Milieu

Civis Mundi Digitaal #121

door Jan de Boer

De oorlog spaart ook het klimaat niet
Meer aandacht voor de leefomstandigheden van dieren
Soberheid is alleen mogelijk bij rechtvaardigheid en solidariteit
De doem van grondstoffen
Visserij, vissen en onnodig lijden

 

De oorlog spaart ook het klimaat niet

 

Er wordt nu haast dagelijks herinnerd en verwezen naar de oliecrises van 1973 en 1979: enorme prijsverhogingen van brandstof, jacht op verspilling, zomertijd, snelheidsbeperkingen, de obsessie van de oliepiek. Maar men vergeet het vervolg: de enorme ontwikkeling van fossiele energiewinning die volgde op de prijsverhogingen in de jaren 1970. De OPEC – de organisatie van olie-exporterende landen – lanceerde tegen haar zin een mondiaal initiatief om fossiele energie te winnen. Kapitaal, technologieën en politieke steun maakten offshore winning diep in de Noordzee en de Golf van Mexico mogelijk, alsook de exploitatie van oliehoudend leisteen in Canada. Uiteindelijk brachten de oliecrises ook de winning van steenkool weer op gang – zo ook nu.

Jimmy Carter, president van de Verenigde Staten van 1977 tot 1981, is de perfecte verpersoonlijking van de ambivalentie van dat decennium. Zeker, hij installeerde voor de televisiecamera’s zonnepanelen op het dak van het Witte Huis en hij hield op 18 april 1977 een toespraak over de « energietransitie », maar men moet zich niet vergissen: deze transitie was een kwestie van nationale onafhankelijkheid, en het nog weinig gebruikte woord « transitie » diende ertoe om een futuristisch tintje te geven aan een programma dat niet of nauwelijks bestond. Na de presentatie van zijn « nationale energieplan » dat een verdrievoudiging van de oliewinning voorzag, schreef de New York Times op 30 april 1977: « De Verenigde Staten en de hele wereld staan op de drempel van een nieuwe energie-transitie. »

In de daaropvolgende jaren werd de steenkoolwinning gemoderniseerd dankzij de kapitalen van de olie-industrie. Het Franse Total investeerde bijvoorbeeld in de Zuid-Afrikaanse steenkoolmijnen. Exxon en andere maatschappijen verzekerden in de Verenigde Staten de ontwikkeling van immense bovengrondse steenkoolmijnen. In plaats van de steenkool onder de grond te exploiteren, werd de grond die de steenkool bedekte weggehaald. De steenkool werd vervoerd met spoortreinen: 130.000 ton per keer. De productiviteit van deze mijnen werd vertienvoudigd. Een wet in 1977 subsidieerde de overgang naar steenkool bij elektriciteitscentrales. Resultaat: de Amerikaanse steenkool beleefde gouden dagen en beleefde zijn hoogtepunt in 2008.

In China vond de tweede oliecrisis plaats bij de komst aan de macht van Deng Xiaoping. De Chinese Communistische Partij koos ervoor om te profiteren van de mondiale koersstijgingen door haar olie te exporteren en zelf steenkool te gebruiken. Dat had een zeldzaam fenomeen van technologische achteruitgang tot gevolg: een wildgroei van kleine mijnen in dorpen, waarbij nauwelijks machines ingezet werden. Deze dorpsmijnen produceren bijna de helft van de Chinese steenkool ten koste van duizenden doden. Het percentage ongelukken is er twee tot vier keer zo hoog als in de Europese mijnen in de negentiende eeuw.

Iedere energiecrisis gaat gepaard met een overvloed van toespraken over ecologie, klimaatverandering en bewustwording. Tijdens de coronapandemie droomde men van een « wereld daarna » zonder CO2. Maar de uitstoot aan broeikasgassen kende in 2021 een absoluut record. Vandaag de dag worden de tanks en gevechtsvoertuigen van Poetin gezien als de kwartiermakers van de ecologie. Gedwongen om de Russische olie en het Russische gas op te geven, komt Europa eindelijk in actie, niet alleen voor het klimaat, maar zeker ook voor Oekraïne, de democratie en de vrijheid. Helaas staat noch de actualiteit, noch de geschiedenis borg voor dit ecologisch optimisme. De huidige koersstijgingen maken zelfs de smerigste fossiele brandstof rendabel. Direct na de eerste dagen van deze oorlog zond de Amerikaanse regering al geheime afgezanten naar Venezuela, dat de grootste nog niet geëxploiteerde oliereserves ter wereld heeft. Epidemieën, oorlogen en in mindere mate oliecrises zijn helaas slecht voor het klimaat: zij hebben nooit meer dan een minuscule vermindering in de curve van de mondiale CO2-uitstoot veroorzaakt en hebben altijd de voorwaarden geschapen voor een latere uitstootvermeerdering. Dat is ook nu weer het geval.

 

Geschreven in april 2022

 

 

Meer aandacht voor de leefomstandigheden van dieren

 

Bijna alle presidentskandidaten in Frankrijk noemen de levensomstandigheden van dieren in hun programma: een verschijnsel dat je ook steeds meer in de politieke programma’s in andere landen ziet. In een paar landen, waaronder Nederland, zijn er bovendien politieke partijen die gegrond zijn op de levensomstandigheden van dieren en daarmee die van mensen.

Het is een bewijs dat men van de politiek een substantiële verbetering van de levensomstandigheden van dieren verwacht en dat deze kwestie geen randverschijnsel meer is. De eerste reden hiervoor is dat de levensomstandigheden van dieren niet alleen belangrijk zijn voor de dieren zelf: er is ook een strategische dimensie, want geweld tegen dieren is een teken van een slecht milieu-, gezondheids- en sociaal ontwikkelingsmodel. Dierlijk welzijn kan niet gescheiden worden van de transitie naar een houdbaarder en rechtvaardiger ontwikkelingsmodel. De tweede reden is dat de aandacht voor het welzijn van dieren getuigt van een antropologische revolutie wat betreft de manier waarop de mens zijn verhouding tot andere gevoelige wezens bepaalt. Aangezien de mens niet onafhankelijk van de natuur is, ligt onze de toekomst in het heroverwegen van onze plaats in de natuur en daarmee onze verplichtingen en verantwoordelijkheid tegenover andere levende wezens.

Om bijvoorbeeld een eind te maken aan hokken of aan intensieve fokkerijen moeten economische structuren ter discussie gesteld worden. Natuurlijk wordt de kritiek op het kapitalisme breder door politiek links dan politiek rechts gedragen, maar bijna allen geven toe dat het huidige productiemodel problemen geeft. En wat betreft bijvoorbeeld de kritiek op de lange jacht of de corrida (het stierengevecht) tornt men aan de representatie van viriliteit, mannelijkheid, en aan het beeld van de macht van de mens over de natuur die ten grondslag ligt aan de identiteit van bepaalde groepen mensen. Vandaar soms de weerstand tegen aandacht voor dierlijk welzijn. Men kan evenwel niet empathie en « care » (de zorg voor de ander) verdedigen en tegelijkertijd kwellende en martelende dierlijke schouwspelen tolereren.

Onze verhouding tot dieren doet vragen stellen over menselijke overheersing. Dat speelt nu ook in andere gevechten – ecologie, feminisme… – wat niet wil zeggen dat je ze met elkaar moet verwarren of op één hoop moet gooien: elk gevecht heeft zijn autonomie, zijn eigenheid, maar hun overeenkomst is de afwijzing van het overheersen van anderen, met name van hun lichaam, hun lijf.

Tradities worden gemarkeerd door wat ons eeuwenlang geleerd is – de mens domineert de natuur – en deze sociaal geconstrueerde representaties sluiten aan bij sociale rangordes. Sommige mensen of groepen mensen klampen zich vast aan deze identitaire representaties, maar er zijn gelukkig ook heel wat tradities die tot onze tevredenheid onderdrukt zijn. Hoe is men daarin geslaagd? Voor de afschaffing van de doodstraf was moed nodig, en het sloot aan bij een morele ontwikkeling. Ook het uitbannen van wrede praktijken wat betreft dieren moet op de politieke agenda komen te staan. Overigens moeten wij hen, voor wie deze praktijken een bepaalde zin hebben, niet vol verachting aankijken, want dat is het paard achter de wagen spannen.

De ecologie haalt de verhouding tussen natuur en cultuur overhoop, zoals ook het feminisme heel wat schema’s ter discussie stelt. Ik wil wat dat betreft in vooruitgang geloven: de vooruitgang in het verleden waren de mensenrechten en de gelijkheid van mannen en vrouwen, al gaan we daarmee nog regelmatig en te veel de fout in. Rekening houden met de belangen van dieren is de volgende stap. Dat wil beslist niet zeggen dat we allemaal veganisten moeten worden, maar wel dat een substantiële verbetering van levensomstandigheden van dieren een morele, politieke en een beschavingsuitdaging is.

 

Geschreven in maart 2022

 

 

Soberheid is alleen mogelijk bij rechtvaardigheid en solidariteit

 

De oproepen om de temperatuur in woningen te matigen om zo minder energie uit Rusland nodig te hebben, waarmee de bommenregen op Oekraïne gefinancierd wordt, is een welkom teken van bewustwording. Deze oorlog onthult het verband tussen onze dagelijkse handelingen – de temperatuur binnenshuis, de snelheid van onze verplaatsingen, ons consumptieniveau – en de consequenties daarvan voor gezinnen die voor oorlog of elders voor klimaatopwarming vluchten. Maar deze bewustwording moet genuanceerd worden. Als wij bereid zijn om een daad van solidariteit te tonen, komt direct ook de kwestie van de koopkracht om de hoek kijken. En daarmee verschijnt er een verschil tussen de constatering van de noodzaak van solidariteit en de benodigde daden voor de realisering ervan. Het is bedroevend om te constateren dat er bij de oproep om de temperatuur van onze verwarming te verlagen geen rekening wordt gehouden met het begrip sociale rechtvaardigheid. Want niet iedereen lijdt op dezelfde manier onder deze energiecrisis. En dat leidt tot afbrokkeling van het geloof in de democratie en tot de groei van extreemrechtse bewegingen.

Sociale rechtvaardigheid is een centrale kwestie wanneer over soberheid gesproken wordt, zoals we in Frankrijk zagen bij de beweging van de « gilets jaunes ». Bij het treffen van soberheidsmaatregelen moet rekening gehouden worden met ongelijkheden. Het is niet houdbaar om energie-bezuinigingsbeleid te laten drukken op sociale groepen die al in een situatie van gedwongen soberheid of erger verkeren. Het in de politiek breed gedragen idee dat productiviteit de sociale ongelijkheden zou kunnen oplossen is een grote vergissing, want zij stoot op de planetaire beperkingen.

Ondanks alles blijkt dat wij – in ieder geval de politiek – blijven vasthouden aan een visie van overvloed en niet een van soberheid. De huidige oproepen tot matiging zijn dezelfde als de « jacht op verspilling » eind jaren 1970, na de oliecrises, toen de landen van de OPEC hun olieprijzen drastisch verhoogden. Deze bezuinigingspolitiek had in Frankrijk als doel de overgang van de afhankelijkheid van olie uit de Arabische wereld naar het nucleaire programma. Vanaf het moment dat de kerncentrales energie produceerden, kon men weer als voorheen consumeren. Vandaag de dag blijft men vasthouden aan het idee dat het energievraagstuk opgelost kan worden via technische innovatie. Het feit dat het probleem daarmee alleen maar verplaatst wordt en op termijn verslechtert, wordt graag vergeten, zo niet ontkend. De energiecrisis zou ons vragen moeten doen stellen over onze bezeten behoefte om energie te gebruiken en over het ongelijke gebruik ervan. Soberheid kan geen overgangsperiode zijn, behalve als de realiteit en de grenzen van onze planeet ontkend worden, alsook de consequenties van dit ontkennen voor miljoenen mensen.

Soberheid is voor de politiek een zeer complex onderwerp om mee om te gaan, want zij zet de denkbeeldige overvloed, die onze maatschappijen sinds drie eeuwen volledig heeft doordrenkt, op losse schroeven. Het is een oud begrip, aanwezig in het merendeel van de grote filosofische stromingen vanaf de Oudheid maar dan wel op een heel verschillende manier. Bij de stoïcijnen was gematigdheid een individueel moreel gebod; het ging er bij hen om om de eigen aspiraties terug te dringen om meester van zichzelf te blijven. In de christelijke periode daarna was soberheid geen persoonlijke keuze, maar een religieuze verplichting. Het doel van de sociale organisatie in de middeleeuwen betrof niet het werk en de productie, maar de viering van God. De professionele organisaties stelden grenzen aan de hoeveelheid goederen die elke handwerker mocht produceren, want het doel van het bestaan was niet het verrijken maar het redden van de ziel. De ommekeer dateert uit de zeventiende eeuw, waarin uitzonderlijke geografische ontdekkingen samenvallen met wetenschappelijke en technische kennis en het ontstaan van nieuwe ideeën. In de loop van de zeventiende en achttiende eeuw ontstond het idee van een wereld zonder grenzen, zonder beperkingen. Daarbij voegde zich het idee van een gigantische overvloed van alles wat leeft. In Amerika werden door de eerste ontdekkingsreizigers kilometerslange bizonhordes en zwermen vogels die de hemel verduisterden beschreven. De wereld scheen zich aan te bieden aan de westerlingen, die deze zoveel konden exploiteren als zij wilden door hun technische en wetenschappelijke kennis. De economen van de zeventiende en achttiende eeuw schreven dat de hulpbronnen oneindig, onuitputtelijk waren. Zo ontstond het idee dat als deze hulpbronnen ergens uitgeput raakten, men deze elders kon opzoeken. Dit had tot gevolg dat andere gebieden werden gekoloniseerd, evenals de volkeren die daar leefden, om de overvloed te behouden.

Deze ommekeer ging gepaard met een nieuwe filosofie en een nieuw politiek model. Moderne filosofen – Rousseau daargelaten – definiëren de vrijheid van het individu door zijn mogelijkheid om zijn eigen keuzes te maken en deze te realiseren. Om dat te bereiken construeert de democratie een voortdurende uitbreiding van rechten – eigendomsrechten, politieke, sociale en economische rechten – en een eindeloze hoeveelheid van mogelijke keuzes om daaraan te voldoen. Dit politieke model ontwikkelt op zijn beurt een fantasiewereld zonder beperkingen. Het intensieve gebruik van fossiele hulpbronnen maakt de ontwikkeling van democratische regimes mogelijk ten koste van een « outsourcing » van milieuproblemen. Hoewel dit model voor een deel van de bewoners van onze planeet heeft gefunctioneerd, stoot het nu op planetaire grenzen.

In een logica van overvloed kan soberheid ervaren worden als een vorm van afstand nemen van de individuele vrijheid, vanuit de gedachte « wij hebben niet meer het recht om te doen wat we willen ». Het is niet eenvoudig om toe te geven dat juist de ons tot nu toe aangeboden enorme hoeveelheid mogelijkheden aan de oorsprong ligt van oorlogen en catastrofes gerelateerd aan de klimaatopwarming, en dat zij niet meer verenigbaar zijn met de planetaire grenzen. Het is zonder twijfel gemakkelijker om naar alternatieven te zoeken dan deze voortdurende uitbreiding van rechten te heroverwegen.

Niet vergeten moet worden dat de democratie niet alleen het politieke regime is dat rechten biedt, maar ook het regime is dat de wijze organiseert waarop burgers gemeenschappelijke normen doen gelden. Soberheid democratisch organiseren in een eindige wereld betekent collectief onderhandelen over wat een ieder nodig heeft om een fatsoenlijk en waardig leven te kunnen leiden en samen prioriteiten vast te stellen: gaan wij de energie waarover wij beschikken gebruiken voor het comfort van een beperkt aantal mensen of voor dat wat als gemeenschappelijk aangemerkt wordt? Het wetenschappelijke blad « The Lancet » publiceerde een rapport over de consequenties van een verlaging van olie-bevoorrading voor de verzorging in ziekenhuizen: het heeft een onvermijdelijke rantsoenering van verzorging tot gevolg, want gezondheidssystemen hangen sterk af van energie-hulpbronnen. Hoe prioriteiten stellen voor de toegang tot verzorging? Soberheid heeft alleen maar zin als zij collectief gedragen wordt. Zij vereist een definitie die compatibel is met demografische druk, het schaarser worden van hulpbronnen en klimaatopwarming. Zij heeft ook indicatoren nodig die de democratisch besloten effecten en de mechanismen in modellen weergeven.

Het enige middel om dat te bereiken is het uitvinden van andere vormen van vrijheid, emancipatie en autonomie, waarbij de opeenstapeling van materiële goederen niet langer meer een bewijs van zelfontplooiing is. Vandaag de dag wint langzaam maar zeker de gedachte het veld dat het idee van zelfontplooiing niet alleen kan afhangen van de bevrediging van begeertes. Maar dat vereist wel een debat over wat al heel lang als onomstootbaar wordt beschouwd, bijvoorbeeld dat consumptie noodzakelijk is voor zelfontplooiing.

Soberheid is een spel van rechtvaardigheid en solidariteit met de « gilets jaunes » van gisteren en met de Oekraïners van vandaag. Onze levenswijzen hebben goed bekende sociale gevolgen voor andere mensen en andere « aardbewoners », zoals dieren. Het grote belang van soberheid is deze weer in het centrum te plaatsen van het politieke vraagstuk van onze interacties met alles wat leeft.

 

Geschreven in maart 2022

 

 

De doem van grondstoffen

 

Men noemt haar de ijzerberg: Simandou is waarschijnlijk de rijkste bron van dit metaal ter wereld. Maar hij ligt ver weg, is moeilijk toegankelijk en diep verborgen in het Afrikaanse Guinee. Maar de rust van de daar volop aanwezige bossen zal binnenkort ingewisseld worden voor het lawaai van tractoren, andere voertuigen en machines. Op 25 maart tekende de leider van de nieuwe militaire junta in de hoofdstad Conakry, Mamadi Doumbouya, een overeenkomst met exploitanten om dit gigantische bouwterrein met spoed aan te pakken, nadat het jarenlang bevroren was. Al meer dan vijftien jaar is deze magische berg, die naar schatting 8 miljard ton ijzer bevat, vooral een verdoemde berg. Juridische geschillen over mijnrechten, corruptie en politieke geschillen hebben steeds weer de exploitatie verhinderd. Een belangrijk aantal van de hoofdspelers van deze ingewikkelde toestand wordt momenteel vervolgd of zit al in de gevangenis.

De tegenslagen van Simandou illustreren de dubbele vloek van grondstoffen die mensen treft van Moskou tot Conakry wanneer het ijzer, goud of olie betreft. Een vloek allereerst voor de producerende landen die speculeren met toekomstige inkomens, die bezwijken voor verleidingen van corruptie en « gemakkelijk geld » met als gevolg korte-termijnbeleid wat betreft uitgaven en forse schulden. Er zijn er maar weinigen die wijs genoeg zijn om te sparen en te diversifiëren. Guinee bezit de grootste mondiale voorraden van bauxiet (grondstof voor aluminium) en blijft één van de armste landen ter wereld. Moeilijkheden die de politieke instabiliteit doen toenemen en autocratische en corrupte regimes in de hand werken.

Van de weeromstuit raakt deze vloek ook de « klant-landen » die rekening moeten houden met dit politieke risico. Allereerst voor de exploitatie-maatschappijen die hun contracten bij een politieke verandering ineens ter discussie gesteld zien, zoals het geval is voor Rio Tinto en zijn Chinese partners bij Simandou, maar ook voor de « kopers-landen ». De Westerse landen sluiten zo hun ogen en knijpen hun neuzen dicht om Russisch gas of Congolees kobalt te kopen, verzameld door doodarme kinderen op blote voeten. De overgrote meerderheid van landen die grondstoffen produceren heeft autocratische of dictatoriale regimes. Alleen Australië en Chili zijn echte democratieën te midden van de belangrijkste landen die onmisbare mineralen produceren voor de batterijen, windmolens en zonnepanelen benodigd voor de energie-transitie.

De doem van grondstoffen zal zo de wereld nog heel lang in vuur en vlam zetten.

 

Geschreven in april 2022

 

 

Visserij, vissen en onnodig lijden

 

Een zieltogende rog met open bek op het dek van een vissersboot, een kleine haai die zich in zijn laatste ogenblikken in alle bochten kronkelt… wie ligt daar wakker van? In ieder geval niet de vissers, die onverschillig lijken te staan tegenover de vissen en de schelpdieren die met sleepnetten van de bodem van de oceaan het dek op worden gesleept. Wat niet verhandeld kan worden, wordt dood of stervend terug in zee gedumpt.

Deze beelden werden in 2021 opgenomen door de Duits NGO « Soko Tierschutz » aan boord van twee trawlers, één uit Normandië en één uit Engeland, en tonen zeelieden die de ingewanden uit vissen te halen, de scharen van de spinkrabben afrukken, en de vleugels van een rog afsnijden, terwijl de dieren nog leven. De vereniging L214 heeft deze beelden uitgezonden.

In de Europese Unie gelden er voor forellen in kweekvijvers en in zee gekweekte zalmen beschermingsmaatregelen in het kader van dierenwelzijn; zo dienen zij op het moment van slachten verdoofd te zijn. Niets daarvan bij de visserij. De Europese richtlijn van 2009 inzake de behandeling van dieren geldt niet voor wilde vissen, maar sluit ze ook niet uit van het algemene principe volgens welke hen « alle te vermijden pijn, angst of lijden moet worden bespaard bij het doden en bijbehorende behandelingen ».

Maar wie maakt zich zorgen over het lijden van zeepalingen, tonijnen en inktvissen? Op het « Institut Français de Recherche pour l’Exploitation de la Mer » (Ifremer) is het onderzoek naar dierenwelzijn gericht op de gezondheid van gekweekte soorten en goede voorraden van wilde vissoorten. Of de sleepvisserij wel of niet de wreedste manier van visvangst is, is niet de zorg van dit instituut. Maar toch vorderen de onderzoekers wat betreft de gedragingen van de zeefauna, het geheugen van vissen, hun vormen van socialisatie, en het oriëntatiegevoel van de grote trekvissen. L124 vroeg aan de Zweedse biologe Lynne Sneddon (Universiteit Göteborg) om haar film van commentaar te voorzien. Deze biologe, die het bestaan van pijnreceptoren bij vissen aantoonde, is van mening dat « niemand dit soort gedrag bij koeien, varkens, schapen of kippen zou accepteren ».

Vissen tellen zo weinig mee dat niemand ze in de boeken opneemt. De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) inventariseert de tonnages, maar niet de honderden miljarden individuele vissen die uit het water worden gehaald. De kolossale hoeveelheden niet te verkopen vis die dood of stervend weer in zee worden gestort, zijn onbekend, etc. Het is zo onmogelijk om de omvang van de mondiale verspilling te kennen.

Moet de visvangst – een activiteit die net zo oud is als de zin in vers vlees bij de mens – anders georganiseerd worden, omdat onze inzichten evolueren en vegetarisch eten populairder wordt, of moeten we deze toegenomen gevoeligheid gewoon afwijzen? De petitie van de vereniging Bloom in 2013, gelanceerd om een eind te maken aan de sleepvisserij in het noordoosten van de Atlantische oceaan, kreeg binnen de kortste keren 900.000 handtekeningen. Genoeg om drie jaar later een vangstvermindering te verkrijgen voor een paar vissoorten. Begin februari filmde de NGO Sea Shepherd in zee een immense heldere vlek bestaande uit tienduizenden niet-verhandelbare kleine blauwe wijtingen in het kielzog van een Nederlandse Margiris sleepvisboot. Deze 3000 vierkante meter drijvende dode vis – gepresenteerd als een ongelukje van het sleepvisnet – geeft duidelijk aan op welke schaal deze fabrieksboten opereren. De actievoerders van Sea Sepherd waren die dag in de Golf van Gascogne om de redenen van een bloedbad onder dolfijnen in kaart te brengen. Deze arriveren iedere winter bij de Franse kusten, en worden vervolgens slachtoffer van kilometers aan uitgespreide netten of tussen boten voortgetrokken netten. Het aangezicht van de aangespoelde karkassen stoort des te meer, omdat het duidelijk gezonde dolfijnen betreft, gemarkeerd door slagen met een bootshaak. De vissers weigerden om voor de camera van Sea Shepherd ook maar iets te zeggen.

De vraag is of deze sector nog lang aan de kracht van deze beelden ontsnapt. Deze beelden komen zelfs vanuit de ruimte via de NGO « Global Fishing Watch », geboren uit een partnerschap van google met de ecologische coalitie « Oceana » en de informatici van « SkyTruth ». Samen hebben zij een surveillancemiddel ontwikkeld voor de activiteit van boten die in volle zee overbevissen of illegaal vissen voor de kust van landen die geen middelen hebben om hun zee te verdedigen.

Je mag toch hopen dat de (sleep)visserij zich eens bewust wordt niet alleen van de verspilling van vis en de verwoesting van ecosystemen in zee, maar ook van het onnodig lijden van wilde vissen en schelpdieren, die hetzelfde recht zouden moeten krijgen als gekweekte vis: dat op een « viswaardige » behandeling.

 

Geschreven in april 2022