Deel 3. Conclusie: wat is de Deep State?

Civis Mundi Digitaal #143

https://www.econlib.org/there-is-no-deep-state/

Aan het begin is gezegd dat dit overlapping betreft van de machtselite en de top van de staat. Middelkoop en Dollee gaan vooral in op de relaties die de top van de staat heeft met de banken als de BIS en de FED, de geheime club ‘Skulls and Bones’ en de neoconservatieve denktank PNAC, Project for the New American Century.  De helft van het boek gaat over de CIA, Central Intelligence Agency. Betekent dit dat dergelijke instanties de Deep State vormen? In elk geval beïnvloeden ze de top van de regering. 

Clubs behoren tot het sociale netwerk van de machtselite en denktanks tot wat Domhoff het policy-planning netwerk noemt. Deze netwerken vallen evenals banken buiten de staat, maar hebben er grote invloed op. Blijft de CIA over. Inlichtingendiensten behoren niet tot het policy-planning network en worden daarbij niet vermeld door Domhoff. Behoren ze tot de Deep State? Vormen ze The Invisible Government zoals een boektitel over de CIA luidt, een staat in de staat? Als de helft van een boek over de Deep State over de CIA gaat, valt de CIA daar kennelijk onder.

De term Deep State blijft schimmig, onduidelijk en suggestief, terwijl termen als machtselite, policy-planning netwerk, denktanks en inlichtingendiensten, die in een netwerk zijn verweven, duidelijker zijn te onderscheiden. Daarom vormen de boeken van Mills en Domhoff een welkome sociologische aanvulling op het spannende en onthullende boek van Middelkoop en Dollee.

De eerste helft van het boek gaat over de macht van het geld, vooral de FED, De Federal Reserve Bank, de Centrale bank van de VS die geen overheidsinstelling, maar in particuliere handen is, waardoor een aantal zeer rijke personen en banken beschikken over macht over het overheidsgeld. Verder de Bank of International Settlements (BIS), ‘de Centrale Bank der Centrale Banken’ in een privaat, wereldomspannend systeem van financiële controle, waarmee het politieke systeem van elk land en van de wereldeconomie als geheel kon worden beheerst.” (p98,106) Dit had wat meer toegelicht kunnen worden en toont de macht van het grote geld, zoals ook eerder Mills, Domhoff en Rothkopf en anderen beschreven. Middelkoop en Dollee gaan verder vooral in op de CIA en de missers van deze inlichtingendienst. 

 Nogmaals de CIA 

Hoe de macht van het geld via de CIA de wereld zou beheersen wordt door Middelkoop en Dollee ten dele toegelicht. De Amerikaanse politiek staat in dienst van Amerikaanse multinationals en de macht van het geld en de CIA faciliteert daarbij waar nodig. De CIA schiet echter tekort om een staat in de staat te kunnen zijn en kan niet worden beschouwd als representant van de Deep State. Dat leert De geschiedenis van de CIA zoals de ondertitel luidt van het boek Een spoor van vernieling van Tim Weiner. De titel is ontleend aan President Eisenhower, die een inlichtingendienst een ”onaangename maar wezenlijke noodzaak” noemde. (p11,193)

“De CIA werd [ook] berispt en geminacht door de presidenten Johnson, Nixon, Ford en Carter. Geen van hen begreep hoe de dienst werkte... Net als de Amerikaanse pers kwam de dienst tot de ontdekking dat de geleverde informatie werd verworpen als ze niet overeenstemde met de vooropgezette meningen van de presidenten... De CIA verhulde gemaakt missers... door de presidenten Eisenhower en Kennedy een rad voor ogen te draaien,” aldus Weiner (p13)

Weiner was correspondent buitenland en nationale veiligheid voor de New York Times. Zijn boek is bekroond met de National Book Award en hij won de Pulitzer Prijs voor artikelen over ‘black budget spending’ van het Pentagon en de CIA. Zijn boek over de CIA wordt de de Washington Post beschreven als “een vernietigend portret van een inlichtingendienst die meestal faalde bij het voorspellen van belangrijke politieke gebeurtenissen... mensenrechten schond, Amerikanen bespioneerde, moordaanslagen... beraamde en zoveel geld stak in klungelige doofpotoperaties dat hij niet toekwam aan zijn eigenlijke werk: het verzamelen en analyseren van informatie.”

Het chaotische karakter van de CIA, dat een verwrongen weerspiegeling geeft van de Amerikaanse machtspolitiek, komt bij Middelkoop en Dollee minder naar voren. De dienst was geen coherente organisatie in handen van de Deep State, maar was verantwoording verschuldigd aan de President, die de vaak uitdijende dienst kon hervormen en kortwieken. De directeur en leidende personen kwamen uit de machtselite en geloofden in de bijzondere missie van de VS om de belangen van de vrije wereld te verdedigen tegen het communistische gevaar. Behalve met spionage ook zo nodig met geweld, omkoperij, intimidatie, manipulatie van de publieke opinie, vervalsing van verkiezingsuitslagen, en militaire coups, interventies die vaak geen succes hadden. De bekendste mislukkingen zijn de Varkensbaai-invasie in Cuba en de oorlogen in Vietnam, Irak en Afghanistan.

De CIA werd in 1947 opgericht in een tijd dat democratieën werden bedreigd door totalitaire staten. Het is begrijpelijk dat regeringen meer van het doen en laten van die staten wilden weten en het beleid op feitelijk inlichtingen wilde baseren “teneinde aanvallen op de eigen bevolking te voorkomen” en die van andere naties. Maar in deze informatievoorziening heeft de CIA meestal gefaald, druk doende met onwettige operaties. De democratische waarden die zij meende te willen verdedigen, werden daardoor met voeten getreden ten gunste van Amerikaanse belangen van machtige instanties en bedrijven. Presidenten kregen zelden de inlichtingen die zij nodig hadden, met als gevolg een falend en gewelddadig buitenlands beleid dat ‘een spoor van vernieling’ achterliet.

“De fouten bleken fataal voor talrijke Amerikaanse soldaten en functionarissen in het buitenland, voor circa drieduizend Amerikanen op 11 september 2001... en voor nog eens drieduizend Amerikanen die sindsdien in Irak en Afghanistan het leven lieten... Waar het verstand verzaakte, gaven presidenten de CIA opdracht de loop van de geschiedenis door geheime operaties te beïnvloeden.... hoofdzakelijk blinde uithalen in het donker...Vervolgens verspeelde de dienst zijn rol van betrouwbare bron van geheime informatie door het Witte Huis te voorzien van valse rapporten over de aanwezigheid van massavernietigingswapens in Irak. Het bewind van president George W. Bush maakte op zijn beurt misbruik van de dienst... door er een paramilitaire organisatie in het buitenland van te maken... Het absolute dieptepunt was echter dat het ter ziele gaan van de belangrijkste vijand niet eens werd opgemerkt... dat het communisme bezig was te verschrompelen.” (Weiner, p11-15)  

Samen met de CIA - Cees Wiebes - (ISBN: 9789089537584) | De Slegte

De CIA en de Deep State

Een dergelijke disfunctionerende organisatie kan moeilijk de kern zijn van de machtige Deep State. Bij de blunder wat betreft de massavernietigingswapens in Irak werden machthebbers als vicepresident Dick Cheney en minister van Defensie Donald Rumsfeld naar de mond gepraat. Vanaf het ontstaan was dit al een zwak punt, dat de dienst fataal werd. Het boek van Weiner geeft een gedetailleerd en indringend beeld van het functioneren van de Amerikaanse regering, vooral van defensie, buitenlandse zaken en de CIA vanaf het chaotische begin ervan. Van de reële naoorlogse dreiging toen Stalin Oost-Europa bezette en niemand wist wat hij verder van plan was, tot de fatale blunder in Irak en de daaraan voorafgaande onwetendheid omtrent 9/11, dat nog steeds door mist omhuld is.

Heeft de CIA ook nog iets van waarde gedaan? CIA directeur John McCone heeft bij de Cubacrisis een kernoorlog helpen voorkomen door Kennedy een blokkade tegen Russische schepen te adviseren in plaats van een riskante aanval. Hij had als enige gewaarschuwd tegen plaatsing van Russische raketten op Cuba ruim voordat het bekend werd. Bovendien steunde hij het voorstel van Chroestjov om de Amerikaanse rakketten uit Turkije terug te trekken als de Russen  ze uit Cuba terugtrokken, en hij keerde zich tegen het voorstel van een uiterst riskante invasie van Cuba, waardoor een (kern)oorlog werd voorkomen. (Weiner. p216-234)

Ondanks dit wapenfeit lijkt het werk van de CIA vaak op een aaneenschakeling van onkunde, verkeerde inschattingen, gevaarlijke, mislukte maar ook heroïsche operaties, die soms maar niet altijd met de beste bedoelingen werden uitgevoerd met gevaar voor eigen leven en dat van anderen. Operaties die de wereld niet veiliger en rechtvaardiger hebben gemaakt. “Door de triomfen van de dienst bleven levens en rijkdommen bespaard, door mislukkingen werden ze verspild.” (p11) 

Onderwijl kreeg het grote geld onder al het vaak nodeloze geweld de gelegenheid om meer geld te vergaren, ondanks de vaak enorme verspilling van middelen, mankracht en mensenlevens. Het merendeel van de Amerikanen wil echter geen gewelddadige operaties en interventies enis daarvan onkundig gehouden. Ze willen vrede en een comfortabel leven, zoals Domhoff schreef (p5,127) en gunnen dit ook aan andere mensen waar ook ter wereld.

Als de CIA de Deep State niet representeert, wie of wat dan wel? Is er wel een Deep State en zo ja, wie dan? Het begrip wekt soms associaties met complotdenken, waarvan Mills, Domhoff (p25), Rothkopf,  Middelkoop en Dollee (p281) zich distantiëren en waarbij men meent dat een betrekkelijk kleine groep de macht probeert te grijpen en de wereld wil beheersen of overheersen. Zo’n groep is echter nog niet vastgesteld of geïdentificeerd.

Wel zijn er gevestigde belangen (vested interests) van een grote groep rijke en machtige personen, bedrijven en organisaties met een enorme macht, die de machtselite wordt genoemd. Vooral Mills en Domhoff beschrijven hoe de Amerikaanse (machts)politiek werkt en leidt tot toenemende machtsconcentratie. Via technische middelen, kunstmatige intelligentie, mondiale bedrijven en organisaties lijkt wereldbeheersing angstwekkend dichtbij gekomen, hoewel de wereld nog zo verdeeld is dat conflicten meer zorgen baren.

Er lijkt zich een race te voltrekken tussen groeiende collectieve bewustwording en toenemende verslavende techniek en consumptieartikelen. In hoeverre zal de mensheid meester blijven van de techniek en erdoor worden meegenomen? Hoever zal de machtsconcentratie gaan en in hoeverre zal de mensheid meester of horige worden van multinationale bedrijven, organisaties en machtsconcentraties, die de wereld in vergaande mate beheersen?

 

https://presencing-publications.medium.com/poetin-en-de-kracht-van-collectief-handelen-vanuit-een-ruimer-bewustzijn-32f09e209f7f  

Collectief bewustzijn en politiek

Bij Mills, Domhoff, Middelkoop en Dollee ligt de nadruk op de machtselite, hoewel Mills deze an het eind van zijn studie in verband brengen met de massasamenleving en de ‘public mood’, een term de in de buurt komt van collectief bewustzijn, dat door Durkheim omschreven wordt als “gemeenschappelijke gevoelens en gedachten” (The Rules of Sociological Method, p xxi) De steun van een collectief en de publieke opinie kwam reeds naar voren als een belangrijk gegeven in de politiek. Reden om de relatie tussen het collectieve bewustzijn, de politieke en de machtselite nader te beschouwen.

Auguste Comte, die wordt beschouwd als grondlegger van de sociologie, “was ervan overtuigd dat elk volk de regering krijgt die het verdient. Zolang het volk niet anders denkt en wil, heeft het veranderen van de politiek dus weinig zin... Het grote probleem is en blijft de verandering van het denken [en doen] van de mensen.” (Mart-Jan de Jong, Grootmeesters van de sociologie, ‘Auguste Comte’, p28) In plaats van ‘collectief bewustzijn’ gebruikte Comte de term ‘consensus universalis’. In het collectieve bewustzijn is echter niet altijd sprake van consensus. Het kan ook incoherent, disharmonisch en verdeeld zijn. De mate van consensus, coherente of verdeeldheid en andere kenmerken van het collectieve bewustzijn bepalen in belangrijke mate de werking ervan.

Sommige sociale wetenschappers beschrijven een wisselwerking tussen de politiek van de machtselite en het collectieve bewustzijn. “De menselijke geschiedenis wordt slechts ten dele bepaald door de politiek van regeringen. In grotere mate door... anoniem collectieve krachten... door het geheel van acties en reacties van ieder mens, iedere groep en uiteindelijk de hele mensheid. Als de politiek van regeringen regeringen tegen de loop van de geschiedenis ingaat die deze anonieme collectieve krachten bewust en onbewust, gepland en ongepland pogen te realiseren, dan wordt deze politiek na een bepaalde tijd ‘verworpen’ en vervangen door een politiek die gesteund wordt door deze collectieve krachten. Onder deze omstandigheden kunnen regeringen vaak zelf worden ‘weggewerkt’ en vervangen – op een ordelijke of gewelddadige wijze – door regeringen die bereid en in staat tegemoet te komen aan de vraag van de collectieve krachten van de mensheid.” 

De schrijver Leo Tolstoi had een vergelijkbare visie op de politiek, die hij niet zozeer zag als “het resultaat van weloverwogen besluiten van regeringen, maar van blinde krachten in de volkeren. Ze zijn niet het werk van bepaalde individuen (zoals Alexander de Grote en Napoleon)... maar deze individuen komen naar voren door de sociale krachten.” (Oorlog en vrede, Deel 2, hfst 4)

De Koude Oorlog en de wapenwedloop zouden volgens Sorokin plaats kunnen maken voor meer convergentie en dat de collectieven krachten uiteindelijk gericht zouden zijn op vreedzame coëxistentie. “Als de oorlogszuchtige politieke voortduurt en uiteindelijk leidt tot een nieuwe wereldoorlog, zijn de redenen voor een dergelijke catastrofe de onuitputtelijke stupiditeit, hebzucht en slecht begrepen tribale belangen van de regeringen, machtselites en de ‘gehersenspoelde’ massa’s... Er is geen zekerheid dat deze blinde en irrationele krachten in de toekomst zegevieren...” (P.A. Sorokin, The Basic Trends of Our Times, 1964, p86,87) 

Er is inderdaad een dooi gekomen, regeringen en machtsblokken zijn veranderd, maar de stupiditeit, hebzucht en de tribale belangen zijn gebleven na de tijdelijke dooi, die niet heeft doorgezet, maar nu heeft plaatsgemaakt voor een nieuwe oorlog tussen landen en machtsblokken. De mondiale collectieve bewustzijnsverandering gaat traag en het bewustzijn is vaak verdeeld en incoherent. Machtselite gaan hun eigen weg, voor zijn worden teruggeroepen en vervangen onder druk van collectieve krachten. In Oost- en West-Europa vonden in de jaren tachtig een indrukwekkende collectieve veranderingen plaats die resulteerden in een beëindiging en stabilisering van de wapenwedloop en het onvoorspelde einde van de Sovjet-Unie en de democratisering van het voormalige Oostblok, een complex proces dat nog steeds zijn repercussies heeft.

 

https://isgeschiedenis.nl/nieuws/binnen-de-grenzen-blijven-politiek-isolationisme 

De VS spreidt steeds meer zijn vleugels uit over de wereld 

Buitenlandse politiek van de VS

In Roots of War: The Men and Institutions Behind U,S. Foreign Policybeschrijft Richard Barnet een vergelijkbare uitgangspositie: “De permanente oorlog van Amerika kan alleen worden verklaard door de Amerikaanse samenleving te bekijken en de oorlogen van Amerika zullen alleen eindigen als die samenleving verandert... Dit boek stelt dat de strijd van nationale politieke, economische en sociale krachten in een natie de primaire determinanten zijn van het nationaal belang. Kortom, ondanks wat staatslieden beweren en vele burgers geloven is de buitenlandse politiek veeleer een uitdrukking van onze eigen samenleving dan een geprogrammeerde response op wat andere naties doen. Natuurlijk spelen ontwikkelingen van buitenaf een rol in de vorming van het nationale belang, maar deze gebeurtenissen worden gefilterd door Amerikaanse prisma’s [het Amerikaanse collectieve bewustzijn]. De politiek die zich ontwikkelt in antwoord op op wat er gebeurt in Rusland, China, Cuba of waar dan ook is primair een reflectie van Amerikaanse denkgewoonten, Amerikaanse angsten, Amerikaanse hoop en Amerikaanse waarden. Er is niets ‘onvermijdelijks’ wat betreft de manier waarop waarop een land reageert op de buitenwereld.” De reactie hangt samen met de “processen waardoor een samenleving bedreigingen ziet en hanteert... De stelling dat buitenlandse politiek niet significant kan veranderen zonder structurele verandering in onze samenleving is buitengewoon bedreigend voor veel Amerikanen. Hoewel onze samenleving houdt van het idee van verandering... geeft niemand graag zijn oude denkgewoonten of gevestigde privileges op.” (Barnet, p5-7)

De Amerikaanse economie en politiek was na de oorlog ingesteld op oorlog en zocht als het ware een nieuwe vijand. Bovendien waren er spanningen en grote onzekerheid die zich vertaalde in angst voor het communisme. “De Amerikaanse maatschappij... is nog steeds georganiseerd voor oorlog.” (p337) In het voorgaande werd beschreven dat telkens de ene vijand wordt vervangen door een anderen en de strijd doorgaat bijv. in de “War on Terror”.

Barnet brengt deze strijd in verband met het economische en politieke expansionisme van de VS, de handelsopvattingen (business creed) en het nationale belang, waarbij de regering en het bedrijfsleven ook wat betreft het buitenlandse beleid partners zijn (Government-Business Partnership in Foreign Relations) en imperialisme, kapitalismen, expansionis en oolog elkaar omarmen. De publieke stemming en opinie worden gemanipuleerd door de media, zoals eerder beschreven. “In democratische samenlevingen zoals de VS...  zullen leiders het niet wagen de natie in oorlog te betrekken zonder een minimum aan publieke steun.” (p243) “De vatbaarheid van de bevolking voor manipulatie” noemt Barnet de derde wortel van oorlog naast “de machtsconcentratie in een nationale veiligheidsbureaucratie” met oorlogszuchtige expansionistische veiligheidsmanagers en de economische groeibelangen die een expansionistische militaire politiek aanmoedigen en in stand houden. “Er zal geen vredespolitiek zijn tenzij de diepe maar nog niet duidelijk uitgesproken vredesaspiraties van het Amerikaanse volk worden wakker gemaakt... Elke partij wordt nu beheerst door krachten... die menen voordeel te hebben bij permanente oorlog. We hebben een kans op een generatie van vrede  als  het Amerikaanse volk... bereid is een  samenleving te bouwen die geworteld is in een politiek van vrede,” zo eindigt Barnet. (p339-41) Zijn analyse van wortels van de buitenlandse politiek in het veiligheidsmanagment, de expansionistische groei-economie en de publieke opinie komt overeen met die van andere genoemde schrijvers.

 

https://historiek.net/communistisch-rusland-geschiedenis/140705/

Achter Lenin, Stalin en andere leiders bevond zich een collectief 

Collectieve krachten in de Sovjet-Unie

Wat betreft andere machtsblokken schrijft Barnet: “Moderne wereldrijken kunnen enige tijd met politie worden gehandhaafd, maar niet met legers. Als de weerstand van de bevolking zo groot is, dat er een leger moet worden gestuurd om het rustig te houden, gaan de kosten van de imperiale voordelen de baten te boven.”(p22) Iets dergelijks gebeurde met het Sovjet-imperium. ook daar werkten collectieve krachten. Democratie vraagt een bepaalde vorm van collectief bewustzijn en educatie van de bevolking. In een autocratie belichaamt de autocraat het collectieve bewustzijn. “Zijn macht komt voort uit het feit dat hij de verpersoonlijking is van het morele gezag van het collectieve bewustzijn: het is niet zijn macht die de vorm van samenleving creëert waarin hij heerst, maar de samenlevingen die deze macht creëert.” (Anthony Giddens in Emile Durkheim, Selected Writings, p47)

Hoewel in de Sovjet-Unie een ander economisch, politiek en maatschappelijk systeem geldt, is een overeenkomst met de VS dat een “externe vijand geïnstitutionaliseerd werd als essentieel kenmerk van de Sovjet politiek.” (W. Rostow, The Dynamics of Soviet Society, p149) Het communisme is verder ook een expansionistisch systeem. Er zijn vergelijkbare maar ook andere collectieve krachten aan het werk als in de VS.

Leiders rouleren meestal niet door verkiezingen, maar door (paleis)revoluties en interne machtsstrijd, waarbij de sterkste en meest meedogenloze boven komt drijven, en omdat ze meer meebewogen met historische collectieve krachten, in de zin van Sorokin (p207) Stalin wist “collectieve steun op te bouwen door mee te bewegen met de collectieve krachten en opvattingen van zijn volgelingen.. De andere erfgenamen van Lenin belemmerden elkaar. Stalin maakte daar sluw gebruik van. Hij bouwde een partij-machine van steunverleners om de anderen te verslaan.” (M. McAuley, Politics and the Soviet Union, p114) Ruslandkenner George Kennan bevetigt dit in zijn Memoirs. (p279) Aan zijn zuiveringen werkten vele duizenden medewerkers mee. Het was het werk van een dienstbaar slaafs collectief onder zijn leiding. Het geeft aan dat er in het autocratische Rusland ook collectieve krachten werkzaam zijn, die samenhangen met het collectieve bewustzijn en ideologische rechtvaardiging. (Zie o.m. A. Antonov-Ovseyenko, The Time of Stalin: Portrait of a Tyranny)

Ook andere Sovjet-leiders hadden een collectief achter zich. Breznjev begon samen met premier Kosygin met een collectief leiderschap, waarbij hij later boven kwam drijven. Gorbatsjov werd naar voren geschoven door de voorgaande leider en vormalige KGB chef Andropov, die wegens ziekte het veld moest ruimen. Jeltsjin trad naar voren na een mislukte coup tegen hem en Gorbatsjov, waarbij hij op een tank klom en het leger zijn zijde koos. Bij de daaropvolgende verkiezingen werd hij tot president gekozen. Hij vroeg Poetin, de toenmalige KGB chef hem op te volgen toen hij zich terugtron wegens gezondheids- en drankproblemen. Poetin bouwde zijn machtbasis verder uit, zoals ook de andere leiders hadden gedaan, ieder met zijn eigen collectieve steun.

De loop van de geschiedenis heeft na de Koude Oorlog een onverwachte wending genomen onder druk van collectieve krachten en het Oost-Europese collectieve bewustzijn, dat hunkerde naar vrijheid. Toen deze krachten werden gebundeld, was er geen houden meer aan. Gorbatsjov weigerde ze met geweld te onderdrukken, zoals Brezjnev eerder had gedaan. Ook in de Sovjet Unie vond een verandering in het collectieve bewustzijn en het leiderschap plaats die Gorbatsjov ‘glasnost’ en ‘perestroika’ noemde, die echter een chaotisch karakter kreeg en tegenkrachten opriep onder leiding van Poetin. 

https://www.nonfiction.fr/article-9805-quest-ce-que-le-nazisme.htm

Het nazisme was een megalomane massabeweging 

Nazi-Duitsland

Na de VS en de Sovjet-Unie biedt Nazi-Duitsland een derde voorbeeld van de werking van collectieve krachten in de politiek. De Nazi-partij kreeg de meerderheid van het volk mee, waarvan een groot deel gevoelens van frustratie en ressentiment kende, een term die Domhoff gebruikt voor een deel van het Amerikaanse volk, dat zich afreageert op de emancipatie van de zwarte bevolking. De verloren oorlog en de economische malaise die werd verergerd door onmogelijke herstelbetalingen, versterken dergelijke gevoelens in Duitsland, waar het nationaalsocialisme op inhaakte.

Het Nazisme wordt niet alleen verklaard uit “misleiding door een groot aantal avonturiers... en scheefgegroeide met wrok vervulde individuen... De aanwezigheid van dergelijke lieden in grote getale is opm zichzelf een telen van maatschappelijke ontwrichting... Achter deze moderne misleiding van de massa staat nl. het feit dat in de  Europese cultuurwereld miljoenen leven zonder enige wezenlijk contact met waarden van de geest... die eeuwenlang richtend en normatief zijn geweest [en] door miljoenen niet meer als zodanig worden beleefd... het moderne massa-nihilisme... desintegratie van de cultuur... Daarom is het mogelijk geworden dat miljoenen grijpen naar dictatuur van de sterke man: het vacuüm wordt gevuld met macht. Daarom zijn dfascisme en nationaalsocialisme... tekenen geweest van een maatschappij en cultuur in ontbinding. Hetgeen ook wil zeggen: indien de desintegratie niet wordt vervangen door re-integratie, indien niet een maatschappelijk orde op grond van een geestelijk beginsel tot stand komt en massa-nihilisme wordt overwonnen, dan blijven dictatuur en terreur dreigen,”  schrijft theoloog en socioloog Willem Banning in zijn toenmalige standaardwerk Hedendaagse sociale bewegingen (1938, 1964, p224) In combinatie met economische malaise en massale manipulatie van het publiek bleek dit een voedingsbodem voor het nazisme.2 In hoeverre dergelijke gevoelens en factoren een rol spelen in de huidige politiek, met name bij het populisme, is een andere kwestie die het bestek van dit commentaar te buiten gaat.

Slot: het belang van ontwikkeling van collectief bewustzijn

Het bovenstaande wijst op het belang van ontwikkeling van het individuele en collectieve bewustzijn, zodat het meer resistent is tegen frustratie, ressentiment,manipulatie en complotdenken en meer openstaat voor rationele overwegingen. Het collectieve bewustzijn van het volk blijkt in combinatie met economische en politieke factoren een factor te zijn geweest bij het ontstaan van het nazisme, de beëindiging van de oorlog in Vietnam, de liberalisering van oost-Europa en de val van het communisme. 

Het kan ook in de huidige en toekomstige ontwikkelingen van wezenlijke betekenis zijn om de trends van onze tijd te keren in een meer gunstige en levensbevorderende richting, waarvoor een andere levenswijze vereist lijkt, die een ander bewustzijn vraagt. Minder gericht op excessieve consumptie en meer op levenswaarden. Daarover is al eerder geschreven, zie met name de bijdragen van Toon van Eijk, de bespreking van Het beteknisweb van Jeremy Lent in vorig nummer en de bijdragen over Bewustzijnscultuur van Thomas Metzinger in dit nummer.

Literatuur

Behalve de reeds vermelde literatuur zijn de volgende boeken relevant:

Richard J. Barnet, Roots of War; The Men and Institutions behind U.S. Foreign Policy (1971,1972), samengevat in P. Ransijn en N. Schulte, Bewustzijn als bewapening: Vrde en ontwapening door groei van collectief bewustzijn, hoofdstuk 9.

Chrystia Freeland, Plutocrats; The Rise of the New Global Super-Rich (2012)

David Rothkopf,Running the World: The Inside Story of the National Security Council and the Architects of American Power. (2009) Zijn boek Superclass. The Global Power Elite and the world They Are Making  (2008) is besproken in CM 126

Noten

  1. Over de farmaceutische en voedingsindustrie zie CM 29,30,35,77,79,83,88,89,112,138. Over Big Tech, zie CM 124,125,127
  2. Andere studies over de opkomst van het nazisme zijn Erich Fromm, De angst voor vrijheid; The Sane Society, over (frustratie van)fundamentele menselijke behoeften; Anatomy of Human Destructiveness en zijn studie naar Duitse arbeiders in 1930 (samengevat in Intermediar 3 juli 1981) en G. Remmers-Leunk, ‘Het nationaal-socialisme en de economische crisis van 1929’ (in Intermediair, 29 mei 1981); Emile Durkheim, L’ Allemagne au dessus de tout (Deutschland über Alles) en La mentalité allemande et la guerre (De Duitse mentaliteit en de oorlog); John Maynard Keynes, The Economic Consequences of the Peace; Walter Laqueur, Het gruwelijke geheim: De waarheid over Hitlers endlösung verdrongen / The Terrible Secret: Suppression of the Truth about Hitler’s ‘Final Solution’, die al sinds 1941 bij velen bekend was; Bart Landheer, Pause for Transition: An Analysis of the Relation between Man, Mind and Society, p193 e.v.; Karl Mannheim, Man and Society in an Age of Reconstruction, p128 e.v. over de organisatie en manipulatie van ongeorganiseerde onzekerheid. Naar deze studies wordt verwezen in Piet Ransijn  en Nico Schulte, Bewustzijn als bewapening: Vrede en ontwapening door groei van collectief bewustzijn (1982) en Piet Ransijn, Collective Consciousness and Peace; A Sociological Study (Ph D Dissertation, University of Rajasthan, Jaipur, India 1984)