Voorbij systemen

Civis Mundi Digitaal #140

door Mathieu Wagemans

Bespreking van: Michel Serres, De Parasiet. Boom, 2023.

 

Wie het boek ter hand neemt en opent op een willekeurige pagina, kan gemakkelijk worden overmensd door een passage die zich niet gemakkelijk laat begrijpen. Er kan sprake zijn van een door elkaar buitelen van begrippen waar moeilijk verbanden in te ontdekken zijn. En juist die ervaring kan de opstap zijn voor verrassende relaties. Die laten zich niet strak formuleren maar er is eerder sprake van vage associaties. Hoe die associaties kunnen worden geduid, is eerder afhankelijk van het voorstellingsvermogen van de lezer dan dat de antwoorden in het boek kunnen worden gevonden.

Ik heb ervoor gekozen bij de bespreking van het boek op onderdelen wat verder in te gaan op de denkwereld van Serres en relaties te leggen met praktijken, waar we thans mee te maken hebben, om daarmee de relevantie van zijn werk aan te geven. 

Wereldbeeld

Michel Serres gaat uit van een wereldbeeld dat zich niet gemakkelijk laat definiëren. Sterker nog, de kern van de filosofie van Serres is dat hij afstand neemt van scherpe formuleringen en definities. Hij heeft een fundamentele kritiek op de ordeningen, met behulp waarvan we de werkelijkheid hebben georganiseerd. Juist onze systemen ziet hij als oorzaak van ons onvermogen. Zijn belangstelling gaat eerder uit naar wat niet in onze systemen past dan naar de inhoud en beschrijving ervan.

Door te ordenen denken we overzicht en inzicht te hebben verkregen, maar, zo stelt Serres, we zijn ons niet bewust van de wereld buiten de systemen. Die buitenwereld heeft ons een boodschap te vertellen. Die boodschap bereikt ons niet in een heldere verpakking. De gangbare begrippen zijn niet in staat te duiden wat niet gangbaar is. We moeten gevoelig worden voor de ruis in de communicatie. De werkelijkheid laat zich niet vergelijken met onze op logica en rationaliteit gebaseerde beelden. We kunnen de werkelijkheid niet in onze beelden persen. Ook het onlogische en irrationele maakt deel uit van de werkelijkheid, ook al is onze aandacht daar doorgaans niet op gericht.

Vloeiend en gedifferentieerd    

Het wereldbeeld van Serres is vloeiend en gedifferentieerd. Er is sprake van verschillen. We moeten de zucht naar harmonisatie weerstaan, omdat we ons anders een te ingesnoerd beeld van de werkelijkheid vormen waar we vervolgens ons denken en handelen op baseren. We moeten oog hebben voor elementen die zo op het eerste gezicht niet aan elkaar kunnen worden gerelateerd.

De parasiet

Die wereld tussen de ordeningen en systemen is de wereld van de parasiet. Die maakt handig gebruik van koppelingen tussen wat in de formele werkelijkheid onderling niet kan worden verbonden. Het is de vrije ruimte waarin de parasiet zich thuis voelt. De parasiet overbrugt verschillen en tegenstellingen, die binnen onze structuren onoverbrugbaar zijn. In wezen zijn we het zelf die die ruimte creëren. Door systemen te ontwerpen creëren we bestaansrecht aan wat niet in de systemen past. Zo zijn we zelf de schepper van de chaos, ook al zijn we ons daar doorgaans niet van bewust.     

De wereld van de parasiet is de wereld waarin dimensies en systemen, in de terminologie van Serres aggregatietoestanden, door elkaar bewegen, soms verbanden aangaan, dan weer losraken van elkaar. De parasiet profiteert van de verschillen. Hij is meester in het uitbuiten van die verschillen. Hij bedient zich van mogelijkheden, die buiten het zicht van onze systemen en ordeningen vallen. Daarin benut hij de vrijheden van wat wij ervaren als chaos. Hij grijpt de kansen en weet dat die voor de systemen niet toegankelijk en betreedbaar zijn.

Orde en chaos

De ordeningen kunnen slechts bestaan door buiten te sluiten wat niet in de ordeningen past. Hoe volmaakter en gedetailleerder de ordeningen, des te groter is de ruimte van het buitengeslotene. Het is een ruimte die niet wordt betekend en dus niet wordt geclaimd door onze systemen. Daar gelden geen regels en dat verschaft  de parasiet de vrijheid te bewegen. Hij is in staat tot associaties die door ons niet kunnen worden gedacht en die als confronterend kunnen worden ervaren binnen de wereld van de systemen. Hij ziet kansen die buiten ons voorstellingsvermogen liggen.

Maar men kan nog een stap verder zetten. Ik doel dan op de mogelijkheid dat de parasiet ook leefruimte kan claimen binnen afzonderlijke systemen. Elders (Wagemans, Een Oceaan van betekenisloosheid, een kritische analyse van beleid, bestuur en wetenschap met een verwijzing naar de filosofie van Michel Serres) heb ik gedemonstreerd, hoe ook binnen overheidsorganisaties de parasiet zijn werk kan doen. Hoe men symbolisch machtsverhoudingen kan bevestigen en juist daardoor de ruimte creëert om af te wijken van geldende regels. Het systeem wordt bevestigd maar de bevestiging is louter symbolisch. De parasiet beweegt  mee met het geldende machtssysteem en schept zo de ruimte zijn eigen gang te gaan. De parasiet kan het systeem uithollen, juist door het spel mee te spelen. Al lezende kwam bij mij het beeld boven van stiptheidsacties. Je volgt de regels met uiterste precisie en zeer consequent op, met als met gevolg dat de mechanismen tot stilstand komen. Regels die ordenend zijn bedoeld worden zo de oorzaak van systeemfalen.

 

Verwarrend

De inhoud van het boek kan aanvankelijk bij eerste lezing verwarren. We worden geconfronteerd met perspectieven, die we binnen ons geldend betekeniskader niet kunnen duiden. Die verwarring kunnen we ook opvatten als een uitnodiging om vanuit een ander perspectief naar de werkelijkheid te kijken zoals we die hebben ontworpen. We kunnen tot heel andere beelden komen door te verkennen wat onze systemen niet kunnen bevatten.

 

Serres pleit voor het ondernemen van expedities op de oceaan. We moeten onze eilanden verlaten want het echte leven speelt zich af op de oceaan. De eilanden hebben we keurig geordend en aangeharkt, maar de oceaan confronteert ons met het buitengeslotene, met de chaos. Die chaos is existentieel. Zonder chaos geen ordening, zonder ordening geen chaos. Zonder oceaan hebben de eilanden geen bestaansrecht. 

Objectiviteit en subjectiviteit

Het boek roept ook vragen op over subjectiviteit en objectiviteit. Door te organiseren en door wetten en regels te formuleren en op te leggen, objectiveren we de werkelijkheid. We vormen ons een beeld dat we met de werkelijkheid laten samenvallen, maar dat is een vergissing.
Zo kan het boek worden opgevat als een waarschuwing dat we niet te veel gewicht moeten toekennen aan structuren. Dan verminken we de werkelijkheid. De ordening die ons moest helpen om overzicht te krijgen, wordt een lastpost omdat die dwingt de werkelijkheid te betekenen door middel van een rationeel perspectief. We denken tot inzicht te zijn gekomen, maar we betalen daar een prijs voor. Die prijs is, dat we de werkelijkheid die niet in onze ordeningen past terzijde schuiven. We hebben geen aandacht voor het chaotische en dus denken en handelen we op basis van een gemankeerd beeld van de werkelijkheid.

Door verfijningen en preciseringen, zoals in een juridisch kader, produceren we steeds meer chaos. We denken helderheid te hebben gevonden maar die helderheid is slechts mogelijk doordat we de chaos, het buitengeslotene hebben vergroot in plaats van verkleind. Dat is de paradox. Het zijn dergelijke schijnvoorstellingen die het wezen vormen van het boek. Met daaraan gekoppeld het ondergraven van praktijken en overtuigingen die we koesteren.

Relevantie

Resteert de vraag naar de maatschappelijke relevantie van het boek. Natuurlijk ligt het voor de hand om een relatie te leggen met de milieuproblematiek. Hoe wij de aarde uitnutten en blijvend aantasten door ons overdadig consumptiepatroon. Hoe we zelf parasitair handelen. Maar we kunnen ook een diepere relatie leggen tussen het denken van Serres en onze praktijken, in het bijzonder op het terrein van politiek, beleid en bestuur.

In overheidsland laten we ons leiden door de overtuiging dat we in staat zijn tot een bereikbare perfectie. We formuleren concrete doelstellingen en menen die met behulp van gedetailleerd uitgewerkte planning te kunnen realiseren. Daartoe hebben we een verfijnd stelsel van instituties geconstrueerd: organisaties, procedures, beginselen van behoorlijk bestuur en geschreven en ongeschreven regels. Maar juist die gedetailleerde uitwerking houdt in dat we de maatschappelijke werkelijkheid vanuit een sterk ingesnoerd perspectief bezien. Gevolg is dat er een grote buitenruimte is.     

Het boek is in onze postmoderne tijd buitengewoon actueel. Onze systemen kennen een eigen rationaliteit met als gevolg dat het lastig is om verschillen te overbruggen. Op zijn best kunnen compromissen tot stand komen als praktijken die het naast elkaar bestaan mogelijk en dragelijk maken. Compromissen lossen echter de dieper gelegen systeemfouten niet op maar bieden enkel de illusie van oplossingen.

Nodig is, zo stelt Serres, dat we de overstap maken naar een andere conceptie van rationaliteit die in staat stelt tot een veelomvattender en meer verdiepend perspectief. Maar dat is lastig omdat we het thans dominante perspectief stevig hebben geïnstitutionaliseerd. Je zou kunnen stellen dat onze drang naar ordening de feitelijke hindernis is voor verandering. Die ordeningsdrang is oorzaak van de verschillen tussen wat betekenisvol is binnen onze systemen en wat er niet in past. Wanneer zich problemen voordoen, proberen we die op te lossen door onze systemen te perfectioneren binnen de bestaande denkwijze. Denk aan het rechtssysteem. Regelmatig geven uitspraken van rechters aanleiding om geldende definities te verbijzonderen. We specificeren en menen daarmee dat de begrippen en definities aan helderheid hebben gewonnen. Echter, het tegendeel is het geval. Iedere detaillering en verbijzonderen scherpt de definitie aan en maakt het buitengeslotene groter en daarmee de spanning tussen systemen. Het leefgebied van de parasiet wordt alsmaar ruimer en het voedsel is voor de parasiet steeds makkelijker beschikbaar. Meer fundamentele oplossingen vragen vaak een andere meer creatieve denkwijze dan de bestaande denkkaders, die vaak probklematisch zijn omdat ze problemem scheppen. 

Heel jezelf en manifesteer! (net zoals Einstein)

 Tot slot

Zo beschouwd is er sprake van een rijk boek. Maar de vervolgstap is lastig. Serres biedt geen handboeken om de overtocht te maken van statische eenduidigheid naar dynamische meervoudigheid. Serres presenteert zich ook niet als de prediker die mensen aanzet stappen te zetten. Dat hoeft ook niet. Wie vrede heeft met de bestaande beleidspraktijken is blind en doof. Er is een houding nodig van de vreemdeling in het Jeruzalem van de overheid die zich verbaast over wat hij aantreft. Dan en pas dan is er ruimte om ons voorstellingsvermogen te verbreden en verdiepen. Dat levert ideeën op. En vervolgens is lef nodig om die ideeën op hun werking te onderzoeken.