Evoluerend bewustzijn in het heelal

Civis Mundi Digitaal #142

door Henk Rang

Alle organismen op aarde zijn opgebouwd uit zes chemische moleculen: waterstof, koolstof, stikstof, zuurstof, zwavel en fosfor. Deze moleculen hebben die opbouw op eigen kracht, geleidelijk en stapsgewijze tot stand gebracht. Zo ontstonden bij voorbeeld ook planten, zoogdieren en de mens. Alle organismen zijn uit en door materie geconstrueerde producten.

Het beginpunt lag bij de oerknal, 13,8 miljard jaar geleden. In het prille begin bestond het heelal voor driekwart uit waterstof en één kwart uit helium. Miljoenen jaren later verschenen de eerste sterren. Door kernfusie ontstonden in de heetste daarvan de overige chemische elementen.

 

Het biofiele heelal

Kosmologen ontdekten iets opvallends in de ontwikkeling van de kosmos in die begintijd.

Als de variaties in de achtergrondstraling bijvoorbeeld een tienduizendste van een graad kleiner of groter waren geweest, had er geen heelal kunnen ontstaan met biologische activiteit dan wel was er een heelal uit voortgekomen met uitsluitend enorme zwarte gaten.

Men sprak van een heelal met een ‘biofiel’ – levenminnend – karakter. Ook andere gegevens wezen op een ‘biofiele’ kosmos. Het leek of de natuurwetten gestuurd werden door een beginsel of een bewustzijn met het oogmerk dat er miljarden jaren later, ergens in het heelal biologische structuren konden ontstaan.

 

Chemische evolutie

Tien miljard jaar later, toen de aarde zo ver was afgekoeld dat water in vloeibare toestand kon blijven bestaan, en zich een beschermende atmosfeer had gevormd, begonnen gedurende de chemische evolutie, de zes chemische elementen steeds complexere verbindingen aan te gaan. Er ontstonden vier groepen biomoleculen, die geschikt bleken voor de constructie van organismen: eiwitten, suikers, lipiden en nucleïnezuren. Tenslotte ontstond DNA, met een genensamenstelling die geschikt bleek voor de vorming van de eerste eencellige organismen.

 

De sturing van de chemische evolutie

Het gebruik van de term ‘geschikt voor’ is niet vanzelfsprekend. In de latere biologische evolutie wordt bij het ontstaan van nieuwe soorten gesproken van ‘het overleven van de best aangepaste’. De mogelijkheid van nieuwe soorten om te overleven zou worden bepaald door de omgeving – zoals de fysieke omgeving, het klimaat, andere organismen, ziektes e.d. – als toetsingskader. Maar tijdens de chemische evolutie was er geen toetsingskader. Er bestonden nog geen organismen. En bij de aanzet tot het leven is de term ‘biofiel’ niet langer toepasbaar.

Wel lijkt het of ook tijdens de chemische evolutie de natuurwetten gestuurd werden door een beginsel of bewustzijn dat er voor zorgde dat de moleculen zich combineerden tot biomoleculen en tot DNA, geschikt voor de vorming van de eerste eencellige organismen.

Te beginnen met het gerealiseerde DNA konden eencelligen worden geconstrueerd, zoals de bacteriën.

Lange tijd daarna, toen differentiatie van cellen naar functie beschikbaar kwam, ontstonden meercellige organismen, zoals tenslotte de planten, de dieren en de mens.

De resulterende exemplaren van één soort zijn niet eenvormig noch perfect. Door verschillen in het DNA van de in de kiemcel versmolten geslachtscellen, door wisselende omstandigheden tijdens de opbouw, en door mutaties in het DNA treden innerlijke en uiterlijke variaties op in het product.

Door ingrijpender mutaties ontstaan nieuwe soorten, waarvan enkele overleven en blijven voortbestaan. Dit is de grondslag voor de biologische evolutie, waardoor in de loop der tijd  miljarden organismen zijn ontstaan. Ook het besturingssysteem, het brein, vertoont verschillen in eigenschappen en functie bij verschillende exemplaren. Al die variaties weerspiegelen de willekeur waaraan de evolutie onderworpen is – een proces, waarin de natuur haar eigen weg lijkt te zoeken en bepaalt.

 

Bewustzijn – doel van de biologische evolutie

Met het ontstaan van de organismen – ‘het leven’ – op aarde, en tenslotte van de mens,  lijkt het heelal het biofiele doel te hebben bereikt. Maar het is moeilijk denkbaar dat de door materie geconstrueerde organismen het oogmerk zouden zijn geweest van de veronderstelde sturing van de natuurwetten door een beginsel of bewustzijn in het heelal.

Eerder moet worden aangenomen dat niet de mens zelf, het hoogst ontwikkelde organisme, het doel was van de evolutie. De mens  is voertuig, drager van zijn brein, en zijn brein is drager van zijn bewustzijn. Van het heelal met een verondersteld, sturend immaterieel bewustzijn kan wel het oogmerk worden verwacht te streven naar het bereiken van bewustzijn in een materiële setting. Het heelal blijkt een ‘conscientiafiel’ heelal te zijn. En dat is nog niet het einde.

 

Kosmisch bewustzijn

Bewustzijn is de thans bereikte doelfase van het evoluerend heelal en verwacht mag worden dat dit verder evolueren naar een kosmisch bewustzijn.

 

*) Gepensioneerd chemicus en jurist