De klimaatconferentie in Glasgow

Civis Mundi Digitaal #116

door Jan de Boer

Het échec van de klimaatconferentie in Glasgow

 

Met de opening van de klimaatconferentie (COP26) in Glasgow op zondag 31 oktober wordt de actualiteit opnieuw bepaald door een reeks beloften en doelen, al dan niet becijferd, en de inzet van politiek verantwoordelijken en industriële leiders. Bij dit soort gelegenheden wordt de kwestie van de noodzakelijke middelen om de beloften waar te maken en de voorgeschreven doelen te bereiken in het algemeen ontweken of teruggebracht tot een aanvullend vraagstuk zonder enige betekenis, alsof het politieke woord genoeg is om de wetten van de natuur naar haar hand te zetten.

Dit vraagstuk van het « hoe » vermengt twee heel nauw samenhangende uitdagingen. De eerste is die van de toekomst van het technische systeem, de tweede is die van de culturele evolutie van de samenlevingen. De eerste is overal in het publieke debat aanwezig, de tweede is daar vrijwel afwezig. Men kan dat zien, tot op het karikaturale af, in de recente verklaringen van de grootste koolwaterstof-exporteurs als Saoedi-Arabië en Australië.

« Ik kondig vandaag het doel van 0-uitstoot van Saoedi-Arabië aan voor 2060, dankzij de strategie van een koolstof-kringloopeconomie, » verklaarde de Saoedische kroonprins Mohammed Ben Salman op 26 oktober. Het prinselijke engagement berust geheel op nog niet bestaande technologieën die het mogelijk zouden moeten maken om olie diep in de bodem te verbranden en de daarbij geproduceerde CO2 in een kringloopeconomie te brengen. De premier van Australië, Scott Morrison, zei vrijwel hetzelfde (met als datum 2050) over steenkool. Minder karikaturaal rekent ook de Franse president Macron wat betreft het klimaatprobleem eerder op hypothetische technologische revoluties dan op sociale en culturele evoluties. Zijn redevoering bij de presentatie van het Plan Frankrijk 2030 toont dat duidelijk aan: binnen 10 jaar een vrijwel CO2-vrij vliegtuig, nog niet bestaande of ontworpen kleine modulaire nucleaire reactoren, en « schone en groene » waterstof voor de productie van twee miljoen « groene » elektrische auto’s. De landbouw? Het woord agro-ecologie is niet gevallen, en de toekomst van het Franse platteland werd teruggebracht tot digitalisering en robotisering. De woorden « soberheid » en « duurzaamheid » kwamen niet voor in de presidentiële toespraak, maar « innovatie » en « innovatief » meer dan zeventig keer.

Met het oog op de komende presidentsverkiezingen gaf hij – net als bijna alle andere regeringsleiders – zijn visie op de wereld, waarin de ecologische transitie vooral een technologische transitie is. Geen enkele transitie naar minder energievretende levenswijzen lijkt nodig of wenselijk, omdat innovatie en technologie ons in staat stellen ons leven op de oude voet voort te zetten, waarbij alle nadelen daarvan vergeten worden. Meer technologie is kennelijk het enig mogelijke antwoord op de schade voortgebracht door de accumulatie van nieuwe technologieën. De dromen van verdere veroveringen voor het jaar 2030: de exploitatie van de diepe zeebodems, en deelname aan het nieuwe ruimte-avontuur van SpaceX en een paar tech-miljardairs.

Is dat alles werkelijk onontkoombaar? In zijn verblijdend boek « Economics as a religion: from Samuelson to Chicago and beyond » (Pennsylvania State University Press, 2014) geeft de in 2018 overleden Amerikaanse econoom Rober H. Nelson een treffend historisch voorbeeld van een sociaal dominerende ethiek die technische innovatie kan doen verdwijnen of absurd kan doen lijken als de daarbij nagestreefde doelen als onwenselijk worden beoordeeld. Robert Nelson: « In de jaren 1400 was China niet alleen de economisch meest ontwikkelde maatschappij in de wereld, maar ook een grote zeemacht. Zij voerde met grote, technisch zeer geavanceerde grote zeilschepen onder bevel van admiraal Zheng He ontdekkingsreizen uit tot aan de Afrikaanse oostkust. Deze prestaties, deze inspanningen stootten echter de confuciaanse geleerden tegen het hoofd, die er uiteindelijk in slaagden een einde te maken aan deze ontdekkingsreizen, en die zorgden voor een verbod op het bouwen van nieuwe schepen. Zij kregen het zelfs voor elkaar dat de maritieme archieven werden vernietigd ».

De coronacrisis heeft aangetoond dat verstoringen van grote omvang kunnen leiden tot snelle veranderingen wat betreft aspiraties en verlangens, en tot het aanwakkeren van de wens om anders te gaan leven, althans in de rijke Westerse wereld, waarin men zich dat kan permitteren. Wie weet wat de geaccumuleerde schade door klimaatopwarming en de ineenstorting van ecosystemen en biodiversiteit kan voortbrengen. Wanneer de bossen branden, het zeeniveau stijgt, steden overstromen, oorlogen om water en voedsel worden gevoerd, dodelijke epidemieën jaarlijkse kost zijn… kan technische innovatie dan nog haar dominerende plaats in de politiek houden? Doen het ruimte-avontuur en de verovering van de diepe zeebodems ons dan nog dromen? Of zullen wij ze dan eerder als gevaarlijke en onzinnige futiliteiten zien?

Vooralsnog gaat de politiek mondiaal op de oude voet door met het uitstellen van serieuze maatregelen. Want welke politicus durft het aan om zijn of haar kiezers bloed, zweet en tranen te beloven? Als ik de eindeloze rijen auto’s zie, de hang naar (verre) vakantiereizen en ander gebruikelijk ongeremd consumptiegedrag, dan zijn we nog ver af van de soberheid en de solidariteit met de ontwikkelingslanden die opgebracht moet worden. En als de politiek op de oude voet doorgaat, de klimaatopwarming versnelt en gemiddeld boven de twee graden Celsius komt – het « point of no return » – dan is het echt te laat.

Ik moet hierbij denken aan een van mijn Franse gedichten: « l’Apocalypse », waarin op het einde het wanhopige laatste gebed van de overlevenden niet wordt verhoord: God, Allah, Jehova, Boeddha, vergeef ons onze toekomst.

 

Geschreven in november 2021

 

 

Het vergeten van de oceaan op de klimaatconferentie in Glasgow

 

 

De oceaan is geen uitgestrekte watermassa die zich tevredenstelt met het beslaan van 71% van de oppervlakte van onze planeet. Door zijn biologische, chemische en fysieke dynamieken, en niet te vergeten zijn circulatie, is de oceaan in werkelijkheid een soort fundamentele machinekamer die vanaf het begin het leven op aarde mogelijk heeft gemaakt en dat nog steeds doet. Sinds menselijke activiteiten de uitstoot van broeikasgassen een hoge vlucht hebben gegeven, functioneert deze koolstofpomp als een gigantische regulator die het ritme van de klimaatveranderingen en dus de gevolgen daarvan heeft vertraagd. Zonder deze interacties met de atmosfeer zou de warmte rond de aardbol al lang niet meer te harden zijn. De oceaan slaat meer dan 90% op van het surplus van energie veroorzaakt door de toenemende concentratie van broeikasgassen en 30% van het van de jaarlijks door mensen uitgestoten koolstof. Sinds 1870 zou de oceaan maar liefst 155 miljard ton hebben opgevangen.

Maar tot wanneer zou de oceaan deze rol kunnen vervullen? Deze vraag – in feite die van de veerkracht van de oceaan – laat wetenschappers niet met rust, en is kennelijk nog niet tot de politiek doorgedrongen. Dat kun je constateren door de weinige aandacht die dit vraagstuk op de klimaatconferentie in Glasgow kreeg. Op 5 november werd er een rondetafelconferentie gehouden over het « blauwe geld », gevolgd door een oproep op ministerieel niveau tot « oceanische actie » teneinde « de mondiale gemeenschap aan te sporen om ambitieuze maatregelen voor de gezondheid van de oceanen te nemen ». Deze volgorde kan gezien worden als een minimum of – in positieve zin uitgedrukt – als een relatieve vooruitgang. Aan de eerste zeer bescheiden verschijning van de oceaan op de klimaatconferentie van Parijs (2015) werd vier jaar later een speciaal rapport van de Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) gewijd aan « de oceaan en de cryosfeer in de context van de klimaatverandering » toegevoegd. Ondanks de aangrijpende omvang van de daarin aangekondigde catastrofes werden er vervolgens maar heel weinig beslissingen genomen.

En dat terwijl de oceaan de belangrijkste koolstofput van de planeet is. Hij slaat er steeds meer van op, als opgelost gas en in mindere mate als koolstoffen en organische materie in de bodem. Hoe meer menselijke activiteiten de planeet aantasten, hoe meer de oceaan uitzet door de warmte die hij opneemt en door landijs dat smelt. Daarnaast verzuurt de oceaan ook door het absorberen van CO2. Kan het complexe evenwicht van deze fantastische pomp een kantelpunt bereiken? Het platform Oceaan en Klimaat geeft vaak de ongerustheid van wetenschappers weer die de veranderingen van de watertemperatuur, de zeestromingen en de biologische productie van de zeemilieus observeren. Al deze veranderingen zouden hun opslagcapaciteit kunnen verzwakken en dan « verantwoordelijk zijn voor een extra verhoging van de CO2-concentratie in de atmosfeer », denkt men. Dit soort negatieve terugwerkende kracht zien we al in te zeer aangetaste bossen. In de laatste tien jaar stoten de bossen in het Amazonegebied van Brazilië meer CO2 uit (18%) dan dat zij in hun biomassa vasthouden.

Hoewel het lot van micro-algen de publieke opinie minder beroert dan dat van grote bomen, verdient de oceaan de titel van « de long van de planeet » meer dan de tropische wouden. De fotosynthese van plantaardig plankton stelt de oceaan in staat, net als groene planten, CO2 op te nemen en zuurstof uit te stoten. Dit fenomeen neemt sterk af door verhoging van de temperatuur: hoe warmer het water is, hoe meer de hoeveelheid opgeloste zuurstof vermindert. Sinds 1960 is deze met bijna 2% per decennium gedaald. Dit verschijnsel is met het blote oog te zien bij de kusten: de biodiversiteit verstikt er, de « dead zones », die ieder levend organisme doen vluchten, vermenigvuldigen zich. Ook het plankton verdwijnt.

Van het fytoplankton dat aan de basis van de voedselketen van de zeefauna ligt tot en met de walvissen, alle nemen deel aan de koolstofcyclus, met name vanaf hun ontbinding. De verzuring van het zeewater speelt daarbij een rol, omdat het de vorming van skeletten, schilden of eieren tegenwerkt. Het volume van door vissers in de hele wereld gevangen vissen en zeeproducten is sinds de jaren 1980 niet meer gestegen, ondanks hun steeds geavanceerdere materieel. De gezondheid van de oceaan wordt ook op plaatsen besproken buiten de klimaatconferentie: bijvoorbeeld binnen de Internationale Zeebodemautoriteit (ISA), waar landen zich voorbereiden om minerale hulpbronnen te gaan exploiteren tot op de grootste dieptes, en bij de Commission for the Conservation of Antarctic Marine Living Resources (CCAMLR). Op 29 oktober zijn de Europese Unie en de 25 landen die er deel van uitmaken er niet in geslaagd een consensus te bereiken voor het creëren van nieuwe beschermde zones in de Zuidelijke IJszee. Wat betreft de Verenigde Naties is er ook een probleem betreffende de urgentie om handelend op te treden: de internationale onderhandelingen over een toekomstig juridisch dwingend verdrag boven nationale jurisdictie voor de bescherming en het duurzaam gebruik van de biodiversiteit in volle zee hebben tot dusverre geen enkel resultaat opgeleverd. En dan te bedenken dat deze internationale onderhandelingen al in 2012 begonnen zijn!

Mijn constatering: bij de zeer urgente kwesties van de klimaatopwarming en de biodiversiteit, en de daarvoor te nemen maatregelen, worden de oceanen in feite grotendeels vergeten. Voor mij een onbegrijpelijke zaak.

 

Geschreven in november 2021

 

 

De klimaatconferentie in Glasgow en het broeikasgas methaan

 

 

Bij het onderwerp klimaatopwarming gaat vrijwel altijd alle aandacht uit naar de uitstoot van CO2. Vaak wordt methaan, toch het tweede broeikasgas, vergeten. Op dit moment is methaan, ook wel moerasgas genoemd, verantwoordelijk voor een kwart van de klimaatopwarming sinds het pre-industriële tijdperk. Zijn opwarmingsvermogen is veel groter dan dat van CO2: 82 keer meer gedurende twintig jaar en 29 keer meer over een periode van honderd jaar. Maar methaan blijft minder lang in de atmosfeer (een tiental jaren tegen honderden jaren voor CO2), hetgeen betekent dat maatregelen om de methaanuitstoot fors terug te brengen, heel snel effect hebben op de temperatuur op onze planeet. Het VN-Milieuprogramma heeft recent gepubliceerde rapporten aangetoond dat een vermindering van 45% van het door menselijke activiteiten veroorzaakte methaan in de loop van dit decennium de klimaatopwarming zou kunnen remmen met bijna 0,3 graden Celsius van nu tot 2040 en 0,8 graden Celsius tot aan het einde van deze eeuw.

Helaas laat de mensheid deze kans schieten, want de methaanuitstoot is tussen 2006 en 2017 met 9% toegenomen, en neemt sindsdien alleen maar verder toe. Vorig jaar bereikten de methaanconcentraties een record, hoger dan tenminste in de afgelopen 800.000 jaar! De uitstoot van methaan is voor 60% gerelateerd aan menselijke activiteiten: landbouw en veeteelt (40%), fossiele brandstof (35%) en afval (20%).

Op 2 november, op de mondiale conferentie over het klimaat in Glasgow, hebben 105 landen op initiatief van de Verenigde Staten en de Europese Unie beloofd om tot 2030 de mondiale uitstoot van methaan met ten minste 30% terug te brengen. Deze 105 landen zijn verantwoordelijk voor bijna de helft van de methaanuitstoot. China, Rusland en India maken geen deel uit van dit nieuwe verbond. Maar het zijn geen beloften die gepaard gaan met duidelijke maatregelen. « Landen moeten wel aangeven hoe zij dit doel denken te bereiken, » laat Marielle Saunois, onderzoekster van het « Laboratoire des sciences du climat et de l’environnement » mij weten.

Maar we weten dat op klimaatgebied beloften zonder strafmaatregelen bij het niet nakomen ervan meer dan boterzacht zijn, en dat geldt des te meer voor beloften zonder duidelijk aangegeven maatregelen. Bovendien staat het nieuwe gemeenschappelijke landbouwbeleid van de EU haaks op vermindering van de methaanuitstoot. Onder meer Frankrijk heeft al laten weten dat zij geen maatregelen zal nemen ter vermindering van de methaanuitstoot voor 2030.

In plaats van een mondiale vermindering kunnen we mijns inziens eerder rekenen op een fikse verhoging van de uitstoot. Niet voor niets heeft onder meer Rusland dit nieuwe verbond niet ondertekend. De klimaatopwarming van vandaag doet onder andere het zeer uitgestrekte bevroren gebied in Siberië, de permafrost, smelten, waardoor enorme hoeveelheden methaan vrijkomen. Dat dat de klimaatopwarming versterkt en versnelt zal Rusland een zorg zijn, omdat er door deze dooi ongekende mogelijkheden voor grondstofwinning en wellicht ook landbouwactiviteiten ontstaan.

 

Geschreven in november 2021