen nadert het najaar – de aanloop naar Sinterklaas begint en dus zal Sylvana niet weg zijn te slaan bij DWDD, de omroep die er ooit voor de arbeider was. De identiteitspolitiek van nieuw links maakt de nostalgie naar ‘oud links’ begrijpelijk.

 

Een debat over pensioenen is bijvoorbeeld onmogelijk als iemand de economische en arbeidsrechtelijke discussie direct het racismediscours intrekt. ‘Pensioenen zijn racisme want nieuwe Nederlanders krijgen minder dan autochtonen en dit moet worden gelijkgetrokken!’ Plots voel je dan de behoefte aan een vakbondsman die in al zijn halsstarrigheid tenminste nog weet waarover hij spreekt.


Het discours van nieuw links – identity politics – komt voort uit de kritische theorie. De Europese variant daarvan is het ‘deconstructiedenken’, de postmoderne filosofie van Jacques Derrida. Deze stromingen verklaren de crisis van links in een notendop. Wie machtsrelaties deconstrueert, ontrafelt de hiërarchieën die de samenleving bijeenhouden. Heel simpel gezegd wordt het beeld van de natuurlijke en kosmische orde der dingen onderuit gehaald, in de hoop dat mensen dan gaan geloven in het idee van de maakbare samenleving. Het maatschappelijk bindweefsel ontrafelt en wat overblijft is een onstuimig proletariaat.

So far, so good – dit is nog in lijn met de klassieke Verelendung van Karl Marx: ‘Things have to get worse before they can get better’. Oftewel ‘wij van links’ hebben een massa nodig die zich van de traditionele structuren heeft afgekeerd en nu vatbaar is voor onze utopische inzichten over het inrichten van de maatschappij via social engineering. De vervolgstap is om meer democratisering toe te passen en zo stemt de massa onze wensen naar de macht (zie de oudlinkse PvdA & D66).

Maar nu blijkt dit proletariaat niet progressief te zijn! Nieuw links ontdekte dat veel arbeiders vaderlandslievend zijn en vasthouden aan traditionele rolpatronen. Ai! De onderklasse ziet meer in een Wilders, die net zo anti-establishment is als zijzelf, en identificeert zich eerder met een Tommy Robinson die volkser is dan ‘links’. Het schiet immers niet op dat links inmiddels zelf tot het establishment behoort en dat het ‘proletariaat’ zich op straat tussen de zegeningen van de multiculturele samenleving begeeft!

Zodoende trekt links de conclusie: het proletariaat dat we hebben gekregen, daar kunnen we niets mee. Dus weg met democratisering! Technocratie moeten we hebben! (Zie de hedendaagse PvdA & D66).

 

Het volk van de straat af halen zodat zij de multiculti-malaise niet meer zien, dat kan niet. Maar wat wél kan is de media reguleren, zodat er tenminste niet meer over wordt bericht. Op deze wijze hoopt het post Koude Oorlog establishment tijd te rekken en de opmars van het nationaalconservatisme te vertragen.

Ondertussen blijft de nieuwlinkse deconstructietaal, met buzzwords zoals ‘wit privilege’, ‘diversiteit’, ‘institutioneel racisme’ en ‘inclusieve samenleving’ dienst doen als selectiecriterium. Wie de deugtaal beheerst is klaar voor het baltsritueel – klaar om tot de heersende klasse te worden toegelaten. Wie wil stijgen op de maatschappelijke ladder, kan zich qua denkbeelden maar beter linksliberaal en kosmopolitisch uiten. Het alternatief is de Nieuwe Zuil.

 

Conclusie: iedere linkse revolutie krijgt het proletariaat dat ze verdient – niet het proletariaat waarop de links-elitaire voorhoede hoopt.