Milieu en maatschappij na de coronacrisis: omschakeling naar een duurzame samenleving

Civis Mundi Digitaal #100

door Piet Ransijn

“Het geluid dat corona dwingt ons na te denken over een nieuwe wereld na de pandemie neemt mondiaal in kracht toe. De plannen komen bijna allemaal op hetzelfde neer: de investeringen om economieën weer op gang te helpen, moeten ook gericht zijn op transitie naar een duurzame samenleving.” Liefst met meer gelijkheid en solidariteit, waar ook vaak om wordt geroepen. Zoals gezegd, is er enerzijds bij ‘een zwijgende meerderheid’ een streven naar de restauratie van de eerdere status quo. “Maar daartegenover staat een kleurrijke coalitie van mensen en instituties die streven naar vernieuwing...  Zelfs The Economist... hoort erbij. Het World Economic Forum noemt het The Great Reset.” (Volkskrant 15 juni, Bert Wagendorp, ‘Na de pandemie’). Transitie zou een betere term zijn dan reset, dat doet denken aan herstel van de eerdere situatie.

Zoals eerder gezegd staat de coronacrisis niet op zichzelf, maar hangt samen met een bredere crisis op diverse gebieden die we aandacht moeten geven en die vragen om hervormingen. Het betreft het milieu, de economie, de zorg, onze manier van omgaan met elkaar, de sociale verbondenheid, kortom ons hele persoonlijke en maatschappelijke leven wereldwijd. “Links en rechts wordt gepleit voor het toepassen van de covidlessen bij problemen als ongelijkheid, klimaat, mondialisering, slecht bestuur en gezondheid” (Bert Wagendorp).

 

Onze omgang met dieren en het ecosysteem

Het verband van de besmetting en het ontstaan van het virus hangt samen met onze omgang met dieren. Ditmaal is het virus niet afkomstig uit de intensieve veehouderij, waarvan de mileubelasting steeds meer als bezwaarlijk wordt gezien. “Deze crisis voedt het algemene idee dat de veehouderij een risico voor de volksgezondheid vormt. Daar was al eerder sprake van door BSE (gekke koeienziekte) en recenter de Q-koorts. Van veel kanten wordt nu bepleit ons systeem te ‘herijken’, met name de dierlijke productie... mede in het kader van de stikstofproductie... Landbouwhuisdieren en mensen bestaan niet in een vacuüm maar als onderdeel van een ... wereldecosysteem... De grootste factor bij zoönotische ziekte zijn wijzelf, en vooral de verstoringen die wij veroorzaken. Wilde dieren worden teruggedrongen op kleinere gebieden... We vervoeren wilde dieren naar markten en we houden dieren op ongekende schaal... In Azië vlakbij of in grote stedelijke agglomeraties waardoor besmetting van mensen toeneemt.”

“Covid-19 zet ons weer op onze plaats als onderdeel van de uiterst complexe en wereldwijd verbonden ecosystemen op aarde... Het is evident dat we niet de mens of huisdieren apart kunnen bekijken. Alles is met alles verbonden: bedreigingen voor de gezondheid ontstaan uit de wisselwerking van mens en natuur. Een logisch gevolg is... dat we preventief in kaart brengen waar de risico’s liggen... Het is nu de tijd om de verbondenheid van de mens met het totale ecosysteem te erkennen” (NRC 18 mei, Louise Fresco, Bestuursvoorzitter Univ. Wageningen, ‘We laten ons niet nog een keer verrassen’).

 

De agrochemische industrie

Fresco is daarnaast (roman)schrijfster en commissaris bij het agrochemische zaadveredelingsbedrijf Syngenta. Dat roept de vragen op naar de verstrengeling van wetenschap en bedrijfsleven en naar de invloed van agrochemische bedrijven. Het is de vraag of wetenschappers deze bedrijven door commissariaten en samenwerking in een meer verantwoorde richting kunnen sturen. Het ligt meer voor de hand dat de wetenschap voor het karretje van de industrie wordt gespannen op grond van het principe ‘wie betaalt die bepaalt’. Hoe staan dergelijke milieubelastende bedrijven tegenover de ‘herijking’ en hervorming die Fresco bepleit? Hoe groot is hun invloed? Drijft de huidige landbouw niet in vergaande mate op agrochemische bedrijven, die agrarische trends bepalen en bepaald geen milieuvriendelijke invloed hebben gehad en de intensivering van de industriële landbouw bevorderen met chemische bestrijdingsmiddelen en genetische manipulatie?

De Argentijn Tittonell, alumnus van Wageningen, heeft een bijzondere leerstoel in de agro-ecologie van het WereldNatuurFonds gekregen aan de RU Groningen en zegt het volgende over de indurstriële landbouw: “Wie heeft er voordeel aan het huidige landbouwmodel?’, vraagt Tittonell retorisch. Niet de boeren, zegt hij, maar tal van ondernemingen rondom de agrarische sector: de voedselverwerkende industrie (waaronder bedrijven als Unilever en FrieslandCampina), grote toeleveranciers (als Bayer, Syngenta en Nutreco), maar ook kredietverleners als Rabobank. ‘We hebben de boeren opgeofferd, want we laten ze hun producten onder de kostprijs verkopen, alleen om het model voor die industrie economisch winstgevend te maken.” (Afkijken van de kleine boer. Agro-ecologie is op den duur rendabeler’ https://www.rug.nl/alumni/magazines-and-newsletters/broerstraat-5/pdf-los-per-nummer/b5-2020-2/binders-artikelen/binder2-8-9-afkijken-kleine-boer.pdf

Vrome praat over de verbondenheid van de mens met het ecosysteem zet weinig zoden aan de dijk als daar ook niet iets aan wordt gedaan. Een nieuwe ontwikkeling is dat agrochemische bedrijven ook investeren in biologische landbouw. Ze zien ook wel in dat het aandeel daarvan langzaam toeneemt en de intensieve industriële landbouw niet het eeuwige leven heeft, gezien de bodemuitputting en milieubelasting en –vergiftiging.

 

Ecologie en economie

Louise Vet, collega van Fresco, scheidend directeur van het Ned. Inst. voor Ecologie van de Kon. Ned Academie van Wetenschappen (NIOO-KNAW), pleit voor ecologisch meer verantwoord ondernemen. Zij is ook voorzitter van Urgenda, een stichting die streeft naar verduurzaming. “Mensen worden nu door elkaar geschud en kijken daardoor misschien met andere ogen naar het systeem zoals we dat hadden. Dit is een moment van reflectie... Pak het moment om de wereld opnieuw vorm te geven zodat die beter in elkaar komt te zitten. Gebruik daarvoor de miljarden die nu vrijwel zonder voorwaarden kunnen worden uitgedeeld” (NRC 6 juni, ‘Corona toont aan dat ons economische systeem niet deugt’).

Bert Wagendorp is het met haar eens. “Volgens het IMF hebben overheden internationaal inmiddels ongeveer 9000 miljard uitgegeven om onze economieën draaiende te houden. Wie schrikt er dan nog van een paar duizend miljard om de opwarming te stoppen en een duurzame economie te creëren? Bovendien, schrijven de Britse en Amerikaanse economen, beloven de klimaatinvesteringen een hoog rendement. In NRC zei Sandra Philipsen, hoofdeconomm bij ABN-Amro: ‘We hebben het vaak over de kosten van transitie, maar de kosten van niet-transitie, die zijn pas hoog’ (NRC 15 juni, ‘Na de pandemie’) Wagendorp verwijst naar het rapport Will Covid-19 fiscal recovery packages accelerate or retard progress on climate change,  door o.m. vooraanstaande economen als Nicolas Stern en Joseph Stiglitz, een krachtig pleidooi voor het combineren van economische steunmaatregelen en duurzame vernieuwing, dat ook het oogmerk is van de Green Deal van de EU o.l.v. van Frans Timmermans.

 

‘Mèt de natuur in plaats van tegen de natuur’

Vet vervolgt: “Bestaande bedrijven proberen de status quo nog te handhaven, maar er komen allerlei nieuwe ideeën naar voren, variërend van een waterstofeconomie tot kortere ketens in het voedselsysteem – tot er iets opstaat wat het dan moet gaan worden... Het systeem was niet goed.” Daarom hangt verandering in de lucht. “Het virus heeft dat nog eens versterkt... Mijn visie is: breng de diversiteit terug, zodat je werkt mèt de natuur i.p.v. tegen de natuur. De landbouw is nu alleen gericht op maximalisatie van de productie, en daarbij vergeten we allerlei andere functies. Chemische bestrijding van een insectenplaag is werken tegen de natuur. Je kunt beter de vijanden van die insecten... het werk laten doen.”

“Of neem de bodem... Die bodem leeft, zit vol met allerlei micro-organismen zoals waardevolle schimmels en bacterieën. Die bodem heeft niet alleen maar kunstmest nodig... maar is een zeer complex systeem met allerlei verbindingen, allerlei micronutriënten, allerlei interactie boven en onder de grond, die we kunnen inzetten om onze gewassen gezond en sterk te houden. De diversiteit van de bodem moet je koesteren. Dat is de basis van een goede interactie tussen landbouw en natuur. Dat inzicht hebben we verloren. En dat moet terug. We moeten geld investeren in het omturnen. Ik ben niet voor het uitkopen van boeren, ik ben voor transitie van hoe ze werken... Het natuurlijk kapitaal is de basis van onze economie. Je hebt niks aan je goud en je geld als je geen schone lucht meer hebt, geen vruchtbare bodem, geen schoon water en geen grondstoffen” (Louise Vet, NRC 6 juni).

 

Boerenprotest: de transitie in de landbouw gaat gepaard met polarisatie

In de landbouw zien we transitie en polarisatie. Veel boeren zitten in de knel. Om hun bedrijf draaiende en op zijn minst kostendekkend te houden zijn ze verplicht, zoniet gedwongen, excessief te produceren. Bij veel boeren en ook op de landbouwuniversiteit dringt echter door dat dit geen duurzame wijze van produceren. De schade aan het ecosysteem en de biodiversiteit is evident. Veel boeren willen wel, maar kunnen niet, althans niet zonder ondersteuning en niet alleen. Sommigen klampen zich vast aan de oude manier van produceren en  protesteren tegen milieumaatregelen zoals stikstofreductie. Het  ministerie van landbouw wil naar meer duurzame kringlooplandbouw. Maar “de boerenlobby is te sterk. Wie zijn dat? Kijk maar naar de sponsoren vande Farmers Defense Force. Volg de keten van veevoer en kunstmest, dat zijn de verliezers bij een dominante circulaire landbouw. Nu al verdienen biologische boren meer dan intensieve boeren,” aldus ecoloog Theunis Piersma (NRC 18 juli, ‘Bij de Grote Vriendelijke Reus’, daarmee wordt een ecologische boer in het stuk bedoeld, die tot voorbeeld strekt). Dit stuk wijst weer op de niet te onderschatten invloed  van de agrochemische industrie.

Het boerenprotest hangt samen met dreigende bedrijfssluitingen van boeren die hun  bedrijf niet voldoende rendabel kunnen houden. Met name de intensieven veelhouderij staat onder druk. Het consumtiepatroon verschuift naar plantaardige voeding. “Voedselgiganten... investeren in plant-based voedsel... De  koeienboer wordt overbodig.., ook de varkensboer, de kippenhouder en de kalvermester zijn straks niet meer nodig... De actievoerders zijn de boeren die nu een achterhoedegevecht voeren, wetende dat er geen toekomst meer is voor de veehouderij,” zegt medeoprichter van Wakker Dier Wim de Kok, werkzaam bij World Animal Net in New York (Volkskrant 14 juli. Opinie&Debat, ‘Trekkerverzet?’). Zo ver is het echter nog (lang) niet.

Maar “boeren en tuinders vertegenwoordigen inmiddels minder dan 1 procent van de werkgelegenheid in Nederland. In de afgelopen twintig jaar is is het aantal agrarische bedrijven gehalveerd naar 50 duizend. Per dag stoppen er drie boeren.” Boeren betrekken bij natuurbeheer kan bijdragen tot een oplossing voor hun malaise (Volkskrant 24 juli Opinie&Debat over boze boeren).

“Voor 2030... zal het aantal melkveebedrijven dalen van 15 duizend naar 10 duizend.., precies het toekomstbeeld waar clubs als Farmers Defense Force tegen strijden” (Volkskrant 24 juli, ‘Turbokoe gaat nog meer melk leveren’). “Zij moeten zich realiseren dat wij als consumenten hun vlees en melk steeds minder nodig hebben. Diverse studies wijzen uit dat vlees en melk lang niet altijd gezond zijn. Bovendien zijn er genoeg veehouders die aan de waanzin van de almaar groeiende bedrijven niet hebben meegedaan en die door lagere kosten een uitstekend in komen genereren” (Volkskrant 22 juli, voormalig veearts Nico Hoogland, ‘Wie mishandelt eigenlijk onze melkkoeien?’).  De transitie van industriële naar (intensieve) ecologische landbouw, die wordt beschouwd als meer fundamentele oplossing, gaar gepaard met polisatie. In eerdere artikelen kwam naar voren dat beide benaderingen geen onoverbrugbare tegenstelling vormen. Industriële ecologische landbouw met aangepaste milieubewuste technologie behoort tot de mogelijkheden, waarmee de bedrijven van de toekomst experimenteren, o.m. met behulp van robotachtige apparaten, zoals bijv. de melkrobot [1]. De Wageningse Universiteit kan hierbij een prominente rol spelen.

In de Volkskrant van 3 juli stond een reportage over ‘De boerderij van de toekomst, [die] divers zal zijn, met gewassen door elkaar gemengd’. Het gaat over ‘strokenteelt’. “Anders dan op de monotone akkers van nu worden gewassen er gemengd. Die strokenteelt bevordert de bodem en biodiversiteit. ‘Peen en ui zijn goede buren.” Ze staan in lange stroken naast elkaar. Op de akkers staan geen monoculturen meer. Goed voor de bedreigde biodiversiteit, die ook volgens Louise Vet buitengewoon belangrijk is en door de huidige industriële landbouw om zeep wordt geholpen. 90 procent minder bestrijdingmiddelen is haalbaar door strokenteelt, omdat de (schadelijke) insecten van de ene strook die van de andere strook kunnen neutraliseren, zoals Vet al aangaf. Het betreft een experimentele boerderij, waar ook robots kunnen worden ingezet, omdat het systeem meer arbeidsintersief is dan monoculturen. Daarom ook zeer geschikt voor volkrijke Aziatische en Afrikaanse landen. Dit is één voorbeeld van initiatieven op landbouwgebied.

 

Intensivering van de landbouw

De Vlaamse filosoof Maarten Boudry (Universiteit Gent) en Hidde Boersma (o.a. co-auteur van het boek ‘Ecomodernisme) pleiten voor intensivering van de landbouw, waardoor minder landbouwgrond nodig is en meer natuur en dus meer biodiversiteit mogelijk is. Dat is niet per definitie strijdig met biologische landbouw en strokenteelt, waarbij de opbrengst vaak ook nog verhoogd kan worden. Ook verduurzaming, (aangepaste) techologie en industrie kan daar ingepast worden. Kleinschalige lokale landbouw achten zij aantoonbaar inefficiënt. Het kan de wereld niet voeden. Het gaat om optimaal gebruik van vruchtbare grond. “De auteurs maken niet duidelijk wat je dan doet met bodemuitputting. Dat is altijd het argument van de voorstanders van kleinschaligere landbouw, landschapsdiversiteit en gemengde bedrijven. Na tien jaar maïs erdoorheen jagen op je veld kan die grond dat niet meer aan”(https://www.foodpersonality.nl/landbouw-moet-juist-intensiever/20 mei; NRC 14 mei ‘De landbouw moet juist verder intensiveren’, 22 mei, ‘Voedselproductie moet eerder robuust dan efficiënt zijn’). In De Morgen van 19 mei reageren onderzoekers op hun visie die zij weinig genuanceerd vinden. Zie ook Civis Mundi nr 77, 88, 89, 61).

Boersma en Boudry zijn voorstanders van de industriële landbouw, terwijl op de Wageningen Universiteit stappen worden gezet om deze te integreren met ecologische landbouw.

 

De Wageningen Universiteit vergroent

‘De industriële landbouw is zo’n beetje uitgevonden door de Wageningen universiteit. Nu waait er een groene wind’ (Volkskrant 16 mei). De WUR is voor de vierde keer op rij uitgeroepen tot de beste landbouwuniversiteit ter wereld. Een groep wetenschappers presenteerde aldaar een kaart van Nederland anno 2120. Die ziet er groen uit. Met zeewier en windmolenparken op zee, voedselbossen, kringlooplandbouw en groene steden. Geen megastallen. Geen agro-industrieparken.”Ook in Wageningen dringt het besef door dat we niet kunnen doorgaan met schaalvergroting en intensivering van de landbouw. ”Tenzij het biologische landbouw betreft. Deze kan samengaan met moderne, duurzame technologie. Milieuwetenschappen en klimaatstudies... noteren rsp. 400 en 25 procent meer studenten in de afgelopen tien jaar. De landbouwtechnologen en de ecologen stonden vroeger “met de ruggen naar elkaar. De laatste tijd is er... sprake van toenadering”. Technologie en ecologie kunnen samengaan in duurzame landbouw. De gebouwen van Unilever en Campina op de Campus illustreren een samenwerking die kritisch geluiden oproept over verstrengeling met de industrie. Zoals boven vermeld kan samenwerking ook vergroening en verduurzaming in de hand werken, als de universiteit zich hiervoor inzet, zoals bestuursvoorzitter Louise Fresco bepleit. De ecologen vormen echter nog steeds een minderheid, die weliswaarmeen toenemende invloed krijgt. Tot dusver heeft de WUR zich decennialang vooral heeft ingezet voor industriële landbouw, die koren op de molen van de agrochemische industrie was. Vergroening van deze industrie en de transitie van pesticiden naar biologische bestrijding zal een uitdaging zijn.

Bij de EU zit de biologische landbouw ook in de lift (‘Biologische landbouw naar 25 procent’, Volkskrant 19 mei). Biodiversiteit, halvering van pesticiden en een gezond ecosysteem zijn speerpunten, evenals herbebossing: 3 miljard bomen de komende tien jaar. Het zijn plannen. Er moet nog veel gebeuren. Voedselbossen kunnen daarvan een onderdeel zijn. Zie de bespreking van Het voedselbos – Vier seizoenen door Mac van Dinther (Volkskrant, 27juni, ‘Eén keer zaaien, eindeloos oogsten’).

 

De vleesconsumptie

Dan is er nog de vleessector die herhaaldelijk in het nieuws is gekomen vanwege corona-uitbraken en ‘hotspots’ in slachthuizen en vleesverwerkende industrie. Niet alleen in Nederland, maar ook in andere landen worden slachthuizen gesloten. Afgezien van het gegeven dat een slachthuis vol dode dieren geen gezonde omgeving is werd als reden opgegeven dat men zich niet aan de corona-regels heeft gehouden “te veel mensen op elkaar”. Het heeft te maken met de werkomstandigheden in slachthuizen, voor het meerendeel door arbeidsmigranten uit Polen en Roemenië, die “‘hutjemutje op elkaar wonen”. Over de milieubelasting door vleesconsumptie die samengaat met intensieve veehouderij is al veel geschreven. Die dient ook te worden verminderd als onderdeel  van de nodige hervormingen (zie onder meer nr 81, 83, 91, 96 en NRC 28 mei ‘Vleessector onder de loep om corona’).

Grote voedingsbedrijven als Unilever en Nestlé investeren meer in duurzaamheid, plantaardige producten en vleesvervangers om aan de vraag van consumenten te voldoen. Hetzelfde geldt voor yoghurtmaker Danone, de grootste zuivelverkoper ter wereld. (NRC 6 mei, ‘Na deze crisis neemt men voedsel niet meer voor lief’, interview met topman Emmanuel Faber). Faber maakt deel uit van 180 politici, onderzoekers en industriëlen die ‘Green Recovery’ bepleiten op basis van de Europese Green Deal. Danone is ook de grootste in plantaardige zuivel. Dit alles onder invloed van de kritische consument. Ieder van ons draagt hier toe bij met zijn of haar eetgewoonten en leefstijl. Daarom is het zaak daarmee te beginnen en multinationals volgen. Deze hebben weer een wisselwerking op het collectieve bewustzijn van de consumenten. Zo kunnen veranderingen in een stroomversnelling terechtkomen als steeds meer mensen hiertoe bijdragen, inclusief, politici, onderzoekers en industriëlen, die een leidende rol kunnen hebben.

Een voorbeeld van de invloed van de consument is de boycot van Thaise kokosproducten, omdat daar apen werden getraind en gedwongen om kokosnoten te plukken. “Trieste beelden... van zielige aapjes... leidde tot een storm van protest... Binnen een mum van tijd hadden zowat alle supermarkten actie ondernomen... Voedsel dat met apenexploitatie was vervaardigd ging uit de schappen... Waarom kan dat niet als mensen worden uitgebuit en uitgeperst?” (‘Aap versus mens’, Teun van der Keuken, Volkskrant 13 juli). Hij verwijst naar de uitbuiting van migranten die onder erbarmelijke omstandigheden hun werk moeten doen. Waarom tolereet de consument wel het doden van miljarden dieren die onder erbarmelijke omstandigheden worden vetgemest met antibiotica, hormonen en wat al niet als hulpmiddelen? Het begint echter steeds meer door te dringen dat de intensieve veehouderij een haard van gevaarlijk virussen is, grote milieubelasting met zich meebrengt en vlees eten minder gezond is dan plantaardig voedsel. Er is een bewustwording gaande naar een meer gezonde en milieu- en diervriendelijke leefstijl. Zie verder https://proveg.com/food-and-pandemics-report/ over de risico’s die vleesconsumptie met zich meebrengt op het gebied van milieu en gezondheid.

 

  1. Zie o.m. nr. 33 Jan de Boer, https://www.civismundi.nl/index.php?p=artikel&aid=2715; nr 77 Piet Ransijn,  https://www.civismundi.nl/index.php?p=artikel&aid=4848, nr 88, ‘Landbouw met en zonder gif’, https://www.civismundi.nl/index.php?p=artikel&aid=5346; nr 89 landbouwkundige Toon van Eijk, https://www.civismundi.nl/index.php?p=artikel&aid=4848. Hij verwijst daarbij naar eerdere artikelen: Van Eijk, T. (2017), Toekomstige voedselzekerheid vereist onorthodoxe landbouwpolitieke keuzes en mentale transformatie, in nr 53; ‘Kritische kanttekeningen bij een nieuwe, ecomodernistische beweging. Bespreking van: Marco Visscher en Ralf Bodelier (red.), Ecomodernisme. Het nieuwe denken over groen en groei. Nieuw Amsterdam, 2017, nr 61; Tovenaars en profeten in de landbouw: heel de wereld, nr 82.
    Zie ook James Arbib & Tony Seba, Rethinking Humanity: Five Foundational Sector Disruptions: The Life Cycle of Civilizations, and the Coming Age of Freedom. Rethinkx, 2020; Catherine Tubb  & Tony Seba, Rethinking Food and Agriculture: The Second Domestication of Plants and Animals, the Disruption of the Cow, and the Collapse of Industrial Livestock Farming. A Rethinkx Sector Report, 2019.