Deel 2: Commentaar

Civis Mundi Digitaal #142

Overzicht van het denken van Hans Achterhuis Deel 2 Commentaar

Het doorlopende interview leest soms als een gesprek aan de keukentafel, een vorm van filosoferen waarmee Achterhuis vertrouwd is. De interviewster beaamt vaak wat hij zegt. Een beetje meer doorvragen en tegendenken had ook gemogen, temeer daar Achterhuis zich profileert als tegendenker. Corona bood een kans. Achterhuis liet het kritische debat aan collega’s over zoals Marli Huijer, die zich ‘manmoedig’ geweerd heeft bij dit gevoelige onderwerp. Waar was Achterhuis? Wat zou Hannah Arendt ervan hebben gevonden dat de bevolking de overheid kritiekloos volgde? Hoe was het mogelijk dat er zo weinig publiek debat was?

In dit commentaar komen vragen en onderwerpen aan de orde die zijn blijven liggen en verder worden uitgespit, zoals de coronacrisis, leugens in de politiek, de populariteit van Hannah Arendt, het verdwijnen van de religie, verklaringen voor geweld en het verband tussen religie en geweld. Achterhuis nodigt uit daarop door te denken, waarvan acte. Dit commentaar  gaat het besproken boek te buiten en neemt de vorm aan van een aansluitend artikel vanuit een meer sociaal wetenschappelijke benadering, die de filosofische benadering van Achterhuis aanvult. Ook andere onderwerpen kunnen worden uitgespit, zoals Achterhuis doet in zijn diverse boeken, waarop in dit bestek niet kan worden ingegaan, met uitzondering van De kunst van vreedzaam vechten dat direct aansluit bij bovengenoemde onderwerpen. Onderstaande selectie lijkt een ruim voldoende indicatie te geven waartoe het denken van Achterhuis ons kan aanzetten.  

 De coronacrisis

Achterhuis vond het niet nodig iets toe te voegen aan het debat over corona. Toch biedt zijn werk daartoe diverse aanknopingspunten. Het zelfstandig denken en beslissen, dat filosofie beoogt te bevorderen, werd tijdens de coronacrisis beplaad niet aangemoedigd ten gunste van het kritiekloos volgen van het overheidsbeleid, dat achteraf gezien op sommige punten discutabel genoemd kan worden volgens latere evaluaties van wetenschappers in de door epidemioloog Dick Bijl geredigeerde boeken besproken in CM130 en Maarten Rutgers in CM139, 1 Hij vergelijkt de coronacrisis met een dystopie en verwijst onder meer naar rapportage van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Zoals ook Achterhuis in andere verand laat zien liggen utopie en dystopie dicht bij elkaar.

Het overheidsbeleid was verstrengeld met de farmaceutische industrie, die ook zijn stempel drukt op de medische wetenschap. Veel medische wetemnschappers hebben dubbele petten op en werken ook voor de farmaceutische industrie. Hoe onafhankelijk is dan de medische wetenschap? Een gedocumenteerd antwoord geven Trudy Dehue, Peter Götzsche en C.F. van der Horst in CM 29, 35 en 77 en de bespreking van De medische omerta in dit nummer.2 Geldt voor de medische zorg iets vergelijkbaars als voor het welzijnswerk, zoals Achterhuis dat beschreven heeft? Namelijk verafhankelijking, in dit geval van van behandelingen en medicijnen in plaats van een betere gezondheid. 

Pharma heeft een lange staat van dienst in het gunstig presenteren van onderzoeksresultaten en het op de markt brengen van medicijnen met onaanvaardbare en soms dodelijke bijwerkingen. Elk medicijn of vaccin heeft bijwerkingen. Dat weet vrijwel iedereen. Hoe kan de minister van gezondheidszorg dan beweren dat coronavaccins geen bijwerkingen hebben? Een voorbeeld van  leugens, die horen bij de politiek, zoals niet alleen Arendt schreef. Dit onderwerp komt nog aan de orde.

Tijdens de corocrisis verloor de pers verloor zijn waakhondfunctie en volgde zonder voorbehoud de overheid. Kritische artsen en wetenschappers riskeerden soms ontslag en kregen vrijwel alleen op internet een podium. Artsen die geneesmiddelen tegen corona voorschreven, kregen exorbitant hoge boetes, terwijl deze bij andere aandoeningen zonder problemen werden voorgeschreven. Sommige onderzoeken meldden gunstige resultaten, die echter door andere onderzoeken niet bevestigd werden.

 

Vaccinatie

Vaccinatie werd gezien als de oplossing en daarom snel ingezet. Het onderzoeksprotocol van covidvaccins werd aangepast en ingekort om de vaccins zo snel mogelijk op de markt te brengen. Omdat controlegroepen werden opgeheven met als reden om hen geen onnodig risico te laten lopen, werd onderzoek naar bijwerkingen en  veiligheid van de vaccins op termijn bemoeilijkt, terwijl het protocol daarin dient te voorzien.

Mensen die zich niet lieten vaccineren werden buitengesloten via de QR code, want zij zouden verhoogd besmettingsgevaar opleveren, ook al waren ze niet besmet. Deze discriminerende maatregel was niet meer te handhaven toen bleek dat gevaccineerden ook het coronavirus verspreidden en vaccinatie geen afdoende bescherming tegen besmetting bood. Effectiviteit van vaccinatie gold beperkte tijd. Massale vaccinatie diende periodiek om de zoveel maanden herhaald te worden met forse rendementen voor Pharma. 

Een relatief klein aantal mensen met bijwerkingen na de vaccinatie voelt zich niet gehoord. “Ze worden snel weggezet als antivaxxer... Voor allemaal geldt dat ze niet tegen vaccinatie waren. Juíst niet.” Het is geen postcovid maar lijkt er wel op. Het wordt gerelateerd aan de vaccinatie en wordt postvaccinatie syndroom PVS genoemd. “Ze worden over de hele wereld gemeld.” Evenals voor postcovid is er nog geen verklaring voor de uiteenlopende klachten. (NRC 24 jan 2024)

In hoeverre de vaccinatie heeft bijgedragen tot het einde van de pandemie is onduidelijk. Andere invloedrijke factoren waren de mildere covidvariant, het zomerseizoenseffect en het natuurlijke verloop van een epidemie, waartegen de bevolking veelal collectieve weerstand opbouwt (herd immunity), die niet uitsluitend aan vaccinatie kan worden toegeschreven. De teneur van de berichtgeving was vaak dat vaccinatie onze enige redding was of op zijn minst de belangrijkste maatregel die men diende te volgen. 

Achterhuis wees op het belang van de rechtsstaat. Grondrechten stonden tijdens de coronacrisis onder druk. De WHO, die het coronabeleid grotendeels bepaalde, is geen onafhankelijk en transparant democratisch instituut en wordt voor een belangrijk deel gefinancierd door de farmaceutische industrie en de daarmee verbonden Gates Foundation.

De banaliteit van volgzaamheid

Is het kritiekloos volgen van overheidsmaatregelen vergelijkbaar met de banaliteit van het kwaad of betreft het hier juist van een collectieve weldaad? Achterhuis gaat in op de toeslagenaffaire als banaliteitsvoorbeeld. Geen woord over de volgzaamheid en groepsdruk tijdens de coronacrisis. Wat betreft niet-gevaccineerden was hierbij sprake van schade door uitsluiting, daar zij als risicofactor en potentiële bron van collectieve schade door besmetting en belasting van ziekenhuizen werden beschouwd. Maar dat gaat ook op voor mensen met obesitas die een aangetoond hoger risico lopen, niet alleen wat betreft corona maar ook andere kwalen.

Misschien is de obesitas-epidemie wel riskanter dan de coronapandemie, terwijl daaraan weinig wordt gedaan. De schappen liggen vol met dikmakend en ongezond voedsel en er wordt weinig gedaan aan preventie. De maatschappelijke schade van ongezond eten en leven krijgt weinig aandacht, terwijl die van corona breed werd uitgemeten met modellen die niet altijd klopten. ‘Miljard voor medicijnen tegen obesitas’’, kopte de NRC (5 jan 2024). Wordt er dan toch iets tegen ondernomen? Er valt namelijk veel aan medicijnen te verdienen. Veeol meer dan aan gezond en minder eten. “Wereldwijd leven ruim 800 miljoen volwassen met obesitas… in de VS zo’n 40 procent van de bevolking.” Dat is beduidend meer dan corona

Het coronabeleid was gericht massale vaccinatie, waarvan de effecten op termijn discutabel zijn, gezien de vele besmettingen die er nog steeds zijn, zij het met de mildere variant. Het beleid was niet primair gericht op preventie en bescherming van kwetsbare risicogroepen, maar op de hele bevolking. Vooral kinderen en jongeren, die weinig risico liepen, maar ook veel bedrijven hebben ernstige en volgens sommigen onaanvaardbare disproportionele schade opgelopen door maatregelen als de lockdown en schoolsluiting, terwijl aan dit laatste vooraf een beperkt effect werd toegekend door het RIVM.

Inmiddels lijkt het coronavirus  ‘endemisch’ of inheems geworden en zoals griep consistent aanwezig. Vaccinatie gaf slechts een beperkte tijdelijke bescherming. Daarom krijgen veel mensen nog steeds corona en lijkt het erop dat betrekkelijk weinig mensen zich nog laten vaccineren, maar corona doorstaan als een griep. We horen er niet veel meer over, maar de vele gevallen van long covid met veel onverklaarbare symptomen vragen wel de nodige aandacht. (Zie NRC 13 jan 2024)

 

Samenvattend

Kritiekloos volgen werd aangemoedigd. Kritiek werd verdacht gemaakt. Afwijkende gezichtspunten inzake vaccinatie en andere maatregelen kregen weinig ruimte. Grondrechten stonden onder druk. Het lijken ondemocratische en totalitaire tendensen. Belangen van volksgezondheid, politiek en Pharma werden verstrengeld. Het coronabeleid heeft dystopische kenmerken. De utopie van een gevaccineerde coronavrije maatschappij werd niet bewaarheid. Corona heerst nog alom, maar men maakt zich er nu minder druk om. 

Het vertrouwen in de overheid heeft na de coronacrisis een historisch dieptepunt bereikt. Daarbij spelen de door Achterhuis genoemde toeslagenaffaire en daarnaast leugens inzake onder meer de ‘functie elders’ van Omtzigt een rol van betekenis. Het blijft verbazingwekkend hoe in korte tijd het overgrote deel van de bevolking zich kritiekloos achter het coronabeleid schaarde en bereid was degenen die dat niet deden te berispen, buiten te sluiten of te sanctioneren. Kenmerken van totalitarisme kwamen dichterbij. Kritische reflectie daarover kreeg weinig ruimte. Leugens, verdraaide waarheden, discutabele modellen en angstgevoelens des te meer.

 

Leugens, illusies en emoties

Achterhuis zei dat we tegenwoordig vaak in onze leugens geloven. Dit vraagt om uitgebreider commentaar en toelichting. Was dat vroeger ook al niet het geval? Volgens socioloog Raymond Aron, een studievriend van Sartre, bedienden politici zich vroeger evenzeer van leugens en verdraaide waarheden. “Het merendeel van de politieke leiders handelt niet logisch, dat wil zeggen dat zij zelf slachtoffer zijn van de illusies die zij proberen te verspreiden.”3 Zij veinzen hun overtuigingen niet, maar geloven erin. “Het gedrag van mensen wordt veel meer bepaald door hun geestestoestand en hun gevoelens dan door de redenen die zij geven.”4 Mensen handelen “op grond van een geestesgesteldheid en zijn van daaruit gevoelig voor bepaalde argumentaties... Deze geestesgesteldheid (‘état psychique’) maakt hen ontvankelijk voor... onware theorieën, die aansluiten bij deze geestesgesteldheid of dit geheel van sentimenten en hebben een grotere kans geaccepteerd te worden dan ‘ware’ theorieën die hiermee strijdig zijn.”5

“Dit biedt ook voor de huidige politiek een verklaringsgrond. Politici, vooral demagogen, sluiten aan bij een bepaalde geestesgesteldheid en spelen in op emoties. In een klimaat van angst en onzekerheid kanaliseren zij een emotionele lading in verklarende verhalen, die de complexe werkelijkheid vaak vertekenen in zwart-wit en goed-fout denken, waarin slechts een kern van waarheid te vinden is, die wordt uitvergroot en versimpeld.” (CM101) En waarin zij, zoals Achterhuis zegt, zelf geloven. Het bovenstaande poogt dit te verklaren.

 

Populariteit van Hannah Arendt

Op de vraag waarom Arendt populair werd geeft Achterhuis geen duidelijk antwoord. Ongetwijfeld speelt haar analyse van het totalitarisme en haar nadruk op het belang van de feitelijke waarheid een rol. Ook heeft hij geen antwoord op vragen als waarom religie sinds de jaren zestig zo snel verdwenen lijkt, waarom het geweld lijkt toegenomen, waarom mensen zich aangetrokken voelen tot utopieën, ideologieën en waarom politici de feitelijke waarheid verdraaien. 

Eerst Arendt. Eind 2021 na de coronacrisis verschenen verschillende boeken over totalitarisme die onder meer aanknopen bij de boeken daarover van Arendt. Deze zijn besproken in CM107 en 119.6 Waren er tijdens de coronacrisis misschien totalitaire tendensen? Zijn die tendensen er nog steeds? Wat te denken van de manipulerende invloed van algoritmen, de toenemende invloed van surveillance? Gezien deze tendense is het niet verwonderlijk dat boeken over totalitarisme opnieuw in de belangstelling staan. 

Achterhuis benadrukt het belang dat Arendt toekent aan de feitelijke waarheid, die nu onder druk staat, evenals onze privacy. Zij wees ook op het belang van het publiek debat, dat werd gemist tijdens de coronacrisis en nog steeds te wensen overlaat. Kortom, genoeg redenen waarom Arendt en Achterhuis zich mogen verheugen in haar populariteit, die echter ook het risico van oppervlakkigheid en modieusheid met zich mee kan brengen. Albert Camus is een met haar verwante denker, die zich sinds corona, toen De pest weer een bestseller werd, ook mag verheugen in een toegenomen populariteit. Opmerkelijk bij beiden is dat zij niet behoren tot een ‘isme’ of ideologie en daardoor mensen van verschillende richtingen en gezindten kunnen aanspreken. Een bijkomende reden voor de populariteit van beiden. 

https://scientias.nl/ongelovig-nederland-is-stiekem-nog-lang-niet-klaar-met-religie/ 

Het verdwijnen van religie

Wat betreft het verdwijnen van religie, blijkt deze veeleer veranderd en verminderd, maar niet verdwenen, ook niet in het geseculariseerde Nederland. Achterhuis heeft het over een vaak voorkomende vervanging van christelijke religie door een marxistische ideologie bij generatiegenoten. Religie heeft bij velen een seculiere vorm aangenomen, zoals breed uitgemeten in diverse studies.7 Achterhuis snijdt een belangwekkend thema aan dat diverse sociologen en religiewetenschappers bezighoudt en uitnodigt om er diepoer op in te gaan.

Waarom deze verandering en verschuiving, die geen verdwijning is? Daar zijn verschillende antwoorden op te geven. Mensen hebben in de moderne tijd van onderzoek en wetenschap een voorkeur voor feirelijke ervaring boven geloof. Het geloof in een persoonlijke god en een hemel verdraagt zich niet goed met wetenschappelijke inzichten, die nu gemeengoed zijn geworden. Oosterse religies en filosofieën lijken minder strijdig met wetenschappelijke inzichten volgens Erwin Schrödinger,8 Fritjof Capra9 en vele anderen, zoals Jeremy Lent, Het betekenisweb, besproken in dit nummer.

Verder zijn mensen in de moderne tijd meer geneigd hun heil op aarde te zoeken dan in een hemel. “Broeders blijf de aarde trouw en geloof niet degenen die van bovenaardse verwachtingen spreken,” schreef Nietzsche in zijn Vorrede van Also sprach Zarathustra. Ook Camus keerde zich naar de aarde in zijn essays van Bruiloft (de verbinding van hemel en aarde).

Volgens de socioloog P. A. Sorokin10 werd onze cultuur sinds de Renaissance meer zinnelijk en zintuiglijk (Sensate), met andere woorden aards en materieel gericht geraakt en minder geestelijk en ideëel gericht. Bij de grote volksmassa voltrok deze verandering zich pas in de vorige eeuw, en vooral bij de naoorlogse generatie. We leven in de hoogtijdagen van de ‘Sensate Age’. 

Volgens de grondleggers van de sociologie Saint-Simon en Comte heeft het te maken met de overgang van het religieuze naar het positieve wetenschappelijke tijdperk. Dat sluit volgens hen een positieve, wetenschappelijke religie niet uit. Maar die is er (nog) niet van gekomen. Ook andere sociologen, zoals Max Weber, Emile Durkheim en sociologen niet wie reeds werd verwezen sluiten een herleving van charisma en andere vormen van religieus aandoende oriëntatie niet uit.

Het sluit aan bij in een dieper liggende behoefte aan zingeving, sociale cohesie en antwoorden op existentiële vragen, die door de wetenschap niet beantwoord kunnen worden en door de theologie niet bevredigend beantwoord werden. Volgens Comte diende filosofie als substituut voor religie. Wellicht heeft Achterhuis daarom theologie verwisseld voor filosofie.

Ook Max Weber zag de secularisatie en ontkerkelijking in termen van een toenemende rationalisering, verwetenschappelijking en ‘onttovering’ van de wereld. (Zie CM71) Hij onderscheidde vier actietypen: traditioneel, charismatisch, waarderationeel en doelrationeel of instrumenteel. In de loop van de geschiedenis nam hij een verschuiving waar naar doelrationeel of instrumenteel handelen: het rationeel bepalen en berekenen van middelen om een doel te bereiken. Maar om doelen te stellen zijn waarden, charisma of tradities nodig. We kunnen niet  zonder. Ook sociologen en filosofen als Karl Mannheim, Herbert Marcuse en Jürgen Habermas zien een verschuiving naar instrumenteel handelen, waarvan de zingeving te wensen overlaat. (Zie CM 71 en 74)

Maslow, Sorokin en Ronald Inglehart (zie CM103) wijzen op het belang van zelfverwerkelijking, ideële en postmateriële waarden en behoeftebevrediging. Door een veronderstelde toenemende belangstelling hiervoor, zou er voor excessieve materiële behoeftebevrediging minder ruimte zijn. Deze belangstelling blijft echter nog beperkt tot een bepaald deel van de bevolking. Ook het maathouden dat Camus bepleit aan het eind van De mens in opstand en de fundamentele levensprojecten van Sartre zijn te beschouwen als vormen van postmaterialisme. Tot zover enige duiding van het verdwijnen en verwereldlijken van religie, dat Achterhuis en vele anderen aansnijden.

 

Toename van geweld

Achterhuis had het over de mimetische begeerte, een thema dat bij diverse sociologen zoals Veblen, Sorokin en Durkheim voorkomt in de vorm van moeilijk te verzadigen behoeften. Bij Durkheim zijn menselijke verlangens onverzadigbaar. Daarom dienen zij door morele waarden en normen te worden gereguleerd. Maar dat lukt niet altijd. Als verlangens niet goedschiks bevredigd kunnen worden via legitieme middelen, dan kan men zijn toevlucht nemen tot onwettige, strafbare en zelfs gewelddadige middelen, aldus de anomietheorie van Durkheim.

In het midden gelaten of en wanneer het geweld in onze samenleving is toegenomen, zou er een verband zijn tussen mateloze behoeften, die samenhangen met mimetische begeerten, en gewelddadige vervulling van deze behoeften. Mateloze verlangens kunnen dan destructief en crimineel worden en leiden tot anomie of normloosheid, onvrede, zelfmoord, ziekte, misdaad, nihilisme geweld en verval van beschaving, als zij niet door normen en waarden worden geleid, aldus Durkheim.11

Emile Durkheim (1858-1917) 

Mateloze wensen: de verklaring van Emile Durkheim

Wat Achterhuis zegt in termen van schaarste vanwege toenemende behoeften, zei Durkheim al eerder in termen van mateloze, onverzadigbare behoeften met een inadequate bevrediging. Wat bij Durkheim ontbreekt, maar door vakgenoot Veblen wordt benadrukt, is de relatieve deprivatie vergeleken met anderen, die onze verlangens stimuleert. Achterhuis ziet in anders dan Durkheim weinig in moraal en ethiek en denkt dat begrip helpt om af te zien van het steeds meer willen hebben. Dit lijkt echter niet voldoende om de toenemende begeerten en het toenemende geweld te beteugelen. Onze schaarse middelen zijn daarvoor niet toereikend.

“Een levend wezen kan niet gelukkig zijn, zelfs niet bestaan, tenzij zijn behoeften adequaat verband houden met zijn middelen… Onze verlangens bereiken echter vroeger of later een grens die zij niet kunnen passeren... Er lijkt in de organische en psychologische menselijke constitutie niets te zijn dat een grens stelt aan deze tendensen… Het is een onverzadigbare en bodemloze afgrond… Onbegrensde wensen zijn per definitie onverzadigbaar… Zij kunnen niet worden vervuld… Een mens wil vooruitgaan en geen vergeefse pogingen ondernemen. Men gaat echter niet vooruit als men geen doel nadert of het doel in het oneindige ligt. Welke weg we ook nemen, de afstand tussen ons en het doel blijft hetzelfde, alsof wij ons er niet heen bewegen… De afgelegde afstand kan slechts deceptie en een misleidende bevrediging geven, want de afstand vermindert niet.

Een doel nastreven dat per definitie onbereikbaar is, betekent dat men gedoemd is tot een toestand van voortdurend ongeluk… Wat kan de toekomst bieden als er nooit een aanvaardbare positie of ideaal bereikt kan worden waarvan slechts een glimp is opgevangen? Dus hoe meer men heeft, des te meer men wil. De gegeven bevredigingen stimuleren de behoeften meer dan dat zij deze vervullen… Dit leidt tot rusteloosheid en ongeluk… Om een ander resultaat te bereiken dienen onze passies te worden beperkt. Alleen dan kunnen ze worden geharmoniseerd met onze vermogens en worden bevredigd. Omdat het individu geen manier heeft om ze te beperken, dient dit te worden bewerkstelligd door een kracht buiten hem… Deze kracht kan alleen moreel zijn.” (Selected Writings, p174 e.v. overgenomen uit CM31)

Onbeperkte passies zijn niet te bevredigen. Bevrediging is beperkt en niet blijvend omdat we steeds weer meer willen en onze middelen daartoe beperkt zijn. Durkheim komt tot conclusies die de noodzaak van moraal en religie benadrukken. Doorschieten naar ongebreideld individualisme of beknottend collectivisme dient te worden vermeden.Anders dan Achterhuis benadrukt Durkheim het belang van ethiek en moraal, o.a. in zijn postume werk L’education morale. 

https://dogmavrij.nl/gezonde-grenzen-en-grenzeloze-mensen/ 

Grenzeloze economische behoeften vragen morele regulering

Durkheim zag weinig heil in toenemende productie en de economie van ongebreidelde groei om aan onze toenemende wensen te voldoen. “De meest productieve economische organisatie en een verdeling van rijkdom die zelfs aan de meest bescheiden mensen overvloed verzekert... zou alleen een tijdelijke gratificatie kunnen voortbrengen. Want wensen zullen snel weer nieuwe eisen oproepen, ook al worden ze een moment gekalmeerd. [En] er zullen altijd arbeiders zijn die meer verdienen en anderen minder.” Dit leidt tot relatieve deprivatie: men vergelijkt zich met anderen, met degenen die meer hebben en men wil dan ook meer. Dit geldt voor armen, voor rijken en voor superrijken.

“Omdat onze hypothese is dat deze behoeften grenzeloos zijn, hebben hun eisen noodzakelijkerwijs geen grens. Om het anders te laten zijn, is een morele macht nodig die erkend wordt en roept: ‘niet verder gaan’... Religie… weerhield mensen ervan zich gekrenkt te voelen.” (Socialism, p 243)

“Ook vandaag de dag net als vroeger zijn er sociale krachten en moreel gezag nodig die een regulerende invloed moeten uitoefenen, zonder welke lusten en verlangens uit de hand lopen en de economische orde gedesorganiseerd raakt… Deze kunnen alleen van de samenleving komen… vanwege het morele karakter waarmee zij is toegerust.” (p 244)

Meer dan bij het liberalisme benadrukt dit religieus getinte sociale denken morele, spirituele en sociale betrokkenheid. Religie heeft bij Durkheim onmiskenbaar een moreel en sociaal karakter. Individuele ontwikkeling kan door sociale regulering worden bevorderd en individualisme is een sociale verworvenheid.12

Dit is slechts één theorie, de anomietheorie van Durkheim, die Robert Merton heeft uitgebreid om afwijkend gedrag en criminaliteit te verklaren. Sociale ontworteling en desintegratie correleren met geweld en bieden daarvoor een vergelijkbare verklaringsgrond. Er is opmerkelijkeovereenstemming tussen Durkheim en Achterhuis, ondanks een verschil wat betreft de rol van de morele regulering. Achterhuis wijst vooral op het belang van toenemend begrip en inzicht. 

 

De omgekeerde civilisatietheorie van Norbert Elias

Een andere theorie biedt Het civilisatieproces van socioloog Norbert Elias,13 die bij Achterhuis   aan de orde komt in De kunst van het vreedzaam vechten. “Hoe moeten wij de geweldsuitbarstingen van de twintigste eeuw begrijpen?... Wijzen de geweldsuitbarstingen, op grote en op kleine schaal, op een omkering [van het civilisatieproces] in de richting van decivilisering en hoe is die dan te verklaren?,” vraagt socioloog Wilterdink zich af bij zijn bespreking van deze theorie. Daarnaast kregen agressietheorieën van Freud, Fromm14 en anderen brede bekendheid. 

Het civilisatieproces houdt in dat driften en impulsen in de loop van de geschiedenis steeds meer gecultiveerd en gereguleerd worden door zelfbeheersing en verinnerlijkte normen en regels. Uitgebreidere netwerken van relaties vragen steeds meer aanpassing en impulsbeheersing, die met regulering van geweld gepaard gaan. Staatsvorming en monopolisering van geweld door de staat spelen hierbij een belangrijke rol. 

Er kunnen echter momenten en perioden zijn van ‘decivilisatie’ waarbij de impulsregulering en zelfbeheersing vermindert in onbeschoft, onbeschaafd en gewelddadig gedrag. Durkheim noemde dit ‘anomie’, normloosheid. Elias bouwt voort op o.a. Durkheim en Freud. Geweld wordt verklaard vanuit verminderde impulsbeheersing, die in onze tijd onder meer wordt gemotiveerd door mateloze wensen en mimetische begeerte die hebzucht opwekt.

In overeenstemming met Achterhuis geeft socioloog Goudsblom15 de volgende typering van onze ‘gedeciviliseerde’ cultuur: “Mimetische begeerte werkt ongetwijfeld bevorderend voor gewraakte eigenschappen [...als] hebzucht, jaloezie, egoïsme en materialisme die door de economische groei worden gestimuleerd... De economie voorziet brede lagen van de bevolking van vertier, vermaak en versnaperingen, in pretparken en -paleizen. Soms is het alsof de economische groei niet alleen heeft bijgedragen tot de ’onttovering van de wereld’ maar ook... tot ontgoocheling.”

De moderne informatiemaatschappij is uitvoerig beschreven in CM 125 en 126 aan de hand van voornamelijk vier studies.16 Deze proberen het massale consumentisme van de geseculariseerde amusementscultuur te verklaren en waarom mensen meer vatbaar zijn geworden voor relatieve deprivatie en mimetische begeerte, en waarom zij hun onbetekenende baantjes proberen op te vullen met opzichtige consumptie en statusstreven. Het heeft ook te maken met  sociale ontwrichting, normloosheid en afname van sociale verbondenheid in de moderne tijd, de keerzijde van  toenemende welvaart. Hoofdmoot is het door mimetische begeerte aangedreven consumentisme, dat er niet in slaagt mateloze wensen duurzaam te bevredigen, waardoor de welvaart betrekkelijk is en zelden leidt tot duurzaam geluk.

Mateloze wensen gaan gepaard met concurrentie om schaarse middelen, die tot strijd en uiteindelijk tot geweld kunnen leiden. “Vanwege de schaarsheid van... middelen die in geen verhouding staan ten opzichte van de enorme vraag ernaar, is er een voortdurende strijd om de schaarse middelen ter vervulling van onmetelijke behoeften. En die behoeften lijken sneller te groeien dan de vervulling ervan. Rivaliteit en strijd tussen groepen en individuen vormen een begeleidend verschijnsel.”17

Grootschalig geweld zoals oorlog is niet direct te verklaren uit verminderde impulsbeheersing. Maar ook hier zien we vaak een strijd om schaarse middelen, begeerde gebieden en uitbreiding van de invloedssfeer. Bij grootschalig geweld door legers wordt gestructureerd en beheerst te werk gegaan. Geweld wordt voorgeschreven en gericht gedoseerd, hoewel het vaak uit de hand loopt in een overdosis.

Grootschalig geweld is complex en onder meer te verklaren uit expansiedrift, massale en structurele mimetische begeerte en concurrentie t.o.v. andere landen en volken. Ook dit komt voort uit het verlangen naar meer en de tendens om schaarse middelen, macht en invloed uit te breiden om wensen en behoeften te bevredigen, niet door samenwerking maar door strijd. Uiteindelijk komt het ook hier neer op het verlangen naar meer dat Durkheim noemde en vorm krijgt in de hang naar meer macht en invloed of gebiedsuitbreiding.

 

Het belang van een geïntegreerd normen- en waardensysteem
De socioloog Sorokin18 noemt een aantal ontoereikende vredesplannen, die de hoofdoorzaak van oorlog en geweld niet wegnemen, welke volgens hem ligt in het ontbreken van een geïntegreerd normen- en waardensysteem, dat ook in praktijk wordt gebracht. “Als de integratie en harmonie afneemt, vooral als dit plotseling en ingrijpend gebeurt, nemen de kansen op internationale of burgeroorlogen toe.”19

Hij beschrijft ondersteunende evidentie voor zijn visie, die overeenkomt met de anomietheorie van Durkheim, want hij wijst eveneens op het verval van normen en waarden (anomie of normloosheid) als belangrijkste factor: “Als waarden niet meer algemeen bindend zijn, verzwakt hun regulerende kracht. Mensen en groepen worden dan meer beheerst door blinde, egoïstische, biologische impulsen.” Dit vormt een voedingsbodem voor geweld. In wezen hetzelfde verhaal als bij Durkheim en Elias20

 

Freud en frustratie van het lustprincipe

Het verlangen naar meer is bij Freud het ‘lustprincipe’, dat wordt aangedreven door het driftleven. De mimetische begeerte bij René Girard en Achterhuis heeft anders dan bij Freud een sociale component. Toch blijkt er enige overeenstemming tussen Freud en Achterhuis.

Als lusten niet worden bevredigd maar gefrustreerd, kan dit ongenoegen leiden tot agressie. De frustratie-agressie theorie verklaart agressie vanuit frustratie, die als het ware een veronderstelde agressiedrift kan mobiliseren. Agressie kan ook worden onderdrukt door repressie of verdringing. Bij uitbraken van geweld worden geldende normen en regels wat betreft impulsbeheersing doorbroken en kan verdrongen agressie vrijkomen.

Naast het lustprincipe dat prikkeling van opwinding of excitatie betreft, onderscheidt Freud een ander principe dat berust op prikkelvermindering, de-exitatie en tot rust komen. Hij noemt dit het ‘nirvana-principe’ dat uitdoving en verstilling inhoudt, dat hij in verband ziet met de ‘doodsdrift’ of Thanatos die hij poneert tegenover het lustprincipe van de levensdrift en geslachtsdrift of Eros 21. Mensen kunnen niet voortdurend maar geprikkeld worden door wensen en verlangens en hebben ook rust nodig. Er zijn ook ‘reversal’ mechanismen aan het werk van prikkeling en ontspanning, die voorbij het lustprincipe gaan, Jenseits des Lustprinzips.

Hij gaat ook in op het ‘oceanische gevoel’ waarin het Ik als het ware oplost en verlangens vervulling vinden in een ervaring van transcendentie of grensoverschrijding, zoals bij het nirvana principe. Wellicht ligt hier een sleutel voor de bevrediging van het verlangen naar meer dat op materieel niveau onvervuld blijft vanwege onze mateloze wensen, die steeds meer willen dan onze schaarse middelen te bieden hebben. Op spiritueel niveau is het mogelijk de grenzen van het Ik te overstijgen in onbegrensd bewustzijn en een oceanisch gevoel van vrede te vinden. 


Waarom oorlog? Brief aan Einstein

Freud schreef een brief aan Einstein met de titel Warum Krieg? (Waarom oorlog? 1932), die vooral gaat om het vermijden daarvan ten gunste van de vrede. Zijn visie komt in andere bewoordingen overeen met die van Durkheim, Elias en Sorokin. Hij beschrijft eerst de “[ontwikkelings]weg van geweld naar recht... We zien dat recht de macht is van een gemeenschap” en wijst evenals Elias op het belang van intermenselijke bindingen. “De vereniging... moet bestendig en langdurig zijn. Aan psychologische voorwaarden daarvoor moet worden voldaan.” Dat vraagt organisatie, wetten en voorschriften waar mensen zich aan houden. Daarvoor dienen zij een zekere impulsbeheersing te ontwikkelen zoals Elias beschreef. Freud wijst op het belang van “gevoelsbindingen en gemeenschapsgevoel”.

De macht om geweld te gebruiken dient aan een grotere eenheid te worden overgedragen. Dit komt er bij Elias op neer dat de staat het geweldsmonopolie krijgt en “door gevoelsbindingen van de leden wordt samengehouden”. Ongelijkheid kan “rechtsonrust” geven en niet bevorderlijk zijn voor de onderlinge harmonie. Als onderdrukten zich roeren, kunnen er machtsverschuivingen plaatsvinden en zelfs burgeroorlogen ontstaan. Ook Sorokin wijst op grote ongelijkheid als factor die geweld kan bevorderen. Een sterk centraal bestuur dient te worden gedragen door gemeenschappelijke gevoelsbindingen, normen en waarden, met andere woorden door identificatie met de gemeenschap of natie, bijv. het “christelijke gemeenschapsgevoel”.

Freud veronderstelt een agressiedrift en acht het van belang dat deze niet naar buiten maar naar binnen te richten en te sublimeren. Hij hoopt dat agressieve neigingen beteugeld en onderworpen kunnen worden door de rede, ook al lijkt dit een “utopische hoop”. Hij stelt zijn hoop op "cultuurontwikkeling" die neerkomt op het voortschrijdende civilisatieproces, dat samengaat met psychische veranderingen, die Elias beschrijft in termen van impulsbeheersing en pacificatie.

“Aan dit proces danken wij het beste wat wij zijn geworden... Het bestaat uit een verschuiving van driftstreven en beperking van driftimpulsen.” Zo kunnen “ethische en esthetische idealen zich veranderen... het intellect zich versterken en het driftleven worden beheerst... Alles wat de cultuurontwikkeling bevordert, werkt ook tegen de oorlog,” zo eindigt zijn realistische relaas waarin hij ook hoopvolle mogelijkheden ziet.

Freud baseert vrede niet alleen op individuele beheersing van geweld maar ook op een meer vredelievende en minder agressieve beschaving in het verlengde daarvan, die collectief gedragen wordt. Nodig zijn een gemeenschapsgevoel dat zich uitstrekt in grotere verbanden, bij voorkeur de hele mensheid, daarnaast zelfbeheersing en matiging, sociaal-culturele ontwikkeling en collectieve bewustzijnsontplooiing. Religie kan hiertoe bijdragen, maar ook afglijden naar fanatisme en geweld. 

Geweldloze conflictoplossing

In De kunst van het vreedzaam vechten gaan Achterhuis en Nico Koning uitvoeriger dan Freud in op instituties en mechanismen die geweld beteugelen en vreedzaam vechten ofwel geweldloze conflictoplossing mogelijk maken. Freud stipte dit al aan in de “ontwikkelingsweg van geweld naar recht”. Want “zelfdiscipline volstaat niet, er is een collectieve discipline van gelijken vereist.” (Achterhuis en Koning, p24) Freud werkt dit niet uit in zijn psychologische focus en eindigt waar zij verder gaan met de vorming van een modern beschavingstype, waarin conflicten geweldloos worden opgelost met vallen en opstaan. We zijn er nog niet, maar zijn op weg. Het civilisatieproces van Elias kent geen einde, evenmin als de geschiedenis.

Uiteenlopende praktijken om mimetische begeerten en geweld te kanaliseren worden uitvoerig beschreven. Eerst volgen traditionele praktijken zoals taboes, rituele giftenuitwisseling, hiërarchie en (gender)ongelijkheid en zondebokken. Daarna ‘breken zij een lans’ voor moderne instituties, die geweld doorbrekren, zoals de moderne (rechts)staat met vrije en gelijke burgers met mensenrechten, de scheiding van de machten en van kerk en staat, kritische wetenschap en discussie, democratische instituties en spelregels en opvoeding tot mondigheid.

Deze instituties staan onder druk van antimodernistische, populistische, autoritaire, elitaire en soms zelfs totalitaire centralistische tendensen, en de macht van miljardairs. (’Marktmacht van grote bedrijven is grote aanjager van ongelijkheid’ kopte de NRC 15 jan 2024) Ongelijkheid correleert met conflict en conflict met geweld, op zijn minst potentieel. Regulerende instituties zijn belangrijke verworvenheden, maar dienen te worden gedragen door collectief bewustzijn en gedrag, dat er inhoud aan geeft en dat gecultiveerd en gereguleerd dient te worden zoals Durkheim, Freud en Sorokin schreven.

Achterhuis en Koning gaan er vanuit dat moderne samenlevingen minder gewelddadig zijn dan de vroegere traditionele. Het exorbitante aantal slachtoffers en het grootschalige geweld van beide wereldoorlogen lijkt dit te loochenen, wellicht meer dan in alle voorgaande oorlogen bij elkaar. En wat te denken van de enorme milieuvernietiging en massale extinctie van levende wezens, de koloniale onderdrukking van andere volken en nucleaire dreiging die nog niet van de lucht is?

“In de zilvermijnen in Bolivia... hebben de Europese kolonisten zo’n acht miljoen inheemse arbeiders tot slaaf gemaakt met grof geweld… alvorens een vroege, akelige dood te sterven door kwikvergiftiging… Twaalf miljoen Afrikanen werden met geweld naar Amerika overgebracht om daar genadeloos misbruikt te worden... 74 miljard gedomesticeerde worden elk jaar mishandeld en afgeslacht om ons van vlees te voorzien… De zesde massa-extinctie is in volle gang.” (Jeremy Lent, Het betekenisweb, p395,400)

Een bespreking van het overzichtswerk On Wars van socioloog Michael Mann vermeldt dat “oorlogen in de loop der tijd destructiever zijn geworden, maken meer en meer slachtoffers, juist onder burgers. Dat komt door de technische vooruitgang [sic!] en de inzet van massavernietigingswapens. Het oorlogsrecht… kan daar weinig tegen uitrichten,” als een van de instituties om vreedzamer te vechten. “Michael Mann bestrijdt nog een andere generalisatie: dat in de loop van de geschiedenis oorligen zeldzamer zijn geworden en het aantal slachtoffers kleiner… Vaak is hierbij sporake van ‘de vreedzame negentiende eeuw’. Daar moet dan wel het krijgshaftige intemezzo tussen 1849 en 1871 van uitgezonderd worden.” En de oorlogen van en tegen Napoleon aan het begin. “De negentiende eeuw, vooral in de tweede helft, was een periode van uiterst gewelddadige koloniale expansie… in Afrika en Aziën, van de genocidale deportatie van inheemse bewoners in  Noord-Amerika, Australië en andere vestigingskoloniën. Westerse mogendheden voerden toen inderdaad geen oorlogen tegen elkaar, ze hadden het veel te druk met moorden elders.”, (NRC 5 jan 2024)

Dit alles neemt niet weg dat er in het Westen andere mechanismen tot beteugeling van geweld zijn ontwikkeld dan welke in traditionele samenleving voorkomen.22 Deze zijn echter niet toereikend en werken vooral binnen naties en machtsblokken. Bij internationale conflicten gaat het vechten er vaak minder vreedzaam aan toe.

 

Een rol voor religie

Na hun uitvoerige beschouwing van hierboven opgesomde seculiere instituties blijven Achterhuis en Koning “als half-traditionele mensen in een gemoderniseerde wereld” oog hebben voor de traditie(s) waar de moderniteit zich uit ontwikkelt. (p563) Zij gaan aan het eind in op religieuze “pogingen om menselijke verlangens te relativeren en te matigen [met...] middelen om mimetische begeerten te temmen.” (p586) Dit sluit aan bij de thema’s in deze bespreking.

Daarnaast hebben religies zoals genoemd meer te bieden. Genoemd wordt deugdenethiek, die niet alleen bij Aristoteles, maar ook in religies te vinden is. “Maar die concepten moeten wel ontdaan worden van hun traditionele patriarchale en moralistische connotaties.” (p593) Een paar moderne pogingen komen aan de orde, die hen meer geslaagd lijken dan die van religies, omdat ze meer overeen lijken te komen met de kunst van het vreedzaam vechten die wordt bepleit.

“De begeertebeperking die in alle religies en oude moralen als nuttig en deugdzaam wordt voorgesteld, lijkt grotendeels achterhaald. Door de ontwikkeling van onze vreedzame vechtkunsten lijken wij erin geslaagd de angel uit de mimetische begeerte te halen. Mimetische begeerte leidt weliswaar tot rivaliteit, maar de gevolgen van rivaliteit hebben we in ons voordeel weten om te buigen. We hebben er onze welvaart aan te danken [...Maar] als de ontwikkeling van die regulering geen gelijke tred houdt met de groei van verlangens, ligt het geweld op de loer. Inzicht in dit mechanisme kan mensen tot relativering van hun verlangens en dus tot matiging bewegen.” (p590)

De vraag is of die moderne vechtkunsten toereikend zijn. Polarisatie en populisme lijken toe te nemen. Twee oorlogen trekken nu de aandacht, waarbij het er allerminst vreedzaam aan toe gaat. Democratie en rechtsstaat staan onder druk en mimetische begeerten tonen geen tekenen van matiging. “De stroom van de menselijke begeerte treedt als het ware buiten zijn oevers.” (p591) De kunst van het vreedzaam vechten is een stap op weg naar toenemende samenwerking en altruïsme, geen eindbestemming of eindoplossing. (p590)

Achterhuis en Koning pleiten er evenals Sorokin en anderen voor “dat we wegen vinden om deze technieken [die gericht zijn op beheersing van verlangens] te benutten zonder meteen ten prooi te vallen aan de repressieve mechanismen van een verticale beschavingsorde... Uiteindelijk staan die technieken in dienst van de beheersing van conflicten... Tradities bieden in die zin dan ook schatten aan gereedschap voor conflictbeheersing.” (p595)

Wat betreft onze horizontale  beschavingsorde valt er ook iets af te dingen: “Nooit eerder in de geschiedenis van de mensheid hebben zo weinig mensen zoveel bezit gehad.... is er zo’n ongelijkheid van inkomen geweest... Nooit eerder hebben we een klasse van miljardairs gehad met zoveel politieke macht.”23

Religies bieden niet alleen methoden tot conflictbeheersing maar ook om innerlijk geluk en zelfrealisatie te ervaren, zoals in het artikel in dit nummer over de vedantafilosofie wordt weergegeven. Als dergelijke ervaringen en inzichten breed beschikbaar zijn, kunnen mimetische begeerten veranderen en kan volgens Sorokin zelfs een andersoortige cultuur gestalte krijgen, die het bestek van dit commentaar te buiten gaat.  Ook de bespreking van het boek van Timothy Lent gaat hierop in dit nummer in.

Dit commentaar biedt een summiere indicatie dat Achterhuis op dezelfde lijn zit als Durkheim, Elias, Sorokin en Freud. Alleen Durkheim en Sorokin verwijzen naar religieuze tradities, zoals ook Jeremy Lent in zijn boek in een andere context dan hier. Bij Elias speelt de onmiskenbare invloed van religie geen enkele rol en bij Freud een dubieuze rol. Kernpunt is dat er traditionele en wetenschappelijk kennis beschikbaar is om onze problemen en conflicten op te lossen, zoals ook Sorokin probeert te laten zien. Waarbij hier slechts de grote lijnen te schetsen zijn.

Samenwerking en altruïsme

Vooral in zijn laatste werk The Ways and the Power of Love beschrijft Sorokin hoe een meer geavanceerde en geïntegreerde cultuur en samenleving mogelijk is, die zich kenmerkt door meer samenwerking en altruïsme. Belangrijk daarbij is dat dit samengaat met morele en spirituele ontwikkeling en bewustwording van wat hij het ‘bovenbewuste’ noemt (the superconscious), een term van de Indiase wijsgeer Aurobindo Ghose, die ook wordt gebruikt door de Italiaanse psychiater Assagioli in Psychosynthese. Sorokin beschrijft de types, factors, and techniques of moral transformation, zoals de ondertitel luidt. Aan het eind van zijn leven wilde Sorokin “centra voor creatief altruïsme” vestigen. Maar dat is er niet meer van gekomen.

In wereldreligies en filosofieën werd in de spiltijd toen zij vorm kregen, een aanzet gegeven tot meer samenwerking in grotere rijken en sociale verbanden, gebaseerd op de Gulden Regel of vergelijkbare principes, die volgens filosoof Karl Jaspers en godsdiensthistorica Karen Armstrong te vinden zijn bij Indiase, Chinese en Griekse filosofen en Joodse profeten (zie CM 96,97,120) Armstrong heeft ook veel geschreven over religie en geweld, de keerzijde van samenwerking en altruïsme op basis van morele en spirituele bewustwording. 

 

Religie en geweld

Religie was oorspronkelijk en in essentie gericht op transcendentie volgens de definitie van (cultuur- en godsdienst)socioloog Peter Berger: “Religie is de menselijke houding ten opzichte van een heilige orde, die al het zijn insluit – menselijk en anders. M.a.w het geloof in een kosmos, waarvan de betekenis de mens transcendeert en omvat… Het betreft de verbinding van de kosmische orde en de menselijke orde… Deze is ‘juist’ voor zover zij in overeenstemming is met de uiteindelijke ‘juiste’ orde van het universum.”24

Het met geweld opleggen van doctrines lijkt een latere aberratie, die geen algemeen kenmerk van religies is, maar wel vaak voorkomt in de geschiedenis. Als de ervaring van vrede en transcendentie niet meer beschikbaar is en gedeeld wordt, zoekt men vaak zijn toevlucht in doctrines, die in de seculiere tijd vervangen worden door seculiere ideologieën en utopieën.

Religie is geen verouderd gegeven uit het verleden dat in de moderne samenleving vrijwel lijkt verdwenen en weinig betekenis meer kan geven, maar een universele en overal voorkomende vorm van zin- en betekenisgeving zonder welke een menselijke samenleving wellicht niet mogelijk is. Hooguit lijken bepaalde kerkelijke vormen in het Westen in onbruik geraakt. Veeleer is een geseculariseerde samenleving een historische afwijking van het algemeen menselijk patroon, zoals de westerse samenleving dat al eerder was volgens de geschiedkundigen Jan en Annie Romein, naar wie ook Achterhuis verwijst.

Volgens religiewetenschappers hebben samenlevingen een wereldbeschouwing en heeft deze laatste een transcendente, kosmische of sacrale dimensie, die voorbij het aardse en alledaagse reikt en het wereldse transcendeert als matrix van betekenisgeving.25

Ook in onze tijd blijft “de mens onderworpen aan krachten die hem te boven gaan en waarvan hij het mysterie overschat.”26 Verder krijgen de laatste tijd de menselijke persoon en mensenrechten een sacraal karakter. “Subjectieve autonomie wordt heilig verklaard.”27 Het geloof in ‘heilige’ mensenrechten is te beschouwen als een soort seculiere religie.28 De laatste tijd herwint ook de natuur haar sacrale karakter inclusief sacrale rechten.29

Religie heeft diverse onontbeerlijke functies voor het samenleven, zoals o.m. Durkheim30 heeft laten zien namelijk morele, rituele, oriënterende, zingevende, integrerende, motiverende, solidaire, legitimerende en regulerende functies, niet alleen wat betreft geweld. Wetenschap, politiek en andere instituties kunnen deze functies niet geheel vervullen. Voor religie blijft een rol van betekenis weggelegd. Zoals gezegd is de verklaring van grootschalig geweld, inclusief religieus geweld, een complexe kwestie, waarvoor hier slechts een paar hints zijn te geven, die door de uitlatingen van Achterhuis zijn geïnspireerd.

Instituties die geweld reguleren zijn een belngrijke stap op weg naar een meer coöperatieve samenleving, maar niet toereikend. Nodig is ook een vermindering van het frustratie- en agressiepotentieel dat samenhangt met mimetische begeerten, en een groter vermogen tot empathie, verbondenheid en samenwerking op basis van menselijke waarden die voor alle mensen gelden en niet alleen voor de eigen groepering, clan, stam, natie, cultuur,  religie of etnische groep. Dit vraagt een ruimer bewustzijn en medegevoel dat zich uitstrekt tot alle mensen en levende wezens en uiteindelijk een bewustzijn dat “het Zelf ziet in alle wezens en alle wezens in het Zelf.” (Bhagavad Gita VI-29)

Lokah samastah sukhino bhavantu – Moge alle wezens overal vrijelijk gelukkig zijn

Noten

  1. Dick Bijl, red., De pandemische chaos en Voorbij de pandemische chaos
  2. 2.     Trudy Dehue, Betere mensen. Gezondheid als keuze en koopwaar; Peter Götzsche, Dodelijke medicinen en georganiseere misdaad; C.F. van der Horst, Dodelijke leugns. Artsen en patiënten misleid. Zie ook Maarten Rutgers, Gezondheid als handelswaar. Worden we daar beter van? en Gezondheidszorg, Markt, Samenleving
  3. Raymond Aron, Main Currents of Sociological Thought Vol 2, Vilfredo Pareto, p 151.
  4. Aron, p123
  5. J. Berting, ‘Vilfredo Pareto’, in Rademaker e.a. red. Hoofdfiguren van de sociologie, p 130,127 
  6. Petra Bolhuis, Theo Meereboer en Gradus van Florestein, Rattenvangers van het onbehagen: Verschijnselen, voedingsbodem, herhaling én voorkomen het totalitarisme van, geschreven tijdens de coronacrisis en Psychologie van het totalitarisme, het omstreden boek van de in opspraak geraakte hoogleraar psychologie en tegendenker Mattias Desmet
  7. Onder meer Hans Joas, De macht van het heilige (zie CM 120), Marcel Gauchet, De onttovering van de wereld: Een politieke geschiedenis van de religie (zie CM128) , Peter Berger A Rumor of Angels (zie CM141), Thomas Luckmann, The Invisible Religion, Charles Taylor, A Secular Age en het werk van Karen Armstrong dat deels gaat over religie en geweld.
  8. Erwin Schrödinger, Mind and Matter (zie CM26)
  9. Fritjof Capra, The Tao of Physics (zie CM109)
  10. P. A. Sorokin, Social and Cultural Dynamics. A Study of Change in Major Systems of Art, Truth, Ethics, Law and Social Relationships
  11. Emile Durkheim, Le suicide (p 272-75) en Socialism (p 241), zie ook zijn Selected Writings, A Giddens Ed., p 174: ‘Anomie and the moral structure of industry’
  12. Zie Het individualisme en de intellectuelen, in H Goddijn, Sociologie, socialisme en democratie: De politieke sociologie van Emile Durkheim, en in Durkheim on Morality and Society, R Bellah, ed., samengevat in CM31
  13. Samengevat in N. Wilterdink e.a., Samenlevingen, 4.3.3
  14. Erich Fromm, The Anatomy of Human Destructiveness
  15. J. Goudsblom, Stof waar honger uit ontstond. Van biologische evolutie naar sociaal-culturele ontwikkeling, p 85,90-93, ‘In de greep van de groei’
  16. 1. David Riesman, The Lonely Crowd, over het otherdirected karaktertype dat bij uitstek vatbaar is voor relatieve deprivatie en mimetische begeerte, 2. Charles Wright Mills, White Collar, over de middenklassen die hun onbetekenende baantjes probeerden op te vullen met opzichtige consumptie en statusstreven, 3. W.H. von der Dunk, De verdwijnende hemel: Over de cultuur van Europa in de twintigste eeuw over het massale consumentisme van de geseculariseerde amusementscultuur, 4. Francis Fukuyama, The Great Disruption. Human nature en de reconstitution of social order, over sociale ontwrichting, normloosheid en afname van sociale verbondenheid.
  17. Piet Ransijn en Nico Schulte, Bewustzijn als Bewapening, p226
  18. P.A. Sorokin, The Reconstruction of Humanity, besproken in Ransijn en Schulte, hfst 15, zie noot 17.
  19. P.A.Sorokin, Society, Culture and Personality. Their Structure and Dynamics, p507,508 over ‘The Cause and Factors of War and Revolution’. Hij verwijst onder meer naar eigen onderzoek in zijn Social and Cultural Dynamics en de uitgebreide studie van Quincy Wright, A Study of War
  20. Meer hierover in P. Ransijn, Collective Consciousness and Peace. A Sociological Study. Dissertation. University of Rajasthan, Jaipur, India, 1984
  21. Sigmund Freud, Jenseits des Lustprinzips en Das Unbehagen der Kultur
  22. Zie hierover bijv. Max Gluckman, Custom and Conflict in Africa
  23. Bernie Sanders over Inequality Inc. Rapport van Oxfam Novib. (NRC 15 jan 2024)
  24. Peter Berger, ‘Religious Institutions’ in N. Smelser, Sociology, p 337-38, zie ook zijn boek Het hemels baldakijn / The Sacred Canopy, p 37. Berger verwijst naar andere baanbrekende religiewetenschappers zoals Mircea Eliade, Het heilige en profane, Rudolf Otto, Das Heilige en Gerard van der Leeuw, Godsdienstgeschiedenis
  25. Zie bovengenoemde rekligiewetenschappers, met name Mircea Eliade, Het heilige en profane en Thomas Luckmann, The Invisible Religion, p52
  26. Marcel Gauchet, De onttovering van de wereld: Een politieke geschiedenis van de religie p29,33
  27. Thomas Luckmann, The Invisible Religion, p116
  28. Zie Hans Joas, De macht van het heilige en Die Sakralität der Person; Emile Durkheim, L’ individualisme et les intellectuels en Koo van der Wal, Wat is er met de ethiek gebeurd? en Op zoek naar de ziel van Europa, besproken in CM 31,119,120 en 128
  29. Karen Armstrong, De heilige natuur, besproken in CM129
  30. De belangrijksr functies zijn genoemd in N. Wilterdink e.a., Samenlevingen, 5.2