Deel 12. Het tragische levensgevoel van Don Quichot en Miguel de Unamuno (1862-1936)

Civis Mundi Digitaal #140

 

Unamuno is evenals Max Scheler, Emmanuel Mounier en Romano Guardini een katholiek filosoof. Verschillende werken, zoals Over het tragische levensgevoel en De agonie van het christendom, zijn echter door RK Kerk op de Index van verboden boeken geplaatst, omdat ze botsten met de kerkelijke dogma’s. “Dogma’s houden de mens weg van het ware geloof, dat in het vitale verlangen (het verlangen naar leven) gefundeerd is.” (p91) Hij vergelijkt Jezus met Don Quichot als “een Spaanse Christus”, die niet dogmatisch was. (p81) Centraal in de hier te bespreken bijdrage van Timo Slootweg staat de dolende ridder Don Quichot en zijn avontuurlijke maar tevens tragische leven, naar de beroemde roman van Miguel de Cervantes uit 1615.

 

Het leven van Don Quichot en Sancho Pancha

 

Don Quichot

Slootweg begint met het einde van Don Quichot. Aan het eind van zijn leven krijgt hij zijn verstand terug en “ziet hij eindelijk in dat hij al die tijd gedwaald heeft”. (p78) Alles wat hij heeft gedaan noemt hij onzin, zoals zijn bekende gevecht tegen windmolens. Hij biecht het op bij een priester, toont berouw en vraagt vergiffenis. Maar degenen rond zijn sterfbed vonden dat hij juist moest doorgaan met zijn tegelijk komische en tragische “tot mislukken gedoemde pogingen het hogere na te streven”. (p79) Zij genoten van zijn avonturen, evenals talloze lezers. 

De Duitse filosoof Friedrich Schelling noemt de Don in zijn Philosophie der Kunst "een heldhaftige strijder tegen de oppervlakkigheid der dingen” (p79) Hij gaat voorbij rede en rationaliteit om dieper door te dringen tot de werkelijkheid. “Nietzsche is uiterst ambivalent over de Don”. Hij spreekt van een “ironisering van alle hogere inspiraties”, omdat de Don belachelijk overkomt. Vooral de bekering tot het christendom is tegen het zere been van Nietzsche als “de ontkenning van het zelf en het vitale streven. Levensmoeheid en christelijke levensontkenning is al wat rest”. (p80,81)

Moderne kritieken luiden: “Hij vocht tegen windmolens: een doodlopende weg... ‘Don Quichot wist fictie en werkelijkheid niet uiteen te houden’. ‘Bij zijn dood komt hij tot inkeer, berusting en aanvaarding. een hogere stoïsche wijsheid’” (p82) Unamuno wijst evenals Schelling op een dieper gelegen waarheid. Dieper dan de rede en het rationalisme streeft de Don ridderlijke idealen na, ook al lijken deze onmogelijk en belachelijk. “Don Quichot is voor hem de tragische held bij uitstek: zijn strijd tussen rede en geloof strekt tot voorbeeld.” (p83)

 

Actieve christelijke mystiek

Hoewel Don Quichot wel een irrationele maar geen mystieke indruk maakt, gaat Slootweg vervolgens wat abrupt naar het hoofdthema in het werk van Unamuno: “een actieve, tragische mystiek waarin het christendom leidend is. De christelijke leer van de apocatastasis (de terugkeer van alle mensen in God) [...en] de finale, universeel menselijke solidariteit, de anacefalosis (eenwording van alle mensen in Christus).” Deze “droom van Paulus... is ook de droom van Unamuno… Anders dan de mystieke traditie voor hem... meent Unamuno dat het individu in die eenwording niet ten onder gaat... en ophoudt zichzelf te zijn.” Het (hemelse) leven gaat verder en zal niet saai zijn. (p82,83)

Volgens Unamuno is “een dogmatische, legalistische moraliteit, die niet toelaat dat het subject zich op creatieve wijze verwerkelijkt en ontplooit” een misinterpretatie van het (ware) christendom. Een dergelijke moraal “maakt de mens tot slaaf van de wet”, zoals de kritiek van Nietzsche luidt. Het christendom komt volgens Unamuno “de moraal in de liefde te boven... Het eigenlijke christendom... vraagt de mens zich te perfectioneren... ’Wees perfect, zoals uw Vader in de hemel!’” (Matt. 5:46-48, p84,85) Het vraagt kracht en is voor sterke mensen, “geestelijke aristocratie". Het gaat om “scheppende creativiteit”.

Het gaat verder dan Nietzsche’s tendens tot individualistische zelfvervolmaking. Bij Nietzsche is “de enige verantwoordelijkheid van tragische die aan zichzelf”. Bij het christendom ook naar de ander. “Het leven komt eerst tot zijn recht wanneer het zichzelf opgeeft en overwint. Door zich weg te schenken overwint men ook de dood.” (p86) Nietzsche “in zijn wanhoop en dwaasheid vervloekte wat hij het meest beminde. Omdat hij niet Christus kon zijn, belasterde hij Christus. Vol van zichzelf wilde hij oneindig zijn.” (p87) 

Verlangen, gevoel en geloof

De tragische held “verlangt bovenal naar leven, met alle tragische contradicties die het met zich meebrengt”. (p88) Niet primair naar kennis, zoals bij Griekse filosofen als Socrates en Aristoteles, die deugd verbinden met kennis. Verlangen en gevoel vormen “de primaire motiverende kracht...  Ons denken moet op de meest wezenlijke gevoelens gefundeerd zijn.” (p89)

Daaronder valt volgens Unamuno het verlangen naar onsterfelijkheid en oneindigheid, dat ook kenmerkend was voor de Romantiek. “De rede plaatste ons voor de onherroepelijke eindigheid  van het bestaan.... Het verlangen naar oneindigheid echter doet ons een andere wereld kennen: een leven waarin de dood niet het einde is, maar de doorgang tot de eeuwigheid.” (p90) Dit gaat verder dan de Griekse redelijkheid. Ook de christelijke liefde en het geloof gaat verder dan de rede en verder dan dogma’s. Het is zoals gezegd “in het vitale verlangen, het verlangen naar leven gefundeerd”. (p91)

Unamuno wordt beschouwd als existentiefilosoof, bijv. door Delfgauw in De wijsbegeerte van de 20e eeuw. (p144) Hij gaat uit van het concrete subjectieve verlangen, leven en bestaan, de dagelijkse levenspraktijk. Maar rationaliteit en “principes gingen heersen ten koste van het verlangen, het doen en het maken. Ten koste van het leven!” Ook in het christelijk geloof en de theologie. “Geloof is niet kennis en de toepassing van dogmatische en morele principes... maar de overgave van het hart aan een persoon.” (p92) Het geloof botst met de rede. Het is niet te bewijzen met theologie. “Daarentegen zijn wijzelf de waarheid,” die subjectief en persoonlijk is. “Waarheid heeft betrekking op mijn persoon, mijn wil, mijn engagement en verantwoordelijkheid... Essentieel voor de mens is zijn verlangen om te leven.” (p95,97)

 

https://www.anthologialitt.com/post/miguel-de-unamuno-for-what-did-don-quixote-fight

Don Quixote et Sancho Panza, Honoré Daumier, 1866

 

Het verlangen naar oneindigheid en onsterfelijkheid

“Om hier en nu te kunnen leven, moet ik volgens Unamuno willen en kunnen geloven dat ik altijd door zal leven. Zonder een dergelijk geloof verlies ik en verliest de wereld haar betekenis voor mij.” (p98) Wat heeft het voor zin in het aangezicht van de dood? “Alle geluk wil eeuwigheid, diepe, diepe eeuwigheid,” schreef Nietzsche in het nachtwandelaarslied, dat begint met: ‘Oh Mensch gib acht’ aan het eind van Alzo sprach Zarathustra.

Het leven streeft naar continuïteit en onsterfelijkheid in een of andere vorm. “Het christendom sterkt een mens hierin... Door Christus kunnen we ons verlangen waarmaken en ons vergoddelijken: één worden met God... Onsterfelijkheid vinden we alleen samen met de ander,” in gemeenschap. (p98)

De rede brengt ons niet bij God. “Wij moeten een actief gelovende stap doen... om met hem in relatie te treden. God is persoon: relatie... Zijn verlangen naar oneindigheid, brengt een mens tot de ontdekking van zijn naaste en tot medemenselijkheid... Uit het verlangen naar de eigen onsterfelijkheid groeit een liefde voor de ander alsook een liefde voor het universum waarin men de eigen eindigheid (ten opzichte van de ander) te boven komt... In alles ontdekken wij eenzelfde verlangen, lijden en medelijden. Daaruit ontstaat ook een gevoel van verbondenheid met alles. Alles ademt alles, aldus Unamuno... Alles, het universum is een persoonlijk geheel: een Persoon met Bewustzijn... Dit is volgens Unamuno het grondprincipe van de apocatastasis... ‘opdat Hij alles in allen zal zijn’” (Paulus, I Kor. 15:26-28) Wij keren terug in God en God keert terug in ons.” Zijn existentiefilosofie krijgt zo een sterk mystieke dimensie. (p98-100)

 

 

Actieve, binnenwereldse mystiek gericht op ‘alles in allen’ te ervaren

“Wanneer Hij alles in allen zal zijn is dat volgens Unamuno niet het einde van ons individuele en lichamelijke bestaan... In zijn actieve werkzaamheid voor de oneindigheid wordt de persoon niet zomaar ‘geabsorbeerd’ door God. De vorm die persisteert, is individueel en niet slechts een deel van een ongedifferentieerde kosmos, zoals de traditionele westerse mystiek en de Aziatische mystiek (het boeddhisme en het hindoeïsme) leren. De onsterfelijkheid van de ziel impliceert ook het voortbestaan van het individuele bewustzijn... We moeten ons ervan bewust zijn dat ons particuliere bewustzijn deel uitmaakt van Gods bewustzijn... dan geven we gehoor aan de roeping... om alles één en persoonlijk te maken en alles met onszelf te vereeuwigen.” (p110,101)

Of bij andere vormen van westerse en oosterse mystiek de persoon volkomen verdwijnt is maar de vraag, hooguit bij sommige vormen. Mystieke visies lopen uiteen, maar hebben ook veel gemeen. Zie bijv. Frits Staal, Het wetenschappelijk onderzoek van de mystiek en Walter Stace, The Teachings of the Mystics en Philosophy and Mysticism, besproken in CM 101.

“Unamuno bepleit een actieve, binnenwereldse mystiek... door ‘quichoteske’ inspanning in de wereld het onmogelijke verlangen naar oneindigheid waar of werkelijk te maken. Door het verlangen wordt het onmogelijke mogelijk... door de creativiteit van ons handelen, alsmede door de verbeelding... Het christendom is geen belemmering voor de ontplooiing van het hoogste in de mens.” (p102) Integendeel.

De mens is geschapen naar het beeld van God en kan dit verwerkelijken. En wel door er naar te streven en “reeds in deze wereld met God ‘alles in allen’ te zijn: door ons in het bewustzijn met alles en iedereen verbonden te ‘weten’, aldus Unamuno. Zo creëren wij God, die ‘alles in allen’ is. Het rationeel besef van de eindigheid en de dood... wordt overwonnen, door het verlangen en de wil oneindig te zijn in relatie tot de concrete ander.” Met andere woorden onze eigen individuele grenzen te overschrijden. “de eindigheid van het onderscheidende op te heffen, om het geheel der dingen te heiligen”, zoals Nietzsche beschrijft bij “de mystieke en dionysische ervaring van het geheel; in de ervaring één te zijn met alles en iedereen”. (p103)

Ook bij Nietzsche is er een verlangen naar eeuwigheid en oneindigheid, dat met name ook in zijn gedichten vorm krijgt, zie de bespreking daarvan in dit nummer. “Net als Nietzsche meent ook Unamuno dat de filosofie teveel gewicht heeft toegekend aan de ratio. Andere aspecten, de wil en de hartstochten, zijn daarbij grotendeels veronachtzaamd. Ware filosofie moet zijn, een filosofie van ‘de mens van vlees en bloed’, een mens met gevoelens en verlangens. Het ware kennen... dient steeds te zijn gericht op het concreet menselijke verlangen naar leven en onsterfelijkheid... dat in het geloof op creatieve wijze bevredigd en verwerkelijkt wordt.” (p103) Nietzsche kijkt echter anders tegen het geloof aan, dat de illusie van een ‘ware wereld’ creëert, die wij voor waar houden maar onwerkelijk is.

 

 

Nogmaals Don Quichot

Nietzsche en Unamuno kijken ook verschillend naar het “wereldvreemde idealisme” van Don Quichot, die tegen onrecht vecht en door Unamuno vergeleken wordt met Christus, omdat hij ook opkomt voor de verdrukten, paria’s, zondaars, enz. “Don Quichot verlicht het hart in een wereld die verduisterd is door logica en rationalisme.” In een wereld van cijfers, statistieken, feiten en categorieën herinnert Don Quichot ons aan de boodschap van het christendom en onze onvervangbare concrete en individuele ziel, onze dromen en verlangens. (p104)

We moeten ons bevrijden van geleerdheid, “van het rationalisme... dat de moderne wereld in zijn greep houdt” (p105) En net als Don Quichot strijden tegen monsters en reuzen. De Spaanse schilder Goya schilderde een schilderij van ‘de slaap der rede, die monsters voortbrengt’. “De transfiguratie van de wereld begint met de strijd van het enkele individu.” Don Quichot geeft een voorbeeld met zijn heldendaden. Ook al wordt hij bespot, hij gaat de onmogelijke uitdagingen aan met vrome geest. Hij gelooft dat hij een verschil kan maken en zijn naasten kan helpen. Hij treedt eigenmachtig op, slechts bijgestaan door zijn schildknaap Sancho Pancha.

 

 

Francesco Goya, De slaap der rede brengt monsters voort, 1797-1799,

Brengt de rede of de afwezigheid ervan, de slaap van de rede monsters voort?

 

Persoonlijke inzet voor levende anderen

“Unamuno wil per se werken uit eigen kracht in plaats van in afhankelijkheid van God en uit goddelijke genade... Dit aspect van genade ontbreekt bij Unamuno grotendeels.” (p111)

Anders dan bij Augustinus, bij wie Gods genade de beslissende factor is bij de voorbeschikking (predestinatie). Unamuno wijst op een strijdbaar leven vanuit een verlangen naar het onmogelijke, naar onsterfelijkheid en oneindigheid. Geen opoffering aan een (abstract) ideaal of restloos onpersoonlijk opgaan in het goddelijke. “Het is zijn bestemming als persoon onsterfelijk te worden en niet ‘voort te leven’ in het algemeen belang of in het universum... Het is onmenselijk de ene persoon op te offeren aan de ander, of aan een hoger, algemeen belang.” (p113)

“Het doel van ons leven is de integratie en synthese van eindigheid en oneindigheid: om de tegenstrijdigheid van het leven te doordenken en te overwinnen.” Dit omvat ook een synthese “van intellectuele behoefte en het verlangen van gevoel en wil”. Hij gaat daarbij uit van de concrete “mens van vlees en bloed” en de ander. “’Ik ben een mens en geen enkel ander mens is mij vreemd’... Dit in tegenstelling tot de bekende uitspraak van Terentius: ‘Ik ben mens, niets menselijks is mij vreemd’. Niet het abstract menselijke, de mensheid als geheel of de mens als Idee, maar de concrete mens staat bij hem centraal. De levende mens die door ons wordt gezien en gehoord; onze broeder en naaste... De aandacht voor deze levende mens dient ook de politiek en het recht te bezielen.” (p113,114)

“Het politieke werk richt zich... op de massa. Het tracht de massa te mennen, te bewegen en te manipuleren. Maar de mensen in de massa zijn (net als hijzelf) concrete wezens, die als ‘politiek dier’ hun persoonlijkheid verloren hebben. De politiek continueert en versterkt de depersonalisatie van de enkeling in de massa... De massa is voor hem onwaarheid... Hij wil... de mens ook in politiek en recht als individu blijven zien.” Dus als persoon, zoals bij het personalisme. (p114)

“De democratie kan niet zonder het tragische ridderschap en de verbeelding... De onaantastbare waarheid van de persoon is niet gegeven, maar die komt voort uit en wordt gegarandeerd door zijn onsterfelijkheid, waarin wij slechts kunnen geloven. De waardigheid van de persoon berust op God die hem geschapen heeft en naar wie hij ook weer terugkeert... Vrijheid [van de persoon] is cruciaal en die dient ook in politieke en juridische zin gegarandeerd te worden. Daarom zette Unamuno zich in zijn leven steeds heel actief in voor zijn land en voor de wereld, en is zijn persoonlijk ridderschap ook vanwege deze politieke inzet een lichtend voorbeeld geworden.” (p115) De inzet voor idealen van Don Quichot was voor hem een inspiratiebron, naast het christendom.

 

Individualiteit vervaagt in de massa https://www.nieuwwij.nl/actueel/individu/

 

Nawoord

Unamuno schreef zijn werken voordat de secularisatie massale vormen aannam en het christendom nog sterk aanwezig was, dat sterk een stempel op zijn leven en werk heeft gedrukt. Een eeuw later doet zijn accent op geloof soms gedateerd aan, mede vanwege associaties met het geloof in een illusoire wereld, zoals Nietzsche het voorstelde.

In een tijd van mondialisering en interculturele dynamiek en na de Oosterse renaissance’ (boektitel van Han Fortmann) doet zijn opvatting van christelijke mystiek ook wat gedateerd aan. Mystiek is van alle tijden en culturen en blijft bij vele mensen leven in een hernieuwde belangstelling voor wat ons ego en de ratio overstijgt. Het typisch menselijke verlangen om grenzen te overstijgen richt zich ook in onze tijd op ons innerlijk en ons bewustzijn, waarin de bron en de sleutel ligt tot een intieme verbondenheid met ‘alles en allen’ als een universele spirituele aspiratie.

Unamuno’s accent op concrete mensen, op gevoel en verlangen en de waardigheid van de persoon, is nog altijd actueel in onze tijd van digitalisering en depersonalisering door onder meer gepersonaliseerde reclame met behulp van onpersoonlijke algoritmen. En in de politiek rond de toeslagenaffaire, in de strijd om de kiezer, om de stem van de massa, enzovoort.

Concrete, levende, lijdende mensen dringen zich vooral ook aan ons op in oorlogsgebieden, waar zij worden vermalen en vermoord vanwege nationale staatsbelangen. Ze doen onherroepelijk een beroep op ons medegevoel, dat nog niet is afgestompt in onze digitale wereld.