Reacties op de coronacrisis en daarna

Civis Mundi Digitaal #100

door Piet Ransijn

Vier tendensen: herstel, beheersing, hervorming en opportunisme

De coronacrisis dienen we te zien als deel van het geheel van de ontwikkeling van de mensheid. Vandaar ook mijn belangstelling voor mensen als Teilhard de Chardin en de socioloog Pitirim Sorokin, die crises in een ruimer ontwikkelingsperspectief zagen. Het is alsof er een signaal is afgegaan en een alarmfase aanbrak. Velen zien zien de virusbesmetting als een consequentie van onze milieuonvriendelijke wijze van leven, te dicht op dieren die te weinig ruimte krijgen, waardoor schadelijke virussen naar mensen kunnen overspringen, zie bijv. virologe Marion Koopmans (Volkskrant Magazine 20 juni).

Als onze levenswijze niet verandert, zal dit overspringen vaker gebeuren en hoeven we misschien niet eens meer te wachten tot het volgende virus overspringt, want er werd bericht dat het al is gebeurd in de intensieve varkenshouderij in China. De ernst daarvan is nog niet duidelijk, zoals dat bij Covid-19 aanvankelijk ook het geval was. Het lijkt mee te vallen, tot het tegenvalt. Veel besmettingen hebben dus te maken met onze omgang met dieren. De coronacrisis laat zien wat er misging met onze manier van leven en samenleven met de medebewoners van onze aarde en legt de zwakten bloot van onze mondiale economie en samenleving.

Globaal genomen zijn er vier soorten reacties op de crisis. 

1. Herstel: terug naar normaal. Dit associeert men dan vooral met de ‘abnormale situatie’ van voor de crisis, die deze crisis met zich meebracht als consequentie van de levenswijze van voordien. Gezien de onmogelijkheid om de eerdere status quo te herstellen, wordt gesproken van ‘het nieuwe normaal’.

2. Beheersing: ‘het nieuwe normaal’, een tussenvorm of overgangssituatie met elementen van het oude normaal en nieuwe regels om de crisis te beteugelen. Terug naar normaal en ‘het nieuwe normaal’ tonen een tendens tot behoud van de eerdere status quo. Die reactie kunnen we behoudend noemen. ‘Het nieuwe normaal’ toont ook een tendens tot beheersing, met name vanuit de overheid en de zorg. Crisisbeheersing is een zorg van de overheid.

Bij herstel, beheersing en opportunisme ligt de nadruk op uiterlijke factoren en het beheersen van de omgeving met maatregelen om de crisis in de hand te kunnen houden en naar de hand te kunnen zetten. Dat maakt mensen (meer) afhankelijk van objectieve dingen, zoals apps en een vaccin en van overheidsmaatregelen e.d. en beperkt hun zelfstandigheid en autonomie.

Daarnaast zien we een vooralsnog ondergeschikte tendens tot autonomie, ’selfreliance’, versterking van de eigen integriteit, gezondheid, eigen weerstand en immuniteit, die een veel grotere rol blijkt te spelen dan naar voren komt in de media, met name bij de mensen die geen last hebben van de besmetting. Waarom niet? Waarom wordt dat niet af nauwelijks onderzocht? Het geldt wellicht voor de meeste besmettingen. Waarom zijn sommigen wel immuun en anderen niet? Wat maakt het verschil, behalve leeftijd? En wat is de bepalende factor bij de leeftijd en de immuniteit? Waarom zetten we daar niet meer op in naast of i.p.v uitsluitend op een vaccin dat wellicht jaarlijks moet worden aangepast en herhaald? Waarom worden daar geen miljarden aan besteed? Omdat er niet zoveel geld te verdienen valt aan het verbeteren  van de gezondheid en de natuurlijke weerstand en er aan ziekte, medicatie en vaccinatie meer te verdienen valt?

 

 

3. Hervorming: het roer moet om. Transitie. Hervorming. De crisis geeft aan dat het anders moet en anders kan. Anders kunnen we wachten op de volgende crisis of komen we niet eens uit de huidige crisis. Laten we daarom doorpakken en meteen orde op zaken stellen door de economische crisis, de schrijnende ongelijkheid, de milieu- en klimaatcrisis, de vervreemding van de burgers van de politiek en wat al niet aan te pakken. Er gaan veel stemmen op die pleiten voor drastische hervormingen in de richting van een meer duurzame, minder milieubelastende en meer rechtvaardige samenleving. De aard en de mate van hervorming die men voorstaat varieert. Niet alles kan tegelijk aangepakt worden. Maar wel veel, want alles hangt met alles samen. Bij de crisis bleek opeens heel veel mogelijk te zijn.

Bij hervorming gaat het primair om innerlijke motivatie en het aanpassen van de omgeving naar eigen inzichten, inspiratie en initiatief. Menselijke waarden spelen vaak een belangrijke rol. Er zijn echter ook hervormingen en revoluties waarbij zich een tendens tot totalitarisme ontpopt, zoals de Franse en de Russische Revolutie. In het belang van menselijke waarden en burgerlijke vrijheden en mensenrechten is het van belang alert te zijn op dergelijke tendensen, die ook in reactie op de coronacrisis weer de kop op steken.

Uiteindelijk komt het er bij vele utopische visies op neer een nieuwe wereldorde te vestigen, waarin ‘alle Menschen Brüder werden’. Dat laatste is toekomstmuziek, waarvan de 9e symfonie van Beethoven een voorproefje is. Volgende artikelen gaan verder in op de voorgestelde hervormingen, met name op ecologisch en economisch gebied.

4. Verder zijn ook nog opportunisten, die voordeel proberen te halen uit de crisis, zoals Cottard in De pest bij Camus. Deze opportunisten komen enigszins overeen met de samenzweerders waar complottheorieën over gaan. De term complotdenken lijkt te worden gebruikt voor mensen die menen dat machthebbers de crisis in hun voordeel proberen om te buigen en te gebruiken. Toch komt het vaak voor dat machthebbers en handige zakenlieden situaties die zich voordoen, zo voordelig mogelijk proberen te benutten. In zgn. complotheorieën wordt een dergelijk opportunisme van elites benadrukt. Het zou interessant zijn dit nader te onderzoeken aan de hand van de meer gedegen elitetheorie [1].

In het bovenstaande zijn dus vier tendensen te onderscheiden: herstel, beheersen, hervormen en opportunisme. Aansluitend komt in dit artikel ‘het nieuwe normaal’ aan de orde, daarna volgen burgerparticipatie en coöperatie als doelen èn wegen om democratische hervormingen door te voeren. In volgende artikelen komen onze omgang met dieren en het ecosysteem en daarna de hervormingen in de economie aan de orde.

 

Het nieuwe normaal

Nu de eerste golf van de crisis over zijn hoogtepunt heen lijkt te zijn en we hopelijk het ergste gehad hebben, dringt zich de vraag op hoe we verder gaan na de crisis, als deze op zijn einde loopt. We hebben verschillende reacties genoemd. Veel mensen lijken terug te willen naar normaal, zoals het eerder was, en dan liefst een beetje beter. Maar dit blijkt niet mogelijk, zeker niet meteen. Er is te veel veranderd. Bovendien is de crisis nog niet bedwongen. Er ligt een tweede golf op de loer. We kunnen bijv. niet meer (massaal) gaan feestvieren zoals vroeger. Dat gaat niet, willen we de kans op besmettingen laag houden en geen Brabantse toestanden zoals na de carnaval meer krijgen. Volgens coördinator infectieziektenbestrijding Aura Timen, secretaris van het Outbreak Management Team, is de kans reëel dat er in het winterseizoen een tweede golf komt, zoals dat ook met griepvirussen het geval is. Die “gedijen in het winterseizoen... Of die [golf] er komt en hoe groot die zal zijn, hangt voor dus voor een deel van de biologie af, maar ook van onszelf. In de herfst en de winter zitten we meer binnen, op elkaar.” De kans op besmetting is dan groter. “Als we de regels 100 procent naleven, is er een kans dat we het heel beperkt houden”.

Het betreft hier nieuwe regels van het nieuwe normaal, die bij sommigen protest ontlokken. Het blijft een beetje aftasten tot hoe ver we kunnen gaan en in de gaten houden hoeveel besmettingen er komen. Dus geleidelijk de maatregelen laten vieren op een verantwoordelijke manier, zonder mensen al te zeer te duperen. Dat laatste geldt met name voor jongeren en werkenden. Terwijl ouderen vooral de dupe kunnen zijn van het virus.

Uit voorzorg dienen we dus nog de nodige maatregelen in acht te nemen. Vandaar het nieuwe normaal met nieuwe regels. Maar een noodwet grijpt volgens deskundigen, waaronder de Raad van State en de Orde van Advocaten, teveel in in onze grondwettelijke rechten en passeert de volksvertegenwoordiging. Daarom laat de wet op zich wachten (Zie Volkskrant 9 juli, ‘Noodwet corona komt op zijn vroegst in oktober’). Misschien is zo’n wet niet nodig. Wat zouden de burgers van zo’n wet vinden en de mogelijke onvrijwillige inperking van hun grondrechten?

 

Burgerberaad en participatie

Wat hervormingen betreft zijn de milieuplannen van de EU en van Frankrijk voorop (als schijn niet bedriegt en de plannen worden doorgezet) een stap op de groene weg, hoewel er nog vele horden en hobbels te nemen zijn. Het opmerkelijke van de Franse plannen is dat zij voortkomen uit burgerparticipatie en –beraad volgens Denker des Vaderlands Daan Roovers en schrijster en kunsthistorica Eva Rovers (NRC 4 juli, ’Laat burgers politici helpen: organiseer een burgerberaad’). “Frankrijk schreef geruisloos geschiedenis.” Macron nam 146 van de 149 aanbevelingen van de burgers over. Om daartoe te overleggen waren zij in een aselecte representatieve steekproef van de bevolking met hun instemming bijeen geroepen. Het doel was om grondig geïnformeerd door uiteenlopende deskundigen tot aanbevelingen te komen “op het gebied van transport, landbouw, de bouw, natuurbescherming, consumentengedrag en verantwoordelijkheid van bedrijven... De politiek moet van tevoren expliciet maken wat er met de aanbevelingen zal gebeuren.” Volgens Jan de Boer melden Franse kranten dat er veel minder van terecht komt dan de bedoeling was. Macron heeft de meeste aanbevelingen naast zich neergelged en maakt een ruk naar rechts om Marine Le Pen de wind uit de zeilen te halen met oog op de volgende verkiezingen. Herverkiezing gaat voor milieu en klimaat. Onder Le Pen zou er wellicht nog minder van terecht komen van de aanbevelingen.

Zo voelen mensen zich gehoord en verliezen ze niet het vertrouwen in de politiek en kan burgerparticipatie bijdragen aan het oplossen van problemen. Dit kan polarisatie en maatschappelijke onrust voorkomen en in constructieve banen leiden. Wetenschapsfilosoof Paul Feyerabend had dit al veel eerder voorgesteld in zijn boek Science in a Free Society (zie nr 73 https://www.civismundi.nl/?p=artikel&aid=4661) en Jürgen Habermas in zij Theorie van het communicatieve handelen (zie nr 74 https://www.civismundi.nl/?p=artikel&aid=4709). Een eerste aanzet tot een dergelijk overleg is al twee eeuwen eerder gegeven door grondlegger van de sociologie Henri de Saint-Simon, zie nr 31).

 

Rechtvaardigheid

Het verband tussen milieuproblematiek en sociale rechtvaardigheid werd hierbij niet over het hoofd gezien na alle gele hesjes protesten, die werden uitgelokt door verhoging van de brandstofprijzen die hen harder trof dan de vervuilende industrie. Deze vorm van burgerparticipatie wordt ‘deliberatieve democratie’ genoemd, overleg-democratie. Dit gaat verder dan het poldermodel, waarbij instanties, maar geen burgers direct betrokken worden. Het is niet bedoeld als vervanging, maar als complement voor de parlementaire democratie. De Franse aanbevelingen gingen naar het parlement. Het is wel een alternatief voor ‘particratie’, waarbij overleg via partijlijnen loopt.

“Deelnemers aan het burgerberaad vertegenwoordigen geen politieke partij en hoeven dus geen rekening te houden met verkiezingen, gunstige media-aandacht of een achterban... Dat zorgt ervoor dat mensen voorbij ideologische, culturele en religieuze verschillen leren kijken. Niet het individuele maar het collectieve belang is leidend... Burgerberaad is onmisbaar voor het ontwikkelen van rechtvaardig [klimaat]beleid. Dat niet alleen.” Het dient een onderdeel te zijn van het beleid in het algemeen, waarvan volgens Erwin van de Pol maar al te vaak niets terecht komt (zie nr 99). “Met een burgerberaad kunnen we... onze democratie uitrusten voor de eenentwintigste eeuw.”

Het zou ook een optie zijn voor het coronabeleid, nu de ergste druk van de ketel is: niet alleen politici maar ook burgers laten samenwerken met uiteenlopende deskundigen, niet alleen virologen. Overleg en besluitvorming zal dan meer tijd vragen, maar die lijkt nu ook meer beschikbaar te zijn. Als de nood aan de man komt, kan altijd weer een crisisteam worden samengesteld, liefst met representatieve burgervertegenwoordiging. Het is dan de vraag of zo’n burgerraad ook weer terug wil naar normaal en wat dit dan in gaat houden. Of zouden ze een voorkeur hebben voor ‘het nieuwe normaal’ en de ‘anderhalvemeter samenleving’ of aan ventileren een belangrijkere rol toekennen dan tot dusver het geval is? Participatie was een voorbeeld hoe overleg mogelijk is over ‘terug naar normaal’, ‘het nieuwe normaal’ of nieuw beleid en hervormingen. 

 

De crisis van onze tijd

De coronacrisis is te beschouwen in het kader van de ‘crisis van onze tijd’, zoals in nr 97 naar voren kwam aan de hand van het werk van Sorokin. De crisis wordt ook gesymboliseerd door De pest van Albert Camus, die een opmerkelijke overeenstemming toont met de coronacrisis, maar ook verschillen, bijv. in grootschaligheid en intensiteit. De pest symboliseert in brede zin het onheil dat mensen over zichzelf afroepen als een door henzelf teweeg gebrachte natuurramp. Het is niet zo dat we er niets aan kunnen doen en het ons overkomt van buitenaf, alsof we er part noch deel aan hebben tot we er middenin zitten. Zoals gezegd, hebben dergelijke rampen te maken met onze manier van leven. Deze is rampzalig en catestrofaal, zoals Jan de Boer ons keer op keer voorhoudt, met hopeloze prognoses die er niet om liegen. De coronacrisis heeft echter ook aangetoond dat het anders kan en snel. De vervuiling werd aanmerkelijk minder. We gingen meer thuis werken. Vliegverkeer was minder nodig. Er was meer saamhorigheid. Mensen hielpen elkaar. Enzovoort. Waarom kunnen deze positieve ontwikkelingen niet worden doorgezet?

 

Coöperatie en polarisatie

De reacties op de corona-maatregelen lopen ook uiteen. In het algemeen heeft de meerderheid in een crisissituatie de neiging om de leiding en de regering te volgen. Dat geeft enig houvast bij alle onzekerheden waarbij het voor de meeste mensen moelijk is om er zelf een weg in te vinden. Daarom gaat men af op deskundigen en op de leiding van het land. Ook in een oorlog neigt het volk ertoe zich achter de leider te scharen. Met een verdeeld volk is het moeilijker een oorlog te winnen en door te komen.

Er kunnen zich echter ook polarisatie en onlusten voordoen. Sorokin heeft daarop gewezen, o.m. in Man and Society in Calamity en Basic Trends of Our Times. We zagen het in de protesten tegen de coronamaatregelen, met name in de VS, maar nu ook in Nederland, nadat onze bevolking zich eerst opmerkelijk coöperatief opstelde. “Nederlanders hadden veel begrip voor de maatregelen” en hebben zich er gedisciplineerd aan gehouden, volgens Aura Timen van het RIVM (NRC 6 juli). Medewerking werd bevorderd doordat de maatregelen hier niet zo extreem waren als in Zuid-Europa, China en elders en er een beroep werd gedaan op medewerking. Socioloog Jaron Harambam vraagt zich af “of je er zo blij mee moet zijn als een groot deel van de bevolking zich automatisch achter het gezag schaart. Zonder kritiek en tegenspraak kom je nooit tot de beste aanpak” (Volkskrant 3 juli).

Aanvankelijk was er in de media weinig ruimte voor kritiek (op het RIVM), zoals de hoofdredacteur van de Volkskrant Pieter Klok bevestigde (zie het artikel over de corona-maatregelen). Toen de uitbreiding van de besmettingen min of meer tot staan gebracht was, maar veel maatregelen werden gecontinueerd, was er meer ruimte voor kritiek, die met name op internet en in demonstraties zijn weg vond. Hoe de polarisatie van officiële standpunten en kritische meningen en visies zich verder gaat ontwikkelen, is nu nog niet te zeggen. In een democratie als de onze worden deze meestal ‘meegenomen’ in de besluitvorming, om ongewenste radicalisering te voorkomen, waar Harambam voor waarschuwt.

Volgende artikelen gaan over onze omgang met dieren en het ecosysteem en daarna op noodzakelijke hervormingen in de richting van een meer duurzame economie.

 

Noten

  1. Zie o.m. het werk van de sociologen Vilfredo Pareto (‘De circulatie van elites’), Robert Michels (‘De ijzeren wetten van de oligarchie’), Thornstein Veblen (The Theory of the Leisure Class en The Vested Interests and the Common Man), Charles Wright Mills (The Power Elite), Pitirim Sorokin en Walter Lunden (Power and Morality) en recentere werken zoals van de huidige Canadese minister van handel Chrystia Freeland, Plutocrats: The Rise of the New Global Super-Rich, en de werken van Thomas Piketty, Kapitaal in de 21e eeuw en Kapitaal en ideologie, dat gaat over kapitaal en politiek; Bas van Bavel, De onzichtbare hand. Peter Turchin, Secular Cycles en War Peace and War: The Rise and Fall of Empires over cycli van machtsconcentratie, zie Civis Mindi nr 33, https://www.civismundi.nl/index.php?p=artikel&aid=2703.