Het nihilisme voorbij
Deel 1: Inleiding

Civis Mundi Digitaal #142

door Erik Jansen

Bespreking van Albert Camus, L'homme révolté, 1952, vert. Martine Woudt, De mens in opstand. De Prom, 2005, herdruk Olympus pockets, 2019.

 

Met zijn boek De mens in opstand neemt Albert Camus afstand van het communistische gedachtengoed van zijn linkse vrienden. Hij keert zich tegen de cynische strijd om de politieke macht en tegen het nihilisme dat elke menselijke waarde ontkent. Volgens Albert Camus moeten we kritisch zijn ten opzichte van iedere filosofie en overtuiging die een zin en betekenis aan de geschiedenis meent te moeten geven, als dat ten koste gaat van menselijke waarden.

Het boek is helaas vrij hermetisch en – anders dan de Mythe van Sisyphus waar de filosofie tot poëzie wordt – blijft het vrij duister en meer gevoelsmatig dan filosofisch helder in de verkenning van het nihilisme, het hoofdonderwerp van het essay.

Camus heeft zijn opleiding in de filosofie (wat betreft Hegel, Marx en Nietzsche) en zijn kennis van de wereldliteratuur als bewerker van romans tot toneelstukken (Griekse tragedies, De Sade, Dostojevski) in de volle breedte aan bod willen laten komen, en geprobeerd dit alles in een doorleefde vorm samen te brengen. Het boek heeft daarmee kenmerken van een ‘surrealistisch’ kunstwerk: hyperrealistische elementen die in een collage bij elkaar zijn gebracht om de volle reikwijdte van het nihilisme te verbeelden. Een nihilisme dat daarmee tot expressie komt, en niet overwonnen lijkt, anders dan in een daad van opstand en verzet, en van solidariteit, en uiteindelijk in een ‘mediterraan’ levensgevoel.

Het boek herneemt het thema van de Mythe van Sisyphus over het absurde en de (zelf)moord. Beide bieden geen uitweg uit het absurde. Wat overblijft is de opstand als het opkomen tegen onrechtvaardige situaties. Vervolgens behandelt Camus verschillende vormen van opstand, waarbij hij de metafysische opstand onderscheidt van de historische opstand. De metafysische opstand is de ontkenning van God en zijn schepping, de ontkenning van het ‘goddelijk’ recht van de vorst. De slaaf verzet zich tegen de meester en weigert zich langer te onderwerpen aan zijn overheersing. In de metafysische opstand stoot de mens God van zijn troon en moet erkennen dat de orde, de eenheid, die hij tevergeefs zocht in zijn levensstaat, dat hij die nu zelf eigenhandig moet scheppen. Nietzsche heeft met zijn “God is dood” dit het scherpst verwoord en ook gezocht naar nieuwe waarden, waaronder het omarmen van het ‘lot’, amor fati.

De secularisering van de heilsgeschiedenis
In de eerste dagen van het christendom, toen de verwachting van een spoedige wederkomst van Christus (de Parousia) nog levend was, richtte men zich op het juiste leven. Toen de wederkomst uitbleef kwam er behoefte aan een theologie, die betekenis gaf aan de heilsgeschiedenis, en werd het doen van goede werken naar de zijbeuken van de kerk verdreven. Toen het eschatologisch Joods-christelijke perspectief op de komst van de Messias in de 18e eeuw op zijn beurt taande, heeft de westerse filosofie telkens weer nieuwe heilsgeschiedenissen geformuleerd.

Dat begon met Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831) die de menselijke vooruitgang analyseerde als een emancipatieproces van de aristocratische-feodale samenleving naar een democratische burgerlijke maatschappij. Hegel zag de Franse revolutie en de overwinning van Napoleon op de feodale heersers als het “einde van de geschiedenis” en als het moment dat het burgerlijk tijdperk van vrijheid en zelfbeschikking zou aanbreken, maar alles nog onder de hoede van de vorst en geïnspireerd door de ‘Goddelijke Geest’.

Karl Marx (1818-1883) op zijn beurt interpreteerde de geschiedenis als een klassenstrijd die een socialistische toekomst onvermijdelijk dichterbij zou brengen. Al die hoopvolle verwachtingen eindigden in diepe teleurstellingen en om de “geschiedenis” een handje te helpen vervielen revolutionairen vaak in een alles-of-niets strategie waarbij de vrijheid werd opgeofferd aan de “gerechtigheid”, met als gevolg terreur en geweld tegen diegenen die er een andere mening op nahielden. Ook als de revolutie wel slaagde, bleek de ideologie te falen en konden de verwachtingen van de nieuwe heilsstaat niet worden ingelost. Andermaal reden voor de zittende macht om haar “gelijk” met geweld en terreur door te zetten ten koste van menselijke waarden.

 

De historische opstand
Camus gaat uitgebreid in op de verschillende ‘historische’ opstanden, zoals de Franse en de Russische Revoluties, het fascisme en de terroristische aanslagen. Hij maakt daarbij onderscheid tussen de revolte en de revolutie. De revolte of opstand komt op voor waarden en is creatief en positief. Bij een revolutie gaat het om een verandering van regime en van de maatschappij, al of niet met geweld, waarbij het revolutionaire doel de middelen heiligt, waardoor de revolutie uiteindelijk  “haar eigen kinderen opeet” en mensen in dienst worden gezet van de revolutie in plaats van andersom.

In het slothoofdstuk komt Camus terug op zijn toelichting aan het begin, waarbij hij schrijft dat verzet berust op opkomen voor waarden, die het verzet funderen. Daarbij komen vooral de waarden rechtvaardigheid en solidariteit naar voren, die een maatgevend kader aan het verzet geven zodat het niet uit de hand loopt in een gewelddadige revolutie. Maathouden is dus een daarmee samenhangende waarde, die het verzet begrenst en ondergeschikt maakt aan genoemde  funderende principes. Persoonlijk kiest hij op het eind voor ‘het heldere denken’ een levensperspectief verwant aan de Griekse filosofie en aan de mediterrane cultuur en natuurbeleving.

 

Ideologiekritiek
Het boek onderscheidt zich niet alleen in toon maar ook in filosofische en cultuurhistorische diepgang van zijn eerdere werk. Of zoals Camus in zijn dagboek schrijft: ‘Om een nieuw fundament te vinden van waaruit de mens weer moreel en politiek kan handelen, moet hij eerst afrekenen met de ideologieën van de twintigste eeuw’. De revoluties “van de twintigste eeuw” (socialisme en communisme) zeiden zich te baseren op de economie, maar zijn volgens Camus gedreven door politiek en ideologie. Vandaar dat hij voorrang geeft aan ideologiekritiek en niet de maatschappelijke ontwikkelingen zelf in zijn beschouwing betrekt.

Het ‘realisme’, een houding die louter de werkelijkheid (en de geschiedenis) neemt zoals ze is en waarmee alle onrecht en onvrijheid in de wereld wordt geaccepteerd, ziet Camus (ook) als een uiting van nihilisme. De juiste houding is volgens Camus een opstand tegen het onrecht met behoud van morele grenzen: de revolutionaire ideologie mag nooit iemand het recht geven om een ander te doden. Het wijst iedere vorm van absolutisme en van de ‘onmaat’ van het revolutionaire totalitarisme af en biedt een pleidooi voor gematigdheid.

 

Het schrijven
Camus liep al jaren rond met het idee voor dit boek. De pest verscheen in 1947, De mens in opstand in 1951, terwijl beide werken behoren tot de ‘cyclus van de revolte’. Het is een vervolg en een antwoord op de ‘cyclus van het absurde’, waartoe De vreemdeling en De mythe van Sisyphus behoren, beide uit 1942. Toen hij in 1949 een nieuwe aanval van tuberculose onderging trok hij zich twee jaar terug uit het publieke leven en schreef dit boek. Camus: ‘Van al mijn boeken ligt dit boek me het meest na aan het hart’.

De Duitse filosoof Karl Löwith publiceerde eerder een soortgelijk boek Von Hegel zu Nietzsche (1941) waarin hij beschreef hoe Hegel, Kierkegaard, Marx en Nietzsche afstand namen van traditionele metafysische waarden, wat ruim baan gaf aan het nihilisme. In Weltgeschichte und Heilsgeschehen - Meaning in History (1949) bekritiseerde Löwith de eschatologische kijk op de geschiedenis, de idee dat de geschiedenis op weg is naar een glorieus einddoel. Camus was dus niet de enige met zijn ideologiekritiek, maar de toon waarin hij het nihilisme en de revoluties aan de kaak stelt is wel veel intenser dan de lichtvoetige filosofische bespiegelingen van Löwith, met wie hij overigens wel de intentie van solidariteit deelt en typisch genoeg ook het mediterrane levensgevoel. Löwith deed dit op tijdens een driejarige krijgsgevangenschap in Genua direct na de Eerste Wereldoorlog.

 

Ontvangst
l’Homme revolté kwam op het moment dat na de Tweede wereldoorlog de totalitaire ideologieën aan de kaak werden gesteld. In 1951 publiceerde Hannah Arendt haar boek The Origins of Totalitarianism. Zij was één van de weinigen die Camus lovende woorden toestuurde bij het verschijnen van zijn boek.

Na publicatie van het boek bleef het lang stil in links Parijs. Jean-Paul Sartre had weinig op met de moralistische, apolitieke houding van Camus. Het was gericht tegen alles waar hij voor stond. Er wordt in het boek een leger aan argumenten in stelling gebracht tegen het ‘reëel bestaande’ socialisme, waaronder de terreur, het primaat van de productie, de uitgestelde vrijheid, het onwaarachtige sociaalrealisme in de kunst, en de retouches van de historisch onwelkome feiten. Het boek geeft echter geen enkele analyse van maatschappijstructuren. Tegenover de revolutie stelt Camus de revolte, de opstand van de enkeling, zonder politieke organisatie. Met de revolte zegt de mens niet zo zeer wat hij wil, maar in de eerste plaats wat hij niet langer accepteert.

Camus stelt terecht dat de geschiedenis op zich geen waarden kan voortbrengen, maar hij geeft ook geen andere bron van waarden dan een abstract en misschien wel naïef moralisme, vergelijkbaar met de onmachtige burgerlijke idealen van vrijheid, gelijkheid en broederschap, die een betrekkelijk tandeloos liberalisme hebben opgeleverd.

Ook de mediterrane levenshouding met een voorkeur voor het ‘goede’ leven (natuur en gezondheid) is een mooi ideaal, maar geeft op zich geen adequaat antwoord op de maatschappelijke bedreigingen van de industriële productie, de ongelijkheid in de wereld, de plundering van de planeet, om maar wat hedendaagse issues te noemen. Daar was het boek ook niet voor bedoeld, het stelt slechts het totalitarisme aan de kaak dat zich steeds weer in nieuwe gedaantes voordoet. Ook het nihilisme is gebleven, zoals we nu zien in het consumentisme en het populisme: de gerechtigheid en het klimaat kan wachten.