De machtselite en de Deep State
Deel 1: Inleiding en de rol van centrale banken

Civis Mundi Digitaal #143

door Piet Ransijn

Bespreking van Willem Middelkoop en Tim  Dollee, Patronen van Bedrog: Niets is wat het lijkt. Amsterdam University Press, 2018.

 

 

Bovengenoemd boek is bedoeld als aanvulling op de bespreking van Who Rules America? van George William Domhoff. Het biedt een overzicht van de buitenlandse politiek van de VS. Daarin speelt een machtselite een hoofdrol om Amerikaanse belangen te verdedigen. In plaats van de term ‘machtselite’, die Domhoff in navolging van Charles Wright  Mills’ boek The Power Elite gebruikt, kiezen de auteurs de meer tendentieuze term ‘Deep State’, die een deel van de machtselite lijkt te omvatten, namelijk de overlapping van de machtselite en de top van de staat. De toonzetting van hun boek is meer journalistiek en spannend dan sociaalwetenschappelijk, zoals bij Domhoff en Mills. Inhoudelijk vullen de boeken elkaar aan. “Eén bron is geen bron.” (p6) Vandaar het raadplegen van meer bronnen.Bij Domhoff is de machtselite de overlapping van de corporate community, het netwerk van leiders van grote bedrijven, met de upperclass en het policy planning network, dat buiten de staat valt en bestaat uit stichtingen en denktanks en commissies. Het betreft vooral de economische elite. Bij Mills bestaat de machtselite uit de in elkaar grijpende elites van de top van het bedrijfsleven (de corporate rich), de politiek en het leger, zie onderstaand schema. De term ‘Deep State’ zegt dat deze elite deel uitmaakt van de staat, dus een politieke elite is die aan het oog onttrokken is. Wat is deze dan precies? En wat is het verband met de machtselites bij Mills en Domhoff? De hypothese van de Deep State  kan worden gezien als een uitwerking van de theorie van de machtselite op het gebied van de staat, die in het volgende wordt toegelicht.

Deze bespreking bestaat uit drie delen. Het eerste gaat vooral over het bedrijfsleven en de centrale banken, de Federal Reserve Bank voor de VS en de Bank for International Settlements BIS voor andere landen. Later zijn het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank erbij gekomen, die worden gedomineerd door de VS. Deel 2 gaat over de rol van de CIA in de internationale politiek van de VS. Noch de CIA noch de Centrale Banken zijn te beschouwen als de Deep State, die daardoor schimmig blijft, zoals de conclusie luidt in Deel 3, dat verder ingaat op de eventuele relatie van de CIA en de Deep State. De banken en de CIA, zijn belangrijke instanties in handen van de machtselite, waarvan de Deep State het politieke aspect is. Domhoff geeft een meer compleet beeld van het policy-planning netwerk dan alleen de banken en de inlichtingendienst, die geen van beide de Deep State representeren, ook al zijn het daarvan de instrumenten.

 

Opzet van het boek en de auteurs

Het boek van Middelkoop en Dollee is opgezet aan de hand van een aantal vragen over het hoe, wat, waarom en wanneer van de Deep State, in totaal 83, die doorlopend worden beantwoord en verdeeld zijn over negen hoofdstukken. Deze gaan vooral over de buitenlandse politiek van de VS, en de Amerikaanse plannen daaromtrent, over aanslagen, staatsgrepen, de CIA, het grote geld en de media. Daardoor is het betoog, dat bestaat uit antwoorden op vragen met veel spectaculaire citaten en onthullende gegevens, soms wat ‘corpusculair’, dwz opgedeeld in korte stukjes als antwoorden op vragen, waardoor het gemakkelijk leesbaar is, maar ook wat brokkelig. 

De titel Patronen van bedrog impliceert dat “de leugen regeert”, een uitspraak van koningin Beatrix over de kwaliteit van de journalistiek onder invloed van de commercie (NRC 29 nov 1999). Het boek beperkt zich tot de verwevenheid van het bedrijfsleven, de banken en de geheime dienst met de Amerikaanse politiek, die wordt toegespitst op   de Deep State, die niet precies wordt omschreven en afgebakend. De titel Patronen van bedrog is op een veel ruimer gebied van toepassing en heeft te maken met gebrek aan intellectuele, morele en spirituele integriteit in temen van Thomas Metzinger in zijn boek Bewustzijnscultuur: Spiritualiteit, intellectuele integriteit en de planetaire crisis, besproken in dit nummer. .

Financieel journalist Middelkoop is oprichter en bestuursvoorzitter van een investeringsbedrijf en kreeg bekendheid door zijn vooruitziende boek Als de dollar valt uit 2007, een jaar voor de bankencrisis. Daarna schreef hij samen met anderen De permanente oliecrisis (2008); Overleef de kredietcrisis(2009); Goud en het geheim van geld en The Big Reset[ (2014) en  De Tesla-revolutie (2016). Co-auteur Tim Dollee deed eigen onderzoek op het gebied van institutioneel bedrog.

 

 

 

Aanwijzingen voor de Deep State

Ook Middelkoop en Dollee lokaliseren de machtsbasis in “de financieel-economische wereld” en “het politiek-militair-industriële complex”, die verstrengeld blijken met de politieke elite in de ‘Deep State’. (p9) Zij citeren enkele bronnen die wijzen op de Deep State. Voormalig Democratisch presidentskandidaat Bernie Sanders wees op “de macht van het bedrijfsleven [...en] Wall Street [...en] campagnedonoren zo groot is dat er geen president tegen opgewassen is.” (p17) Maar dit is een financieel-economische machtselite en niet de Deep State waar Trump op wees, die dit ‘een schaduwregering’ noemde. Trump is echter niet altijd de meest duidelijke bron, gezienb de ‘alternatieven feiten’ die hij soms presenteert. Time Magazine ging hierop verder in en schreef over een onbewezen “samenwerking in de VS van machtige onderdelen, met een gemeenschappelijk plan’. (p18)

Ook filmregisseur Oliver Stone van de kritische films JFK, Wall Street en Platoon had het over “een schaduwmacht in de VS”, nl. “het militair-industriële-geld-media-beveiliging complex" dat een systeem zou vormen. (p18,19) Dit zijn secundaire bronnen, die aanwijzingen geven maar geen bewijzen. Bovendien is het allang bekend dat georganiseerde “economische elites...invloed hebben op het Amerikaanse overheidsbeleid”, volgens een zoveelste studie van Martin Gilens, Princeton University, dus invloed van  “machtige bedrijfsorganisaties en een klein aantal welgestelde Amerikanen”. (p19)

Oorlogen dienen Amerikaanse bedrijfsbelangen, dat had generaal Samuel Butler in 1935 al door, die zich realiseerde dat hij had gevochten voor “Wall Street en haar bankiers”, voor “Amerikaanse oliebelangen”, de “National City Bank [...en] de Amerikaanse suikerbelangen”.

Ook de afscheidsrede van President Eisenhower wordt geciteerd en het gegeven dat “inmiddels 48% van de Amerikanen gelooft dat er een Deep State-structuur bestaat.” (p19-21)

 

Bronnen van de term Deep State

De term Deep State komt van voormalig staflid Mike Lofgren in een essay uit 2011, omschreven als “een hybride entiteit van publieke en private instellingen die het land altijd regeren volgens congruente patronen, verbonden met, maar slechts sporadische gecontroleerd door de zichtbare staat wiens leiders we kiezen.” (p25) In een ander essay rept hij van “een stille ononderbroken geldstroom” als vereiste daarvoor, afkomstig van grote bedrijven. 

Een andere bron de de term gebruikt is advocaat John Whitehead in Battlefield America: The War on the American People. (2015)Hij waarschuwt voor het ontstaan van een totalitaire politiestaat met behulp van internet megabedrijven en  geheime diensten. Het lijkt op het eerste gezicht op science fiction of een dystopie, hoewel het  niet uitgesloten lijkt, maar nog geen feitelijke realiteit is. 

Een verwante term ‘Geheime Staat’ kwam voor in het Turkse Ottomaanse Rijk. (p18) President Theodore Roosevelt had het in 1912 al over “een onzichtbare regering achter de ogenschijnlijke regering”. Ook Woodrow Wilson zei dat hij van ondernemers had gehoord over “een macht, zo subtiel en zo georganiseerd... dat ze er beter niet slecht over kunnen spreken”. (p28) De burgemeester van New York F. Hylan noemde in 1922 Rockefeller, de rijkste man van de wereld als hoofd van een “kleine groep machtige bankiers” die hij een “onzichtbare regering” noemde. (p29) Zo worden nog enkele politici geciteerd.

De vermoorde Chileense president Salvator Allende wees op een “openlijke strijd tussen multinationals en soevereine staten”, die door mondiale organisaties worden ondergraven, “die door geen enkele regering of publieke organisatie gecontroleerd of ter verantwoording worden geroepen”. (p30-31)

De media, die in de VS, ”voor 90% in handen zijn van niet meer dan zes grote mediabedrijven”, geven dergelijke uitspraken zelden weer. In Nederland zijn het twee grote Belgische mediabedrijven die bijna alle landelijke en provinciale kranten bezitten.

 

Draaideuren

Ook wordt vermeld dat bij verschillende hoge functies in het bedrijfsleven en bij de overheid vaak dezelfde namen opduiken, zoals ook Domhoff beschrijft. Er zijn vaak ‘transfers’ die lijken op een draaideur die naar beide kanten rouleert. Dat wordt ook beschrven door onderzoeksjournaliste Carey Gilliam in Whitewash: The Story of a Weedkiller, Cancer and the Corruption of Science over de omstreden onkruidverdelger glyfosaat (Nederlandse titel: Giftig spul, besproken in CM 88, 89 en 138) en door de Franse documentairemaker Marie-Monique Robin in  De wereld volgens Monsanto: Van dioxine tot techgewassen, een multinational die het goed met u voorheeft. En die nauw verbonden was met de overheid in de VS. Dat geldt voor meer bedrijven.

Vice-president Dick Cheney van George Bush jr. was minister van defensie onder Bush sr., daarna CEO van een  megabedrijf, dat vervolgens miljardencontracten kreeg met het Pentagon, waarmee ook Monsanto contracten had tijdens de oorlog in Vietnam om het vreselijke ontbladermiddel Agent Orange te leveren. Zo zorgde de onderminister van defensie Edward Aldridge voor een miljardencontract met Lockheed Martin, waarvan hij bestuurder werd, en waarvan prins Bernhard indertijd steekpenningen aannam.

Er worden nog enkele voorbeelden genoemd, die de verstrengeling van de regering met multinationals aantonen, die ook door Mills, Domhoff en andere wordt gedocumenteerd. In 2018 verscheen de speelfilm Vice gebaseerd op de levensloopbaan van Dick Cheney. Zijn dochter Liz Cheney heeft eveneens een prominente functie in de politiek. Zo zien we vaker topfuncties binnen families.

Domhoff beschreef dat leden van de machtselite contacten hebben opgebouwd via clubs en prestigieuze universiteiten van de zogeheten Ivy League. Een belangrijke club is “het geheime genootschap Skulls and Bones (opgericht in 1832), waarvan het clubhuis te vinden is op het terrein van de Yale-universiteit.” Leden vormen een inner circle. Bush junior, senior en ‘opa’ Bush waren er lid van plus een heel stel andere toppolitici en topdirecteuren. 

“Met... de aanwezige dwarsverbanden en de bijbehorende baantjescarrrousel en hun machtige zakelijke en politieke invloeden, kunnen stapels boeken over de Deep State worden gevuld.” (p38) President Kennedy was zich bewust van de invloed van ‘secret societies’ en heeft er in 1961 een speech over gegeven, waar de auteurs niet naar verwijzen. Zijn einde is nog steeds omgeven door geheimen, waardoor het moeilijk iets te bewijzen over de feitelijke toedracht.

 

  

 

‘Een plan voor de wereld’

Volgens de schrijvers gaat de machtselite planmatig tewerk. Ze baseren zich op de boeken van onderzoeker Caroll Quigley, Tragedy and Hope en The Anglo-American Establishment, dat gericht was op wereldbeheersing, zoals door het Britse Rijk werd werd nagestreefden na de dekolonisatie door de VS is overgenomen. De Britse diamantmagnaat Cecil Rhodes heeft er expliciet over geschreven. Bankier Nathaniel Rothschild erfde zijn fortuin om een netwerk te financieren, de Round Table Group, die niet nader genoemde ‘leden’ in het Britse parlement zou hebben gehad, gericht op samenwerking met de VS “om daarmee de rest van de wereld te exploiteren... Dat is aardig gelukt.” (p44)

De Pilgrim Society gaf deze samenwerking verder vorm. Enkele leden: Koningin Elisabeth II, Prins Philip,  Prins Charles, Edmund de Rothschild, David Rockefeller, Allen Dulles (hoofd van de CIA onder Kennedy die het met hem aan de stok had), John Foster Dulles (minister van buitenlandse zaken onder Eisenhower), Andrew Carnegie, Henry Kissinger, George Shultz (beide ministers van BZ), Zbigniew Brzezinski (‘geostrateeg’ en nationale veiligheidsadviseur) en Paul Volcker (President van de Federal Reserve Bank), die prominente posities hadden in uiteenlopende commissies en organisaties, zoals genoemd zijn door Domhoff in Who Rules America? (zie de bespreking).

 

 

De Federal Reserve Bank als onzichtbare regering van bankiers

De Britse elite probeerde controle te krijgen over de industrie in de VS door leningen van Rothschild aan bevriende meewerkende topondernemers als John D. Rockefeller, Andrew Carnegie en topbankier J.P. Morgan, de architect van de Federal Reserve Bank in 1913. “Het privilege om dollars te drukken kwam hiermee in handen van aan de ‘society of the elect’ gelieerde Wall-Street bankiers, die heel slim het plan achter de nieuwe Federal Reserve hadden vormgegeven.” (p48)

President Woodrow Wilson, die meeging met het advies, schreef in zijn boek The New Freedom (1913): “De groei van onze natie... is in  handen van enkele bankiers. We zijn... één van de meest volledig gecontroleerde en door enkelen gedomineerde regeringen in de westerse wereld... een overheid gedomineerd door een kleine groep sterke mannen.” (p48)

Senator Charles Lindbergh, vader van de vliegenier die al eerste de Atlantische Oceaan overvloog, schreef dat door de FED “de onzichtbare regering van de monetaire macht gelegaliseerd zal zijn”. (p49)

 

Conformerend onderwijs

De ‘society of the elect’ streefde naar vergroting van haar invloed op de politieke besluitvorming en haar grip op de publieke beeldvorming.. Daarom was het van het grootste belang om de pers te gebruiken maar ook de controle op het onderwijs te vergroten.” Het Pruisische onderwijs stond in de VS model, "bedacht om gehoorzame soldaten voor het Pruisische leger voort te brengen... Het ontmoedigt... vaststellen van de juistheid van de informatie en  het zelfstandig denken... Het stimuleert een intellectuele en emotionele afhankelijkheid van autoriteit en conditioneert kinderen zich te conformeren aan de heersende mening en hun identiteit te ontlenen aan de groep...” (p50)

Toekomstige leden van de ‘society of the elect’ werden klaargestoomd op exclusieve dure Britse en Amerikaanse privéscholen en universiteiten, die alleen voor de rijken betaalbaar waren, Door beurzen konden andere briljante studenten worden geselecteerd. “Zo kon Bill Clinton studeren door middel van een Rhodes scholarship.” (p51)

 

Beïnvloeding van de bevolking

“Er werd veel geld geïnvesteerd om erachter te komen hoe men de menselijke geest kon beïnvloeden...Aan het begin van de twintigste eeuw ontstond het idee om (de dreiging van) oorlogen te gebruiken om de mening van mensen te beïnvloeden. Angst voor een vijand is namelijk een van de allersterkste primaire emoties... ‘Als het wenselijk is om het leven van de hele bevolking te veranderen, is er dan een efficiëntere manier dan oorlog?...Dat leidde tot de vraag: hoe betrekken we de Verenigde Staten in een oorlog?,’’’ aldus Senator Dodd over “de notulen van verschillende stichtingen van grootindustriëlen” die aan het licht kwamen. (p52)

De Rockefeller Foundation  en de Carnegie Endowment gaven kapitalen uit aan onderzoek naar social-engineering-technieken om de bevolking te beïnvloeden. Daartoe werd het Institute of Human Relations aan de Yale Universiteit opgericht en gefinancierd. “De nieuwe inzichten... werden aangewend in de public relations-industrie.” (p53) Via de massamedia konden gewenste denkbeelden worden verspreid.

“Mensen het beste worden gemanipuleerd door in te spelen op de meest primitieve basisgevoelens... Angst is de snelste manier om een compleet volk een bepaalde richting op te krijgen... en relatief eenvoudig op te roepen... ‘Dramatische beelden en een verhaallijn met een gemene schurk zijn essentieel om een plooibaar, gemakkelijk te misleiden, onwetend publiek op de juiste manier te beïnvloeden’.” aldus Jim Quinn, The Brink of War (p54,55) 

Het boek Propaganda van Edward Bernays, de neef van Freud en adviseur van President Wilson, ligt ten grondslag aan de massabeïnvloeding door manipulatie van het onderbewuste en inspelen op onbewuste angsten en verlangens. “Degenen die dit onzichtbare mechanisme van de samenleving manipuleren, vormen een onzichtbare regering die de ware heersende macht van ons land is.” (p56)

 

Angst voor een vijand operaties onder valse vlag

“De meest effectieve manier om het volk angst aan te jagen is het creëren van een vijand... Vroeger waren het de nazi’s en de communisten (nu trouwens ook weer de Russen), maar het kunnen ook drugs zijn, klimaatverandering of een zeer besmettelijk virus... Helemaal ideaal is het wanneer de vijand onzichtbaar is... Van zo’n vijand kun je niet winnen... iedereen kan terrorist zijn. Terrorisme is dus een ideale vijand... Terreuraanslagen zorgen voor... de roep om een sterk antwoord van de overheid. dat het volk daarbij graag moeizaam opgebouwde rechten en verworven vrijheden opzij zet, zoals na de aanslagen van 9/11 gebeurde, is voor overheden erg aantrekkelijk.” (p57) Dat gold ook voor het coronavirus, want iedereen kan besmet zijn, met name de niet-gevaccineerden. Na de aanslag trad de Patriot Act in werking, die vrijheden beperkt. Geen enkel congreslid had de wet vooraf mogen lezen.

Een manier om een vijand te creëren is een aanslag te plegen onder valse vlag, namelijk die van de vijand, en de vijand daarvan dan de schuld te geven “om militair ingrijpen uit te lokken”. (p61) Er volgen dan enkele historische voorbeelden waarbij de oorlogsplannen al klaar lagen en een aanleiding nodig was. De Tweede Wereldoorlog begint met de invasie van Polen na een zogenaamde Poolse aanval die door in Poolse uniformen verklede Duitsers was uitgevoerd. De oorlog in Vietnam werd uitgelokt door een zogenaamde aanval van de Noord-Vietnamese marine op een Amerikaanse torpedojager in de Golf van Tonkin, die gebaseerd bleek op gemanipuleerde informatie van de National Security Agency NSA. (p65)

De verijdelde en uitgelekte Operatie Northwoods betrof “het plegen van terroristische aanslagen op de eigen bevolking, uitgevoerd door de CIA of andere Amerikaanse overheidsdiensten, met de bedoeling Cuba hiervan de schuld te geven zodat een aanval op dit land gerechtvaardigd was.... Nadat president Kennedy van het plan hoorde, werd er een stokje voor gestoken... Het is dus niet zo raar dat na 9/11 door sommigen naar operatie Northwoods wordt verwezen.” (p66)

Er waren ook plannen om Russische straaljagers na te bouwen voor valse vlag operaties. “De FBI is veel beter in het creëren van terroristen dan het opsporen ervan” blijkt uit een onderzoek. (p68) Daartoe werden psychisch labiele moslims gebruikt, die van de FBI wapens kregen om een aanslag te plegen en vervolgens werden opgepakt. De bevolking werd zo bang gemaakt en de FBI trad op als beschermer.

Er worden ook Russische valse vlag operaties gedocumenteerd, waardoor bijv. de oorlog met Finland in 1939 werd uitgelokt met 200.000 Russische doden en 26.000 Finse. Later is de valse vlag-operatie bevestigd door Chroetsjov en Jeltsin. Ook meer recent zijn er dergelijke operaties gerapporteerd, bijv. om de oorlog tegen de Tsjetsjenen uit te lokken.

Wat Europa en de NAVO betreft is de operatie Gladio een berucht voorbeeld, een geheim netwerk van geheime agenten, dat terroristische aanslagen pleegde om de bevolking angst aan te jagen en de schuld te geven aan de communisten, die overigens ook aanslagen pleegden. Het Gladio-netwerk werkte samen met rechtse extremisten. “De Italiaanse premier verklaarde dat “de slachtpartijen, bomaanslagen en militaire acties waren georganiseerd... door mensen binnen de Italiaanse staatsinstellingen en... gelinkt aan... de Amerikaanse inlichtingendiensten." (p83) Ook in België kwamen dergelijke geheime netwerken aan het licht, waarvan de regering niet wist.

“Er zijn inmiddels voldoende aanwijzingen dat Gladio ook betrokken was bij... terreur tegen de Koerden... de militaire staatsgreep van 21 april 1967 [Griekenland]... steun aan het dictatoriale regime van generaal Franco... moordaanslagen op president Charles de Gaulle... In Duitsland werd in 2017 een legerofficier opgepakt vanwege het beramen van false flag-terreuraanslagen. Hij was van plan om vluchtelingen hiervan de schuld te geven.” (p87)

 

De financiering van nazi-Duitsland en de wederopbouw

In Wall Street en the Rise of Hitler beschrijft Anthony C. Stutton de financiering van de nazi’s door Amerkaanse kapitalisten, vooal door leden van Skulls and Bones. “Standard Oil en Dupont leverden tetra-ethyllood... een essentieel ingrediënt van vliegtuigbrandstof... Opel... dochteronderneming van General Motors (een door J.P. Morgan gecontroleerd bedrijf)... was een van de meest voorname tankproducenten van nazi-Duitsland... De Anglo-Amerikaanse establishment streefde ernaar om de grip op de Duitse economie te verstevigen... om een steeds verder uitdijend communistisch ‘Oostblok’ tot staan te brengen.” (p92,93) 

Prescott Bush, grootvader van George W Bush, speelde daarbij een sleutelrol als directeur van de Union Banking Corporation met vier van de acht directieleden als Skulls and Bones-leden en de ambassadeur in Duitsland William E. Dodd waarschuwde het Congres voor “een kliek van VS-industriëlen... puissant rijke mensen die een dictatuur wensen.” (p94)

“Geschat wordt dat het in totaal ging om investeringen van 475 miljoen dollar(in de toenmalige koopkracht).” IG Farben was “wellicht grootste begunstigde”. Dit petrochemische concern produceerde o.m. munitie en gifgas voor de Holocaust. Toen bleek dat Duitsland een Euraziatisch blok wilde creëren, werd dit als bedreiging gezien. Ook na de val van het communisme werd overigens samenwerking tussen Rusland en Europa tegengewerkt om een machtig Euraziatisch blok te voorkomen.

Na de oorlog was wederopbouw van Europa inclusief Duitsland in het belang van de grootindustriëlen om hun investeringen te beschermen en een nieuw verenigd Europa te creëren.. De Bank for International Settlements (BIS), in 1930 opgericht om de Duitse reparatiegelden te incasseren, speelde daarbij (opnieuw) een sleutelrol. In plaats van te worden ontbonden als “huisbankier” van de nazi’s, werd het “de machtigste bank ter wereld en noemt zichzelf ‘De Centrale Bank der Centrale Banken’ [...en] de eerste gesprekspartner voor de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve... In een privaat, wereldomspannend systeem van financiële controle, waarmee het politieke systeem van elk land en van de wereldeconomie als geheel kon worden beheerst.” (p98,106)

“Doordat de dollar sinds 1944 wereldmunt was geworden, kon de VS namelijk vrijwel onbeperkt dollars drukken zonder dat de waarde van de Amerikaanse munt in gevaar kwam. De BIS levende de financiële en technische expertise... met als bijkomend oogmerk de landen van Europa dichter bij elkaar te brengen.” (p101) Dit als bolwerk tegen de Sovjet-Unie en ter voorkoming van een Euraziatisch machtsblok. 

Bij de conferentie in de bossen van Bretton Woods met financiële leiders, centrale bankiers en ministers van financiën uit 44 landen werd de dollar de nieuwe wereldmunt en werden de IMF [Internationaal Monetaire Fonds] en de Wereldbank gecreëerd om leningen aan andere landen te verstrekken.

Europa werd afzetmarkt voor Amerikaanse producten. De hulp zorgde voor “een sterk pro-Amerikaans sentiment... waardoor de West-Europese samenlevingen eenvoudiger gemodelleerd konden worden naar de Amerikaanse consumptiemaatschappij en toegankelijker werden voor Amerikaanse invloeden en bedrijvigheid.” (p101) Uiteraard in het voordeel van de Amerikaanse grootindustriëlen, die de Europese integratie bevorderden via de Bilderberggroep en de Europese Gemeenschap in verschillende fasen van samenwerking.