Azië

Civis Mundi Digitaal #135

door Jan de Boer

India: de toekomst van het meest bevolkte land kent grote problemen
Zuidoost-Azië en de strijd tussen China en de Verenigde Staten

India: de toekomst van het meest bevolkte land kent grote problemen

 

Volgens de « World Population Review » heeft India (1,417 miljard inwoners) China (1,412 miljard inwoners) opgevolgd als meest bevolkte land ter wereld en zal het dat tot het einde van deze eeuw ook blijven. Het subcontinent heeft meer inwoners dan Europa of de Amerikaanse landen. Overigens is het exacte aantal inwoners niet bekend, want de federale regering heeft tegen een honderd jaar oude traditie in sinds 2011 geen tienjarige volkstelling meer gehouden. De officiële oorzaak daarvoor is de coronapandemie, maar de oppositie verdenkt – niet onterecht – premier Narendra Modi ervan deze volkstelling, onmisbaar voor politieke aanpassingen en publieke uitgaven na de in het voorjaar 2024 te houden algemene verkiezingen, uit te stellen om de publicatie te vermijden van statistieken die de werkelijke staat van het land weergeven wat betreft armoede, de kastes, alfabetisering, werkgelegenheid…

De bevolking van India is sinds de onafhankelijkheid in 1947 met meer dan een miljard personen toegenomen en blijft tot 2060 toenemen tot 1,7 miljard personen, ondanks het feit dat het land al in de jaren 1980 haar demografische transitie begon. Zijn geboortecijfer (2 kinderen per vrouw) ligt bovendien net onder de drempel van bevolkingsvernieuwing (2,1 kinderen per vrouw). De evolutie is erg langzaam, want India kent – in tegenstelling tot China – geen algemene bevolkingspolitiek. Het land zou dat ook niet verdragen, na het trauma van de geforceerde sterilisatie-campagne van Indira Gandhi en haar zoon Sanjay tijdens de noodtoestand in 1976. In kampen werden toen acht miljoen mannen onderworpen aan een vasectomie.

India is een uitzonderlijk jong, mannelijk land met verschillende maatschappelijke klassen: 40% van de bevolking is jonger dan 25 jaar; de gemiddelde leeftijd is 28 jaar, tegen 38 jaar in de Verenigde Staten en 39 jaar in China. Volwassenen van 65 jaar en ouder vertegenwoordigen in India slechts 7% van de bevolking ,tegen 14% in China en 18% in de VS. Deze situatie stelt India voor een gevaarlijke uitdaging: of het land is in staat werkgelegenheid te creëren voor de miljoen jongeren die elke maand op de arbeidsmarkt verschijnen om zo de zegeningen van het befaamde « demografische dividend » in de wacht te slepen, of de groei van de werkgelegenheid stagneert en de situatie wordt een demografische ramp. In ieder geval beantwoordt de markt op dit moment bij lange na niet aan de behoefte aan werkgelegenheid.

Waar de economie in de jaren 2000-2010 7 miljoen arbeidsplaatsen creëerde, is dat nu gedaald tot 3 à 4 miljoen, doordat de IT-sector minder werkgelegenheid schept. Er is een gigantisch verlies aan menskracht met 40% van de bevolking op een leeftijd van werken en actief zijn. Resultaat: informele arbeid blijft toenemen. Deze vertegenwoordigt meer dan 80% van de banen, zonder sociale bescherming, zonder pensioen, en zonder belastingen. Poonam Muttreja, directeur van de NGO « Population Foundation of India » laat weten dat « India heel massaal moet investeren in gezondheidszorg, in scholing, in de ontwikkeling van deskundigheid. Elke vertraging zal zich voor miljoenen jongeren vertalen in de onmogelijkheid om mee te delen in de economische expansie van het land en zal de armoede, de frustratie, de kwetsbaarheden en de sociale onrust verergeren.»

Tot op heden heeft het land niet of nauwelijks aandacht geschonken aan de gezondheidszorg, het basis- en vervolgonderwijs en de ontwikkeling van deskundigheid. Volgens Muttreja heeft slechts 3% van de bevolking de noodzakelijke bekwaamheden en capaciteiten om zich met succes op de arbeidsmarkt te begeven. Een andere uitdaging betreft vrouwen. Ondanks de verlaging van het geboortecijfer blijven Indiase vrouwen de grote buitengeslotenen op de arbeidsmarkt. Hun deelnemerspercentage is hooguit 20%, tegen 69% voor China. En als zij werken, is dat grotendeels in de informele sector: huishoudelijk werk, het ophalen van vuilnis, werk in de bouw en verkoop op straat. Om deze historische ongelijkheden te corrigeren moet India in de komende tien jaar ten minste 34 miljoen arbeidsplaatsen voor vrouwen creëren.

Christophe Z. Guilmoto, demograaf van het Centrum Sociale Wetenschappen in New Delhi: « Wat onrustbarend is, is dat er in deze situatie geen verandering te zien is. De economische vooruitgang van India gaat gepaard met een progressieve teruggang van vrouwen op de arbeidsmarkt, terwijl in Oost-Azië het percentage werkende vrouwen gelijk is aan dat van mannen.» Dit is deels het gevolg van culturele oorzaken, maar ook van de zwakke industrialisatie van het land. India blijft – een unieke situatie in de geschiedenis van de wereld – een grotendeels ruraal land. Er heeft geen industriële revolutie of massale verstedelijking plaatsgehad. De landbouw geeft werkgelegenheid aan 41,5% van de werkenden, tegen 26% in de industrie en 32,5% in de dienstensector. Met andere woorden: de grootste nationale rijkdom komt uit de dienstensector. Modi heeft beloofd het aandeel van de industrie op 25% van het BBP (het bruto binnenlands product) te brengen, tegen 14% op dit moment. Maar of hij deze belofte waar kan maken, is voor mij zeer de vraag, want India moet hier concurreren met andere Aziatische landen die minder protectionistisch zijn, vaak beter voorzien zijn van infrastructuren (wegen, water- en electriciteitsvoorzieningen) en heel wat minder bureaucratisch zijn.

India afficheert zich als de vijfde mondiale macht, nog voor het Britse koninkrijk, maar deze ordening zegt niets over haar rijkdom. Het BBP per inwoner, dat nauwelijks 2000 dollar bereikt, plaatst India beslist niet op het niveau van de grote wereldmachten, maar eerder op dat van Kenya of Ivoorkust. Ter vergelijking: China heeft een BBP van 12.000 dollar per inwoner. India telt 800 miljoen doodarme inwoners die afhankelijk zijn van voedseluitdeling door de regering. Minder dan 10% van de werkende bevolking verdient meer dan 280 dollar per maand.

In demografisch opzicht is de federale staat India een land met twee snelheden. Er zijn staten met een forse ontwikkeling, een goed niveau van onderwijs en een geboortecijfer duidelijk lager dan nodig is voor bevolkingsvernieuwing: Kerala, Tamil Nadu, Andhra Pradesh, Sikkim, Kasjmir, Ladakh en Pendjab. Aan de andere kant zijn er staten die een stuk minder ontwikkeld zijn, zoals Bihar, Uttar Pradesh en Rajasthan, met een veel lager onderwijsniveau en een veel hoger geboortecijfer. De zuidelijke staten zullen al snel geconfronteerd worden met moeilijkheden bij het zorgen voor hun oudere inwoners, in een land dat daar geen aangepaste structuren voor kent. Deze verschillen gaan ongekende migraties tot gevolg hebben. Christope Z. Guilmoto: « Kerala en Tamil Nadu worden de nieuwe centra voor migratie. Zij hebben arbeidskrachten nodig. Dat zal belangrijke sociale gevolgen hebben. De mannen komen uit het noorden voor zes maanden of een jaar in een vijandelijke, duistere en een andere taal sprekende omgeving. Bihar, Jharkhand, Odisha en Utar Pradesh leveren de migranten. »

Op politiek terrein zien de meer bevolkte staten in noord-India, waar de nationalistische hindoepartij BJP met haar discriminerende ideeën en beleid wat betreft andere religies (met name jegens mohammedanen) stevig aan de macht is, zich toebedeeld met meer zetels in het parlement, terwijl de staten in het zuiden zetels verliezen. Poonam Muttreja laat mij weten dat « het ongelukkigerwijze een situatie is die veel spanningen tussen de zuidelijke en de noordelijke staten gaat opleveren. Het zuiden zal zo ook minder financiële steun voor ontwikkeling toegekend krijgen. »

Een andere uitdaging waar India voor staat en die een impact op de rest van de wereld zal hebben, wordt bepaald door haar capaciteit om zich van een dragelijke ontwikkeling te verzekeren. Hoe kan zij, zonder het milieu en de ecosystemen nog meer te verergeren, tot 2060 nog eens 250 miljoen mensen – bijna net zoveel als Indonesië, het vierde meest bevolkte land ter wereld – herbergen? De druk op het milieu, de hulpbronnen en de grond zal enorm zijn.

Deze bevolkingstoename zal ook de toenemende noodzaak van verstedelijking tot gevolg hebben. De megapolen, reeds aan de grens van hun capaciteiten, zullen nog verder vergroot worden en daarnaast zullen er nieuwe steden gebouwd moeten worden. New Delhi, dat zich al uitstrekt over 50 vierkante kilometer, zal zich voortdurend uitbreiden en de dorpen van de buurstaat Haryana opslokken. Guilmote: « Urbanisering is de toekomst van India, en dat doet misschien een deel van de bevolking de landbouw verlaten. Maar hoe dan ook, de agrarische bevolking blijft erg groot, ondanks de kleine, nauwelijks rendabele exploitaties die voorzien in heel lage inkomens. »

De behoefte aan voedsel, elektriciteit en energie zal fors toenemen, met daardoor een toename van het gebruik van fossiele brandstoffen, terwijl er niet meer vruchtbare grond beschikbaar is en het land, met zijn kustlijn van 7500 kilometer, door zeespiegelstijging kleiner dreigt te worden. Met het verkregen statuut van het meest bevolkte land maakt India dan ook een gigantische sprong in het duister.

 

Geschreven in mei 2023

 

 

Zuidoost-Azië en de strijd tussen China en de Verenigde Staten

 

De geopolitieke ruimte van de Indische Oceaan tot de Grote Oceaan is het theater van de strategische confrontatie tussen China en de Verenigde Staten. Het is een regio met de tien landen van de Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties (Asean), waar China en de Verenigde Staten elkaar zonder ophouden beconcurreren. Continentale landen met lange kusten, zoals Thailand en Vietnam, en archipels, zoals Indonesië en de Filippijnen, vormen het « epicentrum van de mondiale competitie » tussen China en de Verenigde Staten en een « microkosmos » voor wie deze competitie bestudeert, aldus de Amerikaanse sinoloog David Shambaugh in zijn in 2020 uitgegeven boek « Where Great Powers Meet: America and China in Southeast Asia ».

De recente overwinning (14 mei) van de progressieve krachten in Thailand, slachtoffer van een reeks militaire staatsgrepen, laat zien dat een meer authentieke democratie een wenselijke horizon in Zuidoost-Azië blijft. Zelfs als de winnende partij « Move Forward » een hele strijd moet voeren om een coalitie te vormen. Als de geopolitieke factor bij deze verkiezingen niet meegerekend wordt, zijn de jonge generaties, die deze in 2019 ontstane hervormingsbeweging dragen, dezelfde als die zich in 2020 investeerden in de virtuele coalitie van « het verbond van thee met melk » van Thailanders, Taiwanezen en Hongkongers tegen de arrogantie van de ultra-nationalistische Chinezen gedurende Covid-19. Het Thaise leger, dat toen de « communisten » vervolgde in naam van hun alliantie met de Verenigde Staten, wordt geassocieerd met het kamp van de onderdrukkers en de censuur waarvan Peking de belichaming is. De militaire junta in Thailand benaderde overigens China na zijn staatgreep in 2014, om zijn houding te herzien na het fiasco van de aankoop van Chinese onderzeeboten – deze moesten functioneren met Duitse motoren die Duitsland vervolgens weigerde te leveren.

De Verenigde Staten van Joe Biden hebben de wind mee in deze regio. Zij worden zeer gewaardeerd door Vietnam, aan wie zij een grote hoeveelheid coronavaccins bezorgden. In de trouwe Amerikaanse bondgenoot, de Filippijnen, die onder de vroegere gewelddadige president Rodrigo Duterte met Peking flirtte, heeft de nieuwe president, « bongbong » Marcos, na zijn verkiezing in mei 2022 de banden met Washington weer aangehaald en zelfs weer toegang verleend voor Amerikaanse mariniers tot vier nieuwe bases. Amerika biedt ook hulp aan de kustbewaking van landen die territoriale geschillen met Peking hebben (Vietnam, de Filippijnen, Maleisië, Indonesië en Brunei) inzake de door Peking illegaal (tegen de uitspraken van het Internationaal Hooggerechtshof in Den Haag in) bezette en tot militaire bases omgebouwde eilanden in de Zuid-Chinese Zee.

De grote landen van ASEAN (Indonesië, Maleisië, de Filippijnen, Singapore, Thailand en Vietnam) hebben zich aangesloten bij het « Indo-Pacific Economic Framework » (IPEF), in 2022 gelanceerd door Washington. Peking heeft geprobeerd Bangkok (Thailand) ervan te weerhouden om zich bij het IPEF aan te sluiten. Het IPEF richt zich minder op vrijhandel en investeringen dan op een uitgebreide samenwerking op het gebied van normen en de strijd tegen corruptie, zonder daarbij over mensenrechten te spreken. Want in deze regio, waarin autoritaire en gebrekkige democratische regimes zich afwisselen, belooft China modernisering zonder politieke liberalisering, volgens het door Xi Jinping in maart gelanceerde « initiatief van mondiale beschaving ». Deze landen profiteren van het « weer in evenwicht brengen » van de globale productieketens sinds de coronapandemie, met als resultaat dat hun deel van de Amerikaanse markt toeneemt ten koste van China. Deze dynamiek wordt ondersteund door de Amerikaanse bondgenoten Japan en Zuid-Korea. Tokyo investeert ieder jaar heel wat meer dan China in Zuidoost-Azië en Seoel is een sleutelpartner van Vietnam geworden op economisch gebied; en zelfs op militair gebied, want Hanoi wenst verscheidenheid met betrekking tot haar Russische bevoorrading aan te brengen.

De aanwezigheid van China is een vast gegeven: alle landen van ASEAN hebben haar « Belt and Road Initiative » ondertekend. China heeft een spoorweg tot aan Laos aangelegd die Thailand verlengd heeft tot Bangkok, en wil hetzelfde doen in Laos. Maar Laos staat op de rand van faillissement en de Filippijnen en Maleisië hebben de Chinese projecten herijkt. En in Indonesië blijkt de Chinese TGV heel wat duurder uit te vallen dan aangekondigd was. De « nieuwe zijderoutes » hebben bovendien geleid tot activiteiten van Chinese criminele netwerken in Cambodja, Laos en in Birma, met als gevolg dat Zuidoost-Azië heel wat minder vertrouwen in Peking heeft gekregen. David Shambaugh: « Eén van de grootste voordelen van Amerika in deze regio is wellicht de unieke neiging van China om te ver te gaan, om zich op te dringen, om te intimideren, te penetreren, te verstikken en de staten en gemeenschappen in Zuidoost-Azië te overweldigen. »

Voor al deze landen en vooral die met haar grenzen delen, is China echter te machtig en te dichtbij om met haar in de clinch te gaan. Zij zijn steeds gedwongen tot « hedging »: een van oorsprong financiële term die betekent « het verhullen van hun posities, van hun standpunten ». Dat is overigens een rationele strategie van staten met beperkte militaire middelen, gehecht aan hun soevereiniteit en die een sterke economische groei nodig hebben om hun bevolking uit de armoede te halen en om aan de consumptieverlangens van de elites en de middenklasse te voldoen.

Er zijn evoluties die fikse spanningen kunnen veroorzaken. De greep van China op Cambodja verontrust niet alleen Washington, maar vooral ook Hanoi en Bangkok. Tegenover het in een zeer gewelddadige burgeroorlog verwikkelde Birma verdedigt Peking de Birmaanse junta onder het mom van de veiligheid, maar vooral voor zijn investeringen, en uit vrees voor sterke steun van de Verenigde Staten aan het verzet sinds dat land in 2022 een wet daarover aannam. Eén ding is duidelijk: het « grote spel » tussen China en de Verenigde Staten in Zuidoost-Azië (deze uitdrukking beschreef indertijd de rivaliteit tussen Rusland en het Britse koninkrijk in Centraal-Azië in de negentiende eeuw) is nog maar net begonnen…

 

Geschreven in juni 2023