Afrika

Civis Mundi Digitaal #119

door Jan de Boer

Het hoe, wat en waarom van de bevolkingsexplosie in Afrika
Frankrijk, Mali en jihadistische bewegingen: wat kan er nog gedaan worden?

Het hoe, wat en waarom van de bevolkingsexplosie in Afrika

 

« Een invasie van Afrikaanse migranten », « Afrikaanse stormloop op Europa »: slogans als deze, gevoed door een enorme geboortegolf ten zuiden van de Sahara, beheersen in hoge mate het politieke debat. Een rationele analyse laat zien dat de demografische ontwikkeling slechts één van de vele factoren van emigratie is en dat de meeste Afrikaanse migranten binnen Afrika migreren. Maar het bekritiseren van de instrumentalisering van de Afrikaanse demografie als een machine van xenofobe fantasieën mag ons niet verhinderen deze bevolkingsexplosie als hoogst problematisch te beschouwen. Voordat het als een probleem voor de ontwikkelde landen wordt, is het op hol slaan van de demografie van Afrika beneden de Sahara een enorm obstakel voor de ontwikkeling van het Afrikaanse continent.

Een Afrikaanse vrouw heeft gemiddeld 4,4 kinderen, en in Nigeria zelfs 7. Op het huidige tempo zal Afrika, dat nu één miljard inwoners telt, in 2050 twee miljard inwoners tellen. Nigeria zal de Verenigde Staten als derde dichtstbevolkte land ter wereld passeren, achter China en India. Met een jaarlijkse toename van meer dan 3% in de Sahel-landen maakt de demografie elk perspectief op het verlaten van de armoede denkbeeldig. Nigeria, een land waar slechts 8% van het oppervlak bebouwbaar is, had in 1960 drie miljoen inwoners. Binnen twintig jaar zou het meer dan 40 miljoen inwoners tellen. Wat betreft Mali en haar huidige 40 miljoen inwoners: dit aantal zal tot 2050 meer dan verdubbelen. Zelfs in de minder arme regio’s absorbeert de sterke toename van de bevolking volledig de economische ontwikkeling, laat het de algemene verarming voortduren en werpt het massa’s jongeren zonder enige hoop in permanente werkloosheid of in de armen van het jihadisme.

In tegenstelling tot andere delen van het continent is in West-Afrika, en met name in de Sahel, nog geen daling van het aantal kinderen per vrouw te zien naar mate de kindersterfte afneemt. Nu is 40% van de bevolking er jonger dan 15 jaar. Lange tijd was deze « vloek van de demografie » een taboe voor de Europeanen, de vroegere kolonisatoren. De Afrikanen zelf hebben dit uiterst gevoelige onderwerp, dat de grootste intimiteit van de gemeenschappen raakt, de voorouderlijke tradities op het spel zet en ook één van de sleutels van mannelijke overheersing is, lange tijd vermeden. « Nog maar een paar jaar geleden was het onmogelijk om bij traditionele religieuze leiders van de gemeenschappen te gaan zitten en het woord « bevolking » uit te spreken », vertelde in een interview Mabingué Ngom, directrice van het Fonds van de Verenigde Naties voor de bevolking van West- en Centraal-Afrika, « maar op dit moment zijn er interessante initiatieven, ook wat betreft familieplanning ». In Niger, het minst ontwikkelde land ter wereld en kampioen vruchtbaarheid van vrouwen, werd Mohames Bazoum in 2021 als president gekozen met zijn programma: « de strijd tegen de demografie ». Hij richtte een netwerk van « écoles des maris » op, gewijd aan de bewustmaking en de beheersing van geboorten in een land waar slechts 16% van de vrouwen anticonceptie gebruikt.

Om de oppositie van de religieuze leiders tegen het aan banden leggen van vroegtijdige huwelijken tegen te gaan, werd het belang van onderwijs aan meisjes (en niet dat van het huwelijk) gepromoot. Terecht, want een ongeschoolde Afrikaanse vrouw heeft gemiddeld meer dan zes kinderen. Dat aantal daalt tot vier als zij basisonderwijs heeft gevolgd, en tot twee na verder vervolgonderwijs. Maar hoe al deze scholen te bouwen, leerkrachten op te leiden en het snelle tempo van geboorten te volgen in gebieden waar slechts 40% van de totale bevolking geacht wordt geschoold te zijn? Een meer dan helse opdracht.

En scholing kan niet alles doen tegen de vroegtijdige huwelijken: het is een diepgewortelde traditie. « Het idee dat een meisje moet trouwen als zij in de pubertijd komt, is in de ogen van de gemeenschappen heel gewoon en zeer gewaardeerd, want het statuut van de vrouw is gerelateerd aan haar capaciteit om zich voort te planten, » constateert een onderzoek over vroegtijdige huwelijken in West-Afrika door het « Laboratoire d’études et des recherches sur les dynamiques sociale et le développpement local » (Lasdel), dat gevestigd is in Niamey. « Veel heel jonge moeders keren niet terug – versterkt door de coronapandemie – naar hun klas, omdat de school hen niet meer wil hebben of hun familie het niet toelaat, » voegt Human Rights Watch daar aan toe. Met vijf of meer meisjes per gezin is dit financieel ook niet te bolwerken. Het resultaat: in Nigeria zijn meer dan drie op de vier meisjes voor hun achttiende jaar (en vaak al voor hun dertiende) getrouwd. Dit is ook het lot van 67% van de meisjes in Tsjaad, van 54% van de meisjes in Mali en in het algemeen van 40% van de Afrikaanse meisjes ten zuiden van de Sahara, waarvan 25% voor de leeftijd van vijftien jaar. In alle politiek van demografische matiging wordt het huwelijk van jonge meisjes op de korrel genomen. Tegelijkertijd wordt deze verdedigd door de religieuze leiders: « De bevolkingspolitiek wordt gezien als gedicteerd door het Westen, dat de Afrikaanse identitaire waarden misprijst, » constateert het rapport van Lasdel, dat « weerstandsmanifestaties van bepaalde islamitische gemeenschappen » vermeldt.

In Mali zijn islamitische leiders in 2009 onder aanvoering van imam Mahmoud Dicko de straat op gegaan, en zijn zij erin geslaagd de hervorming van de familiewet, die meer rechten aan vrouwen gaf bij een huwelijk op ten minste 18-jarige leeftijd, af te blazen. Sindsdien hebben religieuze leiders hun greep op de Sahel steeds verder versterkt. De demografische ontwikkeling, weinig zichtbaar in de in deze regio gevoerde geopolitieke strijd, wordt zo een complete catastrofe voor het Afrikaanse continent.

 

Geschreven in februari 2022

 

 

Frankrijk, Mali en jihadistische bewegingen: wat kan er nog gedaan worden?

 

Er alles aan doen om een Kaboel in de Sahel te vermijden. Vermijden om zoals de Amerikanen uit Afghanistan hals over kop te vertrekken, want dat is wat er voor Frankrijk in Mali dreigt. Dat er een einde moet komen aan de operatie « Barkhane » tegen de jihadistische groepen daar is al heel lang duidelijk. Het gaat erom dat op een andere manier te doen dan in totale ontreddering. Terwijl in het westen van Afrika door de legers aldaar de ene staatsgreep na de andere wordt gepleegd, lijkt Frankrijk meer dan ooit verzwakt in landen waar jongeren volledig in de ban zijn van zeer rijkelijk in de sociale media aanwezige « informatie » over wat daar gepresenteerd wordt als neokolonialisme. In Burkina Faso wordt het Franse leger zelfs beschuldigd van het bewapenen van jihadisten in plaats van deze te bestrijden. Hoe is deze situatie ontstaan?

Aanvankelijk had de door de interventie niets van doen met de ideeën van een neo-conservatief kamp overtuigd van de « beschavingsmissie » van het Westen. Mali is niet te vergelijken met Irak of Libië. De in januari 2013 gelanceerde operatie « Serval » had als doel een soeverein land te helpen zijn bevolking en de integriteit van zijn grondgebied te beschermen tegen jihadistische groepen. Daardoor werd de val van de hoofdstad Bamako vermeden met verschrikkingen als die zich al in Timboektoe afspeelden. Frankrijk accepteerde de consequenties van de rampzalige operatie in Libië (men verjoeg er met steun van de VS de dictator Kadhafi, won de oorlog maar verloor de vrede), waarvan men ongetwijfeld nog niet de omvang van de schade kent – waaronder de verspreiding van het uitgebreide wapenarsenaal van Kadhafi in de Sahellanden. Frankrijk was de enige westerse macht die toen zijn verantwoordelijkheden accepteerde zonder de integriteit van die Sahellanden aan te tasten.

Het probleem kwam daarna. De vervanging van « Serval » door « Barkhane »: controle, bescherming en interventie uitgebreid tot de hele Sahel, veranderde het karakter van de Franse aanwezigheid en drong Frankrijk een ondraaglijke en onhoudbare overeenkomst op. Natuurlijk was het noodzakelijk de kracht van de legers van Mauritanië, Mali, Burkina Faso, Niger en Tsjaad op te vijzelen om de overdracht te garanderen en het Franse leger niet in een positie te brengen die haar tot het doel van rancune, verdachtmakingen en beschuldigingen van de burgerlijke bevolkingen zou maken. Die bevolkingen raakten steeds meer klem tussen jihadisten en hun door en door corrupte regeringen, die nog altijd niet in staat waren een minimum aan met name agrarische hervormingen door te voeren om een fatsoenlijke toekomst voor steeds grotere aantallen jongeren te verzekeren.

Ik houd hier zeker geen pleidooi voor Frankrijk, want zijn leiders waren ziende blind en horende doof voor de steeds groter wordende woede. En het eerbewijs van Macron aan de zoon van de dictator Idriss Déby in Tsjaad in april 2021 is daarvan één van de laatste bewijzen. Maar het gaat zelfs daar niet meer om. Wat in Afrika speelt, is de uitschakeling van Frankrijk en de massale binnenkomst van Rusland, China, Turkije en de landen van de Perzische Golf. Zij kunnen heel snel de netwerken van « Françafrique » in en deze, zoals het er naar uitziet, ruilen voor « vriendelijke filantropische » bijeenkomsten. Het grote verschil: de nieuwe machten in deze regio worden heel anders gezien dan Frankrijk. Zij zijn min of meer agressieve handelspartners, terwijl Frankrijk een globaal aanbod heeft op cultureel, linguïstiek, bestuurlijk en andere gebieden. En juist dat wordt in deze regio nu verworpen, omdat het geassocieerd wordt met een weinig glorieus koloniaal verleden. De enige macht die de plaats van Frankrijk kan innemen, is de islam. De Afrikaanse elites hebben dat begrepen en sturen hun kinderen niet meer naar de Franse lycea, maar naar Koranscholen. Deze verandering is al heel lang aan de gang in de Sahel en breidt zich uit naar de omliggende landen, verdeeld in een islamitisch noorden en een christelijk zuiden.

Wat kan Frankrijk doen? Macron probeert al zigzaggend in dit mijnenveld een uitweg te vinden. Er zijn er die spijt hebben om een scenario van provocatie en tegen-provocatie te verlaten, van het verheffen van de Franse stem op het thema: wij zijn Frankrijk, wij hebben ons leger gestuurd om jullie te helpen, dus schik je naar ons alsjeblieft… Niet dat dit in de grond der zaak onjuist is, maar wel omdat Mali op alle gebieden een uiterst corrupte land is, waar diverse gangsterbendes, waaronder het leger, op allerlei vlakken illegale handel bedrijven. De moraallessen van de vroegere koloniale macht Frankrijk hebben er geen enkele legitimiteit of doeltreffendheid.

De wereld verandert en Afrika nog meer. De vraag is nu of Frankrijk erin slaagt een vernedering in Mali te vermijden en niet langzaam maar zeker al zijn posities op het continent te verliezen. De kunst is om zich eerder in goede orde terug te trekken dan met houten sabels te zwaaien. Natuurlijk wel minder spectaculair, maar wel subtieler op de lange termijn. En/of toch nog blijven in bijvoorbeeld Nigeria? Daarover wordt nu met Afrikaanse regeringen overlegd.

 

Geschreven in februari 2022