Macht en manipulatie van Big Tech

Civis Mundi Digitaal #124

door Piet Ransijn

Bespreking van Rana Foroohar, Big Tech: Hoe we onze privacy, vrije markt en democratie in de uitverkoop doen. Rotterdam, Lemniscaat, 2019.

Het surveillance kapitalisme van Big Tech geeft problemen

Rana Foroohar, geboren in Indiana in 1970 uit Turkse ouders, is economisch redacteur bij Financial Times, “de grootste zakenkrant ter wereld”. Zij werkte ook bij Time Magazine, Newsweek en CNN, heeft enige tijd gewerkt bij een techbedrijf en vele coryfeeën van Big Tech geïnterviewd. Ze kan een insider worden genoemd. Eerder schreef ze Makers and Takers: How Wall Steet destroyed Main Street (2016) over kapitaalmarkten. Haar meest recente boek is Homecoming: The Path to Prosperity in a Post-Global World (2022).

Aanleiding tot haar boek over Big Tech was de verslaving van haar zoon aan internet spelletjes. Hij maakte gebruik van haar bankrekening voor aankopen van spelbenodigdheden. Dat alarmeerde haar. Het opende haar ogen voor de enorme en niets ontziende invloed van Big Tech, die er niet voor schroomt kinderen berekenend te binden met psychologische beïnvloeding. “De Big Tech-bedrijven zijn nu de rijkste en machtigste bedrijven ter wereld... Die omvang hebben ze ingezet om hun concurrenten uit te schakelen of op te slokken, om zich de persoonlijke gegevens van hun gebruikers toe te eigenen, en - in het geval van Google, Facebook en Amazon - om die voor eigen gewin te benutten”. De andere leden van de Big Five zijn Microsoft en Apple. Netflix wordt ook genoemd en Microsoft geldt als oudere deelnemer.

“80 procent van de totale waarde van bedrijven was inmiddels in handen van nog maar tien procent van alle bedrijven” (p12,13). Deze worden aangevoerd door Tech-bedrijven. Het gaat gepaard met bezorgdheid van deskundigen en overheidsfunctionarissen en met “populistische onvrede” (p14). Evenals de banken bij de financiële crisis van 2008 zijn Big Tech bedrijven “te complex om te beheersen” en “too big to fail”. Regelgeving laat ernstig te wensen over. Bedrijven kunnen haast ongeremd hun gang gaan. Met ongekende lobby-activiteiten pogen ze dit zo te houden.

De “digitale utopisten” van Silicon Valley vonden een inspiratiebron in de counterculture van eind jaren zestig “om de wereld tot een betere, veiligere en welvarendere wereld voor iedereen te maken... gebaseerd op de aanname dat vertrouwen en transparantie zouden prevaleren boven hebzucht en winst” (p18). Dat is nu drastisch omgeslagen. Onze democratische waarden en vrijheid worden bedreigd door surveillance, desinformatie, bedenkelijke algoritmen, gedragsbeïnvloeding, enz. “’Mensen’ zijn het verdienmodel,” door data te verzamelen, te analyseren, te combineren en vervolgens te gelde te maken door aankopen te sturen. “Voor Google en Facebook zijn mensen algoritmen... De Big Tech-CEO’s zijn net zulke roofkapitalisten als welke financiers dan ook” (p17,18).

“Wetenschappers hebben hun afkeuring uitgesproken over de opmars van het ‘surveillance kapitalisme’, dat volgens de definitie van Shosana Zuboff ‘een nieuwe economische orde is die aanspraak maakt op de ervaringen van mensen als gratis basismateriaal voor verborgen commerciële praktijken van winning, voorspellingen en verkopen’, evenals ‘een parasitaire economische logica waarbinnen productie van goederen en diensten ondergeschikt is aan een nieuwe wereldwijde architectuur van gedragsverandering’ via digitale surveillancetechnologieën... Het is tevens een nieuw instrument voor sociale controle... Big Tech speelt in vrijwel alle nieuwsberichten van vandaag een centrale rol” (p19).

Naast wereldwijde verbinding heeft Big Tech ook onderdrukking aangemoedigd (bijv. in China), de ongelijkheid vergroot en zij drijft ons uiteen in ‘internet-bubbels’. “Niemand kan technologische vernieuwing tegenhouden... De uitdaging waar wij voor staan  is... hoe wij grenzen kunnen stellen aan de techsector die veel machtiger is geworden dan individuele landen.” Dan kan deze tot menswaardige ontwikkeling worden aangewend, in plaats van het “splijten van onze economie, het corrumperen van het politieke proces en het vertroebelen van ons denken” (p26).

Foroohar maakte zich 20 jaar geleden al zorgen over de invloed van Big Tech op onze democratie en onze journalistiek. “Tussen 2004 en 2018 zijn ongeveer 1800 kranten verdwenen... en het aanbod van betrouwbare informatie, de zuurstof van onze democratie, is ingeperkt” (p29). Naast politieke en geestelijke consequenties “staat buiten kijf dat de techsector een ongelooflijke economische tweedeling heeft voortgebracht” waardoor “de cohesie van de samenleving zelf in het geding is... We hebben ons vertrouwen verloren in onze instituties, in onze leiders en in de systemen die onze samenleving regelen” (p30,31). Dit geldt niet alleen voor de VS, maar ook in andere landen. Zij brengt dit in verband met het “populistisch verzet” en met de belastingbetalers die de dupe werden om grote banken overeind te houden om ergere financiële chaos te vermijden. 

Harvard hoogleraar Soshana Zuboff schreef er een boek over: The Age of Surveillance Capitalism https://www.youtube.com/watch?v=lSFdpg0wvqA 

Surveillance en gebrek aan privacybescherming

De schrijfster wijst op landen waar met behulp van (informatie van) Google en Facebook bevolkingen worden onderdrukt of vermoord en op het gevaar van surveillance in een autoritaire staat, met name bij een alliantie met Big Tech-bedrijven. Ook Apple, dat zich graag profileert als kampioen op het gebied van privacy-bescherming, “lijkt evenmin veel bezwaren tegen ‘lokale Chinese regels’ te hebben,” die een onderdrukkend karakter hebben naar westerse maatstaven.

“Ondertussen neemt Big Tech hier in de Verenigde Staten wel de rol van Big Brother op zich en werkt het met lokale en federale autoriteiten samen om wat sterk de contouren begint aan te nemen van een surveillancenatie te ontwikkelen. Zo verkoopt Amazon gezichtsherkenningstechnologie aan de politie  [...enz.]. Het uiteindelijke resultaat is dat de Amerikaanse democratie geleidelijk aan steeds meer terrein aan Big Tech prijsgeeft” (p34).

Big Tech vormt met Big Pharma de grootste lobbygroepen in der VS en beïnvloedt zo de politiek op alle mogelijke en onmogelijke manieren, om zo min mogelijk last te hebben van overheidsingrijpen. “De meeste deskundigen worden op een of andere manier door Big Tech of hun tegenstanders gefinancierd. Dit geeft al aan hoe degenen met de grootste rijkdom het publieke debat hebben gekaapt... Big Tech beschikt vandaag de dag over meer geld dan elke andere sector” (p36-38).

In deze rijkdom heeft handel in data voor eigen gebruik en doorverkoop aan marketingbedrijven een belangrijk aandeel door consumentenprofielen te vormen en deze te gelde te maken met persoonsgerichte marketing met behulp van uitgekiende psychologische strategieën. Techbedrijven willen dat de overheid zo min mogelijk opkomt voor privacybescherming en antitrustwetgeving tegen hun monopolistische macht en hebben vaak een extreem liberale, libertaire visie, die gericht is tegen overheidsregulering. Maar ze zijn niet beroerd om zaken te doen met de overheid om surveillancetechnologie te verkopen. Kwetsbare mensen worden door dit alles het meest getroffen. Hogeropgeleiden krijgen bij Big Tech lucratieve kansen.

https://mistynotes.nl/monopolized 

Monoplistische ontwikkelingen

Door monopolistische ontwikkelingen hebben de grootste Techbedrijven enorme macht vergaard op allerlei terreinen. “Big Tech wil niet alleen maar marktleider worden in één sector. Het wil hèt platform voor alles worden, het besturingssysteem voor uw leven. Amazon heeft dat tot dusver ongetwijfeld het beste gedaan. Vandaag de dag is Amazon zoveel meer dan ‘the everything store’... Het is ook een reusachtig serverpark... en de ultieme bezorgdienst... verzending van vrijwel alles wat je maar kunt bedenken” (p45). Nog even en het dreigt de post- en pakketdiensten over te nemen. Het maakt de overstap naar de gezondheidszorg door als een soort online apotheek te fungeren en daarbij van allerlei persoonlijke achtergrondsgegevens en gezondheidstrackers gebruik te maken.

“Naarmate de techbedrijven groter en nog groter worden, maken ze steeds meer gebruik van hun marktmacht om hun rivalen uit te schakelen door ze zo snel mogelijk op te kopen of hun talentvolle medewerkers weg te kapen” (p46). Startende bedrijven krijgen zo weinig kans. Innovatie wordt gefrustreerd. Hoe groter techbedrijven zijn, hoe meer data ze kosteloos genereren als bron van exorbitante winsten. “Als de huidige trends doorzetten zullen onze gegevens in 2022 197,7 miljard dollar waard zijn” volgens het Amerikaanse Bureau of Economic Analysis (p49). De waarde van data staat niet op de balans van bedrijven, hoewel ze deze wel verkopen. In de datahandel gaan vele miljarden om.

Het “datagedreven hyperkapitalisme” is geautomatiseerd en heeft betrekkelijk weinig arbeidskrachten nodig. Biedt dus relatief weinig werkgelegenheid. Hoe meer data, hoe meer aankopen en consumptie, hoe meer winst. Daarom doet Big Tech er alles aan om mensen aan het scherm gekluisterd te houden. 

Schermverslaving begint al jong https://www.stevendeschuyteneer.be/2020/05/13/waar-gaat-die-scherm-verslaving-over-en-wat-er-tegen-te-doen/ 

Schermverslaving

Schermverslaving is een ernstig probleem, dat al jong begint. Het geeft Big Tech “de macht om onze gedachten, ons handelen, en zelfs ons brein te manipuleren. Mijn zoon weet daar alles van” (p52). De Britse Mensenrechtenadvocate Susie Alegre bevestigt dit in een interview: ‘Big Tech bedreigt de vrijheid om te denken wat je wil’ (NRC 4 juli). Daarvoor is “mentale privacy” nodig, die nu wordt gekaapt door Big Tech. Zij werkt aan regelgeving, waarvan ook Foroohar een warm pleitbezorgster is, en wil een verbod op gepersonaliseerd adverteren.

Schermgewenning en -verslaving gaan behalve ten koste van onze levenstijd ook ten koste van onze (geestelijke) gezondheid en cognitieve vermogens. Het zou “zelfs tot vroegtijdige dementie kunnen leiden” en zeker tot veel geestelijk leed (p53,54). Zelfs Tim Cook, de CEO van Apple waarschuwt voor het verlies van “de vrijheid om mens te zijn” (NRC 4 juli). Hij geeft toe “dat sommigen van ons veel te veel tijd op hun apparaten doorbrengen.” Tech-deskundigen maken zich ook zorgen om effecten van deze technologie op onze hersenen, “met name het nog niet volgroeide brein van kinderen” (p55).

Dit afgezien van eerdergenoemde effecten van nepnieuws en vertekende informatie, heimelijke persoonlijke en politieke gedragsbeïnvloeding, kapitaalconcentratie en sociale ongelijkheid, buitensporige hebzucht, economische ontwrichting, enz. “Wat gaan we eraan doen?” Zoals gezegd is regelgeving dringend noodzakelijk, ook al doet Big Tech er alles aan om deze te traineren en te omzeilen met ongekende lobbymacht. 

Rana Foroohar

Eigen ervaringen

Foroohar beschrijft haar sollicitatie bij Google. “Ik moest instemmen met een geheimhoudingsovereenkomst om een badge te krijgen die mij alleen maar toegang verschafte tot het kantoor. Ik ben journaliste en dat stuitte me tegen de borst.” Ze heeft niet getekend, wel geobserveerd, geluisterd en gesprekken gevoerd met medewerkers. Ze kwam niet verder dan het restaurant, “geen slechte plek om een beeld van de bedrijfscultuur te krijgen... Het zat vol met horden goedverzorgde rijk uitziende millenials, die konden kiezen uit allerlei exquise verse maaltijden, allemaal gratis... Het eten was beter dan ik ooit in een bedrijfsrestaurant had gezien.”

Er waren verder allerlei faciliteiten voor Googlemedewerkers: van massage- tot stomerijfaciliteiten, “avonden met lezingen en feestjes... Ik heb altijd mijn bedenkingen gehad bij dat soort extraatjes... Ze lijken bedoeld om de grenzen tussen werk en privéleven te vervagen... meer in het voordeel van het bedrijf dan van de werknemer... Het was voor velen meer dan een fulltimebaan om googler te zijn... Naar mijn idee leken ze zo uit The Circle... van de schrijver Dave Eggers, te zijn gestapt [zie CM 123]... Het feit dat het een nietsontziende geldmachine was met toen een marktaandeel van 92 procent in zoekmachines en steeds agressiever lobbyactiviteiten in Washington leek bij degenen die ik heb gesproken nog niet te zijn doorgedrongen” (p58-60). 

‘Don’t be evil’, de titel van de Engelstalige editie was het motto van Google 

Opkomst van Google en Big Tech

Google werd gerund door vijf mensen aan de top en had een hiërarchische structuur. Openheid, transparantie en communicatie met medewerkers liet te wensen over. Dit geldt ook voor andere Big Techbedrijven, evenals bij Tesla, waar Elon Musk een soortgelijke absolute macht had als Mark Zuckenberg met ‘chief operating officer’ Sheryl Sandberg bij Facebook. Bij Google geldt dat voor oprichters Larry Page en Sergey Brin met topmanager Eric Schmidt.

Google lijkt te zijn begonnen als idealistisch bedrijf. Idealen zijn echter ondergeschikt geraakt “aan de jacht op een zo groot mogelijk marktaandeel” in “een ethisch discutabele onderneming” (p62). In de loop der jaren zijn diverse vormen van technologie overgenomen van andere bedrijven. Page en Brin maakte aan het begin van hun loopbaan gratis gebruik van “het gehele computersysteem” van de Stanford Universiteit (p72).

Silicon Valley was aanvankelijk een plek vol “interessante, extraverte, dynamische mensen... voornamelijk [witte] mannen... van wie een groot deel met hun gebrek aan sociale vaardigheden zich waarschijnlijk ‘op het autistisch spectrum’ bevindt. Dit zijn de ingenieurs, en ze worden ingehaald als koningen... Hoewel ze zichzelf graag zien als weldoeners, vormt het algemeen belang zelden een van hun prioriteiten” (p64,66).

https://www.glamour.com/story/women-in-tech-reveal-secrets-of-silicon-valley https://www.facebook.com/productschool/photos/internationalwomensday-womeninproduct-erin-teague-is-the-head-of-product-for-you/2251971181687919/?_rdr 

Vrouwvijandige, onverantwoordelijke en op zichzelf gerichte bedrijfscultuur

“Er is één factie in Silicon Valley die zelfs een hogere status heeft dan de ingenieurs... de durfkapitalisten” (p67). Ze staan vaak kritisch tegenover (regulering door) de overheid en vaak “hebben [ze] een gering verantwoordelijkheidsgevoel.” Dat komt tot uiting in “talloze schandalen van seksuele intimidatie... Er schort iets aan de [‘toxische, vrouwvijandige’] bedrijfscultuur”. Diverse topmannen moesten het veld ruimen na seksueel wangedrag, vaak met gouden handruk, evenals tientallen andere medewerkers, zonder handdruk, hoewel er veel getolereerd werd.

De geniale Britse ingenieur Tim Berners-Lee heeft in 1989 ‘worlwide web’ uitgevonden. Google oprichters Brin en Page hebben het geordend, zodat het is te doorzoeken en hebben vervolgens een zoekmachine ontwikkeld. “En passant schonden ze straffeloos de auteursrechten van Jan en alleman” om links in hun systeem op te nemen “ten behoeve van de mensheid”. Hun manier van doen komt neer op: niet proberen mensen mee te krijgen, maar ‘gewoon doen’ en “regels zijn er om overtreden te worden... Ze hielden zich strikt aan het adagium dat het beter was om vergeving te vragen dan om toestemming te smeken, alhoewel ze in werkelijkheid geen van tweeën deden... Ingezetenen van Silicon Valley vinden over het algemeen dat hun prioriteiten voorrang moeten krijgen boven de privacy, burgerlijke vrijheden en veiligheid van anderen... Big Tech moet de vrijheid hebben om de overheid, de politiek, de burgermaatschappij en de wet te ontwrichten als mocht blijken dat die hinderlijk zijn” (p70,72,73).

Wetten en regels dienen aan Big Tech belangen te worden aangepast. “Het meest opmerkelijke voorbeeld van ‘speciale’ regels waar Big Tech van profiteert, is artikel 230 van de Communications Decency Act van 1996 (CDA) dat techbedrijven vrijstelt van aansprakelijkheid voor vrijwel alle illegale content of activiteiten van hun gebruikers (er geldt een klein aantal uitzonderingen voor schending van auteursrechten)” (p74). Wat betreft pornografie bleek dit niet te handhaven en recentelijk ook niet bij antivaccinatie berichten van complotdenkers. Maar nepnieuws, vaak van Russische herkomst, en haatberichten floreren en ontwrichten de politiek en sociale relaties. Als ze maar ‘eyeballs’ en schermaandacht opleveren, want dat levert data en geld op. Techbedrijven “verdienen het leeuwendeel van hun geld door mensen zo lang mogelijk online te houden om zoveel mogelijk van hun persoonlijke gegevens te kunnen verzamelen” (p81). Hun algoritmen proberen “mensen verslaafd te houden” door gewenste sites te bieden op basis van eerder geregistreerd klik- en scrollgedrag. 

https://www.frankwatching.com/archive/2020/09/30/the-social-dilemma-netflix-social-media-manipulatie/ 

Handel met persoonsgerichte advertenties

De oprichters van Google waren aanvankelijk tegen advertenties op Google. “We verwachten dat door advertenties gefinancierde zoekmachines per definitie op de hand van de adverteerders en ten nadele van de behoeften van de consumenten zullen werken,” schreven ze in 1998. Ook “waren ze tot de slotsom gekomen dat de risico’s van misdrijven bij commerciële zoektechnologie aanzienlijk waren” (p84,85). Ze zijn er toch toe overgegaan toen ze inzagen dat advertenties de snelste manier boden om geld te verdienen en omdat “de schaduwzijden van private zoektechnologie waarschijnlijk door de markt zouden worden getolereerd, of, met andere woorden, mensen zouden ofwel niet weten dat ze werden gemanipuleerd of het zou hen niet kunnen schelen” (p85,86).

“De verkoop van advertenties vormde, zoals we hebben gezien, geen onderdeel van het oorspronkelijke plan” (p88). Door de druk om inkomsten te genereren veranderde dit. Het model namen ze over van een ander bedrijf, nl. GoTo, “een soort gouden gids voor internet... Het resultaat was... een bedrijf dat de gehele zoek- en advertentiesector zou domineren, en qua bedrijfsmodel de norm zou worden voor alle platformbedrijven. Gerichte advertenties zouden niet alleen voor Google de belangrijkste manier worden om geld te verdienen, maar ook voor Facebook, Amazon... en tal van andere bedrijven... Surveillancekapitalisme zou voor bedrijven de beste en snelste manier worden om te groeien... Allerlei soorten bedrijven konden hun klanten nu permanent bespioneren en hen steeds gerichter bereiken” (p90,91).

Werken voor Big Tech raakte zeer in trek. Er viel veel te verdienen. De schrijfster ging mee met de trend en werkte enige tijd voor een online bedrijf, waardoor ze de Techscene van binnenuit leerde kennen, inclusief het financiële reilen en zeilen ervan. Want er werd veel geld in geïnvesteerd. Smeergeld, fraude en “creatief boekhouden” waren aan de orde van de dag. Veel bedrijven hebben het niet gered en gingen failliet. “Maar een paar bedrijven komen als winnaar uit de bus... Durfkapitaalfondsen zijn na 2000 ingestort, rezen vervolgens weer op, stortten weer in na de financiële crisis van 2008, en veerden weer tot recordhoogten op na 2014. Hoewel het starten van een bedrijf goedkoper is geworden... is het nu veel duurder om succesvol te worden” (p112,113). Dat heeft te maken met de de dominantie van de Techreuzen, die starters geen kans geven of opkopen. 

 

https://www.smartdata.agency/psychologische-verleidingstrucs/ 

Inbreuk op onze privacy en manipulatie van onze aandacht met beïnvloedingstechnologie

Behalve opkopen zijn ‘overnemen’ van ideeën van een concurrent en bedrijfsspionage vigerende praktijken in de techwereld, die is “afgedreven van de idealistische wortels die het misschien ooit had gehad” (p115). Big Tech groeit ten koste van het schenden van privacy en het commercialiseren van persoonlijke gegevens. Daar kunnen Techbedrijven alleen aan verdienen als data gratis blijven. Daarom is er veel aan gelegen dit zou te houden en de privacywetgeving naar hun hand te zetten, evenals de wetgeving wat betreft patenten en intellectueel eigendom, zodat ze zoveel mogelijk van anderen kunnen overnemen. “Informatie moet ‘vrij toegankelijk’ zijn” (p126), dan valt er het meest aan te verdienen. Behalve de ontoegankelijke bedrijfsgeheimen van Big Tech natuurlijk.

“In het licht hiervan is het geen wonder dat Big Tech er alles aan doet om de mazen van de wet te beschermen die hen in staat stellen om allerlei restricties voor het te gelde maken van gebruikersgegevens en content te omzeilen” (p131). Intensieve lobbyactiviteiten zijn reeds genoemd.

Bij dit ten gelde maken maakt Big Tech gebruik van beïnvloedingstechnologie, ook wel ‘captologie’ genoemd. Het komt neer op manipulatie en gaat terug op het behavorisme van Skinner. Het is verder onwikkelt is door B J Fogg, hoogleraar psychologie aan de Stanford Universiteit, in ’Mass Interpersonal Persuasion’, een vak dat druk bezocht werd door werknemers van Big Tech. Het ging Fogg om goedaardige toepassingen, zoals gezondheidsbevordering, maar kan gebruikt worden “om mensen tot vrijwel alles te bewegen” (p144). Dat wil zeggen: manipulatie, mensen tot slaaf maken van internet, behoeften en obsessies creëren en “de aandacht van steeds meer kinderen te gijzelen” (p147).

Bedrijven gaan zelfs zeer ver in hun misleiding door in zwakke perioden waarin kinderen meer ontvankelijk zijn, meer verleidelijke informatie op hen af te sturen. Er wordt systematisch onderzoek gedaan hoe mensen te “verleiden om door te klikken naar verdere informatie”. Al dat klik- en scrollgedrag beperkt het helder denken en “het vermogen om zich te concentreren om problemen op te lossen, met name de complexe problemen waar we momenteel voor staan” (p149). De schrijfster brengt dit in verband met de toename van ADHD. 

https://www.fonsvandyck.be/home/big-tech-back-to-the-future

Voormalig presidentskandidate senator en Harvard hoogleraar Elisabeth Warren is een notoire critica van Big Tech 

Kritiek op Big Tech

Het begint door te dringen dat er een een ander uit de hand is gelopen of dreigt te lopen. Maar wat te doen? Big Tech lijkt oppermachtig en ongrijpbaar, “opereert volledig in het geheim: geruisloos en onzichtbaar” (p152). De vraag “maken we het leven van de mensen beter?” lijkt geen rol van betekenis te spelen. “Het bedrijf [Google] leverde simpelweg wat gebruikers wilden: wat was daarop tegen?” Belangen van techgiganten en hun klanten lopen echter niet meer parallel. “Er is bij deze bedrijven een heel leger van ingenieurs werkzaam die alleen maar bezig zijn om jou online meer tijd en geld te laten besteden... om je aan het scherm gekluisterd te houden” (p155-56).

Inmiddels is er wel wetgeving wat betreft reclame en verkoop aan kinderen en pornografie. “Apple is misschien het meest ontvankelijk geweest voor de kritiek... deels omdat hun kernmodel niet zo afhankelijk is van het te gelde maken van persoonlijke gegevens via gerichte advertenties” (p157). Hoewel Apple maatregelen treft voor privacy-bescherming, levert het wel verslavende games. Die privacy-bescherming geldt niet voor klanten in China, hetgeen hypocriet overkomt. Ook investeerders drongen aan op bescherming van kinderen. Er moet echter nog veel gebeuren om het het hele bedrijfsmodel te veranderen dat “gericht is op het verzamelen en te gelde maken van aandacht” (p158). 

Logo’s van de Big Five: Google, Apple, Facebook, Amazon en Microsoft 

Monopolisering

Google en Facebook probeerden zich te profileren als verbinders en democratiseerders van informatie. In feite gaat het om monopoliemacht. Deze hangt samen met het “netwerkeffect”. “Ze gebruiken hun enorme ecosystemen om hun eigen producten en diensten voorrang te verlenen en concurrenten weg te houden van hun netwerken. Het is een probleem dat per definitie speelt wanneer bedrijven tegelijkertijd een platform bezitten en er ook activiteiten op verrichten... Dit alles... heeft een handvol oligopoliën voortgebracht die hun macht zijn gaan gebruiken om de groei van start-ups, het scheppen van werkgelegenheid, en de arbeidsmarkten te ondermijnen” (p167,170).

De macht- en kapitaalconcentratie is enorm toegenomen. Het meest in de techsector, de financiële sector en de farma-industrie. “Technologie heeft het aandeel van arbeid... verminderd... De totale economische groei heeft eronder geleden” (p170-71). Grote bedrijven zijn groter geworden, kleine bedrijven zijn kleiner geworden, verzwakt en verdwenen. Immateriële goederen zoals software en data zijn belangrijker geworden, gemakkelijker uit te breiden en te monopoliseren door het netwerkeffect. De vraag blijft: “hoe moeten die platformreuzen... gereguleerd worden?” Dit geldt ook voor snelgroeiende bedrijven als Uber.

Ontwrichtende werking van Uber

Vervolgens gaat Foroohar in op Uber, oorspronkelijk een taxi- en vervoersbedrijf waarbij privéchauffers met hun eigen auto als flexwerker konden meewerken en tegen bodemprijzen reguliere taxi-chauffeurs konden wegconcurreren, tegen regelgeving en bescherming van beoepsgroepen in. Flexwerkers hebben minder bescherming en secundaire arbeidsvoorwaarden en ze kunnen gemakkelijker worden ingezet en uitgebuit door hen te dwingen ongelegen ritten en permanente beschikbaarheid te accepteren. Zoals Amazon de winkel van alles is, wil Uber de vervoerder van alles en iedereen zijn. Het investeert in zelfrijdende auto’s en is in opspraak gekomen door de dood van “een vrouw die door een zelfrijdende auto van Uber werd geraakt” (p186-87).

Recentelijk zijn de lobbyactiviteiten in Europa in opspraak gekomen, waarbij de toenmalige Eurocommissaris Nelie Smit-Kroes en toenmalig Franse minister van economische zaken Emmanuel Macron betrokken waren. Nederland geldt als belastingparadijs voor dergelijke ondernemingen.“Het holt het vertrouwen van burgers in hun overheden verder uit” (NRC Commentaar 16 juli, ‘Uber-Files: Bestuurlijke blindheid voor nieuwkomers als Uber ondermijnt de integriteit’)

De NRC noemt Uber evenals Google, Amazon en Facebook een ‘regelbuiger’ en ‘innovatieve disruptor’. Ook Foroohar noemt Uber een ontwrichter: “Uber ontwricht niet alleen het vervoer, het herschrijft ook het contract tussen werk en werknemer” (p187). Positief zou zijn dat het iedereen met een auto en vrije tijd in staat stelt bij te klussen. Negatief is o.m. de ontwrichting, “de benarde positie van de flexwerker” en de afnemende winstmarges van chauffeurs ten gunste van een grotere winst voor Uber. 

https://nl.123rf.com/stock-foto/ongelijkheid.html?sti=ltglqhmz506ch58vl1| 

Toenemende sociale ongelijkheid

Wat betreft de omgang met werknemers noemt Foroohar “de afschuwelijke manier waarop Amazon zijn medewerkers in de magazijnen behandelt”. Deze behoren tot de gevaarlijkste werkplekken in de VS. Medewerkers melden stressniveaus en gezondheidsproblemen ten gevolge van de voortdurende digitale controle. Verder zijn er veel letsels en worden “medewerkers minder als mensen dan als robots behandelt” (p191).

Het ziet er niet naar uit dat werknemers in Techbedrijven beter af zijn. Het maakt nogal wat uit voor hoog- of laagopgeleiden, zoals eerder aan de orde kwam (in CM 123 over de filosofie van kunstmatige intelligentie). “De digitale economie heeft sowieso de kloof tussen de haves en de have-nots al verbreed, waarbij de winnaars degenen zijn die toegang tot technologie hebben en deze ook kunnen controleren en benutten – wat per definitie gekoppeld is aan opleiding, of, met andere woorden, geld en klasse... Netwerkplatforms... hebben bijgedragen aan de de concentratie van rijkdom in minder handen, deels omdat er een grote groep lager gekwalificeerde mensen is die overgeleverd zijn aan de technologie, en aan degenen die deze kunnen benutten” (p195). Verder worden veel ontslagen en omscholing verwacht door automatisering en “digitale ontwrichting” (p197), die in het voordeel uitpakt van hoger opgeleiden.

“De steeds groter worden kloof tussen de winnaars en de verliezers wordt ook weerspiegeld in de lonen... Het resultaat is een economie die uit twee lagen bestaat: een bovenlaag die zeer productief is, het merendeel van de rijkdom in handen heeft en wenig banen creëert, en een onderlaag die stagneert... Dat vergroot natuurlijk weer de kloof tussen arm en rijk” (p198-99). Na de teloorgang van de traditionele vakbonden beginnen flexwerkers zich echter te organiseren in bijv. de Freelancers Union. Ze zullen een harde dobber hebben aan Big Tech c.s. 

https://www.economielokaal.nl/portfolio-items/simulatie-oligopolistische-markt/

Techgiganten spannen samen. Dat bemoeilijkt regulering 

Regulering van monopoliemacht

Ook van overheidswege komen initiatieven om meer aan regelgeving en antitrust wetgeving te doen om de monopoliemacht in banen te leiden, die vooral verstikkend werkt voor kleinere en startende bedrijven. Er is echter geen monopolie maar een oligopolie, waarbij de giganten ook elkaar beconcurreren en samenspannen om de mazen in de bestaande wetgeving weten te vinden en te benutten, die nodig moet worden aangepast.

Problemen daarbij zijn “het ondoorzichtige karakter van hun bedrijfsmodel” en de invloed en controle die techbedrijven hebben op politici (p216). Het doet denken aan de Gilded Age, eind 19e eeuw. Wall Street en oligarchen maakten toen de dienst uit in de economie en politici werden omgekocht. (Tech)bedrijven delen geen “moreel kader, dat volgens Adam Smith van cruciaal belang was voor goed functionerende markten” (p217).

De macht van oligarchen is toen echter aan banden gelegd onder leiding van advocaat Louis Brandeis, rechter bij het Hooggerechtshof. Zo zijn er ook nu tegenkrachten van een groeiend aantal deskundigen, die het welzijn van de burgers voor ogen hebben. Een voorstel is bijv. om een prijs voor hun data te berekenen. Een ander voorstel is het opsplitsen van Techbedrijven. Deze voeren dan het argument aan dat dit in het nadeel is van de concurrentie met China. Maar wie of wat bedreigt onze democratie, burgerwelzijn en mensenrechten nu meer: China of Big Tech? 

Het is oppassen geblazen voor de financiële risico’s van Big Tech als e miljardenwaarde een luchtballon blijkt die we hebben opgepompt met onze data, die van de servers kunnen verdwijnen.

https://blog.montaignecentre.com/nl/welke-rol-spelen-big-tech-bedrijven-als-tussenpersoon-voor-adverteerders/ 

Financiële risico’s

Vervolgens wijst Foroohar op de financiële risico’s. “Niet alleen doordat banken huiverig zijn om geld te lenen aan bedrijven met immateriële goederen die eenvoudigweg kunnen verdwijnen als ze failliet gaan” (p227-28). Ook omdat innovatie wordt geremd door de monopolisering en de financiële constructies van Techbedrijven wankel zijn, ondanks hun enorme vermogen. Dit aspect vraagt enig financiëel-economisch inzicht om te kunnen volgen. Ook voor deskundigen is hun financiële handel en wandel echter moeilijk te volgen, laat staan te controleren en in te schatten wat de marktgevolgen kunnen zijn, zoals bij banken beter ingeschat kan worden.

Techbedrijven geven bijv. goedkope obligaties uit om beter renderende aandelen terug te kopen. Wat gebeurt er als de rente stijgt? Hun kasreserves bestaan vooral uit obligaties, “die – als ze verkocht of afgewaardeerd zouden worden – de markten zelf ten val kunnen brengen” (p230). Zij wijst op de bankencrisis van 2008. Ter verduidelijking: het kwam er ongeveer op neer dat in het geval spaarders en investeerder hun tegoeden wilden innen, banken daaraan niet konden voldoen en de ene na de andere bank dan zou omvallen, want met onbetaalbare leningen over en weer stonden ze bij elkaar in het krijt.

De schade is op belastingbetaler verhaald om de banken met overheidssteun overeind te houden. De banken waren te groot om failliet te gaan, omdat ze dan de hele economie en financiële wereld met zich mee zouden trekken. Schulden waren vele malen groter dan de dekking. “Een snelle groei in het schuldniveau is historisch gezien de beste voorspeller voor een crisis” (p228). Foorohar ziet als “overeenkomsten tussen Big Finance en Big Tech: het bestaan van een bedrijfsmythologie [wat goed is voor Big Financiéle sector resp. Big Tech was ook goed voor de economie], het gebrek aan transparantie, de complexiteit en de omvang” (p231).

Er is ook nog een andere, politieke kant. Uit onderzoek blijkt “dat het vertrouwen in de liberale democratie afneemt naarmate het gebruik van sociale media toeneemt” (p232). Verder kan Informatietechnologie worden misbruikt. Dat gebeurt vooral in China en Myanmar, maar ook in andere landen. Big Tech ontduikt belasting via belastingparadijzen, terwijl ze zijn gestart en gegroeid dankzij publieke ondersteuning en investeringen. Bijv. van de Stanford Universiteit bij Google en in het algemeen door de aanleg van kabels en faciliteiten voor internet en smartphones. Winstmaximalisatie, marktvergroting en kapitaalconcentratie lijken de belangrijkste doelen van Big Tech te zijn. “Ze vergroten louter de rijkdom van degenen die ze bezitten” (p234). De rijkdom is gebaseerd op onze gratis data.

Foorohar wijst ook op de risico’s van “uitwisseling van data tussen techbedrijven en grote banken” en de financiële producten die daaruit kunnen voortvloeien. “Net als grote banken gebruikt Big Tech zijn lobbymacht om regulering te vermijden.” Voor hen zouden andere regels dienen te gelden. Ze zouden te groot zijn om te reguleren. Maar daarom zijn er volgens de schrijfster juist meer regels nodig, bijv. privacyregels. Ook in de medische en farmaceutische en andere sectoren is regulering van de grond gekomen en werkt het in het welzijn van burgers. 

https://corporateeurope.org/en/2020/09/big-tech-lobbying 

Beïnvloeding van wetenschap en overheid

Eerder kwam al naar voren dat Big Tech onderzoek financiert en vele medewerkers heeft die gespecialiseerd zijn in (beïnvloeding van) overheidsbeleid en lobbyen. De hoofdtechnoloog van de Federal Trade Commisiion kreeg 850.000 dollar voor beurzen. Sprekers bij congressen kregen financiering van Google. “Het debat over cruciale kwesties van economische beleid ... is vrijwel geheel gekaapt door grote bedrijven met diepe zakken” (p249). Vooral inzake privacy, monopolies, veiligheid, patenthervormingen, auteursrechten, robots, kunstmatige intelligentie, surveillance e.d.

“Het [tech]bedrijf stoomt academische vaandeldragers klaar... die jongere vakgenoten in een in een richting zullen leiden die gunstiger voor het bedrijf is... Het lijkt erop dat werkelijk onafhankelijke wetenschappers... niet meer te vinden zijn.” In gesprekken met politici “kunnen de bedrijven hun omgekochte experts laten opdraven... De afgelopen jaren is de technologiesector ”geruisloos de dominante politieke lobbymacht in de VS geworden [met...] in 2017 216.4 miljoen en in 2018 224,6 miljoen dollar aan lobbyactiviteiten” (p250,251).

Ook belangenorganisaties en de media worden beïnvloed door Big Tech, dat voormalige overheidsfunctionarissen aantrekt om te lobbyen. Techbedrijven verkopen verder hun diensten met hun politieke consultants aan politieke campagnes. Google zou “het bedrijf [zijn] met de meeste politieke invloed ter wereld... In veel gevallen leek het zelfs zo dat de belangen van de bedrijven en de beleidsmakers zeer nauw op elkaar aansloten” (p254,56-57). Burgers hadden het nakijken... In de EU zijn beleidsmaatregelen strenger dan in de VS, waar een handvol grote bedrijven een enorme macht hebben. 

https://www.sg.uu.nl/artikelen/2017/02/hoe-wapen-je-je-tegen-manipulatie 

Manipuleren van de presidentsverkiezingen

In 2016 “wist Trump dat hij een wonder nodig had om te winnen. Stafmedewerkers vonden dat ‘wonder’ in Facebook, Twitter en YouTube” (p268). Er werden gerichte berichten afgevuurd om  zwevende kiezers te beïnvloeden. Vrouwenhaat werd in stelling gebracht tegen Hillary Clinton met schokkende afbeeldingen van haar die viraal gingen. Ook racisme werd in stelling gebracht tegen immigratie. Russische agenten, die tegen Clinton waren en voor Trump, hielpen een handje. Samenzwering is niet bewezen, maar er waren wel contacten tussen Rusland en het Trump-team. “De directeur van de Trump-campagne zei onomwonden: ‘zonder Facebook hadden we de verkiezingen niet gewonnen’” (p270).

Algoritmen die gefilterde informatiebubbels in de hand werken, “die mensen stimuleerden om zich te verschansen in politieke silo’s die bevolkt waren met alleen maar gelijkgestemden, hebben een gevaarlijke gepolitiseerde wereld gestimuleerd” (272,274). Wat de meeste kliks opleverde werd gestimuleerd ongeacht de inhoud. Of het haat zaaide of nepnieuws verspreidde, was niet relevant, tenzij het kliks opleverde. “Facebook bleek 100.000 dollar aan advertenties te hebben geaccepteerd van Russische actoren” (p273). Ook andere bedrijven deden mee (Twitter, YouTube en PayPal).

Een surveillance-maatschappij

Daarnaast werkt Big Tech met surveilancetechnologie een surveillancemaatschappij in de hand. Burgers worden gevolgd op internet, in het Westen niet zozeer door de staat maar door bedrijven die gericht adverteren. De surveillancesamenleving is geen science fiction meer. Onze gangen kunnen op alle plekken worden getraceerd. In de VS is al spreke van “inlichtingengestuurde orde- en wetshandhaving”, vooral met inlichtingen van kwetsbare groepen, die zo verder gemarginaliseerd worden. Er is (vooral bij hen) “een escalerende spiraal van politietoezicht” (p278,280).

Google wilde verder een gecensureerde zoekmachine, Dragonfly, aan China leveren. Dit was een brug te ver voor de Amerikaanse regering en mensenrechtenorganisaties. “Het bedrijf luisterde pas echt toen de eigen ingenieurs... in het verweer kwamen... Veertienhonderd van Googles eigen medewerkers ondertekenden een brief waarin zij protesteerden tegen het gebrek aan transparantie over het besluit...  om Dragonfly te lanceren” (p284,285). Ze protesteeerden eerder tegen het gebruik van AI technologie van Google door het Pentagon. Ook Techmedewerkers beginnen wakker te worden “in een ommuurde tuin”, waarin bedrijven probeerden hen vast te houden. 

https://www.kbc.com/nl/economics/publicaties/handelsoorlog-in-staal-en-aluminium--de-geschiedenis-herhaalt-zi.html

Handelsoorlog met China

De VS is verwikkeld in een handelsoorlog met China, die met name de techindustrie betreft. Bij de coronacrisis bleek hoezeer het Westen van China afhankelijk is voor producten, onderdelen en bepaalde grondstoffen. We hebben onze productie voor een groot deel uitbesteed, omdat arbeid daar goedkoper is. Zelfs de defensie-industrie is ervan afhankelijk geworden. Daardoor vormt China ook een “strategische bedreiging... De Chinese leiders zullen het Chinese model van autoritair kapitalisme steeds meer proberen te doen gelden als een alternatieve en impliciet ook superieure ontwikkelingsroute voor het buitenland” (p290). Democratie, mensenrechen en de rechtsstaat komen onder druk te staan bij de botsing van culturen en politieke stelsels.

Er gelden ook andere regels voor de digitale economie in China, de VS en Europa. Datarechten en -beheer verschillen. De EU en California gaan ervan uit “dat individuen eigenaar zijn van hun eigen gegevens en een helder begrip moeten hebben van hoe die worden gebruikt. [...Maar ] er zijn nog geen duidelijke regels voor het nieuwe tijdperk. Moeten westerse bedrijven op de gebruikelijke manier zaken met China kunnen blijven doen?”

Bij techbedrijven, waarbij privacy in het geding is, bleek de toeëigening van data door de Chinese overheid onaanvaardbaar. “Zelfs Apple, dat heeft geprobeerd zichzelf te profileren als een verdediger van privacy, is in China gezwicht... Het houdt zich in China aan de lokale regels... [als] een lokaal bedrijf dat niet hoeft te voldoen aan de Amerikaanse wetten voor gegevensbescherming... Dat betekende het einde van de privacy, althans voor Apple-gebruikers in China” (p291,292). De lancering van een gesensureerde zoekmachine door Google is afgeblazen zoals we zagen. Zaken doen met China is een lastige onderneming, die bedrijven voor ethische dilemma’s plaatst, met name techbedrijven. In China lijkt dystopische science-fiction een realiteit. Vooral techbedrijven kunnen meewerken aan het perfectioneren daarvan.

Werkt innovatie en groei beter in een gecentraliseerde, autoritair bestuurde staat en maatschappij dan in een gedecentraliseerde, liberale samenleving? De toekomst zal leren of creativiteit blijft gedijen in vrijheid en top-down controle leidt tot verstarring. Big Techbedrijven zijn echter ook “relatief gesloten systemen” geworden, die innovatie door kleine bedrijven smoren of opkopen. Ze schermen met het argument dat opsplitsen “Chinese bedrijven in de kaart zou spelen” (p301). Maar dat laatste geldt meer voor hun eigen samenwerking met China, dat veel te winnen heeft van westerse technologie en data.

“Er zijn een paar overeenkomsten in het optreden van... Big Tech en de Chinese surveillancestaat... In de wereld van Big Data zijn vrijheid en democratie (niet langer) te verenigen” (p303). Big Tech roept het beeld op dat China ze kan gaan inhalen om beperkende regelgeving te ontlopen. Bijv. door het vermijden van regelgeving om de handelsrelaties van Big Tech met China te reguleren en ook daar meer privacy te garanderen.

Verder kwam naar voren dat de monopoliemacht van Big Tech innovatie remt. In plaats van de Chinese kaart te spelen om regulatie te ontlopen, pleit Foroohar voor innovatie-bevorderende regulering en “ontwikkeling van een beter systeem... In het onderwijs zijn dringend hervormingen  nodig” (p306,307). De publieke sector, met name onderwijs en wetenschap, maar ook de infrastructuur, heeft een belangrijk aandeel gehad in het succes van de informatietechnologie. De publieke sector verdient derhalve een rechtmatig deel van de winst, zoals bijv. ook de econoom Mariana Mazzucato bepleit (zie CM 106 en 107). 

Maatregelen, regulering, overwegingen en aanbevelingen

Het is tijd voor een fundamentele bezinning op “grote onderwerpen: digitale eigendomsrechten, handelsvoorschriften, privacywetgeving, antitrustregels, aansprakelijkheidsregels, vrije meningsuiting, de rechtsgeldigheid van surveillance... nationale veiligheid... ethiek van artificiële intelligentie, en de gezondheid en het welzijn van gebruikers van digitale technologie.” Dit alles vraagt regulering en herbezinning. “Hoe kunnen we de kracht van technologie aanwenden voor het algemeen belang in plaats van voor de verrijking van een paar bedrijven?” (p310,311). Dat kan als die bedrijven de regels niet voornamelijk bepalen. “Regulering door de sector zelf werkt zelden.” (p312).

Foroohar pleit voor een publieke discussie die niet bepaald of gekaapt wordt door Big Tech en zij acht regelgeving noodzakelijk. Bijv. door Big Tech verantwoordelijk te stellen voor de inhoud van berichten op hun platforms, die aan ethische en maatschappelijke normen dienen te voldoen “op straffe van hoge boetes,” zoals in Duitsland. Verder pleit zij voor een “scheiding van de platforms en de handel op die platforms om zo een rechtvaardiger en concurrerender digitaal landschap te creëren” en netwerkmonopolisering te beperken (p314). Antitrust wetgeving dient herzien te worden en kan het beperken van monopolisering ondersteunen. Het welzijn van de samenleving en een rechtvaardiger verdeling van rijkdom dient centraal te staan.

“Hoe kunnen we de baten beter verdelen?” Winst en rijkdom berust in hoge mate op genereren, analyseren, combineren en verkopen van gratis data. Door het eigendom van persoonsgegevens aan de personen toe te kennen wordt een aandeel in de waarde, de winst en het beheer mogelijk. Deze kan bijv. geïnvesteerd worden in de publieke sector, bijv. het onderwijs en hoeft niet steeds aan ieder individu te worden uitgekeerd. Gebruikers dienen behalve een aandeel in de waarde en de winst ook meer zeggenschap over hun databeheer te krijgen. Transparantie en gegevensbescherming dient te worden vergroot. De EU en California lopen wat dat betreft voor op de rest van de VS, om het over China hier maar niet te hebben, waar personen helemaal niets te zeggen hebben over hun gegevens. “De digitale rechten van individuele personen zouden ook wettelijk moeten worden vastgelegd.” Waaronder ook het recht op verwijdering en “inzage in hoe hun persoonlijke gegevens worden gebruikt” (p314). Bedrijven dienen de waarde van data op hun jaarrekeningen te vermelden. Personen hebben ook het recht om te weten hoeveel hun data waard zijn.

“We zouden ook moeten overwegen of de publieke sector, in plaats van particuliere bedrijven, de bewaarplaats voor een deel van de enorme hoeveelheid data zou moeten zijn.” De publieke sector kan ook zorgen voor meer zeggenschap van burgers over hun  data en “hoe het te gelde wordt gemaakt” (p315,316). Inzet van de publieke sector zou een middenweg kunnen zijn tussen het oligarchische Amerikaanse model en de Chinese surveillancestaat. In Europa is een aanzet gegeven tot deze middenweg.

Vervolgens pleit Foroohar voor een rechtvaardiger belastingstelsel en mondiale belastinghervormingen die ontduiking naar belastingparadijzen, brievenbusbedrijven en andere trucs en belastingtechnisch lucratieve constructies bemoeilijken en vermijden. Ook de ontwrichting van de arbeidsmarkt dient ter hand te worden genomen. Foorohar pleit voor een “digitale New Deal” (p324) met investeringen in omscholing naar nieuwe functies in zowel de private als de publieke sector. 

zondheid.be/artikel/internet-en-apps/digitaal-welzijn-hoe-technologie-ons-stress-bezorgt-27908 

Digitaal welzijn bevorderen

Tot slot de vraag “hoe kunnen we ons digitaal welzijn garanderen?” (p325). Hoe kunnen we verslaving en gezondheidsrisico’s beperken en onszelf en onze kinderen beschermen? Hoe kan het publieke bewustzijn meer doordrongen raken van de risico’s van informatietechnologie? Het publiek heeft meer belangstelling voor techniek en de voordelen die deze biedt dan voor ethiek en gezondheidsrisico’s. Het is gemakkelijk te verleiden door spelletjes, advertenties en andere informatie, hetzij misleidend dan wel waarheidsgetrouw. Het onderscheid is vaak moeilijk te maken en interesseert de meeste mensen evenmin als ethiek.

“Je krijgt het gevoel dat de samenleving naar het beeld van Big Tech moet worden omgevomd... Maar in werkelijkheid is Big Tech ons, het volk, verantwoording schuldig. De Verenigde Staten dreigen een oligopolie te worden dat geleid wordt door de vermogendsten... Vaak voelen we ons machteloos om de regels te veranderen... We moeten... inzien dat wij de regels van de digitale economie en de samenleving kunnen vaststellen zoals wij dat willen en nodig achten. Bovendien staat er teveel op het spel om dat niet te doen’ (p327). De uitbuiting van arbeiders leidde eerder ook tot overheidsingrijpen en hervormingen. Maar dit heeft weer geleid tot de tegenreactie van het neoliberalisme, dat een gunstig klimaat schiep voor de ontwikkeling van Big Tech.

We dienen niet alles van de overheid te verwachten, maar zelf ook ons aandeel en onze verantwoordelijkheid te nemen. We staan voor grote uitdagingen om Big Tech en kunstmatige intelligentie te reguleren en ons welzijn te garanderen. Foroohar pleit voor grondige doordenking van onze volgende stappen en voor gedisciplineerd gebruik van apparaten van ons en onze kinderen. Door deze op gezette tijden terzijde te leggen scheppen we ruimte voor bezinning, ontspanning en creativiteit, die nodig is om de problemen waarvoor we staan te kunnen oplossen. 

https://www.ft.com/content/9ebb630e-28a7-409c-8a06-17e73aba909d 

Commentaar: bevrijding van een nieuwe vorm van horigheid?

Bij gebrek aan deskundigheid op het gebied van Big Tech volgt bij wijze van commentaar een aantal gedachten die opkwamen aan het eind van het schrijven van dit artikel. Het werd afgewisseld met het schrijven van bijgaande gedichten. Deze geven ook het nodige kritische commentaar op wat de schrijfster het “het surveilancekapitalisme” noemt. Dit leidt tot een surveillancemaatschappij, waarin we voortdurend in de gaten gehouden en gemanipuleerd worden. Vele mensen zijn al het slachtoffer van schermverslaving en informatiebubbels die algoritmen op hen afstemmen.

Het schrikbeeld van de Chinese surveillancestaat doemt op als een toekomstbeeld, dat daar al werkelijkheid is. De stuk of vijf gebroeders Big Tech vormen samen Big Brother en proberen de politiek naar hun hand te zetten. In China heeft de Communistische Partij als Big Brother Big Tech in handen in een monsterverbond, waarbij Frankenstein van Mary Shelley in het niet zinkt als een romantisch griezelverhaal.

De schrijfster baseert haar betoog voornamelijk op verhalen van geselecteerde deskundigen en hun publicaties. Er trekt een stoet van deskundigen en coryfeeën van Big Tech langs, die met hun verhalen en verrichtingen het betoog verlevendigen. Dat maakt haar betoog overtuigend, maar breekt het ook op in vele verhalen, die zij echter vloeiend aan elkaar rijgt. Door selectie van deskundigen is het betoog in een kritische richting gestuurd. Met andere deskundigen had het een verdedigend en ondersteunend betoog voor Big Tech kunnen worden, die er alles aan doet om deskundigen te beïnvloeden. Dat lijkt bij de hier geraadpleegde deskundigen niet het geval.

De spelletjesverslaving van haar zoon zette de kritische toon en heeft haar gealarmeerd. De bankencrisis van 2008 drong zich aan haar op bij de vergelijking van Big Techbedrijven met grote banken, te groot om failliet te gaan. Het ziet er voorlopig niet naar uit dat Big Tech om gaat vallen. Maar als het valt, kan het de hele economie en maatschappij met zich meetrekken.

Tegen bovenstaande kritische bevindingen valt in te brengen, dat internet en techbedrijven onmisbaar zijn geworden en van grote betekenis zijn voor onze economie, sociale contacten en de hele maatschappij en niet meer weg te denken zijn uit de moderne samenleving. De vraag is echter of het ons gelukkigere en betere mensen maakt. Wat hebben wij aan al die informatie, die maar voor een fractie waardevol en  waardegedragen is en voor het merendeel node gemist kan worden, verslavend werkt, misleidend is of banaal en triviaal overkomt? Als we de waardevolle inhoud zouden kunnen vermeerderen zouden internet en Big Tech in waarde toenemen, die moeilijk in geld is uit te drukken. 

De werkelijke wereld met werkelijke mensen verbergt zich achter een scherm. https://nl.dreamstime.com/het-silhouet-van-de-mensen-achter-gordijn-theater-op-stadium-schaduw-schermen-gelijkaardig-aan-wit-en-bla-image116061582

Tot slot de grotvergelijking

Naar analogie met Plato’s grot (zie CM 123) biedt de schijnwereld van internet een grottenstelsel van gefilterde informatiebubbels met evenzovele schijnwerelden, waarin massaal wordt gehandeld in schaduwen die burgers aan schermen gekluisterd houden als gevangenen in hun grotten. De schrijfster lijkt op een (voormalig) grotbewoner op weg naar het licht. Zij heeft gezien hoe geketende mensen gevangen en naar schermen gekluisterd zitten te kijken naar schaduwen, die medewerkers van Big Tech en social media ons voorhouden.

Bij de providers van schaduwbeelden is een lucratieve handel in schaduwen ontstaan om de goegemeente te voorzien van een overmaat aan schaduwbeelden. Schaduwen bestaan en hebben mensen in hun greep vanwege de afwezigheid van licht. Maar dat inzicht is niet doorgedrongen tot de massa. Men leeft in een schaduwwereld met spaarzaam licht en ziet niet in dat het gaat om de toegang tot het licht en de bevrijding van schaduwen, in plaats van gekluisterd aan schermen naar schaduwen kijken.

Slechts weinigen weten hun schermen te mijden, zich te ‘ontketenen’ en te bevrijden door zich naar het licht toe te wenden om zo aan de verslavende en begoochelende greep van de schaduwen en het scherm te ontkomen. Zolang het volk zich nog laat bedriegen en verleiden door allerlei gadgets, zal het echter in horigheid en slavernij blijven leven.

Foroohar spreekt bij Uber van “een moderne vorm van lijfeigenschap” (p192) gezien het gebrek aan bescherming en rechten. Elders schrijft ze over de industrialisatie “die zorgse voor veel meer kansen ook al leidde het tot uitbuiting van fabrieksarbeiders, wat leidde tot overheidshervormingen” (p327).  Schept Big Tech een nieuw soort horigheid en een digitaal proletariaat? Worden consumenten als het ware uitgemolken als een soort vee door techbedrijven die enorme winsten maken met gratis data? Verdelen deze  de wereld niet in vee, veehoeders en grootgrondbezitters? Het lijkt op een nieuw soort meritocratisch feodaal stelsel van leenheren en horigen, waarin de Techbazen de koningen en leenheren zijn.

Het reguleren van Big Tech lijkt niet genoeg. We zullen zelf ook wijzer dienen te worden en meer gedisciplineerd dienen om te gaan met internet en de zegeningen van Big Tech. Zoals we ooit met een mes, een bijl, een hamer en ander gereedschap hebben leren omgaan en auto’s en vliegtuigen hebben leren besturen en reguleren. Het kan allemaal, maar vraagt wel een helder, doelgericht en gedisciplineerd bewustzijn, waarin ethisch beself levendig is en het menselijk, maatschappelijk en ecologisch welzijn cruciaal is.

Met het huidige bewustzijn kunnen we de huidige problemen niet oplossen, die ermee samenhangen en eruit voortkomen. We hebben een ruimer bewustzijn nodig dan het ik-bewustzijn, een bewustzijn van de mensheid en het grote geheel dat wij delen met andere levende wezens. Wij leven vaak ten koste van andere levende wezens. We doden de dieren die we eten en tal van andere soorten waar wij niet van weten. Wij buiten mensen uit en bevuilen ons nest op zoek naar kortstondig gewin. Wat is daarvan de zin? Een korte tijd van lustbevrediging in een lang en onbevredigend leven. Dit moet anders kunnen en vraagt bezinning op wezenlijke waarden en doelen en de wijze waarop Big Tech ons welzijn en mens-zijn kan dienen, zoals Foroohar bepleit.