De coronacrisis en macht
Deel 2: De crisis in de achteruitkijkspiegel

Civis Mundi Digitaal #100

door Maarten Rutgers

Leermomenten?

Recent verscheen een reconstructie in de NRC[1] onder de veelzeggende titel: “We drukken dit wel even de kop in.” Met een al even duidelijke ondertitel: “Corona in Nederland: hoe een overmoedig land razendsnel de controle verloor.” Een realistische beschrijving van de gebeurtenissen, waarop vast nog wel enig commentaar zal verschijnen.

Het laatste woord is over de Coronacrisis nog niet gesproken. Op korte termijn moet de regering een onafhankelijk expertgroep naar het gevoerde beleid laten kijken, oordeelde de Tweede Kamer op 16 juni in een motie[2] van 4 juni van de kamerleden Asscher en Marijnissen met de volgende tekst “verzoekt de regering, zich voor 1 september onafhankelijk te laten adviseren over welke lessen geleerd kunnen worden van de maatregelen die zijn genomen om het virus te bestrijden en waar deze aanpassing, wijziging of uitbreiding behoeven in het geval dat het aantal besmettingen toeneemt, …”

Aanvankelijk leverde de motie wat geharrewar op, maar uiteindelijk waren bij de stemming alle 141 aanwezige parlementariërs voor.

Daarnaast is de Onderzoeksraad voor Veiligheid op 9 mei mede op verzoek van het Kabinet een onderzoek naar de aanpak van de Coronacrisis door de Nederlandse overheid en andere betrokkenen gestart. Hier wordt het resultaat pas volgend jaar verwacht.

Een eerste analyse is intussen gepubliceerd. Het rapport van Crisisplan, COVID-19: een analyse van de nationale crisisresponse[3], is bedoeld om voor de toekomst beter beslagen ten ijs te komen. Afrekenen is niet het doel, hoewel de auteurs van mening zijn dat er sneller en alerter gehandeld had kunnen worden. Ze leggen in het boek uit hoe dat in hun ogen komt. Men kon gewoonweg niet accepteren dat wat ze zich zagen ontwikkelen in China ook in Europa en Nederland zou kunnen gebeuren. Zelfs toen de vlam in de pan sloeg in Italië, was er nog geen man overboord. Experts vertonen vrijwel altijd de reflex dat iets dergelijks bij ons niet zal gebeuren. En mocht het onwaarschijnlijke zich toch voordoen, dan denken ze, en wij dus ook, uitstekend voorbereid te zijn. Niet dus!

 

Ingreep in democratisch proces

De overheid heeft de genoemde maatregelen genomen op basis van de adviezen van experts op het terrein van de virologie. De verantwoordelijkheid voor de besluiten ligt dan ook bij de politiek. Dit betekent dat er een staatsrechtelijke basis moet bestaan voor deze maatregelen. Is die er?

De regering beriep zich op de Wet publieke gezondheid. Het geeft de minister de ruimte en bevoegdheden om maatregelen te nemen in het kader van de bestrijding van infectieziekten en het melden van besmettingen. De bescherming van de volksgezondheid is hier primair. Ook burgemeesters en wethouders kunnen op grond van deze wet ingrijpen. De maatregelen, de noodverordeningen, gelden voor maximaal zes maanden. Het is niet nodig hiervoor de noodtoestand uit te roepen. Waar is hier de democratische besluitvorming terug te vinden?

Langs deze route werden onze rechten ingeperkt. Al redelijk snel werden door Jan Brouwer, hoogleraar algemene rechtswetenschap aan de RUG en Jon Schilder, hoogleraar staatsrecht te Leiden, kritische kanttekeningen[4] geplaatst. Zij waren overigens niet de enigen. Alle begrip voor het snel moeten handelen, maar wat nu gebeurt past niet. De noodverordeningen zijn in hun ogen niet in overeenstemming met de Grondwet. Rechten in de Grondwet kunnen niet aangetast worden. Schilder: “Dat is nadrukkelijk benoemd. Wat in deze crisis gebeurt, is dus illegaal.”. Brouwer: “…: je mag niet afwijken van de Grondwet. Dat gebeurt in de coronacrisis wél, en voor een langere periode waarvan op dit moment (23 april 2020) het einde nog niet in zicht is.”

Het meest bijzondere argument was dat op deze manier het uitroepen van de noodtoestand vermeden kon worden.

Het is echter zeer de vraag of onder de vigerende omstandigheden het uitroepen van de juridische noodtoestand mogelijk zou zijn geweest. Juristen zijn het hier niet zomaar over eens. Het is in ieder geval helder dat door de maatregelen democratische principes en grondrechten geschonden worden, zeker als het voor langere tijd is. Daarbij komt dat er ook maatregelen zijn getroffen waarvoor de Wet publieke gezondheid, maar ook andere wettelijke regelingen, niet direct de mogelijkheid opent.

Het is niet voor niets dat de Tweede Kamer begin mei de Raad van State heeft gevraagd[5] “de Kamer van voorlichting te dienen over de grondrechtelijke aspecten van (voor)genomen crisismaatregelen.” In deze ‘Voorlichting’ wijst de Raad van State er in een lange analyse op dat er vraagtekens te plaatsen zijn bij de genomen maatregelen in het licht van de bestaande wetgeving. Op dit moment vaardigen immers niet democratisch verkozen gremia, de veiligheidsregio’s, ingrijpende maatregelen uit. Je zou met Wendelmoet Boersema[6] kunnen zeggen: “het democratisch proces lijkt wel in een quarantaine terechtgekomen.”

De vraag blijft hier, aan wie wordt er verantwoording afgelegd? Maar ook, uit wiens naam en vooral in wiens belang wordt hier opgetreden? Laten we vooral niet vergeten dat in een democratie ook onder extreme omstandigheden een democratische legalisatie dient te bestaan voor hetgeen men doet. De noodtoestand kan slechts onder zeer extreme en bijzondere gedefinieerde omstandigheden worden uitgeroepen. De regering koos er niet voor niets voor om dat na te laten. Maar nu is het noodzakelijk om met behulp van wetgeving deze onhoudbare situatie te redresseren.

De intussen aan de Tweede Kamer aangeboden wet roept alweer de nodige irritaties op. De macht die de regering hiermee zou verkrijgen zou te groot, te uitgebreid zijn, hoewel de democratische controle meer aandacht heeft gekregen. Ook nu weer vele juristen met scherp commentaar, waaronder Wim Voermans, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden, in een lange blog[7]. “Het blijft hannesen met de juridische basis voor de corona-noodmaatregelen.” En even verder over het wetsvoorstel: “Het voorstel bevat veel té vergaande machtigingen voor ministeriële regelingen die ook – anders dan de toelichting zegt – niet stroken met de constitutionele regels die we in dit land kennen op het terrein van democratisch rechtsstatelijk wetgeven.” Hij blijft doorgaan:  “(de wet) komt, net als het eerdere ontwerp, neer op een vorm van decretenbestuur.”

Vervolgens: “De minister van VWS wordt zowat alleen kapitein van Nederland, voor een duur van drie maanden, die trouwens telkens met drie maanden kan worden verlengd in geval van een virusuitbraak. En het is de regering die beslist of en wanneer dit hele draconische noodstelsel inwerking treedt (en ook over de duur). Zelfs na zes maanden kan die beslissen dat een nieuwe periode van noodbestuur nodig is die weer drie maanden (met verlengingsmogelijkheid) zou kunnen gaan duren.” Voor deze verlengingen behoeft de regering niet eens een besluit van het parlament. Niet verbazingwekkend dus dat een kop in de NRC[8] van 13 juli als volgt luidt: ‘Minister blijft in coronawet een ‘tijdelijk dictatortje’.

Er wordt voortdurend aangegeven dat we te maken hebben met een situatie die niet te voorzien was en dus om bijzondere maatregelen vraagt. Maatregelen die tijdelijk zijn, dat wordt benadrukt. Hoelang overigens die tijdelijkheid duurt, is dan weer niet te overzien. Het risico bestaat dat tijdelijke maatregelen blijvend blijken te zijn, definitief worden, zonder dat democratische controle mogelijk is.

 

Blind vertrouwen

We moeten dat dan ook maar geloven, die tijdelijkheid. We moeten vertrouwen hebben in degenen die de besluiten nemen, de politici. Een groepering die onder normale omstandigheden in vele landen niet al te veel vertrouwen geniet. In Nederland hebben we altijd redelijk veel vertrouwen in de overheid. Slechts een enkel land scoort hier hoger volgens onderzoek door de OECD[9] (Organisation for Economic Co-operation and Development).

Toch gebeurde er wat. We toonden ‘blind’ vertrouwen in het kabinet, hoewel ons dat normalerwijze zeer tegen de borst stuit. We zien hier een paradox. Onder normale omstandigheden is blind vertrouwen niet aan ons besteed. We willen van de hoed en de rand weten. In de coronacrisis verlaten we dit principe. Waarom? Angst gedreven?

We accepteren maatregelen die via het kabinet tot ons komen van voor ons anonieme experts. We kennen hun afwegingen niet. Er is hier sprake van accepteren van blinde autoriteit. Waarbij ook nog eens het werk van informaticaspecialisten, van Big-Data-experts, van modelbouwers met hun computermodellen de doorslag lijkt te geven. Het lijkt erop dat daar waar we ons vroeger op God baseerden, we de goddelijke almacht vertrouwden, later gevolgd door eigen inzicht, we nu het datamodel als oppermachtig zien. Wordt hier het datamodel niet misbruikt om handelen te rechtvaardigen? Hoe stellen we het model verantwoordelijk voor hetgeen er gebeurde? Waar is ons gezonde mensenverstand gebleven?

En dan nog dit. Voortdurend werden we om de oren geslagen met prognoses die steeds weer aangepast moesten worden en nooit werkelijkheid werden. Dit is niet opmerkelijk, want een pandemie leent zich nauwelijks voor betrouwbare prognoses. Betrouwbare prognoses verlangen een deterministische oorzaak-gevolg beloop. De uitgangssituatie moet constant blijven. Dit vinden we in de exacte wetenschappen, maar niet in de gezondheidszorg. En dit is in genen dele het geval in een pandemie, waar met grote regelmaat veranderingen optreden, gedrag van mensen verandert en ook nog eens het virus niet exact hetzelfde blijft. Een prognose, een toekomstvoorspelling, wordt vaak ten onrechte als waarheid opgevat. Het past hier beter over scenario’s te spreken met een bepaalde mate van waarschijnlijkheid, waarbij velen ook niet goed beseffen wat waarschijnlijkheidscijfers betekenen. Het geeft in ieder geval een goed gevoel dat er een getal beschikbaar is. Maar ook hier, het zijn geen waarheden.

Het Duitse Ministerie van Binnenlandse Zaken publiceerde eind april een scenariobericht[10] ‘Wie wir COVID-19 unter Kontrolle bekommen’. Op zich verheugend, maar er wordt slechts een enkel scenario uitgewerkt, namelijk het ‘worst case’ scenario.

Het Amerikaanse CDC (Center for Disease Control and Prevention) beschrijft tenminste nog vijf scenario’s[11] met regelmatige aanpassingen aan de nieuwste inzichten.

Kanttekeningen genoeg en toch is het vertrouwen dat we hebben in de politiek en de instituties hoog; het is zelfs toegenomen tijdens de crisis, volgens het SCP[12]. We waarderen een daadkrachtig optredende overheid – het kabinet deed zijn best - kennelijk zeer. Helaas voor de overheid daalt dit vertrouwen meestal spoedig weer na of zelfs in het verloop van een crisis, zoals blijkt uit de geschiedenis[13].

 

Groepsdenken

In de beginfase van de pandemie kwam er weinig weerwerk uit het parlement. Er moest iets gebeuren was het algemene gevoelen. Niemand wist een betere oplossing dan de adviezen van het OMT (Outbreak Management Team) te volgen. Overigens, wie zaten er eigenlijk in dit OMT? Aanvankelijk was dit volstrekt onduidelijk; het leek een geheim adviescollege dat openlijk genoemd werd. Later werd duidelijk wie deelnamen, terwijl de samenstelling ook niet geheel constant bleek te zijn.

Het is bekend dat in groepen een fenomeen kan optreden dat ‘groupthink’ wordt genoemd. Het begrip is afkomstig uit Orwell’s ‘1984’, waarin meer ‘nieuwe’ woorden werden geïntroduceerd. Het heet daar ‘newspeak’, in de Nederlandse vertaling ‘dunktaal’. Ook tijdens de Coronacrisis zijn er nieuwe woorden en begrippen ontstaan, zoals het nieuwe normaal, anderhalvemetersamenleving, Corona-app. Er zullen vast meer volgen.

Irving Janis, als docent psychologie verbonden aan Yale University, formuleerde[14] het groepsdenken als volgt: “the mode of thinking that persons engage in when concurrence-seeking becomes so dominant in a cohesive ingroup that it tends to override realistic appraisal of alternative courses of action.” De groep ontwikkelt een wij-gevoel ten koste van het vermogen om onafhankelijk te blijven denken en argumenteren. Bij een groot saamhorigheidsgevoel in groepen treedt ook iets dergelijks op. Het is van groot belang om mensen van buiten de resultaten en de argumenten te laten toetsen om zodoende dit fenomeen te bestrijden. Tot zover enkele punten van Janis. Het probleem wordt groter wanneer er veel publicitaire druk bestaat. Michaéla Schippers en Gabrielle Martins van Jaarsveld[15] beschrijven het probleem en wijzen op een methode om het te verminderen of zelfs te vermijden.

Er was vanaf het begin kritiek op het OMT en niet alleen op de samenstelling. Andere geluiden, die er vanaf het begin ook waren, zouden worden genegeerd. Scherp geformuleerd, de eigen opvatting werd zodanig naar voren gebracht dat er geen andere oplossing kon zijn dan de aangedragene. Tegenspraak werd eigenlijk niet geduld, hoewel de wetenschap, en zij niet alleen, gebaat is bij discussie, uitwisseling van argumenten.

Openheid zou beter zijn geweest.

Ook elders worstelde men met openheid, met welke informatie verstrekken we en wat hebben we nodig om ons doel te bereiken. Je ziet dit ook terug in het eerdergenoemde Duitse scenariobericht, waarin de strategie duidelijk gemaakt wordt: “ Was ist zu tun? 1) Kommunikation: Der Worst Case ist mit allen Folgen für die Bevölkerung in Deutschland unmissverständlich, entschlossen und transparent zu verdeutlichen. 2) Geschlossenheit: Die Vermeidung des Worst Case ist als zentrales politisches und gesellschaftliches Ziel zu definieren. Politik und Bürger müssen dabei als Einheit agieren.”

Het effect is geweest dat in de media vooral aandacht is besteed aan ernstige gevolgen; andere mogelijkheden werden niet in ogenschouw genomen. Kritische tegenberichten werden slechts moeizaam en mondjesmaat gedoogd[16]. Facit, meer angst onder de bevolking, maar groot vertrouwen in de overheid. Ook wordt in dit bericht aandacht besteed aan digitale communicatie met een ondertoon die we ook bij de Europese Commissie zien: “Die Online-Gemeinschaft hat ebenfalls eine sehr wichtige Rolle. Ohne Mobilisierung und Solidarisierung verstärkt sie die Verbreitung von Falschinformationen und kann zur Radikalisierung führen.“ Je kunt spreken van een monocultuur op vele terreinen[17]. In een interview[18] wijst Jaron Haramban erop dat een monocultuur, het niet toelaten van de mening van andersdenkenden radicalisering in de hand werkt (zie ook Piet Ransijn: ‘Vragen bij de coronacrisis’ in dit nummer).

 

Censuur?

Sommige critici gaven aan dat zij het gevoel hadden, soms wel het bewijs hadden, dat kritische geluiden geweerd werden, onderdrukt werden. Een voorbeeld van onze buren, waar een ambtenaar op non-actief gesteld werd vanwege het intern verzenden van een onwelvallig bericht[19]. Het leidde tot behoorlijk wat rumoer in de pers[20].

Dit voedde zo hier en daar complottheorieën. Omgekeerd werd ditzelfde ook de critici verweten, vooral als de berichtgeving van hun kant wel zeer creatief was. ‘Fakenews’, leugens hebben overigens een veel hoger R-getal dan virussen.

Google heeft intussen besloten in te grijpen en ‘censuur’ toe te passen. Van de wetenschappelijke consensus afwijkende meningen, evenals publicaties die zij als complottheoriën duiden, worden door Google voortaan verwijderd[21]. Wie bepaalt dat en hoe willekeurig is het?

Ook de Europese Unie ergert zich aan wat zij ‘infodemie’ noemen, informatie die onjuist is, beschadigend kan zijn, maar wel nog legaal. In hun ‘Mededeling’[22] van 10 juni 2020 komen ze met een aanpak van desinformatie. “Een ware vloedgolf van vaak onjuiste of onnauwkeurige informatie over het virus verspreidde zich snel via sociale media. Dit kan – volgens de Wereldgezondheidsorganisatie WHO – verwarring en wantrouwen doen ontstaan en doeltreffende volksgezondheidsmaatregelen ondermijnen. Deze infodemie speelt in op de meest basale angsten van de mensen.” En verder: “Deze situatie vraagt om meer gecoördineerde actie op basis van het actieplan tegen desinformatie en in overeenstemming met onze democratische waarden, zodat we de gevaren van deze desinformatie voor onze open samenlevingen kunnen bestrijden”. Onduidelijk is wie hier uiteindelijk bepaalt wat desinformatie is. Wie trekt hier aan de touwtjes?

Bij nadere lezing van de genoemde Mededeling, mooie woorden genoeg, wordt de vrijheid van meningsuiting, ondanks andersluidende woorden in de mededeling, wel degelijk ingeperkt. Heet dit niet in gewoon Nederlands censuur?

Het fenomeen om andersdenkenden de mond te snoeren wordt modern en eufemistisch ‘cancel cultuur’’ genoemd. Het versterkt de roep om een open debat, zoals in een open brief van 7 juli 2020 in de USA gesteld wordt door talloze prominenten[23], en ook in Nederland[24]. Bedenkelijk is overigens dat de initiatiefnemers van de laatste intussen hebben moeten besluiten de namen van de intussen meer dan 11.000 ondertekenaars niet meer online te zetten wegens wat zij noemen “zorgelijke berichten”, zonder nadere uitleg. Intussen is ondertekening niet meer mogelijk. Het genoemde bericht is van de website verdwenen.



[1]   Lievisse Adriaans M., Stokmans D: Hoe Nederland de controle verloor. NRC 20&21 juni 2020 (https://www.nrc.nl/nieuws/2020/06/19/hoe -nederland-reageerde-op-het-nieuwe-virus-uit-china-van-niks-an-de-hand-tot-blinde-paniek-a4003075#/handelsblad/2020/06/20/#122)

[3]   Boin A. et al: COVID-19: een analyse van de nationale crisisresponse. Crisisplan, Leiden, 2020

[4]   Marijnissen H: Noodverordening blijkt illegaal en moet worden aangepast. Trouw23 april 2020.)

[6]   Boersema W: Democratie in quarantaine: overleeft de rechtsstaat corona? Trouw 25 maart 2020 (https://www.trouw.nl/politiek/democratie-in-quarantaine-overleeft-de-rechtsstaat-corona~b5eb1703/)

[7]   Voermans W: Nieuwe wetsvoorstel Tijdelijke maatregelen covid-19 nog steeds niet aan de maat. https://wimvoermans.blog/

[8]   Kuiper M., Dool P. van den: Minister blijft in coronawet een ‘tijdelijk dictatortje’ NRC 13 april 2020 (https://www.nrc.nl/nieuws/2020/07/13/minister-blijft-in-coronawet-een-tijdelijk-dictatortje-a4005841)

[9]   OECD (2020), How’s Life? 2020: Measuring Well-being. Pag. 237-238. OECD Publishing, Paris (https://doi.org/10.1787/9870c393-en)

[12]  Dekker P. et al: Burgerperspectieven 2020|2. SCP, Den Haag, 2020

[13]  MiltenburgE., Schaper J: Verwachte gevolgen van corona voor de opvattingen en houdingen van Nederlanders. Serie: Maatschappelijke gevolgen corona. SCP, Den Haag, 2020

[14]  Janis I.L: Groupthink. Psychology Today 1971, 5 (6): 43-46, 74-76

[15]  Schippers, M.C, Martins Van Jaarsveld, G: Optimizing Decision-Making Processes in Times of Covid-19: Using Reflexivity to Counteract Information Processing Failures (No. ERS-2020-003-LIS). ERIM report series research in management Erasmus Research Institute of Management. (http://hdl.handle.net/1765/126790)

[18]  Bessems K: Socioloog Harambam. “We zetten compl;otdenkers te gauw weg als gekkies’. Volkskrant 3 juli 2020 (https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/socioloog-harambam-we-zetten-complotdenkers-te-gauw-weg-als-gekkies~b1942c88/)

[20]  Sextl J: Mitarbeiter des BMI suspendiert. Abendzeitung München, 13 mei 2020

Gezamenlijk persbericht, 11 mei 2020 (https://www.abendzeitung-muenchen.de/media.media.98cfe8dc-2b67-4861-899d-d12b7f65fbe4.original.pdf)

Müller Th: Corona-papier. Jetz muss eine Debatte folgen. Abendzeitung München, 13 mei 2020