De financiering van de kettingzaag

Civis Mundi Digitaal #102

door Jan de Boer

Sinds het klimaatakkoord van Parijs (december 2015) hebben banken 154 miljard dollar aan kredieten verstrekt aan ondernemingen die het Amazonegebied en nog een paar « groene longen » gladscheren. Na de twee grote Braziliaanse banken is de Nederlandse Rabobank de derde grootste geldschieter. Werd de afkorting van de RABO-bank in de jaren 1970-1980 in het kader van de schaalvergroting in de Nederlandse akkerbouw en veeteelt, rampzalig voor het milieu, wel vertaald werd met de woorden “Ruimt Alle Boeren Op”, nu kan hij vertaald worden met “Ruimt Alle Bossen Op”… Schande! Om deze praktijk van de Rabobank mogelijk een halt toe te roepen, kunt u – als u daar een rekening bezit – deze opzeggen en een andere, meer milieuvriendelijke bank kiezen. Een boycot kan aan deze praktijk misschien een einde maken.

De conclusie van een studie door « Forests and Finance », een coalitie van NGO’s en onderzoeksinstituten, is dat kapitaal verstrekt in de vorm van krediet, verzekering of investering een essentiële motor voor ontbossing is. Deze « groene klokkenluiders » hebben de financieringsbronnen boven water gehaald van activiteiten die gelieerd zijn aan de ontbossing van de drie belangrijkste tropische bosgebieden op onze planeet: Zuidoost-Azië, Brazilië en West- en Centraal-Afrika. Tussen januari 2016 en april 2020 hebben banken 154 miljard dollar aan kredieten verstrekt aan maatschappijen die bossen exploiteren (hout en rubber) of agrarische activiteiten op de ontboste gronden ontplooien: vee, soja, palmolie… De banken lenen en investeren. Merel van der Mark, coördinator van de coalitie « Forests and Finance »: « Wij zijn ons onderzoek in 2016 begonnen, direct na het klimaatakkoord van Parijs in december 2015 en de belofte van een mondiaal engagement inzake de bescherming van bossen. We constateren dat de kredietbedragen in deze drie gebieden in werkelijkheid met 40 procent toegenomen zijn sinds de ondertekening van het klimaatakkoord. » En zij merkt op dat « ondanks het formele engagement van staten en ondernemingen het verlies van tropisch bosoppervlak in de loop van de laatste tien jaar bijna verdubbeld is ». In 2019 alleen al is 11,9 miljoen hectare tropisch bos verdwenen. Welke verantwoordelijkheid dragen de banken voor dit schandelijke resultaat? Merel van der Mark: « Je kunt niet zeggen dat ze direct verantwoordelijk zijn voor de ontbossing, maar het is duidelijk dat de banken hoofdrolspelers zouden kunnen zijn om de verwoesting van tropisch bos af te remmen, als zij ecologische criteria zouden instellen voor het toekennen van kredieten ». Maar inderdaad, zoals de oude Romeinen al zeiden: « Pecunia non olet », oftewel, geld stinkt niet…

Brazilië is hier het voorbeeld van een zeer slechte leerling. In het Amazonegebied investeren de banken het meest. Aangenomen mag worden dat veefokkerij voor rundvlees voor 80 procent van de ontbossing verantwoordelijk is. En juist in deze sector verstrekken de banken de meeste kredieten: 41 miljard dollar, volgens de studie. Paulo Barreto, onderzoeker bij het wetenschappelijke instituut Imazon: « Historisch gezien hangt de ontbossing af van twee factoren: de politiek en de markt, die met name de rijke Europese landen bedient: rundvlees, soja… Met andere woorden: wij zijn beslist niet onschuldig aan deze ontbossing. Op dit moment wordt Brazilië geconfronteerd met een zeer ongunstig samengaan van een president die openlijk de ontbossing steunt en een prijs voor rundvlees die in de laatste jaren met 58 procent gestegen is. Dus de ontbossing explodeert, want het is zeer rendabel om te investeren, zeker als de politiek deze investeringen steunt ».

Bovenaan de lijst van mondiale kredietverstrekkers staat de semipublieke Braziliaanse Banco do Brasil met 30 miljard dollar aan toegekende kredieten, gevolgd door een tweede Braziliaanse bank – dit keer een privébank – Bradesco met 7,5 miljard dollar. Deze banken kennen gemakkelijk kredieten toe, omdat de staat een deel financiert via een programma genaamd « plattelandskrediet ». De Europese banken laten ook hier niet verstek gaan, met een bijzondere vermelding voor de Nederlandse Rabobank. Zij verstrekte kredieten ter waarde van 6,3 miljard dollar, waarmee ze op de derde plaats staat, gevolgd door JPMorgan Chase (Verenigde Staten), Mizuho Financial (Japan) en BNP Paribas (Frankrijk).

In Zuidoost-Azië (Indonesië, Maleisië, Thailand, Cambodja, Laos en Vietnam) wordt het bos met name gekapt voor de productie van palmolie. De ontbossing is er spectaculair, met name in Indonesië, waar in twee decennia maar liefst 25 miljoen hectare bos is gekapt. De palmoliesector trekt 82 procent van alle investeringen in de regio aan en kreeg in de periode 2016-2020 maar liefst 29 miljard dollar aan kredieten. Deze kredieten kwamen van de banken in deze regio en werden voor het overgrote deel verstrekt aan Indonesische maatschappijen « zonder enig ecologisch of sociaal criterium », volgens de coalitie.

In West- en Centraal-Afrika betreft het Aziatisch geld en Aziatische maatschappijen. In deze regio (Kameroen, Gabon, Nigeria, Liberia, de Democratische Republiek Congo, Sierra Leone, Ivoorkust en Ghana) zijn de toegekende kredieten minder belangrijk, maar is de verwoesting des te verontrustender. De voornamelijk Chinese banken financieren meer dan 90 procent van de hevea-plantages voor de rubberproductie voor de Chinese maatschappijen Sinochem en Cofco en de maatschappij Olam uit Singapour.

Zo ziet u maar weer dat ondanks fraaie verklaringen om onze planeet leefbaar te houden voor onze en vooral toekomstige generaties, de echte vastberaden (politieke) wil daartoe ontbreekt.

 

Geschreven op 15 september 2020