Bedreigt China het Westen?

Civis Mundi Digitaal #105

door Hans Kuijper

Bespreking vann: Frans-Paul van der Putten, De Wederopstanding van China: Van Prooi tot Wereldmacht (Amsterdam: Prometheus, november 2020).

China is een groot land

Geografish, demografisch, historisch en cultureele is China een land dat onze aandacht verdient.

China is een heel groot land, met een oppervlakte van 9,6 miljoen km2 ongeveer zo groot als de Verenigde Staten. In sommige delen van China ben je dichter bij Turkije of Egypte dan andere delen van het land. Van het uiterste noorden naar het uiterste zuiden is een rijafstand van 4,900 km en van Shanghai aan de oostkust naar Kashgar, een oasestad ten westen van de Taklamakanwoestijn, is het 5,097 km. Men moet zich de uitgestrektheid van China niet voorstellen als een enorm grote en kale vlakte. Bergen, rivieren, kanalen, hoogvlakten, laagvlakten, bossen, akkerland, tienduizenden dorpen en overvolle steden[i] markeren het Chinese landschap. IJzige kou en gure wind in het noorden, dorre woestijnen in het westen en een broeierig klimaat in het zuiden. Flora en fauna zijn er sterk gevarieerd. De Gele Rivier (Huanghe) en de Blauwe Rivier (Jangtsekiang) domineren het landschap.

China heeft een grote bevolking

China is het land met veruit de grootste bevolking op aarde. Hoeveel mensen er precies wonen weet niemand met zekerheid, ook de leiders in Beijing niet. Demografen schatten het aantal inwoners op ca. 1,5 miljard. Geografisch is de spreiding van de bevolking zeer ongelijk. “China proper” en wat vroeger Mantsjoerije heette zijn dicht bevolkt, maar de buitengewesten Binnen-Mongolië, Sinkiang, Qinghai en Tibet zijn dun bevolkt. Dalende geboortecijfers laten zien dat China deze eeuw te maken krijgt met een enorme bevolkingskrimp, die een forse rem op de economische groei kan zetten. De dreigende demografische crisis is waarschijnlijk niet meer te voorkomen. Een stijgende levensstandaard, meer toegang tot onderwijs en het gebruik van anticonceptiemiddelen zorgen voor een aanhoudend laag geboortecijfer.

China heeft een lange geschiedenis 

China is ook een land met een zeer lange geschiedenis, die vermoedelijk teruggaat tot voor  het jaar 1600 voor Christus. Ter vergelijking: de geschiedenis van de Verenigde Staten van Amerika begon pas met de kolonisatie door de Europeanen in de 16e eeuw na Christus.  De geschiedenis van China is nauw verbonden met de geografie van het land , want geografie is niets anders dan geschiedenis in de ruimte, evenzeer als geschiedenis niets anders is dan geografie in de tijd, een waarheid als een koe waarvan weinig “era experts” (geschiedkundigen) en “area experts” (landendeskundigen) doordrongen lijken te zijn. “À chaque époque, à chaque civilisation, sa géographie, sa vision et sa représentation de l’espace” ( Moreau Defarges).

China heeft een rijke cultuur

China is bovendien een groot land in figuurlijke zin. De natuuur staat er, zoals in andere landen, in voortdurende wisselwerking met de cultuur (manifestatie van de niet te kwantificeren menselijke geest). De Chinese cultuur wordt echter door twee, met elkaar samenhangende dingen gekenmerkt: (a) een wetsopvatting die fundamenteel verschilt van wat in het Westen onder wet wordt verstaan en (b) het ontbreken van  het idee dat God (hij of zij?) de mens heeft geschapen. Jodendom. Christendom of Islam heeft nimmer vat op de Chinezen kunnen krijgen. Confucius en Laozi, die de basis hebben gelegd voor de belangrijkste autochtone wereldbeschouwingen in China, hebben er diepe sporen achtergelaten. Wie China wil begrijpen zonder de ontwikkeling van de ideeën van de bewoners van het land in aanmerking te nemen, zal onherroepelijk falen.

China is een zeer complex land  

Als gevolg van dit alles is China een uiterst complex land dat geen sterveling ooit in zijn/haar eentje zal kunnen begrijpen. Niemand is in staat of zal ooit in staat zijn om een “fully rounded” beeld te presenteren, niet omdat China gecompliceerd is, maar omdat het land complex is, zeer complex zelfs. Complex is niet hetzelfde als gecompliceerd. Een auto is een gecompliceerd ding, m.a.w. een auto zit ingewikkeld in elkaar. Het voetgangers-, auto-, trein-, scheeps- en vliegverkeer zijn nog statistisch in kaart te brengen. Verkeers deskundigen kunnen hierover interessante dingen vertellen. Een land of maatschappij, echter, bestaat uit meer dan verschillende vormen van verkeer. Een land of samenleving is  behalve ingewikkeld ook complex. Dit komt omdat er allerlei mensen wonen.  Mensen zijn levende wezens die zowel uit materie als uit geest bestaan. Natuurwetenschappers houden zich bezig met de wereld buiten, die (althans in principe) meetbaar en voorspelbaar is. Cultuurwetenschappers, daarentegen, houden zich bezig met de wereld binnen, met de geest, die essentieel onmeetbaar en onvoorspelbaar is.[ii] Sommige wetenschappers beweren dat de geest van een mens tot de werking van zijn brein is te herleiden. Edmund Husserl (1859-1939) heeft aangetoond dat deze zienswijze op een misvatting berust. Men leze zijn onvoltooid gebleven zwanezang,  Die Krisis der europäischen Wissenschaften und die transzendentale Phänomenologie (1936).   

Zoals elk land, heeft China vele facetten. Dit betekent dat het moeilijk, zo niet onmogelijk, is te zeggen welke kant het met dit land opgaat.[iii] Geen “Chinadeskundige“ heeft de Culturele Revolutie voorspeld en  niemand weet of China werkelijk  een wereldmacht zal worden en blijven. Het kan vriezen of dooien. Veel zal afhangen van (f)actoren die buiten China werkzaan zijn!

Wie slechts één facet van China belicht loopt het gevaar van eenzijdigheid te worden beticht. Wie zijn wetenschappelijke boekje te buiten gaat door niet één facet maar enkele facetten te belichten loopt gemakkelijk het risico van amateurisme te worden beschuldig. Wie overmoedig is en alle facetten wil belichten stelt zich bloot aan het gevaar door Zeus te worden gestraft voor zijn  hybris en  kan niet au sérieux worden genomen.

“Een mier kan het patroon van het tapijt niet zien”,  luidt een Perzisch spreekwoord. De complexiteit van een land en zeker die van China kan alleen in samenhang (dus door een team van wetenschappers met belangstelling voor China) worden begrepen. De geologische structuur, de geografische ligging van het land, de demografische opbouw, de economische orde, het financiële system, het politieke bestel, de bureaucratie, het rechtssysteem, het buitenlands beleid, het militaire apparaat, de agrarische sector, de industriële sector, de dienstensector, de sociale organisatie, het onderwijsstelsel, de gezondheidszorg,  wetenschap en technologie, de infrastructuren (inclusief het verkeerswezen), de taal, de literatuur, de kunstvormen, het milieu, de mindset van de Chinezen en het cultuurpatroon zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wie slechts één of enkele van hen behandelt begrijpt niet dat China een hecht en gelaagd netwerk is waarin mensen interacteren (guanxi) en de dingen niet lineair maar op complexe wijze met elkaar samenhangen.

Vele boeken over China

Desondanks zijn over China talloze boeken en tijdschriftartikelen verschenen.[iv] Sommige hiervan zijn door “deskundigen” die de Chinese taal machtig zijn geschreven, de overige door lieden die, hoewel zij niet Chinees kunnen lezen of spreken, toch van mening zijn zich niet aan China te hebben vertild. Er valt iets voor te zeggen dat een boek over China niet bij het allereerste begin (ab ovo)  behoeft aan te vangen en beperking nu eenmaal noodzakelijk is. “In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister”, leerde Goethe ons. Beperking betekent echter niet oppervlakkigheid.  Beperking vereist juist diepgang.[v]

Zo zijn er boeken over China die bij Deng Xiaoping beginnen, de man die zijn land een andere koers liet varen. Toch ontkomt een schrijver van zulke boeken er niet aan uit te leggen wat er zo nieuw was aan de nieuwe weg, d.w.z. een analyse te geven van het dramatisch gefaalde beleid van Deng’s voorganger.

Er zijn ook boeken over China gepubliceerd die bij Mao Zedong beginnen, de man die het klaarspeelde de  “foreign devils” het land uit te jagen (behalve de Russen) en de Chinezen leerde op eigen benen te staan, ervoor zorgend en erop toeziend dat zijn landgenoten niet hun hoofd konden opheffen en zich niet de trotse burgers van hun land zouden gaan noemen.

Wie zich er toe zet een boek over China te schrijven dat bij 1 oktober 1949 (proclamatie van de Chinese Volksrepubliek) begint zal onvermijdelijk moeten stilstaan bij de periode toen China door de buitenlanders werd vernederd. De terminus post quem is dan het begin van de Opiumoorlogen in 1839.

Deze regressie kan worden voortgezet, maar steeds zal de historicus, op straffe van een onvolledig dus vertekend beeld te geven, zich van alle omstandighheden moeten vergewissen en met de verandering waaraan alle facetten van China voortdurend onderhevig zijn rekening moeten houden — een herculische taak die een serieuze geschiedkundige niet gauw op zich zel nemen.

Het te bespreken boek

Het onlangs bij Prometheus(!) verschenen boek De Wederopstanding van China: Van Prooi tot Wereldmacht begint bij  de Opiumoorlogen. Voor lezers die niets over China weten is het een interessant en onderhoudend boek, maar het heeft degenen die enigszins op de hoogte van de materie zijn weinig te melden.  De schrijver is Frans-Paul van der Puten. Hij behaalde zijn doctorsgraad  in de geschiedkunde aan de Universiteit Leiden, was zes jaar hoofdredcteur van het tijdschrift Itinerario over de de geschiednis van de Europese koloniale expansie , is als Senior Research Fellow aan het Clingendael Instituut, in Den Haag, verbonden en “heeft meer dan twintig jaar ervaring met de bestudering van China”. Dus dat belooft wat!

Helaas, historicus Van der Putten, die (a) geen geograaf, geen demograaf,  geen econoom, geen socioloog, geen psycholoog, geen jurist, geen literatuurwetenschapper, geen politieke wetenschapper en geen antropoloog is, (b) niet aan een militaire academie  heeft gestudeerd en (c) de Chinese of Japanse taal niet beheerst,[vi] lepelt braaf op wat al lang bekend is over de lotgevallen  van het land dat, na door het Westen te zijn verkracht en misbruikt, als een fenix uit de as is herrezen. Hij gaat omstreden onderwerpen uit de weg, bijvoorbeeld de befaamde ontvangst, door Keizer Qianlong van de Britse gezant George Macartney, in 1793, waarbij de basis werd gelegd voor het internationale conflict dat nog steeds actueel is, of (en in verband hiermee) China’s moderniseringsproces en de rol van de Chinese intelligentsia daarin.

Van der Putten spreekt terecht van een “wederopstanding”, maar laat schromelijk na de historisch gegroeide situatie vòòr de Opiumoorlogen[vii] te analyseren[viii] en aan te geven waarom hij niet van opstanding maar van wederopstanding spreekt. De Tang- en de Song-dynastie, waarin China de top van zijn beschaving bereikte, blijven onbesproken. De vragen wanneer de modernisering van China begon[ix] en hoe dit proces is verlopen blijven onbeantwoord en de kwesties wat modernisering precies is en of hiervan in China werkelijk sprake is (geweest) worden niet eens aangeroerd.

De toenemende invloed van China in de wereld is onmiskenbaar, maar hoe groot die invloed is (of zal zijn) en waaruit deze bestaat (of zal bestaan) is moeilijk te zeggen, omdat “orde”, “macht” en “soevereiniteit” omstreden begrippen zijn, zoals ik in  mijn bespreking (in Civis Mundi, nummer 98, mei 2020) van het boek van Rob de Wijk, De Nieuwe Wereldorde: Hoe China sluipenderwijs de macht overneemt, uitvoerig heb toegelicht. De daarin geuite kritiek is letterlijk en onverkort van toepassing op het hier besproken boek.

Oppervlakkig

Bij het lezen van De Wederopstanding van China moest ik onwillekeurig denken aan wat de Amerikaanse econoom en socioloog van Noorse afkomst Thorstein Veblen (1857-1929) “trained incapacity”, met andere woorden learned incompetence noemde,  een wijdverspreid verschijnsel in de huidige wereld.[x]

Van der Putten behandelt o. m. de volgende onderwerpen oppervlakkig of besteedt er helemaal geen aandacht aan, ofschoon zij van groot belang waren voor de Chinese ontwikkeling. De schrijver had op z’n minst naar enkele van de hieronder vermelde publicaties kunnen verwijzen[xi]:

• De opiumoorlogen (1839-1842), waarbij de Engelsen op brute wijze hun wil aan China opdrongen.

Literatuur:

1)     Immanuel Hsü, The Rise of Modern China (2000, hoofdstuk 8),

2)     William Hanes en Frank Sanello, The Opium Wars (2002),

3)     Miles Maochun Yu, “Did China Have A Chance To Win The Opium War?” (juli 2018).  

• De  Taipingopstand, een massale opstand , van 1850 tot 1864, tegen de heersende, door Mantsjoes geleide Qing-dynastie; inspireerde zowel Sun Yat-sen als Mao Zedong.

Literatuur:

1)     Vincent Shih, The Taiping Ideology: Its Sources, Interpretations and influences (1968),

2)     Franz Michael,  The Taiping Rebellion (1971),

3)     Chin Shunshin, TheTaiping Rebellion (2017).

• De Zelfversterkingsbeweging(1861-1895), waain werd getracht China institutioneel te hervormen.

1)     Mary Wright, The Last Stand of Chinese Conservatism (1957),

2)     Thomas Kennedy, The Arms of Kiangnan (1978),

3)     Samuel Chu en Liu Kwang-Ching,  Li Hung-Chang and China’s Early Modernization (1994).

• De Eerste Chinees-Japanse Oorlog (1894/95): markeerde de opkomst van Japan als gote mogendheid en demonsteerde de zwakte van het Chinese keizerrijk.

1)     William Beasley, Japanese Imperialism 1894 - 1945 (1987),

2)     Stewart Lone, Japan’s first modern war (1994),

3)     Sarah Paine, The Sino-Japanese War of 1894-1895 (2002).

• De Honderd Dagen Hervorming (1898), mislukte poging van de jonge keizer Guangxu Emperor en zijn hervormingsgezinde volgelingen om China politiek en cultureel te hervormen.

1)     Luke Kwong,  A Mosaic of the Hundred Days: Personalities, Politics, and Ideas of 1898 (1984),

2)     Wong Young-tsu,  “Revisionism Reconsidered: Kang Youwei and the Reform Movement of 1898” (augustus 1992),

3)     Rebecca Karl en Peter Zarrow (red.), Rethinking the 1898 Reform Period (2002).

• De Bokseropstand (1899-1901), een nationalistische beweging gericht tegen de imperialistische mogendheden) en hun invloed in handel, politiek, religie en technologie.

1)     Chester Tan, The Boxer Catastrophe (1955),

2)     Victor Purcell, The Boxer Uprising: A Background Study (1963),

3)     Joseph Esherick, The Origins of the Boxer Uprising (1987).

• De 1911 Revolutie: omverwerping van de Qing-dynastie en begin van de Republiek China.

Literatuur:

1)     Mary Wright, China in Revolution: The First Phase, 1900-1913 (1968),

2)     Shen Hu, The 1911 revolution: A retrospective after 70 years (1983),

3)     Joseph Esherick en George Wei (red.), China: How the Empire Fell (2013).  

• De  4-Mei Beweging: massale Chinese protesten in 1919 tegen het Verdrag van Versailles,  dat de Duitse invloedssfeer in Shandong aan Japan toekende in plaats van aan China terug te geven.

Literatuur:

1)     Chow Tse-tsung, The May Fouth Movement (1960),

2)     Vera Schwarcz, The Chinese Enlightenment (1986),

3)     Edward Wang, “The May Fourth Movement: A centennial anniversary” (8 november 2019).

• De Culturele Revolutie (1966-1976): in gang gezet door Mao Zedong om zijn tegenstanders uit te schakelen.

1)     Pierre Ryckmans, Les habits neufs du président Mao (1971),

2)     Anne Thurston, Enemies of the People: The Ordeal of Intellectuals in China’s Great Cultural Revolution (1988),

3)     Roderick MacFarquhar en Michael Schoenhals, Mao’s Last Revolution (2006).

• Het Sino-Soviet Conflict: verslechtering van de relaties tussen China en de Sovjet-Unie vanaf 1956 en openlijk vanaf 1961.

1)     Donald Zagoria, The Sino-Soviet Conflict, 1956-1961 (1962),

2)     François Joyaux, La nouvelle question d’Extrême-Orient: L’ère du conflit sino-soviétique (1988),

3)     Odd Arne Westad (red.), Brothers in arms: the rise and fall of the Sino-Soviet alliance (1998).

Sun Yat-sen (1866-1925)

1)     Harold schiffrin, Sun Yat-sen: Reluctant Revolutionary (1980),

2)     Gottfried-Karl Kindermann (red.), Sun Yat-sen: Founder and Symbol of China’s Revolutionary Nationbuilding (1982),

3)     Kayloe Tjio. The Unfinished Revolution: Sun Yat-Sen and the Struggle for Modern China (2018).

Mao Zedong (1893-1976)

1)     Stuart Schram, The Thoughts of Mao Tse-tung (1989),

2)     Ross Terrill, Mao: A Biography (1999),

3)     Andrew Walder, China under Mao: A Revolution Derailed (2017).

Chiang Kai-shek (1887-1975)

1)     Keith Sainsbury, The Turning Point: Roosevelt, Stalin, Churchill, and Chiang-Kai-Shek (1985),

2)     Sterling Seagrave, The Soong Dynasty (1996),

3)     Jonathan Fenby, Chiang Kai Shek: China’s Generalissimo and the Nation He Lost (2003),  

Deng Xiaoping (1904-1997)

1)     David Goodman, Deng Xiaoping and the Chinese Revolution (1994),

2)     Maurice Meisner, The Deng Xiaoping Era: An Inquiry into the Fate of Chinese Socialism, 1978–1994 (1996),

3)     Alexander Pantsov en Steven Levine, Deng Xiaoping: A Revolutionary Life (2015).

Xi jinping (1953)

1)     François Bougon, Inside the Mind of Xi Jinping (2018),

2)     Elizabeth Economy, The Third Revolution: Xi Jinping and the New Chinese State (2019),

3)     Willy Wo-Lap Lam, The Fight for China’s Future: Civil Society vs. the Chinese Communist Party (2020).

Chinese oppositie

1)     Merle Goldman, Sowing the Seeds of Democracy in China (1994),

2)     Hao Zhidong, Intellectuals at a Crossroads (2003),

3)     Shakhar Rahav, The Rise of Political Intellectuals in Modern China (2015).

• De economische groei van China

1)     Albert Feuerwerker, China’s Early Industrialization (1958),

2)     Alexander Eckstein, China’s Economic Revolution (1977),

3)     Huang Yasheng, Capitalism with Chinese Characteristics (2017).

• De kwestie Taiwan

1)     Wu Hsin-hsing, Bridging the Strait: Taiwan, China, and the Prospects for Reunification (1994),

2)     Hung Chien-chao, A History of Taiwan (2000),

3)     Richard Bush, Uncharted Strait: The Future of China-Taiwan Relations (2013).

• De Koreaanse Oorlog (1950-1953) tussen Noord-Korea (ondersteund door de Volksrepubliek China en de Sovjet-Unie) en  Zuid-Korea (ondersteund door de Verenigde Naties onder leiding van de Verenigde Staten).

1)     Theodore Fehrenbach, This Kind of War (2000),

2)     Bruce Cumings, The Korean War: A History (2011),

3)     Hampton Sides, On Desperate Ground (2018).

Hong Kong

1)     A.J. Youngson (red.), China and Hong Kong: The Economic Nexus (1983),

2)     Steve Tsang, A Modern History of Hong Kong (2003),

3)     Antony Dapiran, City on Fire:  The Fight for Hong Kong (2020).

• De Chinese Burgeroorlog tussen de communisten (CCP) en de nationalisten (Kwomintang); duurde van 1927 tot 1950, met een onderbreking tijdens de Tweede Chinees-Japanse Oorlog.

1)     Yonosuke Nagai en Akira Iriye (red.), The Origins  of the Cold War in Asia (1977),

2)     Steven Levine, Anvil of Victory: The Communist Revolution in Manchuria (1987),

3)     Suzanne Pepper, Civil War in China: The Political Struggle 1945-1949 (1999).

• De Tweede Chinees-Japanse Oorlog (1937-1945)

1)     Lincoln Li, The Japanese Army in North China (1975),

2)     Lloyd Eastman, Seeds of Destruction: Nationalist China  in War and Revolution (1984),

3)     James Hsiung e.a. (red.), China’s Bitter Victory  (1992).

• De Chinees-Amerikaanse betrekkingen

1)     John King Fairbank, The United States and China (1983),

2)     Robert Sutter, US-China Relations: Perilous Past, Uncertain Present (2018),

3)     Feng Zhang en Richard Ned Lebow, Taming Sino-American Rivalry (2020).

• De China-EU betrekkingen

1)     Henri Baudet, Het Paradijs op aarde: Gedachten over de verhouding van de Europese tot de buiten-Europese mens (1959),

2)     Donald Lach, China in the Eyes of Europe: The Sixteenth Century (1968),

3)     Jing Men e.a. (red.), The Evolving Relationship between China, the EU and the USA : A New Global Order? (2019).

• De Chinese geest

1)     Robert Allinson (red.), Understanding the Chinese Mind (1989),

2)     Michael Bond (red.), The Handbook of Chinese Psychology (2010),

3)     Hwang Kwang-kuo, Foundations of Chinese Psychology (2012).

Geopolitiek

Van der Putten gebruikt irriterend vaak de modieuze en zwaarwichtige term geopolitiek,  maar licht dit woord niet toe en wijdt niet uit over de zaak waarvoor het staat  Dit is opvallend, omdat het boek “nadrukkelijker dan andere historische overzichten een geopolitieke analyse is” (blz. 13) en “de beide opiumoorlogen het begin waren van China’a geopolitieke transfomatie” (blz. 260).[xii] Het is Van der Putten blijkbaar ontgaan dat over (militaire) strategie veel boeken zijn verschenen, maar van China’s  overall strategy (als dit de juiste vertaling is van het sleutelbegrip 谋略) maakt hij geen melding.[xiii]

Van der Putten verklaart dat zijn boek “de relatie tussen China en de grote mogendheden centraal stelt” en dat hij laat zien “hoe China’s huidige relaties met de Verenigde Staten, Rusland, Japan en de Europese Unie tot stand zijn gekomen”. Hij gaat zelfs zoveer te beweren dat zijn boek zich door deze benadering onderscheidt van “publicaties die hedendaagse geopolitieke verhoudingen centraal stellen. Dit valt echter te bezien. Studie van de internationale betrekkingen,[xiv] waarvan in ons land – naar men zegt – Professor Bernard Röling (1906-1985) de grondlegger is geweest,[xv]  gaat mank aan eenzijdigheid.

Tekortkoming

De studie van internationale betrekkingen – de uitdrukking zegt het al – houdt zich primair bezig met de relaties tussen landen en dus niet of in veel mindere mate met de relata, met de historisch gegroeide politieke, juridische, sociale, economische en/of culturele situatie van de gerelateerde landen, laat staan met hun geologische, geografische, administratieve, ecologische  of culturele subsystemen. Toch kunnen relaties niet zonder relata (“the things related”) bestaan en zijn relata zonder relaties ondenkbaar. Relaties en relata  zijn,  met andere woorden, de twee zijden van één en hetzelfde muntstuk. Begrip van de ene kant gaat gepaard met begrip van de andere kant. Veronachtzaming van de relata, die voortdurend veranderen, betekent misverstand van de betrekkingen, die met de relata meeveranderen. Binnenlandse en buitenlandse ontwikkelingen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Acties, in binnen- of buitenland, leiden tot re-acties, die weer acties tot gevolg kunnen hebben, enz.

“Relatie” is een bijzonder moeilijk te definiëren woord. Bertrand Russell (1872-1970) heeft erop gewezen dat elke poging hiertoe de notie relatie gebruikt.[xvi] De wereldorde, het onderwerp waarom het boek van Van der Putten draait,[xvii] is in essentie een systeem van veranderende relaties. Tot goed begrip van de relaties tussen twee landen (de theorie van de internationale betrekkingen betreft slechts een generalisatie hiervan)  zullen die landen als dynamische en complexe systemen moeten worden bestudeerd en dit  dient – zoals hierboven uiteengezet – te geschieden op basis van interdisciplinair en internationaal onderzoek.

Relaties kunnen als relata worden behandeld waartussen relaties bestaan. De economische betrekkingen tusen Nederland en China, bijvoorbeeld, zijn mede afhankelijk van de relaties tussen de Europese Unie en China en deze zijn weer een functie van de Sino-Amerikaanse verhoudingen. Op deze wijze ontstaat het hypercomplexe netwerk van verbindingen dat wij  “wereldorde” noemen. Immanuel Wallerstein en zijn volgelingen spreken in dit verband over een wereldsysteem, maar komen van de Scylla in de Charybdis terecht  doordat zij kritiek leveren op de studie van landen.

Van der Putten, die pretendeert voor een breed publiek te schrijven, doet geen poging om dit alles voor dat publiek inzichtelijk of begrijpelijk te maken. China wordt een wereldmacht waarmee het Westen rekening dient te houden. Punt uit. Het komt bij lieden als Frans-Paul van der Putten, Rob de Wijk, Arend Jan Boekestijn en Jaap de Hoop Scheffer eenvoudig niet op dat China’s opkomst wel eens in belangrijke mate het gevolg kan zijn van de slecht geïnformeerde buitenlandse politiek van andere landen,[xviii] net zoals China’s neergang in de 19de en eerste helft van de 20ste  eeuw in belangrijke mate verband hield met het aanmatigend en grote-mond-beleid van Westerse mogendheden. De vraag of het Westen reden heeft om zich door China bedreigd te voelen zou ik met een wedervraag willen beantwoorden: wie staat bij wie dreigend en tot de tanden gewapend voor de deur, China bij de VS of de VS bij China?

Conclusie

De Romeinse schrijver Suetonius vermeldt dat keizer Augustus aan niets een grotere hekel had dan aan onbezonnenheid en dientengevolge “festina lente” (haast u langzaam) tot  een van zijn favoriete uitspraken maakte. Helaas heeft Frans-Paul van der Putten dit adagium niet ter harte genomen. Het onderhavige boek is met te veel vaart geschreven. Een geannoteerd lijstje met aanbevolen literatuur voor degenen die meer over een of meer dan een onderwerp zouden willen lezen kon er kennelijk niet meer van af en uitgever Prometheus nam daar kennelijk genoegen mee. De schrijver, die bijkbaar niet werd gehinderd door enige kennis van de hierboven vermelde literatuur, schaatst over te dun ijs.[xix] De wederopstanding van China acht ik om deze reden geen aanwinst voor de Nederlandse China-kunde, waarvan de universitaire beoefenaars met financiële steun van de overheid op de been worden gehouden. Met zogenaamde China-, India-, Indonesië-, Rusland-, Iran-, Turkije-, Zuid-Afrika-, Amerika- of andere landendeskundigen kan onderhand de sloot worden gedempt en menig televisieprogramma wordt door hen ontsierd.[xx] Het wachten is op de vraag naar en het aanbod van landeninformatie die de wetenschappelijke toets kan doorstaan! Persoonlijk heb ik er een zwaar hoofd in, omdat zoiets een revolutie in de aan universiteiten gangbare landen- of regiostudies vereist.

Advies

Mocht de uitgever ooit vermetel genoeg zijn en overwegen een herziene versie van het boek uit te brengen, dan zou ik de schrijver willen aanraden kritisch kennis te nemen van de inhoud van de delen 10-15 van de Cambridge History of China (CUP, 1978-2019), “the largest and most comprehensive history of China in the English language”, en van het in 2004 gelanceerde Columbia-Harvard China and the World Program, “committed to integrating the advanced study of China’s foreign relations into the field of international relations, by bringing exceptional young scholars whose work bridges China studies and international relations together with recognized scholars in these fields”. Hij zou tevens de websites https://www.sipri.org, http://cesran.org , https://www.iiss.org,   https://www.ifri.org/fr, https://www.fes.de, https://www.swp-berlin.org, https://www.cidob.org, https://www.c3sindia.org, https://www.iwp.edu, https://aparc.fsi.stanford.edu, https://www.brookings.edu, https://www.uscc.gov, https://www.piie.com, https://www.nbr.org, https://www.geopolitique.net, https://project2049.net, https://www.adb.org, https://www.icsin.org,  https://www.chinafile.com,  https://www.springer.com/series/10201, https://ecfr.eu ,en https://doc-research.org kunnen verkennnen.



[i] De tien grootste steden in China zijn: Shanghai (naar schatting 23,4 miljoen inwoners), Beijing (18, 8), Tianjin (12,8), Shenzhen (12,7), Guangzhou (11,6), Chengdu (10,2), Chongqing (8,5), Dongguan (8,3), Shenyang (7,9) en Wuhan (7,9). Ter vergelijking, Amsterdam telt ongeveer 870 duizend en Rotterdam 588 duizend inwoners. Chinese steden verschillen in vele opzichten van elkaar, maar zijn op verschillende wijzen met elkaar verbonden. Tezamen verschillen zij onmiskenbaar van Europese steden, en deze weer van Amerikaanse of Islamitische steden. Over Shanghai, Beijing enz. zijn talloze monografieën verschenen. Deze belichten bijvoorbeeld de administratieve, economische of sociale kant van de stad. Elke stad is echter  een complex, dynamisch systeem en kan dus niet worden ontleed. Door ontleding van een organisme wijkt, zoals biologen weten, het leven en gaat de eenheid verloren. Net als het land waarvan een stad deel uitmaakt, moet elke stad holistisch (d.w.z. interdisciplinair) worden bestudeerd. Zie Patsy Healey, Urban Complexity and Spatial Strategies (Routledge, 2007), Juval Portugali e.a. (red.), Complexity Theories of Cities Have Come of Age (Springer, 2012) en Michael Batty, The New Science of Cities (MIT Press, 2013). Ga naar https://arxiv.org (vul in: city science).

[ii] Zie mijn artikel “De geest van het universum versus het universum van de geest” (Civis Mundi, nummer 97, april 2020).

[iii] De toekomst is niet te voorspellen. “Que Sera, Sera. Whatever Will Be, Will Be”. “A small event as tiny as a drop of a pin can change the direction of your entire life”. Zie Jakob Bernoulli, Ars Conjectandi, vertaald als The Art of Conjecturing door Edith Sylla (Johns Hopkins University Press, 2006).

[iv] Zie Revue Bibliographique de Sinologie (1955-1970, 1983-2005), Harriet Zurndorfer, China Bibliography (1995) en Endymion Wilkinson, Chinese History: A New Manual (2017). Ga ook naar https://bulac.hypotheses.org/6667, http://www.sino.uni-heidelberg.de/igcs/index.html en  https://libguides.princeton.edu/chinese-historiography/home.   

[v] De generalist tendeert naar de situatie waarin hij niets van alle weet. Omgekeerd tendeert de specialist naar een toestand waarin hij alles van niets weet. De oplossing van dit gekmakend probleem is interdisciplinair en internationaal onderzoek.  Interdisciplinair, om eenzijdigheid te voorkomen; internationaal, om bekrompen nationalisme of ethnocentrisme te vermijden.  

[vi] De beste boeken en tijdschriftartikelen over China in een niet-Chinese taal zijn in het Japans geschreven.

[vii] Deze zijn niet, zoals Van der Putten op blz. 9 abusievelijk schrijft, in 1840 begonnen (“foutje)”, maar in 1839.

[viii] Zie Austin Coates, Macao and the British: Prelude to Hongkong (OUP, 1988),

[ix] Over deze kwestie wordt in en buiten China een verhit debat gevoerd.

[x][x] Bij de meeste mensen is Veblen meer bekend  om zijn treffende uitdrukking  “conspicuous consumption” (opzichtige consumptie).

[xi] Hieruit mag geenszins de conclusie worden getrokken dat met de vermelde literatuur, waarin naar andere publicaties wordt verwezen, alles over een onderwerp is geschreven wat erover te schrijven viel. In tegendeel, over elk onderwerp (en over vele andere, hier niet vermelde onderwerpen) zijn vele boeken en artikelen verschenen. De literatuur over bijvoorbeel de “De Grote Proletarische Culturele Revolutie”, Mao Zedong of de kwestie Taiwan is zeer groot en  groeit nog steeds. Lang niet alle publicaties zijn op primaire (Chinese) bronnen gabaseerd. Westerse bronnen zijn in meerdere of mindere mate vervuild, omdat de auteur niet in staat was om zijn/haar Westerse  bril af te zetten. Overigens zijn Chinese  bronnen evenmin volledig betrouwbaar. Oncontroleerbare subjectiviteit  (of een externe storingsfactor) speelt altijd mee. Serieus onderzoek naar een land zal dus op zijn minst behalve interdisciplinair ook internationaal dienen te zijn.

[xii] Voor geopolitiek, zie Geoffrey Parker, Western Geopolitical Thought in the Twentieth Century (1985), Aymeric Chauprade, Introduction à l’analyse géopolitique (1999), David Atkinson en Klaus Dodds (red.), Geopolitical Traditions: Critical Histories of a Century of Geopolitical Thought (2000), Saul Bernard Cohen, Geopolitics of the World System (2002), Simon Dalby e.a. (red.), The Geopolitics Reader (2006), Yves Lacoste, Geopolitique: La longue Histoire (2006), David Criekemans, Geopolitiek (2007) en  Manlio Graziano, Essential Geopolitics: A Handbook (2011).

[xiii]  Zie Harro von Senger, Mŏulüè: Unerkannte Denkdimensionen aus der Reich der Mitte (Hanser, 2018). 

[xiv] Zie Christian Reus-Smit en Duncan Snidal (red.), Handbook of International Relations (OUP, 2008), Alex Macleod en Dan O’Meara (red.), Théories des Relations Internationales: Contestations et résistances (Athéna, 2010) en Frank Sauer en Carlo Masala (red.), Handbuch Internationale Beziehungen (Springer, 2017).  

[xv] Hiermee gaat men voorbij aan het werk van Professor Bernhard Vlekke (1899-1970).

[xvi] Zie Mortimer Adler (red.), The Syntopicon: An Index to the Great Ideas (Encyclopædia Britannica, Inc., 1990, Deel II, blz. 451-465).

[xvii] Over “het traditionele concept van tianxia” (blz. 237) valt waarlijk meer te schrijven dan Van der Putten nodig vindt. Zie Alfred Forke, The World-conception of the Chinese (Probsthain, 1925), Joseph Levenson, “T’ien-hsia and Kuo, and the Transvaluation of Values”, Far Eastern Quarterly, 11:4 (1952), blz. 447-451, Kung-chuan Hsiao, A Modern China and a New World (University of Washington Press, 1975), Yuri Pines, ”Changing views of tianxia in pre-imperial discourse”, Oriens Extremus, 43 (2002), blz. 101-116, Tingyang Zhao, “Rethinking Empire from the Chinese concept ‘All-under-Heaven’”, Social Identities, 12:1 (2006), blz. 20-41, William Callahan, “Tianxia, Empire and the World”, British Inter-University China Centre Working Papers, No. 1 (maart 2007), Ban Wang (red.), Chinese Visions of the World Order (Duke University Press, 2017), Tingyang Zhao, Tianxia: Tout sous un même ciel (Cerf, 2018), Yan Xuetong, Leadership and the Rise of Great Powers (PUP, 219), Huiyun Feng e.a., How China Sees the World (Palgrave Macmillan, 2019), Timothy Brook, Great State: China and the World (Profile, 2019), Barbara Mittler e.a. (red.), China and the World – the World and China (Ostasien, 2019) en David Shambaugh (red.),  China and the World (OUP, 2020). Het begrip tianxia is van cruciaal belang bij elke oordeelsvorming over de slepende  kwestie Taiwan of  Xi Jinping’s “One Belt One Road” initiatief.

[xviii] “Slecht geïnformeerd”, omdat politici (ministers van buitenlandse zaken voorop) nog steeds hun oor te luisteren leggen bij zogenaamde Chinadeskundigen, die een onvolledig of vertekend beeld van het land geven.

[xix]  Niettemin laten Frank Pieke en Vincent Chang zich tijdens de online discussie “Onze kijk op China: Tijd voor een reality check?”, op 15 december jongstleden, opvallend lovend uit over het boek. 

[xx] Hoe iemand EU-, Europa-, Africa, Middenoosten- of Zuid-Amerikadeskundige kan worden genoemd is mij een volslagen raadsel.