Aarde en milieu

Civis Mundi Digitaal #142

door Jan de Boer

De herhaalde oproep voor een 'Manhattanproject voor het klimaat'
Een sterk kankerverwekkende eeuwige vervuiler
De COP28 van Dubai: de koolstofkringloop en andere gevaarlijke hersenschimmen

De herhaalde oproep voor een ‘Manhattanproject voor het klimaat’

 

Al heel lang zijn er oproepen om een « Manhattan-project voor het klimaat » in te stellen, en deze gaan gewoon door – tot het gerespecteerde dagblad « Le Monde » aan toe. Deze oproepen zien de strijd tegen de klimaatverandering als een oorlogssituatie. Het idee is altijd hetzelfde: het gaat erom een gigantisch onderzoek te organiseren dat wetenschap en industrie bij elkaar brengt om – eindelijk! – « groene » technologieën te ontwikkelen waarvan verwacht kan worden dat ze de klimaatcrisis oplossen, zoals op de afgelopen COP28 het toegejuichte voorstel van een koolstof-kringloopproces. Heel wat staatshoofden rekenen daarop, evenals op geo-engineering.

Ik wijs echt niet de noodzaak van onderzoek en de heroriëntering van onze economie af, en ik ben van mening dat wij een groot gebrek aan middelen hebben, naast de noodzaak van een uitzonderlijke mobilisatie in een ongekend dringende en existentiële situatie aan het front van het klimaat en de planetaire beperkingen. Maar refereren aan het Manhattan-project kent een aantal wezenlijke beperkingen, die overigens door wetenschappers van de geschiedenis van techniek en management al geïdentificeerd zijn. De ecologische transitie is geen atoombom!

Manhattan was allereerst een militair en geheim project, volledig afgesloten en gezegend met de hoogste prioriteit. Gelanceerd in een context van totale oorlog heeft het zich nooit ongerust hoeven maken over zijn aanvaardbaarheid: geen oppositie, geen democratisch debat, geen enkele noodzaak om burgers van het project te overtuigen. Er waren heel weinig personen die op de hoogte waren van het hele project. En tussen de groepen die aan het project werkten waren duidelijke scheidingen aangebracht, zodat de overgrote meerderheid van de mensen niet eens wist waarvoor zij precies werkten. Bovendien was het verboden vragen te stellen over de uiteindelijke doelen van het project. Leslie Richard Groves, de directeur van het project, had nooit gebrek aan middelen of hinder van « Manhatten-sceptici ». Wat een verschil met de strijd tegen de klimaatopwarming en de onoverkomelijke moeilijkheden bij de onderhandelingen op elk niveau.

Het doel van het Manhattan-project was het ontwerpen en zo snel mogelijk fabriceren van een atoombom. De vijand: Hitler en zijn nazi-regime, en daarna Japan. Om dit te bereiken werden exceptionele middelen ingezet: twee enorme industriële sites in Hanford en Oak Ridge, het laboratorium van Los Alamos geleid door Robert Oppenheimer, 130.000 personen, 2 miljard dollar in 1945 (het equivalent van 30 miljard dollar vandaag de dag)… Wat dat betreft gaat de parallel met de strijd tegen de klimaatopwarming in geen enkel opzicht op.

Het klimaatprobleem is daarentegen buitengewoon open, systemisch en multidimensionaal. Waartegen zijn wij in oorlog? Het klimaat heeft complexe en onscheidbare relaties met biodiversiteit, water, kunstmatig veranderde bodems… Als wij beseffen dat 80% van de energiemix steunt op fossiele energie, dan begrijpen wij dat « de vijand » buitengewoon diffuus en moeilijk te identificeren is. Is het de isolatie van huizen en gebouwen, zijn het de landen (en welke?), is het de buurman die in een Jeep rijdt, zijn het de fossiele industrieën, de consumenten, de agrarische modellen, de landbouw- en voedselsystemen? Er is geen enkel eenzijdig en algemeen aanvaard antwoord op deze kwestie, behalve te moeten erkennen dat deze oorlog die van de mensheid tegen zichzelf is, en dat de vijand overal is – in ieder van ons, in onze gebruiken en levenswijzen.

De oorlogsmetafoor heeft ook andere beperkingen. Afgezien van zijn denkbeeld van oorlog van allen tegen allen wordt deze ook gedragen door het idee dat het een tijdelijke crisis is. Deze crisis wordt zeker gezien als existentieel, maar wel tijdelijk: als het project één keer heeft plaatsgevonden, is de klimaatkwestie opgelost. Vergeten wordt dat klimaatverandering een structureel, onherstelbaar gegeven is en gedoemd om steeds groter te worden, om zich daarna eventueel te stabiliseren als wij erin zouden slagen koolstof-neutraliteit te bereiken – waar het in de verste verte niet naar uitziet. Als het een oorlog is, dan is het een oorlog zonder einde, dus heel anders dan klassieke oorlogen.

De verwijzing naar het Manhattan-project kan gezien worden in een technologische en gecentraliseerde logica, waarvan heel wat werken/studies de grenzen hebben aangetoond. Zij negeert immers het multidimensionale en onherstelbare karakter van het klimaatprobleem, net als zijn politieke en sociale ingewikkeldheid. Kortom, de herhaalde oproepen (van staatshoofden) voor het instellen van een « Manhattan-project voor het klimaat » betekent dat het wezenlijke karakter en daarmee de bestrijding van het klimaatprobleem c.a. (meestal uit politieke overwegingen) genegeerd wordt.

 

Geschreven in januari 2024

 

 

Een sterk kankerverwekkende eeuwige vervuiler

 

Dit artikel is mede geschreven naar aanleiding van het door de lidstaten van de Europese Unie – mede onder druk van de industrie – opschorten (lees: afschaffen) van één van de meest ambitieuze maatregelen van de Green Deal: de hervorming van het Reach-reglement (registratie, evaluatie en autorisatie van chemische producten), die met name de gevaarlijkste chemische stoffen zou moeten buitensluiten. Het betreft een diversiteit van gevaarlijke substanties, aanwezig in dagelijks objecten, die op één of andere manier terechtkomen in het water, in het milieu, in de voedselketen en uiteindelijk in de lichamen van tientallen miljoenen Europeanen. Een catastrofale politieke beslissing, terwijl de politiek verantwoordelijken hun mond vol hebben van innovatie, groene technologieën, etc. Hypocrisie ten top!

Het « Centre international de recherche sur le cancer » (CIRC) kondigde op 30 november vorig jaar in het wetenschappelijk tijdschrift « The Lancet Oncology » aan dat PFOA en PFOS, twee van de meest verbreide vormen van PFAS en respectievelijk sinds 2019 en 2009 in Europa verboden, geclassificeerd heeft als « kankerverwekkend » en « mogelijk kankerverwekkend » voor mensen. Het CIRC, de belangrijkste wetenschappelijke autoriteit inzake de classificatie van kankerverwekkende stoffen en gelieerd aan de Wereldgezondheidsorganisatie, fundeert zijn evaluaties op werkgroepen van erkende wetenschappelijke onderzoekers uit de hele wereld die niet onderhevig zijn aan belangenconflicten, met andere woorden, die niet onder invloed staan van industriële machten.

Giftig en blijvend aanwezig in bodems, water en levende organismen, worden de genoemde substanties vaak aangeduid als « eeuwige vervuilers ». Doordat zij sinds tientallen jaren in het milieu verspreid worden door een diversiteit aan industriële activiteiten en consumptieproducten (anti-aanbaklagen, textiel, elektrische materialen, inkt, halfgeleiders, enz.) zijn zij aanwezig in de hele voedselketen en in veel waterbronnen. Zij zijn een steeds groter opduikend probleem, ook voor de publieke gezondheid. De hele mensheid is eraan blootgesteld.

Het is de eerste keer dat PFOS onderwerp is van een evaluatie door het CIRC, dat PFOA al in 2014 als « mogelijk kankerverwekkend » heeft geclassificeerd. Sindsdien « zijn er veel studies gewijd aan het verband tussen PFOA en kanker bij laboratoriumdieren en mensen, alsook de karakteristieke werkingsmechanismen van kankerverwekkers, » laat de werkgroep van het CIRC in « The Lancet Oncology » weten. De auteurs zijn van mening dat de verkregen bewijzen bij knaagdieren « voldoende » zijn om een risicoverhoging van kwaadaardige en goedaardige tumoren in de lever, de alvleesklier en de baarmoeder aan te tonen. De biologische gevolgen van PFOA bij mensen, zoals een vermindering van de immuniteit en het bevorderen van kanker, werden ook geobserveerd met een « sterk » bewijsniveau. Epidemiologische studies doen veronderstellen dat mensen die aan lage doses PFOA blootgesteld zijn, een verhoogd risico op kanker hebben in nieren en testikels. Deze studies vormen evenwel slechts « beperkt » bewijs, omdat fouten en vaagheden formeel niet uitgesloten kunnen worden. Maar na alle elementen afgewogen te hebben, hebben de door het CIRC verenigde experts PFOA het predicaat van « bewezen kankerverwekkend » gegeven.

Wat betreft PFOS zijn de studies op dieren en mensen iets minder duidelijk, zodat het CIRC het heeft geclassificeerd als « mogelijk kankerverwekkend ».

In tegenstelling tot de oordelen van agentschappen als de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid of het Europees Agentschap voor chemische stoffen hebben de evaluaties van het CIRC – jammer genoeg, in mijn ogen – geen enkele reglementaire waarde. Befaamd om hun onverbiddelijkheid, hun uiterste nauwkeurigheid en hun onafhankelijkheid vis-à-vis de economische machten, wegen zij gelukkig wel zwaar bij justitiële processen inzake klachten van gemeenschappen of individuen tegen industriëlen.

En dat is buitengewoon belangrijk, want, zoals de experts van het CIRC laten weten, « PFOA en PFOS zijn ontdekt in het bloed van bevolkingen in de hele wereld, en het gemiddelde niveau van blootstelling aan deze stoffen is tot honderd keer hoger in gemeenschappen die dicht bij vervuilde plaatsen leven. »

 

Geschreven in januari 2024

 

 

 

De COP28 van Dubai: de koolstofkringloop en andere gevaarlijke hersenschimmen

 

« U heeft de sleutel tot de oplossing in handen, » zei de voorzitter van de COP28, Sultan al-Jaber, op 2 oktober vorig jaar tegen de kaders van de gas- en oliesectoren. Als hoofd van de « Abu Dhabi National Oil Company » staat hij vierkant achter het nieuwe mantra van de fossiele energieproducenten, die – nadat zij de klimaatopwarming in twijfel trokken en het belang ervan bagatelliseerden – nu laten weten dat men hen voor honderd procent kan vertrouwen. Te midden van hun zogenaamde oplossingen is er één die er op de COP28 uit springt: « de kringloop-economie van de koolstof ». Op papier is het idee heel simpel: na de grond te hebben ondermijnd, gaan we nu de hemel ondermijnen. Men heeft ontdekt dat op industriële schoorstenen filters geplaatst kunnen worden die CO2 kunnen opvangen voordat deze uitgestoten wordt. De CO2 kan vervolgens in de ondergrond worden teruggebracht of gebruikt worden om kassen te bemesten, beton te produceren, om brandstoffen of synthetische vezels te maken. Nog een stap verder zouden overal ter wereld gigantische « CO2-stofzuigers » geplaatst kunnen worden, die de atmosfeer van het surplus van koolstof moeten verlossen. Zo, is de gedachte, slaan wij twee vliegen in één klap: bij het vangen en opsluiten van de koolstof wordt temperatuurstijging tegengegaan en bij het hergebruik ervan kunnen we onze manier van leven gewoon voortzetten. Dat is in het kort het idee van de « circular carbon economy »; leve de winning van fossiele brandstoffen dus. Vervuiling wordt zo rijkdom: een idee recentelijk ook verkondigd door de nucleaire industrie, overigens.

De bekende Franse wetenschapper Jean- Baptiste Fressoz, historicus van de wetenschap, techniek en milieu, laat in zijn boeken over de waan van een « vervuilingvretend kapitalisme » weten dat er drie struikelblokken zijn die deze « circular carbon economy » volledig doen mislukken. Het eerste struikelblok heeft een economisch karakter: recyclen is veel duurder dan weggooien. Het tweede heeft een tijd-karakter: er is een verschil in tijd, soms zelfs van decennia, tussen vervuiling en hergebruik. Het derde struikelblok heeft een fysiek karakter: 100% recycling bestaat niet. Al deze struikelblokken vinden we in het geval van CO2 terug, want CO2 is sterk verdund opgelost in de atmosfeer. Het is heel duur en het vreet energie om het uit de atmosfeer te halen en het te hergebruiken. Ook in de scenario’s van het IPCC en het Internationaal Energie Agentschap wordt duidelijk aangegeven dat deze « technische oplossing » – als deze al zou werken – hooguit een kleine bijrol in de energietransitie kan vervullen. Nog een kleine, maar niet onbelangrijke opmerking: de producten van hergebruik in deze onzinnige « circular carbon economy » zijn dan dermate kostbaar dat ze alleen door rijke landen betaald kunnen worden.

In het kort: één van deze producten zijn synthetische brandstoffen die men kan maken van waterstof en uit de lucht gehaalde koolstof door middel van een energie- en watervretend proces. Vervoer van deze zeer vluchtige, instabiele en tot min 253 graden Celsius samengeperste waterstof via bestaande pijpleidingen of per boot geeft grote en welhaast onoverkomelijke problemen, nog afgezien van de gigantische investeringen nodig voor de elektrolyse om het te produceren. Het gebruik van olie en gas (dat ten onrechte niet als af te schaffen fossiele brandstof wordt aangemerkt) is en blijft veel voordeliger. Men kan in Nederland dan ook de nodige vraagtekens zetten bij het waterstofproject in Delfzijl. Anne-Sophie Corbeau, onderzoekster aan het « Center on Global Energy Policy » van de universiteit Columbia in de VS stelt dat er daarom mondiaal maar heel weinig projecten zijn die concreet voortgang vinden. Banken aarzelen om investeringskredieten toe te kennen. Dit is één van de redenen waarom men zich vandaag de dag liever wendt tot ammoniak, dat ondanks haar giftigheid in onder meer Japan gebruikt wordt in steenkoolcentrales om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. De havens van Rotterdam en Antwerpen bereiden zich voor op het importeren ervan. Er is al een markt van ammoniak voor de productie van kunstmest, en het transport is heel wat eenvoudiger dan dat van vloeibaar waterstof.

Op deze COP28 is ook door een aantal landen gepleit voor kernenergie als schone oplossing voor de energieproblematiek. Daarover in het kort: kernenergie is peperduur en zwaar vervuilend, er is geen deugdelijke oplossing voor het radioactieve afval, in de prijs van kernenergie moet de meer dan peperdure ontmanteling van verouderde kerncentrales, die jaren in beslag neemt, meegenomen worden, de bescherming tegen (terroristische) aanvallen is verre van eenvoudig, onbekend is hoe kerncentrales functioneren bij de verwachte temperatuurstijging van het zeewater door klimaatopwarming, enzovoort.

Een groot tekort van de COP28 is dat het steeds grotere probleem van het broeikasgas methaan, onder meer door het ontdooien van de permafrost, niet eens aan de orde is gesteld. Methaan is een veel gevaarlijker broeikasgas dan CO2, hoewel het minder lang in de atmosfeer blijft.

Ten slotte nog de kwestie van de financiële steun aan ontwikkelingslanden. Het Internationaal Energie Agentschap heeft in een uitgebreid rapport van 20 juni vorig jaar berekend dat er voor deze landen, om een energiesysteem conform het toch al onvoldoende klimaatakkoord van Parijs (2015) te realiseren, er richting 2030 jaarlijks een bedrag van 2000 miljard tot 2600 miljard euro aan publieke en privé-investeringen nodig is. Dat is niet door deze landen op te brengen.

Een rapport van de « Jubilee Dept Campaign » uit oktober 2021 beschrijft de uitgaven van 34 landen met een laag inkomen: in 2021 waren ze genoodzaakt vijf keer zoveel uit te geven aan de aflossing van buitenlandse schulden als aan projecten tegen klimaatverandering.

Op de COP28 is besloten de kwestie van financiële steun aan ontwikkelingslanden door te schuiven naar de COP29, die eind 2024 in Baku gehouden moet worden.

Mijn droeve conclusie is dan ook dat de fossiele brandstoffen nog steeds een gouden toekomst hebben. Tegen zijn campagnebeloften uit 2020 in heeft Joe Biden heel wat meer concessies voor exploratie en exploitatie van oliebronnen uitgegeven dan destijds zijn voorganger Trump. Hetzelfde geldt voor de oliewinning in Canada. De Engelse regering heeft vorig jaar groen licht gegeven voor de exploitatie van olie en gas (het Rosebank-veld) in de Noordzee. De Braziliaanse president Lula, de grote klimaatverdediger, laat het uitgebreide savannegebied tussen het Amazone-oerwoud en de kust exploiteren/vernietigen voor soja en veehouderij, en steunt volop de exploratie en exploitatie van olievelden voor de kust van Brazilië. Ten slotte is er nog nooit zoveel steenkool gebruikt als vandaag de dag: in China worden elke week twee vergunningen toegekend voor nieuwe steenkoolmijnen, om over het gigantische gebruik van steenkool in India maar niet te spreken. En zo gaat het verder.

Ondertussen, na deze flop van de COP28 met vage, ontoereikende en vrijblijvende beloften in Dubai gaan de klimaatopwarming en de verwoesting van ecosystemen en de biodiversiteit versneld door en komt de ineenstorting van de menselijke samenlevingen steeds dichterbij. Jem Bendell, oud-consultant bij de Verenigde Naties en professor duurzame ontwikkeling aan de universiteit van Cumbria (Engeland) liet al eens weten dat het te laat is om de ineenstorting van onze samenlevingen te verhinderen. Hij voorspelde dat deze ineenstorting – natuurlijk niet overal tegelijk – binnen tien tot vijftien jaar plaats zou vinden, voorafgegaan en gepaard gaand met ondervoeding, hongersnoden, (infectie)ziekten en oorlogen.

Jean-Baptiste Fressoz schreef over « het vuilvretende kapitalisme » dat krampachtig zoekt naar DE oplossing om zonder zorgen verder te kunnen gaan op deze doodlopende weg. De befaamde Amerikaanse econoom Stephen Marglin (universiteit Harvard) beschrijft heel duidelijk het hoe en waarom van het kapitalistisch systeem, dat per definitie geen oplossing kan bieden voor de rampzalige doodlopende weg naar de ondergang van onze menselijke samenleving.

 

Geschreven in januari 2024