Een dystopische wereld: van literair bedenksel tot de werkelijkheid van nu? Deel 7A. De technologisch gestuurde wereld

Civis Mundi Digitaal #121

door Maarten Rutgers

In de volgende delen van de serie besteed ik aandacht aan het werk van vier buitenlandse auteurs. De inhoud van hun werk laat een onderlinge samenhang zien en past uitstekend bij de huidige ontwikkelingen. Drie van de vier geschriften zijn ook in het Nederlands vertaald.

Het eerste boek is al meer dan honderd jaar geleden gepubliceerd, in 1909. Het werd eerder kort aangeduid in Deel 2 van de serie in CM 116[1]. De Britse auteur E.M. Forster had een vooruitziende blik en past daardoor goed in het nu te bespreken viertal. De andere auteurs hebben zich stevig verdiept in de technische mogelijkheden van de digitale wereld. Hoe zij ermee omgaan is verschillend. De resultaten zijn boeiend en ook onthutsend. Technologie die de mensheid in de greep heeft, leidt tot grote vraagstukken en problemen.

 

Een kort Engels dystopisch verhaal

We beginnen met The Machine Stops[2], De machine staat stil (1909) van Edward Morgan Forster (1879-1970). Hij schreef meerdere romans en vele korte verhalen en essays. De schrijver is ook in Nederland goed bekend met zijn romans A Room with a view, Kamer met uitzicht[3](1908) en Passage to India, Overtocht naar India[4] (1924). Alledrie zijn ook verfilmd. De eerste in 1966 met Yvonne Mitchel (1915-1979). In A room with a view van 1985 was de hoofdrol weggelegd voor Helena Bonham Carter (*1966), hetgeen haar doorbraak betekende in de filmwereld. Een van de andere rollen was voor Judi Dench (*1934).

Een jaar eerder, 1984, verscheen A Passage to India in een filmversie, geregisseerd door David Lean (1908-1991), onder meer bekend van The Bridge over the River Kwai, Lawrence of Arabia en Doctor Zhivago. Bekende namen als Peggy Ashcroft (1907-1991) en Alec Guinness (1914-2000) waren ook van de partij. Na het verschijnen van A passage to India stopte Forster met het schrijven van romans en concentreerde hij zich op korte verhalen, libretto’s en essays. Ook schreef hij vele jaren boekrecensies. In de dertiger en veertiger jaren was hij verbonden aan de BBC. Daar leerde hij George Orwell kennen. In zijn werk verwerkte hij ervaringen opgedaan tijdens zijn reizen, maar ook autobiografische elementen. Zijn vader was een architect uit Wales en overleed toen hij twee jaar was. Hij was enig kind. Hij woonde tot het overlijden van zijn dominante moeder in 1945 met haar samen als hij niet op reis was. Daarna leefde hij teruggetrokken in een kamer in King’s College in Cambridge, als hij niet in Londen was. Zijn privé-leven stond in het teken van zijn worsteling met zijn homosexualiteit onder invloed van de toen geldende opvattingen. Hij is er alleen onder vrienden voor uitgekomen, hoewel hij uit een progressief milieu afkomstig was.

Hij begon met schrijven in zijn jonge jaren. Tijdens zijn studie aan de Universiteit van Cambridge was hij lid van een bekende discussieclub, waarvan vele leden later de zogenaamde Bloomsbury Group vormden. De mannelijke leden hadden vrijwel allemaal in Cambridge gestudeerd, de vrouwelijke leden aan King’s College in Londen. Allen waren betrokken bij de intellectuele en literaire ontwikkelingen van hun tijd, de periode van ongeveer 1910 tot 1930. Naast E.M. Foster kende de groep nog meer illustere leden, zoals Virginia Woolf en John Maynard Keynes. Zij allen stonden erom bekend dat zij vooruitstrevende ideeën hadden op het gebied van feminisme, seksualiteit en politiek; zij waren vrijwel allemaal pacifisten. Het werk van Forster gaat vaak over vrijwel onoverbrugbare cultuurconflicten en standsverschillen. Hij kwam uit voor zijn humanisme en sympathiseerde met de arbeidersklasse, hoewel hij zelf tot de gegoede burgerij behoorde. Verder is hij is jarenlang tevergeefs genomineerd voor de Nobelprijs voor literatuur.

Onder de werktitel Lucy begon Forster met een roman die hij pas later voltooide en onder de titel A room with a view in 1908 uitkwam. Voordien verschenen in 1905 Where Angels Fear to Tread, Waar engelen schromen te gaan[5], verfilmd in 1991 met opnieuw Helena Bonham Carter (*1966) en verder Helen Mirren (*1945) en in 1907 The Longest Journey. Een ander bekend werk van hem is Howards End[6] (1910). Ook dit werk is verfilmd, 1992, met Helena Bonham-Carter, maar ook Vanessa Redgrave (*1937), Emma Thompson (*1959) en Anthony Hopkins (*1937).

Het korte verhaal waarom het hier gaat verscheen in 1909 in een indertijd bestaand tijdschrift. Later werd het opgenomen in een verzamelband met korte verhalen van Forster.

 

 

 

De machine staat stil

Het verhaal speelt zich af in een ondergrondse wereld. Het gros van de mensheid woont hier. Bovengronds leven is vrijwel onmogelijk geworden. Althans zo zien de ondergronds levenden dat. “Het aardoppervlak is alleen maar stof en modder, er blijft niets in leven en je zou een gasmasker nodig hebben, want de koude buitenlucht zou je dood betekenen.” Het boekwerkje kent slechts twee bij naam genoemde menselijke hoofdrolspelers, Kuno en zijn moeder Vashti. De eigenlijke hoofdrol wordt gespeeld door ‘De Machine’. In drie delen wordt het hele verhaal uit de doeken gedaan.

Schrijver en diplomaat Leigh Turner beschrijft op zijn website (https://rleighturner.com/the-machine-stops/) hoe hij in zijn middelbareschooltijd, begin zeventiger jaren van de vorige eeuw, met zijn klas het werkje moest lezen zonder dat de leraar had aangegeven wie de auteur was. Ze moesten daarna raden wanneer het was geschreven. De enige aanwijzing dat het al wat ouder was, werd gevonden in de beschrijving van het transport. Er werden luchtschepen gebruikt, geen vliegtuigen. Voor het overige kon het in de toenmalige tijd spelen. Of het ook nu zo zou zijn blijft een vraag, maar veel past zeer goed in onze tijd.

 

De wereld

De mensen leven alleen, in een kleine zeshoekige ruimte, “gevuld met een zacht lichtschijnsel.” Er zijn voortdurend “melodieuze geluiden” op de achtergrond. Het meubilair bestaat uit een fauteuil en een tafeltje. Overal knoppen “om eten te bestellen, muziek en kleren”, etc. En vooral ook knoppen om “contact te maken met kennissen en vrienden.” Iedereen kon zo met iedereen in verbinding komen en zijn, overal ter wereld. “Het onbeholpen systeem van openbare bijeenkomsten was al lang geleden afgeschaft.” Iedereen leeft in een soortgelijke cocon; er zijn geen verschillen meer; iedereen is gelijk geworden, wereldwijd. Op tafel ligt bij iedereen “het ’Boek van de Machine”, waarin alle vragen die je zou kunnen hebben beantwoord worden. Een uitgave van de “Centrale Commissie”. Nergens in het verhaal wordt duidelijk wat deze commissie voorstelt of wie er zitting in hebben.

Kuno zoekt contact met zijn moeder Vashti. Ze wonen ver uit elkaar, ieder aan een kant van de aarde. Het contact verloopt via een ‘cinematofoot’, een scherm, waardoor ze elkaar kunnen zien en spreken. Kuno vraagt zijn moeder hem op te komen zoeken, omdat hij haar persoonlijk iets wil vertellen. Ze wijst een bezoek aan hem in eerste instantie af. “Maar ik kan je toch zien!” Kuno geeft echter aan haar niet via de Machine te willen zien, maar echt, in levenden lijve. En verder meent hij dat zijn moeder de Machine als door een god gemaakt ziet. “Ik geloof dat u tot haar bidt als u zich ongelukkig voelt. Ze is door mensen gemaakt, vergeet dat niet. Knappe mensen, maar wel mensen.”  En later, “U begint de Machine te aanbidden.” Haar reactie is dat ze niets aanbidt en ”alle angst en bijgeloof die ooit bestonden, zijn door de Machine uitgeroeid.”

Kuno geeft aan voornemens te zijn naar buiten te gaan, het aardoppervlak te bezoeken. Zijn moeder: “Het is in strijd met de tijdgeest.” Kuno: “Bedoelt u daarmee dat het strijdig is met de Machine?” En even verderop krijgen we te lezen dat Vashti inderdaad een bijzondere verhouding tot de Machine heeft, wanneer ze het Boek “eerbiedig in haar handen” neemt en mompelt: “O Machine! O Machine!”

 

Bezoek

Uiteindelijk besluit Vashti in te gaan op het verzoek van Kuno. Ze reist via een lopende band, een soort trein en een lift naar een luchtschip en dan verder op deze manier naar het noordelijk halfrond. Ze vindt het maar niks, de reis, maar ook het luchtschip. Er wordt weinig gereisd, waarom zou je ook, en het luchtschip is “ouderwets en onafgewerkt”. Tijdens de reis, waarbij ze vooral niet naar buiten wil kijken en dus de luiken gesloten houdt, realiseert zij zich dat “toen de luchtschepen gebouwd werden, was rechtstreeks kijken naar de dingen nog in zwang in de wereld. Vandaar het buitengewoon grote aantal bovenlichten en vensters en het evenredig grote ongemak voor iedereen die beschaafd en ontwikkeld was.” Bij iedere gelegenheid onderweg waar ze toch even kijkt stelt ze vast dat hetgeen ze ziet bij haar geen ideeën oplevert. “Geen ideeën hier”, mompelt ze steeds weer.

Het bezoek aan haar zoon wordt geen succes. Zeker niet omdat Kuno haar uitlegt wat zijn probleem met de samenleving is. Hij is tot de conclusie gekomen dat “de mens de maat der dingen is” en niet de Machine. Vashti houdt hem voor dat hij op de verkeerde weg is. “Niet doen. Niet over die verschrikkelijke dingen praten. Ik word er beroerd van. Je verkwanselt de beschaving.” Kuno vertelt dat hij naar het aardoppervlak geweest is via een oude ventilatieschacht. Hij heeft de heuvels gezien, “lage kleurloze heuvels”. Hij houdt een heel betoog tegen zijn moeder. “...[de Machine] heeft ons lichaam en onze wil verlamd en nu dwingt ze ons haar te aanbidden. De Machine ontwikkelt zich – maar dankzij onze leugens. De Machine schrijdt voort – maar niet naar ons doel.” Kuno blijft erbij dat er op het aardoppervlak te leven valt, hoewel men alleen maar van de doden daarboven spreekt. Het lukt hem echter niet meer opnieuw naar buiten te komen.

 

Problemen

Zo gaan de jaren voorbij en schrijden de ontwikkelingen voort. Kuno is overgeplaatst naar een kamer in de buurt van zijn moeder. Hun verhouding is er niet beter op geworden. Ze zien en spreken elkaar eigenlijk niet meer. In de ondergrondse samenleving ontstaat een nieuwe wetenschap, waarin afstand wordt genomen van “dat storende element - rechtstreekse waarneming.” Ideeën zijn pas wat waard als ze uit de zoveelste hand komen. Iedereen praat iedereen na. Een van de voordrachtskunstenaars legt uit wat de nieuwe ontwikkeling betekent: ‘En ooit’ - zijn stem verhief zich - ’zal er een generatie komen die boven de feiten staat, boven de indrukken, een absoluut kleurloze generatie, een generatie die even vrij als een engel is van de smet van de persoonlijkheid.’

De ontwikkelingen leiden ertoe dat het vervoer met luchtschepen minder wordt, maar hun bestaan blijft, omdat ze “het systeem van de Machine binnengedrongen waren.” En Kuno’s woorden aan zijn moeder over aanbidding van de Machine worden steeds meer werkelijkheid in het onderaardse. “De Machine voedt ons, kleedt ons en verschaft ons onderdak; via haar praten we met elkaar, via haar zien we elkaar, in haar bestaan we. De Machine is de vriend van nieuwe ideeën en de vijand van het bijgeloof; de Machine is almachtig, eeuwig; gezegend de Machine.” Door iedereen wordt ze “als een godheid aanbeden.”

Maar toch, er gaat iets mis. De Machine begint te haperen. Het lukt Vashti steeds minder goed anderen te bereiken. Reparaties worden niet meer of niet goed gedaan door het Reparatietoestel. Het aantal aanvragen voor reparaties overstijgt de mogelijkheden van het systeem. En uiteindelijk stort het hele systeem in, de onderaardse stad stort in elkaar. De Machine staat stil, definitief. En vlak voordat Vashti en Kuno sterven “vangen ze even een glimp op van het land van de doden en, voordat ze zich bij hen voegden, een flard van een smetteloze hemel.”

 

 

 

De naamgeving van de hoofdrolspelers lijkt niet willekeurig gekozen

De namen van de twee personages zijn in de literatuur over het verhaal niet of nauwelijks aan de orde. Dit is hoogst opmerkelijk, omdat de auteur ze niet uit zijn duim gezogen heeft en ze welbewust gekozen moet hebben. Gabrielle Bellot, journaliste, schrijfster en docente[7], verwijst slechts kort naar het verhaal in de Bijbel, zonder dat het haar duidelijk is waarom Forster deze naam koos voor zijn vrouwelijke hoofdrolspeler. Vashti komt voor in het Boek Esther in het Oude Testament. Het is de naam van de eerste vrouw van de Perzische koning Ahasveros, door de Grieken Xerxes genoemd. Ze werd door hem verstoten toen ze zich niet gedroeg zoals hij wilde. In de joods-bijbelse exegese, de Midrasj, wordt ze ook wel gezien als de achter-achterkleindochter van koning Nebukadnezar II van Babylon. Er zijn vele verhalen en ook interpretaties van haar gedrag. De eerste feministen zagen haar als een voorbeeld; zij stond voor vrouwenrechten. Dat kan van Vashti bij Forster niet gezegd worden.

Over Kuno is minder te zeggen. De naam betekent eerlijk adviseur, dapper. Forster heeft in India gereisd. Aldaar in de deelstaat Maya Pradesh is de rivier Kuno te vinden, evenals het Kuno National Park. Dit laatste stamt uit 1981. Hier valt moeilijk een aanknopingspunt vinden om het gebruik van de naam bij Forster te verklaren. Laten we het maar op de Europese betekenis houden.

 

Bespreking

Forster zelf geeft aan, dat hij als reactie op H.G. Wells’ The Time Machine besloot The Machine Stops te schrijven. Het verhaal kreeg indertijd bij het verschijnen weinig aandacht. Die kwam pas toen het in 1928 opnieuw gepubliceerd werd in een bundel met korte verhalen van Forster, The Eternal Moment and Other Stories. Er was nogal wat kritiek[8]. Het was ondenkbaar dat een dergelijke wereld zou kunnen bestaan. De grote afhankelijkheid van de technologie die Forster voorzag was voor velen toen een brug te ver. Het verhaal werd weinig overtuigend gevonden[9]. Nu is onze afhankelijkheid wellicht al verder dan we denken. Het ziet er alleen toch wat anders uit dan bij Forster.

Interessant in het verhaal is ook dat de wereld die beschreven wordt, nu niet door een of ander van buiten komend onheil ontstaan is. Neen, het is een door de mens zelf tot stand gebrachte wereld. Een risicoloze wereld. Een wereld waarin alles voor ons gemakkelijker gemaakt wordt; we hoeven vrijwel niets meer te doen. Slechts zitten en het juiste programma instellen. We kunnen met iedereen in contact komen, verhalen, lezingen over elk onderwerp beluisteren, de gehele wereld als het ware virtueel bezoeken, en ga maar door.

Wijzelf hebben de technologie ontworpen waarmee de wereld doorgaat. Wijzelf zijn er verantwoordelijk voor. Boeiend is ook dat veel van de elementen die de antropologe Melyn McKay[10] als kenmerkend voor utopische science fiction beschouwt hier ook aan de orde zijn. We kwamen haar al tegen bij de bespreking van de dystopische romans Wij, C.R. 133 en Blokken in CM 119[11].. In de eerste plaats gaat het hier om de grens, in The Machine Stops tussen boven- en onderwereld, tussen onleefbaar en leefbaar. De verticaliteit als grens wordt nu niet expliciet als een grens tussen elite en plebs beschreven, maar geheel onmogelijk is het niet. Want waar verblijft de Centrale Commissie? Er wordt geen uitspraak over gedaan. Of de Commissie voor het Reparatietoestel? Een soort hiërarchie kun je welhaast aannemen.

In de tweede plaats geeft McKay aan dat het narratief, “geconstrueerd in het science fiction landschap, vooral in samenhang met ruimte en plaats, bedoeld is om een symbolische betekenis en wijsheid uit te stralen.” In het begin van Forsters verhaal zijn hiervoor aanknopingspunten. Als derde confronteert het verhaal ons “als lezers met de vervreemdende en onpersoonlijke aspecten van ons door technologie gedreven leven en de overbodigheid van menselijke activiteit in een geautomatiseerde wereld.” Forster maakt het ons hier gemakkelijk. Zijn beschrijving van de wereld waarin Vashti en Kuno leven laat dit in alle opzichten duidelijk zien.

Ook bij Karl Jaspersgaat het over “de technologisering van het leven” en “ons tijdperk heeft de geloofsloze door het apparaat gesloopte mensen voortgebracht.” Zie de bespreking[12] van Piet Ransijn van het boek over Jaspers van Jozef Waanders in CM 117. Het zijn uitspraken uit de naoorlogse jaren. Je zou haast denken dat Forster hem hier op weg geholpen heeft.

Recent zijn recensenten[13] gaan inzien dat de moderne wereld wel heel veel overeenkomsten vertoont met de wereld die Forster beschrijft. Het is niet helemaal één-op- één, maar als je bijvoorbeeld in plaats van de Machine ‘Internet’ schrijft kom je een heel eind. Pierre Thiesset, de Franse vertaler van The Machine Stops, La Machine s’arrête, schrijft in zijn voorwoord[14] bij de vertaling over de relatie tussen de inhoud van het korte verhaal en de huidige tijd: “De realiteit heeft zich sedertdien in verregaande mate bij de fictie aangesloten.

En verderop in het stuk: “Hoe kunnen we niet de vergelijking maken met onze hedendaagse toestand?” Vervolgens karakteriseert hij onze huidige wereld, waarbij een grote gelijkenis met de wereld van Kuno en Vashti voor ons opdoemt. En dan: “Vooral internet is die almachtige Machine geworden waar we een ware cultus aan wijden.” En voor ons geldt heden ten dage ook: “deze nieuwe mens wordt zodanig door deze digitale machinerie gekneveld dat hij momenteel een groot gedeelte van zijn tijd doorbrengt voor een scherm.”

 

Dystopische elementen

De technologische controle is in het verhaal vrijwel compleet. Er zijn nauwelijks vrijheden, anders dan wellicht zelf beslissen op welke knop je op welk moment drukt. Mensen zijn gelijkgeschakeld. De grens van de leefwereld is de muur van de kamer waarin men verblijft. De ultieme grens is de overgang van de onderwereld naar de bovenwereld, die men alleen met toestemming en onder bijzondere voorzieningen kan overschrijden. Contact verloopt via techniek. Iedereen conformeert zich aan de gegeven situatie.

Het collectief overstijgt het individuele. De persoonlijkheid wordt een smet genoemd. Niet verwonderlijk is ook voortplanting strikt gereguleerd. Opvoeding geschiedt niet door de ouders. De Machine bepaalt alles, met daarachter een Centrale Commissie, waarover we verder niets lezen. De Machine of toch de Centrale Commissie als de nieuwe Leviathan, die Darko Suvin[15] beschrijft? Daarnaast kent het verhaal een soort ‘held’, Kuno, die zich tegen het systeem probeert te verzetten, maar daarin niet slaagt.

Het dystopische komt hier op een geheel andere manier naar voren dan bij de eerder besproken boeken.

 

Corona

Er speelt geen viruspandemie in het verhaal. Wel is interessant dat elementen als lockdown, virtuele communicatie en besprekingen, voordrachten etc. overeenkomen. Ook elkaar fysiek aanraken is in het verhaal een taboe, iedereen houdt afstand. Zelfs wanneer je niet lekker voelt regelt de Machine hulp op afstand. En bij voorkeur praat je elkaar na. En ook hier een centrale commissie die de macht in handen heeft.

Thiesset gaat kort in op de overeenkomst met de coronapandemie. “Deze tendens naar een geatomiseerde en gecomputeriseerde wereld heeft zich enkel maar versterkt in het jaar 2020, dat gekenmerkt werd door de integrale afzondering van de bevolking, opgelegd om de epidemie van het coronavirus te beperken. Iedereen in zijn eigen huis, met een internetconnectie bij wijze van sociale band. Gedurende de weken van lockdown was alles gericht op de Machine: veralgemening van het telewerk, vergaderingen via videoconferentie, digitale school, toegenomen consumptie van series, van videospelletjes, van een massacultuur die aan huis geleverd wordt, ontwikkeling van een elektronisch bestuur, van de online medische raadpleging, van de online handel, van de communicatie op afstand via de zogenaamde ‘sociale’ netwerken. Alles verwijdert zich in een voorstelling. Verbod op samenkomsten en op bezoek van vrienden, iedereen wordt aangemaand op te passen voor de anderen en contacten te beperken, terwijl op straat drones voorbijvliegen en de mensen bevelen terug naar huis te gaan. Lijkt dat niet sprekend op die tegen-utopie van E.M. Forster?” Beter kan de overeenkomst met de coronadystopie niet geformuleerd worden.

 

Slot

Aan het eind van het verhaal is het heel duidelijk dat Kuno gezien heeft dat er op de aardoppervlakte geleefd kan worden. Forster laat Kuno aan het eind van het verhaal, vlak voordat hij sterft tegen Vashti zeggen: “Ik heb ze gezien, ze gesproken, ze liefgehad.” Vashti antwoordt: “O, morgen- een of andere dwaas zal de Machine weer op gang brengen, morgen.” “Nooit meer, zei Kuno, nooit. De mensheid heeft haar les geleerd.” Hoe dat nu is? Het is te hopen dat we onze les gaan leren, voordat alles instort.

In het volgende deel maken een we een grote stap in de tijd. We gaan van 1909 naar 1992. Dan zijn we in het digitale tijdperk aangeland. De rust van De machine staat stil maakt plaats voor de haast, de hectiek en de snelheid van een modernere tijd.

 

Noten



[1]   Rutgers M.J: Een dystopische wereld: van bedenksel tot de werkelijkheid van nu?

Deel 2. Een oude en een jonge vertelling met een epidemie. Civis Mundi 116

[2]      Forster E.M: The Machine Stops. The Oxford and Cambridge Review, november 1909 (Ned. Vertaling Johny Lenaerts: De machine staat stil, Kelderuitgeverij, Utrecht, 2021)

[3]      Forster E.M: A room with a view (Ned. vertaling Bas Heijne: Een kamer met uitzicht, LJ Veen klassiek, Amsterdam, 2008)

[4]      Forster E.M: Passage to India (Ned. vertaling Anneke Brassinga: Overtocht naar India, Atheneum, Amsterdam, 2019)

[5]      Forster E.M: Where angels dare to tread (Ned. vertaling Bas Heijne: Waar engelen schromen te gaan, Atlas Contact, Amsterdam, 1992)

[6]      Forster E.M: Howards End (Ned. vertaling Eric van Domburg Scipio: Howards End. Atlas Contact, Amsterdam, 1996)

[7]      Ballot G: How E.M. Forster’s Only Foray Into Sci-Fi Predicted Social Distancing. https://lithub.com/how-e-m-forsters-only-foray-into-sci-fi-predicted-social-distancing/

[8]   Jones E: The Machine Stops. https://www.counterpunch.org/2020/05/29/the-machine-stops/

[9]      Thiesset P: De machine staat stil. (Vertaald door Johny Lenaerts) De Libertaire Orde, 21 maart 2021 (https://libertaireorde.wordpress.com/2021/03/21/de-machine-staat-stil/)

[10]    McKay M: Utopian places, thirdspaces: Science fiction landscape as analytic framework. https://www.academia.edu/20053199/Utopian_Places_Thirdspaces_Science_fiction_landscape_as_analytic_framework

[11]   Rutgers M.J: Een dystopische wereld: van bedenksel tot de werkelijkheid van nu? Deel 5B. Vergelijking van de drie voorgaande romans. Civis Mundi 2022, 119 (https://www.civismundi.nl/index.php?p=artikel&aid=6973)

[12]   Ransijn P: Onze existentie neigt naar transcendentie. Civis Mundi 117. https://civismundi.nl/index.php?p=artikel&aid=6877

[13]   Onder meer:

Randy A: Nov. 1 1909: ‘The machine Stops’. https://www.wired.com/2010/11/1101em-forster-machine-stops/

Fitzpatrick C: The machine Stops by EM Forster. https://www.fantasybookreview.co.uk/EM-Forster/The-Machine-Stops.html

Gompertz W: The Machine Stops: Will Gompertz reviews EM Forster’s work. https://www.bbc.com/news/entertainment-arts-52821993

Ballot G: How E.M. Forster’s Only Foray Into Sci-Fi Predicted Social Distancing. https://lithub.com/how-e-m-forsters-only-foray-into-sci-fi-predicted-social-distancing/

[14]   Thiesset P: De Machine Staat Stil. (Vertaald door Johny Lenaerts) De Libertaire Orde, 21 maart 2021 (https://libertaireorde.wordpress.com/2021/03/21/de-machine-staat-stil/)

[15]   Rutgers M.J: Een dystopische wereld: van bedenksel tot de werkelijkheid van nu? Deel 5B. Vergelijking van de drie voorgaande romans. Civis Mundi 2022, 119 (https://www.civismundi.nl/index.php?p=artikel&aid=6973)