Reset
Deel 4: Communitaire democratie

Civis Mundi Digitaal #121

door Herman Hümmels

Bespreking van Mark Elchardus, Reset. Over identiteit, gemeenschap en democratie. Uitg. Ertsberg, Aalter (BE), 2021

 

De democratie staat onder druk. Het is volgens Mark Elchardus niet goed om de ontwikkelingen, die door het neoliberalisme zijn ingezet, nog langer te volgen, anders vervallen we in een ‘juristocratie’.

Het ordeningsprobleem
Een wereld die bestaat uit puur autonome mensen is een chaotische wereld: een wanorde; anarchie, regeringloosheid, een onmogelijke wereld. Mensen hebben in de loop van de tijd allerlei regerings- en beleidsvormen ontwikkeld, die soms tegenstrijdig zijn: van ancien régime tot neoliberalisme, van dictatuur tot democratie. Er is één grondprincipe naar voren gekomen waarin het overgrote deel van die maatschappij-opvattingen overeenstemt: een afgebakend stuk grond waar de mensen de dienst uitmaken. Vroeger en nog steeds, worden oorlogen gevoerd om grensafbakeningen. Elchardus zegt: stap één om tot ordening te komen is het eens worden over de grenzen van het gebied. Ook op andere gebieden geldt het respecteren van grenzen. Wat er binnen de grenzen gebeurt is aan de bevolking (het volk) dat er woont. Dit is stap twee: de erkenning van de soevereiniteit.

Soevereiniteit
Stap drie zou kunnen zijn: erkenning dat ‘soevereiniteit’ zich op twee gedragsniveaus afspeelt: het individuele en het landelijke niveau. Uitgangspunt is voor Elchardus het individuele niveau (eigenheid, individuele authenticiteit, soevereiniteit). Dit niveau is deels ondergeschikt aan wat ‘het volk’ beslist in de vorm van wetgeving, althans in een democratie. Die wetgeving is dan wel bepalend (begrenzend) voor het individuele gedrag. De beslissing van het volk moet daarbij gebaseerd zijn op het principe van het tellen van stemmen, waarbij elke stem gelijke waarde heeft en elke volwassen burger één stem kan uitbrengen. Landen (staten) die dit zo geregeld hebben zijn ‘rechtsstaten’.

Dit kan uitmonden in flinke verschillen in wetgeving tussen de verschillende landen. Deze ‘verschillen’ (nadruk op grenzen die de bemoeienissen afbakenen) gelden voor Elchardus ook op alle andere terreinen, zoals moraal en cultuur. Het gaat niet op om andere landen op hun uitwerkingen te bekritiseren. Respect voor het anders-zijn, de eigenheid van de ander (op beide systeemniveaus - het individuele en het gemeenschapsniveau) is voor Elchardus, en voor de communitaire denkwijze, heilig. Dit heeft bepaalde implicaties.

Moderniteit
Volgens Émile Durkheim (1885-1917) is “de kern van de moderniteit [die inzette met de Verlichting]: de fundamentele waardeverandering die de moderne van de traditionele samenleving scheidt. Waardigheid en respect verschoven van goden naar mensen. […] De vrijheden en rechten waarvan het moderne individu kan genieten, zijn volgens Durkheim niet de oorzaak, maar het gevolg van die door de collectiviteit doorgevoerde heiliging” (p263). God is niet dood, de mens, de samenleving volgens Durkheim, nam gewwoon zijn plaats in. Sociale contracten zijn niet afgeleid van de natuur, maar door de collectiviteit gemaakt.
Er kwam een belangrijke omslag toen Friedrich Hayek (1899-1992) beweerde dat het individu geen plichten heeft ten opzichte van de collectiviteit, maar dat alleen eigenbelang geldt. Echter: “voor het gemeenschapsdenken stelt zich prioritair de vraag hoe de over de generaties en door de gemeenschap opgebouwde individuele handelingscapaciteit kan worden bewaard en ontplooid, en dus ook welke rechten aan een gemeenschap en niet enkel aan de individuele leden van die gemeenschap kunnen worden gegeven om dat kostbare goed te bewaren en te laten bloeien” (p265).

Identiteit
Het liberalisme heeft zich vanaf de Verlichting vertaald in de autonomie van het individu. Met grote gevolgen. Dit mondde vanaf ±1980 uit in het neoliberalisme met zijn voorkeur voor de onbeperkte soevereiniteit van het individu onder invloed van onder andere Hayek en Friedman.
Mark Elchardus pleit in het spoor van Durkheim voor herwaardering van het communitaire individualisme waarin de vrijheid en de waardigheid van het individu gezien wordt “als het product van de gemeenschap, als afhankelijk van collectief geschapen voorwaarden zoals kans op onderwijs, gezondheidszorg, veiligheid en solidariteit” (p19). Dit wil niet zeggen dat het collectief de enige bepalende factor is voor de individuele identiteit, wel dat je identiteit ook gevormd wordt door wat er om je heen in de loop van de tijd gebeurd is. De persoonlijke identiteit vormt zich ook op grond van de eigenheid van de landelijke gemeenschap waar je deel van uitmaakt en dat als een soort bouwmateriaal gebruikt wordt voor je individuele ontwikkeling.

Liberaal versus communitair
“Liberaal denken geeft recht, een bepaalde opvatting van de juiste rechtsorde, absolute voorrang op waarden, identiteit, geschiedenis, cultuur en beschaving. Gemeenschapsdenkers daarentegen stellen dat al die dingen bepalen wat een gemeenschap goed en juist acht en dat het recht daaraan ondergeschikt is, daarop moet worden afgestemd” (271).

Minderheden
Mark Elchardus erkent alleen de twee systeemniveaus (individu en staat) voor de communitaire rechtsstaat. De particuliere soevereiniteit van elk individu wordt als het ware samengevoegd in de wens van ‘het volk’, via de volksvertegenwoordiging, in voor iedereen geldende wetten. Dit leidt tot voor iedereen, die zich op het nationale grondgebied bevindt, geldende rechten en/of plichten.
Er zijn echter ook mensen die hun identiteit niet wensen te laten bepalen door een landelijke gemeenschap, maar zelf hun bouwstenen willen kiezen en daarvoor een andere of kleinere gemeenschap kiezen (of van huis uit meegekregen hebben). Dit tref je aan bij migranten en bij kleine gemeenschappen die zich rond een specifiek kenmerk vormen. Elchardus noemt dit het ‘kleine identiteitsstreven’ (identitair particularisme). Het neoliberalisme geeft hieraan ruim baan. Dit in tegenstelling tot de communitaire opvatting die dit ‘streven’ niet erkent als bouwsteen voor de landelijke rechtsorde.

Juristocratie
Kleine gemeenschappen en groeperingen krijgen steeds meer voet aan de grond door rechten op te eisen op grond van zelfgeformuleerde identiteiten (woke-beweging, klimaat-lobbyisten…). Dit zou democratie-ondermijnend kunnen werken. De maatschappelijke orde kan alleen zichzelf handhaven als er een ‘hoogste gezag’ erkent en gehandhaafd wordt. Dit hoogste gezag is niet onveranderlijk, maar in een democratie is alleen de volksvertegenwoordiging daartoe gerechtigd en moeten veranderingen via de weg van de politieke discussie en besluitvorming tot stand komen.

Protesten, demonstraties en zelfs lobbyen, zijn democratische rechten. Maar zodra al of niet vermeende rechten via het gebruik of misbruik van de rechterlijke macht van de staat worden afgedwongen is dit een bedreiging van de rechtsstaat. Niet de rechterlijke macht, maar de volksvertegenwoordiging is het aangewezen instituut om de regering te corrigeren. ”Het is het volk dat spreekt met de stem van de wetgever, niet de gemeenschap.” (p 316)

Recht
“Liberaal denken geeft recht, nl. een bepaalde opvatting van de juiste rechtsorde, absolute voorrang op waarden, identiteit, geschiedenis, cultuur en beschaving. Gemeenschapsdenkers daarentegen stellen dat al die dingen bepalen wat een gemeenschap goed en juist acht en dat het recht daaraan ondergeschikt is, daarop moet worden afgestemd” (p 271). Volgens de liberale denkers wordt de rechtsstaat boven de volkssoevereiniteit en de wetgever geplaatst. “Liberalisme kent aan politiek in feite slechts een marginale rol toe” (p 273).

Volkssoevereiniteit
Elchardus noemt een hele serie uitdagingen die een aanval doen op de westerse democratie. Dit leidt tot de roep om daadkrachtiger overheden diede democratie ondermijnen naast een opkomende juristocratie,. Er zijn slechts twee types overheden die de ordenende taak aankunnen: overheden die geen rekening houden met hun kiezers en overheden die “sterk door hun kiezers worden gedragen” (p393). China is een voorbeeld van het eerste. De tweede optie is de communitaire democratie. Alleen de tweede optie is een democratie. Uitgangspunt is: vertrouwen in de kiezer.

“Democratieën werken pas echt goed als kiezers kunnen signaleren wat misloopt en als de politiek verantwoordelijken daar voldoende rekening mee houden. […] Dat is een van de redenen waarom democratie niet enkel op ethische, maar ook op praktische gronden kan worden verkozen. Een echte democratie maakt van elke burger een voelspriet die opvangt wat er misloopt. [… Dit is] de reden waarom democratie op de langetermijn superieur is aan autoritarisme en technocratie. [… Gebrek aan vertrouwen en angst voor de kiezer] leidt tot ondemocratisch liberalisme […] waarin het Volk wordt gebruikt als een legitimerend principe, terwijl het volk van vlees en bloed zoveel mogelijk buiten spel wordt gezet. […] Volkssoevereiniteit staat immers in de weg voor het vestigen van een regime op maat van grote kapitaalbezitters en de financiële sector” (p393/4). Een voorbeeld van kiezers uitsluiten is een cordon sanitair, zoaols bij de coronamaatregelen.

Volksverlakkerij
Het ondemocratisch liberalisme probeert haar bestaan op allerlei manieren te legitimeren. Burgerpanels zijn een voorbeeld. Een alternatief is een referendum. Of, zoals China het doet, via een site voor burgerraadpleging “waarop burgers rechtstreeks hun suggesties kunnen doen voor het bestuur van het land” (p400). Of daar dan ook naar geluisterd wordt is een andere kwestie, want om dit luisteren gaat het.
Het zwaartepunt van de democratie is tegenwoordig verschoven van volksvertegenwoordiging naar uitvoerende macht, vooral via de partijtoppen (particratie). De controle op de uitvoerende machten van de EU-lidstaten vindt steeds meer niet plaats via de volksvertegenwoordiging, maar via “het Hof van Luxemburg wat het naleven van de verdragen betreft en het Hof van Straatsburg wat het naleven van de grondrechten betreft” (p404, juristocratie). Een nieuw soort dictatuur van niet-verkozen bureaucraten en rechters.
Elchardus is voorstander van een duidelijker inschakelen van een wetenschappelijke raad voor het regeringsbeleid en een bevolkingsraadpleging, die samen een input vormen voor een debat in de Kamer.

Jurisprudentie
Stap voor stap is de westerse wereld terecht gekomen in een juristocratie. De basis van het recht wordt gevormd door de verschillende grondwetten en de gewoonte om wetten door rechters te laten beoordelen (toetsen). Die beoordeling gaat altijd gepaard met een interpretatie. De toetsing vindt plaats door rechters die niet door de bevolking gekozen zijn. De interpretatie kan door systematisch procederen door pressie- en belangengroeperingen afgedwongen worden, volgens een interpretatie “die strookt met hun belangen en als precedent gaat werken” (p412).

Toetsing
Er wordt onderscheid gemaakt tussen sterke en zwakke toetsing. “Het verschil tussen beide komt neer op de vraag: heeft een rechtbank uiteindelijke beslissingskracht over de grondwettelijkheid van de wet en de wettelijkheid van beleid, of blijft de uiteindelijke beslissing, ook na eventuele juridische toetsing en ongeacht het oordeel van het bevoegde hof, in handen van de wetgeving en dus het Volk?” (p413).
Voorbeelden van sterke toetsing (juristocratie) zijn het Hof van Justitie en het Hof voor de Rechten van de mens. Zij treden op als het hoogste gerechtshof waaraan in de EU de landelijke hoven, waaraan het de interpretatie betreft, ondergeschikt zijn. Daarmee wordt de democratie ondermijnt: de volksvertegenwoordiging wordt buiten spel gezet. Zwakke vormen van toetsing vormen echter geen probleem voor de democratie, integendeel. Daarmee wordt gewaakt over zaken als rechten, vrijheid, rechtsgeleerdheid, cultuur van de wetgevende macht…

Coalitie
Er is een onverwachte coalitie ontstaan tussen de kaders van de linkse politieke partijen en economische elites “die juristocratie hanteren als wapen tegen overheidsregulering. Beide groepen worden ondersteund door grote delen van de juridische professies” (p418). Hun machtsstreven is een aanval op de rechtsstaat en de democratie.

Rechters verlaten bij voorkeur de traditionele methode van interpretatie van de bedoelingen van de wetgever en opteren voor het dichttimmeren door meer wetgeving dat in overeenstemming is met hun visie en het buitenspel zetten van de wetgever. Dit betekent een sluipende overname van de macht door de niet democratisch gekozen rechters. Tegenstanders van een norm die geen meerderheid vindt in het parlement, lukt het steeds meer om hun gelijk te krijgen via rechters die de wet activistisch interpreteren.

Gevaar
Juristocratie heeft minstens vijf praktische nadelen: “Zij vormt een bedreiging voor de rechtsstaat, bevordert willekeurige interpretaties van de wet, brengt mensen in gevaar door politieke naïviteit, biedt geen betere bescherming van rechten en interpreteert op een manier die neoliberaal beleid bevordert en sociale vooruitgang remt” (p422). Deze punten worden door Elchardus verder uitgewerkt.

Mensenrechten
“De kolonisering van de samenleving door recht komt duidelijk naar voren in de explosie van mensenrechten” (p433). Die begon in de jaren 70 van de vorige eeuw. Het gegoede leven van de middenklasse werd de norm, tegenwoordig al uitgedrukt in zo’n driehonderd rechten. “Het beschrijft een leven dat al niet is weggelegd voor de doorsnee laagopgeleide Amerikaan” (p433). Elchardus stelt de vraag waarom die rechten voor iedereen zouden moeten gelden. Hij vindt op deze vraag geen bevestigend antwoord. Opvattingen over menswaardigheid veranderen voortdurend en zijn van allerlei zaken afhankelijk: tijdgeest, opvoeding, cultuur… In de Middeleeuwen dacht men er totaal over dan nu, ook tegenwoordig worden in de verschillende continenten andere waarden en normen gehanteerd. Wie heeft het recht om anderen een opvatting op te leggen? Waaraan wordt dit recht ontleend?

Neoliberalisme
Het is geen toeval dat de opkomst van de juristocratie samenvalt met de bloei van het neoliberalisme en de spectaculaire groei van de ongelijkheid. Het zijn handlangers. Zowel de juristocratie als het neoliberalisme staan boven de wet. Ze staan beide vijandig ten opzichte van collectiviteiten die sterk genoeg zijn om beperkingen op te leggen aan individuen. Ze accepteren niet dat zelfs binnen een staat verschillende rechten kunnen gelden op basis van verschillende culturen en tradities.

Diversiteit
“De tijd is aangebroken om de wereld veilig te maken voor diversiteit, maar gedreven door realiteitszin” (p466). Geleerd moet worden om de taal van respect te spreken. Elke gemeenschap maakt een eigen ontwikkeling door en is daarin soeverein, zoals dit ook geldt voor de ontwikkeling van elk individu.

Wordt vervolgd
Elchardus geeft een uitgebreide analyse van en opvatting over de verhouding tussen staat, democratie en ‘volk’, waarbij Rawls (liberaal) en Sandel (communitair) genoemd worden en zaken aan de orde komen als populisme, referendum, burgerpanels… Rawls bepleit het evenwicht tussen volkssoevereiniteit en rechtsstaat. Elchardus bespreekt verder allerlei kwesties die de Europese Unie en de verhouding tussen markt en gemeenschap(pen) betreffen.
De volgende keer komt Elchardus’ opvatting over gastarbeiders, vluchtelingen en migratie aan de orde.