Aarde en milieu

Civis Mundi Digitaal #144

door Jan de Boer

De klimaatcrisis: vreedzame protestacties steeds meer door regeringen onderdrukt
Hervorming van de internationale handel in landbouwproducten is dringend noodzakelijk

De klimaatcrisis: vreedzame protestacties steeds meer door regeringen onderdrukt

 

Demonstratieverboden, hard ingrijpen van ordetroepen, intimidatie, gelijkschakeling met terrorisme, creatie van nieuwe strafbare feiten, zware straffen en veroordelingen… « De onderdrukking van ecologische militanten die hun toevlucht hebben genomen tot vreedzame ongehoorzaamheid-acties is een belangrijke bedreiging voor de democratie en de mensenrechten, » aldus speciale rapporteur van de Verenigde Naties Michel Forst in een rapport van 28 februari.

Dit rapport biedt een samenvatting van ruim een jaar aan informatie, verzameld in Europese landen die de conventie van Aarhus hebben ondertekend inzake toegang tot informatie, participatie van burgers bij beslissingsprocessen en toegang tot justitie inzake het milieu. Vreedzame manifestaties voor het milieu worden beschermd door deze conventie, die eind 2021 ook de speciale rapporteursfunctie instelde.

Wegblokkades, bezetting van een vliegveld, onderbreking van een sportevenement of een algemene vergadering van een oliemaatschappij… De militanten van het milieu nemen steeds meer hun toevlucht tot vormen van mobilisatie die de publieke ruimte kunnen (ver)storen. De speciale rapporteur maakt zich erg ongerust over het « buitenmaatse antwoord » van overheden en over « de duidelijke toename van onderdrukking en de criminalisering » van deze bewegingen in een groeiend aantal landen.

Deze criminalisering heeft allereerst stevig wortel geschoten in politieke uit- en toespraken, evenals in de media, waar de ecologische militanten steeds vaker worden gepresenteerd als « een bedreiging voor de democratie ». In Frankrijk kwalificeerde de minister van binnenlandse zaken, Gérard Darmanin, de confrontatie met de oproerpolitie tijdens de manifestaties tegen de voor het milieu zeer schadelijke « mégabassines », eind 2021 in Sainte Soline, als « eco-terrorisme ». Hij verbood vervolgens de beweging van de « Soulèvements de la Terre » – de bij deze confrontatie betrokken beweging van de ecologische militanten – maar dit verbod werd vervolgens door de Franse Raad van State terecht vernietigd.

In Duitsland vergeleken conservatieve leiders (CSU) de « Letze Generation » met hun spectaculaire acties (blokkering van autoroutes en een vliegveld, het gooien van puree op de beschermende glasruit van een schilderij van Monet in een museum in Potsdam) met de extreem-linkse terroristische groep « Rote Armee Fraktion ». Het rapport onderstreept dat de Duitse media deze retoriek (« radicalen », « extremisten », « geweldplegers ») gebruiken om in de publieke opinie het idee verbreiden dat deze milieubewegingen behandeld moeten worden als criminele organisaties.

De criminalisering van de milieu-militanten vertaalt zich vervolgens in de ontwikkeling van wetgeving. In Denemarken staan de « klimaat-extremisten » op de lijst van « terroristische bedreigingen ». In Spanje wordt « Extinction Rebellion » sinds 2022 aangemerkt als een internationale terroristische organisatie. In Italië is in januari een wet « ecovandalisme » van kracht geworden, met straffen die kunnen oplopen tot 5 jaar gevangenisstraf. In Engeland zitten rond de 120 milieu-activisten in de gevangenis sinds de conservatieve regeringen nieuwe straffen hebben geïntroduceerd voor zaken als het zich vastmaken aan een gebouw.

De speciale rapporteur vermeldt ook « harde en overmatig gewelddadige » interventies van politiemachten tijdens vreedzame manifestaties. Gebruik van plastic kabelbinders in Duitsland, gepeperd gas in Oostenrijk en Finland, waterkanonnen in Nederland, traangas en « Ball Launchers » in Frankrijk. Het rapport spreekt eveneens van « mishandeling » bij inhechtenisneming met « vernederingen » als naakt fouilleren en « intimidaties ». Het onthult verder onderzoeks- en surveillance-maatregelen die normaliter gelden voor de georganiseerde misdaad en steeds zwaardere straffen in de rechtbanken.

Michel Forst is van oordeel dat « overheden een klimaat van angst en intimidatie creëren » dat « een afschrikwekkend effect heeft inzake de capaciteit van de maatschappij om het hoofd te bieden aan de milieucrises die uiterst dringende urgentie hebben ». Hij roept dan ook op om onmiddellijk te stoppen met het gebruik van maatregelen bestemd voor de strijd tegen terrorisme en de georganiseerde misdaad tegen de verdedigers van het milieu » en « eindelijk de werkelijke oorzaken van deze mobilisaties aan te pakken », te beginnen met het volledig in werk stellen van het klimaatakkoord van Parijs.

Mijn commentaar: het rapport toont aan dat de verantwoordelijke beleidsbepalers in feite de (verdere) klimaatopwarming en de daarmee samenhangende verwoesting van de biodiversiteit voor lief nemen, ondanks fraaie woorden. Wereldwijd zijn er nog nooit zoveel fossiele brandstoffen gebruikt als vandaag. Het klimaatakkoord van Parijs (2015) is dan ook al lang achterhaald. De media verzaken in hun rol als kritische waarnemers en waarschuwers in een democratie: Het rapport spreekt daarover boekdelen. Milieu-activisten weten dat ook en hopen, zoals Lisa Doeland in Nederland, dat hun acties het geweten van de verantwoordelijke beleidsbepalers en dat van de verwende consumenten wellicht toch nog wakker kunnen schudden. Want, zeggen zij met de woorden van mijn geliefde filosoof Cioran: zelfs als wij geen enkele kans meer hebben, moeten wij die met beide handen aangrijpen.

 

Geschreven in maart 2024

 


Hervorming van de internationale handel in landbouwproducten is dringend noodzakelijk

 

De dertiende ministeriële vergadering van de Wereldhandelsorganisatie (WHO) in Abu Dhabi van 26 tot 29 februari heeft zich afgespeeld in een sfeer van algemene onverschilligheid. En dat, terwijl zij de gelegenheid bood de huidige regels van de internationale handel in landbouwproducten die de landbouw verwoesten, te herzien. Dat is heel wat anders dan tijdens de vergadering van de WHO in Seattle in 1999, toen de media van de hele wereld het gevecht rond de regels van de internationale handel in de conferentie en op straat volgden. Vandaag de dag, hoewel de kwestie van de commerciële akkoorden het platteland in vuur en vlam steekt, vergeet men dat het landbouwbeleid van de hele wereld mede bepaald zijn door het algemene akkoord inzake de douanetarieven en de handel (GATT) van 1993.

De hervorming van het gemeenschappelijke landbouwbeleid (GLB) van de Europese Unie (EU) van 1992, parallel besloten met de sinds 1986 aan de gang zijnde onderhandelingen van GATT, heeft de inkomensomstandigheden van de landbouwers grondig veranderd. Van een regulering van Europese prijzen van landbouwproducten ging men naar een mondiale rivaliteit van alle landbouwculturen, geconfronteerd met de fluctuerende prijzen van internationale markten en onderworpen aan speculatie, natuurlijke en geostrategische omstandigheden van dit of dat deel van de wereld. De unieke landbouwmarkt van de Europese Unie werd een mondiale markt: de speelplaats van de grote internationale handelsmaatschappijen.

De Europese Unie, de eerste mondiale exporteur van landbouw- en voedselproducten en één van de belangrijkste importeurs, draagt een grote verantwoordelijkheid inzake de continuïteit van deze rampzalige regels. Want ondanks de duizenden manifesterende landbouwers in bijna alle lidstaten die voor het veranderen van deze regels zijn, kwam de Europese Unie naar Abu Dhabi zonder een wezenlijk voorstel.

Natuurlijk, de WHO functioneert nauwelijks meer sinds de jaren 2000, waardoor alle onderhandelingen tussen de grote machtige landbouwstaten, die de regels bepalen, de mist in zijn gegaan. Neem als voorbeeld de publieke voorraden van primaire behoeften zoals granen. India eist aanpassing van de huidige regels die de publieke financiering van deze voorraden verbieden, hetgeen de speculatie en de grote fluctuaties van de prijzen, dodelijk voor de landbouwers, grotelijks zou verminderen. Maar de Europese Unie en de Verenigde Staten hebben dat geweigerd, ondanks het voorbeeld van de Russische oorlog in de Oekraïne die de prijzen van granen omhoog deed vliegen terwijl de mondiale oogst nog nooit zo overvloedig was: buiten China, dat zich net als de Verenigde Staten machtig genoeg acht om met de regels een spelletje te spelen, had niemand voorraden, en zeker niet de Europese Unie.

Voor 1992 werden de Verenigde Staten en de Europese Unie fiks bekritiseerd door de landen van het Zuiden voor hun exportsteun: de Europese Unie had hogere prijzen van landbouwproducten, hoger dan de prijzen van de mondiale markt en om te exporteren moest de Europese Unie geldelijke steun geven aan de exporteurs. Om de kritiek van derden tegen te gaan voerden de Verenigde Staten en de Europese Unie – hun in die tijd absolute dominantie inzake de mondiale landbouwhandel handhavend – een simpele manoeuvre uit, uitgebroed tijdens hun bilaterale onderhandeling van Blair House in1992: de binnenlandse prijzen verlagen op mondiaal niveau door douanerechten te verlagen en het afschaffen van het regelen van interne prijzen. Waar de mondiale prijzen lager waren dan de productiekosten, moesten de prijsverlagingen gecompenseerd worden door directe hulp aan de producenten: de befaamde steun van het GLB.

De Europese landbouwers zagen dus hun prijzen verlaagd tot het niveau van de mondiale laagste bieder voor het immense plezier en profijt van de landbouw-industrie en van de distributie, die zich zo goedkoop bevoorraden. De landbouwers van het Zuiden moeten zo het hoofd bieden aan laaggeprijsde importen die hun ontwikkeling oneerlijk beconcurreren. Inderdaad, wij zijn volledig krankzinnig bezig: als één van de grote vulkanen op Nieuw-Zeeland – een klein melkproducerend land maar een groot exporteur – uitbarst en er de weilanden vernielt, doet dat de melkprijs in Europa verhogen. In een gemondialiseerde en ontregelde markt hebben de producenten en overheden geen grip meer op de prijzen.

De logica van de huidige regels van de internationale handel is het bevoordelen van import en export. De Europese Unie is een uitstekende leerling: er wordt steeds meer geëxporteerd en geïmporteerd, er worden vrijhandelsakkoorden afgesloten, maar de boeren verdwijnen, de planeet staat in brand en de biodiversiteit stort in. Het is dus uiterst dringend om de internationale landbouwhandel weer op zijn juiste plaats terug te brengen. Dat moet in het centrum van de debatten staan willen we uit de landbouwcrisis komen.

Met de huidige regels van de internationale handel heeft de Europese Unie en hebben andere overheden hun voedselsoevereiniteit verloren, dat wil zeggen « het recht om hun landbouw- en voedselpolitiek te definiëren zonder derde landen te benadelen », aldus de definitie van de internationale boerenbeweging « La Via Campesina » in 2003. Voedselsoevereiniteit is dus een recht en een plicht, uiteraard niet te verwarren met zelfvoorzienendheid (een vaak voorkomende verwarring) en nog minder met exportcapaciteit.

We hebben nieuwe regels voor internationale handel nodig gebaseerd op voedselsoevereiniteit, en de Europese Unie moet naar mijn heilige overtuiging een commerciële « new deal » lanceren en nieuwe multilaterale regels voorstellen. Zonder de huidige regels te veranderen is het onmogelijk om het GLB wezenlijk te veranderen en voor de landbouwers een rechtvaardig inkomen te verwezenlijken, waarbij onze Aarde en de gezondheid van de consumenten beschermd worden.

 

Geschreven in maart 2024