Ethische filosofie in de 20e eeuw
Deel 4B: Toegepaste ethiek en mensenrechten

Civis Mundi Digitaal #119

door Piet Ransijn

1. Toegepaste of praktische ethiek

Het eerste hoofdstuk over toegepaste ethiek gaat in op concrete morele problemen. Oplossingen daarvan kunnen niet eenvoudig worden afgeleid van algemene morele beginselen. Zoals bijv. het verbod op euthanasie zou kunnen voortvloeien uit het gebod ‘gij zult niet doden’. In een concrete situatie van onverdraaglijk lijden is dat geen bevredigende oplossing. Zo schiet ook de categorische imperatief van Kant tekort als algemeen geldend richtsnoer voor het handelen van iedereen in uiteenlopende concrete situaties, waarin we voor een persoonlijke keuze staan. Zo’n algemeen principe, “handel zo dat je de mens(heid) als eigen persoon of een ander altijd als doel en nooit louter als middel aanwendt,” dient op een concrete situatie te worden afgestemd. Dat geldt ook voor het ‘greatest happiness’ principe van het utilitarisme. Existentiefilosofen benadrukten het unieke van iedere menselijke situatie en de specifieke, persoonlijke keuzen waar mensen voor staan (zie CM 118).

Bij de toegepaste ethiek dienen principes steeds herijkt te worden in veranderende omstandigheden en toepassingssituaties. Dat gebeurt in het zgn. ‘model van het reflexieve evenwicht’. Een principe wordt daarbij in balans gebracht of afgestemd in een concrete situatie. Morele regels worden niet eenvoudig gededuceerd uit een algemeen principe. De probleemoplossende ethiek wordt ook wel het ‘technische’ model of ‘ingenieursmodel’ genoemd (p21). Het lijkt soms op het oplossen van morele puzzels, waarbij specialistische kennis nodig is.

Een voorbeeld is de triage-kwestie, wie voorang geniet bij een overvolle intensive care. Daarbij is enige medische deskundigheid vereist omtrent de ernst van de klacht, de mate van levensgevaar en de geschatte verblijfsduur op de i.c. Ook de coronamaatregelen bij het trilemma gezondheid, economie, vrijheid en grondrechten vragen een balancerende reflectie. Deskundigheid van alleen virologen en politici schiet daarbij tekort. Ook de expertise van o.m. sociale wetenschappers en (gezondheids)economen wordt door velen nodig geacht (zie bespreking van Van Bergeijk, De volgende pandemie in CM 116 en 117).               .

“Problemen veronderstellen naar hun aard een referentiekader in termen waarvan zij geformuleerd worden [...en] een kijk op het menselijk bestaan... Zulke vragen zijn niet de aard van puzzels, maar betreffen het referentiekader” (p23,24). Dat geldt ook voor morele problemen. Dergelijke kwesties vragen behalve specifieke (ethische) expertise ook grensverleggende reflectie in een breder filosofisch en levensbeschouwelijk kader. Dat bijv. in het bijzonder voor politiek gevoelige onderwerpen als euthanasie en abortus, waarbij ethische en levensbeschouwelijke paradigma’s botsen. Het maakt bijv. nogal wat uit of men het bestaan van een voortlevende of reïncarnerende ziel aanneemt of niet. 

https://www.lumc.nl/org/neurologie/Ethiek-en-Recht/

Ethische expertise komt neer op de juiste afwegingen kunnen maken 

Wat is ethische expertise?

Expertise of deskundigheid “veronderstelt... een corpus van kennis en vaardigheden... kunde en kunst” (p25).  Kennis heeft te maken met theorievorming, vaardigheden met toepassing. Bij ethiek zijn beide nodig. Ethiek kent een aantal verschillende benaderingswijzen, theorieën, of liever families van theorieën” (p26). Sidgwick onderscheidde hedonistische, utilitaristische en intuïtionistische benaderingen in zijn Methods of Ethics (CM 116). De deugd- en plichtethiek behoort bij de laatste. Bevindingen zijn vaak tegenstrijdig. Sidgwick slaagde er niet goed in het hedonisme te verzoenen met beide andere benaderingen, bij welke hij wel een zekere fundamentele overeenstemming vond.

Ethische vragen... laten zich niet op de manier van disciplines als de wiskunde, de biologie enz. onafhankelijk maken van filosofische of wereldbeschouwelijke achtergrondkwesties” (p28). Bij de sociale wetenschappen zagen we bij grondleggers zoals Auguste Comte, Emile Durkheim en Max Weber nog een sterke verbondenheid met de filosofie, die daarna vaak minder werd. Ethiek heeft een filosofisch karakter en is gerelateerd aan een bepaalde werkelijkheidsopvatting. Bij het existentialisme bijv. wordt ons bestaan en de werkelijkheid als absurd beschouwd. Er valt geen diepere zin in te vinden. Die moeten we dan zelf uitvinden of ontwerpen. Dat heeft consequenties voor de ethiek, waarin vrije keuze centraal staat (zie CM 118).

De aanname van een reïncarnerende ziel heeft ingrijpende consequenties voor de hindoeïstische en boeddhistische ethiek, evenals het geloof in een persoonlijke God of Voorzienigheid bij jodendom, christendom en islam, of de moderne werkelijkheidsopvatting van “een natuurlijke loterij”, met een term van Rawls (p29). Toeval of contingentie beheerst het zinloze gebeuren zonder plan en doel. Dergelijke visies hebben consequenties voor wat men ziet als gerechtigheid, vrijheid en andere waarden, die bij de politiek en de (sociale) wetgeving een belangrijke rol spelen, evenals bij “de stormachtige ontwikkelingen van wetenschap en technologie” (p30). Deze vereisen een nieuwe, aan de moderne problematiek aangepaste ethiek. Volgens de ‘cultural lag’ theorie van Ogburn, ontwikkelt de techniek zich sneller dan cultuur en ethiek, die er dus achteraan lopen. Het is zaak dat zij gelijke tred houden met de technologische ontwikkelingen of daarop vooruit lopen en op ethische kwesties anticiperen, in plaats van er achteraan te hobbelen. 

Het leven van toekomstige generaties staat op het spel

https://hetnlpcollege.nl/waarom-leven-we-levensdoel-zingeving/ 

Moderne uitdagingen op ethisch gebied

De traditionele ethiek betrof “rechtstreekse betrekkingen van gelijktijdig levende mensen” (p32). De moderne technologie heeft nogal wat repercussies op lange termijn, omvat de hele aarde en slaat zijn vleugels uit in de kosmos richting sterren en planeten. Zie bijv. de reizen naar Mars, die Elon Musk aan het voorbereiden zou zijn. Hjij zou ook chips willen implanteren in ons brein. Ons voortbestaan of dat van toekomstige generaties is in vele opzichten in gevaar. Dat heeft ethische consequenties wat betreft voorzorg en ‘ongeprijsde lasten’ voor deze generaties en vraagt om anticiperen op problemen en oplossingen.

Het handelend subject betreft naast natuurlijke personen in toemende mate organisaties, collectieve subjecten en rechtspersonen met een collectieve verantwoordelijkheid. Enig sociaalwetenschappelijk inzicht in de werking van organisaties en collectief bewustzijn en uitbreiding van onderzoek en theorievorming daaromtrent is daarbij wenselijk. Ethiek en de rechtswetenschap kunnen dan daarvan gebruik maken. Daarnaast blijft de geaccumuleerde filosofische en wetenschappelijke kennis van belang voor de reflectie op bestaande en te ontwikkelen praktijken, zodat men niet steeds het wiel hoeft uit te vinden op het gebied van de ethiek, maar bestaande inzichten verder kan ontwikkelen en aanpassen aan moderne en toekomstige situaties en problemen. “Totale destructie van traditie” acht Van der Wal niet wenselijk (p37).

Hoe dan ook “het gaat de ethicus erom aan een verdiept inzicht in ethische kwesties bij te dragen als zijn aandeel aan een verantwoorde besluitvorming,” zo besluit Van de Wal dit hoofdstuk, dat voortborduurt op thema’s die in de inleiding zijn aangesneden. 

 2. Moralisme, engagement en maatschappijkritiek

Van der Wal pleit in zijn tweede artikel voor engagement en ethische beschouwing en afweging. Hij noemt dat moralisme. “Moralisme heeft geen goede reputatie” (p40). Ten onrechte. Zie bijv. de Schotse en de Franse moralisten, die resp. constructief en kritisch ten opzichten van de moraal stonden. Het hoeft geen zedepreek, zelfingenomenheid of verdediging van gevestigde opvattingen te zijn. De antimoralistische trend heeft ertoe geleid dat ethici beroepshalve geen moreel standpunt meer innemen en zich beperken tot het analyseren van problemen en het oordeel aan anderen overlaten, zoals burgers en politici. Zij stellen zich dan neutraal op in een toeschouwerpositie met een “proceduralistische aanpak” (p43).

Een voorbeeld is de calculerende rationaliteit van het ‘greatest happiness’ principe van het utilitarisme. Het blijkt echter moeilijk de mate van geluk bij verschillende mensen in uiteenlopende situaties te scoren, zoals Mill en Sidgwick al aangaven. Ook de categorische imperatief van Kant leent zich vaak niet voor specifieke persoonlijke morele keuzen, zoals existentiefilosofen lieten zien.

Ethiek speelt zich af in een oriëntatiekader. Dat geldt ook voor de antimoralistische ethiek, die past bij de amorele, vaak nihilistische trend in de moderne tijd. Een proceduralistische toeschouwersethiek lijkt zich daarbij neer te leggen en de status quo zo te bevestigen. Zoals moralisten in vroeger tijden de bestaande moraal bevestigden, lijkt het antimoralisme zich dan te scharen achter het gebrek aan moraal. Maar geen standpunt innemen is ook een standpunt. De moderne trend heeft volgens Van der Wal te maken met een “onttoverd werkelijkheidsbesef”, waarin de zingeving van weleer zijn betekenis grotendeels heeft verloren in een zinloos universum, dat aan elkaar hangt van toevalligheden. 

Een nieuwe moraal                      2022 01 15,17 Nav G A van der Wal, Wat is er met de ethiek gebeurt?

 

Wat is er van moraal gebleven?

Ooit beheerste de moraal het leven

Wie ervan was afgeweken

werd veroordelend bekeken

 

Er kwam een tijd van vrijheid

Mensen raakte normen kwijt

Men sprak van normloosheid*                                           *Anomie, een term van Emile Durkheim

Er kwam een losgeslagen tijd

 

De aarde werd geëxploiteerd

en meer en meer geruïneerd

Hebzucht, macht en winstbejag

overtrof mileubewust moreel gezag

 

Het is tijd dat nu de bakens keren

voor we ons nog meer duperen

Het is tijd voor een moreel ontwaken

en een nieuw verbindend baken

Articulatie van morele overtuigingen

Volgens Van der Wal gaat het bij de moderne ethiek en moraliteit om articulatie van morele ideeën en overtuigingen, niet zozeer om gedragsbeïnvloeding. Mensen zijn sociale en morele wezens en zijn niet amoreel. Hoewel zij steeds meer lijken te leven volgens procedures en protocollen, spelen waarden nog steeds vaak een doorslaggevende rol. Waarden en hun consequenties en ‘waardebetrekkingen’, een term van Max Weber, kunnen in kaart gebracht worden. Grote ethici waren vaak moralisten in de zin dat zij (hun) waarden articuleerden. Zie bijv. het pleidooi voor vrijheid van Mill (CM 117) of de Nicomachische ethiek van Aritoteles, die uitdrukking geven aan een morele opvatting van mens-zijn. Schweitzers Cultuur en ethiek is een pleidooi voor eerbied voor het leven. A Theory of Justice van Rawls is te beschouwen als een impliciet pleidooi voor rechtvaardigheid. Zo spreekt Martha Nussbaum zich duidelijk uit voor liefde en compassie.

Het doet denken aan de discussie over waardevrijheid in de sociale wetenschappen. Ook al dient onderzoek objectief en vrij van persoonlijke waardeoordelen van de onderzoeker te worden verricht, het betekent niet dat de onderzoeker zijn waarden niet kenbaar mag maken. Hij kan ze juist wel expliciteren, maar zonder ze te mengen met zijn onderzoek. Bij ethiek ligt dat wellicht iets anders, omdat ethiek uitdrukkelijk gaat over waarden en niet over feitelijke sociale verschijnselen, hoewel deze daar wel mee samenhangen. In principe gaat het wezenlijk over hetzelfde: het onderscheiden van methodologie en procedures van mogelijke gezichtspunten en deze weer onderscheiden van een persoonlijke keuze of standpunt, waar niemand aan ontkomt, ook al wordt dit niet expliciet naar voren gebracht.

In tal van eerder genoemde moderne maatschappelijke ontwikkelingen ontkomen juist ethici en filosofen niet aan een standpunt, bijv. inzake milieu en klimaat, ethanasie en abortus, genetische manipulatie, kunstmatige intelligentie en toepassing van algoritmen bij internet marketing, verplichte covidvaccinatie enz., die te maken hebben met privacy en grondrechten. 

3. Mensenrechten

Het derde artikel gaat over de universaliteit van mensenrechten. Daarover wordt verschillend gedacht in westerse en niet-westerse, communistische landen en sociaal-liberale democratieën. Dit heeft te maken met de maatschappijvisie en levensbeschouwing. In westerse visies staat het individu met zijn rechten en vrijheden centraal. Later verschoof het accent ook naar politieke, economische sociale en culturele rechten van collectiviteiten. Bijv. het recht op zelfbeschikking van (voormalige) koloniën en behoud van eigen (culturele) identiteit van volken. Zoals reeds aan de orde kwam, kunnen individuele rechten en vrijheden botsen met die van collectiviteiten. Het algemeen belang stelt grenzen aan individuele belangen. Zie bijv. het schadeprincipe van J S Mill (CM 117).

Vrijheid van godsdienst is problematisch in fundamentalistische islamitsche landen. ‘Baas in eigen buik’ inzake abortus in christelijke landen (vermoedelijk is het daarom geen universeel mensenrecht voor vrouwen). Zo zijn er nogal wat hete hangijzers. Hoever mag een volk gaan in zijn zelfbeschikking? Aan de Oeigoeren en Catalanen wordt niet toegestaan, dat zij een eigen staat stichten. De zelfstandigheid van de Oekraïne dreigt nu letterlijk te worden aangevochten. Amazone-indianen hebben het zwaar te verduren, zoals zoveel inheemse volken.

Karakterisering

De universaliteit van mensenrechten toont in de praktijk een grote relativiteit, zowel in de naleving ervan als in de overeenstemming erover. Daarom is een nadere karakterisering en doordenking gewenst. “Zij vloeien voort uit de inherente waardigheid van de menselijke persoon”, staat in de preambule van beide mensenrechtenverdragen van 1966(p60). Emile Durkheim heeft over deze basiswaarde een belangwekkend artikel geschreven: L’ individualisme et les intellectuels (zie CM 31 en 112). Een recht is een rechtmatige aanspraak of claim, die een ander of een instantie kan verplichten dit recht na te komen. Het veronderstelt een subject of actor, een persoon-zijn, eigen wensen en ontplooiingmogelijkheden. Mensen zijn geen slaven, maar subjecten van hun eigen bestaan, met een eigen identiteit en eigen wil. In hoeverre deze wil vrij is, is hier geen punt van overweging. Er zijn voor de meeste mensen echter nogal wat persoonlijke, economische, sociale en culturele beperkingen. Door mensenrechten kan daar wat aan worden gedaan, door minimum voorwaarden voor een menswaardig bestaan te bevorderen met actief overheidshandelen. Ook bedrijven en andere organisaties kunnen het nodige doen om persoonlijke ontplooiingsmogelijkheden te bevorderen. Collectieve rechten zijn niet reduceerbaar tot individuele rechten, bijv. nationale veiligheid en politieke zelfbeschikking, zeggenschap over eigen natuurlijke hulpbronnen, enz. 

 Mensenrechten en modernisering

De vraag is of mensenrechten “als algemene standaards dienst kunnen doen om, waar ook ter wereld, samenlevingen op hun moreel gehalte te beoordelen” (p65). Ze kunnen ook als politiek middel worden gebruikt, waarbij politieke belangen in het spel zijn en niet alleen mensenrechten. Van der Wal plaatst deze vraag in de context van de modernisering, een ontwikkeling waarin het concept van mensenrechten is ontstaan. Het ging gepaard met individualisering, secularisering, intellectuelisering, ‘onttovering’, vervreemding en anomie (normvervaging).

De solidariteit, geborgenheid en conformisme in kleinere gemeenschappen raakten aangetast. Rechten en posities werden minder ondersteund door de gemeenschap. Individuen raakten meer op zichzelf aangewezen. In zo’n situatie kan een aanspraak op mensenrechten en andere wetten, zoals het eigendomsrecht ondersteunend en vaak noodzakelijk zijn. Het hangt samen met een individualistisch mensbeeld, waarin individuen hun eigen belangen nastreven en waarvoor de nodige vrijheid gewenst is, alsmede bescherming van privébezit en burgerrechten, opdat mensen zoveel mogelijk de regie kunnen hebben over hun eigen leven en ‘pursuit of happiness’. 

Bij de illustratrie: In de moderne gemechniseerde wereld botsen individulisme en collectivisme en grijpen zij ook in elkaar. https://www.valuecreation.be/tips/de-illusie-van-individualisme 

Relativering van het individualisme

Uiteenlopende religieuze groeperingen ontlenen hun normen echter aan een “bovenmenselijk statuut”, dat mensenrechten kan onderschrijven, maar ook kan relativeren. Durkheim wijst in bovengenoemd artikel op de christelijke wortels van het concept. Ook andere visies, bijv. socialisme en sociaal liberalisme in diverse schakeringen en postmodernisme, relativeren het individalisme en de menselijke zelfbepaling, die in vergaande mate sociaal bepaald is. Ook individualisme, mensenrechten en opvattingen omtrent menselijke waardigheid zijn sociaal bepaalde verschijnselen en spelen zich af in een sociaal-culturele context. In de moderne maatschappij staat de menselijke waardigheid en de zingeving van het leven onder druk, zoals door vele moderne schrijvers uit en treure is beschreven vanaf de late Romantiek (zie CM 110-113). en door de existentiefilosofie verder is gearticuleerd (CM 118).

Zelfbepaling is niet louter een individuele aangelegenheid. Het hele idee van mensenrechten, die door overheden, organisaties en samenlevingen bekrachtigd dienen te worden, bevestigt dit gegeven. Dienen zij niet als sociale ondersteuning van in toenemde mate losgeslagen individuen? In premoderne samenlevingen lijken mensenrechten minder relevant. Modernisering en ontworteling maken mensenrechten relevant. Niet alleen in het westen, maar ook elders, omdat modernisering mondiaal om zich heen grijpt. Je zou kunnen zeggen dat mensenrechten meer universeel worden naarmate modernisering meer universeel geldt. 

Wat houdt menselijke waardigheid in en waardoor wordt deze bedreigd?

Ook de vraag wat menselijke waardigheid inhoudt, krijgt door globalisering een universele betekenis, juist omdat deze waardigheid onder druk staat van de modernisering, secularisering, ontworteling enz. Hoe relatief en omstreden deze ook kunnen worden gezien, mensenrechten lijken “onmisbaar omdat zij onder gemoderniseerde omstandigheden, nu de oude solidariteitsverbanden sterk aan gewicht ingeboet hebben, voorwaarden formuleren ter bescherming van de menselijke waardigheid.” Waardigheid wordt echter nog vaak beperkt gezien in termen van zelfbeschikking. maar als mensen nauwelijks iets hebben om over te beschikken, stelt dit niet zo heel veel voor. Zoals de situatie voor de voormalige slaven in de VS er vaak niet beter op werd, toen de slavernij werd afgeschaft en er verder weinig of niets aan hun lotsverbetering werd gedaan, met alle gevolgen van dien tot heden toe.

De vorige eeuw liet ook de opkomst van totalitaire systemen zien, waarbij mensenrechten teniet werden gedaan. In de huidige tijd lijken ook weer totalitaire tendensen op te komen, met name sinds corona. Ook de informatietechnologie en biotechnologie maken bedenkelijke tendensen mogelijk, waarbij mensenrechten en privacy in het geding zijn. Grondrechten en de integriteit van het menselijk lichaam, als aspect van de geproclameerde onaantastbaarheid van de menselijke persoon, staan onder druk. Totalitaire en autoritaire politieke systemen komen nog in grote getale voor. Democratieën staan onder druk. Zowel overheden als meestal multinationale bedrijven, Big Tech, Big Pharma, Big Agrochemie, Big Mac. enz., maken inbreuk op de menselijke waardigheid en bevorderen nieuwe vormen van slavernij en verkapte onderdrukking. Bescherming van mensenrechten en overeenstemming hierover blijft een dringende noodzaak. 

https://nima.nl/nieuws/de-waarde-van-marketing-met-waarden/ 

Innerlijke waarden                                                   2022 02 02 n a v Koo van der Wal, Wat is er met de ethiek gebeurd?

en  Christina  von Dreien, internetlezing

Wat kunnen Descartes en Kant mij schelen

We moeten nu de aarde samen helen

Goederen rechtvaardiger verdelen

We hebben hier een taak op aarde

 

Ons naar binnen toe begeven

en te leven volgens menselijke waarden

in harmonie met al het aardse leven
waarmee wij in ons wezen zijn verweven

 

Als wij dit gaan cultiveren

kunnen wij de bakens keren

Mensen zullen wakker worden
Een stille opstand van de horden

 

Mensen volgen hun natuur

in een andersoortige cultuur

meer gericht op menselijke waarden

en herstellen van de aarde

 

Meer op geest dan op materie

Veel meer oog voor het mysterie

In een onderling verbonden zijn

met het kosmische bewustzijn

 

Er hoeft niet zoveel meer

Geen vreemde regels meer

Gewoon natuurlijk leven

in het nieuwe lentelicht

Je naar binnen toe begeven

in het innerlijke licht 

https://deverwanten.nl/de-geboorte-van-het-licht-in-tijden-van-crisis/