De multiculturele samenleving

Civis Mundi Digitaal #121

door Erik Jansen

Yascha Mounk, Het grote experiment, waarom multiculturele samenlevingen uiteenvallen en hoe ze kunnen standhouden, Spectrum 2022, vert. van The Great Experiment, 2022.

 

De westerse landen, en met name de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Australië, en de landen van de EU, zijn door immigratie steeds meer multiculturele samenlevingen geworden. Enerzijds is er een aanzuigende werking van de hightechbedrijven voor talent uit andere werelddelen, anderzijds is er een gestage instroom van ongeschoolde immigranten die de uitzichtloze situatie in Midden-Amerika, Afrika en het Midden-Oosten ontvluchten. Een instroom die zeker niet in alle gevallen de westerse liberale waarden van vrijheid en democratie, gelijkheid van man en vrouw, scheiding van staat- en godsdienst, onderschrijft.

De vraag is of de vormende werking van gedeeld taalonderwijs voldoende is om deze verschillende culturen te integreren binnen een geassimileerde (‘melting pot’) samenleving. In zijn boek, Het grote experiment, beschrijft Yascha Mounk drie verschillende politieke benaderingen van het immigratieprobleem:

  1. een stug vasthouden aan de eigen cultuur en zoveel mogelijk buitenlanders weren;
  2. het accepteren van enige instroom maar de problemen die ontstaan zoals discriminatie op de arbeidsmarkt en sociale marginalisering, min of meer ontkennen;
  3. het positief accepteren van een groot aantal verschillende groepen met ieder hun eigen identiteit.

Mounk verkiest dit laatste. Als blauwdruk voor een ideaal samenlevingsmodel ziet hij het ‘stadspark’, een open ruimte waar iedereen te gast is en kan doen wat hij wil maar voldoende rekening houdt met andere groepen.

 

Is er een alternatief?

Hoewel die drie benaderingen herkenbaar zijn is het toch de vraag of de politiek werkelijk een keuze heeft of dat de ontwikkelingen de samenleving min of meer overvallen. De eerste benadering – terug in de tijd – is fysiek onmogelijk. Marine le Pen mag dan een ‘priorité nationale’ (nl. ‘eigen volk eerst’) voorstellen die Fransen met een paspoort (de “echte” Fransen) voorrang geeft op huisvesting, medische en sociale zorg, terwijl de immigranten maar moeten zien te overleven. Afgezien of dit juridisch kan, zal het leiden tot een sterk gesegregeerde samenleving, en dat is zeker geen gunstig perspectief voor de toekomst.

De tweede benadering, een strikte neutraliteit vanuit de overheid naar alle inwoners, betekent in de praktijk dat de immigranten zich moeten invechten in de samenleving, met alle discussies over ongelijke kansen voor jongeren met een gelijkwaardige opleiding, maar met de naam Mohammed. Het is dus redelijker om de derde optie na te streven, nl. het positief waarderen van de multiculturele samenleving, zelfs als een deel van de autochtone bevolking zich daar minder in kan vinden.

 

Problemen

Dat de multiculturele samenleving ook een aantal problemen kent, vormt de hoofdmoot van de discussie in het boek. Ten eerste is er het ‘tribalisme’. Mensen zijn geconditioneerd om te denken in familie, clans en groepen, die zich niet alleen tegenover de buitenwereld onderscheiden, maar ook intern traditionele machtspatronen handhaven zoals een autoritaire gezinsstructuur, de ondergeschikte positie van de vrouw, gearrangeerde huwelijken, eerwraak bij het niet volgen van de familie. Allemaal gewoontes die niet overeenkomen met de liberale grondwaarden van onze samenleving. We moeten dus de verschillende culturen positief waarderen, maar waar waarden strijdig zijn met onze liberale maatschappij, moeten die worden tegengegaan.

Een tweede aspect is de groeiende behoefte aan etnische profilering onder de tweede generatie immigranten. De kinderen van immigranten worstelen vaak met hun identiteit, zwevend tussen de traditionele cultuur van hun ouders en de vrije cultuur van de liberale samenleving. Dat leidt tot fundamentalisme en extremisme, waarbij de vrije liberale samenleving als verderfelijk wordt gezien.

Het derde aspect is de claimcultuur voor genoegdoening van historisch onrecht. Hoewel Mounk erkent dat er historisch veel misgegaan is, ziet hij weinig heil in compensatie of financiële genoegdoening, omdat heel moeilijk de grens te trekken is tussen daders en slachtoffers, en de boekhouding van schuld en boete enorm gecompliceerd kan zijn. Zo vinden de Amerikaanse zwarten het onjuist als zwarte Afrikanen die net naar de VS geemigreerd zijn, profiteren van de positieve discriminatie maatregelen die bestemd zijn voor zwarte Amerikanen. Gereserveerde studieplekken aan de universiteiten vormen een genoegdoening voor de maatschappelijke schade van de slavernij en moeten niet gezien worden als compensatie voor de discriminatie op basis van huidskleur. Evenzo keren de Aziatische Amerikanen zich tegen quota voor minderheden, omdat hun kinderen het veel beter doen op de Amerikaanse universiteiten dan de hun beschikbare quota toelaten. Ze hebben eerder nadeel dan voordeel van de positieve discriminatie. 

 

Rol van religie

Het boek behandelt op een onderhoudende manier de voors en tegens van de multiculturele samenleving. Yascha Mounk heeft daarbij wel een roze bril als hij onderstreept dat de multiculturele samenleving een meerwaarde heeft in sociaal, creatief en economisch opzicht. Het geeft de westerse maatschappij haar dynamiek. Hij onderkent in zekere zin wel dat zijn eigen standpunt overeenkomt met de ‘kosmopolitische’ wereldburger die de liberale waarden van vrijheid en gelijkheid als enige referentiekader heeft, en traditionele waarden als familie en religie achter zich heeft gelaten. Zo gaat hij maar zijdelings in op de positie van de islam. De vrouwonvriendelijke cultuur ziet hij meer als uitvloeisel van de traditionele cultuur in de landen rond de Middellandse Zee dan als integraal onderdeel van de islamitische geloofsovertuiging. In een andere omgeving, verwacht hij, zal die patriarchale structuur snel verdwijnen.

 

Botsende beschavingen

Hij gaat niet mee in de ideeën van Samuel Huntington, die in 1996 een boek met de titel Botsende beschavingen publiceerde [1]. Huntington verwachtte na het wegvallen van het IJzeren-Gordijn dat de conflicten in de wereld zich vooral zouden voordoen aan de grenzen van de verschillende beschavingen in de wereld. Hij onderkende acht beschavingen die hij voornamelijk entte op de wereldreligies. Daarin fungeren de ‘islamitische beschaving’ en ’Aziatische beschaving’ als de belangrijkste uitdagers van de westerse hegemonie.

Centraal in de islamitische beschaving is de integratie van natie en religie in de vorm van de religieuze staat (kalifaat) die naar wereldhegemonie streeft. De aanslagen van 9/11 en andere bloedige terreurdaden versterkten inderdaad het gevoel dat er een cultuuroorlog gaande is tussen het Westen en het Midden-Oosten.

Even terzijde, maar opmerkelijk is dat Huntington ook een ‘orthodoxe’ beschaving onderkent met Rusland als kernland. Over Oekraïne stelt hij dat de breuklijn tussen het Westen en het Oosten al eeuwen door het midden van Oekraïne loopt, met in het westen de invloed van Polen, Litouwen en het Oostenrijks-Hongaarse rijk, en in het oosten het Russische tsarenrijk. Hij is (anno 1996) optimistisch dat die breuklijn niet tot een echte oorlog zal leiden gezien de culturele (orthodoxe) banden tussen beide landen.

 

Wij zijn van nature multicultureel

Een andere schrijver, Tzvetan Todorov, keert zich in zijn boek Angst voor de barbaren [2] ook tegen het ‘manicheïstische’ zwart-wit denken van Huntington. Hij ziet dat als een overblijfsel van de vrees voor de ‘barbaren’ die het Romeinse rijk eeuwenlang in de tang hield. In wezen is er zelden een fysieke strijd tussen beschavingen maar eerder een vorm van uitwisseling en beïnvloeding. Verder onderkent het denken in machtsblokken niet de enorme interne verdeeldheid binnen de machtsblokken: de sjiieten en soennieten in de Arabische wereld, de hindoes en moslims in India en Pakistan, de Joden en Palestijnen in Israël.

Todorov, zelf van Bulgaarse afkomst maar tot zijn overlijden in 2017 levend en werkend in Frankrijk en schrijvend in de Franse taal, onderkent drie niveaus van culturele identiteit: de cultuur van de familie waarin je opgroeit, de cultuur van het land waar je woont en werkt, en de cultuur van de universele waarden zoals belichaamd door de Verlichting en vastgelegd in het Handvest van de VN. De eerste cultuur van de opvoeding, de religie, en het leren van je eerste taal zal gedurende ieders leven een emotionele meerwaarde behouden. Voor immigranten zal het altijd het ‘verloren paradijs’ blijven van je jeugd, waar met warme gevoelens aan zal worden teruggedacht. De cultuur van het land waar je woont en werkt zal meer bepaald worden door de sociale structuur van de maatschappij en de wetten en politiek van het land. Daar kun je je op een min of meer afstandelijke of zakelijke manier toe verhouden. Je kunt meejuichen met het nationale voetbalelftal, maar het zal niet meer de emotionele band geven die de sportclub van je dorp nog opriep.

Ten derde spelen op de achtergrond universele waarden een rol, die je leren om kritisch te kijken naar de situaties van onrecht en inbreuken op de natuurlijke omstandigheden. Dat kan ook voorkomen dat we te veel toegeven aan cultuurrelativisme, namelijk dat iedere cultuur zijn eigen waarde heeft en dat anderen daar niet over mogen oordelen. Universele waarden zijn leidend boven traditionele geloofspraktijken die daartegen ingaan.

Volgens Todorow zijn de drie niveau’s goed naast elkaar te hanteren en zijn we juist heel goed in het uit elkaar houden van de normen en waarden op die niveaus. Een mens kan heel soepel switchen tussen deze cultuurkringen. Opmerkelijk is verder dat Todorov stelt dat de technische en economische ontwikkeling slechts een beperkte invloed uitoefent op de cultuur. Moderne technologie wordt door iedere beschaving gebruikt als middel voor communicatie en om oorlog mee te voeren. Iedere grootmacht ambieert kernwapens en raketten, welke religie men ook aanhangt.

Todorov gaat uitgebreid in op de bedreiging door het ‘islamisme’, maar wil voor alles waarschuwen voor het ‘war on terror’ denken, dat in landen als Syrië en Irak alleen maar ellende heeft gebracht. Op lokaal niveau moet men tolerant zijn en de controverses niet uitspelen (cartoons van de profeet vermijden, aparte zwemuren voor moslimas instellen, etc.) en de tijd zijn werk laten doen. Culturen veranderen permanent, ook de ‘autochtone’ cultuur.

 

Tot slot

Keren we weer terug naar Yascha Mounk, dan is het opmerkelijk dat hij weinig woorden vuil maakt aan het populistisch verzet tegen de multiculturele samenleving. In zijn vorige boek The people versus democracy (zie bespreking in CM#112), stelde hij juist de Trump revolte en de populistische weerstand tegen de multiculturele samenleving centraal. De populistische onvrede zag hij als tweeledig: door de globalisering en overgang van de industriële bedrijvigheid naar diensten komt een deel van de bevolking met een lagere opleiding minder goed aan de bak en moet genoegen nemen met onzeker, laagbetaald werk. Tegelijkertijd kampt dit deel van de bevolking met de toenemende concurrentie voor huisvesting, de concurrentie van vrouwen op de arbeidsmarkt, en de culturele vervreemding door het verdwijnen van collectieve verbanden zoals kerken, vakbonden en traditionele folklore (carnaval, zwartepiet, etc.).

Er volgt in zijn nieuwe boek geen nieuwe insteek, noch een advies hoe met de onvrede om te gaan. Moeten we die onvrede maar gewoon uitzitten in de hoop dat Donald Trump en Marine le Pen geen tweede kans krijgen, en dat het “grote experiment” gunstig afloopt?

 

Noten

[1] Samuel Huntington, Botsende beschavingen, cultuur en conflict in de 21e eeuw, Manteau | Anthos, 1997.

[2] Tzvetan Todorov, Angst voor de barbaren, de botsende beschavingen voorbij, Uitgeverij Atlas, 2009.