Een dystopische wereld: van bedenksel tot werkelijkheid van nu?
Deel 2: Een oud en een jong verhaal met een epidemie

Civis Mundi Digitaal #116

door Maarten Rutgers

In het eerste deel van deze serie artikelen in CM 115[1] werd aandacht besteed aan het genre utopie en dystopie in hun vele facetten in de literatuur. In dit deel aandacht voor een van de allereerste als dystopisch te beschouwen teksten[2]. We hebben het hier over De Republiek van het Zuiderkruis. Een artikel uit de speciale uitgave van de Noord-Europese Avondbode van de Russische auteur Valeri Brjussoff (1873-1924) uit 1905. In deze korte novelle uit het begin van de twintigste eeuw gaat het om een bijzondere epidemie. De eerste vertaling verscheen in het Duits in 1908. Pas later, in 2018, verscheen een Engelse vertaling. Dit heeft er bijna zeker toe geleid dat in de Verenigde Staten het boek The Iron Heel (1908)[3] van Jack London (1876-1916), een indertijd bekende Amerikaanse auteur, als de eerste dystopische roman te boek staat. London was een onstuimig levende auteur, die prima kon leven van zijn goed verkopende romans.

Enkele woorden over het boek. The Iron Heel verhaalt van de angst voor een socialistische staat bij de het bedrijfsleven. Zij vormen derhalve een vrijwel dictatoriale staat, waarin een kleine groep monopolisten en veelverdieners op een harde manier de dienst uitmaken; daarbij boeren en arbeiders in de industrie min of meer tot slaven te maken, vandaar de titel van het boek. De weerstand ertegen, de revolte, komt vanuit een socialistisch perspectief. Hier knoopt hij aan bij een soortgelijke poging in Rusland in 1905. London was ervan overtuigd dat de samenleving een socialistische maatschappij moest worden.

Opmerkelijk voor die tijd is dat het perspectief van het verhaal verteld wordt in de ik-vorm door een vrouw, terwijl de auteur een man is. Het boek is geen groot succes geworden. Nog tijdens zijn leven krijg hij verwijten dat hij delen van zijn verhaal ontleend zou hebben aan geschriften van anderen. Ook zou hij slecht begrepen hebben wat het socialisme inhield. Het dystopische karakter hangt vooral samen met de maatschappij waarin het verhaal zich afspeelt, de repressie, de revolte en ermee samenhangende fenomenen. Technologische ontwikkelingen spelen geen rol. Het wordt ook wel als sociale science-fiction gezien. 

 

quiziet.com 

In Engeland wordt The Machine Stops[4] (De machine staat stil) van E.M. Forster (1879-1970) uit 1909 als het eerste dystopische verhaal gezien. Forster is vooral bekend om zijn romans A Room with a view, Kamer met uitzicht (1908) en Passage to India, Overtocht naar India (1924). In een van de volgende delen van de serie kom ik op het verhaal terug. Het zit in contrast met The Iron Heel vol technologische ontwikkelingen.

In dit deel komt een recente Nederlandse dystopische roman met moderne trekken, klimaatproblematiek, een virusepidemie en de heftige gevolgen ervan, Leegland van Marjan Brouwers, aan de orde. Het zijn twee totaal verschillende verhalen, meer dan een eeuw na elkaar geschreven. Het gemeenschappelijke is dat een epidemie een rol speelt. In het eerste verhaal staan de epidemie en de gevolgen centraal. In het tweede boek is de epidemie als zodanig meer op de achtergrond. 

Dystopie in Rusland

De Republiek van het Zuiderkruis wordt niet alleen als het startpunt van de dystopische literatuur in het algemeen gezien, maar vooral ook van die in Rusland. In een van de volgende artikelen komen we Wij van Zamjatin tegen, ook een betrekkelijk vroege dystopie, in 1921 voltooid en toen onder vrienden als manuscript verspreid. De Engelse vertaling verscheen in 1924. In Rusland verscheen het pas in 1989. Na Brjussoffs verhaal duurt het langere tijd voordat er weer volop dystopische geschriften in Rusland verschijnen. Pas in de tachtiger jaren toen de moderniseringen van Michail Gorbatsjov begonnen en uiteindelijk het uiteenvallen van de Sovjet-Unie plaatsvond.

“Russische schrijvers hielden zich bezig met een toenemende openlijke aanval op de mythologie van het Socialistische utopia”, aldus Sofya Khagi[5], docente Slavische talen en literatuur aan de Universiteit van Michigan. Dystopische geschriften zijn er ook volop rond de eeuwwisseling. Viktor Pelevin (1962) is een hier te lande vrijwel onbekende Russische schrijver, van wie ook nauwelijks privégegevens beschikbaar zijn. Hij publiceert vrijwel ieder jaar een boek. Tot nu toe zijn slechts drie werken in het Nederlands vertaald.

Interessant is dat hij de stap maakt om dystopieën te schrijven waarin het kapitalisme in zijn extreme vorm, in de vorm van consumptiekapitalisme, aangestuurd door middel van marketingtechnieken, mediatechnologie en andere reclamevormen, de belangrijkste rol speelt. Khagi beschrijft dat Pelevin laat zien dat “hoe meer de samenleving technologisch ontwikkeld wordt, des te meer de morele achteruitgang van haar bevolking opvalt.” Alle waarden verworden tot financiële waarden, alles is te koop: “hetgeen het meest geheiligd en verheven is, wordt voor de hoogste prijs verkocht, omdat er nadien niets meer te verkopen zal zijn.” Zijn hoofdrolspeler in Generation P rebelleert niet meer, maar gaat onder in het geweld van de mediamacht. Pelevins beschrijving van de samenleving zullen we in een iets andere vorm later nog zien terugkeren bij de in Nederland weinig bekende Franse essayist, schrijver en filosoof, Philippe Muray.

Maar nu eerst Brjussofs novelle die verhaalt over een ziekelijke aandoening waarbij verspreiding van een virus of bacterie geen rol speelt.

De Republiek van het Zuiderkruis. Een artikel uit de speciale uitgave van de Noord-Europese Avondbode 

Deze novelle[6] van Valeri Brjussoff verscheen in een mede door de auteur opgericht literair en kunstkritisch tijdschrift Vesy (Balans) in Moskou in 1905. Brjussoff, nu volledig vergeten, publiceerde meerdere verhalen, gedichten en romans; de meeste verschenen eerst in Vesy. Zijn indertijd meest bekende, maar intussen toch vergeten roman, is De vurige engel. De opera met dezelfde naam van Prokofiev die erop gebaseerd is, kent een beperkt succes. Valeri Brjussoff speelde in de literaire wereld aan het begin van de twintigste eeuw in Rusland een beduidende rol. Hij is duidelijk beïnvloed door het in Frankrijk ontstane symbolisme (zie ook Piet Ransijn in CM 113[7]) en daarbinnen door Paul Verlaine (1844-1896), van wie hij ook werk in het Russisch vertaalde.

Het symbolisme als kunstuiting is ons veelal meer bekend uit de schilderkunst met kunstenaars als Odile Redon (1840-1916), Arnold Böcklin (1827-1901) en de Nederlander Jan Toorop (1858-1928) om slechts enkele te noemen. Brjussoff wordt wel als aanvoerder van de Russische symbolistische schrijvers gezien. De Britse journalist, publicist en essayist Stephen Graham (1884-1975) schrijft over hem in de inleiding bij de Engelse vertaling van de bundel waarin De Republiek van het Zuiderkruis is opgenomen, dat “hij wel een schepper van bronzen zinnen wordt genoemd”, zo mooi schrijft hij. En verder lopen werkelijkheid en onwerkelijkheid in zijn verhalen in elkaar over en zijn niet altijd duidelijk gescheiden.

Veel van Brjussoffs korte verhalen hebben een science-fiction-achtige inhoud. De Republiek van het Zuiderkruis wordt regelmatig ook als zodanig gezien, niet geheel ten onrechte, maar vaker wordt de nadruk op het dystopische karakter gelegd.

Brjussoff kiest ervoor het verhaal in de novelle op te tekenen als ware het een artikel in een speciale uitgave van het “Noord-Europees Avondblad”. Dit maakt het meer een soort tijdschrift- of krantenartikel, een reportage, maar dan wel een behoorlijk lang artikel. Ingo Börner[8] wijst er in zijn masterscriptie filosofie op dat het belangwekkend is, dat het gepubliceerd werd in het eerste nummer van Vesy dat niet meer geheel aan kunstkritische artikelen gewijd was, maar ook belletrie bevatte. De vorm van de novelle zou de overgang naar deze andere inhoud van het tijdschrift benadrukken.

Het artikel beschrijft de gebeurtenissen in De Republiek van het Zuiderkruis, met name die in de hoofdstad Sterrenstad, vanuit het blikveld van de buitenstaander. Het gaat om hetgeen uit de Republiek doordringt in andere landen, waarbij het niet altijd duidelijk is wat juist en wat onjuist is in de berichtgeving. Voor zover mogelijk probeert de journalist die het artikel schrijft, de werkelijkheid op het spoor te komen. In ieder geval gaat het over de “afschuwelijke ramp” die het land getroffen heeft. Een ramp waarbij bijna alle inwoners “door een psychische stoornis getroffen werden”. 

De Republiek

Brjussoff wijdt in het begin uit over de republiek, gelegen in het Zuidpoolgebied. Het kent een grote welvaart doordat er metaal gedolven wordt. Het doet soms even denken aan beschrijvingen van Jules Verne. Sterrenstad (звездный город of Zvedny gorod), exact op de Zuidpool gelegen en grotendeels bewoond door “arbeiders, die hun tijd uitgediend hadden”, maar ook de andere steden, zijn afgeschermd van de buitenwereld; klimaat heeft geen invloed binnen de ondoorzichtige stolp die over de stad staat. Grote ventilatoren zorgen voor frisse lucht. De stad wordt elektrisch verwarmd en verlicht. De huizen zijn uniform en zonder vensters, met binnen elektrische verlichting. In het centrum van Sterrenstad, precies op de Zuidpool staat het stadhuis, van waaruit alle wegen naar het noorden wijzen. De verbinding tussen de steden verloopt via elektrisch aangedreven hangende treinen. Ook de havens van het land blijven ijsvrij met behulp van elektriciteit. De gehele stad is voor alles afhankelijk van elektriciteit, iets wat in de tijd van de auteur nog onmogelijk was. De beschrijving maakt begrijpelijk dat de novelle wel als science-fiction wordt gezien.

De handel met het buitenland levert de inkomsten van de Republiek. Het is een bijzondere samenleving, waarin de staat veel tot zijn taak rekent, zoals bijvoorbeeld opvoeding en onderwijs. Iedereen leeft volledig verzorgd van de wieg tot het graf en dat in behoorlijke luxe. Het bestel ziet er democratisch uit: “De constitutie van de republiek scheen bij oppervlakkige beschouwing een volledige volksregering te belichamen.” Alle medewerkers van de staalindustrie, een kleine twee-derde van de bevolking, zijn stemgerechtigd. “Deze fabrieken zijn staatseigendom.” De stemgerechtigden kiezen een Wetgevende Kamer, die slechts beperkte bevoegdheid heeft.

De werkelijke macht ligt bij de Raad waarin uitsluitend de directieleden van de staalindustrie gekozen kunnen worden. De laatsten hebben het dus voor het zeggen. “De Wetgevende Kamer voert in de praktijk alleen maar gehoorzaam uit wat de Raad wil. Deze macht kon de Raad alleen in handen houden door een meedogenloze regelgeving.” Hier wordt het gehele dagelijkse leven van de arbeiders bepaald. Veel is centraal vastgesteld en uniform, zoals de vorm van gebouwen, de kleding van arbeiders en hun maaltijden, die ook nog op dezelfde tijd genuttigd werden. Maar bij de inrichting van gebouwen en de kledingmode voor gepensioneerden zijn er vrijheden. Een vrije pers bestaat niet. Er is een avondklok. De geheime politie controleert alles en iedereen. Het lijkt veel op een communistische samenleving, die er overigens in Brjussoffs tijd nog niet was.

Of er een samenhang te vinden is tussen deze organisatie van de maatschappij en de plotseling opkomende epidemie die de samenleving opbreekt, wordt in de novelle als voer voor toekomstige historici beschouwd. 

‘Mania contradicens’

De eerste gevallen van de psychische ziekte treden, volgens Brjussoff, al jaren geïsoleerd op. Slechts psychiaters besteedden er aandacht aan. Men had de ziekte de prachtige naam ‘mania contradicens’, tegenstrijdigheidsziekte, gegeven, daar de lijders eraan bij voortduring datgene dat zij willen zeggen of doen niet zeiden of deden, maar integendeel het contraire naar voren brachten of uitvoerden. Het leidt tot grote verwarring, ook bij de patiënten zelf. Op enigerlei moment in een herfst begint in Sterrenstad het aantal lijders aan deze bizarre aandoening fors toe te nemen. Het duurt lang voor dit tot de bevolking doordringt. Het leidt uiteindelijk tot overvolle ziekenhuizen, waarbij tot overmaat van ramp ook verplegend personeel en artsen besmet raken. Het komt zover dat het niet meer mogelijk is betrouwbare gegevens over de uitbreiding van de ziekte in de stad te verkrijgen.

De toestand leidt ertoe dat er een grote trek de stad uit begint. Er wordt dan beweerd dat de achtergeblevenen allemaal besmet zijn en in mindere of meerdere mate ook ziek zijn. Anders bleef je immers niet in de stad. Het willen vluchten werd tot een manie bij deze manie. In de kranten wordt een aparte rubriek ingericht, de mania contradicens-rubriek. Hoe lijkt dit op de huidige toestand met Corona? Er worden alle mogelijke maatregelen getroffen. Na enkele grote incidenten wordt de roep om stevige maatregelen steeds groter.

Brjussoff wijdt ruim uit over wat er allemaal gebeurde. Er zijn rampen te melden door toedoen van zieken. Hij vertelt de nodige anekdotes. Het gaat echter langzaam van kwaad tot erger. Uiteindelijk functioneert niets meer in Sterrenstad. De chaos zegeviert. Niet onbelangrijk is dat hij een fenomeen beschrijft wat van alle tijden is. “Met verbazingwekkende snelheid trad bij iedereen het verdwijnen van een zedelijkheidsgevoel op. Iedere cultuur werd laagje voor laagje afgeworpen.” Kortom, er ontstond chaos, rechteloosheid, criminaliteit, promiscuïteit en nog meer.

De stad werd een groot krankzinnigengesticht, waarin steeds meer mensen omkwamen door eigen hand of die van anderen. Ook de voorzieningen werden ontoereikend om de overgebleven inwoners te verzorgen. Een grote sterfte trad in. Ook in de andere steden treedt de ziekte op, zij het in mindere mate, vooral beïnvloed door de mening dat verandering van verblijfplaats tot verbetering van de ziekte zou leiden. De manie die tot vertrek leidt is hier de oorzaak van de verspreiding van de aandoening.

De gehele wereld volgde de ontwikkelingen opmerkzaam tot het moment dat alle verbindingen met Sterrenstad verbroken zijn. Men weet niet meer wat er aan de hand is. Uiteindelijk lukte het een piloot de stad te bereiken om te constateren dat er vrijwel alleen maar lijken te vinden zijn. Hierna werd, na een grote opruimactie, geprobeerd de stad nieuw leven in te blazen.

Tot zover in het kort het verhaal van een bijzondere samenleving, die ten onder ging aan een nog meer bijzondere ziekte, die langzaam uitdooft. 

Ten slotte

Het verhaal speelt zich af in een onbestemde toekomst op een plek op aarde die niet snel extensief bewoond zal worden, de Zuidpool. De stad heeft de naam Sterrenstad, hoewel zij onder een ondoorzichtige stolp ligt met een kunstmatige atmosfeer en temperatuur, zodat er gewoond kan worden. Sterren zijn er echter niet te zien door deze stolp. Zo zijn er veel meer bewust aangebrachte ongerijmdheden in het verhaal. Het verbaast ook niet dat Rob Randall in zijn recensie[9] memoreert dat er, mede doordat het een typische symbolistische tekst is, velerlei interpretaties mogelijk zijn.

“In de onuitwisbare tegenstrijdigheid tussen de anarchistische en ook irrationeel individualistische eigenschappen van de mens en de onvermijdelijke totalitaire toestand van de als ideaal bedachte staat ligt volgens de symbolist Brjussoff het verderf.”. Dit “chaotische moment van de mens” treft ook de bevolking in een ideale staat en wijkt zelfs ternauwernood tijdelijk voor brute macht.

Er is, zo laat Börner zien, veel geschreven over Brjussoff en zijn werk. Ook de novelle is stevig onder de loep genomen, maar dit heeft niet tot een eenduidige typering geleid. Het is niet verwonderlijk dat het erop lijkt, dat het thema van de novelle als science-fiction geduid wordt. Ook de staat van de samenleving waarin vrijheid en individueel handelen niet getolereerd worden, is een belangrijk thema.

Er is duidelijk sprake van een dystopie in het artikel. Het ziek worden is bijkans de enige mogelijk om aan deze toestand te ontsnappen, waarbij de ziekte het symbool van verzet is en het individu, wakker geworden, uiteindelijk te gronde richt. Een ander element in de novelle is de verwording van de maatschappij, zodra de greep van de macht, hier dictatoriaal, doorbroken wordt. Het wordt een anarchistische chaos.

Leegland

Nu doen we een stap in een andere wereld. De navolgende roman is op en top Nederlands. De auteur komt uit Groningen. Het verhaal speelt in Nederland, althans wat er van over is na klimaatproblemen, oorlog en een virusepidemie.

In het eerste deel van deze serie artikelen werd al aandacht besteed aan de Nederlandse dystopische literatuur. Diverse boeken van Belcampo (H.P. Schönfeld Wichers (1902-1990)) werden daar onder de satires geschaard. In andere indelingen, minder uitvoerig van argumenten begeleid, worden ze ook wel tot de dystopieën gerekend. Naast de in Deel 1 genoemde geschriften zijn er nog meer te vinden, bijvoorbeeld Het reservaat (1964) van Ward Ruyslinck, pseudoniem van Raymond Charles Marie De Belser (1929-2014), een in zijn tijd zeer bekende en veel gelezen Vlaamse auteur[10], of Niemand houdt mij tegen (1991)[11] van Evert Hartman (1937-1994) en Overstroomd (2012)[12] van Eva Moraal (1982). In de laatste twee boeken zijn enige overeenkomsten te vinden met Leegland. Het zijn voorbeelden van ecologische dystopieën uit de hoek van de jeugd- en jongvolwassenenliteratuur, waarover later meer.

Leegland is van zeer recente datum, geschreven door Marjan Brouwers[13]. Het boek verscheen in 2020 en speelt in Nederland. De auteur was tot dan toe actief als schrijfster van columns, teksten en nog veel meer, zoals een roman samen met een andere auteur, of een boek in opdracht. Leegland is haar eerste roman en als zodanig haar debuut.

Leegland staat hierin voor dat deel van Nederland dat na een virusepidemie en andere rampen als een vrijheidsstaat geldt. Wellicht niet verwonderlijk is het gesitueerd ten noorden van Hoogeveen, en rond Groningen, de woon- en werkplek van de schrijfster. Er kunnen ook andere associaties met de naam en de plek bedacht worden.

Het is interessant in verband met de situering dat in Friesland, tussen Grou en Wartena, een gehucht en een straat werkelijk Leegland (Leechlân) heten. Terzijde zij opgemerkt dat veel zuidelijker, in België, in de buurt van Zuienkerke en Nieuwmunster, tussen Brugge en de kust, een café dezelfde naam draagt, namelijk Estaminet Leegland[14], ooit tot stand gekomen in het lege land aldaar.

 

Republiek Nieuw Nederland

De roman beschrijft het verhaal van Senna, Julius en Eva, levend in de Republiek Nieuw Nederland, een dictatuur. Veel blijft onbesproken, waardoor niet goed duidelijk is hoe deze nieuwe situatie is ontstaan. Er is in ieder geval sprake geweest van klimaatproblemen, resulterend in aardbevingen, overstromingen e.d. Een grote rol is weggelegd voor een viruspandemie die nog steeds woedt. De oorzaak ervan is duidelijk, een in het laboratorium tot stand gebracht virus, met de naam Vikingvirus, dat ontsnapt is. De hele bevolking slikt dagelijks virusremmers om in leven te blijven.

De samenleving is getekend door chaos, oorlog, door een militaire dictatuur, door verzetsdaden, door verraad, door nietsontziende repressie, met lijfstraffen als in vroegere tijden. Er wordt in een enkele ommuurde en bewaakte enclave geleefd door de elite. Nieuw Amersfoort is het centrum van de macht. Daarbuiten is het niet veilig, mensen lopen er in lompen, en zelfs erbinnen moet je oppassen en je aanpassen aan de heersende orde. Nutsvoorzieningen zijn spaarzaam en met horten en stoten aanwezig. Gemotoriseerd verkeer bestaat slechts bij de gratie van beperkte zonne-energie. Scheepsvaart is weer zeilvaart.

Hoe de wereld buiten dit Nederland eruitziet blijft vaag. Wel wordt over het vrije Groot-Scandinavië gesproken, natuurlijk alleen fluisterend en achter de hand. Maar ook over Leegland, ten noorden van de Republiek, waar het leven ook vrij zou zijn.

Het boek fascineert, maar leest meer als een jongensboek met beperkte diepgang dan als een grootse roman. Maar smaken verschillen en dus kan er ook anders over gedacht worden. 

Klimaatverandering, Vikingvirus en moreel verval

De Republiek Nieuw Nederland is ontstaan na klimaatrampen, hetgeen tot grote verwoestingen geleid heeft. Er blijft door de zeespiegelstijging vrijwel geen Nederland meer over. In de nieuwe republiek is het centrum Nieuw Amersfoort, liggend aan het water. Hier, in een ommuurde enclave, houdt de elite zich op, zich vastklampend aan de macht met behulp van stevige repressie en inzet van de geheime dienst. Amsterdam is een archipel geworden, waar de opstandelingen tegen het regiem zich ophouden onder leiding van een personage met de naam Scharlaken Slang. Schokland en Urk zijn weer eilanden geworden, waarbij Urk een soort vrijhavenstatus heeft. Talloze andere steden zijn (gedeeltelijk) onder water komen te staan en verwoest. Zwolle is nu Fort Zwolle, waar gevangenen worden vastgehouden en proeven met mensen worden gedaan. Nog wat noordelijker ligt een garnizoensplaats, Fort Kampen. In Leegland bestaat Groningen, wat hoger gelegen, nog, maar “bij hoogwater komt de Waddenzee tot aan de dijk rondom de binnenstad.” Om de stad liggen huizen op verhogingen. De terpen zijn weer in functie.

In het kader van het onderhavige artikel is het boeiend dat een in een laboratorium vervaardigd virus rondwaart met alle gevolgen van dien. De vader Walter van Julius en Eva heeft met andere onderzoekers een virus gemodificeerd, opdat daarmee Groot-Scandinavië waarmee de Republiek in oorlog is, aangevallen kan worden. Door een vergissing is het virus ontsnapt en heeft een pandemie in de Republiek veroorzaakt. De experimenten die nodig zijn om verder te komen, om tot immuniteit te komen, zijn en worden nog steeds door hem uitgevoerd. Hij is iemand die, zo wordt al lezend duidelijk, op geen enkele wijze remmingen vertoont bij zijn werk. Ethische overwegingen zijn hem vreemd. Dit blijkt des te nadrukkelijker wanneer zijn pogingen om de mensheid te redden van de pandemie tot wrede en onmenselijke handelingen door hem leiden. Vertwijfeld, maar hardvochtig en volstrekt gewetenloos probeert hij een oplossing te vinden. In het algemeen valt op te merken dat het thema viruspandemie nauwelijks verder uitgewerkt wordt.

Het derde opvallende is de terugval in moreel handelen en niet alleen bij de virusonderzoeker. Het is vrijwel voortdurend oorlog, ieder tegen ieder. De geheime dienst heeft overal ogen en oren. Een chaotische situatie waarin met harde hand geregeerd wordt en waarbij zeer wreed wordt opgetreden. Lijfstraffen, martelingen, concentratiekampachtige opvang en meer is aan de orde van de dag. 

Slot

De gebeurtenissen tuimelen over elkaar. Senna is gedeserteerd uit het leger en zoekt vluchtend naar een veilig oord. Na diverse verwikkelingen leidt ze een soort kinderkaravaan naar het noorden, richting Leegland. Ook Julius gaat mee. Eva heeft besloten achter te blijven. Uiteindelijk lukt het Senna via Orvelte het beloofde land te bereiken, Leegland, met een duidelijk herkenbare stad als centrum, Groningen, waar de ‘Olle Grieze’ nog fier overeind staat, ondanks alles wat zich heeft afgespeeld. Hier sterft Julius. Voor Senna ligt een nieuw avontuur in het verschiet.

Een mooie uitspraak uit het boek, gedaan door een Leeglander tegenover Senna: “Jullie zijn welkom in onze enclave. Bij ons is niemand de baas.” Grote verbazing! Er is immers een naam van een leider van Leegland in omloop in de Republiek Nieuw Nederland. De man vervolgt: “Hij is onze voorman, dat is waar, maar hij bepaalt niet wat we moeten doen. Dat doen we samen. Democratie noemden ze dat vroeger.” 

Ongelijksoortig en toch overeenkomsten

De novelle De Republiek van het Zuiderkruis en de roman Leegland zijn nogal verschillend. Ze bevatten alle twee meer dan voldoende kenmerken van een dystopie om als zodanig te boek te staan. In beide speelt een epidemie een rol. Ze zijn science-fiction-achtig en laten ons daarbij een totale dystopie zien. De novelle verhaalt van een epidemisch optredende merkwaardige en daarmee ook fantastische en dystopische ziekte in een voor ons verre van ideale wereld. Het toont wat er kan gebeuren als er volledige chaos en ontreddering ontstaan. Hoe het verhaal verder geduid moet worden is lastig vast te stellen. Het past bij de rond de toenmalige eeuwwisseling verschijnende utopische geschriften, waarin een socialistische, communistische samenlevingsstructuur het thema is.

In Brjussoffs verhaal is het collectivisme doorgeschoten en tot een soort communistische dictatuur geworden, hoewel ten tijde van het verschijnen nog geen communistische staat bestond. Wel heeft hij zijn kritische gedachten omtrent deze ontwikkeling in de novelle vervat. Opmerkelijk is dat Brjussoff na de werkelijke machtsovername door de communisten niet rebelleerde, maar zich voegde en zelfs een officiële positie verkreeg in het Ministerie van Cultuur.

In het tweede boek is er na klimaatproblemen, oorlog en een virale pandemie eveneens een totaal chaotische toestand. Het toont ons terugval in cultuur; we wanen ons ver terug in de tijd. Het laat zien wat er gebeurt wanneer een of meerdere personen de macht grijpen in een min of meer anarchistische samenleving. Het virus biedt hier een verhaallijn, die in verband gebracht kan worden met een epidemie in het verleden die nu redelijk onder controle is met virusremmers. Opvallend zijn de ethische vraagstukken rond het gedrag van de wetenschappelijk onderzoeker, die het virus vervaardigde en per ongeluk liet ontsnappen en nu probeert te redden wat er te redden valt en daarbij alle moraliteit verliest, voor zover hij deze al bezat. Het past in de verworden wereld die de Republiek Nieuw Nederland is. Er speelt nog meer aan andere zaken in dit ‘jongensboek’.

 

 

depositphotos.com

 

Dystopische ‘Young Adult’ literatuur

Internationaal wordt gesproken over hedendaagse Young Adult’ literatuur sinds het verschijnen van de zeven Harry Potter boeken (1997-2007) van J.K. Rowling (1965). Het is een eigen genre geworden[15] voor de leeftijdscategorie 12-30 jaar, een ruime tijdsspanne met dan ook geheel verschillende literatuur. Het lijkt erop dat ook vele volwassenen ouder dan dertig jaar graag deze boeken lezen. Over dystopische literatuur voor jongeren en jongvolwassenen is eveneens het een en ander geschreven. In dit genre verschijnen er vele boeken per jaar, vooral Engelstalig, maar ook vertaald in het Nederlands. Zeer bekend is de boekentrilogie The Hunger Games (2008 en later), De Hongerspelen, van Suzanne Collins (1962), later ook als filmserie bekend geworden.

De opkomst van dit specifieke genre zou in terugblik gestart zijn in de zeventiger jaren van de vorige eeuw. Het gaat dan om boeken met een ecologisch thema. Als voorbeeld: Out there (1971), dat aangeprezen werd als “de eerste belangrijke roman over een ecologische nachtmerrie”, van Adrien Soutenburg (1916-1982), een indertijd bekende Amerikaanse dichteres en kinderboekenschrijfster.

Ecologische veranderingen blijven het centrale thema in nogal wat andere romans, die in de jaren daarna verschijnen, zoals de Nederlandstalige bovengenoemde romans van Evert Hartman en Eva Moraal. Andere belangrijke thema’s zijn de post-apocalyptische samenleving en wereld, evenals conformiteit, vrijheid en zelfbeschikkingsrecht, maar ook technologische ontwikkelingen, zoals video-games die de werkelijkheid veranderen. Er zijn vele overeenkomsten met de volwassen dystopische geschriften.

Een specifiek verschil is dat de romans voor jongvolwassenen verrassend vaak een jonge vrouwelijk hoofdrolspeler hebben. Zij voeren de rebellie aan en overwinnen eigenlijk altijd. In deze romans is er altijd hoop[16], dit in tegenstelling tot de meeste dystopische romans voor volwassenen. Zoals we nog zullen zien spelen in de verder te bespreken boeken vrouwen vaak een rol, ook wel de hoofdrol en in die zin zijn zij de heldin. Het leidt echter niet tot een overwinning; het systeem blijkt te sterk te zijn, zoals dat ook de mannelijke helden in de eerder besproken romans overkwam. 

Dystopie?

Wanneer we de kenmerken van een dystopie, zoals beschreven in mijn artikel in CM 115, naast de inhoud van de twee besproken geschriften leggen, wordt meteen duidelijk dat er voldoende overeenkomsten zijn om over dystopische publicaties te spreken.

Er is intensieve controle door de staat; het individu heeft geen of slechts weinig rechten. De leefwereld bij Brjusoff is niet ideaal en wordt er niet beter op. Het mondt uit in een soort oorlog van ieder tegen ieder, maar dan wel op een speciale manier. Bij Brouwers is de wereld een desolate puinhoop na een ecologische ramp en een viruspandemie. Dissidente opvattingen worden niet getolereerd en dissidenten uitgeroeid. Het is openlijk oorlog. Er is een vrouwelijke held en er is hoop. Kortom, we mogen zeker van dystopieën spreken. Leegland past in de dystopische jongvolwassenen literatuur, waarmee nog meer overeenkomsten te vinden zijn.

Wanneer we naar de huidige tijd kijken, zien we overeenkomsten, maar ook duidelijke verschillen. Het is lastig Brjussofs werk te duiden en te verbinden met de huidige tijd. Daarvoor is het te fantastisch en bevat het vele science-fiction elementen. Wel laat het zien hoe een eerst bijna ‘perfecte’ wereld uiteen kan vallen in chaos en strijd.

Voor een beter begrip van de huidige werkelijkheid zijn enkele elementen uit de besproken boeken bruikbaar. Wanneer we naar onze leefwereld kijken moeten we vaststellen dat deze niet meer als ideaal beleefd wordt, voor zover deze voorheen wel ‘heel’ was overigens. Het heeft alles met de coronapandemie van doen. Het ontstaan van de pandemie in Leegland is duidelijk, het virus komt uit het laboratorium. In de huidige tijd lijkt dit eerder onwaarschijnlijk. Er wordt nu wel met een beroep op de viruspandemie ingegrepen in onze persoonlijke vrijheid. Angst is alom aanwezig en wordt gebruikt. Er wordt meer dan ooit controle uitgeoefend door de staat. Of nu een kleine elite de dienst uitmaakt kan ter discussie worden gesteld. Dissidente opvattingen worden beperkt of niet acceptabel geacht en geweerd uit ‘social media’. De berichtgeving is grotendeels in een en dezelfde richting. De tweespalt in de samenleving neemt toe, maar er is geen sprake van oorlog. Kortom, in de huidige tijd zijn ook duidelijke dystopische kenmerken te vinden, maar minder uitgesproken dan in Leegland, en zeker en anders dan in De Republiek van het Zuiderkruis. Hoe dat uit de hand kan lopen, tonen beide geschriften. Daarmee hebben zij een duidelijk waarschuwend karakter.

In het derde deel van deze serie komen enkele boeken aan de orde waarin werkelijk voorgekomen epidemieën de hoofdrol spelen in het verhaal. We zullen zien wat dat met zich meebrengt aan dystopische elementen.

 

NOTEN


[1]   Rutgers M.J: Een dystopische wereld: van bedenksel tot de werkelijkheid van nu? Deel 1. Utopie en dystopie. Civis Mundi 115, 2021

[2]   Vertalingen veelal door de auteur.

[3]   London J.G: The Iron Heel. Macmillan, New York City, 1908

[4]   Forster E.M: The Machine Stops. The Oxford and Cambridge Review, november 1909  (Ned. Vertaling Johny Lenaerts: De machine staat stil, Kelderuitgeverij, Utrecht, 2021)

[5]   Khagi S: From Homo Sovieticus to Homo Zapiens: Viktor Pelevin’s consumer dystopia. The Russian Review 67: 559-579, 2008

[6]   Brjussoff V: Республика Южного Креста (Respublika Južnogo Kresta). In: Wesy. Knigoizdatestwo Skorpion, Nr. 12, Moskou, 1905. (Die Republik des Südkreuzes. Novellen. Vertaald uit het Russisch door Hans von Guenther. Weber, München, 1908 en The Republic of the Southern Cross and Other Stories, Constable, London, 1918)

[7]   Ransijn P: Kenschets van de romantiek. Deel 10: Late Romantiek en overgang naar de 20e eeuw. Civis Mundi 113

[8]   Börner I: Unter Unzuverlässigkeitsverdacht: Zur Erzählinstanz in Valerij Brjusovs „Respublika Južnogo Kresta“. Masterscriptie Filosofie, Universiteit Wenen, 2013

[9]   https://dystopischeliteratur.wordpress.com/2011/03/

[10]   Vries F. de: Dubbellevens. Prominent, Baarn, 2020

[11]  Hartman E: Niemand houdt mij tegen. Een avontuur in de 22e eeuw. Lemniscaat, Rotterdam, 1991

[12]  Moraal E: Overstroomd. Lemniscaat, Rotterdam, 2012 (herdruk 2015)

[13]  Brouwers M: Leegland. Uitgeverij Passage, Groningen, 2020

[14]  De uitspanning, in het Vlaams afspanning, bestaat sinds 1899, aanvankelijk als Estaminet in ’t Leegland. De naam Estaminet is een overblijfsel van de Spaanse bezetting en betekent ‘hier zijn de meisjes’. (https://www.leegland.be/nl/p/ons-verhaal)

[15]  Daniels C.L: Literary Theory and Young Adult Literature: The Open Frontier in Critical Studies. The ALAN Review (TAR) 33 (2): 78-82, 2006 (https://doi.org/10.21061/alan.v33i2.a.11)

[16]  Buenen E: Een sprankje hoop min een verschrikkelijke wereld. Over dystopische Young Adult-literatuur. Literatuur Zonder Leeftijd 28: 25-52, 2014

Melsebecke S. van: Young Adult Dystopian Literature. Master Thesis Inland Norway University of Applied Sciences, Hamar, 2018