Bedreiging van bloemdragende planten door neergang van bestuivende insecten

Civis Mundi Digitaal #116

door Jan de Boer

De overleving van tienduizenden soorten bloem dragende planten hangt ook af van die van bestuivende dieren. Zonder deze bijen, vlinders, hommels, vogels, vleermuizen, etc. die stuifmeelkorrels, onmisbaar voor bevruchting en zaadvorming, transporteren, wordt de reproductie van een veelheid van planten, struiken en bomen onmogelijk. De verspreiding van neurotoxische pesticiden en het verlies van de rijkdom aan bloemen als gevolg van intensieve monoculturen decimeert deze diersoorten sinds tientallen jaren. Volgens een op 13 oktober gepubliceerd onderzoek in het blad « Science Advances » zou de helft van de bloemdragende planten op onze planeet, oftewel bijna 175.000 soorten planten van de 350.000, aan het verdwijnen zijn.

Hoewel de bestuiving van planten niet alleen door dieren plaatsvindt, verrichten bij meer dan acht op de tien bloemdragende planten alleen insecten de bestuiving. Gewervelde dieren dragen in mindere mate (6%) bij aan bestuiving van planten. Andere natuurlijke mechanismen, zoals zelfbevruchting of via de wind, geven bepaalde planten de mogelijkheid zich zonder tussenkomst van bestuivers te reproduceren. Veel plantensoorten hangen af van één soort bestuivers, anderen kunnen verschillende soorten bestuivers gebruiken.

De 21 internationale onderzoekers van twee Zuid-Afrikaanse en Duitse teams die dit onderzoek hebben gedaan, hebben drie grote groepen van gegevens verzameld, een compilatie van duizenden experimenten met bestuiving verricht op de oppervlakte van onze planeet. Deze experimenten geven voor iedere plant haar afhankelijkheid aan van dierlijke bestuiving, door te meten wat de capaciteit is om zaden te produceren in aanwezigheid en vervolgens in afwezigheid van bestuivers.

De conclusies van deze « meta-analyse » zijn verontrustend. Zonder bestuivers produceert een derde van de bloem dragende planten helemaal geen zaden meer, en de helft ervan ziet de vruchtbaarheid beperkt met 80% of meer. In plaats van tien zaden produceren zij nog hooguit twee zaden. Dat betekent dat voor de helft van deze plantensoorten dierlijke bestuivers voor 80% of meer bijdragen aan de productie van zaden. Het een en ander leidt ertoe dat 175.000 plantensoorten zeer verzwakt zijn door de verwachte verdwijning van bestuivers. Met name in tropische en subtropische gebieden worden deze plantensoorten getroffen, omdat daar de bijdrage van de bestuivers in het algemeen groter is dan in de gematigde temperatuurzones.

Niet alleen de kwantiteit maar ook de kwaliteit van de geproduceerde zaden is in het geding. De reductie van het aantal stuifmeelkorrels dat de planten bereikt, heeft een daling van haar variabiliteit tot gevolg, en deze uniformisering van de stuifmeelkorrels vermindert de levensvatbaarheid van de zaden.

De auteurs van het rapport: « Waar de planten de leefomgeving van dieren en de basis van de voedingsketens zijn, is de impact van de neergang van bestuivers wat betreft de diversiteit van planten en de structuur van de vegetatie in hoge mate verantwoordelijk voor een hele serie andere negatieve effecten voor de fauna. De lopende noodzakelijke onderzoeken over de complexiteit van interacties tussen planten, bestuivers en de rest van de diersoorten kosten helaas veel tijd om hierover meer duidelijkheid te krijgen ».

Waar de strategie van de Europese Commissie voor de redding van de bestuivers nog nauwelijks of beter gezegd tot dusverre geen resultaten oplevert, zijn de conclusies van dit onderzoek des te verontrustender. De auteurs: « Men mag toch hopen dat de politici kennis nemen van het resultaat van ons onderzoek om zo meer te weten over de grote rol van bestuivers niet alleen voor de landbouw maar ook voor alle wilde planten en ecosystemen en daar naar te handelen ».

Helaas blijft het afwachten of de politiek actie onderneemt om in het kader van de bescherming van de biodiversiteit, en dus ook het menselijk leven, bestuivers en planten, struiken en bomen van hun (verdere) ondergang te redden.