Milieu

Civis Mundi Digitaal #143

door Jan de Boer

Boerenopstanden en hoe verder?
Luchtvervuiling en de lobby van de olie-industrie
Oceanen en de klimaatopwarming

Boerenopstanden en hoe verder?

 

De Europese landbouwers zijn des duivels. De woede van de Franse boeren – overigens geen gesloten front – is niet nieuw, maar de emmer loopt voor hen nu over. Zij richt zich tegen de « politiek », tegen de regering, tegen de Europese Unie. Ik kan die woede voor een groot deel goed begrijpen: een overbelasting van werk, toenemende kosten, sterk dalende inkomsten, steeds weer nieuwe regels van Parijs en Brussel, enzovoort, enzovoort. Maar de woede van de Europese boeren glijdt nu af naar een gevaarlijk terrein van anti-democratische, anti- Europese, racistische en in sommige gevallen zelfs fascistische gevoelens. Hun goed betaalde redders floreren, want zij dragen de simpelste oplossingen aan: alles moet verdwijnen. De regering, de Europese Unie, de milieubeschermers… de klimaatcrisis wordt ontkend… Trump is niet ver weg! Overal ontwikkelen zich deze extremistische partijen. Er zijn duidelijke voorbeelden daarvan in Frankrijk, in Nederland, in Letland, in België…

Natuurlijk, de woede moet vertolkt worden, maar er moet nu eindelijk eens een serieus politiek debat opgestart worden door de politieke partijen die de problemen van de boeren al veel te lang hebben genegeerd, niet in de laatste plaats in Frankrijk. Om de landbouwers het hoofd te kunnen laten bieden tegen de gevolgen van een steeds ingrijpender klimaatverandering en prijsfluctuaties is het dringend noodzakelijk dat er een juridisch kader komt dat een sociaal rechtvaardig en voor milieu en klimaat respectvol landbouwbeleid garandeert. Daarbij is de transitie naar landbouwecologie noodzakelijk voor de Europese voedselveiligheid. Deze transitie moet aangemoedigd en ondersteund worden.

Tot nu toe heeft de COPA-Cogeca, de lobby van de grote Europese landbouworganisaties, met hulp van de conservatieven en extreem-rechts in het Europees Parlement deze noodzakelijke transitie weten tegen te houden. Dit is duidelijk gebleken bij de stemming over de hervorming van het Europese Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Zij die zich nu als redders van de agrarische wereld presenteren, hebben gestemd ten gunste van de privileges van de grote landbouwbedrijven, de agrarische voedselindustrie en de noodlottige vrijhandelsverdragen die Europa overstromen met goedkope, uiterst milieu-onvriendelijk geproduceerde landbouw- en (pluim)veeteelt-producten die de Europese boeren de nek omdraaien. Om maar te zwijgen over het zomaar toelaten van uiterst milieu-onvriendelijke landbouw- en pluimvee-producten uit Oekraïne, die daar een paar oligarchen verrijken.

In dit jaar van Europese verkiezingen volstaan visionaire beloftes en de zoveelste aankondigingen van een dialoog niet langer. Zo heeft de voorzitster van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, ook weer een nieuwe « strategische dialoog over de landbouw » beloofd, terwijl ze wat betreft de « Green Deal » al heel wat concessies aan de landbouwindustrie heeft gedaan. Over geloofwaardigheid gesproken!

In het belang van alle boeren moet er mijns inziens op zijn laatst in 2025 een nieuwe start gemaakt worden met een duurzaam GLB. Hier mijn idee voor Frankrijk, met zijn uitgestrekte platteland. Subsidies moeten uitsluitend toegekend worden voor de transitie naar landbouwecologische systemen en voor gevarieerde landbouw op menselijke maat. Het plattelandsontwikkelingsbeleid moet voor essentiële en gedecentraliseerde economische en sociale infrastructuren zorgen, noodzakelijk voor het creëren van lokale voedselsystemen als bescherming tegen crises. Financiering moet niet, zoals gebruikelijk, per hectare toegekend worden, maar naar verhouding van de gerealiseerde vooruitgang wat betreft de ecologische transitie en de creatie van rurale banen. Het inkomen van landbouwers moet komen uit eerlijke concurrentie op de markt (daar is nu geen sprake van, omdat andere Europese landen niet onderworpen zijn aan dezelfde sociale en milieunormen, dus is er werk aan de winkel voor de EU) en goede samenwerking tussen hen en de lokale voedselbedrijven. Een duidelijk zichtbare bescherming tegen sociaal-ecologische dumping door import en een duidelijke samenhang met het volksgezondheidsbeleid moet deze nieuwe start van een duurzaam GLB aanvullen.

Creativiteit, tolerantie en Europese samenwerking zijn het beste recept tegen woede en wanhoop in tijden van crises.

Helaas horen Macron, premier Attal en de minister van landbouw en voedselvoorziening tot de conservatieven. Zij kennen maar één woord: produceren, met grote, geautomatiseerde en gerobotiseerde landbouwbedrijven, en veelal monoculturen (waarbij fytosanitaire producten onmisbaar zijn). Om de Conféderation Paysanne – kleine boerenbedrijven met meestal respect voor het milieu – nu niet voor het hoofd te stoten wordt weer uiterst minimale steun aan biologische boerenbedrijven gegeven.

Op een nieuwe start van het GLB gericht op duurzaamheid is dus helaas weinig kans.

 

Geschreven in februari 2024

 


Luchtvervuiling en de lobby van de olie-industrie

 

Het hoofd van de groep conservatieve Europarlementariërs, de Tsjech Alexandr Vondra, organiseert in maart in Brussel een hoorzitting over het voorstel van de nieuwe Euro 7-norm inzake luchtvervuiling door auto’s, die hij bestrijdt. De deelnemers worden uitgenodigd om een antwoord te geven op de vraag: « buitenkans of bedreiging? ».

Te midden van de gevraagde experts inzake de « milieu- en gezondheidsaspecten » is er een vertegenwoordiger van « Concawe »: een organisatie voor de « Conservation of Clean Air and Water in Europe ». Onbekend bij het grote publiek, maar niet bij de Brusselse functionarissen, suggereert deze naam een organisatie ter verdediging van het milieu.

Maar het tegendeel is waar. Concawe, zestig jaar geleden gecreëerd door twee kaderleden van de oliereuzen BP en Exxon die zich zorgen maakten over de Europese regelgeving betreffende de activiteiten van hun sector, is de « wetenschappelijke » arm van « FuelsEurope », de almachtige Europese vereniging van brandstoffabrikanten.

De baas van TotalEnergies, Patrick Pouyanné, was in 2013 vice-president van deze vereniging. Haar missie: « solide wetenschap » produceren betreffende de milieu- en gezondheidsimpact van de olie-industrie, laat Concawe op zijn internetsite weten. Het doel: « Bijdragen aan een helder wettelijk besluit ». Concawe heeft een jaarlijks budget van 16 miljoen euro, heeft acht wetenschappelijke kaderleden, tien aan haar verbonden wetenschappers en externe raadgevers, allemaal aangewezen door de olie-industrie. Het is een « fabriek » voor het produceren van studies en rapporten. Haar catalogus telt enige honderden studies en rapporten. Meer dan tweehonderd werden in de laatste vijf jaar gepubliceerd in wetenschappelijke bladen, met resultaten die maar al te vaak wetenschappelijke overeenstemmingen in twijfel trokken, aldus een op 29 november vorig jaar gepubliceerd onderzoek van de NGO « Transport and Environment » (T and E).

Dat is met name het geval voor de gezondheidseffecten van stikstofdioxide (NO2), een in hoofdzaak door autoverkeer door dieselauto’s uitgestoten giftig gas. In 2014 publiceerde Concawe een hieraan gewijd « overzicht van recente studies », met als conclusie dat er « aanzienlijke twijfels » aan deze voor de gezondheid giftige effecten kleven. Vier jaar later overhandigde Concawe een studie aan het Europees Milieu-agentschap (EEA) waarin gesteld werd dat het verband tussen blootstelling aan NO2 en sterfte « allerminst bevestigd is » en dat verder onderzoek noodzakelijk is. Volgens de laatste schattingen van het EEA is de blootstelling aan NO2 in de Europese Unie verantwoordelijk voor ten minste 52.000 overlijdens per jaar.

Ebba Malmqvist, professor bedrijfsgeneeskunde en milieu, universiteit Lund (Zweden), met een zestigtal wetenschappelijke artikelen, met name over de gezondheidsimpact van luchtvervuiling: « Met resultaten selecteren, tijd rekken en steeds nieuwe onderzoeken eisen past de olie-industrie dezelfde strategie toe als die van de tabaksindustrie voor het zaaien van twijfel. » Volgens de enquête van « T and E » heeft Concave deze strategie met name en ook met succes gebruikt om de versterking van de normen voor blootstelling van arbeiders aan benzeen aan te scherpen. Benzeen is al in 1979 door het Internationale centrum voor kankeronderzoek geclassificeerd als kankerverwekkend voor mensen en is één van de giftigste luchtvervuilers.

In 2017 lanceerde de EU het proces voor de herziening van de grens van professionele blootstelling (VLEP), rekening houdend met de laatste wetenschappelijke publicaties. Deze laten met name een toename van risico’s op leukemie zien. Op basis van deze gegevens heeft het Europese Agentschap van chemische producten (ECHA) voorgesteld het VLEP drastisch te verlagen.

Dat was een aanbeveling die niet goed viel bij de olie-industrie. In een in november 2017 gezonden e-mail aan de voorzitter van het evaluatiecomité van risico’s (CER) van het ECHA geeft Concawe uiting aan zijn « bezorgdheid » en verzekert hij dat « nieuwe wetenschappelijke bewijzen gedeeld met de werkgroep van het wetenschappelijk comité de door het CER voorgestelde waarde niet ondersteunen, die wij als te conservatief en wetenschappelijk ongerechtvaardigd beschouwen ».

Concawe refereert met name aan een studie gepubliceerd in 2017 in « Chemico-Biological Interactions ». Deze door Concawe gefinancierde studie en met name geredigeerd door twee van haar kaderleden (Peter Boogaard, professor universiteit Wageningen, en Hans Ketelslegers, universiteit Maastricht en vroeger werkzaam bij ExxonMobil) concludeert dat er « geen verhoogd risico te wijten aan benzeen bij lagere niveaus van blootstelling is ». In 2012 had Concawe al in het « Journal of the National Cancer Institute » gepubliceerde onderzoek van A. Robert Schnatter, een leidinggevende bij ExxonMobil, gefinancierd, waarin geconcludeerd werd dat de nu toegepaste VLEP in Europa « meer dan voldoende was voor de bescherming van de gezondheid van de arbeiders tegen leukemie gelieerd aan benzeen ».

De lobby werd voortgezet in de gangen van de Europese Commissie. In maart 2019 ontmoetten leden van Concawe de vertegenwoordigers van de algemene directie werkgelegenheid van de EU, belast met het redigeren van projecten betreffende directieven inzake de bescherming van werknemers, en haalden er studies aan over de ECHA waarin sprake was van te verwaarlozen risico’s. De epidemioloog Peter Infante, specialist in benzeen: « De olie-industrie betaalt consultants voor het produceren van risico-evaluaties die aan moeten tonen dat benzeen weliswaar leukemie kan veroorzaken, maar dan wel bij hoge niveaus van blootstelling. De regelgevende organen hebben daardoor niet de blootstellingsgrenzen willen verlagen ». De reactie van Concawe: « Alle zinspeling betreffende de gefinancierde studie om de Europese regelgeving af te remmen is complete onzin en niet te accepteren. Ons werk biedt evaluaties, conclusies en aanbevelingen gebaseerd op solide wetenschappelijke gegevens ».

De ECHEA bevestigt dat Concawe « deel heeft genomen aan de procedure » en dat « vertegenwoordigers van de olie-industrie ook deelgenomen hebben aan de plenaire sessie van haar comité van risico-evaluaties ». Het Agentschap herinnert eraan dat het « een wetenschappelijke aanbeveling » biedt, maar dat de beslissing voorbehouden is aan de DG werkgelegenheid van de Europese Unie.

 

Geschreven in januari 2024

 


Oceanen en de klimaatopwarming

 

Volgens het Europese instituut Copernicus hebben de warmtegolven in zee verwoestende gevolgen. De Amerikaanse National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA): « Negen opeenvolgende maanden met record-temperaturen, en voldoende geabsorbeerde energie in één jaar om 2,3 miljard olympische zwembaden aan de kook te brengen, » laat een artikel in het tijdschrift « Advances in Atmospheric Sciences » ons weten. De equatoriale Grote Oceaan, de Middellandse Zee, de Caraïbische Zee: al deze gebieden staan duurzaam op het rode sein, met vaak temperatuurafwijkingen die nog veel indrukwekkender zijn dan die in de atmosfeer. Op wereldschaal heeft de gemiddelde oppervlaktetemperatuur (Sea Surface Temperature, SST) van april tot december 2023 maandelijks records gebroken, met eind augustus een nog nooit vertoonde 21,1 graden. Deze dynamiek heeft zich voortgezet in januari 2024.

De noordelijke Atlantische Oceaan heeft van juni tot december 2023 zelfs exceptionele SST’s gekend, zoals eind augustus een record van 25,19 graden. Dit had in verschillende zones zee-hittegolven tot gevolg, zoals met +4 graden ten westen van Ierland. Karina von Schuckmann, oceanograaf en specialist in energie-onevenwichtigheden op aarde bij de organisatie Mercator Ocean International: « Het zijn waarden die alle verwachtingen verre overtreffen en veroorzaakt zijn door de in de diverse modellen voorziene klimaatopwarming. »

Het exceptionele jaar 2023 voegt zich bij andere jaren die ook gekenmerkt werden door een sterke klimaatopwarming. Wegens de grote variatie van oppervlaktewateren hebben klimatologen er de voorkeur aan gegeven om zich te buigen over de geaccumuleerde energie door in de diepe oceanen, om zo de evolutie van de Ocean Heat Content de bestuderen. In hun studie van 11 januari hebben wetenschappers van de Chinese Academie van wetenschappen en het NOAA geconcludeerd dat de eerste 2000 meter van alle oceanen in twaalf maanden opgewarmd is met 9 tot 15 zetajoule (de door de mensheid in één jaar geconsumeerde energie bedraagt ongeveer 0,5 zetajoule). In hun rapport laten de wetenschappers weten dat « de tropische Atlantische Oceaan, de Middellandse Zee en de Oceanen op het zuidelijk halfrond hun hoogste Ocean Heat Content sinds de jaren 1950 hebben geregistreerd ». In een andere op 23 december 2023 in het tijdschrift « Science Reports » studie hebben wetenschappers vermeld dat de opwarming van de oceanen op wereldschaal zich versnelt met een relatief constant ritme van 0,15 watt per vierkante meter over alle decennia.

Deze waarden geven aanvullende bewijzen voor de intensiteit van de opwarming op wereldschaal als gevolg van menselijke activiteiten. Karina von Schuckman: « De oceanen zijn een soort schildwachten niet alleen om de actuele situatie in de gaten te houden, maar ook de komende evolutie van de klimaatverandering. En de constatering is duidelijk: de oceanen warmen zowel op aan de oppervlakte als in de diepte. Vandaag de dag kent onze Aarde een verstoord energie-evenwicht, te wijten aan broeikasgassen. Ongeveer 90% van dit teveel aan warmte wordt geabsorbeerd door de oceanen. Analyseren hoe zij in de loop van de tijd veranderen, is een goede indicatie van veranderingen op planetaire schaal. » Het is een situatie die zeker gaat verergeren. « Veel veranderingen, te wijten aan vroegere en toekomstige uitstoot van broeikasgassen, zijn gedurende eeuwen of duizenden jaren onomkeerbaar, met name wat betreft de veranderingen in de oceanen, de ijskappen en het mondiale zeeniveau, » kan men lezen in het zesde rapport van het IPCC over de evolutie van het klimaat. In mijn artikel « De apocalyps en wat ons nog rest te doen » heb ik daar ook ruimschoots op gewezen.

Deze voortdurende opwarming van de oceanen heeft belangrijke gevolgen voor menselijke samenlevingen, voor de cryosfeer en voor de biodiversiteit. De accumulatie van deze warmte heeft een dilatatie, een uitzetting, tot gevolg die verantwoordelijk is voor ongeveer een derde van de verhoging van het zeeniveau, een versneld smelten niet alleen bij de Noordpool maar ook in Antarctica, een sterk toegenomen verdamping die de kracht van orkanen versterkt.

De effecten op de biodiversiteit zijn eveneens niet te onderschatten, met blekende koraalriffen en de stress die heel de fauna ondergaat. De « blob », een zee-hittegolf die tussen 2014 en 2016 plaatsvond in het noordoosten van de Grote Oceaan en in Alaska, verminderde de verbreiding van fytoplankton, hetgeen de grote hoeveelheid zoöplankton en kleine vissen sterk terugbracht en de dood van ongeveer een miljoen vogels veroorzaakte, aldus een op 18 oktober 2022 gepubliceerd rapport in het tijdschrift « Nature Reviews Earth and Environment ». De auteurs: « Met het voortgaan van de klimaatopwarming worden deze gebeurtenissen en hun gevolgen steeds ernstiger: de klimaatmodellen voorzien dat van nu tot 2080 hun frequentie met 50 keer kan toenemen ». Met het levensgrote risico dat de voedselketen het loodje legt.

Maar er zijn andere minder bekende effecten die op lange termijn nog veel gevaarlijker zijn. De « stratificatie » van het oppervlaktewater, een fenomeen dat de menging met water uit de diepte afremt en dus ook de door de oceanen geabsorbeerde berging van de CO2, wordt steeds intenser. Een uiterst zorgwekkende terugkoppeling, als men beseft dat de zeeën de overgrote meerderheid van door de mensheid uitgestoten broeikasgassen opvangen.

 

Geschreven in februari 2024