De lessen van de coronacrisis voor de strijd tegen de klimaatopwarming

Civis Mundi Digitaal #95

door Jan de Boer

Talrijke regeringen hebben drastische maatregelen genomen in de strijd tegen het coronavirus met ook een ongekende economische impact. Het is te voorzien dat de economische vertraging leidt tot een belangrijke vermindering van uitstoot van broeikasgassen met goede effecten voor de publieke gezondheid. Zo verminderde in China de concentratie fijnstof met 20 tot 30 procent. Luchtvervuiling kost jaarlijks 1,1 miljoen mensen het leven, volgens schattingen van de Wereldgezondheidsorganisatie.

Deze crisis toont hoe dan ook aan dat regeringen dringende, radicale en zeer kostbare maatregelen kunnen treffen bij een direct en dreigend gevaar. Maatregelen die ook in algemene zin door de bevolking worden geaccepteerd. Waar wij zo de pandemie van COVID-19 weten te bestrijden, zijn wij duidelijk niet in staat om hetzelfde te doen tegen de klimaatopwarming. Eenvoudig gezegd wij zijn oneindig veel banger voor het coronavirus dan voor de klimatologische verandering. Het virus betekent een concreet en direct gevaar voor het eigen leven, terwijl wij nog steeds de gedachte hebben dat de klimaatopwarming ook in de toekomst vooral en vooreerst anderen elders betreft.

Om deze sociale distantiëring, mede gecreëerd door de wetenschappelijke klimaatmodellen, op lange termijn uit te bannen, denk ik dat het veel doelmatiger is om ons te concentreren op meer directe doelen. Het isoleringsprogramma inzake het virus is niet gericht op het limiteren van hogere sterftecijfers in de komende tien of twintig jaar, maar op het afremmen van de verbreiding van de epidemie hier en nu. Dat legitimeert de drastische isoleringsmaatregelen. Mijns inziens moet de impact van de klimaatopwarming op de volksgezondheid veel meer aandacht krijgen. Veel onderzoek wijst uit dat het argument van volksgezondheid bij de bevolking aanslaat en tot gedragsverandering kan leiden. En we weten dat de klimaatverandering catastrofale gevolgen heeft voor onder meer infectieziekten. Dit soort gevolgen moet veel meer aandacht krijgen in de communicatie over het klimaat.

 

Drastische maatregelen, zoals nu bij het coronavirus, worden geaccepteerd omdat ze verondersteld worden tijdelijk te zijn. Als ze aangekondigd zouden zijn als permanent, zouden ze oneindig meer weerstand oproepen. Daarom moet niet langer over de klimaatopwarming als een « crisis » gesproken worden. Een crisis is van nature tijdelijk en veronderstelt een terugkeer naar het normale. De klimaatverandering is een onomkeerbare verandering: er is geen terugkeer naar het normale, in ieder geval niet de komende eeuwen. De maatregelen die genomen moeten worden om verdere opwarming van het klimaat tegen te gaan, kunnen nooit tijdelijk zijn: zij moeten permanente veranderingen zijn van onze economieën en onze levenswijze.

Opvoeding wordt vaak gepresenteerd als een essentieel iets voor de strijd tegen de klimaatverandering: als iedereen voldoende kennis over dit fenomeen zou hebben, dan wordt graag aangenomen dat men daaruit de consequenties zou trekken en zo de strijd tegen de klimaatopwarming actief zou steunen. De maatregelen tegen het coronavirus zijn evenwel niet door de bevolking gevraagd, maar opgelegd door regeringen, terwijl burgers nauwelijks over medische of epidemiologische kennis beschikken. De strijd tegen de klimaatopwarming heeft zo ook verticaal besloten maatregelen nodig. Als wij zouden wachten op het moment dat iedereen de te nemen maatregelen begrijpt, kunnen we wachten tot sint-juttemis.

De klimaatopwarming en de pandemie van het coronavirus hebben veel gemeen: vrijwel de hele wereld wordt getroffen en de wetenschappers bepleiten drastische maatregelen. In beide gevallen gaat het erom eerst de meest kwetsbaren te beschermen. Dat is een duidelijke les in solidariteit. Maar deze solidariteit gaat op dit moment niet verder dan de nationale grenzen. Er is geen sprake van een mondiale aanpak van de coronacrisis, maar van een vaak totaal verschillende aanpak van landen. De mondialisering is een interdependentie, een onderlinge afhankelijkheid zonder solidariteit. De klimaatverandering vereist een solidariteit die verder gaat: de gevolgen van de uitstoot van broeikasgassen stoppen niet bij nationale grenzen.

De maatregelen tegen het coronavirus zijn uit noodzaak door regeringen opgelegd: wij hebben ze niet gekozen, we ondergaan ze. De maatregelen om tegen de klimaatopwarming te strijden moeten wel gekozen worden. Hoe van het een naar het ander te gaan? Daar gaat het om. Want de antwoorden op de crisis van het coronavirus zijn ook een appel tot het vinden van een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Zij tonen ons de mogelijkheid van het nemen van dringende en drastische maatregelen voor een onmiddellijk en dreigend gevaar. Laten we daar de lessen uit trekken voor de noodzakelijke strijd tegen de klimaatopwarming.