Klimaat, gedrag en bewustzijn

Civis Mundi Digitaal #116

door Erik Jansen

Reactie op de bespreking van Toon van Eijk, Klimaatcrisis, gedragsverandering en bewustzijnsontwikkeling, www.lulu.com, 2021 [1].

In het vorige nummer (CM#115) besprak Mathieu Wagemans onder de titel Klimaat, gedrag en bewustzijn bovengenoemd boekje van Toon van Eijk. Het boek bouwt voort op Eenvoudig leven in een complexe wereld oftewel de paradox van eenheid-in-verscheidenheid (CM#33) een reactie op een eerdere recensie van het boekje Filosofie van de eenvoud van Marius de Geus door Piet Ransijn in CM#32.

 

Noodzaak van gedragsverandering

In CM#114 werd het boek van Marius de Geus opnieuw besproken naar aanleiding van COP26 in Glasgow. Ondanks het feit dat we allemaal wel doordrongen zijn van de noodzaak van gedragsverandering voor het oplossen van de klimaatcrisis, volharden we in een consumptiepatroon dat weinig duurzaam is. Onze verkwistende leefstijl is zodanig ingebed in onze cultuur en technologie dat het moeilijk te veranderen is. Ook beschouwen we vrijheid van consumptie als een groot goed in onze liberale samenleving.

Zonder daadwerkelijke instemming van de bevolking durven veel politici geen leiding te nemen, beducht voor verkiezingsnederlagen en om hun kiezers niet onvoorbereid op te zadelen met een omgeploegde maatschappij. Het moet “haalbaar en betaalbaar” blijven. De burgers, die als kiezers de politiek bepalen, zouden zich expliciet moeten uitspreken voor méér actie, actie, actie, maar de meesten wachten af en stellen zich tevreden met een symbolische bijdrage in de vorm van afvalscheiding, elektrisch rijden en de aanschaf van een warmtepomp.

In de transitiekunde wordt acceptatie door een klein deel van de bevolking (10 – 25%) voldoende geacht om te komen tot een kantelpunt in de publieke opinie, zoals we dat zien bij acceptatieprocessen van technische innovaties, zoals de smartphone. Maar te vrezen valt dat dit níet geldt voor diepgewortelde overtuigingen. Zelfs als er een ruime meerderheid voor maatregelen is ten gunste van het algemeen, dan zal er altijd een minderheid blijven die weigert mee te gaan in de noodzakelijke maatregelen.

Hoe hiermee om te gaan? Het is duidelijk dat rationele argumenten hier weinig vat op hebben. Ook het bespelen van de emotie door het herhalen van de ‘afkalvende ijsbergen’ heeft weinig effect op ons gemoed. De vraag rijst hoe we onze waardepatronen wél kunnen veranderen en wat de rol is van ons (onder)bewustzijn in dit proces. 

 

Waarden

Toon van Eijk stelt dat acceptatie van ‘topdown’ maatregelen een grondhouding vraagt die ontvankelijk is voor de opgelegde maatregelen. Zonder die grondhouding blijft gedragsverandering uit en roepen maatregelen weerstand op. Toon van Eijk haalt Jacobus Kok aan die in Normen, waarden, en waarden-loze normering (1999) constateert: “Als mensen niet vanuit een verinnerlijkt sociaal waardensysteem gedreven worden, dan zal er meer controle en dwang van buitenaf nodig zijn.” Kok vraagt zich ook af of “in de samenleving niet een tendens werkzaam is die eigen waarden als drijfveer doen verdwijnen ten gunste van normen als richtlijn: ‘waarden-loze’ normering”. Mogelijk zijn er te weinig (collectieve) waarden waar we op kunnen teruggrijpen.

De vraag is hoe we aan een sociaal waardensysteem komen. Waarschijnlijk in de eerste plaats door opvoeding tijdens de jeugd, waar moreel voorleven gepaard gaat met een milde vorm van dwang. Maar hoe gaat dat bij vrije volwassen burgers?

 

Drie vormen van denken

Om grondhoudingen in ons gemoed te bevragen onderscheidt Toon van Eijk in navolging van Spinoza drie vormen van kennisverwerving:

1. Gevoelsmatig denken

2. Rationeel-analytisch denken

3. Intuïtief denken

Het eerste type, het gevoelsmatige denken wordt ons door de opvoeding voorgeleefd en is sterk cultureel bepaald. Hier zetelen de morele normen en waarden (‘Het geweten’), en onze betrokkenheid bij onze directe naasten. Het tweede type denken is het analytische denken dat de wereld beschouwt als feiten en oorzakelijke verbanden. Het kan redeneren over goed en kwaad maar is daar emotioneel niet bij betrokken. Het derde type integreert en overstijgt gevoel en rationeel denken en is een vorm van contemplatie die onderliggende waardepatronen en grondhoudingen kan bevragen. Het verschaft empathie voor de wereld en de samenleving buiten de eigen kring. Voor Spinoza was het intuïtieve denken de hoogste denkvorm mede door de toegang tot het Zijn, het geestelijk ervaren van de wereld, God ofwel de natuur.

Antonio Damasio, de hersenwetenschapper, heeft getracht in Looking for Spinoza (2003) deze drie vormen van denken te ‘mappen’ op de neurologische structuur van de hersenen om het belang van het gevoel in de vorming van ons bewustzijn te benadrukken. Damasio waardeert Spinoza, omdat hij onderkent dat de mens door zijn gevoelens wordt gestuurd, maar bij Damasio zijn gevoelens geen ‘grondhouding’ of ‘waardepatroon’, maar meer een ongespecificeerd goed-slecht gevoel. Het is wel een ‘motivatie’-kracht, maar er zit geen kompas aan vast. Wel ontdekte hij dat personen, die door een hersenbeschadiging emotioneel gestoord waren, problemen hadden met het opbrengen van empathie.

 

Intuïtief denken

Ook in de psychologie van het morele gedrag [2] onderkent men deze denkwijzen: de emotivistische benadering, die volledig op het gevoel afgaat, de rationalistische benadering, die voor en tegen tegen elkaar afweegt en zo tot een logische afleiding komt, en de intuïtionistische benadering, die wél rationaliteit nastreeft maar het eindoordeel niet beschouwt als een simpele optelsom van argumenten, maar als een complex, onbewust beslissingsproces. (Let wel, dit zijn andere categorieën dan de indeling in de filosofie van de ethiek tussen hedonisme, intuïtisme en utilitarisme. Zie Piet Ransijn, Ethische benaderingswijzen volgens Henry Sidgwick in dit nummer CM#116).

Volgens David Hume (1711-1776) zijn er twee manieren om tot een moreel oordeel te komen: het afwegen van voor- en tegenargumenten (reason), en het vertalen van onze gevoelens van binnenuit (sentiments), die niet als “waar” of “onwaar” zijn te classificeren, maar wel richting kunnen geven aan ons oordeel. Hume beschouwt de sentiments als de belangrijkste drijfveer: “de rede is de slaaf van de passies”. De tweedeling ‘gevoelsmatig/intuïtief’ denken en ‘rationeel/analytisch’ denken vinden we ook terug bij Seymour Epstein Cognitive-experiential self-theory (1996) en in Daniel Kahnemann Thinking fast and slow (2011).

Toon van Eijk constateert dat het gevoelsmatige en intuïtieve denken in deze benaderingen een containerbegrip is dat het intuïtieve onterecht samen neemt met het instinctieve. Die eerste vorm is een veel hogere vorm van kennis dan het instinctieve, zoals we ook zien bij experts die op basis van hun rationele kennis én hun enorme ervaring in staat zijn tot het leggen van associatieve verbanden met eerdere gevallen, en intuïtief tot creatieve oplossingen kunnen komen. Ook Bergson en Jung onderscheiden intuïtie van instinct en emotie (zie ook de artikelen over ethiek in de 20e eeuw in een komend CM-nummer). De ‘intuïtieve’ denkvorm ziet Toon van Eijk als de methode bij uitstek om morele gevoelens en grondhoudingen te bevragen.

 

 

Fig. 1. Morele intuïties afgezet tegen politieke voorkeuren (www. moralfoundations.org)

 

Morele grondhoudingen

Toon van Eijk gaat kort in op de ‘morele intuïties’ van Jonathan Haidt [3]. Volgens Haidt houden mensen er een aantal ‘morele fundamenten’ op na, die gevormd worden tijdens de opvoeding op basis van generieke (aangeboren) menselijke capaciteiten. Het idee is dat verschillende  sociale en culturele groepen sommige kwaliteiten meer tot hun recht laten komen dan andere.

Hij onderscheidt:

×         Zorg (care-harm)

×         Eerlijkheid (fairness-cheating)

×         Loyaliteit (ingroup-loyalty-betrayal)

×         Autoriteit (authority-subversion)

×         Heiligheid (sanctity-degradation)

×         Vrijheid (liberty-oppression)

Via een vragenlijst kunnen respondenten hun positie bepalen op deze dimensies. Het blijkt dat progressieven (liberals) en conservatieven onderling nogal verschillen (zie fig. 1). Progressief georiënteerde kiezers scoren hoog op ‘zorg’ en ‘eerlijkheid’ (in de zin van gelijke kansen), terwijl conservatieve kiezers meer neigen naar autoriteit, loyaliteit (in de zin van nationalisme), puurheid (wereld zonder immigranten), en vrijheid (mogen doen wat je wilt). Dat is op zich natuurlijk niet zo heel merkwaardig, want die posities zijn direct af te lezen uit de verkiezingsprogramma’s. Maar wat wel van belang is, is dat de grondhoudingen volgens Haidt voortkomen uit ons gevoel en dat rationele argumenten pas achteraf als rechtvaardiging worden aangevoerd. Opvattingen zijn stevig verankerd in de morele grondhoudingen en laten zich niet makkelijk bepraten.

 

Wantrouwen in de wetenschap

Dat blijkt ook uit het groeiende wantrouwen in de wetenschap. Toon van Eijk haalt Bas Heijne aan: “Objectieve feitenkennis en wetenschap zijn niet langer verlengstuk van je emoties ... integendeel ze denigreren jouw diepgevoelde aanvechting. Ze gaan recht tegen je perceptie in. Dus kunnen ze niet kloppen” (NRC 1-2 feb. 2020). Dat de uitkomsten van wetenschap ontkend worden als ze strijdig zijn met je eigen opvattingen en het eigen gevoel, blijkt ook uit onderzoek van Gauchat [4]. Tot in de jaren zeventig was iedereen vrij gelukkig met de verworvenheden van wetenschap en technologie. Daarna ging de wetenschap zich meer uitspreken over het klimaat en daalde het vertrouwen van de conservatieven. Klimaat werd in toenemende mate gezien als een linkse hobby (fig. 2).

Fig. 2. Dalend vertrouwen in de wetenschap onder conservatieven in de VS (Gauchat, 2012)


Het vertrouwen in de wetenschap is dus heterogeen, afhankelijk van het onderwerp.Verschillen in wetenschappelijke waardering op onderwerpen zijn ook aan het licht gebracht door een recent onderzoek van de UvA [5]. De ‘klimaatontkenners’ hebben overwegend een conservatieve/populistische inslag, de ‘vaccinatieweigeraars’ en ‘evolutie-ontkenners’ een sterk spirituele achtergrond, en de tegenstanders van ‘genetische gemodificeerde gewassen’ vinden we vooral bij de progressieven.

 

 

Afkeer van de wereld

Uit het recente verkiezingsonderzoek (NKO 2021) blijkt dat Nederland steeds meer polariseert [6]. Vooral op het thema klimaat is er sprake van affectieve en van feiten-polarisatie. Waar 90% van de GL-stemmers de klimaatverandering voornamelijk toeschrijven aan de mens is dat voor FvD-stemmers maar 35%. Dit stemt overeen met het geringe vertrouwen dat de FvD-stemmers hebben in de media en de wetenschap. Het klimaat vormt ook een belangrijke bron van affectieve polarisatie (hoe positief men denkt over de tegenstander).

 

Fig. 3. Afkeer van politiek en wereld (SKON, 2021)

 

Interessant is dat de afkeer (onvrede) met de Haagse politiek sterk gecorreleerd bljikt met ‘afkeer van de wereld’, een combinatie van onvrede met de globalisering, Europa, immigratie, klimaat, etc. (zie fig. 3). De kiezers met ‘afkeer van de wereld’ vinden kennelijk dat de regering zich te weinig afzet tegen immigratie en Europa.  De onvrede is vooral te vinden bij de lager opgeleiden. Er is natuurlijk al langer sprake van een toenemende maatschappelijke en politieke segregatie op basis van opleiding [7]. Mensen komen elkaar niet meer tegen in het maatschappelijk middenveld, de kerk en verenigingen, en huwen binnen de eigen opleidingscategorie. De lager opgeleiden stemmen rechtser en zijn tegen verdergaande klimaatregelen. De kiezers van CDA en VVD zijn wel voorstander van een ambitieuzer klimaatbeleid. De partijen in het linker-onder kwadrant vanzelfsprekend ook. Mocht dat ambitieuzer klimaatbeleid er komen dan mag een verdere polarisatie verwacht worden met de rechts-populisten.

Bruno Latour [8] heeft er al op gewezen dat ‘Het Lokale’ niet meer bestaat en dat er geen weg terug is naar de oude situatie van een onafhankelijk, zelfvoorzienend land. De populisten willen terug naar een leven en maatschappij die er niet meer is en niet meer mogelijk is. Als ‘Het Globale’ geen gunstig perspectief is dan is er alleen een mogelijkheid om terug te keren naar ‘De Aarde’, dwz. naar een leven in overeenstemming met de kleine schil van levensprocessen tussen aardoppervlak en atmosfeer. Dat betekent het einde van de consumptievrijheid zoals we die nu kennen. Politiek is Europa op korte termijn de aangewezen ‘vluchthaven’. Zie CM#113 voor een samenvatting van Waar kunnen we landen?

 

Tot slot

Toon van Eijk heeft een interessant boek geschreven waarbij hij zijn ideeën, die in CM#32 en latere nummers al een aantal keren door hem naar voren zijn gebracht, heeft getoetst aan een veelheid van andere invalshoeken en boeken over gedragsverandering. Zijn centrale hypothese is dat de ‘intuïtieve’ denkvorm de methode bij uitstek is om morele gevoelens en grondhoudingen te bevragen. Voor Toon van Eijk is Transcendente Meditatie daarvoor de aangewezen bezinningsvorm. Via een ‘veldeffect’ zou deze meditatie ook invloed kunnen hebben op het collectief bewustzijn.

Dat het ‘intuïtieve’ denken een hoofdrol speelt in het veranderen van waardepatronen is op zich waarschijnlijk wel juist, maar meditatie lijkt mij daarvoor niet de aangewezen vorm, maar eerder onderwijs en culturele vorming. Zo blijkt opleiding een grote voorspellende invloed te hebben op de houding ten opzichte van de wereld. Lager opgeleiden hebben een meer ‘gesloten’ wereldbeeld dat zich kenmerkt door een voorkeur voor autonomie en eigen cultuur, terwijl de hoger opgeleiden een meer ‘open’ wereldbeeld hebben met meer aandacht voor milieu en ongelijkheid in de wereld. Uit het NKO-2021 verkiezingsonderzoek blijkt verder dat de lager opgeleiden overwegend een populistische overtuiging hebben en een afkeer hebben van de wereld.

Rond de klimaatdiscussie speelt zich dus een sterke tweespalt af tussen rechts-populistische en middengroepen (zie ook [9]). Dat er steeds minder sociaal en cultureel contact is tussen beide bevolkingsgroepen en dat deze groepen zich van heel verschillende media bedienen (kranten en publieke omroep vs. commerciële omroepen en internet), maakt de samenspraak die nodig is om tot politieke consensus te komen er niet eenvoudiger op.

 

 

Noten

[1] Het boek is bij lulu.com voor een kleine vergoeding te downloaden als pdf.

[2] R.A. Shweder, J. Haidt, ‘The Future of Moral Psychology: Truth, Intuition, and the Pluralist Way’. Psychological Science, Vol. 4, No 6, November 1993.

[3] J. Haidt, Het rechtvaardigheidsgevoel, waarom wij niet allemaal hetzelfde denken over politiek en moraal, Ten Have, 2021. Vert. The Righteous Mind, 2012.

[4] G. Gauchat, Politicization of Science in the Public Sphere: A Study of Public Trust in the United States, 1974 to 2010, American Sociological Review 77(2) 167–187, 2012.

[5] B. T. Rutjens e.a. , Science Skepticism Across 24 Countries, UvA, April 2021.

[6] NKO – 2021 Versplinterde vertegenwoordiging, te downloaden van SKON-website https://www.dpes.nl/ zie ook artikel Vlakke middenpartijen, gepolariseerde kiezers, NRC 26 november 2021.

[7] Zie Tirannie van verdienste in CM#106 en CM#107, en Hoe kunnen we de maatschappelijke tweedeling overbruggen?  in CM#113.

[8] B. Latour, Waar kunnen we landen? Politieke oriëntatie in het Nieuwe Klimaatregime, Octavo, 2018.

[9]  R. A. Huber, The role of populist attitudes in explaining climate change skepticism and support for environmental protection, Environmental Politics, Vol. 29, 2020, issue 6.

 

 

Opmerkingen van Toon van Eijk

De weergave van de drie denkwijzen door Erik Jansen komt niet overeen met de beschrijving in mijn boek. De eerste vorm van kennisverwerving noemt Spinoza de ‘verbeelding’. Erik Jansen noemt die ‘gevoelsmatig denken’ maar dat is mijns inziens geen correcte benaming en in zijn omschrijving daarvan wordt geen onderscheid gemaakt tussen lichamelijke emoties en mentale gevoelens (wat Damasio, geïnspireerd door Spinoza, wel doet) en ook niet tussen waarden en normen. Mijn omschrijving van de ‘verbeelding’ is gebaseerd op Spinoza-kenner Miriam van Reijen en kan kort worden samengevat als: “Wanneer de verbeelding overheerst wordt men zich op een inadequate manier bewust van de initiële emotie, en ontwikkelt daardoor een inadequate gedachte of een inadequaat gevoel“ en dan gaat men denken in “mogen en moeten”, bv. de Coronacrisis had niet mogen gebeuren of vermeden moeten worden.  De derde denkvorm, ‘intuïtief denken’ houdt volgens mijn interpretatie geen contemplatie van onderliggende waardepatronen en grondhoudingen in, want dan zou het een volledig bewust proces zijn.

Voor mij is TM niet ‘de’ aangewezen bezinningsvorm, maar veeleer een meditatietechniek waar ik bijna 50 jaar persoonlijke ervaring mee heb en die wetenschappelijk goed onderzocht is. Er zijn vele meditatietechnieken beschikbaar. In het boek verwijs ik naar wetenschappelijk onderzoek dat gedaan is naar individuele en collectieve effecten van TM-beoefening, waarmee aannemelijk wordt dat meditatie wel gebruikt kan worden om ‘waardepatronen maatschappelijk te heroriënteren’.