De dubbele kommer van de arme landen

Civis Mundi Digitaal #100

door Jan de Boer

In het begin maakte Covid-19 als het ware een « sociale keus » door met name de rijke wereld te treffen. De meest ontwikkelde landen verlaten hortend en stotend de gezondheidscrisis. Dat is niet het geval in « het Zuiden ». Een groot aantal landen op weg naar verdere ontwikkeling en een aantal van de allerarmste landen leveren vandaag de dag een dubbele strijd: tegen een nog volop giftig coronavirus en tegen de uit het Noorden komende recessie. Een sinds tientallen jaren ongekende situatie in de wereld: de strijd tegen armoede verliest terrein.

Tegenover de pandemie zijn er in het zuiden zeer verschillende profielen. Bepaalde landen met een opkomende economie, zoals India en Brazilië, zijn zwaar getroffen, maar ook Pakistan, Nepal, Peru… Misschien beschermd door hun jeugd lijkt Afrika relatief gespaard, maar ook daar niet overal. Elders, zoals in het Midden-Oosten, heeft het mengsel van Covid-19, conflicten en recessie menselijke drama’s zonder einde tot gevolg.

De cijfers tonen maar een deel van de realiteit. De Wereldbank kondigt voor 2020 een krimp van de globale rijkdom aan met 5,2 procent die als volgt verdeeld wordt: -7 procent voor de ontwikkelde landen (waarvan -9,1 procent voor de eurozone) en -2,5 procent voor de ontwikkelingslanden. Zijn deze laatste landen gespaard? Absoluut niet. De schatting van de Wereldbank houdt slecht rekening met hoe zij leven of gaan leven: de gecumuleerde impact van een hele serie slechte situaties die hen in het bijzonder treffen. Aan het einde van deze spiraal is er de uitbreiding van honger, van een schuldenexplosie en het vooruitzicht op binnenlandse conflicten. De grote Manitou van de macro-economie van de « Financial Times », Martin Wolf, merkte kortgeleden op dat de mondiale economie in 2020 « de grootste schok in vredestijd sinds honderd jaar zal ondergaan, die het zwaarst weegt op de meest fragiele landen met een opkomende economie ». Daar zijn verschillende redenen voor. Wanneer tegelijkertijd het virus en de recessie bestreden moet worden, laat de afwezigheid van een niet bestaande of in een embryonaal stadium verkerende verzorgingsstaat zich op de meest wrede manier gelden. In een land als India is het deel van de nationale rijkdom gewijd aan de gezondheidszorg niet meer dan 2 procent van het Bruto Binnenlands Product (BBP), waar dat in Duitsland en Frankrijk 11 procent is. Pakistan kent eenzelfde situatie. In Afghanistan is zij catastrofaal; daar is het concept van een welvaartsstaat totaal onbekend en moeten het virus, de oorlog en de economische ineenstorting bestreden worden. Als gevolg van de forse teruggang van economische groei in het Noorden hebben veel landen in het Zuiden ook te maken met de vermindering of het geheel verdwijnen van bijdragen van in de Noordelijke landen werkende landgenoten aan hun families, de verlaging van de beurskoersen van primaire grondstoffen en in de Maghreb of in Zuidoost-Azië de neergang van het toerisme. Het geheel weegt des te zwaarder op de dikwijls diep in de schulden gestoken landen, die in tegenstelling tot de Noordelijke landen weinig mogelijkheden hebben om geld te lenen.

De door Covid-19 veroorzaakte crisis is een catastrofe die « de teruggang van de armoede sinds een kwart eeuw tenietdoet », schrijft professor Akiko Suwa-Eisenmann van de Economische Hogeschool van Parijs in « Les Echos ». De hoofdeconoom van het Mondiale Voedselprogramma van de Verenigde Naties, Arif Husain, trekt in de New York Times aan de noodbel: « Er dreigt een wereldwijde hongercrisis ». Volgens hem ontstaat er hier en daar in Afrika of elders een « situatie van ernstige ondervoeding, die zonder twijfel een 250 miljoen mensen raakt ». Een technocratische manier om te zeggen dat de honger overal rondwaart? Arif Husain merkt nog op dat « het een voortdurend fenomeen in de geschiedenis is dat wanneer volkeren geconfronteerd worden met oorlog, honger of natuurrampen, zij emigreren (…) en dat zal ook nu het geval zijn. Wij kunnen zeer waarschijnlijk een nieuwe golf vluchtelingen tegemoetzien. »

In de opkomende landen en in landen op weg naar ontwikkeling zal de strijd tegen Covid-19 en de economische recessie naar schattingen van de Verenigde Naties 2.500 miljard dollar (ongeveer 2.200 miljard euro) kosten. Het virus heeft de publieke financiën van de meest arme landen totaal vernietigd. Dat is het geval in Equator, Zambia, Jamaica, Tsjaad, Bolivia, Zimbabwe, Libanon… Deze landen zitten diep in de schulden en moeten exorbitante percentages van hun budget wijden aan aflossingen. In het Afrika ten zuiden van de Sahara moeten landen een veel hoger bedrag uitgeven aan schuldaflossing dan dat zij aan hun gezondheidszorg kunnen besteden. Instituties als de Wereldbank en het IMF kunnen de aflossingen verlengen. Twintig van de rijkste landen hebben een moratorium op aflossingen afgekondigd. Sommige schulden zijn geannuleerd. Veel landen in het Zuiden hebben van de lage rentes geprofiteerd en hebben zich bij privé-instituties in de schulden gestoken voor naar schatting miljarden dollars. En deze privé-instituties zijn zeker niet zo toeschietelijk als de andere.

Op langere termijn is er ook de dreiging van een zekere vorm van demondialisering, op zijn minst een herregionalisering. De groep van arme en opkomende landen is dan de klos. Hun ontwikkeling is afhankelijk van de economische globalisering. Deze heeft in de Noordelijke landen arme mensen ten gevolg gehad, maar zij heeft zoals nooit tevoren de extreme armoede in de landen op weg naar ontwikkeling teruggedrongen. Bij hen, nog meer dan elders, wordt met ongeduld op een vaccin of een geneesmiddel tegen Covid-19 gewacht, dat in miljarden exemplaren geproduceerd en gratis uitgedeeld moet worden.

 

Geschreven op 29 juni 2020