Een spoor van grof geweld: historische ooggetuigenissen uit Oekraïne

Civis Mundi Digitaal #135

door Jef Abbeel

Bespreking van Joris Koziej, Iedereen houdt van Oekraïne niemand van de Oekraïners. Een ware getuigenis van een eeuw koloniale oorlogen en genocide in Oekraïne. Uitgeverij Boekscout, 2022.

 

De auteur (71) is een Oekraïense chirurg uit Limburg. In dit boek met een te lange en betwistbare titel vertelt hij zijn familiegeschiedenis aan de hand van de getuigenissen van zijn bejaarde moeder (°1925). Ze begint met WO I, ze vertelt dramatische zaken over de terreur van de communisten in haar dorp Kapluniwka (nabij Charkov), over de Holodomor, haar tijd als dwangarbeidster tijdens WO II en enkele gebeurtenissen tot de huidige oorlog, die zij beschouwt als een voortzetting van de strijd die in 1917 begon om Oekraïne te koloniseren en om dat juk van de kolonisator af te werpen (p. 13).

In november 1917 proclameerde het parlement van Kiev de onafhankelijke Oekraïense Volksrepubliek. Lenin reageerde met een wreed leger, dat in Kiev moordde en plunderde zoals ze in 2022 in Boetsja deden. Met Duitse hulp werden de Russen even verdreven, maar Duitsland en Oostenrijk verloren de oorlog en de Geallieerden kozen de kant van Rusland en gunden Oekraïne geen onafhankelijkheid. Het gezegde in de titel lijkt dus niet te kloppen. Er ontstond een periode van chaos en tyfus. In 1921 sloten Polen en de Sovjet-Unie de Vrede van Riga: Oekraïne werd weer een deel van de SU. Lenin liet het graan met geweld wegroven bij de boeren, zodat er meteen hongersnood uitbrak. Als een boer weigerde lid te worden van de kolchoze, dan werden zijn ruiten ingeslagen door het lompenproletariaat. De communisten verjoegen de rijkere inwoners uit de dorpen. Niemand weet waarheen. De dorpen werden kapot gemaakt. De communisten vervolgden de koelakken, het geloof en de intellectuelen. De erediensten werden afgeschaft, de kerken geconfisqueerd, geplunderd en in brand gestoken. De gronden van de koelakken, hun vee, hun werktuigen, hun bijenkorven werden ook in beslag genomen. Hele gezinnen verdwenen spoorloos uit de dorpen.

In 1932-33 brak er een georganiseerde hongersnood uit. Mensen probeerden te overleven met eikels, boomschors, gras, ratten en muizen, soms honden en katten, bij uitzondering met kannibalisme. Gewapende communisten vielen de huizen binnen en roofden wat er nog was: zaaigoed, iconen, kleren, juwelen. Kinderen stierven van honger. Hun lijkjes werden respectloos op een kar gegooid en buiten de dorpen in  massagraven gedumpt (p. 75-85).

Stalin wou de Oekraïners straffen omdat ze voor onafhankelijkheid hadden gestreden. Hij bereikte zijn doel: de uitroeiing van de zelfstandige boeren, de collectivisatie en de decimering van de opstandige Oekraïners. De uitgedunde dorpen koloniseerde hij met Russen en Wit-Russen. Toen hielden de voedselplunderingen op: er was weer graan (p. 95).

Gedurende heel de Sovjettijd mocht er niet gesproken worden over de Holodomor, zodat velen in Rusland en Oekraïne er niets van wisten in de jaren ’90. De communistische opvoeding op school ging gepaard met de verdere russificatie van het land. Lidmaatschap van de partij werd een vereiste om verder te mogen studeren. Wie zich verzette, kreeg tien jaar dwangarbeid in Siberië.

In september 1939 vielen Duitsland en de Sovjet-Unie binnen in Polen en ze verdeelden het land: de demarcatielijn liep dwars door het dorp van de familie Koziej. In het veroverde West-Oekraïne werden de religieuzen en de intellectuelen opgepakt. Bij de inval van Stalin in Finland sneuvelden ook veel Oekraïners.

In juni 1941 werd Oekraïne bezet door de nazi’s. Stalin liet de stuwdam op de Dnipro/Dnjepr ontploffen met als gevolg: honderdduizenden doden in de dorpen (p. 129). De Duitse bezetting zorgde voor een tijdelijke herademing, hoewel de  Duitsers de Oekraïners beschouwden als Untermenschen.

Velen werden in 1942 verplicht om als ‘Ostarbeiter’ te gaan werken in Duitsland. Zo ook de vader van de auteur en zijn 16-jarige moeder. Zijn moeder verrichtte zware arbeid in een glasfabriek in Gelsenkirchen, samen met Russische krijgsgevangenen en ‘Westarbeiter’ uit Nederland, België en Frankrijk. ’s Nachts ging zij ook nog illegaal poetsen in een bakkerij om minder honger te lijden.

In 1943 of 1944 leerde Maria daar haar latere man Wladyk kennen. In 1944 ontmoette ze heel even en voor het laatst haar broer die ze sinds 1941 niet meer gezien had. Hij raadde haar aan niet terug te keren naar Oekraïne, want Stalin zou zich wreken op iedereen die het Westen gezien had. Dat kwam ook uit.

In 1945 werd ze bevrijd door de Amerikanen en de Engelsen. Russische dwangarbeiders begonnen toen te plunderen en te verkrachten. De Engelsen en de Amerikanen wilden alle Oost-Europeanen uitleveren aan Stalin, zoals afgesproken was in Jalta (februari 1945). Zij begrepen niet waarom de Oekraïners niet terug naar hun land wilden, maar de Franse bezetters toonden meer begrip. In juni 1945 trouwden de ouders van de auteur in een kamp bij Keulen.

Ondertussen voerde Stalin zuiveringen door in het pas veroverde West-Oekraïne: intellectuelen en bisschoppen werden naar de goelag gedeporteerd, kerken ontmanteld. En de Oekraïense Jood Kaganovitsj zorgde nu, zoals in 1932-1933, ook daar voor een Holodomor (p. 190).

In september 1947 kregen de Oekraïense kampbewoners de kans om in de Belgische mijnen en staalindustrie te gaan werken. De ouders van de auteur gingen daar op in. Ook in België was het woord ‘Oekraïne’ onbekend: de administratie noemde hen ‘Rus’ of ‘Pool’. En op de lagere school was niemand geïnteresseerd in het arme Oekraïne. Ze werden wel goed opgevangen door de paters Redemptoristen. Vanuit Zwartberg stuurden ze pakjes naar hun arme familie in Oekraïne.

Op het einde zegt Koziej: “Van de bijna 100 miljoen Oekraïners blijven er na een eeuw verzet geen 50 miljoen meer over.” Ik betwijfel wel of ze in 1917 met 100 miljoen waren. Volgens Zelensky waren er in 2019 wereldwijd 65 miljoen Oekraïners.

In de jaren ’90 introduceerde Koziej als chirurg nieuwe technieken in Oekraïne, maar de congresgangers, specialisten uit Oost-Europa, geloofden hem niet. En in Kiev moest hij Engels spreken: iedereen sprak er Russisch en gedroeg zich vijandig tegenover een Oekraïenstalige.

De verwoestende oorlog van Poetin heeft één voordeel: een groot deel van de wereld kiest nu wel voor Oekraïne en voor de Oekraïners (p. 224-226).

Beoordeling

Dit is een zeer boeiend boek. De schrijfstijl is direct, met veel dialogen en veel details over het dagelijkse leven, ontroerende liefdesgeschiedenissen en huwelijksceremonies. Het onderscheid tussen de periodes is niet altijd duidelijk: de auteur had preciezer mogen zeggen hoe de toestand was tijdens de tsaren, tijdens Lenin, tijdens Stalin etc. Wat liep er allemaal fout tijdens Lenin en wat voegde Stalin er allemaal nog aan toe?

De lange titel wordt ook onvoldoende verduidelijkt: miljoenen Oekraïners worden sinds februari 2022  in vele landen van Europa opgevangen, men houdt dus wel van hen.

En dan een hoop details: a) de vijf voornaamste personen worden op p. 7 voorgesteld, maar zonder hun geboorte- of sterfdatum; b) de ‘18’  foto’s zijn er 7 en ze zijn verkeerd genummerd; c) elk Oekraïens woord wordt één keer uitgelegd, maar een verklarende woordenlijst zou zeer welkom zijn; d) er staan veel taal- en spelfoutjes in. De auteur en de uitgever krijgen dus wat huiswerk.

Wie dit boek leest, begrijpt wel waarom de Oekraïners zich met zoveel overtuiging verzetten tegen een nieuwe Russische kolonisatie.

 

© Jef Abbeel         mei 2023