Amerika

Civis Mundi Digitaal #144

door Jan de Boer

Dolly Parton, icoon van de countrymuziek, is een « Rockstar » geworden

De nu 77-jarige koningin van de countrymuziek, Dolly Parton, heeft ter gelegenheid van haar intronisatie in 2022 in de « Rock and Roll Hall of Fame » in Cleveland (Ohio) deze eer willen rechtvaardigen met het album « Rockstar », met dertig uitbundige nummers net zo XXL als haar pruiken en haar kunstnagels. Haar nieuwe kleding: leer en luipaardenbont. De dertig songs uit de jaren 1980, met een overdaad aan energie en een welhaast onwaarschijnlijke casting van duo’s, van Sting tot Paul McCartney en Ringo Starr, die haar begeleiden bij een prachtige versie van « Let It Be », getuigen van het respect voor verscheidene Angelsaksische generaties die Dolly Parton geïnspireerd hebben.

In vroegere jaren mocht je als intellectueel eigenlijk geen liefhebber van country zijn – ik dus wel – en zeker geen bewonderaar van Dolly Parton, beschouwd als de karikaturale incarnatie van de country: een reactionair symbool en ook een van slechte smaak. Zelfs door de luisteraars die met plezier « I Will Always Love You » mee-neuriën of met het hoofd bewegend « Jolene » begeleiden, niet wetend dat de megatube Soul van Whitney Houston in 1974 werd geschreven en opgenomen door deze zichzelf uitgeroepen « Backwoods Barbie ».

Veel rijker en complexer dan deze cliché’s wordt de persoonlijkheid van Dolly Parton gekenmerkt door een veelvoud van tegenstrijdigheden die van haar een heldin van het ware Amerika hebben gemaakt, innig gehecht aan haar geboortestreek de Appalachen, maar ook een feministisch voorbeeld, een filantropische zakenvrouw, een queer icoon… « Het lijkt alsof ik volledig kitsch ben, terwijl ik heel echt ben, » liet zij herhaaldelijk weten in haar Amerikaanse rubriek « Dollyisms ».

Waar zij haar eerste solo-album « Hello, I’am Dolly » in 1967 opende met « Dumb Blonde » (« Just because I’m blonde, don’t think I’m dumb »), is Dolly Parton alles behalve een hersenloos blondje. Geboren in de « Great Smoky Mountains » in het rurale en bergachtige oosten van Tennessee, heeft ze haar immense repertoire – meer dan 1000 songs, meer dan 100 miljoen verkochte platen – opgebouwd op een verhaaltrant gebaseerd op oprechte emoties en op vaak autobiografische authenticiteit. Des te meer ontroerend als zij haar geschiedenis van een revanche op de armoede vertelt.

Als dochter van een pachter met 11 broers en zusters ontwikkelde zij al heel vroeg haar talent in koren van pinkstergemeenten en door te luisteren naar haar moeders folkloristische ballades van Engelse, Ierse en Welse voorvaderen. In een interview in het blad « Cosmopolitan » zei ze: « Ik ben met het schrijven van liedjes begonnen, omdat wij niet naar de bioscoop konden en geen televisie hadden. Ik schreef en zong zoals in films, het was de enige manier om ons te vermaken. »

Al heel jong, nog voor haar puberteit, maakten haar sopraanstem en haar talent als vertelster van haar een kleine lokale vedette. Al heel gauw kreeg zij daardoor een grenzeloze ambitie om met haar muziek de armoede achter zich te laten. Haar dromen hebben haar imago vormgegeven. « Ik was een plattelandsmeisje dat droomde van glamour, waarbij ik geïnspireerd werd door een prostituée met platinablonde haren en felrode lippen, » liet zij weten. In de hoofdstad van de countrymuziek, Nashville, werd ze al gauw bekend als schrijfster/componiste, maar had ze grote moeite om zich als countryzangeres waar te maken: haar label had meer pop-accenten. Maar daar kwam verandering in toen zij door een zekere Porter Wagoner in zijn eigen televisieshow een kans kreeg en met hem met veel succes duetten zong. Mede daardoor slaagde ze begin jaren ‘70 erin om onafhankelijk te worden met een soloplaat met hits als « Joshua », « Coat of many Colors » en « Jolene ». Waar haar uiterlijk deed veronderstellen dat zij de macho-cliché’s van een conservatief Zuiden, waar de vrouw de rol van een aantrekkelijk speeltje heeft, versterkte, nam zij – die nooit een kind op de wereld zette, hoewel ze sinds 1966 getrouwd is met Carl Thomas Dean – haar lot in eigen hand.

Jaren voor Madonna, Lady Gaga of Beyonce accepteerde ze bewust tegelijkertijd haar sex appeal en haar statuut als onafhankelijke vrouw, in staat om haar artistieke productie en haar zaken zelf te beheren. Des te meer, omdat ze eind jaren ‘70 « crossover »-pop wist te realiseren met hits als « Here You Come Again », « 9 to 5 » of als duo met Kenny Rogers in « Islands in the Stream ». Het werd een enorm succes, dat haar rollen in films opleverde en mede daardoor het bezit van een uitgeverij, een radiostation, een restaurantketen en een eigen pretpark « Dollywood » in de Appalachen.

Daarna was ze even uit beeld, maar in 1992 greep ze haar kans toen Whitney Houston haar vroegere country-succes « I Will Always Love You » tot een mondiaal succes maakte in de film « The bodyguard ». Mocht zij soms het etiket « feministe » afwijzen, zij becommentarieerde haar levensloop wel aldus: « Als ik geen voorbeeld ben van een machtige en onafhankelijke vrouw, wie dan wel? »

Haar gang van armoede in de Great Smoky Mountains naar het ster-zijn met miljoenen dollars heeft haar toegelaten tot het panthéon van de « American Dream ». Dat zou van haar een kapitalistische diva, een volgeling van Donald Trumps « Make America great again » gemaakt kunnen hebben. Maar niets daarvan: Dolly Parton staat bekend om haar filantropische acties. Als anderen boeken proberen te verbieden of te verbranden, geeft zij ze gratis aan scholen door tussenkomst van haar stichting « Imagination Library » en haar alfabetiseringsprogramma.

De zeer gelovige Dolly Parton, trouw aan haar « redneck » afkomst (« Ik ben trots op mijn « hillbilly »- en « white trash »- wortels. Zij verplichten je nederig, bescheiden te blijven »), prijst voortdurend tolerantie, waarbij zij wel duidelijk laat weten apolitiek te zijn. De laatste jaren veroordeelt zij, als zij het woord heeft, homofobie en ondersteunt ze LGBTQ+-families, het homohuwelijk, de rechten van transgenders… Daarbij probeert ze consensueel te blijven, ondanks af en toe wat tegenstrijdigheden zoals in het album « Rockstar », waarin ze een duo-optreden met haar oude vriend Elton John heeft, maar ook met notoire reactionaire figuren als Kid Rock.

Haar ultragestyleerde vrouwelijkheid door uitbundig gebruik van make-up, pruiken, chirurgie en een barokke garderobe doet denken aan de trans-wereld. « Als ik geen vrouw zou zijn, had ik een drag queen geweest kunnen zijn, » zei zij eens.

Ze is een LGBTQ+-icoon geworden, wat mede te danken is aan teksten die buiten de maatschappij geplaatste gemeenschappen aangespreken. De oprechtheid, de emotionele authenticiteit van haar liedjes, ook wat betreft haar eigen verleden, is ontroerend. In bijvoorbeeld « Coat of Many Colors » vertelt ze over hoe ze op school uitgelachen werd met de door haar moeder met allerlei verschillende kleuren lapjes stof genaaide jas. Deze oproep om haar anders-zijn te accepteren en om, ondanks tegenspoed, schaamte te vervangen door trots, spreekt niet alleen de aanhangers van de regenboogvlag aan, maar ook een hele nieuwe generatie van country-zangeressen als Katy J Pearson, Margo Price en Amanda Shires, die de conservatieve orthodoxie van Nashville afwijzen en zeggen fans van Dolly Parton te zijn.

Zo is er mede dankzij Dolly Parton volop beweging in de countrymuziek, die mij nauw aan het hart blijft liggen.

 

Geschreven in maart 2024