De hernieuwde strijd tegen de klimaatopwarming en China

Civis Mundi Digitaal #106

door Jan de Boer

Op 12 december vorig jaar organiseerden de Verenigde Naties, Engeland en Frankrijk een virtuele topconferentie over het klimaat om het klimaatakkoord van Parijs (2015) te vieren en te tonen dat de geest van dat verdrag niet dood is. Deze gebeurtenis gaf ook de gelegenheid om de regeringen aan te sporen hun inspanningen ten minste te verdubbelen, omdat de wereld richting een opwarming gaat van 4 graden, met alle catastrofale gevolgen van dien, mede omdat de goede voornemens en beloften van de ondertekenaars van het klimaatakkoord niet nagekomen zijn. De uitstoot van broeikasgassen neemt ieder jaar toe. Het akkoord van Parijs voorziet erin dat de landen elke vijf jaar plannen indienen met grotere inspanningen om de klimaatopwarming tegen te gaan. Op dit moment hebben slechts 20 landen hun becijferde plannen bij de Verenigde Naties ingediend. In totaal zeggen 126 landen hun inspanningen te zullen verhogen, maar in welke mate is onbekend.

Laurent Fabius, de « vader van het klimaatakkoord »: « De bedoelingen zijn positief, maar de vraag is hoe ze te realiseren. We moeten sneller en verder gaan, want de ontregeling van het klimaat bedreigt ons niet alleen halverwege deze eeuw, maar ook nu. Het belangrijkste doel is het op zeer korte termijn verhogen en realiseren van de klimaatplannen, want deze zijn totaal onvoldoende ». Natuurlijk is de terugkeer van de Verenigde Staten met president Joe Biden van belang, maar dat is verre van voldoende. De toekomst hangt mede af van landen die zacht gezegd zeer terughoudend zijn: Australië, Brazilië, Rusland, Saoedi-Arabië, Turkije…

Op weg naar de volgende topconferentie over het klimaat, de COP26 die dit jaar in Glasgow (Schotland) wordt gehouden, moet er duidelijkheid komen of en in hoeverre de genoemde virtuele topconferentie het gewenste resultaat heeft gehad: de verdubbeling van de niet nagekomen toezeggingen in Parijs. Overigens ben ik van mening – en ik ben niet de enige – dat we eerder naar een verdrievoudiging van de toegezegde inspanningen bij het klimaatakkoord toe moeten, met een realisering ervan op zeer korte termijn. Nu de landen zelfs hun beloften bij het sluiten van het klimaatakkoord niet nagekomen zijn, geloof ik er eerlijk gezegd niet in dat de beloften van nog veel hogere inspanningen wel nagekomen zullen worden. Of nagekomen kunnen worden, bij een energievretende economie die nog steeds uitgaat van ongelimiteerde groei met bijbehorend consumptiegedrag.

Een van de landen die hun plannen bij de Verenigde Naties ingediend hebben, is China, dat verantwoordelijk is voor een kwart van de mondiale uitstoot van broeikasgassen. In dit artikel wil ik China als voorbeeld nemen van de voorgenomen verhoogde inspanningen om de klimaatopwarming echt tegen te gaan.

Op de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 22 september 2020 verklaarde de Chinese president dat Peking zich als doel stelt rond 2060 te komen tot een CO2-evenwicht en de piek van zijn CO2-uitstoot voor 2030 te bereiken. China is verantwoordelijk voor een kwart van de mondiale uitstoot van broeikasgassen, en bovengenoemde aankondiging door Xi Jinping werd onmiddellijk gevolgd door Japan en Zuid-Korea, die dit CO2-evenwicht in 2050 willen bereiken. Ik wil hierbij opmerken dat dit tijdens de aan de gang zijnde klimaatopwarming – voor het einde van deze eeuw ten minste gemiddeld 4 graden, met alle catastrofale gevolgen van dien, waarover ik regelmatig heb geschreven – uiteraard veel en veel te laat is.

De doelen van China zijn overigens ambitieus. Het Witboek dat ter gelegenheid van de virtuele bijeenkomst werd gepubliceerd stelt dat China « haar transformatie naar een groene ontwikkeling en een economie en een maatschappij met weinig koolstoffen versnelt ». Je kunt je de vraag stellen of China haar beloften ook waar kan maken. Hoewel het Witboek heel gedetailleerd beschrijft wat er sinds 2012 met de komst van Xi Jinping aan de macht al gedaan is, blijft het erg vaag over de middelen die China in staat zouden moeten stellen haar officieel vastgestelde doelen te bereiken. Volgens Ding Zhimin, de vroegere cheffin van de Nationale Dienst Energiezaken, kost het bereiken van het CO2-evenwicht zeker 16.000 miljard euro. Daarbij moet volgens haar woorden in de « South China Morning Post » het aandeel van steenkool in de energiemix met ten minste 5% verminderd worden. Een absolute onmogelijkheid! Het aandeel van steenkool in de energiemix bedraagt nog steeds 57,7%, en volgens de experts van de « Global Energy Monitor » en het « Centre for Research on Energy and Clean Air » (CREA) is alleen al de door Peking voorziene toename van de productiecapaciteit van de steenkoolcentrales in China groter dan de huidige capaciteit van alle steenkoolcentrales in de Verenigde Staten.

Het Witboek legt overigens verschillende keren de nadruk op de beloften van « milieuvriendelijk steenkool » en dat doet op zijn minst vermoeden dat deze energiebron nog een mooie toekomst tegemoet gaat. Wanneer China zoals in de laatste weken het hoofd moet bieden aan een koudegolf, vraagt het onmiddellijk « aan de provincies die op grote schaal steenkool produceren, zoals Shanxi, Shaanxi en Binnen-Mongolië, de productie te verhogen, evenals de voorraden steenkool in de elektrische centrales en de levering van steenkool aan de belangrijkste regio’s », erkende de « China Daily » op 30 december vorig jaar.

Het jaar 2021 is in dit verband bijzonder interessant. Allereerst omdat de meeste experts opnieuw een forse economische groei verwachten van rond de 8%. De vraag naar steenkool zal dus aanzienlijk zijn, en daardoor ook de CO2-uitstoot. Al in 2020 kende China een veel minder duidelijke teruggang in economische groei dan de rest van de wereld. De uitstoot van CO2 door fossiele brandstoffen verminderde slechts met 1,7%, terwijl dat volgens de jaarlijkse rapportage van het « Clobal Carbon Project » (GCP) mondiaal 7% was. Het Chinese parlement moet in maart het veertiende vijfjarenplan (2021-2025) aannemen. Dat vijfjarenplan is als gewoonlijk vrij algemeen, maar wordt gevolgd door duidelijker plannen voor de diverse sectoren van de economie. Duidelijk is dat de doelen van dit vijfjarenplan, dat op alle fronten de economische groei moet aanjagen, buitengewoon energievretend zijn.

China verwacht in 2035 een « gematigd ontwikkelde natie » te zijn, en moet dat proces dus steunen met een voortdurende economische groei. Zelfs na de piek van de uitstoot van broeikasgassen in 2030, als die ook inderdaad plaatsvindt, betekent dat niet een snelle daling van uitstoot van CO2, maar hooguit « een graduele vermindering in een stabiliteitssituatie », volgens het jargon van de regering. Met andere woorden: China wordt in het allerbeste geval maar een heel erg klein beetje groen… en ook daarbij kun je grote vraagtekens wat betreft de realiteit zetten.

 

De rest van de wereld, in de ban van de pandemie en de daardoor veroorzaakte sociale en economische crisis, zal er alles aan doen om de traditionele economie te herstellen. Goede voornemens om op korte termijn veel meer inspanningen te leveren voor de strijd tegen de klimaatopwarming en deze ook op korte termijn te realiseren zullen net als de toezeggingen bij het aangaan van het klimaatakkoord beperkt blijven tot voornemens. Met andere woorden: de klimatologische catastrofe is onvermijdelijk.

 

Geschreven op 13 januari 2021