Het wat, hoe en waarom van het investeringsakkoord tussen de Europese Unie en China

Civis Mundi Digitaal #106

door Jan de Boer

Het investeringenakkoord tussen de Europese Unie en China, waarover sinds 2013 onderhandeld werd, is na de nodige strubbelingen mede onder druk van Angela Merkel overeengekomen. Het Europese objectief is de Chinese markt meer open te stellen voor investeringen van ondernemingen uit de Europese Unie, met regels voor een meer evenwichtige concurrentie.

Op 28 december werd de laatste versie van het akkoord voorgelegd aan de vertegenwoordigers van de lidstaten. De laatste aarzelingen van een paar landen, waaronder Frankrijk en Nederland, die de laatste dagen van december de discussies hadden vertraagd, zijn voorbij. Deze lidstaten wilden dat China toe zou zeggen de conventies van de International Labour Organization (ILO) te ondertekenen, met name die van de afschaffing van gedwongen arbeid. Op 17 december had het Europese parlement namelijk een resolutie aangenomen die gedwongen arbeid veroordeelt, waarvan in China de minderheden van de Oeigoeren, de Kazakken en de Kirgiziërs slachtoffer zijn. Uiteindelijk zegde China tijdens de onderhandelingen toe dat zij deze internationale conventies zal ondertekenen. Of deze toezegging dan ook werkelijkheid wordt? Ik denk van niet. Het zal wel bij voornemens blijven, zoals vele goede voornemens in de politiek maar al te vaak voornemens blijven, zoals ook in de strijd tegen de klimaatopwarming.

Hoe dan ook, het akkoord is gesloten. Europese experts zeggen dat het « een goed akkoord voor Europa » is met belangrijke economische voordelen. Jürg Wuttke, de zeer invloedrijke Duitse voorzitter van de Europese Kamer van Koophandel in China en groot voorstander van dit akkoord, zei in een interview met de « Financial Times »: « 30% van de mondiale economische groei in de komende tien jaar komt van China. Willen we daar niet of wel van profiteren? Australië, Japan en Zuid-Korea hebben met China een RCEP-akkoord getekend: een regionaal algemeen economisch partnership, waarin niet over gedwongen arbeid wordt gesproken. Zouden wij, als dat al mogelijk zou zijn, China ertoe moeten dwingen om onze manier van leven te accepteren, waarbij wij ook onze werkgelegenheid op het spel zetten? Wij moeten realistisch zijn wat betreft onze mogelijkheden China te veranderen ». Zo is het maar net, nietwaar? Bij mogelijke economische voordelen moet je niet over mensenrechten zeuren…

Maar er zijn er ook die vraagtekens bij deze economische voordelen zetten. Alicia Garcia-Herrero, onder meer lid van de Europese economische denktank Bruegel, laat mij weten dat « het probleem is dat de aanvullende toegang tot de Chinese markt minimaal is. In januari vorig jaar heeft China de wet op buitenlandse investeringen aangenomen, die de lijst van « beschermde » sectoren van de Chinese economie heeft ingeperkt. Het akkoord met de Europese Unie gaat niet veel verder dan deze bepalingen. En wat de controle op subsidies voor Chinese bedrijven betreft, in het akkoord zijn dat maar een paar sectoren ».

De sectoren van elektrische auto’s, ziekenhuizen en de chemie openen zich gedeeltelijk voor Europese bedrijven. China hoopt met dit verdrag « dat Europa zich niet sluit voor haar markt ». Alicia Garcia -Herrero vraagt zich ook af « waarom dit akkoord zo snel voor het einde van het jaar gesloten moest worden? Zijn wij zo zwak dat we dit akkoord moesten accepteren zonder een werkelijke verandering van de voorwaarden voor toegang tot de Chinese markt? » Op deze vraag kan ik een antwoord op geven: De snelheid waarmee dit akkoord voor 2021 is gesloten, is het gevolg van de wil van de Europese Unie om dit akkoord te sluiten voordat Joe Biden zich op 20 januari formeel in het Witte Huis installeert. De Europese Unie wil zich niet door Joe Biden laten betrekken in de Amerikaanse – Chinese handelsoorlog. Jake Sullivan, raadgever van de nieuwe president inzake nationale veiligheid, heeft op 21 december vorig jaar niet voor niets opgeroepen tot « snel overleg met onze Europese partners over onze zorgen inzake de economische praktijken van China ».

Dit akkoord is een succes voor Xi Jinping, die daarmee de vorming van een trans-Atlantisch verbond vermijdt. Vooral ook omdat dit akkoord bewijst dat de Europeanen, ondanks de situatie in Xinjiang en Hongkong in de laatste maanden, China niet zozeer meer als een systematische rivaal beschouwen, maar eerder als een strategische partner. De woordvoerder van het Chinese ministerie van buitenlandse zaken: « De samenwerking van beide partijen zegeviert over de concurrentie en de consensus zegeviert over de verschillen ».

Na het op 15 november vorig jaar gesloten vrijhandelsakkoord tussen de tien landen van de Asean en China, Japan, Zuid-Korea, Australië en Nieuw-Zeeland stelt het akkoord met de Europese Unie China in staat haar engagement ten gunste van het multilateralisme te bevestigen en zich in het centrum van de toekomstige internationale handelsonderhandelingen te plaatsen. En daarbij moet men China nooit, maar dan ook nooit onderschatten.

 

Geschreven op 10 januari 2021