Een blik op Europa

Civis Mundi Digitaal #105

door Jan de Boer

De islamieten in Frankrijk zitten in de knel
Een paar gedachten over de politie in Frankrijk
Gedachten bij dertig jaar hereniging van Duitsland
Griekenland, Covid-19 en de Grieks-Orthodoxe kerk
Verkiezingen in Roemenië: een frisse wind

De islamieten in Frankrijk zitten in de knel

« Gelukkig als een mohammedaan in Frankrijk ». Je moet de moed maar hebben om deze vertaling van de jiddische uitdrukking « Gelukkig als God in Frankrijk » die de emancipatie van de Joden dank zij de Franse Revolutie (1789) uitdrukt, van toepassing te verklaren op de mohammedanen in de één en twintigste eeuw. Het tiental mohammedaanse intellectuelen die deze uitdrukking onlangs in het dagblad Le Monde gebruikten, hebben ongetwijfeld tot uitdrukking gebracht hetgeen veel Fransen met een mohammedaans geloof of cultuur denken op het moment waar voor de zoveelste keer het terrorisme hun gijzelt in een planetaire oorlog. Blijft over hun stem te horen en concreet voort te gaan richting deze Republikeinse belofte van immens belang voor de Franse samenleving en ook voor de status van de islam in de wereld

Natuurlijk laten tragisch genoeg de moord op de leraar Samuel Paty net als de aanvallen in Nice de invloed van de internationale djihadistische campagnes op de zonder twijfel geïsoleerde jonge « soldaten » zien die wel in het hart van de Franse samenleving leven. Maar toch kan Frankrijk dit geluk bij de meerderheid van de mohammedanen in het vooruitzicht stellen en haat opwekken bij een minderheid van anderen. De urgentie is dus waakzaam te blijven tegen krachten die de Republiek willen desintegreren en te luisteren naar hen voor wie Frankrijk het land van sereniteit moet blijven waar mohammedanen al jaren lang zich vestigen. Zich terecht ongerust maken over driften en wraak van een actieve minderheid mag nooit verhinderen om blijken van waardering te laten zien voor de grote zwijgzame meerderheid van de mohammedanen van Frankrijk die voor 70 % van oordeel zijn dat « de « laïcité », de strikte scheiding van Staat en religie, hun in staat stelt hun religie in vrijheid te praktizeren ». Goed wakker blijven voor het islamistische gevaar moet niet doen vergeten dat de mohammedanen heel verschillende verhoudingen hebben met het geloof. Van de 4 tot 5 miljoen personen met een mohammedaanse cultuur (ongeveer 8 % van de totale bevolking) die Frankrijk heeft, zet ongeveer éénderde nooit een voet in een moskee, éénderde bezoekt alleen de moskee op feestdagen, en éénderde bezoekt in ieder geval één keer in de week de moskee

Ongeacht hun band of de afwezigheid van een band met de religie zitten de mohammedanen van Frankrijk klem tussen twee opsluitingsdynamieken: enerzijds de samenkomende pressies van islamisten en personen die hun ervan proberen te overtuigen dat zij slachtoffers zijn van « Staatsracisme » en die de geschiedenis van de kolonisatie manipuleren en daarvan een wraakmotief maken. Anderzijds de agressie van een extreem-rechts die zijn anti-Arabisch racisme overgeschilderd heeft in de kleuren van een hun buitensluitende « laïcité »: de islam is niet verenigbaar met de « laïcité ». Met parallel daaraan de aanvallen van hen die in het allerkleinste publieke signaal van religieus -er -bijbehoren – vooral betreffende mohammedanen – een anti-republikeins doel zien. Kortom, de gewone mohammedanen die aan de Republiek gehecht zijn, krijgen het goed voor de kiezen, terwijl zij juist in hun aanhankelijkheid aan de Republiek bevestigd moeten worden

Emmanuel Macron schijnt dit begrepen te hebben door te weigeren « in de val te trappen van de met opzet gemaakte verwarring, het op één hoop gooien van alle mohammedanen van Frankrijk, die alle mohammedanen stigmatiseert ». In zijn toespraak op 2 oktober waarin hij het wetsvoorstel tegen het « séparatisme islamiste » aankondigde, stelde hij de tot getto verworden wijken aan de orde « waar de belofte van de Republiek niet gehouden is », maar ook de « nog altijd niet geregelde trauma’s » van het Franse koloniale verleden. Die diagnose is juist, maar het eeuwigdurende aan de kaak stellen van de getto-wijken en discriminaties in de toespraken maskeert het totale gebrek aan aktie. Zelfs het laatste uitstekende plan voor het weer leefbaar maken van de steden van de vroegere minister Borloo op verzoek van Macron opgesteld is door dezelfde Macron naar de prullenbak verwezen. Zoals gewoonlijk is er ook hier bij de Franse president een enorm verschil tussen woorden en daden

Om de brokken van de Republiek weer aan elkaar te lijmen moeten ook de zogeheten « non-dits » over de kolonisatie doorbroken worden. Alle Fransen moeten weten welke rol Algerije, Senegal, Mali Vietnam of de Antillen in de nationale geschiedenis hebben. Een andere noodzaak is het bevorderen van positieve indentificatie -modellen. Met de moeilijkheid eigen aan het republikeinse systeem dat sociaal succes verbindt aan het uitwissen van publieke religieuze identificatie. De acteur Omar Sy of de rapper Soprano die beide behoren tot de favoriete personen bij de Fransen zijn – gelukkig – geen « mohammedaanse sterren » wat ze waarschijnlijk in de Anglo-Saksissche landen wel zouden zijn. Macron zegt dat hij alle Fransen bijeen wil brengen. Maar zijn subtiele retoriek van « tegelijkertijd » wordt vertroebeld door electorale berekening, door hersenspinsels van zijn minister van binnenlandse zaken die zegt « gekwetst » te zijn door de « rayons communautaires », en die van zijn eerste minister die zegt dat spijt betuigen over de kolonisatie, hetzelfde is als zelfkastijding

Als men de mohammedanen van Frankrijk wil scheiden van islamisten moet men nogmaals gezegd helder zijn om het mogelijk te maken discriminaties en getto-wijken aan de kaak te stellen, om te erkennen dat de belofte van de republiek zich niet beperkt tot het recht op karikaturen, om vast te stellen dat religieuze praktijken deel uit maken van onze cultuur, en om de noodzaak te erkennen van het onder de loep te moeten nemen van de Franse koloniale geschiedenis zonder daarbij als een medeplichtige van het islamisme of een verrader van de « laïcité » door te gaan

 

Geschreven op 29 november 2020

 

 

Een paar gedachten over de politie in Frankrijk

Zes jaar geleden juichte op de Place de la République in Parjs een emotionele menigte de ordetroepen toe voor hun optreden tegen de terroristische aanvallen op Charlie Hebdo en de supermarkt Hyper Cacher. Nu in november van dit jaar symboliseerde in de ogen van een groot deel van de Franse bevolking een zeer gewelddadige interventie tegen de illegale installatie van een kamp van migranten op hetzelfde plein het ergste van het politiegeweld. De verontwaardiging werd nog groter door de uitzending van verschrikkelijke beelden van de twee dagen eerder door politie-agenten met grof geweld in elkaar geslagen muziekproducer Michel Zecler. Hoe is het gekomen dat in zes jaar tijd de relatie tussen de politie en de bevolking zo verslechterd is? Is er in Frankrijk in de laatste jaren een haast meer dan autoritaire praktijk ontstaan en heeft het de van alle complexen bevrijde ordetroepen vrij baan gegeven waarbij het onderscheid tussen gebruik van bruut geweld en het normaal tussen beide komen verdwenen is? Ik heb het stellige idee dat in tegenstelling met andere Europese democratieën de Franse Staat, een welhaast monarchale republiek, veel absolutistische trekken heeft bewaard die op het moment dat er een noodzaak tot ingrijpen is, weer volop hun kans krijgen

Het moet gezegd worden dat in de loop der tijden de Franse politie zich geprofessionaliseerd heeft. Vijftig jaar geleden kon men zonder meer, zonder diploma’s of enige opleiding politie-agent worden en als je je militaire dienstplicht had vervuld kon je direct bij de gendarmerie komen

Sinds de negentiende eeuw werden heel wat sociale en politieke strijdbewegingen in bloed gesmoord. Op 17 oktober 1961 werd in Parijs een manifestatie van het Algerijnse bevrijdingsfront FLN met geweld onderdrukt waarbij de manifestanten in de Seine werden gegooid met als resultaat tientallen doden. Op 8 februari 1962 vonden negen personen in Parijs de dood, platgedrukt en verstikt tegen het hekwerk van het metrostation Charonne toen ze het geweld van de ordetroepen tijdens een manifestatie tegen de oorlog in Algerije probeerden te ontvluchten. En het in elkaar slaan van manifestanten in die jaren buiten het zicht in legerwagens van de politie was aan de orde van de dag

Het blijvende onbegrip tussen politie en bevolking geeft duidelijk de zeer Franse conceptie van geweld weer. Het gebruik van legitiem geweld geeft het beeld van een macht weer die zich weinig aantrekt van erkenning door de burger, voor wie autoriteit heilig is en die nooit ter discussie staat. Waar in de Noord-Europese landen het handhaven van de orde beschouwd wordt als een door de Staat en de burgers afgesloten overeenkomst, is in de Franse cultuur de eerste missie van de politie het beschermen van de Staat en heeft voor haar het gehoorzamen aan haar bevelen de hoogste prioriteir. Natuurlijk, deze buurlanden van Frankrijk zijn ook niet gevrijwaard van geweld, maar daar nemen de burgers deel aan de publieke beslissingen inclusief die de veiligheid betreffen

De pogingen om deze cultuur te veranderen hebben tot dusverre nooit succes gehad en waarschijnlijk zullen ze ook nooit succes hebben. Het symposium van Villepinte in 1997, georganiseerd door het toen weer aan de macht gekomen politiek links, probeerde een nieuwe bladzijde in de verhouding politie-bevolking te openen door de voorkeur uit te spreken voor onderhandeling en haar sociale rol. Maar deze ommekeer hield geen stand bij de campagnes voor de gemeenteraads-verkiezingen in 2001 en die van de presidentsverkiezingen in 2002 die alleen maar oog hadden voor het thema veiligheid. De toekomstige presidentsverkiezing in 2022 zal naar mijn oordeel ook niet aan dit type van politieke berekening ontsnappen zeker waar Macron die zich zeker herkiesbaar stelt, een ruk naar rechts heeft gemaakt

Volgens de criminoloog Sebastian Roché is het resultaat van dat alles dat de politie zich geïsoleerd heeft van de sociale wereld « als een electrische draad omhuld door een buis, die alleen maar aan de uitvoerende macht antwoord geeft »

Volgens de oud-minister van binnenlandse zaken Pierre Joxe, bestaat er (beschreven in het juninummer van het blad « Arès-Demain » geheel gewijd aan de verhouding politie – bevolking) een absolute noodzaak van een voortdurende vorming van het personeel en een rigoreuze contrôle door de Staat inzake een beheerst gebruik van geweld ». En hij voegt daaraan toe: » De excessen van de politie zijn de miskleunen van de Staat, de miskleunen van het gezag, van de organisatie, miskleunen inzake verwachtingen en informatie »

Ik denk dat hij volledig gelijk heeft. Maar ik vrees dat de kern van alle ellende ligt in het absolutisme van de monarchale republiek Frankrijk en daarin zie ik nog geen structurele verandering komen

 

Geschreven op 9 december 2020

 

 

Gedachten bij dertig jaar hereniging van Duitsland

Op 3 oktober 1990 deed de Democratische Republiek Duitsland zijn officiële « intrede » in de Federale Republiek Duitsland. Het is de datum die in het verdrag van de hereniging staat dat door beide landen getekend werd op 31 augustus 1990. Sindsdien wordt op die dag het nationale feest, de Dag van de Duitse eenheid, gevierd. Een andere keus was ook mogelijk geweest.In die tijd prefereerden veel mensen dat voor het nationale feest een datum met een werkelijke historische betekenis gekozen zou worden en niet een datum met een simpele juridische of institutionele betekenis. Men had bijvoorbeeld 17 juni kunnen kiezen als herinnering aan de volkopstand in 1954 in de Democratische Republiek Duitsland (DDR), of 9 november 1989, de val van de Muur in Berlijn. Het probleem met die laatste datum is dat die dag ook die van de poging van de putsch van Hitler in 1923 en van de grote antisemitische pogrom: de « kristalnacht », is. Velen hebben ook gedacht aan 9 oktober als herinnering aan de immense manifestatie van meer dan 70.000 personen in Leipzig in 1989, een maand voor de val van de Muur. Ikzelf - maar wie ben ik - zou gekozen hebben voor 18 maart, de dag van de eerste vrije en pluralistische verkiezingen in 1990 in de geschiedenis van de DDR

De manieren waarop nu over de Duitse hereniging wordt gedacht, zijn heel anders dan vroeger. Tot in de jaren 2010 – 2015 werd de kritiek op het proces van verandering dat de hereniging vergezelde vooral gehouden door post-communistisch links. Dat maakte alle discussie bijna onmogelijk. Vandaag de dag is het mogelijk een genuanceerd oordeel te hebben over hetgeen vroeger plaats heeft gevonden zonder automatisch in de categorie nostalgie van de DDR gerangschikt te worden

Een andere reden waarom onze kijk op deze periode is geëvolueerd, is geliëerd aan de actualiteit. Tot in de jaren 2000 werd de situatie uit vrijwel alleen economisch oogpunt bekeken. Men zei, dat wanneer de nieuwe « Länder » eenmaal hun achterstand ingehaald zouden hebben, alle problemen opgelost zouden zijn. Later heeft men begrepen dat alles heel wat ingewikkelder was. Men heeft bijvoorbeeld toe moeten geven, dat de vermindering van de werkloosheid - al blijft deze in het oosten nu nog steeds wat hoger in het westen van het land – de groei van identitaire en culturele ongerustheden niet heeft verhinderd. Dat heeft zich politiek vertaald in de oprichting van de Pegida, de islamvijandige beweging gesticht in 2014 in Dresden, en het succes van de extreem-rechtse Alternatieve Partij voor Duitsland (AFD) die bijzonder sterk is in de nieuwe « Länder ». Men kan zich afvragen wat er vroeger gebeurd is voordat men in deze trieste situatie belandde

Daarvoor is er één zeer fundamenteel gegeven. De DDR was een « werkmaatschappij ». Het sociale leven met inbegrip van vrijetijdsbesteding was georganiseerd rond het bedrijf. Toen miljoenen Duitsers in de voormalige DDR hun baan verloren omdat hun bedrijven gesloten of geherstructureerd werden, werd hun bestaan van de ene op de andere dag volledig overhoop gehaald. Wat derhalve nooit vergeten moet worden, is dat de Duitse hereniging het leven van de Duitsers in het westen niet veranderde, maar dat voor de Duitsers in het oosten alles veranderde

Na 1990 werd het merendeel van de verantwoordelijke functies in het oosten van Duitsland toevertrouwd aan Duitsers uit het westen van het land. Dat zowel in de publieke sfeer als op economisch gebied en op universiteiten. Nu, dertig jaar later, is dat vaak nog het geval en ik denk dat dat één van de centrale kwesties is. Bij meer dan 100 universiteiten en hogere opleidingen die Duitsland telt, is er maar één die door een Duitser uit het oosten van het land voorgezeten wordt en bij de beurs genoteerde bedrijven wordt slechts 2 % van de directieposten bezet door mensen uit de nieuwe « Länder » terwijl zij 17 % van de bevolking van het land vertegenwoordigen. Dat steekt! Deze onderbezetting vindt men ook terug in de media. De (hoofd)redacteuren van de in het oosten van Duitsland uitgegeven kranten zijn bijna allemaal in het westen van Duitsland geboren. Er is ook bijna geen enkele Duitser uit het oosten van Duitsland die een verantwoordelijke post heeft in de redacties van kranten met een nationale uitstraling zoals bijvoorbeeld het dagblad Frankfurter Allgemeine Zeitung of in de redacties van de weekbladen als Der Spiegel en Die Zeit. Vandaar een gevoel van « beroving » bij Duitsers die in het oosten van het land geboren zijn of daar leven. Zij hebben de indruk dat men vanuit het buitenland over hen spreekt en schrijft

Er wordt ook wel gezegd dat de hereniging van Duisland in feite een annexatie door West-Duitsland was. Ik denk niet dat dat juist is, want de Oost-Duitsers hebben deze hereniging gewild. Bij de verkiezingen op 18 maart 1990 hebben ze in overgrote meerderheid gekozen voor partijen die zo snel mogelijk een monetaire unie wilden realiseren hetgeen drie maanden later ook gebeurde met het principe 1 mark (van Oost-Duitsland) tegen 1 Duitse mark (van West-Duitsland). De door Duits extreem-links gebezigde term « kolonialisme » is dan ook absurd gezien de vreedzame revolutie van 1989 -1990

Wanneer ik aan mijn contacten in het oosten van Duitsland vraag of het hun goed gaat, antwoorden ze voor 80 % met « ja ». Maar als ik hun vraag of het met het oosten van Duitsland goed gaat krijg ik voor 80 % « nee » te horen. Er is een enorm verschil tussen woorden en de realiteit, dat naar mijn overtuiging voortkomt uit het feit dat verreweg de meeste Duitsers in het oosten zich niet voorbereid hadden op de schok van de hereniging en dat zij geen enkel realistisch idee hadden van hetgeen deze hereniging aan tijd en inspanningen zou kosten

Het is bijzonder spijtig, ja onverantwoord dat kanselier Helmut Kohl in juli 1990 ter gelegenheid van de genoemde monetaire unie beloofde dat de hereniging de oude DDR « in een bloeiend landschap » zou veranderen. Het jaar daarop zei hij dat dat drie of vier jaar zou kosten… Dit soort verklaringen wekte natuurlijk eerst heel grote verwachtingen op om daarna pijnlijke desillusies te veroorzaken. Nu dertig jaar later is er al een lange weg afgelegd al blijven er duidelijke verschillen tussen het oosten en het westen van het land. Een voorbeeld: van de rond de 200 miljard euro die ieder jaar in Duitsland in de vorm van een erfenis wordt overgemaakt, gaat minder dan 2 % naar de in de nieuwe « Länder » woonachtige families: dertig jaar na de hereniging bevindt zich vrijwel het hele kapitaal van het land nog altijd in het Westen van Duitsland

Elk jaar schrijven ter gelegenheid van de verjaardag van de Duitse hereniging de media, ook buiten Duitsland, over de verschillen die er tussen het westen en oosten van Duitsland bestaan. Dat geeft het idee dat het grootste probleem van Duitsland nog atijd de breuk Oost-West is. Ik denk met 80 % van mijn contacten in Duitsland dat dat geen goede zaak is. Allereerst omdat het idee van één Oost -Duitsland niet meer dan een hersenschim is. Het geeft de illusie van een homogeniteit ten tijde van de DDR die in werkelijkheid nooit bestaan heeft. En ook niet omdat Duitsland en Europa voor veel belangrijker problemen staan zoals die van de mondialisering, de digitale revolutie, de klimaatopwarming, van het racisme en het seksisme. Dat lijkt mij heel wat fundamenteler dan ieder jaar weer door te gaan met het herkauwen van dezelfde oude debatten over het westen en het oosten van Duitsland die alleen ten onrechte de geesten kunnen verdelen waarbij de genoemde voor een ieder fundamentele problemen ondergesneeuwd dreigen te worden

 

Geschreven op 17 december 2020


 

Griekenland, Covid-19 en de Grieks-Orthodoxe kerk

Boordevolle kerken waar de getrouwen geen maskers dragen, de ikonen of de handen van de priesters kussen, priesters die tijdens de communie wijn laten drinken met het gebruik van één lepel voor iedereen, een kind dat de kist van een door het coronavirus overleden priester kust……Schokkende beelden bij de tweede golf van de pandemie van het Covid-19. Begin oktober had Griekenland slechts 89 patienten op de intensive care, terwijl op 21 november dit aantal de 500 gepasseerd was en er 108 doden waren te betreuren

Met de sinds 7 november ingevoerde tweede lockdown heeft de conservatieve regering van Kyriakos Mitsotakis alle religieuze bijeenkomsten verboden, maar de kerken blijven wel open voor het publiek voor individuele gebeden. Sinds de eerste in het voorjaar afgekondigde lockdown zijn veel priesters in opstand gekomen tegen hun religieuze hiërarchie die opriep de door de regering en de Wereldgezondheidsorganisatie afgekondigde maatregelen te volgen. Zij houden zich niet aan de anti-virusmaatregelen en ondersteunen tot op dit moment de bisschop Chrysostomos van Patras die verklaart, dat « zij die geloven in de heilige communie weten dat ze niets te vrezen hebben ». Er zijn zelfs priesters die beweren dat de wijn die tijdens de communie geschonken wordt, het virus doodt

Al met pasen werd de aartsbisschop Séraphim gearresteerd door de politie omdat hij de mis op Goede Vrijdag had opgedragen voor een volle kerk. In Korydallos, een voorstad van Athene werd gevochten door de politie tegen sympathisanten van de neo-nazipartij « Gouden Dageraad » die probeerden een paasprocessie te organiseren ondanks het verbod op massabijeenkomsten. Op 26 oktober, een paar dagen voordat de gezondheidstoestand in Griekenland verslechterde, werd de de schutspatroon van Thessaloniki, de heilige Dimitri, in deze tweede en door het coronavirus meest getroffen stad in het land met alle pracht en praal hulde gebracht, waarbij de anti-virusregels niet gerespecteerd werden. « Op het feest van de heilige Dimitri gingen hele menigten zonder maskers de kerken in Thessaloniki binnen en dat beloofde weinig goeds » laat mijn vriendin/schrijfster Lia Karavia mij weten. En inderdaad, twee weken later overleed een priester in Thessaloniki aan het Covid-19 na op de televisie gezegd te hebben dat de communie het virus niet kan overbrengen. Dat werd ook nog eens bevestigd door de aartsbisschop Ioannis van Lagkadas die aan dit feest had deelgenomen.

Volgens het dagblad To Vima werden een honderdtal priesters, psalmzangers, monniken en theologiestudenten besmet met het Covid-19. Het ministerie van binnenlandse zaken kreeg veel klachten binnen over het niet respecteren door geestelijken van door de regering bepaalde gezondheidsmaatregelen. In de sociale media en door de oppositie wordt het voortgaan met de communie zonder aanpassingen met kracht bekritiseerd. De leider van Syriza (radikaal links) en ex -premier Alexis Tsipras: « Geen restricties opleggen aan de kerk is anti-wetenschappelijk, uit de tijd en een gevaar voor de volksgezondheid ». De Grieks-Orthodoxe kerk heeft deze commentaren niet geapprecieerd en ze als « buitengewoon overdreven » beoordeeld. De Heilige Synode, de hoogste autoriteit van de Grieks-orthodoxe kerk heeft de « ironische commentaren » van sommige media over de communie veroordeeld « alsof zij het bewijs hebben van de oorzaken van de overdracht van de ziekte ». Maar zelfs binnen de kerk is er discussie over de kwestie van de communie. « De kerk in Griekenland duldt geen discussie waar er best oplossingen zijn te vinden. In de Verenigde Staten heeft de Grieks- Orthodoxe kerk maatregelen genomen. De getrouwen gaan ter communie maar gebruiken voor de wijn ieder hun eigen lepel. Het belangrijkste is niet hoe de communie te ontvangen, maar haar te kunnen ontvangen », wordt er gezegd. In Roemenië heeft de orthodoxe kerk ook soortgelijke maatregelen getroffen

De Heilige Synode heeft er bij de regering op aangedrongen dat religieuze diensten gedurende de kerstdagen toegestaan worden. Premier Kyriakos Mitsotakis: « Dat hangt af van het gedrag van ons allemaal »

Het religieus fundamentalisme dat het geloof boven alles en de wet stelt, neemt overal toe en dat is een griezelige zaak.

 

Geschreven op 30 november 2020


 

Verkiezingen in Roemenië: een frisse wind

De algemene verkiezingen die zondag 6 december in Roemenië plaats vonden, hebben weliswaar geen grote menigten op de been gebracht, maar wel gezorgd voor een overwinning van een verjongd en pro-Europees centrum rechts. De Nationale liberale Partij (PNL) kreeg 25,4% van de stemmen achter de 30% van de uitgebrachte stemmen op haar belangrijkste rivaal: de Sociaal-Democratische Partij (PSD): de opvolger van de vroegere Roemeense Communistische Partij. Maar de liberalen beschouwen zich toch als de grote winnaars van de verkiezingen want met de jonge partij: de « Unie Red Roemenië » (USR-PLUS) die 14,8% van de stemmen kreeg kan naar alle waarschijnlijkheid een centrum-rechtse regering gevormd worden

De USR-PLUS is een kleine politieke formatie afkomstig uit het verenigingsleven dat heeft gestreden voor het behoud van Boekarest. De USR heeft zich versterkt na in 2019 een verbond gesloten te hebben met een andere jonge partij, de « partij van de vrijheid, de eenheid en solidariteit » (PLUS) geleid door de vroegere commissaris van landbouw, Dacian Ciolos, chef van de groep « Renew Europe » in het Europese parlement. Bij het sluiten van de stembureaus zei hij: « Het wordt tijd dat Roemenië geregeerd gaat worden door competente en verantwoordelijke mensen ». En daar kan ik hem geen ongelijk in geven gezien de eeuwige corruptie en het machtsmisbruik van met name de vroegere communisten verenigd in de Sociaal-Democratische Partij. Daarover heb ik in het verleden heel wat afgeschreven

Na een bloedeloze electorale campagne wegens de pandemie van het Covid-19, bereikte het percentage kiezers dat deelnam aan de verkiezingen met moeite 31,8 %. Roemenië telt meer dan 515.000 door het coronavirus besmette personen en rond de 13.000 doden. Deze cijfers hebben de kiezers beslist ontmoedigd om naar de stembureaus te gaan. Daarbij komt ook nog het feest van St.Nicolaas op dezelfde dag die de Roemenen als gebruikelijk in familiekring doorbrengen en nu zeker ver van de stembureaus

De toekomstige regering zal naar mijn vaste overtuiging uit liberalen verbonden met de jonge partij USR-PLUS bestaan. De Roemeense liberale president Klaus Iohannis die de toekomstige eerste minister benoemt: « De sociaal-Democratische Partij is altijd een obstakel geweest voor de modernisering van Roemenië. De algemene verkiezingen van 6 december hebben aan deze nachtmerrie een einde gemaakt »

Achter dit politieke spel gaat het om de bestemming van de Europese fondsen die Roemenië 80 miljard euro in het kader van het Europese herstelplan toe kent: een opsteker voor het moderniseren van een totaal verouderde infrastructuur en de digitalisering van een door en door corrupte administratie. « Wij gaan een regeringscoalitie aan het werk zetten die openstaat voor alle pro- Europeanen en aanhangers van de NAVO die de burger respecteren, » aldus de huidige liberale premier Ludovic Orban

« Ik wacht op het aftreden van Orban, want dat is wat de Roemenen via hun stem hebben gevraagd » reageerde de chef van de Sociaal-Democratische Partij Marcel Ciolacu. Twee andere partijen hebben de kiezersgrens van 5 % overschreden om het parlement binnen te treden: het Verbond van de Roemeense Eenheid (AUR) met 9%, een nationalistische partij die dichtbij de orthodoxe kerk staat en de Democratische Unie van de Magyaren (= Hongaren), de UDRM, met 6% die bereid is met de PLN in een coalitie te stappen. Maar ik kan mij met de beste wil van de wereld niet voorstellen dat de liberalen van de PLN opnieuw met de Sociaal-Democratische Partij en met bovengenoemde partijen een coalitie gaat vormen

Het Roemeense politieke landschap verfrist met de verschijning van een jonge generatie die besloten heeft de bladzijde van het verleden om te draaien. De USR-PLUS- vertegenwoordigers hebben een totaal ander profiel dan de politici die behoren tot de grote partijen, de erfgenamen van de post-communistische transitie, te weten de sociaal-democraten en de liberalen. De meesten van hun hebben in West-Europa gestudeerd en zijn voorzien van diploma’s van de grootste Franse, Engelse en Amerikaanse universiteiten. « Ieder jaar vertrekken 8000 tot 10000 Roemeense studenten naar het Westen om daar aan de beste Westerse universiteiten te studeren » zegt Bogdan Kochesch die verantwoordeljk is voor het project Educativa inzake de mobiliteit van studenten

Dank zij het Europese programma Erasmus hebben de Roemenen niet alleen de gelegenheid gehad om in het Westen te studeren, maar ook om kennis te maken met de Westerse cultuur en levenswijze. In de steek gelaten door een Roemeense politieke klasse die niet meer aan hun verwachtingen voldoet, hebben zij besloten de politiek in te gaan. Hun beweging is nu de derde politieke kracht in Roemenië. Dacian Ciolos: « Het resultaat van deze verkiezingen maakt duidelijk dat wij deel uit gaan maken van de toekomstige coalitie. En wij hebben een heel duidelijk doel: het moderniseren van Roemenië »

Met dank aan onze Roemeense vriendin Ramona voor deze gegevens en contacten hoop ik met haar dat er nu met USR-PLUS eindelijk een einde komt aan een totaal verrot Roemeens politiek systeem grotendeels beheerst door de corrupte Sociaal-Democratische Partij die niets te maken heeft met de Westerse sociaal-democratie maar alles met de vroegere Roemeense Communistische Partij van de dictator Ceausescu

 

Geschreven op 13 december 2020