Klimaat en rechtvaardigheid

Civis Mundi Digitaal #118

door Erik Jansen

Bespreking van Robbert Bodegraven, Radicaal anders, 12 visionaire denkers over klimaat en rechtvaardigheid. Rotterdam, Lemniscaat, 2022.

 

De klimaatcrisis stelt ons voor een breed scala van maatschappelijke uitdagingen. Het terugdringen van de CO2-uitstoot is niet alleen een technisch probleem, maar vraagt ook aanpassingen in de economie, vraagt leiding en daadkracht vanuit de politiek (actie, actie, actie), en tenslotte, niet het minst belangrijk, vraagt het betrokkenheid en instemming van de burgers. Ondanks de algemene ongerustheid onder de burgers over de gevolgen van de klimaatcrisis verloopt de vertaling naar actie nog uiterst traag. De politiek doet nog steeds alsof alles “haalbaar en betaalbaar” moet blijven, mede uit vrees voor weerstand vanuit populistische hoek, dat burgers op te hoge kosten worden gejaagd en dat alle miljarden die nu worden gereserveerd voor de ‘Green New Deals’ weggegooid geld zal blijken te zijn.

 

Denkers over klimaat

Hoewel binnen het bedrijfsleven ontwikkelingen op gang komen, is het goed om vanuit politieke en filosofisch oogpunt te reflecteren op de huidige situatie. Robert Bodegraven, momenteel directeur van het Humanistisch Verbond, en voorheen directeur van het Wetenschappelijk Bureau van GroenLinks, heeft een aantal interviews gebundeld die voor een deel al eerder verschenen in De Helling, het blad van GroenLinks. Het bijzondere van deze bundel is dat alle denkers vrouwen zijn die een belangrijke rol spelen in de maatschappelijke discussie en politieke besluitvorming rond het klimaat. Een aantal van de geïnterviewden kwam ook al een keer langs in de boekbesprekingen in Civis Mundi, zie de noten.

Een centraal thema in de bundel is klimaatrechtvaardigheid. Wil er onder de bevolking voldoende draagvlak komen dan zal het terugdringen van de klimaatopwarming gepaard moeten gaan met bestrijding van de grote ongelijkheid en verbetering van de positie van de meest kwetsbaren, zowel in ons eigen land als in de derde wereld. Een tweede thema is dat individuele gedragsverandering natuurlijk wenselijk blijft, zoals minder vliegen en vegetarisch eten, maar dat we met bewust consumeren alleen de klimaatcrisis en de wereldwijde ongelijkheid niet gaan oplossen. Ook technische innovatie alleen gaat het antwoord niet geven. De vraag is hoe ‘radicaal anders’ moeten we onze samenleving dan wel organiseren? De antwoorden daarop zijn in deze bundel niet eensluidend. Ik heb de interviews in drie groepen opgedeeld met in de eerste alinea de strekking van de interviews en in de tweede alinea wat korte kanttekeningen.

 

De internationale diplomatie

Een aantal van de geïnterviewde vrouwen zijn zeer actief in het internationale overleg rond de klimaatakkoorden, zoals Christiana Figueres [1], die voorzitter was van de klimaattop in Parijs (2015), Heleen de Coninck [2], die mede-auteur was van het klimaatrapport (2019) van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), Joyeeta Gupta [3] die ook meeschreef aan eerdere IPCC rapporten, en Tasneem Essop [4], voorzitter van het Climate Action Network, die veel doet aan het betrekken van de lokale vakbonden en grassroots-organisaties bij het politieke besluitvorming in diverse landen. De algehele insteek is om zoveel mogelijk overleg en convenanten te sluiten, waaronder ook public-private samenwerkingen. Deze benadering heeft inmiddels het nodige bereikt, zoals het akkoord van Parijs. De tweejaarlijkse Conference of Parties (COP-meetingen) bieden de nodige ruimte voor overleg tussen regeringen, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Banken, investeringsfondsen en beleggers realiseren zich meer en meer het financieel en economisch belang van de transitie en zijn zich ook bewust van de mogelijkheid dat veel economische waarde straks verloren kan gaan als ‘stranded assets’. Tenslotte zijn er de akkoorden, die, hoewel in veel opzichten vrijblijvend, toch aanleiding kunnen geven tot rechterlijke uitspraken die overheden en bedrijven kunnen dwingen hun toezeggingen gestand te doen, zoals we in Nederland zagen bij de rechtszaken rond de stikstofwetgeving, het Urgenda-vonnis, en de Milieudefensie rechtszaak tegen Shell. In dat perspectief suggereren sommigen zelfs een ‘mondiale grondwet’ of een uitbreiding van het Handvest van de VN die de rechten van natuur en biodiversiteit veilig moet stellen.

Een zwakte van deze benadering is dat de politiek in woord mooie beloftes kan doen maar geen garantie biedt dat het ook echt gebeurt terwijl de tijd wel verstrijkt. Zolang er verkiezingen gewonnen worden, hoeven politici zich niet druk te maken over niet nagekomen beloftes. Ook is het de vraag of verdergaande juridische verdragen de bestaande praktijken en juridische rechten, zoals de contracten van bedrijven met overheden, kunnen ‘overrulen’.

 

Een sterkere rol van de overheid

Prominente woordvoerders voor een sterkere rol van de overheid zijn Ann Pettifor [5], Stephanie Kelton [6], Mariana Mazzucato [7]. De overheid is vanaf de jaren zeventig terughoudend geweest in het voeren van een actieve industriepolitiek, geheel volgens de neoliberale agenda. Veel overheidsdiensten zijn vermarkt en de overheid beschikt niet meer over de kennis en het beheer van de energie-infrastructuur, zoals het landelijk elektriciteitsnetwerk. Het geldstelsel is in handen van de Centrale Banken gelegd en op afstand gezet van de politiek en de geldschepping is overgelaten aan de commerciële banken die ‘geld maken’ door leningen uit te geven. Echter, voor de klimaatopgave is er geen concrete vraag in de markt. Nee, het omgekeerde is eerder het geval, het terugdringen van de uitstoot gaat enorm veel geld kosten, en bedrijven en consumenten zullen meer moeten betalen voor minder. Ook zullen landen en energiebedrijven moeten afzien van het gebruik van hun kolen- en olievoorraden, hetgeen een enorme kapitaalsvernietiging betekent voor de eigenaren. De roep om regelgeving en financiële steun van de overheid klinkt daarom luidt. Hulp daarbij komt van de observatie dat de overheden het geldscheppen best wel weer in eigen hand kunnen nemen en dat er enorme budgetten gecreëerd kunnen worden voor maatschappelijke doelen, zo lang de inflatie maar niet te sterk stijgt.

Helaas hebben overheden het principe van het virtuele geld al lang ontdekt en gebruikt voor de massale steunmaatregelen gedurende de Corona-crisis, het Europese noodprogramma, en de programma’s voor het vernieuwen van de infrastructuur, zoals in de VS. Het klimaat heeft nog maar zijdelings kunnen profiteren van deze nieuwe geldstromen. Ook is het ‘Build Back Better’-programma van Biden voorlopig gesneuveld in de senaat.

 

Verbreding naar andere maatschappelijke thema’s

Alessandra Korap [8] en Elizabeth Wathuti [9] verbinden de klimaatcrisis met de roep om behoud en herstel van de natuur en biodiversiteit, en met de ‘grassroot’-benadering van lokale bewegingen. Het gaat volgens hen niet alleen om het ontwikkelen van en investeren in alternatieve energiebronnen, het gaat ook om een andere verhouding met de natuur en bescherming van inheemse volkeren die van het regenwoud afhankelijk zijn. Susan Neiman [10] en Ingrid Robeyns [11] verbinden de klimaatcrisis met een ethiek die een andere houding bepleit ten opzichte van onze materiële welvaart. Te veel jagen we materieel bezit na in plaats van ons te bekommeren om het ‘goede leven’, zoals door Kant en andere filosofen is gepropageerd. Het meest uitgesproken is Chantal Mouffe [12] die de politieke uitvoering van het klimaatbeleid niet wil overlaten aan het politieke midden, maar een links populisme voorstaat dat een alternatief biedt voor het liberale en rechts-conservatieve beleid. Dan is het wel noodzakelijk dat links zich minder identitair en kosmopolitisch opstelt en meer oog krijgt voor de wens van de gewone man om bescherming tegen de gevolgen van globalisme en immigratie.

Het verbreden van de klimaatcrisis tot een algemene crisis van ongelijkheid, natuurbedreiging, armoede, gezondheid en zinvol leven is vanzelfsprekend nuttig maar maakt het smeden van coalities er niet makkelijker op. Ook het verbinden van de klimaatdiscussie aan een links-populistische beweging zal de noodzakelijke consensus niet erg helpen. De onvrede onder de kiezers van de rechts-populistische partijen met Den Haag, de wereld, en de elite in het algemeen, zit te diep om dit met links-opportunisme om te buigen [13].

 

Conclusies

Al met al is dit een bijzonder interessante bundel die uitnodigt om meer te lezen over de geïnterviewden (zie noten). De uitstekende vragen die Robbert Bodegraven de vrouwelijke denkers voorlegt brengen de belangrijkste thema’s op sprekende wijze naar voren. De keuze om alleen vrouwen aan het woord te laten pakt ook goed uit. Het is merkwaardig dat Kate Raworth [14] bekend van haar ‘Doughnut Economics’, in het rijtje ontbreekt. Dat geldt ook voor Marjan Minnesma [15]. Het is opvallend dat het aspect ‘voeding’ in de discussie ontbreekt. Afschaffen van de veeteelt en overgaan op een vegetarisch dieet zou al een aanzienlijk deel van de CO2-uitstoot kunnen terugdringen en veel van het regenwoud kunnen beschermen [16]. Ook zou er veel op korte termijn kunnen worden bereikt door het eisen van energielabel A of B bij verkoop/aanschaf van een huis, en het (drastisch) verhogen van de CO2-belasting, ook als dit ten koste gaat van de vrijheid van consumeren. Dat is geen “radicaal andere” inrichting van de maatschappij, maar zelfs het verkrijgen van een brede politieke consensus over deze relatief eenvoudige maatregelen is al een probleem.

 

Noten

[1] Christiana Figueres was secretaris-generaal van de UNFCCC, de klimaatconferentie van de VN. Haar meest recente boek (samen met T. Rivett-Carnac) is Wij bepalen de toekomst. De klimaatcrisis overleven. Spectrum, 2020.

[2] Heleen de Coninck is hoogleraar Sociotechnische innovaties van de TUE en co-auteur van het IPCC-rapport (Intergovernmental Panel on Climate Change) van de VN, dat duidelijk maakte dat 1,5 graad opwarming het uiterste is wat we kunnen accepteren zonder onherstelbare schade aan te richten. Zij was mede-auteur van: Rood-groene politiek voor de 21e eeuw: een pact tussen generaties. Van Gennep, 2017.

[3] Joyeeta Gupta is hoogleraar Milieu en Ontwikkeling aan de Universiteit van Amsterdam en de TU Delft. Zij was ook mede-schrijver voor het IPPC.

[4] Tasneem Essop was minister van Milieu in de provincie Westkaap in Zuid-Afrika en is momenteel voorzitter van het Climate Action Network, een netwerk van ruim 1300 maatschappelijke organisaties als lid in zo’n 120 verschillende landen. Zij doet veel voor het betrekken van lokale vakbonden en grassroots-organisaties bij de politieke processen in diverse landen.

[5] Ann Pettifor is Britse econoom en wil graag het financiële systeem veranderen dat ze als de hoofdschuldige ziet van het huidige neoliberale systeem. Zij wil dat de overheid de geldschepping weer zelf gaat managen en actief de investeringen gaat bijsturen. Zij is de bedenkervan de Green New Deal waarvoor zij het initiatief in 2008 nam, in reactie op de kredietcrisis. Het concept van de Green New Deal is nu overgenomen door de Biden-regering in de VS en door de EU onder aanvoering van Frans Timmermans en Diederik Samson. Haar meest recente boek is The Case for the Green New Deal, Verso Books, 2019.

[6] Stephanie Kelton is hoogleraar aan het Stony Brooke University in New York en prominent woordvoerder van de Moderne Monetaire Theorie (MMT). Zie CM#108 voor een bespreking van The Deficit Myth: Modern Monetary Theory and How to Built a Better Economy, 2020, De mythe van de staatsschuld, (vert.) Ambo|Anthos, 2021.

[7] Mariana Mazzucato is hoogleraar Economics of Innovation and Public Value aan het University College London. Zij brengt naar voren dat bedrijven enorm profiteren van al het onderzoek en ontwikkelingswerk dat aan de universiteiten en onderzoeksinstituten wordt verricht, betaald door de overheid, terwijl de winsten vooral gaan naar de ondernemers. Zij wil dat er meer balans komt in de verdeling van de opbrengsten en dat de overheid en samenleving er meer van profiteren. Zij stelt concrete ‘missie-gedreven’ programma’s voor en adviseert daarin overheden. Zie CM#108 voor een bespreking van The Value of Everything, 2018. De waarde van alles: onttrekken of toevoegen aan de wereldeconomie, 2018. CM#110 voor een bespreking van Moonshot, grootse missies voor de hervorming van het kapitalisme, 2021.

[8] Alessandra Korap is de leider van een inheems volk in het Amazonegebied die zich uitspreekt tegen de mensenrechtenschendingen door illegale winningsactiviteiten zoals mijnbouw en houtkap.

[9] Elizabeth Wathuti is een Keniaanse milieu- en klimaatactivist.

[10] Susan Neiman is een Amerikaanse moraalfilosoof die directeur is van het Einstein Forum te Potsdam. Haar belangrijkste werk is Morele helderheid. Goed en kwaad in de 21e eeuw, Ambo, 2010.

[11] Ingrid Robeyns is hoogleraar Ethiek aan de Universiteit Utrecht. Haar bekendste werk is Rijkdom. Hoeveel ongelijkheid is nog verantwoord? Prometheus, 2019.

[12] Chantal Mouffe is een Belgische politicologe die bekendheid verwierf met het boek Hegemony and Socialist Strategy, 1985, dat ze schreef samen met haar man Ernesto Laclau. Recent heeft ze haar ideeën over een links-populisme gepubliceerd in het boek For a Left Populism, 2018. Haar boekje On the political, 2005, vertaald onder de titel Over het politieke, 2008, benadrukt het belang van discussies en conflicten voor het politieke bewustzijn.

[13] Willem Schinkel is in Nederland de meest prominente pleitbezorger van een links populisme. Zie o.a de bespreking van zijn boek Pandemocratie in CM#115

[14] Kate Raworth is verbonden aan het Oxford University’s Environmental Change Institute, en ‘professor of practice’ van de Hogeschool Amsterdam. Er was al een interview beschikbaar door Suzanne van Eijnden. Zie ook CM#101 voor een bespreking van het boek Donut economie.

[15] Marjan Minnesma is directeur van stichting Urgena en werkte voordien samen met Jan Rotmans bij het Instituut voor Transities (DRIFT) van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zie ook het interview met Heleen de Coninck en Marjan Minnesma in de GL podcast.

[16] Arnold Tukker van de vakgroep Ecologie Universiteit Leiden, heeft met andere co-auteurs, de CO2 winst berekend als de rijke landen overgaan op een overwegend plantaardig dieet met 250 ml zuivel per dag en kleine beetjes vis en (wit) vlees (zo’n 200 gram per week), en de vrijkomende landbouwgronden worden beplant om extra CO2 te binden. Zie NRC-artikel van 11 januari 2022.

[17] Zie ook CM#116 Klimaat, gedrag en bewustzijn.