Covid-19 en schooluitval in Afrika

Civis Mundi Digitaal #109

door Jan de Boer

De jeugd is ook in de westerse landen een slachtoffer van de pandemie, maar dat is niets vergeleken met wat de jeugd in Afrika ondergaat.

Begin 2020 gingen ze elke dag naar school. Sinds de pandemie werken velen op de velden, zijn het arme straatverkopers geworden of veel te jonge echtgenotes… Het is een van de drama’s van de gezondheidscrisis in de ontwikkelingslanden. En dat in het bijzonder in Afrika, het armste continent op onze planeet, waar de sluiting van scholen, zelfs tijdelijk, blijvende sporen nalaat en soms de toekomst van de allerjongsten bezegelt.

« De landen waar het risico van het niet meer naar school gaan het hoogst is, is in de landen waar de kinderen een laag taalvermogen hebben, » liet Unesco in een op 26 maart gepubliceerd rapport weten om te waarschuwen voor het risico van een « catastrofe voor een hele generatie ». Dat is het geval in Afrika ten zuiden van de Sahara, waar slechts één op de vijf kinderen op de lagere school kon lezen voordat het virus arriveerde, aldus de Unesco. Het opschorten van de lessen was erg ongelijk op het continent. Landen als Benin en Madagaskar sloten hun scholen gedurende hoogstens zes weken, tegen 46 weken in Angola. In Ghana en Kenia heeft geen enkele school kinderen gezien tussen maart 2020 en januari 2021, dat wil zeggen rond de 10 maanden. In Nairobi, de hoofdstad van Kenia, worden de scholen van lager en voorgezet onderwijs opnieuw gesloten nu er een nieuwe epidemische golf aankomt. In totaal zijn 250 miljoen leerlingen ten zuiden van de Sahara bij deze schoolsluitingen betrokken.

Je kunt moeilijk de Afrikaanse landen beschuldigen die deze drastische maatregelen hebben getroffen. Er zijn heel wat redenen die hen daartoe dwongen: de angst voor het virus dat met ongekende snelheid hun grenzen overschreed, de geringe kwaliteit van de lokale gezondheidssystemen, de onmogelijkheid om gezondheidsprotocollen te installeren in de overbevolkte klassen in scholen die vaak geen hygiënische basisvoorzieningen hebben. Op een continent waar het onderwijs voor iedereen recenter en minder geslaagd is dan elders, zijn de consequenties daarvan niet misselijk. Onderwijs op afstand is een onmogelijke onderneming. Natuurlijk kun je blij verrast zijn met de jongeren die in Sierra Leone op een op zonne-energie functionerende radio uitgezonden les volgen, of leerlingen in Kameroen in virtuele onderwijsruimten, georganiseerd via WhatsApp. Maar deze voorbeelden geven niet de moeilijkheid of zelfs onmogelijkheid weer om op deze manier onderwijs te geven in landen waar de toegang tot internet en het gebruik van (niet aanwezige) elektriciteit een blijvend tekort vertoont. Bovendien kunnen de volwassenen binnen families de school veelal ook niet vervangen: volgens Unicef kan één op de drie volwassenen in de landen ten zuiden van de Sahara niet lezen en/of schrijven.

Het risico dat het onderwijs niet meer als een prioriteit gezien wordt nu het economisch overleven op het spel staat, is meer dan levensgroot. Het is de grote uitdaging voor het Afrikaanse continent, dat in 2020 zijn eerste economische recessie sinds een kwart eeuw meemaakte. De Afrikaanse Ontwikkelingsbank schat dat nog eens 30 miljoen extra inwoners van het continent door de pandemie in extreme armoede terecht gekomen zijn. In de kwetsbaarste huishoudens moeten de jongeren op alle manieren helpen om de dagelijks eindjes aan elkaar te knopen om te kunnen overleven.

De meisjes zijn daarvan het eerste slachtoffer. De voorafgaande Ebola-epidemie in West-Afrika (2014-2015) spreekt boekdelen. Op het einde van deze epidemie, waarin ook de scholen gesloten werden, registreerde Sierra Leone een verdubbeling van zwangerschappen bij adolescenten. De talrijke jonge moeders konden nooit meer naar school terugkeren. Op dit moment zijn er wat dat betreft nog geen statistieken, maar NGO’s zeggen dezelfde tendens bij deze pandemie te zien, en dat in veel meer landen dan tijdens de regionale Ebola-epidemie.

Deze schooluitval moet niet te licht opgevat worden. De economische theorie heeft duidelijk aangetoond hoe belangrijk onderwijs is als motor voor economische groei en ontwikkeling. De Wereldbank heeft berekend dat een onderbreking van studie van verscheidene maanden repercussies heeft voor inkomens gedurende een heel leven. Het onderwijssysteem vereist langdurige investeringen, en de verleiding is in een economische recessie groot om deze tot uit te stellen. Maar toch moet scholing en onderwijs nu meer dan ooit de grote prioriteit van de Afrikaanse landen zijn. De rijke westerse landen moeten, ook voor hun eigen bestwil, de Afrikaanse landen via de organisaties van de Verenigde Naties en NGO’s steun verlenen.

 

Geschreven op 13 april 2021