Genetisch gemodificeerde gewassen: een zegen voor de mensheid?

Civis Mundi Digitaal #102

door Jan de Boer

Het debat over genetisch gemodificeerde gewassen (GGG) werd en wordt sterk beïnvloed door grote bedrijven als Bayer, waarbij bedreigingen aan het adres van tegenstanders van GGG geen uitzondering zijn. Als je het opneemt voor de biotechnologie, dan plaats je je aan de kant van de « wetenschap ». Als je je sceptisch opstelt, plaats je je aan de kant van het irrationalisme, van de ideologie, van het groene activisme, etc. Het resultaat van deze debattechniek is dat de argumenten pro-GGG weinig kritisch worden bekeken.

Zo werd door de biotechnologische industrie bevestigd dat in India het genetisch gemodificeerd Bt katoen, dat een giftig insecticide afscheidt, een vermindering van het gebruik van pesticiden en een flinke verhoging van de opbrengst oplevert. Deze bevestiging door de industrie is gezien mijn inlichtingen zacht uitgedrukt onjuist. In maart werd in het blad « Nature Plants » een uiterst compleet onderzoek gepubliceerd over de effecten van twee decennia verbouw van gemodificeerd Bt katoen in een groot land. Door de pandemie heeft deze studie helaas geen enkele aandacht gekregen. Maar voor diegenen die in het Indiase wonder van Bt katoen geloven, zijn de conclusies van deze studie dodelijk.

De auteurs van het rapport, Keshav Kranthi (International Cotton Advisory Committee, Washington) en Glenn Davis Stone (Universiteit Washington) zeggen dat het Bt katoen natuurlijk niet verantwoordelijk gesteld kan worden voor een epidemie van suïcides bij de Indiase landbouwers, zoals een aantal critici van de biotechnologie beweren. Maar daarentegen is geen enkel groot voordeel dat de voorstanders aan Bt katoen toeschrijven reëel of houdbaar op de lange termijn. Na bestudering van twintig jaar aan gegevens tonen de auteurs aan dat de introductie van Bt katoen in India inderdaad gepaard ging met een vermindering van het gebruik van pesticiden, maar dat dit slechts heel kortstondig was. Nu bepaalde insecten immuun zijn geworden voor het gif Bt en er ook een flinke verbreiding is van een tweede soort vernielers van gewassen die ongevoelig zijn voor het gif Bt, « geven de landbouwers vandaag de dag meer uit aan pesticiden dan voor de introductie van het Bt », schrijven de twee auteurs. « En alles wijst erop dat de situatie blijft verergeren, » voegen ze daaraan toe.

En dat is niet alles. Bepaalde curves, die door de stuwende krachten van de biotechnologie met trots worden getoond, lijken een verband te leggen tussen de komst van het Bt katoen en de verhoging van de opbrengst. Is dat waar? Nee, want van dichtbij bestudeerd – op de schaal van Indiase regio’s – lijkt dit verband op zijn minst twijfelachtig. « De adoptie van het Bt katoen blijkt een slechte indicator van het verloop van de opbrengsten te zijn, » laten de auteurs mij weten. « De verhoging van de opbrengsten komt eerder en veel meer overeen met de ontwikkeling in het gebruik van kunstmest en andere productiemodellen, » preciseren ze.

In de jaren 1990 werd bij de lancering van de eerste genetisch gemodificeerde culturen het gezag van het wetenschappelijke woord breed toegepast bij de beïnvloeding van de publieke opinie: deze nieuwe planten zouden de opbrengsten verhogen, het gebruik van productiemodellen verminderen en waren, kortom, een zegen voor de mensheid. Nu, na twee of drie decennia, blijkt dit alles niet aantoonbaar of zelfs onjuist te zijn. Genetische manipulatie kan op veel gebieden nuttige innovaties brengen en waarschijnlijk gebeurt dat ook. Maar wellicht zijn zij tot dusverre hun beloften in de belangrijkste landbouwtoepassingen nog niet nagekomen.

 

Geschreven op 30 augustus 2020