Deel 2. Menselijke verbondenheid

Civis Mundi Digitaal #142

 

Collectieve intelligentie en bewustzijn

De aarde functioneert als collectief, evenals tal van haar soorten, waarvan sommige “spectaculaire vormen van groepsintelligentie kennen”. Niet alleen zoogdieren, maar ook bijen, termieten en mieren. Zelfs bacteriën werken al samen. (p209)

“De complexiteit van het menselijke zenuwstelsel is vele malen groter… Eén menselijk brein telt wel zesentachtig miljard zenuwcellen.” (p212) Hoe hun samenwerking samenhangt met bewustzijn is nog niet duidelijk. Lent verwijst alleen naar de geïntegreerde-informatie theorie van Gulio Tononi, die een van de theorieën biedt, besproken in CM130. “Elk (biologisch) systeem dat informatie integreert, beschikt over een zekere mate van bewustzijn [… Dan] is alles in het universum begiftigd met een intrinsiek bewustzijn.” (p215) Dit heet ‘panpsychisme’.

Zo beschouwd is bewustzijn intrinsiek aanwezig in alles en is het emergent in levende wezens.

De informatie in het bewustzijn vormt patronen “in een stroom van vluchtige qualia”. Qualia zijn gevoelde, subjectieve “belichaamde ervaringen”. (p76,212) Het betreft dus een stroom van ervaringen waarin partronen te onderkennen zijn. Intentionaliteit kan die patronen richting geven. En kan “op elkaar inwerkende delen [in…] wederzijdse causaliteit naar een hoger niveau tillen” van zelforganisatie. (p221)

Op het hoogste niveau vormen bewustzijnspatronen cultuur, “een vorm van collectieve intelligentie die zelfs het vermogen van de meest briljante individuele geest ver te boven gaat”. Er ontstaan zo “dynamische patronen in het collectieve bewustzijn… in de vorm van gedeelde ideeën, waarden en gedragsnormen… Sommige gedurende meerdere generaties. Lent noemt deze “culturele aantrekkers”. (p224,439)

“Rages die lang aanhouden kunnen zich tot trends ontwikkelen.” Op langere termijn ontstaan “complexen van waarden en gedragingen […of] een dominante politieke of economische ideologie…De grootste cycli zijn… verschuivingen in een dominant wereldbeeld.’ (p226,227)

 

 

Een wereldomvatende web als collectieve intelligentie op hoog niveau

 

Fasen in de ontwikkeling van complexe systemen

De ontwikkeling van complexe systemen kent vier fasen: 1. Groei of innovatie, 2. Instandhouding “door gevestigde regels en relaties die geleidelijk steeds verstarren en in toenemende mate wars zijn van verandering”, 3. Ontwrichting door een kantelpunt of faseovergang, 4. Reorganisatie onder invloed van “nieuwe ideeën of charismatische personen” (p228)

“Ons huidige wereldsysteem nadert het eind van zijn instandhoudingsfase en treedt de ontwrichtingsfase binnen… Technologische verandering ondermijnt normen en waarden die al eeuwenlang verankerd zijn… We maken een kans op een bloeiende toekomst als we ineenstorting en… een ‘techno-dystopie’ weten te vermijden [en…] het mechanistisch wereldbeeld vervangen door een levensbevestigend wereldbeeld dat gebaseerd is op de diepe erkenning van de onderlinge verbondenheid van de mensheid met de levende Aarde… Kunnen we… tot een duurzaam welzijn komen [en…] een samenhangend en alomvattend geheel van ethische waarden construeren?” (p228-29) De vraag is hoe, is een strategie, zo ja, welke? Of zal het min of meer spontaan gaan, zoals in de spiltijd ’spontaan’ wereldleraren, wereldreligies en filosofieën naar voren kwamen, die doorwerkten in het sociale handelen. (Zie hierover bijv. Max Weber, Sociology of Religion, P.A. Sorokin, Social and Cultural Dynamics, Hans Joas, De macht van het heilige, Marcel Gauchet, De onttovering van de wereld: Een politieke geschiedenis van de religie en andere werken.)

“De triomf van het reductionistische model heeft tot onevenwichtigheden geleid die nu veel van het succes ervan dreigen te ondermijnen.” (p237) Zoals in de geneeskunde hebben we een geïntegreerde benadering nodig van lichaam, geest en omgeving. Waar het om gaat is de ervaring van duurzaam geluk (eudaimonia) door “het realiseren van je ware natuur” (p243) Die ‘ware natuur’ is verbonden met de levende natuur. Volgens de Oepanishaden zijn wij in essentie geluk en bewustzijn (geluksbewustzijn, sat-chit-ananda).  Lent verwijst naar “de wil tot betekenis” en verbondenheid.

Meditatie als antwoord op manipulatie

Meditatie is vanouds een weg tot zelfrealisatie en duurzaam geluk. En “kan die zenuwbanen versterken die een moeiteloze, dynamische en permanente harmonisatie van het bewustzijn mogelijk maken… waardoor het ‘ik’ en het ‘zelf’ kunnen harmoniëren”. (p249)

Onze samenleving is gestoeld op dhukka: “het brede scala van ervaringen die voortkomen uit de scheiding tussen het ‘ik’ en het ‘zelf’, waaronder gevoelens van onbehagen, bezorgdheid en hebzucht.” (p243,250) Eigen gewin werkt ten nadele van welzijn. Massamanipulatie houdt dit in stand en breidt het uit met “geplande verslaving” aan overmatige consumptie, die door algoritmen wordt versterkt. “Kinderen zijn de meest waardevolle doelgroep… om ze levenslang als klant te behouden.” Digitale media vormen een onstuitbaar middel. “Amerikanen besteden nu gemiddeld vijf en een half uur per dag aan digitale media.” (p257-59) ook hier sprake van overmatig consumeren. Meer aandacht voor meditatie en natuurbeleving kunnen dit veranderen, maar vragen wel collectieve ingang en combinatie met een praktische aanpak.

Belangrijk is ook dat er iets gedaan wordt aan welvaartsverdeling en inkomensongelijkheid, die nu ongelijk verdeeld is en samenhangt met de verdeling van gezondheid en welzijn, levensverwachting, depressie en kindersterfte en sociale problemen als geweld, misdaad, drugsmisbruik en alcoholisme. “Ongelijkheid en op hol geslagen consumentisme zijn kwalen van een mondiale beschaving die op waarden is gebouwd die vooral aansluiten bij hedonistische impulsen en waaruit vrijwel al het begrip van eudaimonia verdwenen is.” (p259)

 

Moeten is opgelegd, moreel besef komt van binnenuit, maar het een sluit het ander niet uit

https://prezi.com/iyt3ko8q4nze/van-moetisme-naar-moreel-besef/

 

Aangeboren morele intuïtie

Wijsheidstradities kunnen ons de verbondenheid met al wat leeft en ons veronderstelde “aangeboren moreel besef” leren cultiveren. Volgens de Chinese wijsgeer Mencius “beschikken mensen over een aangeboren innerlijke goedheid”. Dat is iets anders dan “doordrenkt met het gif van de zonde” volgens Calvijn (p265,266) Empathie blijkt aangeboren en “is wellicht ontstaan als gevolg van moederlijke zorg… met name bij sociale soorten… Ook ratten zijn prima in staat tot altruïsme.” Ze bevrijden soortgenoten eerder dan chocola te verorberen. (p271)

“Hominiden [mensachtigen] hebben zogenaamde morele emoties ontwikkeld… natuurlijk gevoel voor eerlijkheid, samenwerking en altruïsme.” Onze eerste impuls is vaak altruïsme voor egoïsme. "Eénjarige baby’s prefereren behulpzame en coöperatieve poppen boven gemene en egoïstische […en] legden een rudimentair gevoel aan de dag voor eerlijkheid, rechtvaardigheid, empathie, medeleven en vrijgevigheid... Als gevolg van geëvolueerde morele emoties handelen we niet slechts omdat we denken dat het goed is, maar vooral omdat het juist voelt.” (p275,295) Dit punt kwam al eerder aan de orde.

 

Overheersing

Niettemin zijn patriarchale imperia ontstaan en “systemen van overheersing… gekenmerkt door autoritair bestuur van bovenaf en ondergeschiktheid van vrouwen aan mannen... Agressieve gemeenschappen [die] vredelievende gemeenschappen inlijfden en onderwierpen aan een krijgscultuur.” Terwijl voordien bij coöperatieve jagers-verzamelaars machtsbeluste mannen door “groepsdominantie” in bedwang werden gehouden. (p274,276)

Centrale macht in grotere groepen hing samen met sedentaire, aan land(bouw) gebonden vestiging, waarin machtsbeluste mannen gebied veroverden en verdedigden en anderen ondergeschikt werden gemaakt. Hun macht werd gelegitimeerd door geloofsovertuigingen. Later bijv. ‘het goddelijk recht der koningen’, zie CM126 over politieke geschiedenis. Sociale cohesie werd ten koste van een ‘outgroup’ gehandhaafd. 

Universele waarden en monotheïsme

In de spiltijd of axiale periode treden er veranderingen op. Universele waarden en beginselen werden geformuleerd door wijzen en profeten, zoals de Gulden Regel: "Behandel anderen zoals je zelf behandeld wil worden.” (p278). De mensheid werd opgevat als een morele gemeenschap. Wereldreligies en filosofieën kregen gestalte.

Het monotheïsme kreeg in het Romeinse Rijk de overhand, omdat het christendom staatsgodsdienst werd met “een patriarchale god die universele waarden dicteert… een compromisloze dualiteit van goed en kwaad en… een ethiek van religieuze onverdraagzaamheid die daarvoor geen deel van de menselijke ervaring had uitgemaakt.” (p278)

Sinds de Renaissance en de Verlichting waren er tendensen om het traditionele en onverdraagzame monotheïsme te vervangen door wetenschappelijke inzichten en “verlichtingswaarden… als rechtvaardigheid, [mensen]rechten en vrijheid… Aan de wetenschappelijke methode liggen kernwaarden ten grondslag, zoals eerlijkheid, op bewijs gebaseerd onderzoek, transparantie, controleerbaarheid en tolerantie.” (p279, zie ook R.K. Merton, Sociology of Science)

https://internationalfunders.org/about/

Centrale inheemse waarden

Culturele waarden kunnen botsen met onze aangeboren morele intuïtie en waardenconflicten met zich meebrengen. Ook hebzuchtige en egoïstische neoliberale waarden, bio-industrie en extreme ongelijkheid zijn daarmee in strijd, waarbij “zesentwintig miljardairs evenveel rijkdom bezitten als de armste helft van de mensheid”. (p285) Dit voelt niet rechtvaardig. Er valt nog een en ander te reorganiseren. Namelijk de vervanging van de “dominantie-ethiek”  door “het primaat van menselijke kernwaarden” van een brede morele gemeenschap.

Inheemse volkeren zouden centrale waarden delen als relationship, responsibility, reciprocity en redistribution, die om de gemeenschap draaien, zoals in het Afrikaanse principe van ubuntu. (Zie CM140). In het boeddhisme is het verdrijven van het lijden een centrale waarde, die voortvloeit uit de onderlinge verbondenheid, die ook in Chinese visies centraal staat. Een vergelijkbaar inzicht formuleerde de arts, theoloog en musicus en Nobelprijswinnaar Albert Schweitzer: “Ik ben leven dat leven wil, te midden van leven dat leven wil”. (p290,293)

 

https://frieschdagblad.nl/geloven/Hebben-dieren-rechten-volgens-de-Bijbel-28234496.html

Exploitatie van de natuur

In het Westen meende men echter “dat de wereld omwille van de mens is geschapen […als] meesters en bezitters van de natuur.” (p296,297) Het heeft zich door kolonialisme en uitbuiting de wereld in vergaande mate toegeëigend ten koste van andere volken en levende wezens. Er wordt gesproken over de zesde massa-extinctie, eerder door natuurgeweld, nu door menselijk geweld. “Sinds de komst van de menselijke beschaving is de Aarde 83 procent van haar wilde zoogdieren kwijtgeraakt, 80 procent van de zeezoogdieren en ongeveer de helft van haar biomassa.” (p311)

“De natuur moet zich plooien naar de geglobaliseerde markteconomie… De natuur wordt gefinancialiseerd,” d.w.z. in termen financiële waarde beschouwd (306,308) Geo-engineering doet daar nog een schepje bovenop en kan leiden tot verdere ontwrichting. “Het vindt haar oorsprong in een wereldbeeld dat de natuur ontheiligt en tot een te exploiteren hulpbron degradeert.” De mens is reeds een kankergezwel genoemd, “dat zich ongecontroleerd verspreid tot het zijn gastheer doodt”. (p313,314)

Er valt veel te leren van inheems landbeheer en “traditionele ecologische kennis”, die de natuur in haar waarde laat en als familie opvat. “Mensen beschrijven… overal ter wereld een intuïtieve emotionele band met andere levende wezens.” Bij nog onbedorven kinderen is dit heel duidelijk. De intrinsieke waarde van het leven dienen we te herstellen, ook in ons eigen belang. “Niet alleen schade vermijden… ook de Aarde actief gezonder maken.” (p318,324) Door natuurherstel en erkenning van intrinsieke rechten van levende wezens en ecosystemen tegenover grote op winstmaximalisatie gerichte transnationale ondernemingen.

 

Verbondenheid met de natuur versterkt de onderlinge band https://puurrein.nl/verbondenheid/

 

Afgescheidenheid en verbondenheid

“Het hele idee van een afgescheiden zelf is een onwaarheid [… Er is] een inherente onderlinge verbondenheid van alle voelende wezens.” (p335) Bij mystieke ervaringen zetten het afgescheiden ego en het conceptuele bewustzijn een stap terug in een “sterk gevoel van eenheid dat vergezeld gaat van… vredigheid, liefde, vreugde, ja zelfs extase… ‘Zij die beseffen dat al het leven één is, zijn overal thuis en zien zichzelf in alle wezens’.” (Oepanishaden, p339,341) Die eenheid noemen zij het Grote Zelf. 

“Einstein beschouwde ons gevoel van afgescheidenheid als ‘een soort optische illusie van het bewustzijn’.” (p342) Ook de Chinezen een andere volken kennen een immanente opvatting van eenheid, die “gevangen in het gewone waakbewustzijn onzichtbaar blijft”. De mystieke dichter William Blake schreef; “Als de deuren der waarneming gereinigd worden, zou alles aan de mens verschijnen zoals het is, oneindig.” (p340,345) De neoplatoonse mysticus Plotinus en de vijftiende-eeuwse kardinaal Nicolaas van Cusa zagen God in alle dingen en alle dingen in God. (Plotinus sprak van het Ene)

Objecten zijn ook door “harmonische synchronisatie” van trillingen of oscillaties op elkaar afgestemd. Bij mensen “speelt interpersoonlijke synchronisatie een cruciale rol […via] emotionele resonantie”. Bij muziek en dans is er “collectieve resonantie… In de levende wereld vormt synchroniciteit een onzichtbare band die organismen met elkaar verbindt.” (p352-54) 

“Tao is het overkoepelende principe dat alles met alles verbindt… als rimpelingen die door het universum golven.” Als we het betekenisweb als een geïntegreerd web omarmen “cultiveren we betekenis en verbinding, geluk en gezondheid.” Zo kunnen we “onze heersende cultuur van afscheiding” achter ons laten. “We are the world” is onze bredere identiteit. (p361-62, 366-67)

Het universum is geen “hardvochtige onmetelijkheid” (Pascal, p370), maar een web vol betekenis, waarvan wij deel uitmaken, zoals participerende spirituele kennis onthult. Het vervult ons met ontzag en eerbied, zoals in premoderne wijsheidstradities. Bij de Chinezen is “alles doordrongen door Tao”. Ook de stoïcijnen “zagen het goddelijke als iets wat alles in de kosmos doordrong.” (p375). Zoals ook Spinoza en vele anderen.

De mensheid vormt een collectieve eenheid. “Onze identiteit als levend wezen kan zover strekken dat het alle leven omvat… dat we één zijn met de stroom van het leven, waarvan we een klein deel uitmaken.” (p383) Er ontwikkelt zich op aarde ook “een groter collectief bewustzijn… terwijl onze beschaving… veel van het leven heeft vernietigd… In dit kritieke tijdsgewricht is onze belangrijkste opdracht erin gelegen om de kracht van het conceptuele bewustzijn in harmonie te brengen met de levende intelligentie die eigen is aan onszelf en alle leven op Aarde.” (p387,389)

 

 

Waar gaan we heen?

De Indianen kennen verhalen van een vraatzuchtige reus, een wendigo, die begeriger en vraatzuchtiger werd naarmate hij meer verslond. Kennelijk heeft de menselijke aard ook bij hen een andere kant dan harmonie met de natuur. Lent vergelijkt deze wendigo-reus met “de roofzuchtige Europese veroveringsdrift […en] meedogenloze consumptiedrift… voortgedreven door een onstilbare honger”. (p394)

In de zilvermijnen van Bolivia werden “zo’n acht miljoen inheemse arbeiders tot slaaf gemaakt met grof geweld… alvorens een vroege, akelige dood te sterven door kwikvergiftiging… Twaalf miljoen Afrikanen werden met geweld naar Amerika overgebracht om daar genadeloos misbruikt te worden... In de afgelopen decennia dit wendigo-virus zijn weg gevonden naar nieuwe gebieden… 74 miljard gedomesticeerde worden elk jaar mishandeld en afgeslacht om ons van vlees te voorzien… De zesde massa-extinctie is in volle gang.” (p395,400)

 

 

Winstmaximalisatie en waartoe dit kan leiden

Lent brengt dit vraatzuchtige winstbejag in verband met de juridische bedrijfsstructuur van de naamloze vennootschap, terwijl dat kennelijk ook al bij de Indianen voorkomt en het boeddhisme heeft het over hebzucht als een van de aspecten van dhukka. Het gaat hier om geïnstutionaliseerde  grootschalige hebzucht en winstbejag. “Bedrijven zitten juridisch zo in elkaar dat ze bovenal de winsten voor hun investeerders moeten maximaliseren.” Ze kunnen als psychopaten worden gediagnosticeerd, geobsedeerd door financieel rendement boven andere waarden. Het leidde tot “gigantische internationale bedrijven, machtiger dan welke regering of natie dan ook, die inmiddels zijn uitgegroeid tot de dominante sturende kracht op onze wereld.” (p402)

Ze hebben een “allesoverheersende drang om menselijke behoeften in winstkansen om te zetten. […en] gebruiken hun reclamemacht om kwetsbare bevolkingsgroepen te hersenspoelen… om te turnen tot junkfood-verslaafden… Neoliberale kernwaarden van egoïsme, hebzucht en meedogenloze concurrentie worden voorgehouden als enige uitweg die mensen hebben om zich uit het moeras van armoede te verheffen.” (p403-04)

Het huidige mondiale economische systeem functioneert als een wendigo-monster. Wetenschappelijke prognoses wijzen op “een oncontroleerbare ‘cascade van kantelpunten’ […en] onafwendbare uitbarsting van rampen… extreme droogte… ernstige watertekorten… verdwijning van zeeleven als gevolg van warmere, verzurende oceanen… regionale hongersnoden… overstromingen…superorkanen… honderden miljoenen wanhopige mensen op de vlucht… ineenstorting van de beschaving… van de ene destabiliserende crisis naar de andere… in een grimmige wereld die gedomineerd wordt door angst, honger en wanhoop.” (p406,407)

 

 

https://andrea-maria.com/people-planet-profit/

 

Besturingssysteem en wereldbeeld

Het besturingssysteem van onze wereld kan veranderen als het wereldbeeld verandert, waarvan de houdbaarheidsdatum is verstreken: “het beeld van de mens als egoïstisch individu, de opvatting dat de natuur niets meer is dan een te exploiteren hulpbron en het idee dat alleen de technologie onze grootste problemen kan oplossen.” (p409) Dit inzicht alleen lijkt niet voeldoende en vraagt ook een praktische uitwerking.

Wijsheidstradities bieden en ander wereldbeeld van diepe onderlinge verbondenheid en gericht op de bevestiging van het leven. “Natuurlijke ecologieën worden gekenmerkt door een samenspel van concurrentie en coöperatie […en] tot wederzijds voordeel strekkende symbiose… De natuur heeft een circulaire economie ontwikkeld... in een symbiotisch netwerk […waarin] de verschillende krachten waaruit een systeem bestaat in balans zijn.” (p410) 

https://www.marketingfacts.nl/berichten/gaat-de-burger-duurzaamheid-bij-de-consument-stimuleren/ 

Ecologische beschaving

Een alternatief voor het neoliberale bedrijfskapitalisme is de afstemming op de levende intelligentie van de natuur om duurzaam geluk (eudaimonia) in plaats van hoofdzakelijk lustbevrediging (hedonia) te optimaliseren op basis van gezondheid van samenstellende delen en principes van eerlijkheid, rechtvaardigheid en menselijke waardigheid. De vraag is dan hoe?

“De economie die het model van de natuur volgt moet haar rijkdom volop door de hele gemeenschap laten circuleren…  Een zichzelf bedruipende economie die ontworpen is voor de maximalisatie van welzijn in plaats van consumptie... gebaseerd op een alomvattende symbiose tussen de menselijke beschaving en de natuurlijke wereld.” (p413)

Lent wijst in navolging van Kate Raworth op het belang van het huishouden als belangrijke economische parameter en de commons of ‘meent’, de gemeenschapsgronden en bezittingen, zoals water, lucht en natuur, die vroeger voor een groot deel zijn geprivatiseerd door machthebbers. Ook gemeenschappelijke kennis en wetenschap rekent Lent tot de commons. Internet zou daartoe ook kunnen behoren, als Big Tech het zich niet grotendeels had toegeëigend. 

Lent pleit voor een basisinkomen. Dit zou criminaliteit, kindersterfte, ondervoeding, schoolverzuim, tienerzwangerschappen en alcoholgebruik kunnen verminderen. Juridische statuten van bedrijven kunnen worden gewijzigd om sociaal en milieu-impact mee te laten wegen en niet alleen aandeelhouderswaarde en winst. Ook de landbouw kan worden gegrond op levensbevestigende principes van een “regeneratieve permacultuur” zonder synthetische meststoffen. Technologie kan worden geïntegreerd met en afgestemd op levende systemen, op zorg voor de natuur in plaats van overheersen van de natuur. (p417)

Onderwijs kan ten dienste staan van cultiveren van wijsheid en niet alleen klaarstomen voor de zakelijke markt. Internet kan dienen voor het verder ontwikkelen van planetair bewustzijn. Rechten van de natuur kunnen juridisch worden vastgelegd, evenals mensenrechten. Bedrijven kunnen juridisch ter verantwoording worden geroepen bij wetsovertredingen en gezondheids- en  milieuschade, zoals nu reeds gebeurt. 

Als iedereen zijn steentje bijdraagt...

Collectieve steun

De slavernij is afgeschaft, niet heel lang nadat een tiental Quakers in 1785 in Londen bijeenkwamen, het vrouwenkiesrecht werd nog eerder gerealiseerd na oprichting van Women’s Suffrage in 1897. De wet op de burgerrechten in de VS volgde acht jaar na de weigering van Rosa Parks om haar zitplaats af te staan in een bus, mede dankzij Martin Luther King. Zo zijn er tal van onverwachte wendingen die klein begonnen zijn, maar met aanzwellende collectieve steun uitgroeiden tot wereldwijde verschuivingen.

‘’Misschien is de historische transitie naar een ecologische beschaving al in gang gezet.” Maar het momentum kan groeien met collectieve steun, als “het oude verhaal zijn greep verliest op het collectieve bewustzijn”. Als we uit de “hedonistische tredmolen” stappen waarin we “braaf mee schuifelen in onze ‘gedeelde hallucinatie’”. (p423,424)

“We kunnen ontwaken tot ons ware zijn, het leven in ons voelen dat we met alle andere wezens delen en onze gemeenschappelijke identiteit vinden in een morele gemeenschap die gebaseerd is op het primaat van de fundamentele menselijke kernwaarden… als ‘leven dat wil leven te midden van leven dat wil leven’,” met de woorden van  Schweitzer. (p424-25)

“Er bestaan effectieve methoden om ons van de lagen van conditionering te ontdoen” en zo de verandering in de cultuur en het collectieve bewustzijn te ondersteunen. Natuurbeleving en meditatie zijn reeds genoemd. Zo zijn er meer initiatieven. Lent noemt een “netwerk van levensbevestigende groepen die alom ons heen actief zijn… Ieder van ons heeft een rol te spelen in het weven van het web van vitale energie… Een ecologisch wereldbeeld leidt vanzelf tot handelen vanuit liefde – het besef en de omhelzing van verbondenheid.” (p426-28)

“Met elk van de keuzes die we maken, de woorden die we spreken, de acties die we ondernemen, spelen we een rol in het vertragen of versnellen van de grote transitie die onze samenleving nodig heeft als we een florerende wereld willen nalaten aan toekomstige generaties… wat is de… kostbare draad die jij zult weven?” (p430,431) Zo eindigt Lent Het betekenisweb, waar we zelf aan kunnen bijdragen.

 

    

Enkele verwante werken

Commentaar

De contouren van Het betekenisweb van Lent zijn niet nieuw, zoals al in de inleiding vermeld, maar wel meer actueel dan bijv. verwante werken als The Turning Point (Het keerpunt, 1982) en Het levensweb (1997) van Fritjof Capra en The Crisis of Our Age (1941) en The Reconstruction of Humanity (1948) van de socioloog Sorokin. Bij Capra betrof het een cultuurverandering èn ecologische verandering, bij Sorokin nog niet. Zo zijn er meer auteurs te noemen: Christopher Lasch, De cultuur van het narcisme (1979) is een meer beperkte cultuurkritiek. Meer ‘alternatieve’ werken zijn Theodore Roszak, De opkomst van een tegencultuur (1969) en Marianne Ferguson, De Aquarius samenzwering (1982). Klaas van Egmond, Een vorm van beschaving  (2010) bespreekt diverse studies op het gebied van cultuurverandering. Ook ecoloog en filosoof David Abram beschrijft culturele factoren van de ecologische crisis. In The Spell of the Sensuous (1996) beschrijft hij “een meer-dan-menselijke-wereld”, namelijk zoals andere levende wezens deze kunnen ervaren. Hij heeft evenals Lent traditionele culturen bestudeerd, waarin Sorokin als telg van het Noord-Russische Komi-volk is opgegroeid.

De laatste jaren zijn er in Civis Mundi veel boeken over economische en politieke verandering besproken, die een meer praktische uitwerking boden van het omvattende perspectief van Lent, dat nogal algemeen en filosofisch blijft. Een verandering van wereldbeeld dient ook een praktische economische uitwerking te krijgen, die bij Lent nogal beperkt blijft. Het is zijn verdienste dat hij recente resultaten uit diverse wetenschapsgebieden in verband brengt met oude wijsheidstradities. Het is onmogelijk expert op ieder gebied te zijn. Lents kennis van de moderne biologie, ecologie en systeemdenken is indrukwekkend. Hij bespreekt echter alleen de neurowetenschappelijke theorie van Tononi, terwijl Wil van Esch en Jacob Jolij er diverse bespreken. Neurowetenschappelijke inzichten zijn nog geen uitgemaakte zaak. Daarnaast noemt Lent meer specifieke neurowetenschappelijke vindingen die zijn betoog soms ondersteunen.

Wat betreft wijsheidstradities verwijst Lent vooral naar het Chinese taoïsme en neoconfucianisme, meer dan naar de Indiase filosofie, met uitzondering van het boeddhisme. Ook naar de ecologische wijsheid van inheemse culturen verwijst hij vaak. De samenhang daarvan met wetenschappelijke inzichten is niet nieuw, maar wel opmerkelijk te noemen en breidt eerder beschreven inzichten van Schrödinger, Capra en anderen uit. 

 

 

Plato’s gelijkenis van de wagenmenner komt overeen met de uitgebreidere gelijkenis in de Katha Oepanishad

 

Andere psychologische indelingen

De psychologie van Lent komt wat eenvoudig over en komt neer op een onderscheid tussen ‘ík’ en ‘zelf’. Het ‘ik’ hangt bij Lent samen met het conceptuele denken, het ‘zelf’ met het intuïtieve voelen en de strookm  van spontane ervaringen. De begrippen worden niet erg duidelijk gedefinieerd. Er zijn echter ook meer aspecten en vermogens. Jung onderscheidt vier psychische hoofdfuncties: waarneming,  emotie, cognitie en intuïtie. Howard Gardner onderscheidt zo’n zeven soorten intelligentie. De gelaagde opvatting van de psyche volgens de vedantafilosofie onderscheidt zo’n acht lagen of aspecten en behoort volgens C.I. Dessaur in De droom der rede: Het mensbeeld in de sociale wetenschappen tot de meest genuanceerde en gedifferentieerde psychologische visies.

Mogelijk geeft deze visie meer inzicht in wat ‘ik’ en ‘zelf’ kunnen inhouden.

In de vedantafilosofie heet het ’ik’ ahamkara, dat betekent “ik ben de doener”. ‘Ik ben’ (aham) wijst op zelfbewustzijn of ‘ik-bewustzijn’. Manas is de term voor ‘mind’, (het bewustzijn van) de stroom van gedachten en gevoelens en gewaarwordingen. Atman is het Zelf, het pure bewustzijn zonder inhouden, ook wel Zelfbewustzijn genoemd, dat iets anders is dan ik-besef. Verder is in dit gelaagde model van het menselijk bewustzijn nog onder meer de buddhi of het intellect, het onderscheidingsvermogen en de jiva of ziel, kama heeft betrekking op de emoties (het ‘lustprincipe’ van Freud) en prana is de levenskracht. (Zie o.m. P.T. Raju, Oosterse en westerse wijsbegeerte en H.Groot, Verborgen wijsheid uit de Oepanishaden, p119 e.v. ‘De samengestelde natuur van de mens’)

De gelijkenis van de wagenmenner in de Katha Oepanishad vat de gelaagdheid als volgt samen: “Weet dat Atman (ons goddelijk Zelf) de meester is van het voertuig, waarin hij rijdt. Het lichaam is het voertuig. Beschouw buddhi, onze intuïtie, onze geestelijke wil als de wagenmenner [ook wel vertaald als intellect, het onderscheidingsvermogen], met manas als de teugels [manas is etymologisch verwant met ‘mind’, het mentale denken]. De indriya’s [de zinnen of zintuigen, bij Plato de driften] zijn de paarden en de waarneembare realiteit vormt de weg. Wanneer lichaam, zinnen en ratio in harmonie zijn met Atman noemt men hun vereniging... de genieter (de individule ziel).”

(Groot, p126). 

De westerse psychologie kent andere indelingen. De psychoanalyse van Freud onderscheidt de onbewuste driften, het Es, van het bewuste ego en het onderbewuste Über-Ich, de verinnerlijkte normen en waarden. De analytische psychologie van Jung breidt een dergelijke indeling uit met het collectief onbewuste, de verdrongen schaduw(kant) en genoemde vier psychische functies in Psychologische typen. De Italiaanse psychiater Assagioli onderscheidt in zijn Psychosynthese evenals Sorokin nog het bovenbewuste (egoloos Zelf, the supraconscious). Zoals de Amerikaanse pragmatist G.H. Mead in Mind, Self and Society onderscheidt Sorokin verder nog het sociale zelf van biologische drijfveren of driften. (Society, Culture and Personality, p345) Maslow geeft een indeling in drijfveren en behoeften in zijn bekende behoeftenpiramide in Motivation and Personality, evenals Fromm in The Sane Society. Deze indelingen variëren en zijn niet eenduidig, maar wel met elkaar te rijmen. Ze geven een meer gedifferentieerde psychologie dan het onderscheid in ‘ik’ en ‘zelf’ bij Lent.

https://www.wur.nl/nl/onderzoek-resultaten/onderzoeksinstituten/economic-research/onze-themas/consument-voeding/infographic_duurzaam_consumeren.htm

Gezond en weloverwogen consumeren

Richtlijnen

De integrale strekking van het boek is duidelijk. Maar welke concrete richtlijnen biedt het? Wat dit betreft blijft het boek nogal algemeen en vraagt het om praktische uitwerking. Lent bepleit minder en ecologisch verantwoord consumeren, meer milieubewust en milieuvriendelijk, bijv. vegetarisch eten. Meer verbinding met de natuur. Niet-westerse filosofieën eigen maken: Chinese, Indiase en ‘inheemse’ opvattingen van natuurvolken en sommige Griekse en Europese filosofen. Genoemd worden Heraclitus, Plotinus, de Stoïcijnen, Nicolaas van Cusa en Spinoza. Voor Lent was het Tao Te King van Lao Tse een grensverleggende ‘eyeopener’ en niet alleen voor hem. Hij gaat vooral in op het taoïsme en neoconfucianisme, minder op andere tradities. Diverse westerse wetenschappers hebben hun licht opgestoken bij oosterse filosofieën. Genoemd worden o.m. Schrödinger, Jung en Capra. Voor velen is kennismaking met niet-westerse inzichten inspirerend geweest. Dat is ook de ervaring van Lent. Maar hij heeft er wel praktische consequenties mee verbonden.

Behalve niet-westerse filosofieën zijn grensverleggende wetenschappelijke inzichten van groot belang. Ook deze hebben de visie van Lent gevormd en verruimd, met name op het gebied van ecologie, evolutie, systeemleer, (cel)biologie, kwantumfysica en neurowetenschap. Belangrijk is vooral de onderlinge samenhang en integratie.

Naast grensverleggend inzicht is directe ervaring en praktisch handelen van groot belang, zowel innerlijke meditatieve ervaring en directe natuurbeleving als concrete gedragsverandering en inzet voor maatschappij en milieu. Een praktisch aspect van oosterse en inheemse filosofieën is meditatie en een meer verbindende beleving van de natuur, die meer als bezield wordt ervaren en minder als een mechanisch object tegenover ons om te exploiteren. Ze bieden ook vaak richtlijnen voor praktisch handelen in harmonie met de natuur. Lent geeft daarvan indicaties, maar bijv. geen uitgewerkte economie of politiek.

Een verbindende houding met natuur past bij een meer ecologische economie. Lent verwijst hierbij onder meer naar De donut economie van Kate Raworth, George Monbiot en Jason Hickel (zie CM88,116 en 133). In CM zijn veel meer economische en politieke werken besproken die uitvoeriger en meer concreet ingaan op de nodige veranderingen. Lent benadrukt de rol van de ’commons’, het gemeenschapsbezit, dat in de loop van de geschiedenis steeds meer in particuliere handen is gekomen. Ook Capra heeft hierover geschreven (zie CM 110).

 

https://www.vangoghnationalpark.com/nl/homepage/programmas/natuurbeleving

Lent moedigt aan tot natuurbeleving

 

De verdienste van Lent is vooral de integratie die hij biedt. Specifieke gebieden zoals economische verandering worden niet erg uitgewerkt. Verder wijst hij overtuigend op de rol van bewustzijnsverandering en verandering van ons wereldbeeld die samen dient te gaan met de transitie die hij bepleit en nodig acht. Bij hemzelf heeft een verandering van levensoriëntatie plaatsgevonden, die ook bij anderen kan plaatsvinden. In de bespreking van de visie van Sartre in dit nummer wordt gerept van een vergelijkbare ‘bekering’ als een verandering van het fundamentele levensproject.

Lent bekeerde zich van het neoliberalisme tot het ‘ecologisme’ en de oosterse filosofie en wijdt zich aan de noodzakelijke ecologische en culturele transformatie. Andere voorbeelden zijn de inzet voor ecologische bewustwording, meditatieonderricht en verandering van leefstijl, onderwijsverbetering waarin dit een plaats kan hebben. Verder natuurbeheer, bewegingsonderwijs, ‘sacrale dans’, holistische gezondheidszorg, bijdragen aan ecologische economie en bedrijven. Op vrijwel ieder gebied kunnen we bijdragen tot verandering en verbetering in de richting van wat Lent beschrijft als een ecologische beschaving. 

Nu maar hopen dat deze niet te lang op zich laat wachten. Voor een deel hebben we dat als collectief zelf in de hand. De tegenmachten die Lent vermeldt, zijn echter nog formidabel. Maar ook de slavernij, de rassensegregatie en het kolonialisme zijn allengs overwonnen. Hoewel het laatste nog voortwoekert in ernstige mondiale ongelijkheid, waaraan iets gedaan dient te worden, voor het verder uit de hand loopt in nog grotere vluchtelingenstromen en geweldsuitbarstingen. Het begint bij steeds meer mensen door te dringen dat een transformatie noodzakelijk is. Op een gegeven moment zal de kritische massa een transitie mogelijk maken. Ieder van ons kan hiertoe een bijdrage leveren die ons leven en dat van andere levende wezens en komende generaties ten goede komt.

 

‘Cultural lag’

Er echter diverse belemmeringen bij de overgan naar een ecologische beschaving. Eén ervan is de ‘cultural lag’, achterlopende cultuur, een term van de socioloog William F. Ogburn (Social Change with Respect to Culture and Original Nature, 1922). Het betekent dat de aanpassing van de immateriële cultuur achterloopt bij de uitvinding, ontwikkeling en verspreiding van de techniek en de materiële cultuur. Waarden en normen veranderen meestal langzamer dan het kopen van technische dingen. Bijvoorbeeld nieuwe apparaten zoals smartphones zijn snel aangeschaft, maar er adequaat mee omgaan en de vorming van gedragsregels rond gebruik vragen vaak meer tijd. Dit geldt vooral in de door het WTE complex van wetenschap, techniek en economie gedomineerde moderne maatschappij. Het betekent niet dat technologie de oorzakelijk factor is. Er blijft een wisselwerking. Nieuwe immateriële inzichten en instituties, zoals de wetenschap, kunnen ook technologie bevorderen.

Kunstmatige intelligentie, surveillance technologie, algoritemen, internet, sociale media en de hele sector van de informatietechnologie, drones en andere wapentechnologie, biotechnologie, enz. lopen vaak achter bij de regulering ervan, hetgeen gevaren van onoordeelkundig gebruik meebrengt. De combinatie van techniek en commercie versterkt dit. De lobby van multinationals is buitengewoon sterkt. Zowel in de VS en de EU hebben Big Tech, Big Pharma, Big Oil, de agrochemische industrie en andere bedrijven miljarden tot hun beschikking. politici die hen ter wille zijn kunne een glanzende carrièrre in het vooruitzicht zien bij een multinational.

Wat kunnen milieubewuste mensen en alternatieve wetenschappers als Capra en Lent daartegen uitrichten? De door hen geschetste verandering van het wereldbeeld lijkt relatief weinig zoden aan de dik te zetten tegen de overmacht van machtig multinationals. Maar als deze zo doorgaan vernietigen ze ook zichzelf en zagen ze de tak af waarop ze zelf zitten. Dit begit ook door te dringen bij inversteerders, die zich in toenemende mate bewust zijn van de risico’s van vernietigende technolgie en daarom geleidelijk meer bereid zijn te investeren in duurzame technologie en economie, die op termijn rendabel is. Een voorbeeld: “De activistische belegger uit Nederland wist 27 grote Europese beleggers achter zich te krijgen dat ze hun ‘klimaatresolutie’ mede ondertekenen... ‘een doorbraak’ noemt oprichter MvB de gezamenlijke actie... De tekst wijst uitgebreid op de risico’s... door niet genoeg te verduurzamen.” (NRC 16 jan. 2024)

Een juridische aanpak werpt ook soms vruchten af. Conform de cultural lag-theorie zijn er vaak nog onvoldoende rechtsregels over de regulering van technologie en schade inzake muilieu en maatschappij, maar door rechtszaken aan te spannen krijgen deze vorm, evenals de daarmee gepaard gaande ethische normen en de bewustwording van waarden. Het zijn misschien nog druppels op een gloeiende plaat, maar uiteindelijk zijn ook investeerders en bedrijven gediend met een duurzame menss- milieuvriendelijke technologie en economie. naar mate dit begint door te dringen bij steeds meer mensen inclusief investeerders en ondernemers gloort er hoop op een transitie naar een meer ecologische beschaving.

Behalve de ‘cultural lag’ zijn er meer ‘hobbels’ te nemen. Het laat zien dat een grondige doorvorsing van sociaalculturele verandering wenselijk is, die bij Lent in het algemeen te wensen overlaat. Het lijkt soms alsof er een race plaatsvindt tussen enerzijds de collectieve bewustwording en de daarmee gepaard gaande gedragsverandering en anderzijds de tot dusver geldende patronen van winstmaken ten koste van milieu en maatschappij. Steeds meer mensen willen dit niet meer en zien in dat het zo niet door kan gaan. Hoe dan wel, blijft de grote vraag, maar met de bewustwording groeit ook de inventiviteit en het initiatief. Wie weet kunnen we nog versteld staan wat mensen mogelijk kunnen maken, ook op andere gebieden dan technologie en wetenschap. Veranderingen kunnen opeens snel gaan wanneer ze een kritische massa bereiken. We gaan spannende tijden tegemoet en hebben daar zelf een klein maar significant aandeel in als we het mogelijke collectieve effect in ogenschouw nemen.