Europa

Civis Mundi Digitaal #115

door Jan de Boer

De dag waarop Rome door vluchtelingen werd ingenomen
Een kleine regionale ecologische ramp in Zuid-Frankrijk
De aanhangers van de theorie van de 'great replacement'
Antisemitisme in Europa
Een Belgisch koloniaal drama
De hysterie over massale immigratie in Frankrijk: een analyse

De dag waarop Rome door vluchtelingen werd ingenomen

 

In het jaar 376 vonden duizenden door de Hunnen opgejaagde Goten een toevlucht in het Oost-Romeinse imperium. Slecht behandeld kwamen ze in opstand en versloegen op 9 augustus 378 het Romeinse leger. Deze Romeinse nederlaang is vandaag de dag het referentiekader van de over het algemeen (ultra) extreem-rechtse tegenstanders van de komst van migranten in hun land.

 

« In de lente van 376 arriveerde een delegatie van de West-Goten uit het gebied van de monding van de Donau in de Zwarte Zee en presenteerde zich aan het keizerlijke hof van het Oost-Romeinse Imperium in Antiochië in Syrië. De Germanen vertelden dat een wilde horde uit Centraal-Azië, de Hunnen, de Oost-Goten ten noorden van de Zwarte Zee had overwonnen en nu de West-Goten met hetzelfde lot dreigden. De West-Goten vluchtten tot aan de noordelijke oever van de Donau en vroegen nu om als vreedzame vluchtelingen in het Imperium welkom te worden geheten ». Zo begint een lang op 20 januari 2016 gepubliceerd artikel met als titel « Het einde van de oude orde » in de Frankfurter Algemeine Zeitung. De schrijver: de emiritus hoogleraar geschiedenis oudheid vrije universiteit Berlijn, Alexander Demandt, auteur van ondermeer « Der Fall Roms » (1984) met een inventarisatie van alle theorieën in de loop der eeuwen om de neergang van het Romeinse Imperium te verklaren. Alexander Demandt vond maar liefst 210 verklaringen… Twee en dertig jaar na deze histeriografisch panorama toonde Alexander Demandt welk standpunt hijzelf innam. Groot bewonderaar van de Duitse filosoof Oaswald Spengler (1880 – 1936) schrijver van het beroemde essai « Der Untergang des Abendlandes », liet hij weten dat de oorzaak van de neergang van Rome een naam had: de massale immigratie in de vierde en vijfde eeuw. Hieronder zijn uitleg.

 

Een onomkeerbare beweging

In 376 klopten dus de door de Hunnen opgejaagde West-Goten aan de deur van het Imperium. Aan het hof waren er die de West-Goten niet wilden toelaten, maar zij waren in de minderheid tegenover de anderen die in deze migranten welkome huursoldaten zagen en verder mogelijke nuttige bijdragen konden leveren. Zonder nog rekening te houden met de keizer die « uit christelijke naastenliefde niet alleen moest denken aan het welzijn van de Romeinen, maar hulp moest bieden aan hun die dat nodig hadden ». De beslissing werd aldus genomen: « De grenzen werden geopend, de Goten stroomden toe. De Romeinse administratie probeerde de binnenkomers te tellen, maar de toevloed was zo massaal dat deze actie totaal mislukte ».

Volgens Alexander Demandt werd deze beslissing gevolgd door een onomkeerbare beweging. Weldra, aldus de historicus, « begonnen de Goten te plunderen en gewelddadigheden waren aan de orde van de dag ». Twee jaar later op 9 augustus 378 werd het Romeinse leger bij Andrinopolis verslagen waarbij de keizer van het Oost-Romeinse imperium op het slagveld de dood vond. De ineenstorting van het imperium was begonnen. « Ondanks dat bleef de grens bij de Donau open. (…) In 406 was die van de Rijn ook niet waterdicht. De migratie van volkeren kwam op gang en eindigde niet eerder dan in 568 met de komst van de Lombarden in Italië ». Na deze korte opsomming van feiten, geeft Alexander Demandt zijn lezing van de gebeurtenissen. Sinds zijn stichting, zegt hij, heeft « Rome zich altijd open gesteld voor vreemdelingen ». Maar « hoe meer zijn economie bloeide, hoe meer zij de Barbaren aantrok, met name de kinderrijke arme, oorlogszuchtige en zwervende Germaanse stammen ». Gedurende verscheidene eeuwen, zo verzekert de historicus, was de druk goed te verdragen. « De Romeinen probeerden het probleem met de vreemdelingen op een homeopathische wijze te regelen door met name de Germanen tegen elkaar op te zetten. (…) En het gebruik van huursoldaten was economisch gezien een voordelige zaak en de Germanen die liever bloed deden vloeien dan hun zweet, vonden hun plaats in het Romeinse leger ».

Terugkijkend, zo observeert Alexander Demandt, heeft deze politiek het graf gegraven voor het Imperium. « Men zou kunnen geloven dat de naturalisatie van vreemdelingen hun integratie tot gevolg heeft zoals dat gedurende drie eeuwen het geval was.Maar hoe groter het aantal Germanen was, hoe meer zij ook belangrijke posten bekleedden en dat maakte alles er niet eenvoudiger op. Jaloezie en wrok staken de kop op. De bebaarde Germanen met hun lange broeken en bontvellen hielden vast hun schilderachtige kleding (..) Zij werden het doelwit van xenofobe geschriften en moordaanslagen, maar men kon zich niet van hun ontdoen omdat zij de beste contingenten voor het leger leverden. De regering verloor de contrôle over de provincies en de Staat had niet langer het monopolie op geweld.

Aan het einde van dit verhaal stelt Alexander Demandt zich de vraag die hem al tientallen jaren bezig houdt: waarom is het Romeinse Imperium ineen gestort? Zijn antwoord: « Men moet er een vorm van decadentie zien, die van een maatschappij met een comfortable voorspoed, waarvan de leden een aangenaam bestaan genoten, maar die geen middelen meer had om zich te verzetten tegen de energieke horden Germanen die uit noodzaak de grenzen overschreden. Een beperkt aantal migranten zou zich kunnen integreren, maar als zij een kritische massa overschrijden en zich in onafhankelijke groepen organiseren, nemen zij de macht in handen en verdwijnt de oude orde ».

De Frankfurter Algemeine Zeitung deed dit artikel vergezellen met een kort interview met de schrijver, die volledig de overeenkomsten in tijd van het Rome van gisteren en het Duitsland van nu, slechts zes maanden na de historische beslissing van Angela Merkel de grenzen niet te sluiten voor de honderdduizenden vluchtelingen uit het oorlogvoerende Midden-Oosten die hun toevlucht in Europa zochten. « Wir schaffen das » bevestigde Angela Merkel op 31 augustus 2015. Alexander Demandt was bij het schrijven van dit artikel heel wat minder optimistisch. « Wat hebben we geleerd van de val van Rome? » vraagt hij zich af. « Dat wij moeten waken voor de consequenties op lange termijn van immigratie. Wij moeten de instroom beperken ». (Ik merk op dat de meerderheid van deze miljoen vluchtelingen in Duitsland hun plaats in het arbeidsproces heeft gevonden mee dank zij indrukwekkend integratie-programma en daardoor ook hun plaats in de Duitse samenleving heeft gevonden).

Het idee van de ineenstorting van het Romeinse rijk door naïveteit en humanitaire gevoelens is verre van origineel net als de analogie tussen de huidige migraties en de grote invasies in het verleden waarvan identitair rechts zich meester heeft gemaakt. Het is in mijn ogen overigens meer dan verbazingwekkend dit verhaal terug te vinden bij een Duitse historicus. De geschiedschrijving van Noord-Europa heeft sinds eeuwen altijd gesproken van « migraties » in plaats van « invasies » en deze verplaatsingen als positieve gebeurtenissen beschouwd. Ik denk dat Alexander Demandt bij het schrijven van zijn radikaal pessimistische tekst meer de schokkende beelden van de in het najaar 2015 in Duitsland aangekomen vluchtelingen voor ogen had dan zijn eigen beschrijving van de gebeurtenissen in de jaren 376- 378.

Heeft de pessimistische Alexander Demandt het gelijk aan zijn kant als hij zijn versie van de gebeurtenissen in de jaren 376 -378 beschrijft en vergelijkt met de huidige migratieproblemen in Europa? Het is meer dan interessant om de dramatische gebeurtenissen die geleid hebben tot de ramp bij Andrinopolis,waarvan de Italiaanse historicus Alessandro Barbero in een magistrale samenvatting (« Le Jour des Barbares », Flammarion 2006) zegt dat de gevolgen daarvan te vergelijken zijn met Waterloo of Stalingrad, door een tijdgenoot te leren kennen.

En wie kunnen we daarvoor beter nemen dan de historicus Ammien Marcellin (330 (Antiochië) – 395 (Rome) die in zijn » Res Gestae » een onmisbare getuigenis geeft over het functioneren van het Imperium in de vierde eeuw. Natuurlijk heeft ook hij zijn voorkeuren. Terughoudend wat betreft het christendom dat overal triomfeert, verbergt hij zijn verering niet voor de Keizer Julianus die tijdens zijn korte regering (361-363 probeerde de cultus van de oude goden weer leven in te blazen. Zeer vijandig tegenover de Barbaren - hij kwalificeerde de Gotische vluchtelingen als « wild gepeupel », was hij ook weinig gecharmeerd van de keizerlijke functionarissen. We kunnen hem als een neutrale, een relatief eerlijke bron beschouwen.

In 376 begonnen zich dus duizenden vrouwen en mannen zich op te hopen op de noordelijke oever van de Donau, die de grens was tussen het Romeinse Imperium en de Barbaarse gebieden. In deze regio waren fortificaties overbodig, de rivier was meer dan een kilometer breed en er waren geen bruggen. Men kon dus niet zomaar de rivier oversteken. Op de noordelijke oever hoopten niet alleen duizenden gewapende mannen zich op, maar was het een heel volk met vrouwen, kinderen en grijsaards, die maar één doel hadden: ontsnappen aan de Hunnen, het nomadenvolk uit Centraal -Azië, die de omgeving van de Zwarte Zee verwoestte. De inlichtingen die het keizerlijke hof bereikten logen er niet om: bloedbaden, verwoeste velden, in woestijn veranderde gronden… Dit wanhopige volk kon nergens meer heen, Rome was hun enige hoop. Een bericht werd gezonden aan de Oost-Romeinse keizer Valens Augustus om hem te bewegen hun in zijn Imperium toe te laten. Uiteindelijk accepteerde hij dat en besloot een gigantische humanitaire operatie op touw te zeten: het over de rivier brengen van de vluchtelingen om ze zo in veiligheid te brengen en hun vervolgens naar dunbevolkte delen van het Imperium te brengen en daar grond ter beschikking te stellen. Ammien Marcellin verbergt zijn verbittering niet als hij vertelt over de gepleegde inspanningen om deze ongelukkigen over de rivier te transporteren, die uiteindelijk zo’n harde slag aan het Imperium toebrachten.

Het merendeel van deze vluchtelingen beleed het arianisme, een tijdens het Concilie van Nicea (325) als ketters veroordeelde christelijke doctrine maar die ook door Valens Augustus beleden werd. Was zo de « christelijke naastenliefde » het enige motief voor zijn keus om deze vluchtelingen welkom te heten? Voor de Italiaanse historicus Alessandro Barbero en anderen waren deze religieuze rechtvaardigingen – zelfs als Valens Augustus echt getroffen was door het lot van de Goten - vooral retorische redenen. In de praktijk waren de verhoudingen tussen Rome en de Barbaren niet veranderd en bleven voor alles gegrond op een onverbiddelijk pragmatisme. Alessandro Barbero laat weten dat dezelfde Valens Augustus in 369 verscheidene uiterst moorddadige straf-expedities leidde en de akkoorden tussen het Imperium en de Goten die uit de tijd van Constantijn de Grote stamden,verbrak, hetgeen zo’n ellende veroorzaakte dat duizenden Barbaren zich als slaaf verkochten om niet van honger dood te gaan. In die tijd vertelde de groootgrondbezitter en toekomstige bisschop Sunesius, dat « Iedere familie die over een minimum van welvaart beschikt, een gotische slaaf heeft ».

De keizer die vond dat hij over universele macht beschikte, vond het logisch dat men zich aan hem onderwierp. Overigens - en dat is ongetwijfeld de reden van Valens Augustus om zijn grenzen te openen – mankeerde het aan menskracht: tot aan de industriële revolutie was menskracht de rijkdom van een Staat. Het Imperium kende een demografische crisis. Landbouwgrond ontbrak niet en de Goten waren van oudsher goede kolonisatoren. Bovendien had het Imperium de gewoonte om buiten zijn grenzen soldaten te werven die de defensie tegen de dreiging van de Perzen kon versterken. De komst van de vluchtelingen kwam dus precies op het goede moment. Bleef dus over een plaats voor het oversteken van de rivier en de registratie van de vluchtelingen te vinden. En daar begon het drama. De nieuwe grensopening trok nog veel meer vluchtelingen aan en het was onmogelijk om iedereen te registreren. De Romeinen sloten de nieuwe oversteekplaats maar dat verhinderde de toename van vluchtelingen niet. Op de zuidelijke Romeinse oever ontstond een groot vluchtelingenkamp, terwijl aan de andere kant het aantal vluchtelingen steeds toenam. De corrupte keizerlijke functionarissen hadden al snel in de gaten hoe zij voordeel uit deze situatie konden halen. Zij hongerden letterlijk de vluchtelingen op de zuidelijke Romeinse oever uit en verkochten hun vervolgens voedsel voor ongekende woekerprijzen en wel in die mate dat veel Goten hun kinderen als slaaf verkochten om maar iets te eten te krijgen.

 

Fatale hoogmoed

De situatie werd explosief, de wrok van de vluchtelingen bereikte een hoogtepunt en de Romeinen beseften dat zij in aantal te gering waren in geval van een opstand. En die kwam dan ook onder muren van de stad Marcianopolis (het huidige Bulgaarse Devnya). Een zekere Fritigern leidde de opstand. Het Romeinse leger was niet in staat de orde te herstellen en zo verwoestten de opstandige Goten de velden in Thracië en terroriseerden de Balkans. Ze kregen versterking van niet alleen andere groepen Barbaren die daarvan profiteerden om de grenzen over te steken, maar ook van deserteurs uit het Romeinse leger en van slaven die hun vrijheid hernamen. Bij iedere overwinning op de Romeinen versterkte het leger van de Goten zich met deserteurs en Romeinse uitrustingen.

Tegenover deze steeds groter wordende bedreiging moest Valens Augustus zich wel ter plaatse tonen nadat hij eerst bliksemsnel een wapenstilstand met de Perzen had gesloten die hem ook in staat stelde zijn troepen bij de grens met Mesopotamië terug te halen. Hij had eerst gedacht om ter versterking van zijn leger dat van de Keizer van het West-Romeinse deel van het Imperium, zijn neef Gratien, erbij te vragen. Maar hij wilde het prestige van de overwinning niet met zijn neef delen: zeker van zijn superioriteit besloot hij niet te wachten en de Goten aan te vallen. En deze hoogmoed kwam hem duur te staan.

De twee legers stonden vlakbij Andrinopolis op 9 augustus 378 tegenover elkaar. De troepen van Fritigern bestonden uit Gotische strijders met Romeinse wapens, bevrijde slaven en deserteurs uit heel het Imperium. Het leger van de keizer telde zonder twijfel hele bataljons Germaanse huursoldaten. Aan het einde van de dag werden de Romeinse troepen weggevaagd met name door de superioriteit van de cavalerie van het leger van Fritigern. Volgens de kronieken waren er tussen de 15.000 en 20.000 doden waaronder ook de keizer zelf. Valens Augustus is niet de eerste keizer die op het slagveld stierf, maar de nederlaag werd als een catastrofe beleefd in de hele Romeinse wereld. Maar toch stortte het Imperium niet in. De Goten van Fritigern hadden geen verdere strategie en waren ook niet in staat een belegering van bijvoorbeeld Constantinopel te organiseren. De opvolger van Valens Augustus, Theodosius, slaagde er in beetje bij beetje de situatie te herstellen. In 382 stond hij toe dat de Goten zich in de provincie Mesie bij de Donau installeerden en gaf hun het statuut van « bondgenoten », hetgeen ongeveer Valens Augustus hun in 376 wilde toevertrouwen. De retor Themistius applaudisseerde zonder enige reserve bij deze beslissing: « De filantropie heeft de verwoesting overwonnen. Zou het beter zijn geweest Thracië te vullen met kadavers dan met boeren? ».

Vervolgens besloot Theodosius de Germaanse Barbaren massaal in het Romeinse leger te integreren om zo weer een leger op te bouwen dat zich verdedigen kon. Deze operatie had een dubbel effect: de uitbreiding van het leger en de bevrijding van het Imperium van zijn roerige buren. Binnen twintig jaar werd wat een uitzondering was: geromaniseerde generaals uit de Barbaarse volkeren, de norm. De Italiaanse historicus Alessandro Barbero: « Het thema van de Barbaar die zijn bontmantel afwerpt en zich naar behoren kleedt, gehoorzaamt aan bevelen en respecteert discipline, is een dankbaar onderwerp bij de schrijvers ten tijde van Theodosius ». Maar deze beschrijvingen moeten we niet te letterlijk nemen: « Wij gaan door met hun Goten te noemen, omdat wij nog meer dan de « ouden » geobsedeerd zijn door de etnische identiteit. Maar in werkelijkheid romaniseerden of vergrieksten de Goten snel », vervolgt de Italiaanse historicus.

Dit proces ging gepaard met grote debatten over de oprechtheid van de integratie van de Barbaren binnen het Imperium rond de vierde eeuw. De bisschop Synesius beschrijft, zonder hem te noemen, het vreemde gedrag van een geromaniseerde leider van de Barbaren - zonder twijfel Alaric - die voor het naar binnengaan van de Senaat, zich ontdeed van zijn bontvellen en zich kleedde in een toga om met de magistraten te discussiëren, maar direct na het verlaten van het gebouw zich weer hulde in zijn dierenvellen… Hoe beter de synthese die zich realiseerde te beschrijven? Alessandro Barbero: « Niet één van deze identiteiten was onoprecht. Zij waren allebei waar ».

Uiteindelijk heeft het Imperium resoluut de weg van de integratie gekozen (zoals Duitsland destijds bij de komst van een miljoen vluchtelingen uit het Midden-Oosten) Deze beslissing kan vervolgens bediscussieerd worden, maar niets bewijst op dit moment dat de Romeinen echt een andere keus had kunnen maken.

Waar met de klimaatopwarming er een stroom van honderden miljoenen klimaatvluchtelingen op gang doet komen – overigens lang niet al deze vluchtelingen zullen naar Europa verhuizen - en het onmogelijk zal blijken te zijn het verouderende Europa in een afgesloten fort te veranderen, kunnen we uit bovenstaand verhaal opmaken dat de enige keus bij de onherroepelijke komst van deze vluchtelingen de weg van integratie is, zoals Duitsland dat met zijn vluchtelingen op een opmerkelijke manier in 2015 heeft gedaan.

 

Geschreven in oktober 2021

 

 

Een kleine regionale ecologische ramp in Zuid-Frankrijk

 

Waar mondiaal gereisd en handel gedreven wordt, reizen ziekten en niet-inheemse planten en dieren mee, die hele ecosystemen en de biodiversiteit kunnen vernietigen. Dit op grote en kleinere schaal.            

Dit artikeltje is gewijd aan de ecologische ramp die de binnenmeren langs de Middellandse Zeekust van de departementen Aude en Pyrénées Orientales treft. Geen enkele vis meer, zelfs geen paling, met name in het binnenmeer van Canet-Saint-Nazaire, alles wordt aangevallen door een zeer te vrezen binnenvaller die alles vreet wat zijn machtige scharen kunnen bemachtigen. De « Collinectes sapidus »,een exotische krab, vervolgt zijn veroveringstocht in de Mediterrane binnenmeren. Sinds vier jaar is deze blauwe krab het zwarte schaap van de kleine vissers die een ecologische ramp zien gebeuren veroorzaakt door deze uit Amerika afkomstig Atilla. Deze gespierde Terminator is en wordt bestudeerd door een wetenschappelijke expert van het Middellandse Zee -laboratorium in Banyuls en zijn conclusies zijn alarmerend. Het aanpassingsvermogen van deze blauwe uitheemse krab is ongedacht en er blijft vandaag de dag maar één middel over om zijn veroveringstocht te beheersen: zoveel mogelijk exemplaren uit het water te halen en daarbij de vissers schadeloos te stellen in de hoop te redden wat er nog te redden valt.

Ik sprak met twee vissers in het binnenmeer van Canet en de wetenschapper Pascal Romans in Banyuls. Hier hun verhaal.

Toen Yves Rougé en Jean-Claude Pons, vissers in het binnenmeer, de lagune van Canet de aanwezigheid van de blauwe krab signaleerden, twijfelde niemand eraan dat de lagune het toneel van moord en doodslag zou worden. De blauwe krab geeft inderdaad geen enkele kans aan andere waterdieren die zijn weg kruisen. Deze Attila, hierheen gekomen vanuit Amerika via de delta van de Spaanse rivier de Ebro, laat verwoesting en verarming van een milieu achter zich dat toch al zwaar beproefd wordt. Een ecologische waterplundering die alleen verminderd kan worden met weerstand van en een werkelijke steun aan de vissers met hun kleine bootjes. Omdat na onderzoek en onderzoek en nog eens onderzoek de pogingen met visfuiken, netten en andere vangkooien door de vissers geen oplossing bieden, kunnen de kleine ambachten het niet langer afwachten. Hun wanhoop is nog nooit zo groot geweest: « Wij zijn al de enige overlevenden van de visvangst en nu ook nog eens slachtoffers van de blauwe krab. Wij halen tonnen blauwe krabben uit het water om te proberen de lagune te redden. Het is een aktie voor publiek nut, die ons niet meer in staat stelt te leven van onze visvangst, wij werken voor niets, wij hebben nog nooit zo’n catastrofe meegemaakt. Hoeveel tijd is nog nodig om ons werkelijk te steunen? De lagune is niet meer dan een grote doodskist voor vissen en palingen, hun moordenaar is de blauwe krab ».

Pascal Romans bij wie de vissers goed gehoor vinden, is een expert van de blauwe krab. Met een student-stagiaire heeft hij testen gedaan die indrukwekkende kwaliteiten van de blauwe krab tonen: « Om te beginnen met de watertemperatuur weerstaat een volwassen krab temperaturen van 6 tot 30 graden. Wij hebben een jonge krab gedurende twee dagen in water van 2 graden geplaatst, eveneens in water van 37 graden en daar is hij in uitstekende vorm uitgekomen ». Ook wat de zoutgraad van het water onderscheidt de blauwe krab zich. Hij overleeft zout water waarin per liter 2 gram zout is opgelost, waarbij je moet weten dat de Middellandse Zee gemiddeld per liter 38 gram zout heeft! Gedurende een korte periode van hooguit 24 uur past hij zich ook aan zoet water aan. Zijn voedingsregime is omnivoor en opportunistisch. Hij kraakt met gemak de schelpen van mosselen en jonge oesters, hij eet algen, vissen, alle soorten gamba’s en zelfs kippenvlees. Het is een absolute kannibaal ». Pascal Romans vervolgt: « Het schijnt dat de inktvis zijn enige vijand is, maar daar zijn er maar weinig van in de lagune. We nemen er nu proeven mee ». En wat zijn aanpassingsmogelijkheden betreft, schijnt de blauwe krab over supermachten te beschikken: « Een heel jonge krab van 2 cm is in vier maanden tijd uitgegroeid tot 15 cm! ».

Voor Pascal Romans is er op dit moment geen oplossing voorhanden. « Wij kunnen op dit moment de krab niet uitroeien, wij moeten dus de soort goed controleren. De krab moet verjaagd worden en daarvoor moeten de vissers financieel gesteund worden ». De vissers Yves Rougé en Jean – Claude Pons zijn wanhopig door de massale invasie van de krabben in de laatste weken. Zij halen bij iedere visvangst een honderd kilo blauwe krabben uit hun lege netten, een drama voor deze mannen die slachtoffer zijn van deze ondergang van de biodiversiteit. « Er is geen enkele overlevende, zelfs de krabben van hier worden opgevreten door deze monsters. En dan praten we niet eens over vissen en palingen.Wij hebben deze invasie vier jaar eerder dan in de andere lagunes, maar er gebeurt niets. Het is de dood van de lagune, van onze levensbron. Wij zijn al vier jaar getuigen van deze invasie, wij hebben aan de alarmbel getrokken. Er moet dringend gehandeld worden en wij zijn de enigen die de strijd aan binden met ons enige wapen: visnetten. Dat levert ons niets op, wij kunnen er niet van leven, het is een complete ramp! ».

Waar de blauwe krab onverwoestbaar schijnt, hij heeft één zwakke plek: overheerlijk vlees. Maar tot op heden is er geen seizoen netwerk voor de commercialisering van de blauwe krab aan de kust van onze grote regio Occitanië. Dat in tegenstelling met Tunesië die deze goudmijn exploiteert. Er zijn een paar zeldzame restaurants met name in ons departement Aude die de blauwe krab op hun menu-lijst hebben staan, maar dat is natuurlijk totaal onvoldoende om de tonnen van de vissers te betalen.

In afwachting van noodzakelijke aktie die nog steeds maar niet plaats vindt, sterft de biodiversiteit van het binnenmeer van Canet door een woest leger van moordenaars met blauwe scharen bij mannelijke krabben en rode scharen bij vrouwelijke krabben. Een ondraaglijke realiteit voor beide vissers die uit wanhoop hun wapens dreigen neer te leggen als er niet heel gauw steun voor hun komt in deze ongekende strijd.

 

Geschreven in oktober 2021

 

 

De aanhangers van de theorie van de ’great replacement’

 

De aanhangers van de theorie van de « grand remplacement », die zich voeden met « de waanvoorstelling van een homogene maatschappij » bestemd om de van origine bloedzuivere Fransen te beschermen en om de verwoesting van de natie te voorkomen, zijn bereid tot het treffen van de meest vijandige maatregelen tegen mensenrechten en de Rechtsstaat.

De theorie van de « grand remplacement » heeft niets te maken met het begrip totalitair. Totalitarismen vegen de grond aan met het verleden om – een term gebruikt door de filosofe Hannah Arendt – de komst van de nieuwe mens, voorgesteld als de arbeider in het Stalinisme en als Ariër in het nazisme, te versnellen. Deze nieuwe mens is het eindresultaat van een politiek die tot elke prijs gevolgd moet worden. De « grand remplacement » daarentegen heeft als horizon het risico van de verwoesting van de natie dat met alle kracht bestreden moet worden om de van origine bloedzuivere Fransen en hun geïdealiseerd verleden te beschermen. De tegenstelling: een positieve toekomst en een negatief verleden in het eerste geval, een negatieve toekomst en een positief verleden in het tweede geval.

Het totalitarisme streeft met alle middelen naar een maatschappij met slechts één klasse in het stalinisme of met één ras in het nazisme. De aanhangers van de « grand remplacement » willen alles proberen om de door hun verwachte toekomst van Frankrijk in de jaren 2050-2060 – waar een van origine verschillende bevolking en de mohammedaanse religie de van oorsprong Franse en christelijke bevolking zou gaan domineren – alsook de daarop volgende burgeroorlog die zou eindigen met de instelling van een islamistisch emiraat, te vermijden. Zij willen dat alles er aan gedaan wordt om de autochtone bevolking te handhaven ja zelfs te isoleren. Zowel in het ene als in het andere geval heeft de aktie, dus de politiek, hetzelfde doel: de homogeniteit van de maatschappij. Dat manifesteert zich in drie essentiële karakteristieken van de « grand remplacement ».

Allereerst doet het er niet toe dat de toekomst een waanvoorstelling is, dat deze op geen enkel serieus gegeven berust, ja zelfs op foute cijfers. De « grand remplacement » is een geloofsovertuiging zonder enige inbreng van proefondervindelijke observaties zoals de maatschappij zonder klassen voor de stalinisten of de arische maatschappij voor de nazis. Feitelijke argumenten tellen niet. Na met haar bedreiging te hebben gezwaaid brengen haar aanhangers, om deze te ondersteunen, de enorme vruchtbaarheidsverschillen tussen immigranten en niet-immigranten naar voren alsook jaar na jaar een toenemend en nu al kolossaal aantal binnenkomende vreemdelingen. Het zijn natuurlijk de correct geobserveerde vruchtbaarheidsverschillen en de aantallen van de buitenlandse en Franse bevolking die via een projectie wel of niet de mogelijkheid van een « grand remplacement » zouden moeten kunnen aangeven en niet de beweringen uit de losse hand van de adepten van de « grand remplacement ». Een andere karakteristiek is de totale ontkenning van de gemengdheid van afkomsten, een gegeven net zo oud als onze soort gezien het feit dat in ons DNA sporen van het DNA van de Neanderthaler en van de Denisova-mens zijn gevonden. Door te weigeren gemengdheid onder ogen te zien, zijn de aanhangers van de « grand remplacement » verplicht de afstammelingen van een gemengde verbintenis onder te brengen bij of de oorspronkelijke bevolking of bij de bevolking die de oorspronkelijke bevolking wil vervangen. In het algemeen zijn zij van oordeel dat elke persoon die al verscheidene generaties geleden een vreemd voorgeslacht heeft, deel uit maakt van de binnendringende bevolking. Men kan overigens door projectie berekenen, dat zelfs met deze extreme definitie de vervangende bevolking in geen geval in de meerderheid zal zijn voor 2150 of 2200.

De door de adepten van de « grand remplacement » beweerde homogeniteit van de vervangende bevolking is ook totaal onjuist. De bevolking van Frankrijk is wat betreft afkomst zeer verschillend en die van de immigranten nog meer. Volgens de laatste statistieken komt 25% van de aanwezige immigranten uit de Europese Unie, 7% uit andere Europese landen, 29% uit de Magreb (Noord-Afrika), 18% uit de ten zuiden van de Sahara gelegen landen, 14% uit Azië waarvan 4% uit Turkije en 6% uit Latijs-Amerika.

Vanaf het moment dat men de geloofsakte van de « grand remplacement » en ook de verdraaiing van de daardoor veroorzaakte realiteit onderschrijft, is men van mening dat alle middelen legitiem zijn om de natie van haar ondergang te redden, zoals ook alle middelen goed waren voor de Sovjet-aanhangers en de nazis voor hun doeleinden.Om deze zelfde reden treden de aanhangers van de « grand remplacement » niet in detail wat de maatregelen betreft die zij zouden willen doorvoeren. Met de handen vrij zouden zij om hun doel te bereiken heel concreet handelen. Dat zou kunnen zijn door het terugsturen van de immigranten en hun nageslacht naar hun land van herkomst, door de volledige sluiting van grenzen, door een sterke aanmoediging van geboorten door met name de toegang van vrouwen tot betaald werk te beperken zodat zij kinderen kunnen krijgen en opvoeden, door zich meester te maken van de media, door het buiten de wet stellen van kritische organisaties… Denkt de Nederlandse Thierry Baudet ook in deze richting?

Hoe meer het te bereiken doel een waanvoorstelling is, hoe meer de maatregelen om dit te bereiken pragmatisch en zonder enig mededogen zullen zijn. Ik herinner mijn lezers aan de « eindoplossing » voor het uitroeien van alle joden, gecodificeerd op de conferentie van Wannsee in 1942, terwijl zij al sinds 1933 vervolgd werden,. Hetzelfde geldt voor de « koelaks », rijke boeren, die eerst geloof hadden gehecht aan de nieuwe economische politiek van Lenin en die vervolgens werden uitgehongerd, doodgeschoten of door Stalin naar de goelag werden gedeporteerd.

De realiteit van concrete maatregelen is net zo gewelddadig, onvoorspelbaar en onmenselijk als de irrealiteit van het te bereiken doel groot is. Wat dat betreft schijnen de aanhangers van de theorie van de « grand rassemblement » het spoor van de totalitarismen van de laatste eeuw te volgen door hun geloof in een waanvoorstelling met alle mogelijke maatregelen, zelfs de meest de mensenrechten en de Rechtsstaat aantastende maatregelen, om zo – denken zij – het door hun gestelde doel te bereiken.

De Franse Eric Zemmour droomt van een land dat in de ruimte en in de tijd stilstaat met één gezicht – bij voorkeur het zijne- met een oplage van miljoenen exemplaren. Historisch heet dat fascisme of stalinisme, psychologisch heet dat obsessief narcisme of paranoïde hysterie. In goed Frans heet dat de dood…

 

Geschreven in oktober 2021

 

 

Antisemitisme in Europa

 

In de landen van de Europese Unie zijn er nog altijd allerlei vormen van antisemitisme. De landen van het vroegere communistische Oostblok blijven gemarkeerd door de traditionele vooroordelen tegen joden. De burgers van West-Europa zijn meer geneigd om de politiek van Israël tegen de Palestijnen aan de kaak te stellen. Dat zijn enkele van de conclusies van een onderzoek op verzoek van de « Action and Protection League » (APL). De APL is een partnerorganisatie van de in Parijs zetelende « Association juive européenne » (EJA), waarvan de leiders zich op 12 en 13 oktober hebben verenigd voor een ontmoeting in Brussel met parlementariërs, diplomaten en Europese leiders.

Dit onderzoek, gedurende twee jaar in 16 Europese landen uitgevoerd door IPSOS, bevestigt het voortbestaan van veel stereotypen ten aanzien van de joodse gemeenschappen in Europa, die volgens schattingen 1,5 miljoen personen vertegenwoordigen. Globaal gezien zijn de auteurs van de studie van mening dat 12% van de Europeanen « sterk » antisemitisch is en 8% « gematigd » antisemitisch. Maar liefst 21% van de ondervraagde Europeanen gaat « akkoord (7%) of « tamelijk akkoord » (14%) met het idee dat geheime joodse netwerken het economische en politieke leven in de wereld beïnvloeden. Het meest overtuigd daarvan zijn de Grieken (58%) en de Hongaren (39%).

Europees gezien zijn Griekenland en Roemenië de twee landen die hun antisemitische meningen het sterkst uiten, ongeacht in welke vorm: een totale verwerping op grond van de religie, gevoed door de politiek, gemarkeerd door complotdenken of gevoed door holocaustontkenning. Meer dan een derde van de Grieken en de Polen is van oordeel dat joden niet in hun samenleving kunnen integreren, tegen 17% op Europees niveau. Het idee dat men « joden moet wantrouwen » wordt sterk of tamelijk sterk gedeeld door 48% van de Grieken, 41% van de Polen, en 39% van de Hongaren. Daartegenover staat dat slechts 4% van de Nederlanders en 2% van de Zweden dit idee aanhangen. Religieus gezien meent 39% van de Grieken en 30% van de Roemenen nog altijd dat de joden « het volk van godsmoordenaars » zijn, verantwoordelijk voor de dood van Jezus.

Volgens het onderzoek zijn de revisionistische visies vooral aanwezig in het Oosten van Europa en in Frankrijk: 24% van de Roemenen, 23% van de Grieken, 21% van de Hongaren, maar ook 20% van de Polen en de Fransen zijn van mening dat het aantal joodse slachtoffers van de Shoah heel wat lager is dan de officiële cijfers. Het gemiddelde percentage dat deze mening deelt in de 16 landen is 11%.

Wat betreft de plicht om de Shoah nooit te vergeten zijn het vooral de Oostenrijkers en de Duitsers die van mening zijn dat er na 80 jaar minder over de Shoah gesproken moet worden. Daarentegen zijn ongeveer acht op de tien personen in Frankrijk, Zweden en Nederland van oordeel dat het belangrijk is de herinnering aan deze vervolgingen te bewaren.

De Israëlische politiek jegens de Palestijnen verklaart voor veel Europeanen « de haat tegen joden »: 27% is het hiermee eens, een cijfer dat in Frankrijk en Oostenrijk stijgt tot 37%, en tot 32% in Nederland en Slowakije. Er is ook een duidelijke scheiding wat betreft het niveau van « sympathie voor joden »: de inwoners van Engeland, Nederland, Duitsland en Frankrijk zijn massaal van mening dat Europa de joodse cultuur en religie moet beschermen. Polen daarentegen die « sympathie » voor Israël tonen (79%) hebben dat veel minder voor de joden (36%).

De Europese Commissie, die regelmatig voor deze kwesties wordt geïnterpelleerd, heeft op 5 oktober voor het eerst haar strategie voor de komende tien jaar in de strijd tegen het antisemitisme bekendgemaakt. De Commissie heeft zich gecommitteerd om een Europees netwerk van experts te ondersteunen om de verwijdering van haatverklaringen op internet te benadrukken en te helpen. Daarnaast zal de Commissie in 2022 aan het Europese Parlement voorstellen om voor 24 miljoen euro de veiligheid van synagogen te financieren. Door te onderstrepen dat een op de twintig Europeanen nog nooit iets heeft gehoord over de Shoah heeft de Commissie ook toegezegd om de aanleg te ondersteunen van een netwerk van gedenkplaatsen over de vervolging van joden gedurende de Tweede Wereldoorlog.

Je mag toch hopen dat eindelijk eens een einde komt aan dit waanzinnige antisemitisme, dat ook iets zegt over het beschavingsniveau van de betreffende landen.

 

Geschreven in oktober 2021

 

 

Een Belgisch koloniaal drama

 

Mocht men niet weten hoe onmenselijk wreed het er in de Belgisch Congo toeging (afgehakte handen en ledematen van de autochtone bevolking waren aan de orde van de dag) - eerst privébezit van de Belgische koning Leopold 11, vanaf 1908 tot 1960 toen Congo een zelfstandige Staat werd een Belgische kolonie - lees in dat geval één van de boeken van Jef Geeraerts of Gerard Walschap over dit onderwerp. Ik beperk mij hier tot het schandalige lot van de « métisses », de vrouwelijke kleurlingen en het proces dat een paar van deze vrouwen tegen de Belgische Staat hebben aangespannen en dat op dit moment speelt.

Op 14 oktober deden vijf van deze vrouwelijke kleurlingen een volgende stap in hun strijd tegen de Belgische regering in de hoop dat een burgelijke rechtbank zal erkennen dat de Belgische Staat schuldig is door misdaden tegen de menselijkheid door hun van hun moeders te scheiden en daarbij te verklaren dat hun vader onbekend was om ze vervolgens alles te onthouden met inbegrip van een werkelijke identiteit en een nationaliteit. De koloniale wet, niet geschreven maar sinds het begin van de twintigste eeuw toegepast, verbood in principe aan de blanken van de Congo, Ruanda en Burundi een kind te hebben bij een zwarte vrouw op straffe van uitzetting.

« God heeft de blanke en zwarte mensen geschapen, de duivel schiep de kleurlingen »: dat is één van de dingen die deze vrouwen hebben begrepen toen zij jonge kinderen waren en beschouwd werden als een toekomstig gevaar voor de koloniale macht, het blanke ras en de sociale vrede. Net als andere kinderen werden ze geplaatst in Belgische religieuze inrichtingen in Congo om, zoals men zei, hun « het lot van negers » te besparen.

Deze vijf kleine meisjes werden naar Katende gestuurd op honderden kilometers van hun geboorteplaats. Nauwelijks gevoed, verstoken van zeep en toiletpapier, zonder dekens en schoenen, waren ze ook goedkope werkkrachten voor de religieuzen belast met hun kerstening Zij werden vervolgens letterlijk in de steek gelaten op het moment van de onafhankelijkheid van het land in 1960: de strijdkrachten van de Verenigde Naties arriveerden bij hun instituut maar evacueerden slechts de Belgische priesters en nonnen. De vijf kleine meisjes bleven daar met nog tientallen andere kinderen en moesten zich maar zien te redden in de wildernis om te overleven. Totdat de rebellerende soldaten kwamen en hun verkrachtten. Kleurlingen waren in Congo ook het doelwit van vijandigheden door de negerbevolking.

Met had de kleine meisjes ook geleerd dat de Belgischje Staat hun echte « papa » en de koningin hun echte « peettante » was. Toen ze in de jaren 1970 in België arriveerden, schreven zij een brief aan koningin Fabiola, echtgenote van Koning Boudewijn. De diensten van het koninklijke paleis antwoordden hun dat zij zich in moesten schrijven bij de diensten van sociale hulp. Wat betreft « papa » werd hun via de advocaten van de Staat bewijzen gevraagd dat de Belgische Staat fouten had gemaakt of misdaden had gepleegd. De verdedigers van de Belgische Staat zeiden dat de regels en de praktijken van vroeger niet gezien konden worden in het licht van de gevoeligheden van nu… De Belgische Staat weigerde overigens de advocaten van de klaagsters de toegang tot de archieven uit die tijd. Eén van de « meisjes », de aanklaagsters, keerde terug naar Katende en vond daar nog een paar documenten die bewezen dat de ontvoering en de plaatsing van de kinderen zorgvuldig waren georganiseerd en dat de Staat de kloosters betaalde voor de kinderen die daar geplaatst werden.

De klaagsters kunnen er ook opwijzen dat de argumenten van de advocaten van de Staat tegengesproken werden door een eerste minister. In 2019 wees mevrouw Michèle Hirsch, één van de advocaten van de klaagsters erop, dat Charles Michel, die nu voorzitter is van de Europese Raad, officieel zijn excuses van de politieke autoriteiten heeft aangeboden voor de onrechtvaardigheden die de kleurlingen hebben moeten ondergaan. Hij sprak van een « gerichte scheiding », van « geforceerde ontvoeringen » en een « systeem » in die tijd in strijd met fundamentele rechten.

Mevrouw Hirsch: « Het gaat er nu om deze feiten te kwalificeren zowel als misdaden tegen de menselijkheid als fouten die de Belgische Staat nu moet herstellen ». Met haar mede-advocaten eisen zij de toekenning van een voorlopige schadeloosstelling van 50.000 euro voor ieder van de klaagsters en de aanwijzing van een expert belast met de evaluatie van de morele schade die de klaagsters hebben ondergaan.

Sinds enige jaren hebben parlementariërs van het land de regering verzocht om het probleem van herstelbetalingen toe te kennen aan ontvoerde kinderen en aan hun Afrikaanse moeders helder te krijgen. Zonder twijfel beducht voor de omvang van mogelijke schadeloosstellingen, heeft de regering het debat hierover bevroren. Tot grote woede van de vijf klaagsters die terecht zeggen dat de erkenning van hetgeen zij hebben moeten ondergaan, niet afgedaan kan worden met alleen officiële verontschuldigingen.

Hoeveel « métisses » zouden in de directe toekomst een schadeloossstelling kunnen eisen, is totaal onbekend omdat er geen officiële geboortestatistieken uit de koloniale periode bestaan. Maar ervaringen ook uit koloniale periodes van andere landen wijzen uit dat hier het om duizenden « métisses » kan gaan. De wellust van mannelijke kolonisten kende veelal geen grens…

De Belgische katholieke kerk hult zich in afwachting van de uitslag van het proces in Brussel in grote zwijgzaamheid over deze zwarte episode in haar geschiedenis. Sinds een jaar is een parlementaire commissie belast met de evaluatie van de rol en de impact van België in zijn vroegere Afrikaanse koloniën. Haar werk kost veel tijd en de uitkomst ervan zal zeker niet voor 2022 bekend zijn. De hoop van hun die door de oudere Belgen « mulâtres » worden genoemd - een van het Spaans afkomstige term die bastaard beduidt, een gekruist dier geboren uit een paard en een ezel – is dat al deze kinderen van door iedereen vergeten gemengde koppels, door de commisie in ieder geval symbolisch gerechtigheid wordt gedaan.

 

Geschreven in oktober 2021

 

 

De hysterie over massale immigratie in Frankrijk: een analyse

 

Nu in het begin van de campagne voor de presidentsverkiezingen in april 2022 geven de woordvoerders van rechts en extreem-rechts het gevoel dat het land open staat voor iedereen, dat het overspoeld wordt door hele migrantenstromen waartegen niemand wat doet. De rechtse presidentskandidaten: Valérie Précresse wil de « ongecontroleerde immigratie een halt toe roepen » en is van oordeel dat er « teveel immigranten in Frankrijk » zijn; Michel Barnier verdedigt het idee van een « moratorium »; Xavier Bertrand wil dat « wij onze migratie-politiek weer in eigen hand nemen ». De extreem-rechtse Marine le Pen heeft aangekondigd de Fransen een « compleet plan voor de beheersing van de immigratie aan te bieden », dus 0-immigratie. Behalve dat zij op het algemene sentiment van een groot deel van de Fransen inspelen, is er ook de vrees voor de populariteit van de ultra-extreem- rechtse en identitaire Eric Zemour die eigenlijk alle niet van origine blanke Fransen – dat wil zeggen van Fransen die in ieder geval in de afgelopen drie generaties een niet-Franse blanke voorvader hebben - het land wil uitzetten.

Is Frankrijk werkelijk op dit punt overspoeld? Frankrijk heeft vandaag de dag 6,8 miljoen immigranten op 67,3 miljoen inwoners oftewel 10,2% van de bevolking inbegrepen de naar schatting 300.000 illegale migranten. Deze immigranten zijjn volgens de definitie van de Insée, het nationaal instituut van statistiek, in het buitenland geboren personen; 36% van hun hebben de Franse nationaliteit verkregen. In 2020 vertegenwoordigden zij 12,7% van de bevolking. In zijn boek « Parlons immigration en 30 questions » (La Documentation française) laat François Héran zien dat dit percentage heel wat lager is dan in de Golfstaten (70%) maar veel hoger dan in de demografische reuzen zoals China, India of Brazilië (nog geen 1%) Hij schrijft: « Het is onmogelijk een optimale hoeveelheid immigranten voor een land vast te stellen, dat concept is niet wetenschappelijk maar politiek ».

Men kan evenwel onderstrepen dat het aandeel immigranten in Frankrijk lager is dan het gemiddelde in de landen van de OECD (13,6%) en landen als Spanje (13,3%), Nederland (13,5%), Engeland (13,7%), Duitsland (16,2%), België (17,3%) of Canada (20,3%). Kwantitatief staat Frankrijk dicht bij Letland en Italië. Jean-Christophe Dumont, chef van de divisie internationale migraties van de OECD: « Er heerst vrijwel overal een waandenkbeeld inzake de belangrijkheid van immigratie. Die illusie is recentelijk versterkt onder invloed van humanitaire crises, familie-immigratie en werk, maar de aantallen zijn het resultaat van binnenkomende immigranten in de vorige decennia en de immigratie was zeer beperkt in de jaren 1980 tot 2010 ». Hillel Rapoport, professor Economische Hogeschool Parijs, onderstreept dat: « Frankrijk is één van de meest « malthusiaanse » landen temidden van de landen van de OECD » in haar « Repenser l’immigration en France. Un point de vue économique » (Rue d’Ulm, 2018).

Is Frankrijk dus niet dat grote land van immigratie zoals geschreven en van de daken geschreeuwd wordt? Mijn contact François Héran: « Frankrijk is het oudste immigratieland van Europa ». Frankrijk heeft als gevolg van een teruggang van het geboortecijfer, van oorlogen en een gebrek aan menskracht migranten laten komen vanaf de negentiende eeuw, eerst vanuit Europa later uit de Magreb. Maar met de crisis van de jaren 1970 werd de deur voor werkzoekende immigranten gesloten.

Een rapport van het onderzoekerscollectief « Désinfox-Migrations » herinnert eraan dat het land zich verre heeft gehouden van belangrijke gebeurtenissen: de uitbreiding in 2004 naar Oost-Europa die belangrijke migratie op titel van « vrij verkeer van personen en goederen » tot gevolg had; de economische crisis van 2008 die de behoefte aan menskracht deed verminderen en de « migratiecrisis » van 2014 die zich slechts laat vertaalde in asielaanvragen en dan ook in veel mindere mate dan bijvoorbeeld in Duitsland.

De immigratie blijft in Frankrijk gedomineerd door familiemotieven. In 2019 zijn zo meer dan 90.000 verblijfsvergunningen aan niet – Europese buitenlanders uitgegeven, dat wil zeggen bijna éénderde van alle uitgegeven verblijfsvergunningen. Voor de helft betreft het partners van Fransen. Het belangrijkste van de resterende stromen migranten  zijn studenten (90.000), migrerende personen uit economische overwegingen (39.000) of uit humanitaire overwegingen (37.000) voornamelijk vluchtelingen. « Als men zich interesseert voor immigratie met een permanent karakter, moet men de seizoenarbeiders en de studenten weglaten en de 78.400 Europeanen die zich duurzaam in Frankrijk gevestigd hebben erbij voegen. Zo komen we op 292.000 personen in 2019 oftewel op minder dan 0,5% van de bevolking » preciseert Jean-Christophe Dumont.

Frankrijk wordt dus beslist niet overspoeld, zelfs niet als de immigratie toeneemt door gemengde huwelijken van Fransen, door de mondialisering van hogere studies, door de toename van gewilde economische immigratie gericht op zeer gekwalificeerde profielen of asielaanvragen. Tendenzen waar de politiek weinig greep op heeft. François Héran zegt mij dat de aangenomen zeven wetten in vijftien jaar daar nauwelijks iets aan veranderd hebben met name omdat het asielrecht en het recht om een familieleven te hebben door de Grondwet beschermd zijn. Extreem-rechts wil wat dat betreft de Grondwet wijzigen…

« Dit alles spreekt het idee tegen dat men iedereen verhindert om naar Frankrijk te komen, maar daar zijn de politieke toespraken vandaag de dag ook niet opgericht. Er is een enorme verandering in de samenstelling van de bevolking gelieerd aan immigratie uit het verleden, die men ten onrechte gelijkstelt met een als een nu geimmigreerde bevolking met name als deze van oorsprong niet- Europees is, maar die in werkelijkheid bestaat uit afstammelingen van immigranten met name uit de Magreb: vroegere koloniën.Voor een niet gering deel zijn deze niet (goed) geïntegreerd, voelen zich geen Fransman, grotendeels te wijten aan het rigide onderwijsstelsel en het niet -hebben van het recht op anders-zijn, dat in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Bretons (inwoners van Bretagne) of « Occitaniërs » met eigen scholen: de « calandreta’s », die hun eigenheid hebben kunnen bewaren maar zich ter dege wel Fransman voelen. Frankrijk heeft hier heel veel schade te repareren.

 

Geschreven in oktober 2021