De Koran verklaard

Civis Mundi Digitaal #93

door Jan de Boer

Volgens de bekende Duitse Islam-deskundige Theodor Nöldeke die in de jaren 1860 wellicht de bekendste tekst schreef over de Koran, was het heilige boek van de Islam een waarheidsgetrouwe weergave van de prediking van de profeet Mohammed. Een eeuw lang was dat ook de mening van de Europese oriëntalisten: de Koran gaf de boodschap weer die Mohammed (571-632) aan zijn volgelingen in Mekka (610 – 622) en vervolgens in Medina (622- 632) gaf. Maar sinds de jaren 1970 wordt er aan deze zekerheid getwijfeld dank zij nieuwe kennis van de context (of contexten) inzake de vorming van de koran-tekst en nieuwe Arabische en niet-Arabische bronnen.

De indrukwekkende samenvatting, de «Le Coran des historiens « (de Koran van de historici), onder leiding van Guillaume Dye en Mohammad Ali Amir-Moezzi, biedt een synthese van veertig jaar « wetenschappelijke onstuimigheid ». Het voor mij fascinerende eerste deel: «Etudes sur le contexte et la genèse du Coran « (Onderzoek naar de context en het ontstaan van de Koran) laat de opkomst van de Islam zien in een rijke en gecompliceerde context. Het hierin geschetste Arabië van voor de Islam in de zevende eeuw toont dat deze regio geen aparte wereld was, maar integraal deel uitmaakte van een regio die gebukt ging onder oorlogen tussen de Perzen en de Byzantijnen met ook overal elkaar beconcurrerende geloven van joden, aanhangers van Zoroaster, heidenen en diverse christelijke kerken. Een ook zeer onrustige regio door zowel apocalyptische hoop en vrees. Kortom, geen gezellige tijd! 

De 28 auteurs laten zien dat de islam niet zozeer gezien moet worden als een nieuwe godsdienst plotseling geboren als Athene uit het hoofd van Zeus, maar als een voortzetting van de geestelijke stromingen in dat tijdvak alsook van de aftastende pogingen gedurende de twee eeuwen na de dood van de profeet Mahomet om zijn doctrine en zijn wet in te voeren.

Waar nog steeds een groot aantal kenners van de Islam ervan overtuigd zijn dat de Koran tijdens het leven van Mahomet gestalte kreeg, is Guillaume Dye van mening dat bepaalde passages na zijn dood zijn toegevoegd. Tekstvergelijking van verschillende elementen, soms in dezelfde soera (hoofdstuk van de koran) wijzen op de bemoeienis van verscheidene auteurs. Het proces van de heiligverklaring van de koran-tekst neemt een paar eeuwen in beslag. In de tijd van de eerste kaliefen vindt men heel weinig koran-citaten in bestuursdocumenten, in epigrafische inscripties en op geldstukken. Deze verschijnen pas ten tijde van de Omeyyaden met name bij Abd Al -Malik (kalief van 685-705) die geldstukken liet slaan met koran-citaten, het Arabisch tot taal van het bestuur verhief en de met koran-inscripties versierde Dom van de Rots in Jeruzalem liet bouwen. Zijn regering was een cruciale periode betreffende de verspreiding van de tekst en de ontwikkeling van een islamitische ideologie en collectieve geschiedenis.

Deze tijd was ook een periode van hevige conflicten binnen de jonge islam-gemeenschap met name tussen de Omeyyaden en de familie van de profeet -de vierde kalief Ali (656-661) en zijn zonen Hassan en Hussein – die na de dood van Hussein bij Karbala (680) door de soldaten van de Omeyyaden oorzaak waren voor de breuk tussen sjiieten (aanhangers van de familie van Ali) en de soennieten (Omeyyaden). De sjiieten erkennen niet de legitimiteit van de eerste drie kaliefen en ook niet die van de dynastie van de Omeyyaden. Zij menen dat Mahomet Ali als zijn opvolger heeft aangewezen en dat dus alleen zijn directe nazaten legitiem zijn.

De auteur Mohammad Ali Amir-Moezzi verklaart zo dat bepaalde sjiitische tekstuitleggers de canonieke tekst van de Koran afwijzen omdat naar hun mening deze vervalst is met name door niet te spreken over de opvolging van Mahomet door Ali. Anderen accepteren deze onvolmaakte tekst als een « Coran silencieux » die onbegrijpelijk is zonder hulp van de « Coran parlant » te weten de imam, de onfeilbare geestelijke en politieke gids van de sjiieten. De auteur laat weten dat de bronnen van de sjiieten niet objectiever zijn dan die van de Omeyyyaden, dat deze tegenstellingen een bevestiging zijn van de politieke en sociale context in die tijd.

In het tweede zeer uitgebreide deel van de « Coran des historiens » is een commentaar op het geheel van de Koran. Iedere soera, ieder hoofdstuk, is toevertrouwd aan één of twee auteurs die allereerst de inhoud en de globale structuur van de soera presenteren en vervolgens een gedetailleerd commentaar leveren waarbij de geschiedenis van de tekstverklaring wordt uitgelegd. Hoe interessant ook, voor mij als niet theoloog te veel van het goede.

Dit monumentale werk van een internationale équipe onderzoekers is onmisbaar voor eenieder die de koran wil begrijpen als een historisch document van de eerste orde en deze wil plaatsen in het hart van een cultureel, confessioneel en complex historisch netwerk.

Niet het minst onbelangrijk is dat in de huidige context de auteurs een kostbaar didactisch werk leveren. Zij tonen het verankerd zijn van de koran en de islam aan in een gemeenschappelijke cultuur die grote verwantschap impliceert met diverse stromingen van het christendom en het judaïsme. Met andere woorden: de islam maakt deel uit van een joods-christelijke cultuur. Dat is een uiterst belangrijk argument tegen fundamentalisten die een wetenschappelijke benadering van de heilige teksten afwijzen. Het zou voor iedereen en de hele wereld beter zijn als zij eens goed zonder vooringenomenheid naar elkaar en de wetenschap zouden luisteren.

Voor wie geïnteresseerd is in dit monumentale werk « Le Coran des Historiens » en in ieder geval het Frans beheerst, is het goed te weten dat dit (3 delen) te verkrijgen is bij de uitgeverij Cerf, 3408 bladzijden (!) voor 59 euro.