De multiculturele mythe ontkracht?

Civis Mundi Digitaal #6

door Bert Snel

De multiculturele mythe ontkracht?

Een beschouwing over Leo Lucassen en Jan Lucassen (2011). Winnaars en verliezers. Een nuchtere balans van vijfhonderd jaar immigratie. Amsterdam: Bert Bakker

 

Bert Snel*

 

 

Inleiding

Historisch gezien, is ons land bijna altijd een immigratieland geweest, ook al beschouwde het zichzelf niet als zodanig. Eén op de vijf inwoners heeft een immigrantachtergrond of is geboren in een gezin waarvan een van de ouders een immigrant is. Veel ‘inheemse’ Nederlanders vinden dit moeilijk te verteren.

Pogingen om het minderheden beleid van een rationele grondslag te voorzien zijn weinig succesvol gebleken. Hoewel tegenwoordig veel meer wordt geëvalueerd, laten beleidsmakers en -uitvoerders zich niet vaker leiden door wetenschappelijke inzichten. Vaak zijn de belangrijkste conclusies al getrokken en de oplossingen gekozen, voordat een probleemanalyse, laat staan een evaluatie heeft plaatsgehad.

De politieke polarisatie tussen voor- en tegenstanders van immigratie en multiculturaliteit is volgens de auteurs zelfs zo hoog opgelopen dat er vervaarlijke scheuren in de samenleving zichtbaar worden. Meningen lijken belangrijker dan feiten en historische parallellen worden te pas en te onpas ingezet om een oordeel te geven over wat er ten aanzien van deze combine valt op te merken of zelfs om de toekomst te voorspellen. Nuchterheid en empirische kennis worden node gemist.[1]

  

De verdienste van de auteurs

Hun verdienste is dat ze de voor- en nadelen van vijf eeuwen migratie voor zowel de migranten zelf als voor de ontvangende samenleving in kaart brengen, om zo een evenwichtiger beeld te geven van de betekenis van immigratie voor de Nederlandse samenleving in heden en verleden. Maar ze willen meer: bewijzen dat de integratie van immigranten niet helemaal, dan wel helemaal niet - dat is een kwestie van beoordeling - is mislukt. Ze zijn integratieoptimist.

 

Bevindingen

Kritiek op de integratiepessimisten

De integratiepessimisten zouden beweren dat integratie onmogelijk is. Ze gaan zo slordig om met hun bronnen en hun argumenten zijn zo selectief en onsystematisch dat hun werk niet voldoet aan de eisen van wetenschappelijkheid. Ook al kloppen hun feiten niet altijd, hun meningen over ‘massa-immigratie’ en haar onwenselijke gevolgen domineren in het publieke debat. Wetenschappers en politici als Frits Bolkestein, Hilda Verwey-Jonker, Pieter Lakeman, Paul Scheffer, Pim Fortuyn, Ayaan Hirsi Ali en Martin Bosma worden onder het vaag omschreven parapluconcept integratiepessimisten geplaatst. Zij zouden ook de gevaren van de islam schromelijk overdrijven en de schuld voor de massa-immigratie geven aan de naïeve (linkse), kosmopolitische ingestelde politieke elite die al vanaf de jaren zestig verantwoordelijk is voor de penibele situatie waarin we ons nu bevinden.[2] Vooral Paul Scheffer is de kop van jut en in mindere mate Martin Bosma.

De Lucassens willen nog wel erkennen dat Scheffer terecht de in de jaren tachtig en negentig genegeerde schaduwzijden van de grootschalige immigratie van Turken en Marokkanen aan de kaak stelde.[3] Vorig jaar bleek Leo zelfs tamelijk positief te zijn over Scheffer en, gezien zijn expliciete verwijzing naar een boek van Chorus, lijkt hij zich zelfs te ontpoppen als een tegenstander van de multiculturele samenleving:[4]

‘Dat de immigratie van Turken en Marokkanen - in de eerste plaats voor henzelf - lang niet altijd goed heeft uitgepakt en tot sociale spanningen met autochtonen heeft geleid, daarin hebben Scheffer en anderen volstrekt gelijk. En in recente publicaties, zoals in Afri van Jutta Chorus, wordt duidelijk tot welke schrijnende sociale problemen dat vestigingsproces heeft geleid.[5]

Dit staat in schril contrast met wat Leo samen met zijn broer Jan in Winnaars en verliezers beweert over Scheffer. Wat zou de ommezwaai hebben veroorzaakt? Het gedoe rond de promotie van Paul Scheffer?[6]

Aan de hand van het boek is de juistheid van dit oordeel niet goed te controleren. De Lucassens doen zelf hetzelfde met Scheffer als ze hem zo uitvoerig - en in mijn ogen niet altijd even terecht - verwijten. Ze schuiven Scheffer (en ook Fortuyn) een nogal primitief en sterk overdreven vijandsdenken in de schoenen, zonder aan te geven waarop hun aantijgingen berusten. Zij wijzen weliswaar plichtmatig op de negatieve aspecten van migratie, maar gaan naar mijn mening te makkelijk om met de problemen die verandering in de bevolkingssamenstelling van een wijk of stad kunnen veroorzaken.

Hoewel men over de juistheid van zijn stellingen en beweringen kan twisten, kan niet ontkend worden dat het boek van Scheffer wel degelijk kwaliteiten bezit: het is discursief, zwengelt de discussie aan en ontkracht heilige koeien.

Wie werd er beter van?

De Lucassens maken de balans op van de migratie van de afgelopen vijfhonderd jaar: wie werd er beter van en wie slechter? Dit levert heel andere uitkomsten op dan de PVV-poging om vast te stellen wat immigranten de staat kosten.

Grofweg is Nederland, op de negentiende eeuw na, de laatste vijfhonderd jaar altijd een immigratieland is geweest. De bloei in de Gouden Eeuw was mogelijk dankzij grote stromen immigranten. Niet alleen vluchtelingen die bleven, maar ook tijdelijke arbeidskrachten, die voor enkele jaren op de vloot of in de steden kwamen werken, en grote aantallen seizoensarbeiders. In vroeger eeuwen migreerden mensen veelal vanwege een mengeling van economische en religieuze motieven, tegenwoordig vooral om economische en politieke redenen. Het welvaartsmotief was altijd al het sterkste van de twee.

Tijdens economisch hoogtij, verzet niemand zich tegen immigratie. Tijdens een recessie denkt iedereen aan eigen economisch voordeel. Vooral de werkgevers. Zelfs als de werkloosheid hoog is, vinden laagopgeleide immigranten vrij gemakkelijk werk. Ook uit recent onderzoek blijkt dat de integratie van migranten nog steeds vooral via de arbeidsmarkt loopt.[7]

Recente cijfers

Per jaar komen er zo’n 120.000 mensen Nederland binnen, maar minimaal 80.000 en soms zelfs zelf meer dan 120.000 emigreren. Meer dan de helft komt uit Europa. Wie uit de VS, Oceania, China, Japan, Indonesia en India komt, is hoogopgeleid, student of adoptiekind. Ook de vluchtelingen uit Irak en Iran zijn hooggeschoold. Het migratiesaldo van de ‘probleemgroep’ - Turken, Marokkanen, Antillianen en Somaliers - bedroeg volgens de Lucassens de laatste tien jaar gemiddeld 3.900. Geen wonder dat ze zijn gaan denken: waar hebben we het dan eigenlijk over? Hoezo massa-immigratie?

De migratiegeschiedenis tussen 1500 en 1970 levert een relativering op. Ook vroeger kwamen er sociale en religieuze spanningen, aanvaringen en uitsluitingen voor. Nieuwkomers konden geen aanspraak maken op sociale uitkeringen en moesten wel voor zichzelf zorgen. In die periode was migratie meestal voor zowel de migrant als het land van aankomst profijtelijk. Daarna ging het mis. De kansarme eerste generatie Turken en Marokkanen liet familieleden en huwelijkspartners overkomen, onderwierp zich aan het geestelijk gezag van imams en zag het leren van Nederlands niet als een vanzelfsprekende verplichting. Zij konden of wilden zich niet aan onze geseculariseerde cultuur aanpassen. Dit heeft de overheid veel geld gekost.

Over feiten

Feiten hebben ook in de sociale wetenschappen pas betekenis als ze zijn te interpreteren vanuit een theorie. Theoretische begrippen verwijzen meestal naar verschijnselen die ook in de alledaagse leefwereld van mensen een min of meer vaste betekenis hebben. Als ik het begrip multiculturele samenleving gebruik in een gesprek met mijn buurman die ingenieur is, dan begrijpt hij wat ik bedoel. Ik hoef dit niet uit te leggen. We gaan er dan beiden stilzwijgend van uit dat we het over hetzelfde hebben. De Lucassens interpreteren de gelezen (onderzoeks)literatuur vanuit een geheel eigen visie.

Onbedoelde gevolgen

Immigratieprocessen kunnen onbedoelde gevolgen hebben. Zo nam de overheid tijdens de Eerste Wereldoorlog de zorg voor de werkloosheidsuitkeringen op zich. Toen de werkloosheid in het interbellum steeg, werd het toestaan van immigratie voor de overheid in financieel opzicht nadelig. Werkloze migranten leveren immers niets op, maar kosten alleen maar geld.

Na de Tweede Wereldoorlog moest Nederland economisch op de rails worden gezet. Er waren te weinig woningen en velen vonden het land toen nogal vol. Toch pleitten werkgevers voor het aantrekken van migranten om de economie te stimuleren, hierin gesteund door het ministerie van Sociale Zaken. Justitie was tegen: immigranten zouden vooral voor problemen zorgen en immigratie moest bepaaldelijk niet worden aangemoedigd. De VVD steunde de werkgevers: immigranten waren van harte welkom, en liefst met zo min mogelijk belemmeringen. In de jaren zestig kwamen er grote groepen Italianen, Spanjaarden, Turken en Marokkanen naar Nederland, en velen ervan vertrokken na verloop van tijd ook weer. Maar toen, na een korte recessie, de toelating van nieuwe immigranten in 1967 werd bemoeilijkt, bleken de meeste migranten in Nederland te blijven en niet te vertrokken naar regio’s met betere economische mogelijkheden.

Het migratiesaldo als geruststelling?

Volgens Jan en Leo Lucassen valt het met de massa-immigratie nogal mee als je uitgaat van het migratiesaldo. Daar valt nog wel iets op af te dingen. Het migratiesaldo is de droge uitkomst van een aftreksom. Maar dat zegt nog niet dat immigranten in de periode tussen hun komst en hun vertrek geen problemen hebben veroorzaakt voor autochtone én allochtone inwoners. Alleen empirisch onderzoek kan daarover uitsluitsel geven. Niet alle bestaande onderzoeksresultaten zijn door de Lucassens verwerkt. Het is niet zo dat de feiten hun stellingname tegen de integratiepessimisten in alle opzichten onderbouwen. Hun boek is op z’n best, waar ze hun - soms verrassende - historische bevindingen presenteren.

 

De rechtse kerk?

De auteurs denken de mythe van de ‘linkse kerk’ te hebben ontkracht. Het was immers juist de VVD die in de naoorlogse decennia het de immigranten zo makkelijk mogelijk wilde maken om hier te komen werken, zij het niet in de verwachting dat ze zich hier blijvend zouden vestigen. Het was vooral de KVP die zich sterk maakte voor gezinshereniging. De auteurs vragen zich af of de term ‘linkse kerk’ misschien moet worden vervangen door ‘rechtse kerk’. Een nogal voorbarige suggestie, want wie zegt dat standpunten die gezien worden als afkomstig uit de ‘linkse kerk’ alleen gehuldigd worden door leden of aanhangers van zichzelf links of progressief noemende partijen?

De Lucassens voelen meer voor een optimistische visie op immigratie en integratie, zoals die van Frans Verhagen in zijn The American Way[8] en Hoezo mislukt?[9] De nuchtere feiten zouden bewijzen dat de meeste problemen met immigratie na enkele generaties wel zijn opgelost. Beide boeken laten geen integratiepessimisme zien. Maar dat maakt Verhagen evenmin als de Lucassens tot een realist. Gelukkig zijn er ook wetenschappers die zo goed en zo kwaad als het gaat hun onafhankelijkheid proberen te bewaren.

Over debatten

De auteurs streven naar een wetenschappelijk uitgebalanceerde bijdrage aan hét ‘onnodig gepolariseerd debat over integratie, islam en populisme’. Mijn eerste gedachte was dat het hier gaat om een zelfreferentiële uitspraak. Ze presenteren hun boek als een ‘nuchtere’ balans. Dat roept de vraag op of deze evenwichtspretentie wel wordt waargemaakt. Quod non.

Ze weten kennelijk genoeg over het debat over integratie, islam en populisme om dit als onnodig gepolariseerd te kwalificeren. Maar op grond van hun boek is niet vast te stellen waarop deze deskundigheidspretentie is gebaseerd. Is hun islamkennis bijvoorbeeld beter dan die van de gemiddelde leek? Hun opmerkingen over het ‘vermaledijde’ populisme getuigen even weinig van inzicht als dat ze voldoen aan de eisen van reproduceerbaarheid of empirische robuustheid.

 Islamdebatten

De bestaande islamdebatten resumeren tot hét debat over de islam is een tot mislukking veroordeelde missie. Veel meningen zijn tegenstrijdig. Ze variëren van redelijk gevalideerde meningen tot opvattingen die druipen van de vooroordelen. Of, wat nog erger is, getuigen van gebrek aan inzicht. Verzet tegen de dominante opvatting over een heikel thema leidt nogal eens tot allerlei niet altijd begrepen nuanceringen. Wie afwijkt, dient zich goed te verantwoorden.

Sommigen brengen het islamdebat in verband met het falende overheidsbeleid of met de kwalen van de multiculturele samenleving. Daarbij komt bijna onvermijdelijk óf de nadruk te liggen op het moois dat de overheid zou kunnen verrichten om de ‘minderheden’ te ondersteunen, óf op discriminatie, stigmatisering en uitsluiting. Anderen proberen eerst feiten te verzamelen alvorens hun visie te etaleren. Het steeds meer uitdijende onderzoek naar de gevolgen van immigratie heeft steeds meer feiten opgeleverd.

Iedereen kan weten wat de islam voorschrijft over de behandeling van vrouwen, kinderen, homosexuelen en religieuze minderheden, of over macht, mensenrechten, wetgeving, oorlog, geweld en sluipmoord. Een ‘beroep op onwetendheid gaat niet op. Het zou niet alleen belachelijk, maar ook ook immoreel zijn.’[10]

Wetenschap behoort te beginnen met goede vragen. Verkeerde vragen krijgen nooit goede antwoorden. Miljoenen islamitische immigranten zijn toegelaten tot de West-Europese landen. Al anderhalve eeuw geleden zijn zowel de scheiding tussen kerk en staat als de vrijheid van godsdienst belangrijke principes van onze staat geworden. Daarbij kon alleen rekening gehouden met de diverse vormen van christelijke en joodse religies, maar (nog) niet met de islam. Nu kan men zich afvragen of een vreedzame existentie of accommodatie op dezelfde manier mogelijk is tussen islamitische immigranten - die hun godsdienstige opvattingen baseren op de koran - en onze westerse samenleving en cultuur, die gedurende vele eeuwen is gevormd, mede door de joods-christelijke traditie.[11] De Lucassens zullen zeggen dat het probleem in de derde generatie niet meer bestaat, omdat de moslims en de niet-moslims zich dan volledig aan elkaar zullen hebben aanpast.

  

Het multiculturalisme bij de Lucassens

In de eerste helft van de jaren tachtig waren volgens de auteurs niet zozeer politici in de ban van het cultuurrelativisme, maar eerder welzijnswerkers en rijksambtenaren die verantwoordelijk waren voor het minderhedenbeleid, en een klein aantal radicale wetenschappers die overal racisme meenden te zien[12] Het multiculturalisme, in de zin van beleid dat de eigen culturele identiteit van nieuwkomers op principiële gronden wilde behouden, werd weliswaar met de mond beleden, maar vormde volgens de auteurs uiteindelijk een tamelijk marginaal element in het minderhedenbeleid. Maar onvermeld blijft dat gezinsmigratie al vanaf de jaren vijftig een bijzonder saillant beleidsthema was, niet zozeer op politiek als wel op ambtelijk niveau.[13] De voorwaarden voor toelating van gezinsleden van arbeidsmigranten vormden twintig jaar lang het onderwerp van voortdurende en felle conflicten tussen de betrokken ministeries, Sociale Zaken en Justitie. (Sociale Zaken verleende de arbeidsvergunningen, Justitie de verblijfsvergunningen.) De twee ministeries hadden een heel verschillende kijk op de migratieproblematiek en juist in debatten over gezinshereniging leidden die verschillen steeds weer tot confrontaties. Justitie achtte de immigratie van gezinsleden ongewenst en pleitte daarom steeds voor zo strikt mogelijke regelgeving. Sociale Zaken streefde naar een soepeler gezinsherenigingsbeleid. Het verloop van deze ambtelijke twisten is grotendeels bepalend geweest voor de ontwikkeling van het beleidskader voor gezinsmigratie in de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog.[14]

Slechts twee multiculturele onderdelen van het door centrumrechtse kabinetten gevoerde minderhedenbeleid in de jaren tachtig hadden volgens de Lucassens iets om het lijf. Het Onderwijs in de Eigen Taal en Cultuur (OETC) en de institutionalisering van de islam en het hindoeisme).[15] De linkse partijen waren minder positief over de komst en vestiging van migranten en hun gezinsleden dan de rechtse. De liberale werkgevers waren vóór soepele toelatingsregelingen en van de christendemocraten mochten migranten hun eigen cultuur en identiteit behouden, ook al waarschuwden wetenschappers voor marginalisering en maatschappelijke spanningen. Politiek links zag wel de nadelen van massa-immigratie, maar durfde hiertegen niet echt stelling te nemen om de Centrum Democraten van Janmaat niet in de kaart te spelen. Ironisch is in dit verband dat juist de linkse staatssecretaris Job Cohen in 2000 een nieuwe Vreemdelingenwet door de Kamer wist te krijgen, die tot een flinke verlaging van de instroom heeft geleid.

 

Interpretaties en verschillen

Voor iedere wetenschapper zijn in principe dezelfde teksten (onderzoeken, rapporten en artikelen) over migratie en integratie beschikbaar. Verschillen in visie tussen onderzoekers en politici onderling en tussen politici en onderzoekers moeten daarom veroorzaakt zijn door verschillen in interpretaties, die zijn te herleiden tot verschillende uitgangspunten, maatschappijvisies of levensovertuigingen.

Het Jaarrapport Integratie 2009 wordt door de Lucassens heel anders geïnterpreteerd dan door minister Donner. Op grond van dit rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau[16] stellen de Lucassens dat de kinderen van immigranten hun achterstand nog lang niet hebben ingehaald en het aantal uitvallers onder Turken en Antillianen veel te hoog blijft. Om daar meteen het ‘goede nieuws’ aan toe te voegen dat vooral kinderen van Marokkaanse herkomst het een stuk beter doen dan twintig jaar geleden en dat Turken en Marokkanen het ook beter doen in het hoger onderwijs’.[17] In zijn recente nota over immigratie en integratie[18] verwijst minister Donner naar hetzelfde Jaarrapport, maar hij neemt afstand van het relativisme dat besloten ligt in het model van de multiculturele samenleving. De samenleving verandert, ook door de komst van migranten, maar mag ‘niet uitwisselbaar zijn voor welke andere samenleving dan ook’. Inburgeringscursussen moeten door nieuwkomers zelf worden betaald. Omdat migranten zelf verantwoordelijk zijn voor hun integratie kan ook het door de overheid bekostigde integratiebeleid voor specifieke groepen van de baan. Het reguliere beleid op tal van terreinen (arbeid, scholing, wonen) genoeg moet zijn voor elke burger om naar vermogen een zelfstandig bestaan op te bouwen. De hier besproken auteurs zouden menen dat Donner zich tot het integratiepessimisme heeft bekeerd.

Tekst en context

Het blijft gissen hoe je als lezer van Winnaars en verliezers er achter kunt komen of de auteurs de feiten, citaten en parafrases die zij ontlenen aan andere wetenschappers, politici en ambtenaren op de juiste wijze interpreteren. De teksten zijn immers uit heel verschillende contexten afkomstig. Op welke feiten baseren zij zich wel en op welke niet? Is hun oordeel alles bij elkaar genomen objectief? Hoe betrouwbaar en representatief is hun selectie? Realiseren ze zich dat de beschikbare onderzoeksresultaten niet altijd gebaseerd zijn op betrouwbare en ‘volgens de regels van de kunst’ verkregen gegevens? Dat er nogal wat methodologische fouten worden gemaakt? Of, dat onderzoekers soms zelfs zichzelf tegenspreken?

 

Tenslotte

De auteurs zouden er goed aan hebben gedaan een lijst op te stellen van kenmerkende indicatoren van integratiepessimisme om vervolgens in de teksten van de auteurs die zij daartoe rekenen, te bepalen met welke frequentie deze voorkomen. Nu moeten we het doen met impressionistische beschrijvingen, waarbij we er maar op moeten vertrouwen dat die een representatief beeld geven van de standpunten van elk van de afzonderlijke auteurs.

De Lucassens missen de boot waar het gaat om de ontwikkelingen van de laatste decennia. Zij hebben in hun achterhoofd het ideaal van een harmonieuze samenleving. Zonder scheuren en met niet al te veel conflicten. Hoewel zij diverse malen in hun boek wijzen op het belang van ‘de’ feiten, gaan ze wat het ‘heden’ betreft in de fout. ‘Ze beloven dat ze - als migratieprofessionals - de hand in eigen boezem zullen steken. Maar de erkenning van hun ongelijk is marginaal en wordt overschaduwd door een kruistocht tegen wat zij de ‘integratiepessimisten’ noemen.’[19] De oorzaak voor de toestroom van immigranten was in de praktijk heel prozaïsch: het gebrek aan werknemers die vuil werk wilden doen voor een laag loon. En het waren vooral de werkgevers die daaraan iets wilden doen. Uit het feit dat de Lucassens zich er nogal aan ergeren dat links verantwoordelijk wordt gehouden voor de massa-immigratie, valt af te leiden dat ze zichzelf als links beschouwen.

 

* Prof. Bert Snel is em. hoogleraar sociologie en criminologie en gedragskundige



[1] Begeleidende tekst bij de presentatie van Winnaars en verliezers.

[2] Zie p. 34 van Winnaars en verliezers. Omdat de auteurs geen aanhalingstekens gebruiken lijkt het net of ze het daarmee eens zijn. Terwijl het toch niet hun mening is.

[3] ’Het multiculturele drama.’ In NRC Handelsblad, 29 januari 2000.

[4] Leo Lucassen ‘De mythe van de linkse kerk.’ In: De Groene Amsterdammer van 23-06-2010. (http://www.groene.nl/2010/25/de-mythe-van-de-linkse-kerk)

[5] Jutta Chorus (2009) Afri: leven in een migrantenwijk. Amsterdam: Contact. Afri is de kroniek van een negentiende-eeuwse migrantenwijk met katholieke havenarbeiders, die in veertig jaar tijd een Turkse en Marokkaanse enclave werd. Wie misschien nog dacht nog dat het met de multiculturele samenleving vanzelf ooit goed zou komen, weet na het lezen van Afri wel beter.

[6] Leo Lucassen is boos uit de promotiecommissie van Scheffer gestapt, die onlangs op een geactualiseerde Engelstalige versie van Het land van aankomst promoveerde bij Paul Frissen in Tilburg.

[7] Godfried Engbersen (2009) Fatale remedies. Over onbedoelde gevolgen van beleid en kennis. Amsterdam: Pallas Publications - Amsterdam University Press, p. 83.

[8] Frans Verhagen (2006) The American Way. Wat Nederland kan leren van het meest succesvolle immigratieland. Amsterdam: Nieuw Amsterdam Uitgevers.

[9] Frans Verhagen (2010) Hoezo mislukt? De nuchtere feiten over de integratie in Nederland. Amsterdam: Nieuw Amsterdam Uitgevers

[10] Hans Jansen (2010) Toespraak bij de presentatie van het boek van Martin Bosma, De schijn-élite van de valse munters, gehouden op 29 september 2010 in Den Haag.

[11] De vraag is ontleend aan M.S.H.S. Frankenvrij. (2010) ‘De Koran getoetst aan de westerse beschaving en rechtsorde.‘ In: Sam van Rooy en Wim van Rooy (red.) de islam. Historische essays over een politieke religie. Brussel: Academic and Scientific Publishers, pp. 259-267: p. 260.

[12] De auteurs beroepen zich op een boekbespreking van Carlo van Praag in Socialisme & Democratie, 1986, 323-326. Hij stelde in 2005 dat het multiculturalisme eerder functioneerde als mantra dan als beleid. ‘Het is dan ook zwaar overdreven de falende integratie van allochtonen op rekening te schrijven van het multiculturalisme uit de voorbije periode, zoals de Tweede Kamer wilde dat de Commissie Blok deed. (W)at is dat voor onzin om zo kort na een massale immigratie van vreemdelingen uit alle werelddelen al te spreken van een falende integratie en die bovendien te wijten aan een verkeerd beleid? (...) In zijn radicale versie houdt het multiculturalisme in dat een land als Nederland verschillende culturen herbergt die allemaal even belangrijk zijn en dat de maatschappelijke organisatie dat feit zou moeten weerspiegelen. (...) Het probleem is dat in feite natuurlijk wel één cultuur domineert, te weten de westerse cultuur, zo men wil de westerse cultuur in haar Nederlandse variant.’ Zie: Carlo van Praag (2005) ‘De ondergang van het multiculturalisme’. http://www.deleunstoel.nl/archief_artikelen.php?subrubriek_id=16&artikel_id=442.

[13] Leo Lucassen doet dit overigens wel in zijn artikel in De Groene Amsterdammer.

[14] Saskia Anne Bonjour (2009) Grens en gezin: beleidsvorming inzake gezinsmigratie in Nederland, 1955-2005. Proefschrift Universiteit Maastricht, pp. 53-54. De Lucassens melden in hun Woord vooraf dat ze dankbaar hebben gebruik gemaakt van belangrijke nieuwe inzichten van o.a. Saskia Bonjour.

[15] Winnaars en verliezers, pp. 85-86.

[16] Jaarrapport Integratie 2009 (SCP, Den Haag).

[17] Winnaars en verliezers, pp. 44-45.

[18] Integratie, binding, burgerschap (16 juni j.l.)

[19] Hans Wansink, ‘De historici Leo en Jan Lucassen willen "integratiepessimisten" als Scheffer, Bolkestein en Wilders de mond snoeren met "een nuchtere balans van vijfhonderd jaar immigratie". Gaat dat lukken?’ In: De Volkskrant 30 april 2011.