Teilhard de Chardin in het licht van kosmologie, kwantumfysica en bacteriologie

Civis Mundi Digitaal #105

door Piet Ransijn

Bespreking van Gerrit Teule (red.), Pierre Teilhard de Chardin: Man van geest en toekomst. Soesterberg, Uitgeverij Aspekt, 2016 (248 blz.)

 

Inleidend overzicht

Wat voegt dit vrij recente boek over Teilhard toe aan artikelen over hem in eerdere nummers van Civis Mundi, namelijk nr. 99 en 100? En wat voegt het toe aan reeds verschenen boeken die daarin zijn besproken van Bernhard Delfgauw en Claude Cuénot? Het voegt een recent en actueel boek toe aan deze allang uitverkochte boeken en voorziet dus in een leemte, die niet gevuld wordt door het eveneens uitverkochte boek van dr. P. Smulders s.j., Het visioen van Teilhard de Chardin (1962) en van  Teilhard, mens, priester, geleerde, door Mary en Ellen Lukas (1981). Zijn leven en zijn evolutionaire visie, die ook in dit boek naar voren komen, zijn in deze boeken en de eerdere artikelen al toegelicht. Dit artikel bepert zich tot de bijdragen met toegevoegde waarde, die vooral gaan over kosmologie, kwantumfysica, bewustzijn en bacteriologie.

Met name bijdrage 4 Hoe het begon met de ‘binnenkant’ van bacteriën van Eric Bruijnis voegt duidelijk iets toe, want Teilhard heeft bacteriën alleen maar aangestipt in zijn totaalvisie. Na het overzicht van het boek en de visie van Teilhard komt dit onderwerp verderop in dit artikel aan de orde.

In bijdrage 5 over het oorzakelijke verband tussen geest en lichaam relateert Teule het werk van Teilhard aan dat van de fysicus Jean Charon. Daarover heeft hij al eerder geschreven in Civis Mundi nr. 26, 27, 40 en 58. In nr 40 introduceert hij zijn bovengenoemde boek in het artikel: Het verhaal van Teilhard de Chardin over de evolutie van geest en bewustzijn als corrigerende aanvulling op de traditionele evolutietheorie. Introductie van: Eric Bruijnis, Peter Renaud, Johan Gosens, Paul Revis en Gerrit Teule (red.), Pierre Teilhard de Chardin, een man van geest en toekomst”. Teule is voorzitter van de Stichting Teilhard de Chardin.

In bijdrage 6 van Teule Teilhard en de symbiogenese wordt diens visie in verband gebracht met het boek van de Russische bioloog Boris Kozo-Polyanski Symbiogenese uit 1924, dat pas in 2010 is vertaald en in het Westen bekend is geworden. Symbiogenese is de gezamenlijk ontwikkeling van soorten in een symbiose. Ook Teilhard benadrukt de onderlinge verbinding van levende wezens in de biosfeer en van mensen in de noösfeer. Bij Darwin wordt meer nadruk gelegd op competitie dan op symbiose en samenwerking. Polyanski en Teilhard voegen duidelijk iets toe. Ook bij andere biologen en evolutiewetenschappers wordt meer nadruk gelegd op de door Darwin verwaarloosde samenwerking. Zie bijv. Peter Kropotkin, Mutual Aid, als een van de eersten en recentelijk Peter Turchin, Ultrasociety: How 10.000 years of war made humans the greatest coöperators on earth, en anderen.

 

https://www.livescience.com/quantum-world-flavor-anomalies.html 

Teilhard en het wereldbeeld van de kwantumfysica

In bijdrage 7 gaat Peter Renaud in op Teilhard en het moderne wereldbeeld. Vooral kwantumfysica en kosmologie komen aan bod. Een kenmerkend begrip bij Teilhard is de ‘binnenkant’, het veronderstelde bewustzijn, dat min of meer latent aanwezig zou zijn in de hele schepping, niet alleen in mensen. In hen breekt het bewustzijn door en wordt het manifest in zelfbewustzijn. “Het doel van de evolutie van de kosmos is de voltooiing en vervolmaking van het bewustzijn,” volgens Teilhard (p 137).

Er zijn diverse natuurkundigen die de fundamentele realiteit van het bewustzijn erkennen. Zie hierover mijn serie over bewustzijn en kwantumfysica in Civis Mundi nr 25, 26 en 27 en de serie van Hans Komen. Bewustzijn, wat is dat? Volgens de algemeen geaccepteerde Kopenhagen Interpretatie van de kwantumfysica van Niels Bohr, Werner Heisenberg, c.s. “blijkt de werkelijkheid afhankelijk te zijn van de waarnemer,” dat wil zeggen het bewustzijn.

“De werkelijkheid van de elementaire deeltjes is ‘onbepaald’ zo lang deze werkelijkheid niet wordt waargenomen... De aard van de werkelijkheid, golf of deeltje, hangt dus blijkbaar af van de manier waarop wordt waargenomen.” Dat zegt het onbepaaldheids- of onzekerheidsbeginsel van Heisenberg, wiens boek Het deel en het geheel in Civis Mundi nr. 101 is besproken (p 140, 142). De vraag dringt zich op of er een objectieve werkelijkheid is onafhankelijk van het bewustzijn. Volgens Immanuel Kant is de werklijkheid van het ‘Ding an sich’ onkenbaar. Zover gaat de kwamtumfysica niet. De werkelijkheid is kenbaar via ons bewustzijn, dat gebruik maakt van (wiskundige) modellen en theorieën, die mede vorm geven aan de werkelijkheid. Zie hierover mijn eerdere serie in Civis Mundi over wetenschapsfilosofie.

Zijn de (wiskundige) ideeën misschien fundamenteler dan de waargenomen werkelijkheid? Heeft deze als het ware verschillende lagen van abstractie? Globaal zijn de volgende lagen te onderscheiden: 1. materie, gekenmerkt door massa, 2. energie, gekenmerkt door ‘bewegingspotentie’, 3. informatie of kennis, daaronder vallen genoemde ideeën, theorieën, modellen en wetmatigheden, maar ook getallen, die onmisbaar zijn om de werkelijkheid wetenschappelijk te onderzoeken, 4. bewustzijn, zonder bewustzijn is informatie inert, dood, betekenisloos. In hetgeen volgt wordt bewustzijn impliciet omschreven als waarnemingsvermogen en vermogen om informatie te verwerken.

Fysici als Anton Zeilinger, hoogleraar theoretische natuurkunde aan de universiteit van Wenen, John Archibald Wheeler, een vooraanstaand Amerikaans fysicus aan de Princeton Universiteit, David Bohm, voormalig medewerker van Einstein aan Princeton, en anderen menen dat informatie meer fundamenteel is dan materie en energie en als het ware de ‘oerstof’ daarvan vormt (p 144. Wheeler formuleert het kernachtig: ‘It from Bit’ (p 97, 143). Zoals de digitale wereld berust op bits, is ook de fysische werkelijkheid gebaseerd op informatie-eenheden, bijv. getallen. Ook Carl Friedrich von Weizsäcker (1912-2010), de Duitse fysicus, filosoof en pacifist, spreekt over informatie als de “gemeinsamer Grund” (Stellingwerff 1994), als “der Urstoff des Universums” (Görnitz,  Deriving General Relativity from Considerations on Quantum Information (2011); Quantum Theory as Universal Theory of Structure  Essential From Cosmos to Consciousness (2012). Wat is informatie zonder bewustzijn? Ook Von Weizsäcker komt bij het bewustzijn, de geest uit. “Vanuit deze natuurkunde bezien, staat niets staat de bewering in de weg - die er zeker niet uit volgt – dat de substantie, de eigenlijke werkelijkheid, die wij tegenkomen (de) geest is, als ik gebruik maak van klassieke begrippen.“ Ërwin Schrödinger, Arthur Eddington en anderen komen tot eenzelfde conclusie, die overeen komt met de visie van Teilhard (zie mijn artikelen over kwantumfysica en bewustzijn in Civis Mundi 25 en 26).

Bewustzijn en informatie vormen wat Teilhard de ‘binnenkant’ noemt. Zijn basishypothese krijgt door de kwantumfysica een fysisch fundament. Alle deeltjes bevatten informatie. In de kwamtumfysica zijn dat bijv. de kwantumgetallen en basiseenheden zoals massa, elektrische lading en spin. Informatie is immaterieel en eigenlijk geestelijk of ideëel van aard, zoals bij de ideeënleer van Plato en de getallenleer van Pythagoras, die behoren tot de oudste natuurkundige en kosmologische theorieën.

In Het ontstaan van het leven laat cyberneticus S.T.Bok zien hoe leven samenhangt met verwerking van informatie, sturing en ordening. Zie zijn theorie van de ‘normgebonden eenheden’ in Civis Mundi nr 99. De ‘bits’ van het leven liggen in de genen, in het DNA. Aminozuren, hormonen, neuronen en andere cellen zijn informatieoverdragers en boodschappers. In levende wezens zien we een verbazingwekkend complex  samenspel van materie, energie, informatie en bewustzijn. Bewustzijn wordt door Bok, Teilhard e.a. latent of mogelijk aanwezig verondersteld in al het leven. Het bewustzijn manifesteert zich steeds meer in de hogere levensvormen, in het bijzonder in mensen. In de mens als onderdeel van de kosmos en de biosfeer komt het leven en de kosmos als het ware tot zelfbewustzijn. 

https://morepowercreations.wordpress.com/2017/10/17/poortdagen/

Het universum is op velerlei wijzen verbonden met ons mensen 

Het antropisch principe

Het verband tussen bewustzijn, informatie, energie en materie heeft te maken met het omstreden ‘antropisch principe’, het idee dat er een nauw verband bestaat tussen ons mens-zijn en de eigenschappen van het heelal. Het is door Robert Dicke voorgesteld en verder uitgewerkt door John D. Tipler, voormalig medewerker van Wheeler (p 159-166, John D. Barrow en Tipler, Frank J, 1986. The Anthropic Cosmological Principle).  Tipler gaat ook in op de visie van Teilhard en werkt dienst ‘Omegapunt-theorie’ verder uit. Daarbij lijkt de grens van wetenschap en religie te worden overschreden en kosmologie over te gaan in kosmische religie, zoals bij Einstein.

Het heelal maakt menselijk leven en bewustzijn mogelijk. Soms stelt men dat de kosmos er op gericht zou zijn menselijk bewustzijn te laten ontstaan. Dit is een vorm van teleologisch denken, zoals bij Aristoteles bij zijn begrip ‘doeloorzaak’. Bij Teilhard trekt het toekomstige punt Omega de schepping als het ware naar zijn einddoel als een ‘achterwaartse oorzaak’ (p 150-153). Kritiek op het darwinistische verklaringsmodel dat op toeval berust en (hopeloos) tekort schiet de evolutie te verklaren, is te vinden bij vele anderen, bijv. filosoof Thomas Nagel, Mind and Cosmos: Why the Materialist Neo-Darwinian Conception of Nature is Almost Certainly False (2012). en Jan Hendrik van den Berg, Koude rillingen over de rug van Charles Darwin: metabletisch onderzoek naar de oorzaak van onze verknochtheid aan de afstammingsleer (1984). Zie Gerrit Teule, in Civis Mundi nr 26, De geest als fundamenteel aspect van de natuur. Bespreking van: Thomas Nagel, Geest en kosmos. Hoe houdbaar is de neodarwinistische visie? (University Press, Amsterdam, 2014).

Het ligt voor de hand dat het leven aangepast is aan kosmische wetmatigheden, zoals het dag- en nachtritme en de natuurconstanten. Anders zou het niet kunnen zijn ontstaan in de huidige vorm. Het is wel erg toevallig dat de situatie op aarde precies zo is dat er plantaardig, dierlijk en menselijk leven mogelijk is. En ook dat zoiets ingewikkelds als (menselijk) leven is ontstaan. Er lijkt iets meer aan de hand te zijn dan toeval, dan een toevallig combinatie van atomen, moleculen, aminozuren enz. “Tipler is ervan overtuigd dat de kans op het ontstaan van een levende cel op grond van de waarschijnlijkheidsrekening niet groter is dan 10 tot de macht minus 1.000.000” (p 162). Een uiterst kleine kans.

Vanouds veronderstelt men een soort ‘kosmisch plan’, waarvan menselijk leven en bewustzijn een integraal aspect zou zijn, zoniet de bedoeling en de kosmische bestemming. Door een aantal wetenschappers wordt dit verworpen als een verouderde, teleologische, aristotelische en religieuze denkwijze. Anderen menen er niet omheen te kunnen, gezien de wonderlijke samenhang en doelmatigheid in de schepping. Zoals gebruikelijk in de wetenschap zijn er rivaliserende visies. 

https://yvonnebakker.nu/2018/09/03/niets-is-vast-ontdek-de-wereld-van-de-kwantumfysica/ 

Fysicus Paul Davies  vat de mogelijkheden die in het debat genoemd zijn als volgt samen (p 150-59, zie ook Wikipedia):

  1. Het absurde heelal: het is toevallig zoals het is
  2. Het unieke heelal: door dieperliggende verbanden in de natuurkunde moet het heelal zijn zoals het is. Een ‘theorie van alles’ zou dit kunnen verklaren.
  3. Het multiversum: er bestaan meerdere heelallen, met alle mogelijke combinaties van karakteristieken. Uiteraard bevinden we ons in een heelal dat ons bestaan toelaat.
  4. Creationisme: een Schepper ontwierp het heelal opzettelijk om intelligent leven mogelijk te maken.
  5. Het principe van het leven: door een diep beginsel moet het heelal zich ontwikkelen tot leven en bewustzijn. Dit idee vinden we o.m. bij Teilhard, vermengd met religieuze notiesBij hem komt dit beginsel overeen met bewustzijn.
  6. Het zelfverklarende heelal: misschien kunnen alleen heelallen bestaan waarin bewustzijn mogelijk is. Dit is het Participatory Anthropic Principle (PAP) van de natuurkundige John Wheeler, dat overeenkomt met de visie van Teilhard. Paul Davies neigt ook naar 5 en 6.
  7. Het nepheelal: we leven in een simulatie (virtuele werkelijkheid).
  8. Het model van de vruchtbare universa. Dit model van Lee Smolin houdt een kosmologische natuurlijke selectie in, waarin heelallen die op het onze lijken meer kans op opvolgers (nageslacht) hebben, dus ook op leven.

De toekomst zal leren welke visie het meest vruchtbaar zal zijn, of een combinatie ervan. Ook kunnen verschillende visies geldigheid hebben, zoals bij de golf- een deeltjestheorie in de fysica. De theorieën van Teilhard hebben bij fysici en kosmologen geleidelijk dus meer ingang gevonden. 

https://www.nieuwetijdskind.com/de-verbinding-tussen-sjamanisme-en-kwantumfysica/ 

Toekomstvisie

Wat betreft de toekomst zien we dat er een versnelling plaatsvindt van het ‘digitaliseringsproces’. De noösfeer krijgt gestalte met behulp van internet en andere vormen van communicatie en interdependentie. Bijdrage 8 door Johan Gosens gaat over Kunstmatige intelligentie en het perspectief van de noösfeer. Robots, robotisering en biotechnologie hebben daarin ook een plaats. Deze plaats hangt niet alleen af van technische ontwikkelingen, maar ook van ethische aanvaardbaarheid en toelaatbaarheid. Malafide en schadelijk gebruik van techniek dient te worden voorkomen. Deze les heeft de atoombom al geleerd, en ook de milieuvervuiling en George Orwells dystopie 1984.

Technologie kan echter ook onderlinge verbondenheid en samenwerking bevorderen. De samenwerking van mensen is wellicht nog belangrijker dan de samenwerking met robots. Als mensen niet samenwerken, zullen de robots die zij maken dat ook niet doen en voor oorlogsdoeleinden gebruikt kunnen worden net als de atoombom en talloze andere technische vindingen. 

Teilhard citeerde de Britse biochemicus Haldane: “Wanneer de samenwerking van enige honderden miljarden cellen in de hersenen ons vermogen tot bewustzijn bewerkt, wordt het denkbeeld van een samenwerking van geheel de mensheid, ... welke leidt tot wat Comte het grote bovenmenselijke Wezen genoemd heeft, aanmerkelijk meer aannemelijk” (p 195).

Zelf schrijft Teilhard in Het verschijnsel mens: ‘’Wij kunnen ons nog geen denkbeeld vormen van de mogelijke grootsheid der ‘noösferische’ werkingen. De weerklank van miljoenen menselijke trillingen: een gehele bedding van bewustzijn die gelijktijdig druk uitoefent op de toekomst; het collectieve en samengestelde resultaat van een miljoen jaar denken!’ (p 195, Het verschijnsel mens, p 240). Dit schreef hij in een tijd dat internet nog ver weg was, maar telecommunicatie zich snel ontwikkelde om de wereld te veroveren en te verbinden. Een ontwikkeling die zijn eindpunt nog lang niet heeft bereikt. Of dit overeenkomt met het punt Omega zal de toekomst uitwijzen.

 

https://www.nieuwetijdskind.com/de-verbinding-tussen-sjamanisme-en-kwantumfysica/ 

Kosmische spiritualiteit

Bijdrage 8 van Paul Revis gaat over De verhouding tussen wetenschap en religie bij Teilhard de Chardin.  In Civis Mundi nr 99 is zijn boek over Teilhard al aan de orde gekomen. Verder heeft hij hierover een artikel geschreven in Civis Mundi nr 65: De spiritualiteit van Teilhard de Chardin. Ook de laatste bijdrage van Teule en Revis is hieraan gewijd: Op weg naar een nieuwe spiritualiteit. Zij spreken van ‘kosmische spiritualiteit’, zoals bij Teilhard het geval was, zij het nog verpakt in een traditioneel rooms-katholiek kader.

Theologe Ilia Delio schreef in de geest van Teilhard: “Hoe meer we het universum begrijpen, hoe meer we zien hoezeer het niet te vatten is – hetgeen ruimte laat voor religie... Het mysterieuze nieuwe universum roept om ... een nieuw gevoel van goddelijk mysterie in de kosmos, ... een nieuw verhaal (narratief) dat ons betreft in de kosmische golven, die op een of andere fundamentele wijze de bron van ons leven zijn” (p 219).

“Ten diepste was dit ook de gedachte van Teilhard en daarover raakte hij in een levenslang conflict met zijn kerkelijke superieuren,” zoals toegelicht in Civis Mundi nr 99. Vooral in Het goddelijk milieu is Teilhard ingegaan op zij religieuze (toekomst)visie, zie Civis Mundi nr 100.

 

https://www.gezondheidsnet.nl/bacterien/bacterien-zijn-onze-innigste-partners 

Het bewustzijn van bacteriën

Na de kosmische visie en de toekomstvisie van Teihard nu de vierde bijdrage Hoe het begon met de ‘binnenkant’ van bacteriën van Eric Bruijnis. Af en toe verschijnen er artikelen die bij bomen en planten een vorm van bewustzijn veronderstellen. Bij dieren ligt dat meer voor de hand. Bij hoger ontwikkelde soorten zoals mensapen, honden, olifanten en walvisachtigen zijn wij eerder geneigd een vorm van niet-reflexief bewustzijn aan te nemen. Maar hoe zit dat bij andere levensvormen? Teilhard en Bok opperen de mogelijkheid van een min of meer latente vorm van bewustzijn, die zich geleidelijk meer manifesteert naarmate levende wezens meer zijn geëvolueerd. Geldt dat ook voor de meest eenvoudige levensvormen, zoals bacteriën?

“Het lijkt erop dat bacteriën, de eerste tekens van leven op aarde, al kandidaat zijn voor het vinden van sporen van bewustzijn. Bacteriën kunnen met elkaar communiceren, ze lijken samen te werken aan een gemeenschappelijk doel, ze ‘’helpen’ elkaar met de strijd tegen hun vijanden... Is hier sprake van bewustzijn of moeten we dat anders zien?” (p 45). 

https://scholar.princeton.edu/basslerlab/research

Signaalherkenning bevordert de groepsvorming

Bij individuele bacteriën gaan signalen vaak verloren 

Signalen, samenwerking, communicatie, ‘taal’ en waarneming

Volgens Teilhard ‘houdt het bewustzijn zich schuil’ in de binnenkant van de materie (p 46). Hoe manifesteert het verscholen bewustzijn zich in bacteriën vanuit deze binnenkant? Bacteriën kunnen elkaar signalen geven via signaalstoffen of feromonen en mede daardoor samenwerken. Ze coördineren hun verrichtingen met elkaar. Ze kennen ook een vorm van zelforganisatie en een vorm van ‘taal’ in signalen, waardoor ze groeperingen of kolonies kunnen vormen. Kunnen we bij bacteriën spreken van waarnemen? Veronderstelt dit een vorm van bewustzijn?

“Ze gebruiken een grote variatie aan biochemische communicatiemiddelen... Ze gebruiken hun intracellulaire flexibiliteit om collectief hun eigen en gedeelde interpretaties van chemische signalen uit te wisselen” (p 48). Ze kunnen niet alleen de omgeving en de hoeveelheid voedsel waarnemen (quorum sensing), maar “ze stellen zich open voor elkaar om zich te binden aan elkaar als dat nodig is, door hun celwand doorlaatbaar te maken... (pherome based communication).

Onderzoekers spreken zelfs van een eigen dialect of chemotaal die elke groep heeft. Willen bacteriën met elkaar samenwerken dan moeten ze zich aan elkaars ‘taal’ aanpassen. De onderzoekers spreken daarom ook van ‘begrijpen’ van elkaar, in die zin dat de kolonies met specifiek gedrag reageren op bepaalde prikkelcombinaties... Ze ‘herkennen’ elkaar.... De woorden ‘herkennen’ en ‘waarnemen’ lijken te wijzen in de richting van een rudimentaire vorm van bewustzijn” (p 49). 

Bacteriën reageren op signalen en dit kan leiden tot groepsvorming

https://www.youtube.com/watch?v=gaze7s5cb1k

‘Vermogen tot gezamenlijk beslissen en leren’

Samen kunnen ze meer dan alleen. Een enkele bacterie kan de omgeving niet ‘verkennen’. Zijn waarnemingsvermogen en aanpassingsvermogen is zeer beperkt. “Groepen bacteriën kunnen ook gezamenlijk ‘beslissen’... Bij voedseltekort veranderen ze zichzelf in sporen (ze omgeven zich met een harde buitenwand, sporulatie)... Ze sluiten zich hiermee af van de omgeving. Zo kunnen ze lange tijd overleven en weer tot leven komen... Is sporenvorming niet nodig, dan besluit de groep niet met sporevorming te beginnen. Daarom zenden ze elkaar signalen toe... Ook ‘leren’ lijkt een mogelijkheid te zijn” (p 49, 51).

Ze leren bij een aanval van bijv. een antibioticum zich sneller te organiseren. “Zo lijkt een cellengroep een tijdelijk geheugen te hebben... Dit lijken erg antropomorfe termen voor het beschrijven van bacteriegedrag... Men kan uit laboratoriumproeven ook afleiden dat bacteriën een gemeenschappelijk doel hebben en dat zijn hun gedrag aanpassen aan elkaar aan en hun gemeenschappelijk doel. Dit lijkt op een sociale actie voor het welbevinden van alle bacteriën. Een voorbeeld van sociale intelligentie is het doorgeven van defensief gedrag en defensieve stoffen” (p 52). 

https://www.cell.com/current-biology/comments/S0960-9822(06)01618-6

Hoe het groepsgedrag van bacteriën regaeert om omgevingsprikkels 

Sociale intelligentie

Bacteriën geven signalen door aan elkaar en dragen informatie over aan elkaar via signaaldeeltjes of feromonen, waardoor ze hun celmembranen voor elkaar openen, waardoor andere bacteriën de defensieve stoffen kunnen overnemen. Ze kunnen ook ongewenste indringers, groepsvreemde bacterieën, tegenwerken door verandering van hun signalenpakket, zodat de indringer de groep niet meer ‘begrijpt’ en geen aansluiting vindt.

“Het is vrijwel onmogelijk om deze processen te beschrijven zonder daarbij menselijke termen te gebruiken, die gerelateerd zijn aan ons eigen beleven en bewustzijn... Onze menselijke wereld en de wereld der bacteriën zijn door de evolutie heen diep met elkaar vervlochten... Dezelfde functies lijken aanwezig te zijn, als aantrekken en afstoten, waarnemen, doelgerichtheid, etc... Maar we moeten ons hoeden voor projectie van menselijke termen op het dierlijke leven. Misschien moeten we een nieuwe taal uitvinden” (p 53).Er vinden tussen bacteriën uitwisselingen plaats, een vorm van biochemische interactie met feromonen die van materiële aard zijn. Daarmee is er nog geen sprake van herkennen en waarnemen, alsof er bewustzijn zou zijn. 

 

Bewustzijn als ‘de ‘binnenkant’ van de materie volgens Teilhard’

Teilhard was een van de eerste wetenschappers die bewustzijn als een veel breder (verspreid) verschijnsel zag dan de materialistische wetenschap van zijn tijd, die ook in onze tijd nog dominant is. De laatste jaren is het bewustzijnsonderzoek echter sterk toegenomen, gezien het aantal artikelen erover. Hij veronderstelde bij de eerste levende wezens reeds vormen van interactie via bewustzijn (p. 55, Het verschijnsel mens, p 39). Geleidelijk wordt volgens Teilhard het bewustzijn in de evolutie een meer drijvende kracht. De binnenkant gaat de buitenkant steeds meer bepalen.

“Het uiterlijke lichaam is slechts bekleding van een dieperliggende onderstructuur, die via orthogenese (doelgerichte evolutie) zijn vorm en functies tot stand brengt” (p 58, Het verschijnsel mens, p 123). “Anders gezegd, onder of diep in de materie ligt een nog onzichtbare structuur die leven, bewustzijn, denken en spiritualiteit in zich bevat en mogelijk maakt... Het opstijgende bewustzijn neemt de regie in de evolutie over van het toeval.”

Zijn beschrijvingen blijven vaag, mede vanwege zijn religieuze positie en de stand van de wetenschap. Dat is nu anders. Onderzoekers als bioloog Frans de Waal hebben baanbrekend werk verricht, wat betreft het onderzoek van de overeenkomsten tussen mensen en (hogere) dieren, met name chimpansees (p 59). Wat betreft bacteriën is de kloof veel groter. 

https://slideplayer.nl/slide/2064786/ 

De oorsprong van het leven en het onderscheid tussen leven en niet-leven

De overgang en het onderscheid tussen leven en niet-leven is geleidelijk en niet precies en discreet aan te geven volgens J.H.Rush in De oorsprong van het leven. Het stemt overeen met de bevindingen van o.m. Teilhard en Bok. “De natuur kent geen categorieën. Alles is geleidelijk, ongemerkt overgaande in iets anders. Dat is de sleutel tot het gehele begrip evolutie… Wij trekken een lijn en zeggen dat aan de ene zijde ervan dode stof is en aan de andere zijde het leven. Al wat wij weten van de natuur ontkent echter het werkelijk bestaan van die lijn… In plaats van die lijn moeten we een niemandsland verwachten waarin definities falen en leven en niet-leven in elkaar overgaan en elkaar doordringen” (p 151)

“Het leven onderscheidt zich niet zozeer door enig essentieel kenmerk, doch eerder door een combinatie van verscheidene karakteristieke kenmerken in een enkel georganiseerd systeem. Om als levend te worden beschouwd moet dat systeem duidelijk begrensd zijn, zijn identiteit handhaven, een organisatie hebben die zich onderscheidt van de omgeving. Het moet in staat zijn om te groeien – dat wil zeggen: materiaal en energie uit de omgeving op te nemen en de energie te gebruiken om het vreemde materiaal om te zetten en in te voegen in zijn eigen organisch wezen. Leven, zoals wij dat kennen, houdt ook het vermogen in om zich voort te planten” (idem).

Deze definities, die overeenkomen met die van Bok, hebben het niemandsland achter zich gelaten. Er zijn echter ook grensgevallen en bruggen naar het niemandsland, zoals virussen, die zonder levende gastheer meer dood dan levend zijn, “onbeweeglijk, onwerkzaam. Het groeit noch vermenigvuldigt zich” (p 152). Andere prototypen van levende wezens zijn in de loop van de evolutie verloren gegaan en niet meer te reconstrueren. Hoe het leven is ontstaan is niet meer na te gaan en voorwerp van moeilijk toetsbare veronderstellingen.

“Het zou interessant zijn… te theoretiseren over welke… chemische structuren zich mogelijkerwijs ver genoeg hebben kunnen ontwikkelen om levend te worden genoemd voordat zij werden voorbigestreefd en voor eeuwig verloren gingen. Misschien zullen scheikundigen en biologen van een latere generatie hiertoe in staat zijn. Leven is geen specifieke structuur, maar veeleer een samenstel van functies. Het denkbeeld dat deze functies slechts zijn te realiseren door één enkele, unieke combinatie van fundamentele grondstoffen… is in tegenspraak met de opvatting van geleidelijkheid, van algemene onderlinge samenhang” (p 173).

Volgens Rush en Bok is het leven ontstaan op basis van het (evolutie)principe “dat systemen en onderdelen van systemen elkaar wederzijds beïnvloeden en dat zij op deze invloeden reageren op een wijze die wordt bepaald door reeds van tevoren bestaande, aan de stof inherente eigenschappen” (p 156). Daardoor lijken die eigenschappen doelgericht te worden gebruikt en op een wonderlijke manier te worden samengevoegd tot een levend geheel.

Deze bevindingen van Rush komen overeen met eerdergenoemde symbiogenese-theorie van Polyansky, die is herontdekt door de Lynn Margulis. “Een cel is niet als geheel ontstaan en ook niet vanuit één ontwerp, maar is een verzameling van oudere levensvormen, die binnen het membraan van de celwand in symbiose bij elkaar kwamen en verder leefden. De befaamde biologe Lyn Margulis (Evolution of Cels, Harvard University Press, 1978) beschreef hoe in het begin van de evolutie meerdere rudimentaire celvormen bij elkaar kwamen en in elkaar werden opgenomen, waarna ze in symbiose verder samenleven” (Teule, p 124).

Die symbiose van onderdelen geldt ook voor organen. “Een oog, bijvoorbeeld, is fantastisch complex en bestaat uit veel onderdelen. Als die onderdelen… langzaam evolueren, terwijl ze nog niet samen als oog functioneren, dan zouden ze op zichzelf geen overlevingswaarde hebben en zouden wezens met dat soort onvolmaakte ‘ogen’ afsterven… Het oog zou dus in één geheel moeten zijn ontstaan, inclusief alle onderdelen… Soortgelijke verhalen kun je vertellen over vleugels… Dieren met half-affe vleugels zullen minder goed overleven… En dan die fantastisch complexe levende cel. Daar zitten allemaal onderdelen in… die van levensbelang zijn… maar als los onderdeel hebben ze geen of weinig nut en een cel waar niet al die onderdelen in zitten, functioneert ook niet… Intelligent Design dus” (Teule, p 123). Zie eerdergenoemde kritici van het darwinisme, zoals Nagel en Van den Berg.

Het is echter de vraag of een intelligente orde ook een Intelligent Design veronderstelt. Misschien zou de situatie in de ‘oersoep’ van eiwitmoleculen, waarin het leven zou zijn ontstaan, anders geweest zijn en fungeert de soep voor ‘half-affe’ levende wezens zoals een gastheer voor een virus. “Zelfs de eenvoudigste organismen die wij kennen, de virussen, hebben [echter] een mate van complexiteit bereikt die in de levenloze wereld volkomen ondenkbaar is… Wij zien de top van de boom [van het leven] maar niet zijn wortels… Wij kunnen slechts op nietige aanwijzingen opgebouwde vermoedens opstellen over de wijze waarop het leven de kloof tussen leven en niet-leven heeft overbrugd” (Rush, p 173).

Er lijkt iets te zijn dat de benodigde onderdelen die samen een levend wezen vormen met elkaar verbindt.

Zoals Teilhard schrijft in Het verschijnsel mens (p 24): “De ontelbare middelpunten… zijn daarom niet onafhankelijk van elkaar. Er is iets dat ze onderling verbindt, dat ze solidair doet zijn. De ruimte welke zij vullen, gedraagt zich niet als een passieve verzamelplaats, maar treedt op als een actief, richtinggevend, geleidend milieu, waarbinnen hun pluraliteit georganiseerd wordt… Een geheimzinnige zelfstandigheid omvat ze [d.w.z. de delen in een geheel] en bindt ze samen” (Teule, p 128).

Dit verbindende, concentrerende vermogen schrijft Teilhard toe aan de werking van een nog latent bewustzijn vanuit de ‘binnenkant van de materie’. Dit bewustzijn manifesteert zich geleidelijk steeds meer in meer complexe en levende materie en komt in de mensen tot zelfbewustzijn. Ook bij bacteriën zijn tekenen van bewustzijn aan te tonen, die voortvloeien uit fundamentele kenmerken van levende organismen. 

Basiskenmerken van levende wezens

Zoals Teilhard en Bok reeds schreven treffen we al het leven dezelfde fundamentele kenmerken aan in toenemende mate van manifestatie en ordening. Tegenwoordig spreekt men ook van emergentie. Zie de tien kenmerken die Bok noemt in Civis Mundi nr 99, waarvan (zelf)organisatie en instandhouding daarvan, stofwisseling, voortplanting tot de belangrijkste behoren. Ze tonen ook een soort van geheugen, doelgerichtheid en een zekere mate van intelligentie en bewustzijn. (p 61-62). “Bewustzijn gaat over informatie verzamelen en het gebruik maken van deze informatie voor aanpassingen tussen... organisme en... omgeving” (p 65).

Levende wezens kenmerken zich door een aantal basisfuncties, zoals waarneming of prikkelgevoeligheid, kennis en sociale gevoeligheid of altruïsme. Prikkelgevoeligheid komt ook voor bij levenloze deeltjes, die beïnvloed worden door of reageren op fysische krachten. Bij levende wezens neemt deze gevoeligheid toe bij de ‘organische waarneming’. “Ook is het aantal reacties op een prikkel veel uitgebreider” (p 66). Het is een emergente eigenschap bij toenemende organisatie.

Waarneming en bewustzijn, prikkelgevoeligheid en prikkelverwerking

“Bewustzijn is een vorm van waarneming.” Waarneming kent gradaties van bewustzijn van bewust naar onbvewust en kan ook een vorm en mate van bewustzijn genoemd worden. Waarneming of prikkelgevoeligheid gaat samen met prikkelverwerking en geheugen, het opslaan van prikkels en de vorming en herkenning van patronen. Bij bacteriën is dit ook herkenbaar aanwezig. “Bacteriën kunnen leren, ze reageren op relevante signalen” (p 69). Maar zijn ze zich bewust van de omgeving waarop ze reageren? Dat hangt af van de definitie van bewustzijn. Er is bij bewustzijn sprake van informatie-registratie, die gebruikt kan worden. Er blijkt een ‘besef’ of gevoeligheid voor gevaar e.a. omgevingsinvloeden te zijn. Dit wordt doelgericht aangewend tot levensbehoud en vergroting van levenskansen.

Bij levende wezens vindt ook patroonvorming plaats wat betreft reacties op signalen. Bij bacteriën vindt er een proces plaats van “gedragsverandering en... weefselverandering via een leerproces... De nieuwe weefselstructuur wordt vastgelegd in automatisch gedrag- en weefselopbouw... De binnenkant legt zichzelf vast in de buitenkant” ” (p 71). D.w.z. dat de informatie of het bewustzijn zich vastlegt in (een patroon in) de materie. Dit vastleggen is een vorm van geheugen, die vooraf gaat aan automatisme en weefselverandering. 

 

https://deugd.net/2017/06/09/altruisme/

Altruïsme bij mensen en dieren

Veel cellen staan in dienst van het gehele organisme. Bij nadere beschouwing levert ieder levend wezen een bijdrage tot het geheel van het leven, de biosfeer en leeft het niet alleen voor zichzelf. In die zin is altruïsme een universele eigenschap die in de vorm van samenwerking en onderlinge afstemming tussen levende wezens overal aanwezig is. Leven is ook een sociaal verschijnsel. Levende wezens hebben sociale eigenschappen en zijn verbonden met elkaar. Zelfs al vreet het ene beest het andere op, vindt er samenwerking plaats. Ook roofdieren zijn een belangrijke schakel in de cyclus van de natuur. 

  

http://www.imagiter.fr/article-l-altruisme-est-ce-que-nous-refusons-comme-notre-heritage-animal-55110829.html 

Kennis, informatie en bewustzijn

Informatie is inherent in de materie, die functioneert volgens bepaalde wetmatigheden die als natuurwetten zijn vast te leggen en zijn te kennen. In Civis Mundi nr 99 werd toegelicht dat deze kennis, informatie en wetten zich als het ware bevinden in de materie en ermee verweven zijn. Kennis is iets immaterieels, iets geestelijks dat is te onderscheiden en te abstraheren van de concrete materie, die zich zichtbaar en tastbaar aan ons voordoet. Deze kennis en informatie vormt volgens Teilhard de (geestelijke) ‘binnenkant’ van de materie. In ons bewustzijn krijgt deze informatie een betekenis. Zij bestaat niet zomaar uit een hoeveelheid getallen en formules, maar bevat een specifieke ordening, die de blauwdruk vormt van de materiële wereld. In het evolutieproces manifesteren zich de inherente wetmatigheden in de materie als een manifestatie van de binnenkant, het latent aanwezige bewustzijn.

Het komt in de buurt van de Ideeën die Plato veronderstelde als vormen van de materie of de ‘inteligibilia’ of intelligentia van Plotinus, “een soort informatiebank voor de schepping van de wereld” (p 77). Daarbij wordt verondersteld dat de informatie en de wetmatigheden er al waren voor deze zich manifesteerden in de materie. Maar hoe het precies zit, blijft een mysterie, waarvan de wetenschap slechts een tipje van de sluier oplicht. 

https://scitechdaily.com/u-s-department-of-energy-unveils-blueprint-for-quantum-internet/

De noösfeer

Als het bewustzijn tot manifestatie komt in de mensheid, dan ontwikkelt het zich verder in de noösfeer, die is op te vatten als een totaal van bewustzijnsverbindingen en een wereldomvattend geheugen (p 75). De noösfeer bestaat uit een weefsel van verbindingen. Onder andere de wereldwijde communicatienetwerken inclusief internet, alsof Teilhard iets dergelijks voorzien leek te hebben.

Met de bacteriën begon de vitale fase. Met het menselijk bewustzijn de denkende fase, de reflexieve fase. Het wonderlijke is dat in de anorganische materie de voorwaarden aanwezig zijn om leven te laten ontstaan. Bijv. het bestaan van water en van koolstof en andere stoffen, die noodzakelijk zijn voor het ontstaan van het leven. In levende wezens zijn de voorwaarden aanwezig voor de manifestatie van het bewustzijn in de homo sapiëns. Het ziet er allemaal buitengewoon intelligent gestructureerd uit. Zelfs catastrofes lijken een plaats te hebben in het geheel en de evolutie niet ongedaan te maken, maar wel andere wendingen te geven. Bijv. bij het uitsterven van de dinosauriërs, toegeschreven aan een komeetinslag of wat dan ook, kregen zoogdieren de kans kregen om verder te evolueren en de weg te effenen voor de mensheid. 

https://morepowercreations.wordpress.com/2017/10/17/poortdagen/

Liefdevolle samenwerking

Teilhard ziet een groeiende samenwerking in de loop van de evolutie. Het geheel van samenwerkende levende wezens, dat begon met samenwerkende bacteriën in kolonies, vormt de biosfeer. De samenwerkende mensheid vormt de noösfeer, die volgens Teilhard zijn voltooiing gaat vinden in wereldwijde liefdevolle samenwerking (p 78). In beginsel komen we deze samenwerking al tegen in de symbiose van een bacteriekolonie.

Volgens Teilhard zou het opmerkelijke van de menselijke voltooiing het behoud van de individualiteit zijn bij het samengaan met de groep(sidentiteit). Wij blijven personen. Maar “als ‘persoon’ is men meer betrokken op de ander en toch zichzelf. Teilhard vergelijkt dit met het samengaan van vele cellen in ons lichaam “die door hun samenwerking niet alleen leiden tot behoud, maar ook tot verheffing van de delen” (p 79). Het begin hiervan zagen we behalve in samengestelde organismen al in bacteriënkolonies, die mogelijkheden krijgen die individuele bacteriën niet hebben. Bacteriën zijn voor menselijk en dierlijk leven onmisbaar. Dat geldt ook voor planten. In beginsel hebben de verschillende levende wezens elkaar nodig.

“De slotconclusie van dit hoofdstuk: ... alle levende wezens, van bacterie tot mens, zijn lid van dezelfde bewustzijnsfamilie en participeren in dezelfde bewustzijnsevolutie... Het is te hopen dat dit groeiende bewustzijn ons leidt naar meer begrip en liefde voor elkaar” (p 80). Zowaar een hoopvol perspectief.