Dag vogels, dag bloemen, dag…

Civis Mundi Digitaal #102

door Jan de Boer

Met de regelmaat van de klok gaat de verwoesting van de natuur en van diersoorten voort. Alarmerende rapporten blijven zich opstapelen, wetenschappers blijven waarschuwen voor de catastrofale effecten op langere termijn, maar de gang naar een massaal uitsterven lijkt onvermijdelijk en onverbiddelijk. Het tweejaarlijkse onderzoek van het Wereldnatuurfonds (WNF) op basis van wetenschappelijke gegevens over 20.811 populaties van 4.392 diersoorten, berekend door de Zoölogische Maatschappij Londen en op donderdag 10 september gepubliceerd, luidt voor de zoveelste keer de alarmklok over de rampzalige achteruitgang van de gewervelde dieren. Op mondiale schaal zijn sinds 1970 de populaties vogels, vissen, zoogdieren, amfibieën en reptielen met 68 procent teruggelopen. In sommige regio’s als de Caraïben en Centraal-Amerika betreft de achteruitgang zelfs 94 procent. De omvang van deze teruggang is des te dramatischer, omdat deze steeds sneller gaat. In 2016 kondigde het WNF al een teruggang van 58 procent van het aantal gewervelde dieren aan.

Onze planeet maakt nu niet haar eerste massa-uitsterving mee. De paleontologie kent er vijf, waarvan wellicht de meest spectaculaire 65 miljoen jaar geleden plaatsvond, met de totale verdwijning van de dinosaurussen en driekwart van de toen bestaande diersoorten. Het verschil met toen is dat we nu de verantwoordelijke voor het massale uitsterven kennen: de mens. En de concrete oorzaken van de verwoesting zijn goed bekend.

De uitbreiding en aanleg van agrarische gronden heeft geleid tot de teruggang en fragmentatie van de natuurlijke woongebieden van veel diersoorten. De overexploitatie en houtkap van bossen, evenals de overexploitatie van oceanen en zeeën heeft bijgedragen tot het uitsterven van de meest kwetsbare diersoorten. Daaraan kunnen we toevoegen mijnbouwactiviteiten en de vervuiling van ecosystemen door (plastic)afval en pesticiden, terwijl de intensivering van (handels)uitwisselingen de proliferatie van niet-inheemse soorten heeft bevorderd – om maar niet te spreken van de catastrofale effecten van de klimaatopwarming. Met andere woorden: menselijke activiteiten hebben massaal ecosystemen en daarmee de biodiversiteit, die ook voor de mens van levensbelang is, verwoest.

In de loop van de laatste decennia concentreerden de voor de publieke opinie bestemde berichten zich op een zeer beperkt aantal bedreigde diersoorten: van neushoorns en orang-oetangs tot walvissen. Maar vandaag de dag is het absoluut noodzakelijk dat we beseffen dat het uitsterven algemeen is geworden en op alle continenten ook de gewone diersoorten raakt. Deze constatering moet de mensheid en de politiek toch na laten denken over ecosystemen en biodiversiteit in hun algemeenheid en niet alleen over de bescherming van een of twee dieren. Dit ook in verband met het verschijnen en de verbreiding van virussen als het nieuwe coronavirus.

Natuurlijk, dit uitsterven treft bepaalde regio’s meer, zoals subtropisch Amerika of Afrika, en regio’s als Europa wat minder. Maar pas op voor gezichtsbedrog. De ontwikkelde rijke landen dragen een directe verantwoordelijkheid voor dit dierlijke uitsterven aan de andere kant van de wereld, want zij zijn de voornaamste consumenten van producten gelieerd aan ontbossing, terwijl zij ook nog eens een belangrijk deel van hun afval naar de armste landen uitvoeren.

De verantwoordelijkheid van de mens voor deze verwoesting van ecosystemen en biodiversiteit heeft één voordeel: de mensheid kan – althans ten dele – herstellen wat ze verwoest heeft. De oplossingen: uitbreiding van de beschermde zones, compensaties voor economische verliezen bij het verlaten van rampzalige praktijken voor de biodiversiteit en het niet meer subsidiëren van deze praktijken. Maar in de eerste plaats door het herzien van ons economisch productiesysteem en de daaraan verbonden consumptiedrang, die gebaseerd is op oneindige groei op deze begrensde planeet zonder nooduitgang. Wij hebben wat dat betreft een « groene Marx » nodig… Dit is absoluut noodzakelijk voordat het « point of no return » is bereikt. Wetenschappers geven ons wat dat betreft nog hooguit eerder tien dan twintig jaar de tijd.

Veel te lang heeft de mensheid de natuur gezien als enkel een materiële hulpbron die eindeloos gebruikt kon worden. Het wordt tijd de natuur haar dimensie van erfgoed terug te geven. Het leven op deze Aarde staat op het spel.

 

Geschreven op 22 september 2020